Beelden 1#2017

Beeldenmagazine 1#2017, jaargang 20, nr 77

Redactioneel

De politiek speelt deze dagen een grote rol. Bij de deadline van dit nummer was de uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen nog onbekend. Ik ben benieuwd welke kant het uit is gegaan. Sinds Donald Trump president van de Verenigde Staten werd, is het gezegde ‘een man een man, een woord een woord’ zeer letterlijk. Zijn daden liggen in het verlengde van wat hij in de verkiezingsstrijd beloofde. Dat kan een goed ding zijn als je een integer politicus bent, maar aan Trumps integriteit wordt getwijfeld.

Ons land heeft, gelukkig, een ander politiek systeem. Geen ‘the winner takes it all’. Politieke partijen bij ons behaalden tot nu toe geen absolute meerderheid, daardoor worden partijen gedwongen tot samenwerken. Verkiezingsbeloften verdwijnen in het compromis, dat is jammer als het om goede beloften gaat, maar goed als het om beloften gaat waar slechts een kleine groep beter van wordt.

Gezien de peilingen op het moment dat ik dit schrijf gaat Geert Wilders, denk ik, niet de meerderheid halen en dat is voor de kunsten (en veel andere zaken) maar goed ook. Op het befaamde A4tje met zijn partijprogramma staat expliciet dat er wat hem betreft geen geld naar ontwikkelingshulp, windmolens, innovatie, omroep en de kunsten gaat. Als Wilders zijn woorden ook in daden zou omzetten, zou dat betekenen dat hij bijvoorbeeld naast alle moskeeën en islamitische scholen ook alle musea, kunstinstellingen en kunstopleidingen sluit. Bijna te bizar voor woorden. Lees meer...

Kunst in de provincie: Noord Holland

Noord Holland kent een onafzienbare reeks kunstinstellingen en musea. Samen met Zuid Holland incasseert de provincie 75% van het complete Nederlandse museumbezoek. Musea als die in Alkmaar en Bergen zijn parels in ons nationale landschap van middelgrote culturele voorzieningen. Alkmaar excelleert in de inventiviteit van haar historische opstellingen en maakt mooie tentoonstellingen over moderne kunst en de Bergense School. Museum Kranenburgh blinkt uit in opzienbarende thematentoonstellingen en heeft een mooie collectie beelden buiten. Haarlem heeft de Hallen, waar een wat cryptisch programma draait. In Amsterdam vind je naast de grote musea met hun blockbusters een relatief hoog aantal presentatieplekken voor jonge kunstenaars, en ruimten voor projecten die vooral interessant zijn voor mensen uit het vakgebied. Zo is P/////AKT in Amsterdam een organisatie die beginnende kunstenaars uitnodigt ‘om een eigen mentale ruimte te creëren in de fysieke ruimte van P/////AKT. Dat is een loods aan het Zeeburgerpad, aangeduid met een ouderwets letterbord waarop bij mijn bezoek de tekst manhours in head quarters staat. Ik duw wat weifelend tegen de deur en ja, dit is de ruimte van P/////akt. Hier toont Evita Vasiljeva een vreemdsoortige enscenering van objecten in het kader van het project Thinging. Ik zie beton elementen. Verbrokkeld. Bij elkaar gehouden door tiewraps en sjorbanden, met een tl buis er boven. Het uitstekende betonijzer van wat staande elementen vormt mooie ruimtelijke figuren. Hier en daar ligt was los materiaal, platen van aluminium en ijzer, een brok beton besmeurt met een lik gele verf. Een motortje dat een constante brom produceert, geeft de ruimte rust. Een muur is beplakt met een vel waarop onleesbare teksten over een ingepakt object drijven. Thinging is het denken met de dingen, over de dingen, lees ik. Dat kan ik volgen. Hier staat een aantal objecten die betekenis krijgen door naar zichzelf te verwijzen, als dingen die slechts deze dingen zijn. Maar Thinging is ook denken met de dingen ‘als een methode om het model van een solotentoonstelling in te zetten als een geactiveerde omgeving’, staat er. 

Jelle Korevaar 

Kunstenaars die de gebaande paden verlaten en het avontuur aangaan, ontwikkelen vaak spannende cross-overs. Door zich op een totaal ander medium te richten dan waartoe ze zijn opgeleid of door een bijzondere mix van media toe te passen, krijgt hun werk een nieuwe dimensie. Jelle Korevaar was na zijn opleiding tot maatschappelijk werker een tijdje werkzaam in de gehandicaptenzorg. Toen dat minder beviel, schreef hij zich in voor een docentenopleiding aan de Hogeschool voor de Kunsten Artez. Docent is Korevaar nooit geworden, maar wel de maker van fraaie, kinetische objecten vol techniek en symboliek. Langs een dijk in Sliedrecht woont Jelle Korevaar. Ga je daar een zijstraatje in dan duikt de weg naar beneden. Onderaan ligt een klein huisje met daarachter een loods annex atelier; daar werkt hij.
Waarom kinetische kunst?
“Als kind zag ik ooit op tv – in het programma Klokhuis of het Jeugdjournaal dat herinner ik me niet meer - een filmpje over Christiaan Zwanikken. Later zag ik ook nog enorme lopende beelden in een kerk. Die beelden staan nog steeds in mijn geheugen gegrift. Ook vond ik het altijd tof om met beweging te spelen; ik weet nog dat ik een staaf in de accutol van mijn vader had gedaan met aan het uiteinde een fietsketting, waarmee ik in een bak met water stond te spelen. Dit tot zijn ongenoegen.“

Christiaan Zwanikken

Christiaan Zwanikken is een fenomeen. In de gigantische turbinehal van de elektriciteitscentrale in Den Haag is een grote overzichtstentoonstelling van zijn werk te zien. Eigenlijk is het woord tentoonstelling hier niet op zijn plaats; Zwanikken Fabriek is een groot kunstproject, een plek waar mens, dier, plant en technologie evolueren tot een wereld die balanceert tussen fictie en werkelijkheid. Bij binnenkomst wordt je overvallen door computergestuurde skeletten, bewegende schedels, opgezette dieren, vermenselijkte machines, geuren van laurier of vulkanisch gerommel. Het is te veel om op te noemen, een appel aan alle zintuigen. Zwanikken bewijst dat de wereld maakbaar is, althans zijn wereld. En de toeschouwer wordt meegesleept in een gebeuren dat het midden houdt tussen een sprookje en een horror story. In de wereld van Christiaan Zwanikken is de fysieke samensmelting van mens en machine, cybernetica, alom aanwezig. Maar ook dieren, planten, natuur en zelfs aarde worden door hem computergestuurd in beweging gebracht en zo zijn we direct getuigen van een kunstmatige evolutie. Ik moest meteen denken aan een vroeg werk van Floris Kaayk, een video waarin mensen transformeren in machines; in opengereten lichamen blijken zich radertjes, schroeven en tandwielen te bevinden. De machines, robots en computers van Zwanikken stellen ons de vraag: waar is de mens toe in staat? Gaat de vooruitgang eeuwig door? Is alles maakbaar of dan toch minstens manipuleerbaar? Of zijn het toch uiteindelijk de natuurlijke processen die de ontwikkeling van leven bepalen? 

Move On

Het is een feest van herkenning om iconische werken van Carel Visser, Panamarenko, Constant, Gerrit van Bakel en Tom Claassen verzameld te zien. Er is naar samenhang in de tentoonstelling gezocht op basis van gemeenschappelijkheid in de interpretatie van het verschijnsel beweging. Met Move On heeft het Kröller-Müller Museum haar publiek een aangenaam lichtvoetige beleving van de werken van genoemde kunstenaars voorgeschoteld. Maar soms zijn lichtvoetigheid en oppervlakkigheid maar een schrede van elkaar verwijderd. Beweging of de suggestie van beweging bepaalt in belangrijke mate de aantrekkingskracht van de getoonde werken en het is ongetwijfeld een amusante ingeving om die snelheid of traagheid ook een vorm te laten krijgen in de hele opzet van de tentoonstelling. Vijf kunstenaars die vertegenwoordigd worden met drie à vier werken en dat verdeeld over verschillende zalen. Met een looprichting die start bij de bijna volkomen inerte massa van Tom Claasens’ knuffelbeest om gaandeweg te versnellen en uit te komen bij een rubberen raceauto van Panamarenko. Zo zou Move On in toenemend tempo de verbeelding in gang zetten. Van zeer traag tot sneller dan het licht. Niet geheel ongevoelig voor de suggestie van de tentoonstellingsmaker ben ik mijn rondes door de tentoonstellingsruimten gaan versnellen. Tot ik op mijn vierde ronde werd aangesproken door een verontruste suppoost die wilde weten wat ik nu eigenlijk wel aan het doen was. Mijn uitleg droeg maar in zeer beperkte mate bij aan zijn gemoedsrust. Hij verklaarde de strikte opdracht te hebben gekregen proactief te handelen bij afwijkend gedrag. Een museum mag dan een tempel van de verbeelding zijn, maar de verbeelding moet zich wel invoegen in het museumbeleid en de visie die er achter schuilgaat. Daar wringt het een beetje want verbeelding heeft altijd de neiging om buiten haar oevers te treden. 

Martin Creed

Dichtbij de ingang van het prachtige nieuwe museum kom je een rijtje boompjes tegen. Vier inheemse bomen zijn het, verschillend van soort en maat. Wat onbeholpen staan ze daar, gerangschikt van laag naar hoog. Ze zien er nogal onbenullig uit in de context van het uitgekiende tuinplan van landschapsarchitect Piet Oudolf en de oude hoge bomen van park Voorlinden. Het is werk no. 2792 van de Britse kunstenaar Martin Creed. Deze winnaar van de Turnerprize 2001 is de tweede solo exposant in Voorlinden. In de ruime lichte hal van het museum vermengen flarden muziek uit de verte zich met onduidbare andere geluiden. Achter een glazen wand verdringen blauwe ballonnen elkaar. Middels die blauwe deinende massa stap je Martin Creed’s wonderlijke wereld binnen. Zo tussen de ballonnen lost je gevoel van feestelijkheid snel op, je wilt er alleen nog maar uit! De uitgang vinden, is benauwend en niet makkelijk. 

Eylem Aladogan

Wat het oog ziet, het hart raakt en de geest beroert: in vereniging zijn het de metafysische geleiders die de hand sturen en het beeld vormen. In de kunstgeschiedenis zijn veel kunstenaars gegrepen door het Bijbelse verhaal waarin Jakob met de engel worstelt. Dit verhaal geldt als het symbool van hun strijd met de materie bij het ontstaan van het kunstwerk. Het symboliseert de wil van de kunstenaar om de massa tot bepaalde vormen om te buigen waarbij de kunstenaar zelf de begenadigde of de gezegende wordt. Eylem Aladogan is zo’n kunstenaar die met kracht en tegenkracht op een onnavolgbare manier weerstand weet te overwinnen. Het monumentale sculptuur Heart of Steel (Fire at Will) dat zij dit voorjaar in Museum De Pont ten doop houdt, is een zeer uitgesproken en krachtige sculptuur. Een schuin in de ruimte staande stapeling van min of meer geometrisch gevormde balken van klei wordt met een enorm hakmes doormidden gekliefd. Het mes snijdt als een zwaard door de aarde, rijt haar open, doet haar gestructureerde opbouw geweld aan en vervormt haar in diffuse ondefinieerbare brokken die nog maar vaag herinneren aan hun eerdere verschijningsvorm in geordende samenhang. Er zit iets ondefinieerbaar weemoedigs in het beeld. Het mes dat splijt, is tegelijkertijd de dragende stut voor de gespleten materie. Beul en slachtoffer in een innige en van elkaar afhankelijke omhelzing. Tot elkaar veroordeeld om overeind te blijven. 

Verspijkerd en Verzaagd

Met de tentoonstelling Verspijkerd en Verzaagd in het Noord-Brabants Museum is het de eerste keer dat er een tentoonstelling is gemaakt rond de heiligenbeelden die tot de jaren zestig van de vorige eeuw de Nederlandse rooms-katholieke kerken en huizen sierden. Deze massaal geproduceerde, goedkope gipsen beelden vervulden een belangrijke rol binnen de volksdevotie en de geloofsbeleving van het gezin. Door secularisatie en ontkerkelijking en mede onder invloed van het Tweede Vaticaans Concilie in 1962 kwam daaraan een eind. De inmiddels 88-jarige Bossche kunstenaar en gewezen priesterstudent Jacques Frenken was de pionier die met hamer en zaag midden jaren zestig de devotiebeelden een nieuwe betekenis gaf als kunstwerk. Waarmee hij zowel een startschot gaf aan de pop-art in Nederland als zich een adept van serialiteit in de sculptuur toonde. De samenstelling en organisatie was in handen van twee gastconservatoren, de kunsthistoricus Joost de Wal en kunstenaar Wout Herfkens. Voor de meeste (gewezen) katholieken zal de tentoonstelling Verspijkerd en Verzaagd rondom Jacques Frenken en latere tijdgenoten een feest van herkenning zijn. Maar het is ook zeker niet ondenkbaar dat er nog een aantal van een oudere generatie zal zijn die moeite zal hebben met de manier waarop de heiligenbeelden uit hun jeugd een gedaanteverwisseling hebben ondergaan. Uitgaande van de sculpturale en beeldende betekenis is de tentoonstelling rondom de heiligenbeelden een afwisselende wereld van verbeelding die soms hilarisch en soms melancholiek stemt. Twintig kunstenaars (waaronder opmerkelijk  genoeg slechts één vrouw) laten 43 beelden zien waarin het gewezen devotiebeeld een nieuwe rol heeft gekregen.

Joseph Klibansky

Museum de Fundatie vormt van 28 januari tot en met 14 mei het toneel voor Joseph Klibansky, naar eigen zeggen een nieuwe ster aan het firmament der kunsten. Bij sommige tentoonstellingen heb je het idee dat je ze al hebt gezien voordat je er bent geweest. Leap of Faith van Joseph Klibansky is daar een voorbeeld van. Voorafgaande aan de opening kon je geen krant openslaan of tv-zender aanzetten of je werd geconfronteerd met de kunstenaar en zijn werk. Alle complimenten dus voor de p.r.-afdeling van de Fundatie, die het aardig lukte een ‘hype’ te creëren, terwijl de kunstenaar voor veel kunstliefhebbers tot dan toe een onbekende was wiens werk nog zelden in een openbare (museale) presentatie te zien was. De kiem voor die snelle roem was natuurlijk al gelegd, door de kunstenaar zelf, onder meer door handig gebruik te maken van de mogelijkheden van de sociale media.

Silvia B.

Tot en met 7 mei is in het Rijksmuseum Twenthe nog de eerste overzichtstentoonstelling van het buitenissige, beeldende universum van Silvia B. te zien. De hybride wezentjes die zij met veel oog voor detail construeert, zetten veel bezoekers op het verkeerde been. Wat zijn dit voor vreemde beelden en wat wil de maakster ervan ons in hemelsnaam vertellen? Ondanks de verleidelijke esthetiek van haar kleine mensdieren of diermensen schuilt er bijna altijd een verwijzing naar decadentie en verval in dit werk. Op het snijvlak van hyperrealisme en boze sprookjes construeert Silvia B. eigentijdse fabelfiguren die onze zogenaamde beschaving in een somber daglicht stellen. In de jaren dat zij nog op zoek was naar een eigen beeldtaal, stuitte de kunstenares bij toeval op een bizar gebruiksvoorwerp: op een rommelmarkt in Rotterdam kocht ze in 1996 een mottig gordeldier, waarvan nota bene een naaimandje was gemaakt. Sindsdien verzamelt ze de meest uiteenlopende dierlijke curiosa: flesopeners gemaakt van hertenpoten, hoornen bekers en artefacten, kleding van bont, hoedjes gemaakt van veren, tassen van reptielenleer en wat dies meer zij. Deze steeds verder uitdijende verzameling gebruiksvoorwerpen gemaakt van dieren of dierlijke resten, bepaalt sindsdien de richting van haar werk. Onder de titel La vie est si gênante is haar ‘bonte’ collectie in Enschede uitdagend uitgestald in een grote halfopen ruimte. Dit rariteitenkabinet vormt een stilzwijgende, maar overtuigende aanklacht tegen de manier waarop mensen met dieren omgaan.

Rafelranden van Schoonheid

Het Textielmuseum in Tilburg vertoont met Rafelranden van Schoonheid het resultaat van zijn collectie-opdrachtenbeleid. Een mooie manier om uit te breiden, maar tegelijk een controverse in de museumwereld. Deze tentoonstelling gaat niet alleen om de losse ‘rafelranden’ van stoffen of toevallige ‘rafelranden’ van de hedendaagse samenleving, maar ook om het doelbewuste oprekken van wat als ‘schoonheid’ gezien kan worden. Textielkunstenaars die ‘rafelranden’ laten zien en anderen die juist ‘rafelranden’ verstoppen zijn uitgenodigd om deel te nemen aan deze tentoonstelling. Ze moesten voor hun opdrachtwerken doelbewust gebruikmaken van textiele technieken die ze in het TextielLab van het museum konden ontwikkelen. Deze voorwaarde maakt de opdrachten bijzonder. Filmpjes over de werkwijze van elke kunstenaar laten echter zien dat de praktijk iets anders verloopt dan voorzien. De kunstwerken ontwikkelden zich meestal tussen het TextielLab en de ateliers. Gelukkig was er tijd en ruimte genoeg om te experimenteren. Twee opmerkelijke tegenpolen in de tentoonstelling zijn ‘rafelranden’ tegenover lubricatie en ‘fascinatie’ tegenover ‘schoonheid’ . In de laatste zaal van de tentoonstelling is een interactieve installatie aangebracht. Door het spannen van wollen draden tussen spijkers kunnen bezoekers een oordeel geven over hun kijkervaringen. Vind je een kunstwerk ‘fascinerend’, pak dan een rode klos en span het wollen touwtje tussen de vijf opties ‘meest’, ‘meer’, ‘gemiddeld’, ‘minder’ en ‘minst’. Vind je iemands werk ‘mooi’, pak dan een blauwe klos en herhaal hetzelfde type spanwerk tussen de uitersten. Herhaal dit ook met groen voor vrolijkheid tot een kleurrijk geheel ontstaat: een vlijtig handwerkje als commentaar.

Jan Snoeck  

De kleurrijke keramische beelden van Jan Snoeck zijn nauwelijks meer weg te denken uit het Nederlandse straatbeeld. Meestal zijn het gestileerde mens- en dierfiguren: zitters, liggers of lopers met uitvergrote hoofden en neuzen. Soms ontstaan ook keramische zuilen waarop door middel van figuren een verhaal wordt verteld. De essentie van het werk van Jan Snoeck is het poëtische karakter van de figuren: in zichzelf gekeerd, met een glimlach om de lippen, verbaasd kijkend. Veel van zijn sculpturen zijn te rangschikken onder straatmeubilair, zodat de figuren een meervoudige functie krijgen, terwijl tekens in zijn werk verwijzen naar het leven en de dood. De beelden zijn opgebouwd uit geglazuurde kleurvlakken die van elkaar gescheiden zijn door verdiepte lijnen. Het gebruik van primaire kleuren (of zwart-wit) en een verregaande vereenvoudiging zijn de meest opvallende kenmerken van de sculpturen. Hoewel Snoeck veel geëxperimenteerd heeft met steen, beton en metaal prefereerde hij uiteindelijk de kneedbare klei. Tot nu toe dan. Want in de recente tentoonstelling in Museum Jan van der Togt komt een andere kant van de 90-jarige kunstenaar naar voren: het gebruik van karton en objets trouvés, resulterend in collages die portretten en maskers laten zien. De tentoonstelling Phantasme met werk van de laatste acht jaar beslaat slechts één zaal. En dat is beslist te weinig voor de hoeveelheid werk. Te vol en te dicht op elkaar waardoor het zicht op de werken wordt belemmerd en er te weinig ruimte is om goed afstand te nemen want er is behoorlijk veel te zien. Met de mens als uitgangspunt ontstonden reeksen portretten en maskers, maar ook een grote serie ‘ingesneden’ foto’s, glasobjecten en keramische figuren. De titel van de tentoonstelling – die tevens de titel van het begeleidende nieuwe boek is – verwijst naar de kunstenaar zelf. “Mijn hele leven ben ik achtervolgd door fantasme, dromen. Ik kan mij een leven zonder Phantasmes niet voorstellen’, zegt hij in het korte interview in het boek.

Over de grens

Op YouTube rouleert een prachtig filmpje van de Deense televisiezender TV2 met de titel What happens when we stop putting people in boxes. Het laat een doorsnee groep mensen uit Denemarken zien, ze zijn onderverdeeld en gepositioneerd in kaders die zijn opgetekend op de vloer. Het zijn de hokjes waarin de samenleving ons opdeelt: de veelverdieners; hen die dicht bij de armoedegrens leven; de oorspronkelijke bewoners van het land; de nieuwe bewoners; mensen met een bepaald geloof. Als ze opgedeeld en wel staan krijgen ze vragen als: ‘wie is een stiefouder?’, ‘wie voelt zich eenzaam?’, ‘wie is verliefd?’, ‘wie houdt er van dansen?’… Wie zich herkent in een vraag loopt vanuit het eigen hokje naar een andere hoek. En bij iedere stap die ieder mens er neemt wordt voelbaar: er is toch echt zoiets als ‘ons’. Het is een adembenemend filmpje. Mooi, heftig en emotioneel. Zoals alleen openbaringen kunnen zijn die je laten zien wat je al lang wist maar waarvan de boodschap in een nieuwe vorm je via kunst tot tranen toe kan raken. Het filmpje speelde door mijn hoofd vanaf de eerste stap die ik zette in de tentoonstelling Over de grens, samengesteld door Anne Berk in Museum De Domijnen in Sittard. ‘Grenzen is mensenwerk’, stelt de catalogustekst, ‘mensen trekken zich terug in traditionele verbanden met een herkenbaar wij-gevoel. Kunstenaars kijken over de grenzen heen en slaan een brug naar de ander’. In deze setting selecteerde de gastcurator de kunstenaars Brele Scholz, Jaap de Ruig, Roy Villevoye & Jan Dietvorst. De werken van Jaap de Ruig zijn te zien als een verslag van het leven en de cultuur van woonwagenbewoners, in foto’s, films en miniaturen van woonwagens, deels gemaakt door henzelf. Van de samenwerking tussen Villevoye en Dietvorst zijn in de tentoonstelling foto’s, films en hyperrealistische beelden opgenomen in het kader van hun reizen naar de Asmat. Over de grens gaat over ontdekkingsreizen naar andere culturen, over jarenlange vriendschappen tussen ettelijke kilometers die meer overeenkomsten opleveren dan verschillen tussen mensen. 

Sol Lewitt

Mijn zoektocht naar Walldrawing nr. 621 bracht mij in contact met (ex)medewerkers van Aegon maar ook met iets bijzonders dat ik vond tijdens mijn bezoek aan de tentoonstelling Sol LeWitt, A Tribute in het GEM te Den Haag. LeWitt’s politieke statement uit 1970 geeft aan dat hij niet alleen een kunstenaar met een geweldig talent was maar ook dat hij zijn principes wilde ventileren. De brief is speciaal voor het eerste nummer van Beelden van dit jaar uit de vitrine gehaald en gefotografeerd. Sol LeWitt wordt gezien als de grondlegger van de conceptuele kunst, omdat hij als een van de eersten het idee voor een kunstwerk aanmerkelijk belangrijker vond dan de uitvoering. “Het idee wordt een machine die de kunst maakt”, meende LeWitt. Hij wilde zijn werk niet laten beïnvloeden door welke traditie dan ook. Minimal art, de eenvoud van vorm en kleur, de heldere logica en herkenbare behoefte aan overzicht, reflectie en bezinning had zijn passie.

Yinka Shonibare

Op de laatste dag van de solotentoonstelling Paradise Beyond van de Brits-Nigeriaanse kunstenaar Yinka Shonibare MBE zijn nog veel mensen afgekomen. Samen met Vlisco 1.1 Un à Un was deze tentoonstelling een schot in de roos voor het Gemeentemuseum Helmond. Shonibare gebruikt Vlisco’s kleurrijke stoffen met Afrikaans ogende prints. Hij maakt kledingontwerpen uit het koloniale tijdperk, maar hij is geen modeontwerper. Hij is een kunstenaar die door middel van kleding, beelden, installaties, schilderijen en films de aandacht vestigt op wringende zaken als identiteit en kolonialisme. Dat zijn ook de elementen van zijn eigen herkomst. Shonibare is geboren in Londen, groeide op in Lagos en keerde op zijn zeventiende terug voor een kunstopleiding. Hij raakte als student invalide, maar studeerde toch af. In Londen werd in de jaren daarna voortdurend van hem verwacht dat hij Afrikaanse kunst zou maken vanwege zijn Afrikaanse achtergrond. Experimenten met ‘Dutch Wax’ uit Helmond volgden. Hij had de stoffen op de Londense Brixton Market gekocht. Shonibare’s aandacht ging uit naar stereotypen. Hoe kon hij Afrika weer dekoloniseren door deze stoffen te gebruiken? Zijn werk werd opgemerkt door de broers Saatchi. Internationaal breekt hij in 2002 door op Documenta 11 met Gallantry and Criminal Conversation. Het werk was even provocerend als speels. Nu, vijftien jaar later, verleidt Shonibare nog steeds zijn publiek met etalagepoppen gekleed in stijlen uit de pruikentijd die genaaid zijn in kleurrijke ‘Dutch Wax’. De poppen zijn meestal zonder hoofd. Ze verwijzen naar de onthoofding van Marie Antoinette en Lodewijk XVI, die hun macht af moesten staan aan het volk. In de installatie The Pursuit uit 2007 ontmoeten twee geliefden uit de Franse aristocratie elkaar bij een rozenboom. Mijn hart mist een slag, want ik herken in de pumps de stof van een jurk van mijn oma’s bediende op de boerderij in de Oranje Vrijstaat. We noemden die goedkope blauwe katoenstof bedrukt met fijne witte patroontjes destijds sis. Jurken van sis. Vandaag de dag gaat dezelfde stof door onder de naam shweshwe fabrics. Lees meer...

Richard Long

Richard Long In Museum Nairac in Barneveld; hoe bijzonder kan het zijn? Bij mijn bezoek leer ik dat de mooie, stille tentoonstelling van prenten een collectie betreft van Gerard Vermeulen uit Nijmegen. In 1976 zag hij voor het eerst een Stone Circle in het Louisiana Museum bij Kopenhagen. De cirkel werd omringd door grote, heftige  schilderijen van de Amerikaanse Color Field schilder Morris Louis. Voor Vermeulen vielen ze in het niet bij het werk van Long. Daarin herkende hij iets groots zonder woorden te kunnen vinden voor wat er nou precies aan hem werd onthuld. Bij hun ontmoeting tien jaar later is er meteen een klik. Long en Vermeulen worden vrienden. In de jaren die volgen, ontstaat de verzameling die tot 4 februari in Nairac te zien was. Richard Long is een Land Art kunstenaar die uitgaat van de menselijke maat. Voor hem is zijn lichaam en fysieke actieradius het uitgangspunt. Van kleins af aan speelde hij met de modder in de rivier de Avon bij zijn geboorteplaats Bristol. Nu schildert hij er mee. Met zijn handen slaat hij de klei tegen muren. Hij reist en maakt wandelingen waarvan hij de omvang tevoren bepaalt. Tijdens het lopen verzamelt hij materiaal dat hij later omvormt tot lijnen, golven, cirkels en spiralen. Rechtstreeks in het landschap maakt hij ordeningen met rotsblokken en grond, die hij fotografeert en weer uitwist. Hij raapt een kiezel op. Verderop verwisselt hij de kiezel voor een veer, weer later de veer voor een wortel, de wortel voor een stok.

HazArt

Het kunstenaarsinitiatief HazArt in Soest bestaat 25 jaar. Reden voor een feestje. Ruim honderd kunstenaars die de afgelopen 25 jaar één of meer keren exposeerden bij HazArt werden gevraagd voor een jubileumtentoonstelling met de titel Out of the box. De respons was zo groot dat werd besloten er een drieluik van te maken. Ik zag Out of the box II. In de prachtige galerie van HazArt, gedeeltelijk onder de grond gelegen maar toch met daglicht en uitzicht, vallen twee dingen onmiddellijk op: de grote diversiteit en de ambachtelijkheid. De organisatoren hebben er goed aan gedaan om bij drie grote groepstentoonstellingen geen poging te doen om te thematiseren. De selectie van Out of the box II laat juist de enorme diversiteit zien in materiaalgebruik, thema's en attitudes van de kunstenaars. Figuratie en abstractie wisselen elkaar af; materialen als hout, steen, ijzer, kunststoffen, brons, leer, glas: het is er allemaal te zien. Wat verder opvalt is het vakmanschap van de deelnemende kunstenaars. Het mag duidelijk zijn dat deze mensen zich in veel gevallen jarenlang gespecialiseerd en geschoold hebben met als resultaat een enorme beheersing van technieken en materialen. Dit hoeft overigens nog geen garantie voor kwalitatief goede kunst te zijn. Daar is meer voor nodig.

Rotterdamse kunstbeurzen

Ook dit jaar zat de Art Rotterdam Week weer propvol activiteiten: een videowerk van het kunstenaarsduo Broersen en Lukács op Rotterdam CS, bij ALV Mundo een speciale verzamelaartentoonstelling, de designbeurs Object aan boord van de SS Rotterdam, werk van Germaine Kruip in de Rotterdamse Schouwburg, en last but not least de beurzen Art Rotterdam en Rotterdam Contemporary Art Fair.
De RC Art Fair startte in 2012 in de Fenixloods onder de naam RAW Art Fair als antwoord op het indertijd nogal gevestigde imago van Art Rotterdam. Initiatiefnemer Bob Smit bracht een groot aantal kunstenaarsinitiatieven, liet bands optreden en zette een heuse foodbazar op. Alles supercool, energiek en rauw. Ook de RAW Expo op de tweede verdieping bleek een voltreffer. In 2014 wisselde de beurs van plek met Art Rotterdam en veranderde ook van naam in Rotterdam Contemporary Art Fair. Al werd in de Cruise Terminal nog wel moeite gedaan om het rauwe imago te behouden (met bandoptredens en op de begane grond een presentatie met grote beelden), toch werd de beurs op die locatie salonfähig. Dit jaar speelde de RC Art Fair zich af op de benedenverdieping van het WTC Center in hartje Rotterdam. Een ruimte met goed licht, een marmeren vloer en een fraaie industriële dakconstructie. De stands waren ruim, er waren open pleinen in het midden, en er was een apart segment voor design.

Diet Wiegman

In twee zalen van het Stedelijk Museum Schiedam is werk te zien van de Schiedamse kunstenaar Diet Wiegman. Deze keramist en oud docent van de Willem de Kooning Academie woont en werkt al zijn hele leven in Schiedam. Deze overzichtstentoonstelling krijgt hierdoor de sfeer van een thuiswedstrijd. Wiegman komt uit een kunstenaarsgeslacht, zijn opa en vader waren al kunstenaar en zijn zoon Mike Redman heeft als filmmaker zeker een aanverwant beroep. Hij maakte een documentaire over zijn vader. Ook deze is te zien op de tentoonstelling, waardoor een heel compleet beeld ontstaat. Mijn waardering voor het werk van Wiegman is een goede reden om dit aangename museum weer eens binnen te gaan. Ik ben in tegenstelling tot Wiegman niet opgevoed met kunst, mijn ouders waren acultureel en de liefde voor de kunst kwam pas later. Mijn aculturele moeder was wel altijd onwijs trots op het Stedelijk Museum van haar (en mijn) geboorteplek Schiedam. Het verscheen regelmatig op televisie als de toenmalig directeur Pierre Jansen iets te vertellen had in het eerste Nederlandse kunstprogramma dat de titel kunstgrepen droeg. Het museum was in mijn kinderogen hierdoor landelijk beroemd ook al gingen we er nooit naar binnen. Het was blijkbaar genoeg om toch een warme band met deze plek op te bouwen. Lees meer...

Het atelier: Anton Cotteleer

De sculpturen van Anton Cotteleer zijn geen evidentie om te omarmen. En meestal is het al helemaal geen liefde op het eerste zicht. Zijn werken vragen kijk-tijd. Wie zijn sculpturen die tijd gunt, laat ze dan ook niet meer los. Vertrekpunt: stoffige interieurs, schrale hondjes en onschuldige stoffige katten, alsook het lichamelijke en de huid in al haar facetten. Daarnaast zijn oude afbeeldingen van sculpturen en gecommercialiseerde beelden van de klassieke beeldhouwkunst, mede een onuitputtelijke inspiratiebron. In zijn werk zoekt de kunstenaar een balans tussen erotiek, de wansmaak en de onschuld. Die wil hij tegelijk aantrekken en afstoten. De uiterlijke vormen in zijn sculpturen zijn erotisch geladen, maar de kleuren en het materiaalgebruik ontkrachten dat. Dit gevoel van ‘ongemakkelijkheid’ wekt Cotteleer met graagte op. Antons’ huis - annex atelier is gelegen in Heide, een bebost gebied nabij Antwerpen. Door niet in ‘het stad’ – Antwerpen, waar alles ‘gebeurt’ – te wonen en werken, kan de kunstenaar zich intens op zijn beeldhouwpraktijk focussen. De losstaande woonst is een laat modernistische bungalow, die Cotteleer zeven jaar geleden kocht met zijn vriendin, kunstenares Evelien Gysen. “Eerst gebruikte ik een ruimte aan de zijkant van het huis als atelier, maar omdat dit al snel veel te klein was om erin te functioneren, bouwden we een apart atelier in de tuin.” Bij een rondleiding in het huis valt me op dat er binnenshuis geen eigen sculpturen te bekennen vallen. “Af en toe zet ik er eentje binnen als test, om te zien hoe mijn sculptuur in een interieur functioneert. Om objectiever naar dat object te kijken. In mijn atelier vergroei ik er soms teveel mee.”

Tom Claassen

Ze liggen al sinds oktober vorig jaar in Breda, maar willen evengoed nog in het zonnetje gezet worden. Daar zijn het immers leeuwinnen voor. En niet zomaar leeuwinnen, het zijn, zo luidt de titel: Koninginnen. Vanaf een flinke hoogte kijken ze loom neer op het verkeer beneden hen. Niets om je druk over te maken, toch? Onmiskenbaar is het een beeld van Tom Claassen. Toevallig is dat niet. Claassen volgde de kunstacademie in Breda en woont er sindsdien nog ten dele. Hij was een van de kunstenaars die op initiatief van de winkeliersvereniging werden uitgenodigd om een ontwerp in te dienen voor een vijfsprong aan de rand van de binnenstad. Ondermeer komen hier de koninginnenstraat en de Wilhelminastraat samen. Vanwege de symboliek inspireerde dat hem - inmiddels wel grootleverancier van ‘sympathieke beesten’ in de openbare ruimte - eigenlijk meteen tot koninginnen in de gedaante van leeuwinnen. In Ede staat een leeuwin van zijn hand die qua karakter vergelijkbaar is en Schiedam heeft een groepje liggende leeuwinnen, half ingegraven in het gras. 

Arne Quinze

Sommige buitenbeelden daar loop je in gedachten aan voorbij, niet dat ze slecht zijn maar ze hebben niet de power je uit jouw dagelijkse overdenkingen te trekken. Dat geldt niet voor de kunstwerken van Arne Quinze die momenteel aan de Scheveningse boulevard bij Museum Beelden aan Zee staan. De felle kleuren schreeuwen van verre om aandacht en onderbreken iedere willekeurige gedachtegang. Arne Quinze is geboren in 1971 in België en woont en werkt in Sint- Martens-Latem en Shanghai, China. Hij heeft internationaal succes en dat is bijzonder voor een autodidact. De ontmoeting met de werken komt onverwachts als ik, slenterend achter een kinderwagen, helemaal niet op kunstjacht ben. Zelfs op deze druilerige dag gaan de beelden niet ten onder in de grijzige mist die de lucht, zee en betonnen gebouwen op de achtergrond verbinden tot een kleurloos geheel. Ik heb op dat moment nog geen naam paraat van de schepper. De werken roepen associaties op; ik vraag me als eerste af of ik werken van Ewerdt Hilgemann zie. Ze doen denken aan zijn geïmplodeerde kubussen. Alleen de felle kleuren horen meer bij Graffiti kunst en dat zou toch een hele stap zijn voor deze (inmiddels op leeftijd) minimalist Hilgemann. Ik hou van kleur en ook van felle kleuren, maar dat verwacht je toch meer in de schilderkunst, dan op monumentale kunstwerken. De werken roepen reflecties op over kunsthistorische verwachtingspatronen. Ze refereren aan postmoderne en minimalistische stromingen maar voldoen daaraan niet. Bij de eerste blik op de werken ben ik verkocht, juist omdat ze niet kloppen, juist omdat ze te graag gezien willen worden.

Thom Puckey 

Eindelijk is het dan zover. Bijna 145 jaar nadat, een week na zijn begrafenis, een groep burgers met het initiatief kwam voor een standbeeld van Thorbecke, kunnen we dat vandaag in Den Haag onthullen. Zijn tegenstanders verhinderden destijds dat de grote staatsman kon worden geëerd in de stad waar hij zijn belangrijkste werk had volbracht. Het beklag van leerlingen van de Dordtse HBS bij de Koning mocht niet baten. Een monument kwam er wel, in Amsterdam. Overigens gegoten bij de Haagse firma Enthoven. Trots was hij, burgemeester Jozias van Aartsen van Den Haag die met de onthulling van het Thorbeckemonument op een winterse zaterdag in februari een van zijn laatste officiële handelingen als burgemeester verrichtte. “In de opdrachtformulering is voorgesteld Thorbecke te verbeelden als ‘vormgever van de tijd, die historische lijnen interpreteert en van daaruit een visie ontwikkelt voor de toekomst’. Kunstenaar Thom Puckey is daar uitstekend in geslaagd, juist door het toevoegen van de drie figuren uit onze tijd. En daarmee eert dit monument niet alleen de grootste Nederlandse staatman, maar doet het ook een appèl op ons. Een dringend appèl”, aldus Van Aartsen. “Thorbecke liet zich niet leiden door de waan van de dag, maar ontwikkelde een solide langetermijnvisie voor Nederland.” Johan Rudolph Thorbecke (1798-1872) woonde voor een belangrijk deel van zijn leven in Den Haag en verrichtte in deze stad ook zijn werk. In 1848 ontwierp Thorbecke de Nederlandse grondwet. Deze vormt tot op de dag van vandaag het fundament onder onze rechtstaat. Hij leidde drie kabinetten en overleed in 1872 in Den Haag. Het beeld van Thorbecke liet lang op zich wachten. Lees meer...


Wilt u de artikelen helemaal lezen, neem dan een abonnementof koop een los nummer via info@spabonneeservice.nl  

Comments