Absalon

Absolon: de paradox van vrijheid en flexibiliteit

Hij werd in 1964 in Israel geboren als Meir Eshel en stierf 17 jaar geleden in Parijs. Tijdens een kort leven heeft hij in een periode van hooguit 5 jaar een buitengewoon complex maar samenhangend oeuvre weten neer te zetten. Van neutraal wit geschilderd hout maakte hij ‘wooncellen’ voor zes wereldsteden; Tokio, New York, Tel Aviv, Parijs, Zurich en Frankfurt. Hij gaf ze de naam Cellules. In Rotterdam is een selectie van zijn werk te zien in de vorm van wooncellen, tekeningen, foto’s en video’s .

Door Eleonoor van Beusekom

Absalon was de rebellerende lievelingszoon van de oudtestamentische Koning David. Meir Eshel kiest deze naam in Parijs waar hij eind jaren tachtig naartoe verhuist. Daar leert hij andere kunstenaars kennen, studeert aan het Institut des Hautes Etudes en Arts Plastiques en begint aan zijn oeuvre waarin zich in korte tijd grote ontwikkelingen voordoen. Hij raakt gefascineerd door ruimten. Zijn fascinatie krijgt uiteindelijk vorm in een fenomeen dat hij naam Cellules meegeeft. Begin jaren negentig verhuist hij naar Boulogne waar hij in een huis van Le Corbusier woont. Vijf jaar na zijn vertrek keert hij terug naar Israel voor zijn tentoonstelling in het Tel Aviv Museum of Art. Absalons plan om in zijn Cellules te gaan wonen, verspreid over verschillende steden, wordt nooit realiteit. Hij overlijdt in 1993 op 28-jarige leeftijd. De tentoonstelling in Boymans werd samengesteld door gastcurator Susanne Pfeffer, KW Instituut for Contemporary Art in Berlijn. Met steun van het Institut Français des Pays-Bas.

Cellules

Bij het naderen van de Bodonzaal in museum Boijmans van Beuningen, waar de expositie werd ingericht, is het onmogelijk om je te onttrekken aan een luid en aanzwellend schreeuwen. Het blijkt afkomstig van de kunstenaar zelf. We zien hem op een monitor, van hoofd tot en met schouders, continue schreeuwend in beeld. Zijn met parelend zweet bedekte hoofd is door de inspanning lichtrood aangelopen. Zijn schreeuwen getuigt van woede en van kennelijke grote nood. Het geluid is onmiskenbaar en scheurt de witte geometrische vormen in de expositie los van hun esthetiek.

In de expositieruimte zijn talloze zetstukken consequent en overzichtelijk gegroepeerd in een aantal rechthoekige ‘velden’. Daartussen staan, solitair, enkele van de Cellules opgesteld. In sommigen kun je naar binnen gaan in anderen alleen naar binnen kijken. De ‘wooncellen’ zijn schuilkelders voor slechts één persoon, gebaseerd op de afmetingen van Absolons eigen lichaam, hij was bijna twee meter lang. De smetteloze reinheid van een Cellule benadrukt de suggestie van ruimte en verschaft ogenschijnlijk een uitnodigende vrijheid. Bij betreding ervan wordt het veilige, vrije gevoel onmiddellijk beknot. Het deurtje is te smal en te laag, er zijn uitsteeksels, te smalle, te korte bedjes en bankjes waar je slechts op kunt zitten wanneer je je in een bocht weet te wringen. In de gelikte ruimtes is voor iedere menselijke behoefte een plek ingeruimd heel minimalistisch en met de schijn van ergonomie. Maar je stoot je hoofd of struikelt als je niet heel goed oplet. Het is een klinisch interieur waar mogelijkheden puur suggestief zijn. Een Cellule betreden leidt tot een confronterende ervaring met barrières van je menselijke maat. Je botst met eigen onontkoombare beperkingen van je lichaam. Absalon zelf heeft zijn Cellules beschreven als: “Een bolwerk van verzet tegen een maatschappij die mij weerhoudt te worden wat ik moet worden.”

Wilt u het hele artikel lezen, neem dan een abonnement, of vraag een proefnummer aan voor € 4,- via info@spabonneeservice.nl

 Absalon, Museum Boijmans van Beuningen, Rotterdam, 11 februari t/m 13 mei 2012, www.boijmans.nl

Comments