ARTZUID 2011

ARTZUID 2011. The world around, equality in diversity.

Terwijl een aantal prominente musea in Amsterdam hun deuren dicht houden voor publiek is in de Amsterdamse openbare ruimte een tijdelijk openluchtmuseum voor sculptuur geopend. De oorspronkelijk door architect H.P Berlage uitgerolde groene loper blijkt perfect geschikt voor een manifestatie van driedimensionale kunst. De geometrische structuur van wegen en waterwegen vormt de basis voor de beeldententoonstelling
ARTZUID 2011. In de monumentale lanen van Berlages Plan-Zuid inclusief de aanvullende plantsoenen van landschapsarchitect Michael van Gessel uit de jaren negentig, staan 58 beelden opgesteld tegen een achtergrond van architectuur van de Amsterdamse School. De route loopt via het middenplantsoen van Apollolaan langs en in het Hilton over de Minervalaan door naar de Zuidas tot aan de Boelelaan.

Door Eleonoor van Beusekom

Bij de primeur van ARTZUID in 2009 waren 30 beelden te zien. Cintha van Heeswijck, de bedenker en initiatiefneemster van ARTZUID, nodigde voor die eerste editie acteur en beeldend kunstenaar Michiel Romeyn als curator. Veel baanbrekend werk werd toen al verricht ten bate van toekomstige afleveringen van ARTZUID. Nu in 2011 is het aantal beelden bijna verdubbeld. Amsterdam realiseert het zich nog nauwelijks maar het heeft een heuse Biënnale binnen haar stadsgrenzen gekregen, of Sculpturale zoals Jan Cremer, de curator van de huidige ARTZUID, het liever noemt. Vooraanstaand schrijver en beeldend kunstenaar Jan Cremer toont ons zijn keuze die resulteert in een selectie van internationaal gerenommeerde kunstenaars. Het is gevarieerd sculpturaal werk van hoge kwaliteit. Het oudste werk in de tentoonstelling is het enorme bronzen beeld van schrijver Honoré de Balzac door Auguste Rodin geportretteerd in 1891. De achtenvijftig beelden zijn een persoonlijke keuze van de curator. Er zijn beelden van materiaal als hout, polyester en textiel en van ‘kinderklei’ plasticine. Bovendien hangt er tussen de bomen een echt vliegtuig, gemaakt door kunstenaar Joost Conijn die er zelf werkelijk mee naar Marokko vloog.  

Handwerk

Hoe verschillend van opvatting en materiaal de beelden in deze tentoonstelling ook zijn, er zijn overeenkomsten te ontdekken: curator Jan Cremer heeft een voorkeur voor kunstenaars die op een of andere wijze handmatig scheppen. Dat is bijvoorbeeld terug te zien is in het beeld Marie-Lou uit 1935 van de Belgische kunstenaar Constant Permeke. Permeke zet op de directe wijze van een schilder een vrouwenfiguur neer alsof het hier een schets betreft maar dan in drie dimensies. In de beelden van Ugo Rondinone uit Zwitserland zien we dat de structuur van de zilverkleurige geabstraheerde koppen bestaat uit talloze vingertjes die hun afdrukken in het materiaal achterlieten. De Mightyman van Dhradj Ramsamoedj uit Suriname is 155 cm hoog. Deze aaibare Mightyman in hurkzit bestaat boven zijn rubber laarzen geheel uit een vacht van veelkleurige lapjes. Van Lotti van der Gaag zien we Zonstraketsel, een brons van bescheiden afmeting die ook zomaar uit een andere cultuur dan de onze zou kunnen komen. Het beeld is aan iedere zichtzijde gelijkwaardig verrassend en evenwichtig van verhouding. Het letterlijke gebruik van handen, het ambachtelijke maakproces, is ook bevorderlijk voor de ‘leesbaarheid’ van een werk. Het kleurrijke verleidelijke werk Bra van de Braziliaanse Maria Nepomucheno is een en al nijverheid. Met grote en kleine kralen en rondgeweven vormen bevestigt zij haar rol van vrouw in dit overwegende mannengezelschap. Bij het werk Terroir (2009) van Frederic Beaufils uit Frankrijk zijn het de duizenden uit ijzerpijp gezaagde ringetjes die stuk voor stuk aan elkaar werden gelast om de appels en peren te kunnen vormen die respect voor het ambacht afdwingen. Het elegante transparante fruit is een lofzang van de kunstenaar op het Franse streekproduct. De in felle kleuren gelakte appels en peren springen van veraf gezien al in het oog. Wanneer je ogen eenmaal gewend raken aan de hevige kleurexplosie ontwaar je onder de bomen nog een ongelakte fruitformatie als een soort roestbruine beeldecho. 

En dan het enorme werk
Heureka van Jean Tinguely, 780 x 660 x 410 cm. Het staat vanaf 1964 in Zurich en was destijds een bijdrage aan de wereldtentoonstelling aldaar. De kunstenaar deed het werk na afloop van de hand aan de stad voor de schrootprijs. Vanaf die tijd is het beeld gebleven waar het was. Het is dus heel bijzonder dat Zürich het de moeite waard vond om Heureka te laten afreizen naar Amsterdam Zuid. Zwitserse technici stelden het hier opgebouwde beeld vervolgens nauwkeurig af, zodat HKM Koningin Beatrix het werk in beweging kon zetten als de openingsrace van ARTZUID 2011.Typische Tinguely beelden zijn opgebouwd uit hergebruikte roestige onderdelen met een geschiedenis. Heureka is geen pronkstuk maar een werkbeeld dat op commando als een soort rudimentair Zwitsers uurwerk gaat ratelen. In Zürich werkt het sinds 1964 dagelijks om 17.00 uur.  

Gelijkheid in diversiteit

De bijdrage van kunstenaars uit landen als bijvoorbeeld Suriname, India, China, Zuid-Afrika, Indonesië en Japan zorgt vooral voor diversiteit. Het zijn landen waarmee Amsterdam van oudsher handelsbetrekkingen onderhield. De cultuur van die landen hebben we sindsdien door onze reislust en door migratiestromen leren kennen. Het Westen bepaalt inmiddels niet meer als enige de standaard voor kunstappreciatie. Door Internet ontstond ‘Globalcity’ en door volksverhuizingen verhuisde de cultuur van een land van herkomst mee naar een nieuwe woonbestemming. Onze cultuur is veranderd, gekleurd en verrijkt. Kunst is en blijft toch, boven alles, menselijke verbeelding en is daarmee een aards fenomeen van alle tijden. Omdat kunstenaars nu eenmaal bij uitstek in staat zijn het onmogelijke te verbeelden is kunst op heel veel manieren waardevol. Eigentijds voor de tijdgenoten en als nagelaten ‘berichten’ voor volgende generaties. 

In de waardering is echter een kentering waarneembaar. Waar de zelfverklaarde ‘splendid isolation’ van de Westerse kunst op hoog niveau vanuit ivoren torens werd aangestuurd door kunstbobo’s en waar ontoegankelijkheid een elite creëerde, wordt nu de betrokkenheid van het publiek geambieerd. Toegankelijke kunst mag dan misschien makkelijker te begrijpen lijken maar is vaak nog steeds van meer lagen voorzien dan de argeloze passant zich bij een eerste aanblik gewaar kan worden.

Kunst en omgeving

Als beelden zijn geplaatst op locaties waarvoor ze niet gemaakt werden, dwingt het toeval ze als vanzelf tot communicatie met de omgeving, de architectuur. De meeste beelden op de route kunnen die confrontatie gemakkelijk aan. De hoge bomen die het middenplantsoen van de Apollo- en Minervalaan omzomen, zorgen met hun uitwaaierende toppen bovendien voor een majestueus gewelf van bomenloof en komen zo tot een subtiel samenspel met hun bijzondere gasten. Even verderop, op Station Zuid, vormt lawaai en drukte van komende en gaande treinen en hun passagiers wel een hevig contrast. Omgeven door dat rumoer en de visuele ruis van reclame en aanwijsborden als achtergrond, wedijveren de hier geplaatste beelden om aandacht 

Hier komt het Virtueel museum Zuidas stichting ARTZUID tegemoet. Op het permanent  geplaatste openbare video scherm CASZ komen gedurende deze zomer ook beelden op ons af. Er worden drie films vertoond die Jan Cremer in 1980 maakte. Daarnaast is een filmkeuze van Jan Cremer en CASZ-curator Jan Schuijren te zien. Het speciaal voor ARTZUID gemaakte werk Joy of Life van de jonge kunstenaars Matthijs Bredewold & Ulrik Kristensen is een beeldengroep die vooral vorm geeft aan de hedendaagse rol van de telefoon. Deze groep beelden zal gedurende een aantal jaren op de Zuidas blijven staan. Even verderop op het Mahlerplein, aan de andere kant van het NS station Zuid, wacht de graafmachine met stoere contouren van de Belg Wim Delvoye ons op. Het is een roestig en kwetsbaar apparaat dat bijna krokant oogt door zijn opengewerkte finish: een decoratieve mix van kathedrale vensters en Brugs kantwerk. Naast dit werk hebben studenten uit het basisjaar van de Gerrit Rietveld academie de ijssculptuur Fluids (1927-2006) van de Amerikaanse fluxuskunstenaar Allan Kaprow op 26 mei jl. opgebouwd. Fluids, een ijshappening, is vanaf 1961 op verschillende plekken in de wereld opnieuw opgebouwd als symbool van de continue levensstroom. Twee enorme roestige koffiepotten Née de la terre van Klaas Gubbels completeren de  enscenering hier. Een en ander vormt weer een contrast met een ‘mintwit’ beeld even verderop. Foodcart van Atelier van Lieshout stelt  zes  androgyn ogende figuren voor die een kar duwen en trekken waarop een voedseltank ligt. 

Tenslotte

In onze ‘Disneycultuur’ is een groot beest in het groen voor kinderen al snel pretpark gerelateerd. 
Is er op klimmen daardoor wellicht een automatische reflex? Ouders keken onlangs toe hoe hun klauterende kleuters op hun eigen wijze bezit namen van de ruim drie meter hoge en zeven meter lange hoogglans gepolijste bronzen schildpad aan de Beethovenstraat. De kunstenaar Jan Fabre portretteerde zichzelf er bovenop als een jockey. Searching for utopia  is de veelzeggende titel van deze goudglanzende schildpad. Staat dit schilddragende, traag bewegende, nog levende fossiel misschien symbool voor de afstand die onze beschaving heeft afgelegd en waar hij ons heeft gebracht? Ver verwijderd van onze kern van wie wij wezenlijk zijn en wat we van onze samenleving maken? En dan Every minute is special van de Zwitserse Silvie Fleury, een fantastisch beeld. Een recalcitrant ogende glamour feministe zit met wapperende hersenharen in een vliegtuigje dat bij nadere beschouwing een libelle blijkt te zijn. Met haar breinkapsel van goud en zelfvoldane grijns op haar gepolijste gezicht beweegt ze zich vastberaden in een mannenwereld. 


ARTZUID 2011, Amsterdam, 27 mei t/m 28 augustus 2011

www.artzuid.com

www.virtueel-museum.nl

Lees ook het artikel over ARTZUID 2009.

Lees alle artikelen in Beelden 2#2011: neem een abonnement of vraag een proefnummer aan.

Comments