54ste Biënnale van Venetië

De 54ste Biënnale van Venetië. 
Krenten in een brei aan middelmatigheid

Venetië is de kunststad bij uitstek, zeker als de Biënnale er is. Op een overzichtskaartje zie ik 64 locaties naast de twee hoofdlocaties Giardini en Arsenale. We besluiten voor de krenten in de pap te gaan. De vraag blijft waar de krenten zijn. Ik voel me teleurgesteld bij de eerste honderd meters die ik in de Arsenale afleg. Ik weet nog hoe 28 jaar geleden, tijdens mijn eerste bezoek aan de Arsenale een overweldigend gevoel mij overspoelde. Ik liep een droom vol excellente kunst binnen. Nu vraag ik mij af of we in een nieuwe donkere kunsteeuw zijn beland.

Door Astrid Tanis

Ondervoeding

“Kunst namaken van een ander is niet erg” vertelde een van de kunstacademiedocenten van de Rotterdamse kunstacademie mij tijdens mijn opleiding, “Zo leer je het”. “Als je talent hebt, ontstaat vanzelf een eigen signatuur en artistieke kwaliteit; zo niet kap er dan mee” was het advies van deze docent. Kunst op zichzelf bekijken is een utopie, ik leg de kunst langs een maatlat die ik uit velen kunstervaringen opbouwde. Hier op de Arsenale lijdt mijn kunstziel aan ondervoeding; “Dit heb ik al eens ergens anders gezien” denk ik regelmatig. Ik zie weinig eigen signatuur en veel zwakke kopieën. Natuurlijk ken ik de argumenten dat het hier om andere kunst gaat, die voortkomt uit een andere context, een andere tijd en een ander concept: allemaal waar en goed voor het discours. Mijn kunstziel blijft hier echter stoïcijns onder; het laat zich niet voeden met praatjes, het wil beelden die verwondering oproepen vanuit de onderbuik.

De installatie van Song Dong uit Beijing bij de ingang van de Arsenale, bestaande uit een ruimte vol oude kasten en een hoog bouwwerk, doet mij denken aan recyclekunst waar veel van mijn mede-academiestudenten 25 jaar geleden op afstudeerden. Het grotere formaat geeft het niet de meerwaarde die je op dit internationale niveau verwacht. Veel verder bij een werk van Rashid Johnson ervaar ik mijn eerste verwondering. Johnson is een Afro-Amerikaans kunstenaar/fotograaf die de geschiedenis van zijn rasgenoten omzet in beelden. Wat mij raakt is een foto in een openstaand boek waar een lachend kind met de loop van een (speelgoed-)pistool tegen zijn slaap staat. De lach en leeftijd van het kind passen niet bij de handeling. Ik loop verder en passeer aardige kunstwerken, kunstwerken die het gemiddelde academieniveau niet overstijgen en kunstwerken die mij totaal niets zeggen. Harold Szeemann is dood, denk ik, Wim Beeren ook en Rudi Fuchs en Jan Hoet zijn met pensioen. Op grond van hun kwaliteiten zijn er nu opleidingen voor curatoren maar wat leren ze daar, vraag ik mij hier af.

Wachten

In de verte zie ik een groot klassiek werk hoog opreizen, de Sabijnse maagdenroof van Giambologna uit 1583. Dichterbij gekomen blijkt het een hedendaags werk van de Zwitser Urs Fisher te zijn. Fischer maakt levensgrote kaarssculpturen, de imposante levensgrote kaarsen branden tijdens de tentoonstelling langzaam op. Dit beeld is de eerste paar dagen na de opening, nog bijna intact. Slechts een halve arm brandde op. Pas later zie ik dat de man die voor het beeld staat te kijken ook brandt. Een vlam holt langzaam zijn hersenpan uit. Iets verder brandt een stoel; het blijkt een afbeelding van de stoel die de kunstenaar in zijn atelier heeft. Ik slaak een zucht van verlichting, ik weet mijn kunstziel eindelijk gevoed. We lopen verder en komen een werk van James Turrell tegen. Hij bracht de standaard van de lichtinstallatie in de jaren tachtig naar een topniveau dat, wat mij betreft, daarna door niemand overtroffen werd. Ik ga in een lange rij staan, na een uur wachten stappen we eruit, er lijkt geen schot in te zitten; morgen weer een kans. Behalve een werk van Christian Marclay uit de USA en een lift van Gigia Scaria uit India, zijn er weinig echte grote verassingen meer. Marclay plakte een film aan elkaar, bestaande uit fragmenten uit andere films, waarop klokken te zien zijn. Deze filmische collage duurt vierentwintig uur, en de tijd van de film loopt synchroon met onze tijd. Voor het filmdoek staan velen witte banken waar je ontspannen in kan hangen, de banken zitten propvol. Scaria’s lift geeft de illusie dat je snel de grond inzakt, in werkelijkheid snellen filmbeelden langs de wanden van de lift in verticale richting.

Seeing as feeling

De volgende ochtend spoeden we ons door een stevige Venetiaanse stortbui naar de Arsenale. Om vijf over tien staan we bij Turrells The Ganzfeld Piece. Geen rij, maar helaas we mogen het kunstwerk niet in, de plastic schoentjes die je moet dragen ontbreken, die komen binnen een uur. We mogen wel vlak voor de ruimte staan en kijken in het oneindige licht dat zijn kunstwerken vertegenwoordigen. We mogen het zuigende blauwwitte licht zelfs op blote voeten niet instappen. Turrells werken geven een spirituele beleving die hijzelf “Seeing as feeling” noemt. Zien en voelen zijn voor mij de essentie in de kunstervaring, woorden komen pas veel later bij het omschrijven van het gevoel. Vaak zie je beeldpuzzels die betekenisloos blijven als je de bijgeleverde tekst niet bestudeert, als het meezit ontstaat een uitgesteld effect, meestal niet.

De witte banken voor de film van Marclay zijn leeg, we gaan er zitten en kijken naar een opeenvolging van klokken in oude en nieuwe filmfragmenten. De beelden fascineren. Nog lang niet verveeld door dit werk besluiten we klokslag elf uur toch op te staan om te vragen of de schoentjes inmiddels zijn gearriveerd bij Turrells werk. “Nee”, zegt de suppoost, ze hoopt alweer dat ze er binnen een uur zijn. Venetië heeft teveel kunst om je dit wachten te kunnen permitteren, we vertrekken in de regen naar de Giardini, en voelen duidelijk deze gemiste kans. 

Kritiek

Het Nederlands paviljoen ervaar ik als een absoluut dieptepunt van de Biënnale omdat het niet de ruimte geeft aan de vele goede kunstenaars die ons land huisvest. Opera Aperto/Loose Works, toont geen losse werken, maar kunstenaars die ineengevlochten zijn in een warrig tentoonstellingsconcept dat de culturele infrastructuur van ons land als uitgangspunt schijnt te hebben. Helaas gaan de kunstenaars verloren in een te esthetische opstelling, waaruit ik zo snel mogelijk weg wil omdat de strakke vormgeving de beeldarmoede niet kan verbergen.

De tentoonstelling in het centrale Italiaanse paviljoen toont als eerste drie prachtige werken van de Venetiaan Tintoretti. In de zalen erna zie ik veel cryptische kunst, ik schrik van de beeldende teloorgang in de werken van Fischli en Weiss die voor mij het hoogtepunt waren op de Documenta 8 in 1987 met de film Der Lauf der Dinge, waarin een opeenvolging van chemische reacties en elkaar in beweging zettende objecten, een fascinerend kunstwerk opleverde. Hier staan slechts een paar zwakke minimalistische vormen opgesteld. Van de werken van Cindy Sherman heb ik in het verleden enorm genoten, de werken op de Biënnale komen over als een zwakke herinnering hieraan. Pipilotti Rist heeft werken hangen voor de kunstmarkt, boven iedere bank een mooi ingelijste Rist. Niet slecht maar ze halen het niet bij haar installaties.

Hoogtepunt

De foto’s van David Goldblatt maken mijn dag goed. Hij brengt het Zuid-Afrika van na de apartheid op een weergaloze manier in beeld. Getto’s, krottenwijken en personen vertellen een verhaal dat te pijnlijk is om zomaar aan voorbij te lopen. Ik lees de onderschriften van portretten van moordenaars, criminelen en slachtoffers in een land dat nog steeds verscheurd is door een racistisch verleden.

Een ander hoogtepunt zie ik in het Poolse paviljoen waar de kunstenaar Yael Bartana haar video-installatie toont. Bartana is van Israëlische afkomst. Zij toont films die een trilogie vormen waarin een fictieve organisatie de terugkeer van 3.000.000 joden in Polen wil realiseren;  the Jewish Renaissance Movement in Poland (JRMiP). Het is een indirecte kritiek op de nationalistische politieke agenda’s die overal ter wereld en zeker in Europa opleven. Als ik later in het Deense paviljoen naar de koppen van Rutte en Wilders kijk in een werk van Thomas Kilpper die 33 politici weergaf onder de titel How to get rid of them, besef ik dat politieke kunst de protestsong van deze tijd is. Het is de plek waar kunst de realiteit raakt, zoals de Guernica van Piccaso dat ooit deed voor zijn tijdgenoten. Het thema van de tentoonstelling in het Deens paviljoen is ‘Freedom of Speech’. De curator Katerina Gregos claimt dat vrijheid van meningsuiting steeds meer als een lege slogan wordt gebruikt voor populistische politieke debatten. Dit simplistische begripsgebruik gaat voorbij aan de complexheid die ontstaat door subjectieve, politieke, sociale, culturele, religieuze en persoonlijke omstandigheden. De gelimiteerde vrijheid van meningsuiting in Nederland noemt zij expliciet in haar tekst, maar ook de uitgebreidere politiecontrole op straat in landen als Engeland en Amerika ziet zij als een teken aan de wand. Zelf denk ik direct aan de controverse rond Wikileaks, vrijheid van het woord is een mythe, maar ook een fantastisch thema voor een tentoonstelling. Meerdere landenpaviljoens bevestigen mijn vermoeden dat kunst als kritiek op politieke dogma’s past in deze tijdsgeest, ze leveren interessante beelden op.

Verrassend

De Arsenale en de Giardini hebben we gehad, nu de stad nog. In een wirwar aan straatjes is het goed verdwalen, maar zelfs verdwaald kom je veel aan kunst tegen. Landenpaviljoens die niet op ons ‘to do’ lijstje staan, bezoeken we toch omdat we er toevallig voorbij komen. Omdat je niet van die hoge verwachtingen hebt als bij de Arsenale en de Giardini slaan verrassingen aan; zoals de beelden van het Zwitserse duo Klaser/Kunz met de titel Homeless. Zij maken cinematografische sculpturen waarin groepjes zwervers gesprekken met elkaar voeren.

Een andere verrassing vormen de imposante werken van de Macedonische Zarko Baseski, die het existentiële van de man uitwerkt in het project Leap; drie hyperrealistische beelden van de man die groter wil zijn dan zichzelf, de man die zichzelf draagt en de man die over zichzelf heen springt. Het zijn metaforen voor de ‘Ubermann’, een vrije verwijzing naar de ‘Ubermensch’ van Nietsche. Deze Ubermann heeft echter het uiterlijk van een wat uitgezakte modale man in onderbroek en dat zet de steeds terugkerende menselijke grootheidswaan in een relativerend perspectief.

De werken van Anish Kapoor en Jan Fabre die we in deze kunststad bezoeken horen meer bij de randprogrammering. Prachtige werken die deze reis uiteindelijk zeer de moeite waard maken. Zoals ook delen van de Pinault-collectie die te zien zijn in Punta Della Dogana en in het Palazzo Grassi. Deze twee tentoonstellingen staan geheel los van de Biënnale maar we laten deze kans niet voorbij gaan en genieten volop van de voortreffelijke keuze van deze grote collectioneur.

Later op weg naar huis maken we de balans op van onze kunstervaringen; misschien maar tien procent waardevolle kunst op deze Biënnale. Bij de Pinault-collectie was dat zeker driekwart zegt mijn partner. “Is het tijdperk van de curator voorbij ?”, vragen wij ons af. Ik weet het niet, maar de passie van de private collectioneur wint het tijdens deze reis van velen theoretisch geschoolde curatoren.

www.labiennale.org

Lees ook het verslag van de Biënnale van 2009.

Lees alle artikelen in Beelden 2#2011: neem een abonnement of vraag een proefnummer aan.

 

 

 

Comments