Beelden 1#2019

Beeldenmagazine 1#2019, jaargang 22, nr. 85

 

Redactioneel

 

De avond voor de opening van de Art Rotterdam in februari jl. bekeek ik op Netflix de film Velvet Buzzsaw van regisseur Dan Gilroy. In deze film vindt de jonge galerie-assistent Josephina in het huis van haar overleden buurman een grote verzameling schilderijen. Zij claimt dat zij de schilderijen bij het grootvuil heeft gevonden en laat ze verkopen via de galerie. De kunstenaar krijgt postuum erkenning en zijn werken worden voor veel geld verkocht. Echter de schilderijen dragen een verborgen vloek mee, doordat ze met het bloed van de ‘waanzinnige’ schilder zijn gemaakt. De vloek zorgt ervoor dat  ieder personage in de film die aan de schilderijen geld verdient, sterft. Aan het eind van de film worden de schilderijen gedumpt en wordt er een schilderij door een nietsvermoedend koppel gekocht van een straathandelaar voor slechts 5 dollar. 

De volgende dag deed deze film mij denken aan de waarde van de kunstwerken op de Art Rotterdam. Hoe vergaat het daarmee in de loop van de tijd. Zolang er vraag naar is, blijft de waarde (stijgen). Echter dat is niet bij alle kunstenaars zo. Ik ken kunstenaars op zekere leeftijd, waarvan het hele atelier vol staat met werk dat in de loop der jaren geproduceerd is, maar nooit verkocht werd. Wat gebeurt er met deze werken als de kunstenaar overlijdt? Worden deze werken bij het grootvuil gezet en misschien opgepikt door iemand die er mogelijkheden in ziet, of verdwijnen ze in de shredder? Lees meer...

 


Verborgen Schatten: Bonnefantenmuseum Maastricht

 

Het Bonnefantenmuseum is een museum voor beeldende kunst in Maastricht. Het is een van de drie provinciale musea in Limburg, naast het Continium in Kerkrade en het Limburgs Museumin Venlo. De naam Bonnefanten is afgeleid van het voormalige Bonnefantenklooster in de binnenstad van Maastricht, waar het museum van 1951 tot 1978 gevestigd was. Het museum opende in 1884 haar deuren als oudheidkundig museum van de Société d'archéologie dans le Duché du Limbourg, later het Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap (LGOG). Het huidige gebouw aan de Avenue Céramique werd in 1995 naar een ontwerp van de Italiaanse architect Aldo Rossi gerealiseerd op een locatie aan de Maas in de wijk Céramique. In 1999 werd de collectie archeologie overgedragen aan de gemeente Maastricht en vanaf dat jaar is het Bonnefanten dan ook uitsluitend kunstmuseum. Het museum is bekend vanwege de collecties middeleeuwse beeldhouwkunst, Vroeg-Italiaanse en Zuid-Nederlandse schilderkunst en moderne en hedendaagse kunst. Wat dit laatste betreft lag voor de 20e eeuw de nadruk op conceptualismearte povera en Amerikaans minimalisme. In het verzamelbeleid van de 21e eeuw ligt de nadruk op referentiewerken en zaalvullende installaties die het resultaat zijn van uitgesproken, eigenzinnige en voorbeeld stellende kunstenaarspraktijken van internationaal niveau en op internationalisering met een niet-westers perspectief. 

Met de raketvormige, 28 meter hoge toren aan de Maas is het Bonnefantenmuseum een van de moderne landmarks in Maastricht. Ondanks de postmodernistische verschijningsvorm van de toren oogt het museum klassiek. De gevels zijn afgewerkt in rode baksteen, trachite rosso en Ierse hardsteen, de toren is bekleed met zink. Vlakbij de ingang bevindt zich de lichttoren, een telescoopvormige binnentoren die als het ware het complement vormt van de toren aan de Maas. In beide torens worden grote werken uit de collectie hedendaagse kunst tentoongesteld. Zo was in de rakettoren regelmatig de Walldrawing 801 Spiral van Sol LeWitt te zien en is daar nu Optical gladevan Stanley Donwood aangebracht.

 

Cross-overs in de kunst: Emma van der Leest 

 

Kunstenaars die de gebaande paden verlaten en het avontuur aangaan, ontwikkelen vaak spannende cross-overs. Door zich op een totaal ander medium te richten dan waartoe ze zijn opgeleid of een bijzondere mix aan media toe te passen, krijgt hun werk een nieuwe dimensie. Emma van der Leest werd opgeleid tot productontwerper op de Willem de Kooning Academie. Al tijdens die opleiding maakte ze de stap naar biodesign. In haar werk gebruikt ze levende organismen voor het ontwikkelen van nieuwe materialen en producten die biologisch afbreekbaar zijn. Dit jaar werd Emma genomineerd voor de Dolf Henkesprijs 2019.

Je bent in 2015 afgestudeerd aan de Willem de Kooning Academie als productontwerper. Wat trok je aan in Product Design? 
“Ik wilde een eigen signatuur en meer met het materiaal bezig zijn, dat kon op de Willem de Kooning. De academie is heel goed gefaciliteerd; voor elk materiaal is er een aparte werkplaats.”
Beantwoordde de opleiding aan het doel dat je voor ogen had? 
“Zeker wel; het onderwijs is er projectgericht, je doet met name veel praktijk- en materiaalonderzoek, krijgt informatie over productietechnieken en -methoden en heel veel andere vakken.” 
Waarom ben je je gaan richten op biodesign? 

“Ik zag een jasje in Museum Boijmans Van Beuningen van modeontwerperSuzanne Lee van Biocouture. Het materiaal van die jas bleek gesponnen door bacteriën en gisten in een natuurlijk fermentatieproces. Het wordt uiteindelijk een soort leerachtig materiaal. Ik vroeg me af hoe ik dat zelf kon maken en ben gaan experimenteren met diverse ingrediënten in een kweekbak op mijn studentenkamer.”

 

Carel Visser: Genesis 

 

Museum Beelden aan Zee in Den Haag toont de weerslag van 60 jaar kunstenaarsschap van Carel Visser in een retrospectief met 150 werken. 

Bij het ter perse gaan van deze editie van Beeldenmagazine is de expositie nog niet te bezoeken en de catalogus nog niet gedrukt. Om de bijzondere tentoonstelling te belichten maak ik een virtuele rondgang met gastconservator Carel Blotkamp. Blotkamp is emeritus hoogleraar kunstgeschiedenis en beeldend kunstenaar. Hij schreef talloze kunstboeken. Blotkamp kende de in 2015 overleden Carel Visser goed en wijdde meerdere teksten en tentoonstellingen aan hem. In 1989 verscheen zijn uitgebreide boek over het veelomvattende werk van Carel Visser.

Voordat deze overzichtstentoonstelling tot stand kwam heeft Carel Blotkamp er jarenlang over kunnen denken, gevoed door vroegere gesprekken met Visser en de tactiele verkenning van veel van zijn werken. In de titel Genesiskon Visser zich vinden. Enerzijds past de titel hem als kunstenaar in de betekenis van creatie of ontstaan en Genesis van het oudtestamentische scheppingsverhaal past bij zijn oeuvre en vormde de leidraad voor de keuze van Blotkamp bij de opstelling van het werk in het museum en in de bijbehorende catalogus.  

 

Vrijheid: de tijd gefixeerd


Vrijheidheet de grootschalige expositie die gastcurator Hans den Hartog Jager in opdracht van de Fundatie maakte. Hij koos daarvoor vijftig Nederlandse ‘kernkunstwerken’ uit de laatste vijftig jaar. Na Meer licht (2010), Meer macht(2014) en Zie de mens(2016) is Vrijheidde vierde tentoonstelling van Den Hartog Jager in Zwolle.

Bij het thema vrijheid denk je in eerste instantie vooral aan de bevrijding, de periode kort na de Tweede Wereldoorlog. De tentoonstelling start echter in 1968, toen het tijdperk van de flower power aanbrak. Een spannend begin, waar wat voor te zeggen valt. Zelden zijn er in zo korte tijd zoveel oude waarden afgebroken als toen en zoveel nieuwe wegen ingeslagen. 

Waar de kaders van Den Hartog Jagers voorgaande exposities nog enigszins begrensd waren en er een rode draad herkenbaar was - hoe dun soms ook - daar is het thema vrijheid wel erg ruim en multi-interpretabel. Het is daarom nuttig, zelfs onontbeerlijk, om iets meer te weten over zijn achterliggende bedoelingen. Vrij geïnterpreteerd constateert hij dat dé kunstgeschiedenis niet meer bestaat. Er zijn steeds minder verbanden zichtbaar en het historisch besef is - volgens hem - sterk afgenomen waardoor er een inhoudelijk artistiek vacuüm is ontstaan, waarbij iedereen de geschiedenis naar zijn hand probeert te zetten, maar die tegelijkertijd niet of nauwelijks overziet.

 

Daniel Arsham : Connecting Time

 

Het Moco Museum, naast het Stedelijk Museum, het Van Gogh Museum en tegenover het Rijksmuseum, kan geen prominenter plek hebben. Het Moco wil anders zijn, zoekt andere kunstenaars dan de musea op het plein. Lukt dat? Dat zal in de loop der tijd moeten blijken. Dit boutique museum, zoals de eigenaren het noemen, richt zich op vertegenwoordigers van moderne kunststromingen, zoals Salvator Dalí, Roy Lichtenstein, Andy Warhol en binnenkort Yayoi Kusama. Wat zeker opvalt is de gemiddelde leeftijd van de bezoekers, die ligt laag, erg laag, ook in vergelijking tot de musea aan het plein. In dit herenhuis, hebben vorig jaar 550.000 mensen hun voetstappen gezet die zich moeten dringen door de kleine ruimten en over het fraaie trappenhuis. 

Daniel Arsham heeft er nu een tijdelijke tentoonstelling. Hij grijpt diep in in de tijd via stillevens, zoals die ook te zien zijn op de muren van Pompeï en via stillevens uit de rijke Gouden Eeuw. Naast deze lijn van stillevens wordt tevens de ontwikkelingslijn van Arsham’s werk neergezet.

 

The Ghosts of Sunday Morning 

  

Opgericht in 1969 is het Europees Keramisch Werkcentrum (EKWC, nu bekend als Sunday@ekwc) in de afgelopen 50 jaar uitgegroeid tot een toonaangevende internationale residency en werkplaats. Dit jubileum wordt gedurende het hele jaar 2019 groots gevierd met verschillende tentoonstellingen en activiteiten. Vanuit de hele wereld weten kunstenaars en ontwerpers de weg naar het Sundaymorning@ekwc te vinden. Er is een vanzelfsprekende liaison van het internationale keramisch kenniscentrum met het Design Museum Den Bosch dat sinds jaar en dag over een internationale collectie toegepaste kunst beschikt. 

Ofschoon in de loop der jaren zowel de naam van het instituut als het episch centrum wijzigde, bleef de focus van het Sundaymorning@ekwc identiek: het stimuleren van de ontwikkeling van keramiek in zowel beeldende kunst, ontwerp als architectuur. Onder de meer dan 1400 deelnemers die in de afgelopen 50 jaar een 12-weekse residency volgden zijn er honderden met toonaangevende reputaties. Uit die honderden namen koos conservator Glenn Adamson een dertigtal van de meest toonaangevende werken die het EKWC zijn gerealiseerd om deze opnieuw te interpreteren.

 

Annemie Boissevain geëerd in keramiekmuseum Princessehof

 

Wie wel eens kunstbeurzen bezoekt en belangstelling heeft voor keramiek, zal de afgelopen decennia steeds met bewondering en plezier de stand van de Witte Voet bezocht hebben. Altijd weer toonde eigenaar Annemie Boissevain werk dat aandacht trok door een verrassende vorm, huid of kleur. Altijd had haar selectie een sterke aanwezigheid. Boissevain bekommerde zich om keramiek als sculptuur. De autonome kwaliteit van de stukken die zij ooit verkoos komt in de expositie die nu ter ere van haar in Keramiekmuseum Princessehof is ingericht bijzonder goed tot zijn recht.

Van 1975 tot 2017 runde Annemie Boissevain haar galerie in Amsterdam. De toekenning aan haar van de Achterberghprijs in 2018 vormt de kroon op haar lange carrière. In haar beleid kregen experimentele keramisten die niet het materiaal maar de werking voorop stelden, alle aandacht. Velen volgde ze jarenlang en zorgde daarmee voor hun voortdurende aanwezigheid in het kunstcircuit. Natuurlijk is ze terecht met pensioen, maar ze zal door velen worden gemist. 

 

Berlinde De Bruyckere 


De Belgische Berlinde De Bruyckere verrast ons in Museum Hof van Busleyden te Mechelen met nieuw intrigerend werk. Geen welgekende plastische linken naar tere paarden- of menselijke lichamen deze keer. We worden overweldigd door de schoonheid van ontluikende lelies, die met hun kelkvorm zowel onschuld als wellustigheid uitstralen. En als we even rewinden: ook in de mythologie had deze ruiker verschillende dubieuze connotaties.

Aanleiding van deze frisse wind door haar oeuvre, was de kennismaking met 16e eeuwse retabelkastjes, ‘Besloten hofjes’ genoemd. Deze prachtig uitgewerkte kijkkasten, gaven De Bruyckere zin om nieuw geïnspireerd werk te verwezenlijken. Wat deze miniatuurparadijsjes typeert is de schattige manier waarop de talrijke ultrafijn genaaide zijden bloemen en tedere godsdienstige taferelen worden uitgebeeld in materialen als textiel en staande worden gehouden door subtiel metaaldraad. Dit amalgaan van houten kastjes, dienden als toevluchtsoordjes, om even te ontsnappen aan het alledaagse. 

 


Verhalen in glas : Nationaal Glasmuseum Leerdam

 

Het drieluik Glass Worksin het Nationaal Glasmuseum bevat twee solo-exposities waarbij de verhalende inhoud zo’n uitgesproken rol speelt dat het materiaal zelf ondergeschikt lijkt, ze zouden evengoed buiten de context van een glasmuseum kunnen staan. Maar uiteindelijk blijkt dat toch ook weer niet helemaal het geval. Het blijft bewondering afdwingen.

Om te beginnen is er de bijzondere presentatie van de Israëlische ontwerpster Ma áyaan Pesach die in 2018 het Stokroosstipendium voor glas ontving. Pesach heeft nu een ontwerpstudio in Tel Aviv, maar studeerde in 2013 af aan de Design Academy in Eindhoven. In de Leerdamse glasblazerij kon zij voor het eerst in samenwerking met de meesterglasblazers ontwerpen voor warm glas laten realiseren. Bij al haar werk concentreert zij zich op de relatie tussen alledaagse gebruiksvoorwerpen en de gebruiker, zo ook voor dit project met de titelLonging- Materializing Memories. Het uitgangspunt werd nu gevormd door interviews naar aanleiding van de levensverhalen van vijf oudere vrouwen uit Tel Aviv, allen afkomstig uit een andere immigrantengroep. Hun fotoportretten hangen aan de wand en er is een fraaie publicatie van haar onderzoek verschenen.

 

Dale Chihuly: hallucinerend spel van glas, licht en kleur

 

Eerlijk gezegd had ik voor de aankondiging van de huidige tentoonstelling in het Groninger Museum, amper van de kunstenaar Dale Chihuly gehoord. Misschien zegt dat iets over mijn kennis over glaskunst, maar over het algemeen word ik juist om geroemd om mijn brede blik. Blijkbaar is zijn werk  buiten mijn aandachtsgebied gevallen. Maar nadat ik de uitnodiging voor de opening van de tentoonstelling binnenkreeg en ik zei dat ik niet kon, vochten mijn medewerkers onderling om het toegangsbewijs. Mijn verwachtingen waren dus nogal hoog gespannen toen ik later de tentoonstelling wel kon bezoeken. Chihuly, die Seattle heeft gemaakt tot glasstad van Amerika, heeft daar een oude botenfabriek als atelier dat hij Boathouse noemt. In deze ‘fabriek’ maakt hij, met als grote voorbeeld Andy Warhols Factory, met een enorm team aan glasblazers en assistenten, de meest monumentale glaskunstwerken. De  meester zelf maakt steeds minder en laat bijna alles over aan zijn medewerkers. Dat heeft de laatste jaren vooral te maken met zijn leeftijd, maar al eerder moest hij als gevolg van een auto ongeluk in 1976, waarbij hij het zicht van een oog verloor en hij zijn schouder permanent heeft beschadigd, het glasblazen zelf opgeven. Daarnaast kampt hij nu ook regelmatig met depressies. In de New York Times stond  in 2017 onder de kop Who is Really Making ‘Chihuly’ Art ?,een dialoog tussen Chihuly en een van zijn assistenten waarbij de meester vraagt aan zijn assistente Jodie Nelson wat hij moet schilderen. Gelukkig antwoord Nelson dat ze wil wat hij wil.

 

Richard Long: van Tilburg tot Otterlo

 

Bijna gelijktijdig zijn twee tentoonstellingen van start gegaan, die het oeuvre van de inmiddels 73-jarige Britse kunstenaar Richard Long in de schijnwerpers zetten. De tentoonstelling in Museum De Pont in Tilburg schetst het beeld van een globetrotter/kunstenaar, die inmiddels een cultstatus bereikt heeft. De tentoonstelling From the Riverin Museum Kröller-Müller geeft een intiemer beeld van de betrekking tussen de kunstenaar en de omgeving, waarin hij opgroeide. Twee tentoonstellingen, die elkaar perfect aanvullen.

De roerige jaren zestig zijn voor een groot deel aan mij voorbij gegaan omdat ik te laat op het toneel verscheen. Tegen de tijd, dat ik het verzamelalbum van het fameuze concert in Woodstock grijs kon draaien om me hippie te wanen, was de wereld al rijp voor punk. Daarbij was ik hopeloos te laat om Richard Longs’ intrede in de kunstwereld bij te wonen. In 1967, nog tijdens zijn academietijd, vervaardigde hij het werk Line Made by Walking door simpelweg in een rechte lijn door een grasveldop en neer te lopen. Het resultaat daarvan is vastgelegd in een, op zichzelf weinig spectaculair ogende foto, die mij echter jaren later in vervoering bracht. Zo lichtvoetig en zo radicaal kon een uiting van beeldhouwkunst dus zijn.

 

Out of Office: bedrijfscollecties in Singer Laren

 

Nederlandsebedrijfscollectiesbezitten ongeveer een kwart miljoen kunstvoorwerpen. SingerLaren stelde haar ruimte beschikbaar voor een selectie van deze werken. Dit resulteert in deboeiende tentoonstelling Out of Office.In dit charmante museum complementeren strakke moderne museumzalende huiselijke historische ruimtes waar de verzamelaar William Singer (1868-1943) vroeger woonde. Singer was de zoon van een vermogende staalmagnaat en erfde een aanzienlijke som geld waar hij een mooie kunstcollectie mee opbouwde. Na zijn dood bleef zijn woning als museum functioneren en later werden er modernere zalen aangebouwd.

De Vereniging Bedrijfscollecties Nederland (VBCN) telt vijftig leden en dertig ervan leverden een bijdrage aan deze tentoonstelling. Ik bezocht zelden een dusdanig druk bevolkte opening in een middelgroot museum in Nederland. De drankjes en hapjes in de foyer werken als een magneet op de bezoekers. Om bij de kunstwerken te komen moet ik me werkelijk door de mensenmassa waden die in de foyer blijft hangen. Ik kan de kunstwerken ongestoord bekijken en ben onder de indruk van het verzamellef dat de Nederlandse bedrijven bezitten. Grote kwetsbare installaties staan naast imposante schilderijen.Het lichtobject Ratiovan Jan van Munster behoort tot de collectie van de Enexis Groep. De dunne blauwe gekronkelde neonbuis ziet er breekbaar uit en vervoer lijkt een behoorlijk risico. De collectioneurs gaan niet voor veiligheid maar voor het opbouwen van een museumwaardige collectie.

 

Beeldvormers in KuuB

 

Vorig jaar bestond de Nederlandse Kring van Beeldhouwers (NKvB) honderd jaar. Aanleiding voor Jaap Röell, kunstkenner en eigenaar van KuuB, ruimte voor kunst en cultuur in Utrecht, om daar op eigen wijze aandacht aan te geven. Mede geïnspireerd door de expositie Omzien in Dordrecht, in 2018, koos hij acht kunstenaars, aangesloten bij de NKvB, op basis van kwaliteit gezien vanuit zijn persoonlijk perspectief. Het resultaat is een evenwichtige, rustige tentoonstelling met gelukkig genoeg ruimte voor variatie. Waren aanvankelijk abstractie, ruimte, volume en stapeling zijn uitgangspunten, gaandeweg gaf hij meer ruimte aan narratieve figuratie, drama en poëzie. Misschien wat minder streng – maar voor de toeschouwer zeker wat avontuurlijker.

Claus Bertram, Annemie Bogaerts, Mieke van den Hoeven, Henny van der Meer, Lidia Palumbi, Louis Reijnen, Rob Schreefel en Marry Teeuwen zijn de kunstenaars die Röell voor zijn expositie koos. Beeldvormers noemt hij ze: “Ter meerdere eer en glorie van de hedendaagse Nederlandse beeldhouwkunst die zo divers qua werkwijze en materiaalkeuze is dat niet meer zo makkelijk van beeldhouwers in klassieke zin gesproken kan worden, maar beter van beeldvormers”.

 

Beeldentuin Ravesteyn: begrip in kunstwereld

 

Rond de pinksterdagen organiseert de Stichting Stede en Vrije Heerlykheyt jaarlijks een beeldententoonstelling in Heenvliet. Gedurende vier weekeinden is er (weer) kunst van hoge kwaliteit te zien rond ruïne Ravesteyn op het gelijknamige landgoed. Het doel van die jaarlijkse tentoonstellingen is kunst op een laagdrempelige manier onder de aandacht te brengen bij een breed publiek en om werk van de deelnemende kunstenaars te verkopen. Die verkoop heeft als doel het in stand houden en herstellen van de ruïne die in alle tentoonstellingen een prominente rol speelt.

Zesentwintig jaar geleden is op particulier initiatief in samenwerking met de familie Lamaison van den Berg (eigenaar van Landgoed Ravesteyn) een bescheiden beeldententoonstelling opgezet in de Engelse landschapstuin bij het Ambachtsherenhuis van het landgoed. De rest van het landgoed was toentertijd nog boomgaard.

 

Van Caermersklooster tot Kunsthal Gent

 

Het imposante Gentse Caermersklooster in het toeristische Patershol onderging recent een metamorfose van klooster tot Kunsthal Gent en werd een nieuw presentatie- en ontwikkelingsplatform voor beeldende kunst.Naast het alom gekende S.M.A.K., de talrijke galeries, artist runs en offspaces, en vele kunstscholen die Gent rijk is, ontbrak er een grotere plek in het tussenveld. Die lacune wil Kunsthal Gent invullen met een professioneel zichtbaar kunstplatform. Begin dit jaar gingen de deuren wijd open voor het publiek. 

Begin 2018 deed de Stad Gent een open call naar kandidaten om het Caermersklooster - het voormalige Provinciaal Cultuurcentrum - te transformeren tot een nieuwe ontwikkelings- en presentatieplek voor beeldende kunst. NUCLEO, een organisatie met meer dan 150 kunstenaarsateliers in Gent en het collectief Smoke & Dust - 019,werden de nieuwe inventieve kapiteins. Neen, het wordt geen kunsthal waar alleen blockbustersworden tentoongesteld. Kunsthal Gent zal naast het tentoonstellen van beeldende kunst de schouders zetten onder de ontwikkeling van kunstenaars en kunstenorganisaties. Het programma wordt een melange van lokaal, nationaal en internationaal opkomend fris talent in combinatie met gevestigde kalibers. 

 

State of Play: ingenieuze kunst in Emmen

 

Het CBK in Emmen heeft een prikkelende expositie gerealiseerd op twee locaties.

State of Play 1is te zien in De Fabriek aan de Ermerweg, terwijl deel 2 midden in de stad, op het terrein van de voormalige dierentuin, is gehuisvest. Beide expositieruimtes zijn omgetoverd tot een speeltuin voor de menselijke geest: we zien er objecten die bewegen, beelden genereren of geluiden produceren, naast kunstwerken die een relatie met de ruimte zelf aangaan, zonder aanwijsbaar doel of nut. Een vernuftig spel met de wetten van de zwaartekracht, mechanica en robotica van het type dat door Zoro Feigl weer Salonfähig gemaakt is. 

De expositie heeft iets van een jongensdroom, al is het ontrafelen van natuurkundige wetten en de interesse in mechanische processen allang niet meer exclusief voorbehouden aan de mannelijke sekse. Denk aan het wonder van de zelf gedraaide spoel van je eerste kristalontvanger of aan het eindeloos sleutelen met Mecano of - meer van deze tijd - aan het spelen met Technisch Lego. Het CBK biedt een podium aan jonge kunstenaars die een zichtbaar plezier beleven aan de mogelijkheden van de moderne techniek.

 


Connecting Light : groen licht voor een grenzeloos Europa
 

 

In een tijd van opkomend nationalisme trekt de Venloose Suzanne Berkers een groene lijn door de hemel, die landen met elkaar verbindt. Wat is er hoopvoller dan het immateriële licht, dat fysieke grenzen moeiteloos overstijgt?

Het medium licht past bij deze technologische, gedemocratiseerde  samenleving. Pioniers van de Light Art als Dan Flavin moesten het doen met TL-buizen, maar de techniek staat niet stil. Tegenwoordig kunnen kunstenaars de publieke ruimte naar hun hand zetten met neon, LED, laser, tot video-mapping of -projecties.  Dat potentieel wordt gretig aangeboord door de oprukkende lichtfestivals. In 2006 nam Lichtstad Eindhoven het voortouw met Glow, in 2012 gevolgd door het Amsterdam Light Festival, dat dit concept inmiddels naar het buitenland exporteert.

 

Het atelier: Auke de Vries

 

Auke de Vries wil alleen maar dingen maken. “Dat is heerlijk,” zegt hij met nadruk tegen het einde van mijn bezoek aan zijn twee Haagse ateliers. Hij serveerde thee met een wafel in zijn ‘grote atelier’ en ik moest op de knieën om zijn ‘kleine atelier’ te kunnen betreden.

“Ik begin altijd vrij vroeg” liet hij weten. Daarom spraken we om 10 uur af in zijn ‘grote atelier’. Enigszins verscholen in een nette, na-oorlogse Haagse woonstraat ligt achter een brede garagedeur een werkplaats waar de grote beelden gemaakt worden. Stalen balken onder het hoge plafond, met over katrollen gelegde kettingen, geven een indruk van hoe Auke de Vries zijn hangende beelden maakt. Eén werk uit de ‘Nesten’ genoemde groep, die al weer lang geleden in het Gemeentemuseum Den Haag was te zien, is er nog te zien. Een verzameling van kleurig beschilderde delen, die een geheel vormen en waar zelfs een reproductie van een schilderij van Magritte een plaats in vond. Er wordt hier gewerkt met overleg, maar alles wat past, dat kan.

 

Boris Tellegen laat Mondriaan alsnog Rietveld ontmoeten

 

In 1917 verscheen het eerste nummer van het tijdschrift De Stijlen daarmee ontstond de gelijknamige internationaal georiënteerde kunststroming. Voor Nederland waren Piet Mondriaan, Bart van der Leck, Gerrit Rietveld en Theo van Doesburg de belangrijkste vertegenwoordigers van de Stijlkunstenaars. Hun werk stond dan ook centraal in de vele exposities die in 2017 aan De Stijlwaren gewijd. Vorig jaar zomer heeft Boris Tellegen daar een hedendaagse variant aan toegevoegd in de vorm van tien verticale objecten als markeringspunten langs de circa 20 kilometer lange (snel)fietsroute tussen Utrecht en Amersfoort, respectievelijk de geboortestad van Rietveld en die van Mondriaan. Deze objecten symboliseren de stijlverwantschap tussen beide kunstenaars die elkaar overigens nooit in levenden lijve hebben ontmoet.

De tien palen of objecten die langs de route staan zijn elk 6,70 meter hoog en staan op een grondoppervlak van 65 x 65 cm. Zij vertonen overduidelijk het handschrift van één kunstenaar. Toch zijn ze  onderling nogal verschillend, niet alleen qua materiaal, maar ook in de wijze waarop zij zich tonen. De een is meer gesloten dan de ander, of meer frivool en een ander weer ingetogen. Het zijn variaties op een thema: eenheid in verscheidenheid en vernieuwend tegelijkertijd. Net zoals de kunststroming De Stijl dat was.

 

Rinus Roelofs: de Doorbraak 

 

Langs de oevers van de gloednieuwe 13 kilometer lange beek, de Doorbraak, in Twente staan inmiddels zeven nieuwe beelden van Rinus Roelofs. Met de aanleg van deze beek leverde zowel het waterschap Vechtstromen als de beeldhouwer een opmerkelijke prestatie. Waar het waterschap samen met de provincie een prachtige ecologische verbinding tussen Twente en Salland realiseerde, verrezen zeven spiraalvormige beelden in cortenstaal. Door hun bijzondere constructie vormen de sculpturen ook een persoonlijke doorbraak binnen het oeuvre van deze mathematicus/beeldhouwer.

Het Twentse landschap wordt voor een belangrijk deel bepaald door de vele beekjes en beekdalen, waarlangs het overtollige regenwater wordt afgevoerd. In het gebied rond Almelo haperde dit natuurlijke systeem van afwatering echter, met als gevolg overstromingen en overlast. Dat was de praktische reden om de waterhuishouding van dit specifieke gebied onder handen te nemen. Gelukkig is deze maatschappelijke opdracht veel breder getrokken, waardoor er langs de oevers van de meanderende Doorbraak een gevarieerd ‘natuurlijk’ beeklandschap is ontstaan, waarin volop gerecreëerd kan worden.

 

Marjan Teeuwen in raadhuis Heerlen: de schoonheid van chaos 

 

In de hal van het raadhuis van Heerlen is eind vorig jaar een sculptuur onthuld van Marjan Teeuwen die twee jaar op deze plek te zien zal zijn. Deze bevindt zich vlak bij de entree op de begane grond van het monumentale pand en beslaat twee verdiepingen. Het project is een initiatief van Cityliv, een stichting die met een jaarlijkse expositie uitdaagt om te werken met al bestaand materiaal. Over twee jaar wordt de sculptuur gedemonteerd en omgevormd tot een kersverse sculptuur die een plaats moet krijgen in het nieuwe stadskantoor dat naast het raadhuis komt te liggen.

Het raadhuis van Heerlen is gebouwd tussen 1936 en 1942 naar een ontwerp van architect Frits Peutz. Het ernaast gelegen stadskantoor wordt nu gesloopt en vervangen door een nieuw gebouw dat beter aansluit bij het rijksmonument van Peutz. Het is een strak, stoer gebouw, van twee in elkaar geschoven bouwvolumes, dat aansluit bij de denkbeelden van het Nieuwe Bouwen en is opgetrokken uit materialen die zakelijk en spaarzaam zonder verspilling zijn toegepast. Niet echt wat je je voorstelt bij een raadhuis.

 

Ram Katzir’s Eden

 

In het vroege voorjaar straalt de beeldengroep man-en-hond op het halfronde pleintje aan de 1eHogeweg te Zeist, verstilde levensvreugde uit. Tevreden zitten ze daar, elkaars gelijke en verlengstuk. Zij nodigen uit om even stil te staan en de tijd te nemen. Bij dit beeld vervliedt agressie en de eeuwige haast. Het heeft niet voor niets als titel Eden, het aardse paradijs van vóór de zondeval. In de bijna 100-jarige kastanjeboom als achtergronddecor, zit geen gevaarlijk sissende sluw sprekende slang. Deze schaduwrijke boom biedt daarentegen verkoeling en bescherming voor die twee, die daar zitten, in rust en vrede.  

Ram Katzir, tekenaar en beeldhouwer, is in 1995 afgestudeerd aan de Rietveld Academie. In 1999 besloot hij zich voornamelijk te richten op het maken van kunst in de publieke ruime. Twintig jaar later heeft hij menig spoor in de publieke ruimte getrokken, ook internationaal. Daarbij schuwt hij de meerduidige maatschappelijke oriëntatie en in sommige gevallen maatschappijkritische ondertoon, niet. Zoals het Bullet-project op het terrein van de Kromhout Kazerne in Utrecht waar het hoofdkwartier van de Koninklijke Landmacht is gevestigd.


Navid Nuur: achter de schermen van de Beeldengalerij

 

De Beeldengalerij is een doorlopend project in de binnenstad van Den Haag dat de ontwikkelingen van de Nederlandse beeldhouwkunst volgt. Sinds de aanwas van nieuwe beelden is teruggebracht naar gemiddeld één beeld per jaar worden voor nieuwe opdrachten kunstenaars geselecteerd die al enige tijd in de voorhoede lopen van die ontwikkeling.

Een aantal jaren geleden werd ik conservator van de Beeldengalerij. Buiten het doen van voorstellen voor nieuwe kunstenaars aan Stroom heb ik het voorrecht het ontstaansproces van de sculpturen van dichtbij mee te kunnen maken.

Binnen de vastgestelde maten op de sokkel is de kunstenaar vrij om te maken wat hij of zij wil. Per beeld is een totaalbudget van 30.000 euro beschikbaar. Sommige kunstenaars zijn gewend met veel grotere budgetten te werken maar voor geen van hen is dat ooit een reden geweest om de opdracht niet aan te nemen of om er niet hun volle toewijding aan te geven.


Lees meer in Beelden 1#2019: Koop een los nummer voor € 9,95of neem/geef een (cadeau)abonnement: 4 nummers voor € 37,50. 

Zie voor boekwinkels en abonneren www.beeldenmagazine.nl/abonneren

S.P. Abonneeservice, Antwoordnummer 10016, 2400 VB Alphen a/d Rijn (een postzegel is niet nodig), bel 088-1102034, of mail info@spabonneeservice.nl 

Comments