Beelden 3#2017

Beeldenmagazine 3#2017, jaargang 20, nr. 79

Redactioneel

Nadat in het vorige nummer de laatste aflevering van ‘Kunst in de provincie’ stond, waar met name de wat minder bekende tentoonstellingsplekken met ruimtelijk werk beschreven werden, kunt u vanaf dit nummer de nieuwe rubriek ‘Verborgen schatten’ lezen. We beginnen met een bezoek aan het depot van Museum Beelden aan Zee in Scheveningen. Welke beelden staan er om verschillende redenen niet op zaal. U krijgt een kijkje in een deel van het museum dat niet voor iedereen te zien is. In volgende nummers gaan we verder met het bezoeken van depots van andere musea en verschillende bedrijfsverzamelingen. De afgelopen zomer was een zomer met veel interessante grote (internationale) tentoonstellingen. In het vorige nummer zijn de Biënnale van Venetië, Skulptur Projekte in Münster en de documenta 14 in Kassel al uitgebreid beschreven. In dit nummer kunt u lezen over een aantal buitententoonstellingen in ons land die in het najaar nog te bezoeken zijn, zoals Façade 2017 in Middelburg, de 5e Natuur Boslust in het Amsterdamse Bos en de nieuwe opstelling in de beeldentuin Anningahof bij Zwolle. Daarnaast leest u over een aantal interessante binnententoonstellingen: Ik speel, dus ik ben over kinetische kunst in Rijksmuseum Twenthe in Enschede, CODA Paper Art 2017 in Apeldoorn, Ecovention Europe in Museum De Domijnen in Sittard en de Collectie De.Groen in Arnhem. Ook staan er een aantal reviews in dit nummer van tentoonstellingen die al afgelopen zijn, maar de moeite waard zijn om nog aandacht aan te besteden, zoals de IJsselbiënnale, Disruption – Remapping Nature, De Tussentijd en Aart Lamberts. Lees meer...

Verborgen schatten: 
Het depot van Museum Beelden aan Zee

 “De collectie van Museum Beelden aan Zee weerspiegelt de smaak van het verzamelaarsechtpaar Scholten. Werken die niet per se museaal hoeven te zijn,
 maar wel met zorg en liefde zijn verzameld. Een collectie die vanuit een particuliere status steeds meer algemeen bezit is geworden. De context waarin je iets wel of niet laat zien is belangrijk. Door de Scholtens is altijd heel goed gekocht, maar de latere aankopen zijn objectiever gedaan.” Dick van Broekhuizen is collectiebeheerder van Museum Beelden aan Zee. Hij neemt me mee naar het ‘kleine depot’. De ruimte waar de kleine(re) beelden zijn opgeslagen. “Wij hebben geen schatten in depot. Schatten horen op zaal. Als een beeld niet in een opstelling of tijdelijke tentoonstelling past, blijft dat in de opslag. Het streven is wel om daar zo weinig mogelijk te laten staan.” Dissidenten leken ze destijds in de kunstwereld, de verzamelaars Theo en Lida Scholten. Hun smaak week opvallend af van die van toonaangevende musea en col- lectioneurs. Ten eerste omdat ze louter sculptuur kochten, maar vooral omdat hun aandacht de eigentijdse, maar overwegend figuratieve, herkenbare kunst gold. De Scholtens waren ‘sociale verzamelaars’ en kochten graag rechtstreeks op het ate- lier bij kunstenaars met wie ze dikwijls persoonlijk bevriend raakten. Ze steunden figuratief werkende beeldhouwers die in de jaren ’60 en ’70 weinig verkochten.
In het aankoopbeleid paste de opvatting dat de stukken op den duur een publieke functie moesten krijgen om een maatschappelijk doel te dienen. Daarom richtten zij al in 1970 Stichting De Onvoltooide op waarin zij hun snel groeiende collectie onderbrachten. Het mensbeeld werd de focus van hun collectie.

Cross-overs in de kunst: Ronald A. Westerhuis

Kunstenaars die de gebaande paden verlaten en het avontuur aangaan, ontwikkelen vaak spannende cross-overs. Door zich op een totaal ander medium te richten dan waartoe ze zijn opgeleid of door een bijzondere mix aan media toe te passen, krijgt hun werk een nieuwe dimensie. Jarenlang werkte Westerhuis in de offshore-industrie als lasser. In zijn vrije tijd maakte hij in een kraakpand objecten uit roestvrij staal. Tot zo’n vijftien jaar geleden de dag kwam dat een kunstcommissielid van het CBK Zwolle zijn objecten wilde exposeren. Vrijwel meteen zei hij z’n baan op en omarmde het kunstenaarschap. Een grote loods op een fabrieksterrein blijkt te dienen als atelier. Buiten staan twee grote beelden van roestvrij staal, binnen een en al bedrijvigheid: Westerhuis heeft een man of zes in dienst, die hem bijstaan bij de uitvoering van zijn ideeën. Vaak gaat het om grote opdrachten, zoals de bijzondere samenwerking met Daniel Libeskind aan een beeld voor de Expo Milano 2015, of een roestvrijstalen bol met de titel Rawsome in opdracht van Museum de Fundatie. Het door Westerhuis ontworpen Nationaal Monument MH17 ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de vliegramp in Oekraïne is het voorlopige hoogtepunt van een oeuvre dat al jaren wereldwijd particuliere verzamelaars en opdrachtgevers trekt.

Margriet van Breevoort

Stel je voor; je doet de deur naar de bijkeuken open en daar scharrelt een man op zijn knieën tussen de vuilniszakken. Hij heeft de kop van een schildpad. Je loopt de wallen op en ziet een meisje zitten in een keurig sm-pakje. Ze heeft het hoofd van een knaagdier. Ze houdt de kop met de vlijmscherpe tanden omhoog; roze, kaal en gerimpeld. Je loopt langs een bankje in Leiden. Daar zit een figuur zonder benen, de handen gevouwen in de uitstulpende schoot. De snuit doet denken aan die van een tapir. De huid aan een olifant. Het is de Homunculus loxodontus van Margriet van BredevoortHet beest werd ook bekend als  Zhdun of Snorp, of Somebody waiting for Something. Die benamingen kreeg het beeld in Rusland. Waarom het werk daar zo liefdevol werd omarmd weten we niet precies. Misschien drukt het iets uit van de lijdzame Russische ziel, die zijn halve leven doorbrengt met wachten. Wachten op een document, een afspraak, een telefoontje of bestelling, een plaats in een bioscoop of restaurant, een kaartje voor een evenement. Eindeloos. Om gek van te worden, maar in Rusland part of life.

Façade 2017

Het CBK Zeeland organiseert in opdracht van de gemeente Middelburg deze zomer de kunstmanifestatie Façade 2017. Vijftien (inter)nationaal werkende kunstenaars afkomstig uit Nederland, België, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk ontwierpen installaties voor deze manifestatie staat er op de flyer te lezen. Dat ‘speciaal ontworpen’ kan je doorgaans met een korrel zout nemen. We zien dat bevestigd als we nog geen maand later op een tentoonstelling in de Anningahof in Zwolle een bijna identiek beeld zien staan als op Façade 2017 in Middelburg van Henk Visch. Soms zijn kunstenaars integer genoeg om inderdaad speciaal voor een tentoonstellingsthema een ontwerp te maken, soms zoeken ze iets uit hun oeuvre dat nog een beetje bij het thema past. Maar in veel gevallen zetten ze gewoon iets neer wat ze op dat moment van belang is voor hun artistieke carrière zonder ook maar enige aansluiting bij het wensplaatje van de tentoonstellingsmakers. Overigens kan je dat vanuit een heel ander perspectief zien dan integriteit. Toen ik nog op de academie zat stond integriteit van de vrije kunstenaar voor ‘trouw blijven aan zichzelf’. Soms vraag ik mij af, waarom dan nog het keurslijf van thema’s te hanteren als ze toch zelden werken. De gemiddelde tentoonstellingsmaker wil zich ook profileren en dat doet hij of zij misschien wel als beste met een aansprekend thema maar ondanks dat blijft het wringen op de een of andere manier. Lees meer...

De vernieuwde Anningahof

De iets buiten Zwolle gelegen Anningahof behoort tot de fraaiste en meest avontuurlijke particuliere beeldentuinen van het land. Door jaren van zorgvuldig beleid en beheer werd een harmonieus evenwicht bereikt tussen natuur en beeldende kunst. De recente uitbreiding van de provinciale weg Zwolle-Hardenberg had echter grote gevolgen. Ondanks de inmiddels verworven status van Beschermd Landgoed moest een fors deel van de tuin gedwongen worden opgeofferd aan de ‘vooruitgang’. Volwassen groen verdween voor asfalt. Gelukkig wist eigenaar Hib Anninga na intensieve en vaak moeizame onderhandelingen, als compensatie een stuk grond te verwerven aan de andere kant van zijn terrein en maakte hij een nieuwe start. De gedwongen metamorfose was een enorme ingreep, maar de opstallen met voorzieningen en expositieruimtes konden in ieder geval blijven staan. Op de grens met de geplande weg kwam een forse aarden dam. Het nieuwe parkdeel loopt parallel met het oude traject Zwolle-Hardenberg, dat zeker tot 2022 in gebruik is, maar daarna een B-weg wordt. Voorlopig razen de auto’s nog langs. De meeste volwassen bomen in het verdwenen deel van de hof konden niet worden overgeplant. Daarvoor in de plaats kwamen 1800 ‘verse’ bomen en struiken, in 180 verschillende soorten. Op de aarden wal werden maar liefst 22.000 planten gepoot, die geluid en fijnstof tegenhouden. De gevolgen van de ingrepen zijn goed zichtbaar. Veel groen is nog pril. Hier en daar is maagdelijk zand te zien en de klaver (die onkruidgroei tegengaat) overheerst. Het is dus oneerlijk om deze tuin in wording nu al met de oude situatie te vergelijken, die jarenlang heeft kunnen rijpen. Maar op sommige plekken ervaar je al wel hetzelfde gevoel van rust en ruimte dat de vorige versie opriep.

5e Natuur Boslust in het Amsterdamse Bos

Voor de vijfde keer organiseren de Nederlandse Kring van Beeldhouwers en het Amsterdamse Bos een beeldententoonstelling. Tien kunstenaars, geselecteerd door een commissie, maakten beelden met bomen uit het bos, die de wandelaar even anders naar een boom laat kijken. Op de laatste dag van deze tentoonstelling staat de NKvB letterlijk aan de vooravond van haar 100-jarig bestaan, destijds de eerste en enige landelijke beroepsvereniging van professionele, driedimensionaal werkende kunstenaars. De inspirator voor het Amsterdamse Bos was Jac. P. Thijsse en de architecten Van Eesteren en Jacoba Mulder. Maar toen de uitvoering van het Boschplan kon starten braken de crisisjaren van de jaren ’30 aan. De aanleg bood echter ‘werk’ aan veel mensen in het kader van de werkverschaffing. In 1964 was het Amsterdamse Bos klaar. Het bos is een unicum in de wereld omdat het gemiddeld op 4,5 meter beneden N.A.P. ligt. Het is een kruising tussen de Engelse landschapsstijl en de Duitse Volksparken, waardoor het zich uitstekend leent voor een beeldententoonstelling. Door bewust ontworpen zichtlijnen en 'verdwijnpunten' lijkt het bos groter dan het is, maar het is nog altijd drie keer groter dan het Central Park in New York. Het bos dient regelmatig uitgedund te worden en oude bomen gekapt. Deze bomen vormen het uitgangspunt en de inspiratie van de tentoonstelling. De kunstenaars konden in De Uitkijk, de opslagloods van het bos, bomen uitzoeken en werken aan hun sculpturen, daarbij geassisteerd door werknemers van het bos die ook hielpen bij de plaatsing. Slingerend naar beneden liggen en staan de bossculpturen vanaf de top van de heuvel als een vloeiende waterval verspreid richting de kleine vijver. De heuvel is de enige plek in het bos boven zeeniveau.

Ecovention Europe 

‘Ecovention’ is de term waarin de begrippen ‘ecology’ en ‘inventions’ samenkomen. Het woord werd in 1999 gelanceerd door Amerikaanse curator en filosofe Sue Spaid die 15 jaar geleden de tentoonstelling Ecovention: Current Art to Transform Ecologies in het Contemporary Arts Center in Cincinnati, Ohio US, organiseerde. Ecoventions zijn weliswaar verbonden met Land Art, Ecological of Environmental Art, maar zijn er expliciet niet gelijk aan. Waar Land Art zich concentreert op kunstzinnige, visuele ingrepen in het landschap, staat bij Ecoventions de wetenschappelijke factor centraal en de vraag hoe door kunst een bijdrage geleverd kan worden aan de verbetering van de leefwereld van natuur en mens. Ecovention Europe is de eerste tentoonstelling die de stand van zaken opmaakt voor wat betreft het verschijnsel in Europa. Sue Spaid, samen met Roel Arkesteijn, curator van deze presentatie in Sittard, legt in de tentoonstelling de ontwikkeling van Ecoventions in Europa bloot voor het oog van de kijker en daarmee de creatieve kracht die ze in zich hebben. Meer dan 120 werken van 45 kunstenaars uit 16 landen worden er bijeengebracht. “Werken die de wereld verrijkt hebben”, aldus Spaid, omdat ze de publieke beeldvorming veranderen en mensen laten nadenken over de omgang met ecologische problemen.

Zhang Dali

“Ik ben geïnspireerd door alles wat me omgeeft” zegt de uit Beijing afkomstige kunstenaar Zhang Dali. In Museum Beelden aan Zee zie je hoe deze stelling vorm krijgt in een veelheid aan kunstwerken waarin de complexiteit van het veranderende China doorschemert. Een duidelijke eclectische kunstenaar die zich niet aan één beeldende discipline verbindt. Hij laat zich niet in een hokje stoppen. Zhang Dali komt uit de Chinese graffiti kunstscene. Wereldwijd kenmerken de individuele graffiti kunstenaars zich door een onafhankelijkheidsbehoefte. De meest getalenteerde en gedreven aanhangers stromen door naar de reguliere kunstwereld. Ze blijven echter altijd een beetje ‘vreemde eenden in de bijt’ die mij aanspreken vanwege een anarchistische kwaliteit. De vrijheidsdrang van Zhang Dali is exceptioneel en in zijn werk vind je verwijzingen naar klassieke beeldhouwkunst, straatkunst en hedendaagse kunst. De onmiskenbare maatschappij- en politieke kritiek verschaft de werken nog een extra laag. Museum Beelden aan Zee wil altijd veel laten zien, dat resulteert in overvolle tentoonstellingen. Bij Dali past deze instelling goed. Deze gedreven kunstenaar wil iedere observatie en gedachte omzetten in een beeld. Als toeschouwer associeer ik de werken vanuit mijn westerse achtergrond. De serie perfect uitgevoerde witte marmeren beelden herinneren mij aan de klassieke beeldhouwkunst uit de tijd dat de exclusieve waarde van materialen onderdeel was van kunstwaardering.

Chiharu Shiota

Het Noordbrabants Museum verrast met de eerste solotentoonstelling Between the Lines van de Japanse Chiharu Shiota in Nederland. Zij is misschien nog niet bekend bij het hele grote publiek, maar veel kunstliefhebbers herinneren zich ongetwijfeld haar indrukwekkende installatie in het Japanse paviljoen op de Biënnale van Venetië in 2015. De ruimte was gevuld met oude houten boten en daarboven een gigantisch rood web met kilometers rode wol waaraan 180.000 sleutels  hingen. Ook in Het Noordbrabants Museum maakte zij een spectaculaire installatie met rode wollen draden. Wel was het werk voor de Biënnale in 2015 sterker en meer gelaagd dan de installatie nu in Den Bosch. Het belang van deze expositie is wat mij betreft niet deze installatie maar het mooie overzicht van de weg die de kunstenaar heeft afgelegd tot nu toe. Shiota is er duidelijk over; al tijdens haar studie schilderkunst aan de Seika Universiteit in Kioto ervaart ze de klassieke schilderkunst als beperkend en gaat zij meteen op zoek naar expressievormen, kunstvormen die de ruimte in gaan, die bewegen. Nieuwe dimensies dus die voor haar bevrijdend hebben gewerkt. Belangrijk voor haar ontwikkeling blijkt de ontmoeting met Marina Abramovic te zijn die op dat moment professor is in Hamburg en Berlijn waar Shiota dan de kunstopleiding volgt.

Ik speel, dus ik ben

Niet de kunstgeschiedenis, maar de inventiviteit viert hoogtij in de zomertentoonstelling van het Rijksmuseum Twenthe. Een expositie waar je vrolijk van wordt en die tot de verbeelding spreekt van jong en oud. Niet eerder trok een opening zoveel hippe, jonge mensen naar de zonovergoten tuin van dit museum. De bewegende beelden van Elbert Draisma, Zoro Feigl, Martens &Visser, David Scheidler, Bert Schoeren, Peter Zegveld en Christiaan Zwanikken staan garant voor een bezoek vol verwondering en plezier: kunst in optima forma. De cultuurhistoricus Johan Huizinga schreef in 1938 het beroemde boek Homo Ludens, waarin hij aannemelijk maakt dat de bron van alle vernieuwende ontwikkelingen te vinden is in het spel. Een inzicht dat vanaf de Verlichting bestaat en dat sindsdien door de pedagogische wetenschappen dankbaar is omarmd. De Duitse dichter en filosoof Friedrich Schiller stelde al aan het eind van de achttiende eeuw dat de mens zonder het spel van de verbeelding incompleet is. Volgens hem biedt de wereld van de kunst daarvoor het ideale speelterrein. Kunst maakt de mens pas tot mens.

CODA Paper Art 2017

Tot 2010 organiseerde CODA Museum in Apeldoorn en het Museum Rijswijk tezamen de Paper Biënnale. Nu doet CODA dat op elk oneven jaar en Rijswijk op de even jaren.  Afgezien van het feit dat er dus in Nederland elk jaar een Papier Biënnale is, duidt dit op een verschil van visie op …, ja, op wat eigenlijk? Maar belangrijker is de vraag: leidt in dit geval het gebruik van één soort materiaal ook tot een samenhangende expositie? Is Paper Art 2017 in alle opzichten geslaagd? Natuurlijk, er zijn vele al of niet museale presentaties die één soort van materiaal tot onderwerp hebben. Denk aan keramiek. Tot 29 oktober is er bijvoorbeeld van leden van de Nederlandse Kring van Beeldhouwers een expositie in het park van Kasteel-Museum Sypesteyn in Loosdrecht onder de titel Gebakken Beelden op Sypesteyn.1. In die presentatie is de enige samenhang tussen de beelden dat het materiaal keramiek is. Dat blijkt in dit geval te mager te zijn. Ander voorbeeld: in het Museum Rijswijk is om het jaar ook de Rijswijkse Textiel Biënnale. Het museum onderscheidt zich met deze programmering ten opzichte van andere musea en het komt de profilering van het materiaal ten goede. Waarschijnlijk voldoet het ook aan een behoefte aan houvast voor de tentoonstellingenmakers en het maakt de expositie toegankelijk voor de media en, niet te vergeten, voor het publiek. Maar wordt het daarmee ook een goede tentoonstelling?

Tweemaal Tussentijd in Museum Voorlinden

De ene tentoonstelling kreeg letterlijk de titel De Tussentijd mee en is een keuze van werk uit de omvangrijke eigen collectie van het museum. In de andere maakte Nederland kennis met de Canadese kunstenaar Rodney Graham. Zijn fotowerken, solitair op een wand in de verder vrijwel lege museumzalen, zuigen als grote verlichte vensters alle aandacht naar zich toe. In Graham’s eerste grootschalige solo expositie hier, kregen zijn monumentale lichtbakken van de afgelopen 10 jaar prominente aandacht. Middels die enorme verlichte wandpanelen ontgrendelt de kunstenaar een parallelle wereld. ‘That’s not me’ verduidelijkt Graham ons met de titel van zijn tentoonstelling. Hij toont hier immers niet zijn eigen leven maar dat van een aantal van zijn alter ego’s. Rodney Graham introduceert werelden die hij tot in het kleinste detail regisseerde. Daartoe bouwde de kunstenaar zeer waarachtige sets voor zijn fotowerken en manipuleerde hij ook het nodige achteraf. Zijn tableau’s hebben een authentieke uitstraling en we zien Graham zelf in uiteenlopende rollen; Een stukadoor op stelten neemt een rookpauze op locatie, een vuurtorenwachter zit in de vuurtoren gefocust op alles wat vuurtoren is, een kok zit in een weelderig groene natuur tegen een boom en geniet zo zijn rookpauze. In Dinner Break eet de drummer van een fictieve band in glamour smoking zijn Salisbury Steak. Hij gebruikt daarbij zijn drumstel als eettafel. De antiquair doet een dutje in een interieur waar hij echt antiek en eigen parafernalia liefdevol combineerde. De kanovaarder ligt volledig stil en kijkt schijnbaar relaxed in de lens.

Collectie De.Groen

Iedereen droomt er wel eens van: een grote som geld ontvangen en dan bedenken wat je ermee zou gaan doen. Het overkwam beeldend kunstenaars en partners Marjolein de Groen en Peter Jordaan. Natuurlijk hadden ze kunnen gaan reizen, maar ze besloten dat ze met het geld ‘iets goeds’ wilden doen en ‘iets maatschappelijks’. Nu runnen ze sinds een paar maanden een expositieruimte met horecagelegenheid in een pand midden in het centrum van Arnhem. In de privévertrekken op de verdiepingen staat een deel van hun kunstverzameling opgesteld. Bij intekening en onder begeleiding kun je deze collectie bezoeken. Peter Jordaan neemt ons ‘selecte’ gezelschap mee naar de privéruimtes boven en vertelt als eerste iets over het ontstaan van de collectie en het pand. Zoals de meeste kunstverzamelingen is collectie De.Groen in de loop van jaren opgebouwd. De Groen en Jordaan hadden in minder fortuinlijke tijden al regelmatig werken geruild met collega-kunstenaars. Later kochten ze ook werken aan en toen de gelegenheid zich voordeed, besloten ze echt een collectie aan te leggen. Met de kunstenaars om hen heen, in de regio Arnhem, gingen ze als eerste gesprekken aan en van hen kochten ze werk. Toen hun huis vol raakte en later ook het depot, ontstond de ultieme wens: een eigen locatie om alle kunstwerken ook aan anderen te kunnen laten zien. Na een lange zoektocht vonden ze dit pand aan de Weverstraat, een oud bankgebouw uit 1905 dat in de loop van de jaren vele bestemmingen heeft gehad; zo herbergde het een conservatorium en Artez, de kunstacademie.

Carel Visser

Al jaren verzorgt het Kröller-Müller Museum, naast de lopende blockbusters en de vaste collectiepresentatie, kleinere monografische exposities. Dit maal valt die eer te beurt aan onze grootste naoorlogse beeldhouwer: Carel Visser, de schepper van een omvangrijk en zeer divers oeuvre. Ondanks aanwijsbare invloeden van sculpturale stromingen uit de twintigste eeuw als het constructivisme en arte povera, wordt hier andermaal duidelijk dat al zijn werk vooral een eigen signatuur draagt. Als een van de eerste Nederlandse beeldhouwers experimenteert Visser al vlak na de oorlog met ijzer. In zijn expressieve beeld Stervend Paard uit 1949 zijn duidelijk sporen van het idioom van Pablo Picasso en Julio González te herkennen. Bijzonder is dat je in de benen van het paard de steigerbuizen herkent uit het sloopbedrijf van zijn vader. Na dit haast expressionistische begin worden zijn beelden vanaf de jaren vijftig veel strenger. Hij kiest voor strakke geometrische vormen zoals de kubus die hij daarna ontleedt door de basisvorm te verzagen of te verdraaien. De sculptuur Kubus en zijn stapelingen die in de beeldentuin staat, illustreert deze minimalistische benadering, net als het veel kleinere beeld Gat in de presentatie binnen. Vooral bij dit beeld valt op dat Visser de lasnaden niet wegschuurt, waardoor de quasi strenge stapeling toch iets expressiefs behoudt. Door de verschuivingen van de gestapelde blokken, krijgt Gat bovendien iets wankels en kwetsbaars; een kwaliteit die een constante vormt in veel van zijn latere assemblages. Zelfs het loodzware Boek dat hier prominent op de vloer ligt uitgespreid, heeft ondanks zijn plaatstalen bladzijden iets luchtigs en tijdelijks.

Aart Lamberts

“Als je op de bodem bent van je bestaan, dan voel je dat je beeldhouwer bent, dat wat je maakt een verlengstuk is van jezelf” zei Lamberts ooit. Aart Lamberts was een veel gevraagd en gewaardeerd beeldhouwer die zijn sporen, bronzen beelden, heeft nagelaten aan de beschouwer, in straten, op hoeken en pleinen, in parken in binnen- en buitenland. Amsterdam heeft Lamberts veel opdrachten voor beelden in de openbare ruimte verstrekt. De overzichtstentoonstelling in Arti et Amicitiae toont voornamelijk kleine bronzen alsmede gipsen die nooit eerder te zien waren. De keuze was voor de hand liggend. Al in zijn studentenjaren was hij in Arti en later als hij niet in zijn atelier te vinden was, zat hij in Arti aan de rode wijn. De kunstloopbaan van Aart Lamberts is heel bijzonder. Met slechts één jaar middelbare school werd hij toegelaten op de Rijksacademie. Aanvankelijk wilde hij schilderen maar het beeldhouwen bleek Lamberts beter te liggen. Aan de Rijksacademie kreeg hij o.a. les van Piet Esser, lid van de groep van de figuratieve abstractie. Lamberts heeft de techniek van Esser goed tot zich genomen. Tot drie keer toe kreeg Lamberts de Willem Uriotprijs voor jonge kunstenaars (een jaarlijkse prijs voor kunstenaars die aan de Rijks studeerden) en later werd hij ook genomineerd voor de Prix de Rome. 

Disruption - Remapping Nature

Sinds een aantal jaren bepleiten wetenschappers de invoering van de benaming ‘Antropoceen’ voor de tijd waarin we leven en waarin menselijk handelen enorme veranderingen in de atmosfeer veroorzaakt. Het woord Antropoceen is afgeleid van het Oudgriekse woord ‘anthropos’ (mens) en het woord ‘kainos’ (nieuw, recent). Sinds oudsher is voor veel kunstenaars de verwondering over de natuur en het leven ten diepste hun voedingsbodem. Met die haast aangeboren aandacht voor al wat leeft en groeit lijken kunstenaars in staat om als kanaries in de kolenmijn de gigantische en vaak levensbedreigende veranderingen die door menselijk handelen plaatsvinden te registreren en van commentaar te voorzien. Dat gebeurt in de tentoonstelling Disruption – Remapping Nature waarin tien geëngageerde kunstenaars hun artistieke reflecties door inhoud en betrokkenheid met de aarde en de natuur zichtbaar maken. In elk van de in deze liefdevol samengestelde tentoonstelling van de gepresenteerde werken wordt de intrinsieke relatie met de natuur bij het proces van groei en verandering manifest. Met honderdachtenveertig kleine sparren op hagelwitte kruisen, tussen dicht op elkaar staande hoge sparren, staat het werk Undergrowth van Zeger Reyers in een strenge slagorde opgesteld. Bezig met sterven. Een mimicry van hoe de natuur zelf de regie neemt als bomen te dicht bij elkaar staan en door gebrek aan licht en ruimte niet verder kunnen groeien en afsterven.

IJsselbiënnale II

Het heeft heel wat voeten in de aarde gehad om de IJsselbiënnale van idee tot werkelijkheid te transformeren. De grootschaligheid van het gebeuren, het verkrijgen van toestemming en medewerking van landeigenaren; de overheid, natuurorganisaties en particulieren, maakte de organisatie tot zo’n complexe opgave, dat de tentoonstelling twee jaar later dan oorspronkelijk was voorzien, van start kon gaan. Zonder iets af te doen aan de bewondering voor het doorzettingsvermogen van de organiserende instanties moet echter ook gesteld worden, dat het proces van zoeken naar maximaal draagvlak de tentoonstelling een wat afgevlakt karakter heeft gegeven. De gekozen vorm van de tentoonstelling, een snoer van beeldende ingrepen over een traject van meer dan honderd kilometer, verbonden door wandel- en fietsroutes, levert de bezoeker onvermijdelijk een gefragmenteerde ervaring op. Je bent dagen onderweg en je hoofd vult zich gaandeweg met indrukken en kennis. Een opgelegd ritme van voortbewegen door de natuur, kennis vergaren omtrent historische wetenswaardigheden en de beleving van kunstuitingen in de openbare ruimte. Centraal thema van de kunstroute is klimaatverandering en enigszins voorspelbaar vertonen de deelnemende kunstenaars grote consensus in de interpretatie ervan. Daarbij heb je optimisten en pessimisten. Waar de één toekomstige kansen en mogelijkheden bespeurt, dompelt de ander de toeschouwer onder in een apocalyptische droom over de komende zondvloed.

Het atelier: Koenraad Tinel

De Belgische kunstenaar Koenraad Tinel is van geen kleintje vervaard. Zijn belevenissen als kind tijdens de Tweede Wereldoorlog, die zijn familie meesleurde in chaos en destructie, doen hem in zijn werk herhaaldelijk teruggrijpen naar de gruwel van de oorlog, toen en nu. Zijn sculpturen zijn een constante tweestrijd tussen het vernederen en verheffen van het met angels bezette mensdom, af en toe omzwachteld met een vleugje mythisch bewustzijn. Het zijn beelden van verval en schoonheid die tijd nodig hebben om ze te leren kennen en waarin ambacht en expressiviteit hand in hand gaan. Als we de drukte van de snelweg richting Brussel achter ons hebben gelaten, duurt het een tijdje vooraleer we via omwegen en kleine veldwegen, uiteindelijk bij Hof te Leysbroek aankomen, een imposante oude kasteelhoeve gelegen in een glooiende vallei aan de rand van het Stiltegebied Dender-Mark. Een stalen sculptuur torent hoog uit boven de velden en dient als welkomsttotem. Over een lange, onverharde oprijlaan wandelen we de prachtige hoeve tegemoet. Langsheen grazende koeien, komen we via een inrijpoort in de fraaie binnentuin terecht, met het atelier en de woning waar Koenraad Tinel al twintig jaar woont en werkt. In de binnentuin, tussen de kasseien en het groen, staan verscheidene grote stalen sculpturen – men moge spreken van monumenten – opgesteld. Van een indrukwekkende aankomst gesproken!

Ingeborg Meulendijks

Bij het toegangshek van de Utrechtse begraafplaats Daelwijck staat een wit brievenbusje, met de tekst ‘Aan mijn liefste’ er op. Brieven, gedichten en tekeningen die hierheen gestuurd worden, zullen ook bezorgd worden. Dat hebben we te danken aan Ingeborg Meulendijks. Vergeten, al wat scheef gezakte graven, half vergane bloemen. Het laat niemand onberoerd, een wandeling over een begraafplaats waar in de stilte verdriet en berusting bijna tastbaar zijn. Toch beleeft iedereen de dood van een naaste anders en wat rouwceremonies betreft is er in Nederland ook veel veranderd de laatste jaren. Ontkerkelijking, immigratie, en toenemende individualisering laten hun sporen na als het om rouw en haar rituelen gaat. Antropologen en sociologen zijn er dol op omdat de manier waarop we omgaan met de dood zoveel zegt over de belangrijke waarden en overtuigingen binnen onze cultuur. Hoe we vorm geven aan het meest ingrijpende moment in een mensenleven vertelt niet alleen over de overledene, maar vooral over de nabestaanden. Natuurlijk laat dit ook sporen na op het visuele vlak. Een graf of een vast gedenkteken zijn niet langer vanzelfsprekend, maar de behoefte aan een plek om stil te staan bij het verlies is wel gebleven. Begrafenisondernemers in Utrecht nodigden daarom in samenwerking met de afdeling Cultuur van de gemeente Utrecht vier kunstenaars uit om ontwerpen in te dienen voor een gedenkplaats die past bij onze veelvormige omgang met de dood.

Jan van IJzendoorn en Damiaan Renkens

Op 30 juni is in Arnhem een stapel boeken als gevelkunst op de hoek van Boekhandel Hijman Ongerijmd onthuld. De grondleggers van het werk zijn Jan van IJzendoorn en Damiaan Renkens. Van IJzendoorn is beeldend kunstenaar, Renkens is boekvormgever. Samen waren ze verantwoordelijk voor het ontwerp en de uitvoering. Initiatiefnemers waren de huidige eigenaar Theo Beneder en de vennootschap Hijman, Stenfert Kroese & Van der Zande BV. Met de geschiedenis van deze boekhandel als achtergrondinformatie, is het duidelijk dat de winkel telkens overleeft in de volbedrukte wereld van boekwinkels. En toch staan boeken vandaag toenemend onder druk. E-readers en online verkopers eisen de markt op. Dat is zelfs te zien in het gestapelde boekwerk aan de gevel van Boekhandel Hijman Ongerijmd. Onderaan het kunstwerk zijn de boeken in een donkere deel van het pand bevestigd. Daarna gaat de volgeladen boekstapel door om een lichter geschilderde hoek heen om vervolgens tegen de lucht te vervagen. Alsof het in de leegte omkiepert. Een spel van volheid een leegte is duidelijk aanwezig. 

Mark Manders

De Noord-Zuidlijn in Amsterdam is bijna klaar. De straten er boven worden opnieuw geplaveid en ingericht volgens het zogenaamde Rode Loper concept van de gemeente Amsterdam. Dat voorziet in een chique tracé voor voetgangers en fietsers van het Centraal Station tot en met de Ferdinand Bol straat. Binnen dit plan transformeert het Rokin van een straat vol wriemelende fietsers, scooters, trams en auto’s, tot een rustige winkelboulevard met bankjes en bomen, mooie verlichtingselementen en nette fietsenrekken. Het wordt weer een verblijfsplek. Daar hoort kunst bij. De gedachte ging uit naar een fontein. Het idee van een fontein spreekt tot ieders verbeelding. Er doemen direct plaatjes op van plekken waar mensen zich in het zonlicht verpozen bij het geluid van bruisend water, waaraan de zon een gouden gloed geeft. De Trevifontein in Rome, de watervalfontein met de gouden beelden bij het zomerpaleis in St. Petersburg, de waterspuwers in Beaubourg van Jean Tinguely en Niki de Saint Phalle, het muzikale waterplein op La Défense van de Franse kunstenaar Agam. Voorbeelden te over. Ze roepen een sfeer op van gezelligheid en visueel genoegen. Kijken naar vallend en spuitend water verveelt nooit. Met Henk de Vroom als inhoudelijke loods ging een onafhankelijke commissie aan het werk. De leden, met gevarieerde achtergrond, kwamen uit bij drie kunstenaars, Jennifer Tee, Rob Birza en Mark Manders. Ze maakten elk een schetsontwerp dat gepubliceerd werd.

Auke de Vries

Op 2 juli is in de vijver van het Sprengenpark in Apeldoorn het beeld Vogelboot van de winnaar van de Wilhelminaring 2015, Auke de Vries, onthuld. Dit ruim vier meter hoge beschilderde roestvrijstalen object, is opgebouwd uit aan elkaar gelaste vogelhuisjes, vogelboothuisjes, vogeltorenhuisjes of wat voor huisjes dan ook. Het is gebaseerd op een gelijksoortig maar niet gelijk beeld uit 2009, Sail (Bird Boat). Dit laatste beeld maakte dit voorjaar deel uit van de tentoonstelling van De Vries in Museum Beelden aan Zee. Van enige afstand kan Sail (Bird Boat) de associatie oproepen van een uit huisjes opgetrokken mannetje dat zich kwiek voortbeweegt. Vogelboot in het Sprengenpark heeft die illusie niet of in ieder geval veel minder. Maar daarmee is Vogelboot nog geen statisch beeld, integendeel; het is lichtvoetig, frivool bijna. Vogelboot lijkt op een organisch ontstaan en met de losse hand op elkaar gestapeld fragiel flatgebouw. Elk huisje is uniek qua vorm en kleur met een eigen ingang die tegelijkertijd uitgang is. Het geheel lijkt te leven, te vibreren waarbij de in de loop van de dag wisselende lichtinval een belangrijke rol speelt. Vogelboot spiegelt in het rustige water van de vijver en bij zonnig weer spiegelt het water in de onderste huisjes. Daardoor krijgt het beeld een extra dimensie in de ruimte.

Ontvang Beeldenmagazine ieder kwartaal bij u in de brievenbus. Een abonnement kost € 35,- per jaar. Het eerste jaar betaalt u maar € 25,-. Losse nummers € 9,25. S.P. Abonneeservice, Antwoordnummer 10016, 2400 VB Alphen a/d Rijn (een postzegel is niet nodig). Bel 088-1102034, of mail naar info@spabonneeservice.nl


Comments