Anish Kapoor

Anish Kapoor ‘I have nothing to say’

Monumenta is een zeer ambitieuze, artistieke confrontatie die in de hele wereld zijns gelijke niet kent.’ Aldus de officiële site van het Franse Ministerie van Cultuur en Communicatie die de manifestatie organiseert. En dat is geen grootspraak. Monumenta nodigt elk jaar een internationaal gerenommeerde kunstenaar uit om een kunstwerk van monumentale afmeting te creëren voor het Grand Palais in Parijs. Deze enorme hal, opgetrokken uit staal en glas die net als de Eiffeltoren resteert van de Wereldtentoonstelling van 1900, meet maar liefst 13.500 vierkante meter! Na Kiefer, Serra en Boltanski, ging dit jaar de Brits-Indiase kunstenaar Anish Kapoor de krachtmeting aan.   

Door Riet van der Linden

Hoe het begon

Voor Anish Kapoor (Bombay, 1954) is abstracte kunst een filosofische taal waar hij via de omweg van de psychoanalyse is aanbeland. Hij denkt objecten uit, vaak organisch van vorm, die appelleren aan onze angsten. Kapoor zegt gefascineerd te zijn door de evocatieve kracht van ruimte en kleur. Zijn sculpturen hebben daarom vaak zowel een (begaanbare) binnenruimte als een buitenkant. En zoals ‘ruimte’, naast een concrete ook een illusoire dimensie kent, zo maakt hij ons er van bewust dat kleur die op de buitenkant van een object kan worden aangebracht, meer is dan ‘materie’ alleen Kapoor kreeg aanvankelijk bekendheid met ingetogen, zen-achtige installaties en beelden waarbij hij, gebruik makend van monochroom pigmentpoeder in vaak felle kleuren, het oog op een dwaalspoor bracht. Descent into Limbo: een cirkelvormig vlak van zwart pigmentpoeder op een vloer bijvoorbeeld, bleek een onpeilbaar diep gat. Kenmerkend voor Kapoor is de geobjectiveerde emotie en de afwezigheid van een persoonlijk handschrift. In dit vroege werk was duidelijk iets voelbaar van de cultuur en filosofie van zijn geboorteland India, waarmee hij - ook na zijn emigratie in 1972 naar Engeland -  in nauw contact is gebleven.

Buitenproportioneel

In de afgelopen twintig jaar groeide Kapoor uit tot een van de belangrijkste - en duurste - kunstenaars van zijn generatie. In 1990 werd hij gelauwerd als vertegenwoordiger van Groot-Brittannië op de Biënnale van Venetië. Het jaar daarop won hij de prestigieuze Turner Prijs. Daarna ging het met zijn carrière snel bergopwaarts. De kunstwerken voor musea wereldwijd waren niet aan te slepen. En de opdrachten voor monumentale kunstwerken voor de openbare ruimte volgden elkaar in hoog tempo op. De maatvoering van zijn beelden hield gelijke tred met zijn roem. In samenwerking met een uitgebreide staf aan technische assistenten, architecten en ingenieurs begon hij steeds grotere ‘beelden’ te ontwerpen die het midden houden tussen architectuur en sculptuur. In 2002 maakte hij furore in Tate Modern in Londen met Marsyas: een spectaculaire 40 m lange, trechtervormige sculptuur van witte kunststof, bekleed met bloedrood doek, die de kolossale turbine hal leek te overweldigen. Waarschijnlijk moet dit werk worden geassocieerd met een gigantische, erotisch getinte fluit. De titel Marsyas verwijst immers naar een figuur uit de Griekse mythologie, een satyr en begaafd fluitspeler. Het jaar daarvoor ontwierp hij voor het Rockefeller Center in New York Sky Mirror, dat de competitie aanging met de omringende wolkenkrabbers. Voor het Millennium Park in Chicago ontwierp hij Cloud Gate, een 13 m hoge roestvrij stalen, spiegelende boonvormige sculptuur. Kosten: $ 23 miljoen, en daarmee een van de kostbaarste kunstwerken ter wereld. Tussen de bedrijven door ontstaat ook werk dat dichter staat bij zijn oorspronkelijke bron. Svayambh (Sanskriet voor ‘gevormd door eigen energie’) bestaat uit een vleselijk aandoend massief blok rode was, dat zich schijnbaar op eigen kracht over een rail door de ruimte voortbewoog (in musea in Nantes, München en Londen) en zich door deuropeningen perste waarbij ‘het lichaam’ zichzelf vervormde (of transformeerde) en rode sporen achterliet. Even indrukwekkend was Greyman cries, shaman dies, billowing smoke, beauty evoked, waarbij een door een computerprogramma gestuurde cementmolen gedurende de tentoonstelling een soort termietenheuvels produceerde. Een verlaten, voorwereldlijk, dor landschap waar geen plaats (meer) is voor menselijk leven. Maar Kapoor kun je voor alles vragen. Van een herdenkingsmonument voor Prinses Diane, of het verdeelde Jeruzalem, of de Britse slachtoffers van 9/11, tot het beeldmerk van de Olympische zomerspelen in Londen van 2012. De laatste, een 116 meter hoge, spiraalvormige toren, wordt nu al gepresenteerd als de hoogste sculptuur van heel Groot-Brittannië. Voor Napels ontwierp hij twee ondergrondse stations, geen lichtpaleizen zoals in Moskou of Parijs, maar donkere, vaginale krochten. Passend bij de afdaling in de onderwereld. Of het publiek daar blij mee zal zijn, is vers twee. En dan hebben we het nog niet gehad over zijn project voor de Tees Valley in Yorkshire (New England) dat in de volksmond Tees Valley Giants wordt genoemd. Dit moeten zowel qua ambitie als omvang, de vijf grootste sculpturen ter wereld worden. Het is duidelijk dat Kapoor, alias ‘Mr. Big Stuff’ (zoals kunstcriticus Sarah Kent hem noemt), alles in huis heeft om de artistieke confrontatie met het Grand Palais aan te gaan. 

Wilt u het hele artikel lezen, neem dan een abonnement, of vraag een proefnummer aan. 

Anish Kapoor, Monumenta, Grand Palais, Parijs, 11 mei t/m 23 juni 2011, www.monumenta.com
Comments