Beelden 3#2016

Redactioneel Beelden 3#2016

In juli kreeg ik het bericht dat onze uitgever Will Lormans op 57 jarige leeftijd was overleden. Ik wist dat hij ziek was, maar de kennisgeving van zijn dood kwam toch onverwachts hard aan. Ik ben Will dankbaar dat zijn uitgeverij, indertijd Van Spijk Grafimedia, geleidt door hem en zijn vrouw Miriam Lormans Bormans, in 2007 Beelden wilde overnemen van de werkmaatschappij van de Nederlandse Kring van Beeldhouwers, het Thoe Schwartzenberg Fonds die het negen jaar onder beheer hadden.

Indertijd vond het Thoe Schwartzenberg Fonds het tijd om het blad over te dragen aan een professionele organisatie om het verder uit te helpen bouwen. Dit is de afgelopen tien jaren gelukt. Beelden is een van de weinige tijdschriften voor vakgenoten en een breed publiek dat in ruimtelijk werk geïnteresseerd is, en dat nog specifiek recensies van tentoonstellingen, kunst in de openbare ruimte, debatten, symposia, kunstprijzen en boeken kritisch beschrijft. In Beelden vindt u geen beschrijvingen vooraf, maar wordt alles door de medewerkers ter plekke bezocht en gelezen en kan er zodoende kritisch op het gebodene gereflecteerd worden. Beelden is nog een van de weinige bladen die ruimte schept voor kunstkritiek en neemt hiermee een waardevolle plaats in tussen de kunstbladen. Inmiddels is dit nummer het 75ste dat uitkomt. Volgend jaar gaan we de 20ste jaargang in. Voorwaar een unieke prestatie dankzij alle betrokkenen, maar met name door de uitgever om toch ieder jaar te besluiten om (zonder subsidie) door te gaan. Intussen zet Miriam Lormans Bormans de uitgeverij alleen voort. We wensen haar alle succes toe. Will zullen we missen. Lees meer…


Kunst in de provincie: Utrecht

De provincie Utrecht is relatief klein. Het is daarom niet zo vreemd dat het kunstklimaat er gedomineerd wordt door de stad Utrecht zelf en in mindere mate door Amersfoort. Naast de bekende musea en instellingen zoals het Centraal Museum en KAdE zijn de laatste jaren veel nieuwe initiatieven ontwikkeld of hebben bestaande instellingen zich vernieuwd. Hierbij valt op dat het al lang niet meer gaat om het uitsluitend aaneenrijgen van tentoonstellingen, maar ook om manifestaties, festivals en cross-over activiteiten.

In Soest is de stichting Hazart zeer actief. De stichting streeft ernaar de beeldhouwkunst bij een breed publiek levend te houden. In de beeldentuin Klein Engendaal wordt de eigen collectie getoond en vinden tentoonstellingen en verschillende activiteiten plaats. De eigen collectie is (nog) klein, maar bevat werk van internationaal belangrijke kunstenaars. Ook de combinatie van eigentijds ruimtelijk werk en meer traditionele beeldhouwkunst, met nadruk op de kwaliteit van het ambacht, spreekt aan. De verscheidenheid is groot: figuratief en abstract, uiteenlopende stijlen en materialen, wat zorgt voor een vitale uitstraling. Zoals bij het robuuste, monumentale werk van Henny van Overbeek tegenover het raadselachtige en poëtische werk van Fanny Ferré uit Frankrijk.

Cross-overs in de kunst: Geert Mul

Kunstenaars die de gebaande paden verlaten en het avontuur aangaan, ontwikkelen vaak spannende cross-overs. Door zich op een totaal ander medium te richten dan waartoe ze zijn opgeleid of een bijzondere mix aan media toe te passen, krijgt hun werk een nieuwe dimensie. Mediakunstenaar Geert Mul kan met recht een pionier genoemd worden. Zijn overwegend filmische installaties, waarin de bezoeker vaak een actieve rol speelt, bouwt hij op uit bestaande digitale beelden. Daarbij maakt hij gebruik van geavanceerde elektronica en de nieuwste computertechnologie. Aan zijn brede oeuvre wordt dit najaar een overzichtstentoonstelling in het Stedelijk Museum Schiedam gewijd met dertig van zijn belangrijkste werken.

Het oeuvre van Geert Mul is poëtisch en gevarieerd: hij fotografeert en maakt video’s, ontwerpt interactieve elektronische kunstwerken op basis van door hemzelf bedachte software, is gastdocent op diverse kunstacademies, geeft lezingen, en treedt regelmatig op tijdens festivals. Zijn werkt hangt in belangrijke Nederlandse musea en is onderdeel van interessante bedrijfscollecties. Zo installeerde hij vorig jaar de installatie Natureally in het ziekenhuis MST in Enschede. Mul fotografeerde een vijfhonderd jaar oude boom in twee seizoenen (een met en een zonder blad). Door de wisseling van het licht erachter (backlight) lijkt het alsof het seizoen omslaat. Lees een uitgebreide versie van het interview….

Jonas Staal

Op 7 juli jl. ontving Jonas Staal de Charlotte Köhler Prijs in de Beurs van Berlage. Terecht. De intelligente wijze waarop hij de zogenaamde vrijheid van de kunst gebruikt om politiek te bedrijven, dwingt respect af. Natuurlijk zijn er wel eens eerder mensen op dat idee gekomen. Denk maar aan de Free International University van Joseph Beuys, opgericht in 1973. Maar Staal doet het gedurfder en meer concreet geëngageerd. Hij werkt op wereldschaal

Sinds de jaren zeventig is het kunstbegrip gekanteld, waarbij de laatste jaren een versnelling is opgetreden. De zogenaamde autonomie en vrijblijvendheid van de kunst, al sleets toen ik studeerde in de jaren zeventig, is compleet passé. Kunstenaars nemen verantwoordelijkheid voor de effecten van hun werk, en willen contact met het publiek. Community Art deed opgang en werd weer verguisd, maar de ontwikkelingslijn van meer engagement bleef. Steeds meer mag inspanning van de kijkers worden gevraagd en gaat het over wisselwerking. Jonas Staal pleit voor kunst als instrument voor verandering. “Onze taak is niet om kunst te maken in de wereld zoals die is, nee, onze taak is om een wereld te maken”, stelt hij.

Kring rond Krop

In de fraaie Jugendstilvilla Rams Woerthe in Steenwijk, inmiddels centrum voor de bestudering van het werk van Hildo Krop, die in die stad geboren is, vindt een tentoonstelling plaats met werk van tien leden van de Nederlandse Kring van Beeldhouwers (NKvB). Het is een voorproefje van de activiteiten die in 2018 gaan plaatsvinden naar aanleiding van het honderdjarig bestaan van de Kring.

De tentoonstellingstitel Hildo Krop, erven zonder testament, lijkt voor meerdere uitleg vatbaar. Negatief gesteld zou het kunnen impliceren dat zijn nalatenschap zo overzichtelijk, schraal en onbelangrijk is dat er geen testament voor nodig is, wat natuurlijk niet waar is. Veel positiever is het uitgangspunt dat de invloed van Krop zo rijk en multi-interpretabel is dat het een ieder vrijstaat er uit te halen wat hem of haar bevalt. Dat laatste wordt duidelijk onderstreept door het getoonde, zowel door het werk van Krop zelf, als dat van de tijdelijke gasten. Aan de tentoonstelling, die wordt vergezeld van een doelmatige, verzorgd uitgegeven brochure, doen tien Kringleden mee. Het is (mij) niet duidelijk welk criterium aan de selectie ten grondslag lag. Wel dat er weinig risico is genomen. Onder de ‘uitverkorenen’ bevinden zich veel gerenommeerde namen die kunnen bogen op een respectabel, gedegen oeuvre. Zij werken meestal op traditionele wijze met traditionele materialen, waarmee ze aansluiten bij de ‘erfenis van Krop’. Maar waar Krop zich vooral tot de figuratie ‘beperkte’, doorlopen zijn het hele spectrum tussen abstractie en figuratie. Het getoonde werk is evenwichtig verdeeld tussen het huis en de omliggende buitenruimte.

Giuseppe Penone

Wie drie jaar geleden de tentoonstelling van Giuseppe Penone in de tuinen van het Palais de Versailles heeft gemist, kan nu zijn hart ophalen in de Rijksmuseumtuinen. Daar staan tot begin oktober enkele grote beelden van Penone die eerder ook in Versailles te zien waren, aangevuld met diverse kleinere beelden en wat ouder werk.

Tijdens een wandeling deze zomer door het gebergte Picos de Europa in Leon (Spanje) kreeg ik een fraai staaltje te zien van de natuurkracht die bomen in zich dragen: een groot rotsblok was tientallen jaren terug vanaf het bovenliggende kalkstenen gebergte bovenop een hazelaar gedonderd en was daar blijven liggen. Jonge spruiten groeiden van alle kanten onder het rotsblok vandaan en werden in de loop der tijd dikke stammen die de steen omarmden en zelfs een stuk optilden. Dat deed me denken aan Giuseppe Penone die als jonge kunstenaar platte stenen als een sculpturaal gebaar tussen de stammen van bomen plaatste en daar foto’s van maakte. Deze serie waarin hij bomen met stenen combineerde en die nog steeds voortduurt, startte hij in 1969 en noemde hij Idee di pietra. Penone ziet bomen als buitengewone beeldhouwwerken; volgens hem ligt in hun structuur het hele leven opgeslagen en is elk onderdeel noodzakelijk voor hun voortbestaan. In essentie gaat Penone’s werk over de enorme groeikracht van de natuur, de groeigeschiedenissen die je erin kunt ontdekken en de sterke verwevenheid van natuur en cultuur.

Pierre Huyghe

In het Kröller-Müller Museum is de tentoonstelling Nature based te zien, waarin werken worden gepresenteerd die de natuur als basis hebben, maar waarin de verhouding natuur-cultuur of natuur-mens vaak ambivalent is. Uitgangspunt is het nieuwe grote buitenwerk La Saison des Fêtes van Pierre Huyghe in de tuin van het museum. Het werk van Pierre Huyghe neemt zeer verschillende vormen aan: van objecten, foto’s, tekeningen, films en muziek tot levende organismen. Daarnaast zijn enkele films van Huyghe te zien en is de tentoonstelling aangevuld met korte films uit de eigen collectie van het museum.

Fascinerend is de film (Untitled) Human Mask uit 2014. De camera beweegt als een drone over het desolate landschap na de ramp bij Fukushima en zoomt in op een strak en glad gezicht. Naar beneden komen harige armen in zicht. Je vraagt je af of je kijkt naar een mens of een dier, een computerbeeld of een dwerg. De figuur loopt en springt door een volgepakte ruimte, stoot hier en daar wat om, zet de kraan open, schrikt van ieder hard geluid, maar maakt zelf geen geluid. Langzaam kom je er achter dat je kijkt naar een aap met een (Japans) masker op. Een aap in een onnatuurlijke omgeving: een leeg en duister eethuis. De film is opgenomen in een restaurant ten noorden van Tokyo waar twee apen zijn getraind om de gasten te bedienen. Pierre Huyge is gefascineerd door de dubbelzinnige manier waarop mensen met dieren omgaan. Hoe schattig het ook is om een aap kunstjes te laten doen, het is tegelijk treurig om te zien. De aap kan niet anders dan de aangeleerde rol eindeloos te blijven herhalen. Een beklemmende, maar tegelijkertijd fascinerende film die de onnatuurlijke situatie waarin het dier zich bevindt op indringende wijze zichtbaar maakt.

What Remains

Een prachtig thema over de spanning tussen schoonheid en verval is de leidraad voor de nieuwe tentoonstelling What Remains in museum Coda die tot eind januari te zien zal zijn. Maar kan dit thema ons nog beroeren zoals bijna vier eeuwen geleden? Of is dat helemaal niet nodig?

 ‘Vergankelijkheid’, sinds de zeventiende eeuw een gegeven dat in de protestantse cultuur van de Nederlanden liefst voortdurend in het bewustzijn zou zijn. Al het aardse is slechts vergankelijk, ijdel en tijdelijk. Alleen in het hiernamaals bestaat het eeuwige leven, dus hou er maar rekening mee en jaag geen aardse geneugten na. Onze huidige cultuur omarmt vooral de andere kant van deze medaille; ‘pluk de dag’. Het kan morgen voorbij zijn, dus geniet met volle teugen en haal eruit wat er in zit. De gevolgen voor onze aarde zijn desastreus. Het fijn geschilderde  bloemstilleven uit onze Gouden Eeuw, met liefdevol weergegeven details was, zoals we weten, niet alleen bedoeld om van te genieten; er zat altijd een waarschuwende boodschap achter. Van de schone bloemknop blijft straks immers hooguit de verlepte kelk over.

Gastcurator Wim van der Beek richtte in Apeldoorn met (slechts) 15 deelnemende internationale kunstenaars een zeer fraai ogende tentoonstelling in. Als in het bloemstilleven van weleer zien we in What Remains een verscheidenheid van vormen en kleuren. De waarschuwende vallende blaadjes ontbreken evenmin, alleen lijkt hier de esthetiek te overheersen. Een dag ná een bezoek aan Sonsbeek ’16, waar voornamelijk maatschappelijk geëngageerde installaties te zie waren, voel ik in Coda even iets van verademing, maar het thema had wat mij betreft toch ook wel wat meer rillingen mogen veroorzaken of een appél mogen doen op…. ja, op wat eigenlijk?

Wilhelminaring

Naast What Remains toonde CODA in samenwerking met de stichting Wilhelminaring ook een overzicht van de negen winnaars van deze oeuvreprijs voor de Nederlandse beeldhouwkunst.

De Wilhelminaring wordt sinds 1998 om de twee jaar wordt uitgereikt aan een Nederlandse beeldhouwer. De Stichting Wilhelminaring heeft hiermee als doel om – behalve het eren van de winnaar – de belangstelling voor de beeldhouwkunst in Nederland te stimuleren. De prijs bestaat uit een steeds wisselende en speciaal ontworpen ring, een tentoonstelling in CODA Museum en een opdracht voor de beeldhouwer om een kunstwerk te maken voor het Sprengenpark in Apeldoorn. Bij elk opgeleverde beeld is een gedicht geschreven waardoor literatuur en beeldende kunst verbonden worden. Deze vorm van kruisbestuiving is een verrijking voor zowel de beeldhouwkunst, de sieraadkunst als de poëzie.

Het overzicht omvat portretfoto’s van de winnaars, grotendeels gemaakt door Anaïs Lopez, foto’s van de ringen ontworpen door diverse beeldend kunstenaars, een foto van het werk dat voor het Sprengenpark gemaakt is en de gedichten die ter gelegenheid van de prijs telkens voor de winnaars geschreven zijn.

Spielerei

In de jaren zestig maakte GRAV (Groupe de Recherche d’Art Visuel) op ludieke wijze hun ongenoegen kenbaar aangaande beeldende kunst, met name richting het functioneren van het kunstcircuit en de wijze waarop kunst en kunstenaars omgingen en communiceerden met het publiek. In hun ogen een uiting van zelfgenoegzaamheid ten aanzien van kunst, van uniciteit van de kunstenaar, van een denkwijze die behoorde tot zich superieur voelende individuen. GRAV beschreef dit in heerlijke, oproerende teksten die nu als zo typerend voor de jaren zestig terug te lezen zijn. Met een gelukzalige glimlach op het gezicht neem ik ze door, op weg naar Heerlen waar het werk van GRAV centraal staat in de tentoonstelling Spielerei.

In SCHUNCK* zijn een fiks aantal kunstwerken opgesteld om mee te spelen. Spielerei is een grote tentoonstelling met historische en hedendaagse interactieve kunst. Groot vooral ook omdat als je alles wilt zien als het bedoeld is, dus overal mee ‘speelt’, het een tijdje duurt voordat je weer buiten staat. Niet alle kunst mag in werking gezet worden, veel interactieve kunst uit de jaren zestig heeft inmiddels teveel geleden, werkt niet meer of is te kwetsbaar (en inmiddels ook te kostbaar) geworden. Dat laatste maakt het historisch besef en belang van deze vorm van kunst gelijk goed duidelijk. 

Meschac Gaba

Te vaak gebeurt het dat gewone gebruiksartikelen uit Afrika verheven worden tot exotische kunst. Het is een moeilijk te omschrijven breuklijn, want vele artikelen zijn handvaardig goed in elkaar geknutseld. Is een mooie hoed uit Afrika uit de negentiende eeuw per sé kunst in Europa aan het begin van de eenentwintigste eeuw? Zijn de tijds- en plaatsgebondenheid van objecten niet ook belangrijke breuklijnen in de beslissingen over artistieke waarde? Deze vragen moeten ook gespeeld hebben in de gedachten van Jan Faber, curator van de tentoonstelling Afrika 010 in het Wereldmuseum in Rotterdam. Om bovenstaande vragen te beantwoorden is niet zo gemakkelijk. Toch probeerde Faber met de samenstelling van Afrika 010 een brug te slaan tussen de ambachtelijkheid van destijds en de conceptuele kunst van het hier en nu. Daarvoor gebruikte hij Meschac Gaba, een Afrikaanse kunstenaar die in Benin geboren is. Gaba woonde jarenlang in Rotterdam en studeerde in 1997 af aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunst. Voor Afrika 010 ontwierp hij speciaal dertien pruiken met als thema de architectonische blikvangers van Rotterdam. In zijn werkwijze verbindt hij Europa, Afrika en zelfs Noord-Amerika, maar hij staat ook daarmee op een gevaarlijke breuklijn. Welk prijskaartje hangt er aan ambachtelijkheid aan de ene kant en aan kunst aan de andere kant? 

Joost van den Toorn

Joost van den Toorn roept met zijn beelden tegengestelde reacties en emoties op; naast een glimlach en enige mate van vrolijkheid, ook pijnlijke herkenbaarheid van machtsmisbruik, kneveling en beklemmend conservatisme. Hij toont zijn universum, nu in het Groninger Museum en in het Keramiekmuseum te Leeuwarden..

Joost van den Toorn maakt zijn beelden veelal intuïtief, ze ontstaan al werkender wijs. Het gezochte toeval is daarbij van groot belang. Hij laat op grond van zijn taoïstische levensfilosofie de geest vloeien en exploiteert het onderbewuste als inspiratiebron. Hij droomt zijn beelden. Titels geeft hij er pas achteraf aan. En dan nog kunnen zij na verloop van tijd wijzigen. Voor hem zijn titels niet meer dan een indicatie van wat het beeld op dat moment aan associaties oproept.

De beschouwer van het werk van Van den Toorn, uit welk land of cultuur die ook komt, glimlacht maar ziet tevens dat de kunstenaar zich nauw betrokken voelt bij het leed van de wereld en de onmacht om daar wat anders aan te doen dan door middel van milde ironie, spot en relativering er het beste van te maken. Zijn beelden vertegenwoordigen iets van de ondraaglijke lichtheid van het bestaan: huilen en lachen over maatschappelijk en cultureel verval. Door bijvoorbeeld martelaren af te beelden, verbeeldt hij op indirecte wijze de achterliggende smarten. Hij gebruikt daarbij symbolen: dé kerk, hét kruis, dé slang, dé graal en hét kwaad in de persoon van de eens verafgode figuur Hitler. In die betekenis is Van den Toorn een symbolist en krijgen zijn beelden door het gebruik van een symbolentaal, een universele geldigheid.

Terugblik op Sonsbeek ‘16

De kritieken in de pers waren over het algemeen opvallend lovend. Sonsbeek ‘16 zou zich afdoende geprofileerd hebben met positief engagement ten aanzien van wereldproblemen. Met de getoonde “maatschappij-relevante kunst” zou ze direct aansluiten op de tijdgeest, die spreekt uit internationale mammoettentoonstellingen als de Documenta en de Biënnale van Venetië. Die tijdgeest zou er ook verantwoordelijk voor kunnen zijn, dat de elfde editie van Sonsbeek, gecureerd door het Indonesische collectief ruangrupa, een tamelijk middelmatige tentoonstelling met weinig visuele verrassingen is geworden. transACTION illustreert bovenal een houding ten opzichte van de wereld, die zowel vorm als inhoud aan zich ondergeschikt maakt.

Kunst, maatschappij-relevant of niet, draait altijd om een verbinding tussen inhoud en vorm. Wat wil je als kunstenaar zeggen en hoe zeg je het. Je kunt dingen benoemen, die algemeen bekend zijn of je weet nieuwe gezichtspunten of nieuwe feiten aan te dragen. Middels de gekozen vormgeving kun je de perceptie van de toeschouwer adequaat beïnvloeden of je maakt een dusdanig slechte keuze, dat er onbedoeld discrepanties ontstaan, die begrip van het kunstwerk in de weg staan. De curatoren van transACTION interpreteren deze cruciale balans tussen vorm en inhoud als een irrelevante bijdrage van een elitaire kunst, die zich vervreemd heeft van de samenleving. Het samenwerken zelf en het verbinden van bevolkingsgroepen komt prominent op de eerste plaats te staan. Inhoud en onderwerp verdringen aldus de vorm. Wellicht verklaart het, dat ik bedoelingen van Jan Rothuizen wel kan duiden maar onmogelijk kan zien wat er toegevoegd wordt aan het concept door te kiezen voor een reusachtig billboard in de Steile Tuin. Of waarom de installatie Vvest Life van KUNSTrePUBLIK, een stervormige tent van reddingsvesten, mij vooral onbehaaglijk stemt door de verbinding met de functie van podium voor samenzang in hooligan-stijl.

Kunstenfestival Watou 2016 

De ontmoeting van dichtkunst en beeldende kunst maakt van het kleine gehucht Watou in België jaarlijks een trekpleister voor kunstminnende reizigers. Als je bijtijds uit Nederland vertrekt, kun je de tentoonstelling in een dag bekijken. De bewegwijzering is zoals altijd perfect, zodat het echt een kunstroute is en geen tijdverslindende puzzeltocht. Helaas de politiek doet niet aan tradities daar een subsidiestop dit jaarlijks terugkerende fenomeen bedreigt.

De terrassen zitten vol op de zondag dat wij er aankomen en een parkeerplek is moeilijk te vinden. Al snel voel ik spijt dat we niet voor een doordeweekse dag kozen. Soms staan we in een rij om een kunstwerk te kunnen zien. Tijdens het kijken voel ik bij voorbaat nostalgie omdat dit de laatste editie kan zijn vanwege een subsidiestop.

Veel bekende namen komen we tegen, zoals Roy Villevoye, Yves Velter, Juan Muñoz, en vele anderen. Ik ken hun werk van andere tentoonstellingen en het verbaast mij dat ik nergens verveeld raak. De video Tierra van de performance-kunstenares Regina José Galindo uit Guatemala in het Gemeentehuis is nieuw voor mij en intrigeert me. Een vrouw staat naakt en kwetsbaar op een grasveld. Een enorme bulldozer schept de aarde steeds dieper rond haar weg, waardoor ze op een eiland komt te staan. Ze stelt zichzelf kwetsbaar op tegen een grotere macht waarvan ze nooit kan winnen en die haar langzaam maar zeker isoleert van haar omgeving. Het werk komt voort uit mededogen met de in vergetelheid geraakte slachtoffers van de massamoorden die Amerika pleegde in de jaren tachtig onder de Maya-bevolking in haar land. Angst voor het communisme verdrong iedere vorm van mededogen van deze grootmacht. De naakte vrouw representeert de uitgemoorde platgebrande dorpen; de bulldozer staat voor het nietsontziende geweld van Amerika. Als een grootmacht iets wil dan gebeurt het en zwijgt men er verder over. Op kleine schaal zie ik overeenkomst met wat nu in Watou gebeurt. Niemand wil dat de poëziezomers zoals ze vroeger heetten, stoppen, maar de politiek beslist en daar hielpen zelfs de 1.700 schriftelijke reacties met steunbetuiging niet tegen.

Landkunst in Brabant

Sinds 2006 verspreidt het ambitieuze programma Landkunst zich als een olievlek over de hele provincie Noord-Brabant. In de afgelopen jaren zijn er maar liefst 42 permanente en tijdelijke kunstprojecten gerealiseerd. Steeds stond daarbij het – opnieuw - betekenis geven van de ‘genius loci’, de geest van de plek, centraal. Het bkkc, dat als initiator van deze verbinding van land en kunst geldt, heeft zich in het kader van het programma Landkunst als mission statement ‘het samenbrengen van land, stad, natuur, erfgoed, cultuurhistorie en hedendaagse kunst’ gesteld.

Onder de titel Landkunstexpositie werden deze zomer in het eigen bkkc-huis kunstenaars die met natuurlijke landschappelijke materialen werken, gevraagd om deze te vertalen naar een tentoonstellingsruimte. Daarbij was niet exclusief het Brabantse land het uitgangspunt maar in zijn algemeenheid het werken vanuit en met materialen uit de natuurlijke omgeving. Het deelnemend Atelier NL dat gevormd wordt door de kunstenaars Nadine Sterk en Lonnie van Rijswijk deed onderzoek naar de samenstelling van de grond in de Noordoostpolder. Onderzoek en archivering van materialen werden getoond in twee zorgvuldig ingerichte laboratoriumachtige installaties waarin op een systematische manier het reilen en zeilen van het onderzoek is gerubriceerd en producten van het landschap,  zoals een servies uit de verschillende kleisoorten, die werden aangetroffen. Een serie foto’s van boeren met hun producten van het land heeft een tamelijk geromantiseerd karakter. In een provincie waarin 100% meer varkens dan mensen zijn gehuisvest is de jonge boer in smetteloos blauwe overall met een snoezig biggetje in zijn armen enigszins een anachronisme. Het zouden er dan toch op zijn minst twee moeten zijn.

Hybrid Modus 

Kloster Bredelar ligt in Marsberg, Duitsland. Een klein plaatsje waar je doorgaans weinig te zoeken hebt. Tenzij je vrouw daar natuurlijk vandaan komt zoals bij Dirk van den Broek. Dan vind je een reden bij te dragen aan de renovatie van dit klooster. Een Duits Nederlandse sculptuurtentoonstelling lijkt een mooie inwijding voor dit voormalige klooster dat nu als cultuurcentrum dienst doet. Dit jaar vindt de tweede editie plaats.

Een aantal beelden zo maar bij elkaar zetten, is natuurlijk niet spannend. Maar ook één tentoonstellingsconcept was niet voldoende voor Kloster Bredelar. Een concept over cureren en een symposium daaromtrent in Museum Beelden aan Zee gingen vooraf aan deze tentoonstelling. Curatoren moesten jong zijn met een eigen mening zodat de ogen van de gevestigde orde geopend zouden worden. Zes potentiele curatoren schreven een essay dat gebundeld werd in Bredelar Paper #1 Contemporary Sculpture in the Netherlands and Germany. Hieruit koos een jury twee personen die de tentoonstelling mochten vormgeven. Bas Hendrikx uit Nederland en Ursula Ströbele uit Duitsland kregen de eer.

De tentoonstelling zelf kreeg de naam Hybrid Modus met als onderschrift New positions in bio-, living- and digital sculpture. Onze reis naar Bredelar was niet voor niets. Ik zie een paar mooie werken, maar zoals altijd zie je ook werken waarbij je je afvraagt wat dit in vredesnaam met het tentoonstellingsconcept te maken heeft. Dat geldt niet voor The Mesh – strange strangers between life and non-life van Isabelle Andriessen. Het is een werk in progress waarin bepaalde materialen in combinatie met een temperatuur en vochtigheidsgraat paddenstoelen laat groeien of vergaan. Een beeld waarover je zowel kan struikelen, als dat het onzichtbare en onaanraakbare elementen bevat. Het is niet statisch. Paddenstoelen heb ik eerder gezien in de kunstwereld de laatste jaren, bijvoorbeeld in het werk van Zeger Reijers en ook anderen. Maar het is geen kopie, het is een andere invulling, ‘een transformatie’. 

Castillo verkrummelt macht

Dat doet de Spaanse kunstenaar Fernando Sánchez Castillo op zo’n creatieve en humoristische wijze dat de macht van dictators, in zijn geval vooral Franco, voor je ogen verdampt. Hij trekt met zijn beelden, installaties en video’s op schalkse wijze het vloerkleed onder de voeten van onaantastbaar geachte machthebbers weg. In het Stedelijk Museum ’s-Hertogenbosch was een halve zaal aan zijn werk gewijd. Maar het gaf voor uren kijkplezier.

Er zijn vele kunstenaars uit verleden – Jeroen Bosch bijvoorbeeld – en heden – Ai Weiwei of Steve McQueen om er maar twee te noemen – bij wie te zien is wat kunst vermag om grootheidswaan gecombineerd met politieke en militaire macht, op intellectuele en humorvolle wijze te kijk te zetten. Castillo doet dat ook. Hij slaagt erin om de voor een ieder herkenbare symboliek van de macht van kerk en staat tot een plasje water te reduceren, gelijk het jongetje dat als enige roept ‘Kijk, de keizer heeft geen kleren aan!’ Zo brengt hij Peruaanse militairen van een luchtmachtkapel zo ver dat zij op uiterst serieuze wijze ritmische muziek maken door stenen tegen elkaar te slaan en met een stok langs het kaakbeen van een ezel te strijken waarbij een militair vliegtuig als klankkast functioneert. Hij liet hen ook een soort balletpose uitvoeren op de landingsbaan van de vliegbasis. De macht ontmand.

Into Nature

Afgelopen zomer stond de provincie Drenthe in het teken van de kunstmanifestatie Into Nature. Verschillende landschapstypen en bijzondere locaties passeerden de revue, van het eeuwenoude gebied van de beeklandschappen Drentsche Aa en het veengebied in Friescheveen tot markante expositiegebouwen als de voormalige Rijksluchtvaartschool in Eelde. In Drenthe krijgen ze het voor elkaar, verschillende kunstinstellingen die samenwerken: het Drents Museum, Museum De Buitenplaats, Kunst in Kolderveen (KiK) en de Stichting Drenthe Kunst, Cultuur & Natuur. Waar een dunbevolkte provincie groot in kan zijn. De voormalige Rijksluchtvaartschool was vanaf het begin de basislocatie waar KIK een expositie zou inrichten.

Drenthe heeft nu zijn eigen kunstbiënnale en pakt het meteen groots aan. Ruim vijf jaar voorbereidingstijd was nodig om dit huzarenstuk voor elkaar te krijgen. Maar het resultaat mocht er zijn: 34 kunstenaars, 17 locaties. De biënnale strekt zich uit over een groot gebied. Wandelend doe je er minimaal vier dagen over. Met de fiets drie dagen en twee dagen met de auto. Je kon ook een rondvlucht nemen vanaf vliegveld Eelde.

In de stad Assen was werk te bewonderen van Mark Dion, Theo Goedvriend, Sjoerd Buisman en Numen/For Use. Van Dion is op meerdere locaties werk te zien. Dion is een echte verzamelaar. In de jaren negentig van de vorige eeuw werd hij bekend toen hij achtereenvolgens de Canal Grande in Venetië en de Theems in London gedeeltelijk droog liet dreggen op zoek naar bijzondere bodemvondsten. In De Nieuwe Kolk en het Drents Museum focust hij zich op de problematische relatie tussen mens en zijn omgeving in onze tijd. Vogels besmeurd met teer refereren aan milieurampen. Sjoerd Buisman kan wel de nestor genoemd worden onder de kunstenaars die de natuur zelf als materiaal hanteert. Het uitbreiden van het beeldend arsenaal van de natuur voert hij uit door het manipuleren van bomen door ze bijvoorbeeld horizontaal te laten groeien. Zijn werken zijn levend en groeien letterlijk. Van Buisman waren verschillende sculpturen te zien, maar ook zijn zogenaamde ‘manipulaties’. In de vijver van het Jacob Cremerpark staat een wilgenpalissade die transformeerde van een kale geometrische structuur naar een groene tent. De Gouverneurstuin is het podium voor de Weense kunstenaarsgroep Numen/For Use.  Met tape en plastic folie werd een enorm spinnenweb gesponnen tussen bomen. Dit is zo sterk dat de bezoekers letterlijk in het kunstwerk konden lopen, gevangen door een gigantische tarantula. 

Hedda Willem Buijs

In Galerie de Paardenstal in Espel sluit beeldend vormgever Hedda Willem Buijs dit jaar zijn vijftigjarige loopbaan af met een verkooptentoonstelling van de laatst overgebleven vrije werken. Sculpturen in roestvrij staal, vol spanning en schwung. Op een fraaie manier geplaatst in de mooie tuin van de galerie.

Bekend werd hij met zijn bollen van brons en aluminium, met diepe scheuren en gladde noppen in hun ruwe huid. Bedoeld als kleinere tastobjecten voor blinden, maar al snel de lieveling van particulieren en opdrachtgevers voor groter werk in de openbare ruimte. Ook Prins Bernhard viel er op, toen hij een cadeau mocht kiezen voor zijn afscheid bij de Hoogovens. Die bol staat nu als een stuk uit een verdwenen tijdperk tussen hedendaagse werken in de tuin van paleis Soestdijk. De verleiding is dan groot de impact van dit veertig jaar oude object af te meten aan die van de nieuwere werken die de bol omringen. Buijs heeft niets met de verhalende of geëngageerde inhoud van veel hedendaagse kunst. Het is interessant zo de polen in de ontwikkeling van Nederlandse ruimtelijke kunst te zien. Het verankerde werk van Buijs tegenover het laconieke, tastende nieuwe ter plaatse, om nog niet te spreken van de grotere context van de hedendaagse kunst waarin de relatie met publiek en maatschappij wordt gezocht.

Het atelier: Hanneke Zwart

De kunstenaar in het atelier vormt van oudsher een tot de verbeelding sprekend thema. Het ligt in de aard van het kunstwerk besloten de nieuwsgierigheid van de kijker te prikkelen. Eenmaal geprikkeld laat de drang om begrip te verwerven zich echter nauwelijks begrenzen. Zo verplaatst het focuspunt van de aandacht zich van het kunstwerk naar de maker ervan. En daar het tamelijk moeilijk is de ander rechtstreeks in het hoofd te kijken, richt de aandacht zich vervolgens op het atelier. Via deze omtrekkende beweging, die een kijkje in de keuken van de kunst heet te geven,  proberen we dieper door te dringen in de betekenissen van het kunstwerk. Maar hoe verhoudt de kunstenaar zich zelf tot zijn werkomgeving?

We ontmoeten Hanneke Zwart in haar atelier onder de Nieuwe Molen in Veenendaal.

Ze is net terug na een lange reis door Marokko en de indrukken van kleurige steden en onherbergzame zandwoestijnen zijn nog niet naar de achtergrond gedrongen door die van het kleinstedelijke Veenendaal. “Ik heb tijden toegeleefd naar die reis, maar nauwelijks op weg werd ik gepolst voor een opdracht. Een vervelend dilemma, want dit soort opdrachten zijn niet enkel interessant als bron van inkomsten, maar betekenen ook een uitbouw van contacten, een kennismaking met bedrijven en het exploreren van nieuwe kanten van de thematiek in je werken. Vroeger zou ik waarschijnlijk alles opzij gezet hebben om de opdracht te accepteren, maar op dit moment in mijn leven vormde de behoefte aan nieuwe impressies een absolute prioriteit”. Hanneke Zwart neemt haar vak serieus, een zelf aangegane verplichting om het maximale uit het vak te halen. Dat betekent ook chronische ontevredenheid, wanneer de neiging tot perfectionisme door de werkelijkheid gefrustreerd wordt. Een grondhouding die zich ook weerspiegelt in haar werkomgeving. 

Deventer Raamwerk: gemeenschapskunst in optima forma

Het nieuwe stadhuis in Deventer dat in april 2016 officieel werd geopend, kent een lange en roerige ontstaansgeschiedenis. Er zijn in de afgelopen decennia niet alleen twee eerdere ontwerpen gesneuveld, maar er zijn zelfs twee colleges over gestruikeld. Toen het jongste plan van Michiel Riedijk van Neutelings en Riedijk Architecten in 2012 met een nipte meerderheid door de zittende gemeenteraad werd goedgekeurd, reageerden veel doorsnee Deventenaren ronduit vijandig. De voornaamste bezwaren golden de torenhoge bouwkosten. Nu, slechts vier jaar later, is die negatieve stemming omgeslagen in een breed gevoelde trots op ‘hun’ unieke stadhuis. Niet minder dan een klein wonder, waarin de briljante invulling van de raampartijen van de hand van Loes ten Anscher een beslissende rol heeft gespeeld. Schuin tegenover de gotische Lebuiniuskerk, op de plek waar jarenlang de oude schouwburg stond te verkrotten, is een schitterende stadsinbreiding gerealiseerd, inclusief een besloten forum (de Burgemeestershof) en een daglichtrijke passage. Een prachtig nieuwbouwproject dat de aangrenzende historische panden niet alleen functioneel, maar ook esthetisch verbindt. Dat laatste komt vooral door de spannende geleding van het in eikenhout uitgevoerde raster van de gevel aan het Grote Kerkhof, vormgegeven volgens de verhouding van de Gulden Snede. Het onmiskenbaar moderne gebouw past door zijn harmonieuze verhoudingen als vanzelfsprekend in zijn historische omgeving. Maar tegelijkertijd is er een ander intrigerend element dat de aandacht onontkoombaar vangt: wat is dat voor spannend filigrein dat in ieder kozijn is aangebracht? Waarom hebben die strenge ramen en rasters ieder voor zich een ander en uniek lijnenpatroon? Lees een uitgebreide versie van dit artikel…

Comments