ARTZUID 2015 interview

Rudi Fuchs’ ARTZUID: statig en respectvol

Aanstaande 22 mei is de opening van ARTZUID 2015. Cintha van Heeswijck, directeur van de Stichting Art Zuid, heeft Rudi Fuchs aangezocht als curator van deze vierde editie van de sculptuurroute. Zijn staat van dienst – Fuchs was onder andere directeur van het Van Abbe Museum en het Stedelijk Museum, en curator van Documenta 7 – schept hoge verwachtingen.

Door Sya van ‘t Vlie

Plek als uitgangspunt

Op 23 april jl. had ik een interview met Rudi Fuchs. Want anders dan bij voorgaande edities ga ik dit jaar niet als onafhankelijk rondleider gidsen op de sculptuurroute, maar ‘in dienst van’ Art Zuid. Omdat ik na de instructiemiddag voor rondleiders de indruk had gekregen van een weliswaar kwalitatief hoogwaardige, maar op het saaie af traditionele expositie, was ik erg gelukkig met het voorstel van Cintha van Heeswijck om hem te mogen interviewen. Zo kreeg ik de gelegenheid Fuchs, door vriend en vijand beschouwd als een meester in het presenteren, zelf te horen over zijn uitgangspunten en selectie. Hij viel meteen met de deur in huis. ARTZUID 2015 is beslist niet bedoeld om de huidige stand van de beeldhouwkunst te laten zien. De plek is daarvoor niet geschikt. En die plek is het uitgangspunt voor de tentoonstelling. Dat geldt wat Fuchs betreft niet alleen voor deze tentoonstelling maar voor elke tentoonstelling, ongeacht of die binnen of buiten is. 

Statig

In dit geval bestaat die plek uit de Apollolaan, de Minervalaan, het plantsoen voor het Hilton hotel waar beide lanen elkaar kruisen, met als staartje de Zuidas. Fuchs ziet de Apollolaan als een 20e eeuwse imitatie van de grachten, de twee rijbanen worden alleen niet door water maar door gras van elkaar gescheiden. Beide lanen zijn als woonbuurt ook statiger dan de grachten. Hij vindt dat geen plek om te experimenteren, en zeker geen plek voor spektakel. De opdeling van de gazons door rijtjes van struiken en bloemenperkjes zorgt voor een natuurlijke opeenvolging van ruimtes. Daardoor lenen die gazons zich prima voor wat Fuchs ‘ensembles’ noemt: paren of kleine groepjes van beelden die daar flaneren of met elkaar converseren.

De statigheid en de sfeer die hem voor ogen staan zijn te vinden op een schilderij van Pieter Rudolph Kleyn uit 1809 dat zich in de collectie van het Rijks Museum bevindt: Park van Saint-Cloud, waarop wandelaars flaneren tussen de hoge bomen. Fuchs ziet zijn opstelling als een processie, waarlangs de bezoekers van beeld naar beeld lopen.

Respect

Omdat de bebouwing relatief hoog is, heeft Fuchs gekozen voor grote staande figuren. De beelden, die figuratief, half figuratief of abstract zijn, staan op sokkels of plateaus. Vroeger waren beelden in de openbare ruimte meer dan menshoge figuren van goden die gunstig gestemd moesten worden, of van vorsten die hun machtspositie wilden onderstrepen of zich als triomfator wilden laten vereeuwigen. Ze stonden op zuilen of hoge sokkels, zodat de grote massa tegen ze moest opkijken. Fuchs vindt dat zijn beelden een zelfde respectvol opkijken verdienen.

Verder vindt Fuchs dat kunst in de openbare ruimte op zijn beurt respectvol moet zijn naar de plek en zijn bewoners en passanten. En naar de sculptuur die al aanwezig is. Als curator heeft hij dan ook gekozen voor een passende ‘buurman’ voor het Monument voor de gefusilleerde verzetsstrijders (1954) van Jan Havermans (1892-1964): Königsgräber van Ulrich Rückriem, een sobere sculptuur waarin het maakproces is te volgen.
Rückriem heeft een groot blok steen in kleinere blokken gespleten om ze vervolgens weer tot groot blok te formeren, met behoud van de boorgaten nodig voor het splijten. In vorige edities hadden bewoners aanstoot genomen aan minder respectvolle buren van de drie mannen die herinneren aan de 29 gevangen buurtgenoten die uit represaille voor een actie van het verzet zijn geëxecuteerd.

Contour

Onder Fuchs selectie van beelden zijn een aantal oude bekenden. Zo stond Née de terre, twee grote koffiepotten van Klaas Gubbels, in 2011 als duo voor een van de kantoorgebouwen aan de Zuidas. Fuchs scheidt ze van elkaar om ze begin en eind van de Apollolaan te laten markeren. Hoewel Gubbels een sokkel in beide beelden heeft opgenomen, plaatst Fuchs ze net als de overige beelden op een sokkel. Op een andere strategische plek, het drukke Minervaplein, komt een recent knalrood beeld van Gubbels, een stapeling van, ja wel: koffiepotten.

Bij de beelden van Gubbels gaat het om de contour. Volgens Fuchs is elk beeld vanuit de verte gezien een contour; pas als de kijker dichterbij komt begint die te zwellen, krijgt het beeld volume. De contour hoeft geen strakke lijn te zijn. Hoe dichter je bijvoorbeeld Versus van Tony Cragg nadert hoe grilliger de lijn. Beide beelden laten ook zien dat het oppervlak erg belangrijk is: mat, glad gepolijst, soms zozeer dat de omgeving erin gespiegeld wordt, of ruw, waardoor licht en schaduw vrij spel hebben.

Ensembles

Voorbeeld van een ensemble van beelden van één kunstenaar zijn de beelden van Mimmo Paladino op de Apollolaan. Een kwartet van mannen- en vrouwenfiguren, beschilderd in zwart, wit en zwart/wit en betekend met witte of zwarte belijning. Fuchs wijst op de opwaartse energie van Paladino’s beelden, waardoor ze lijken op te stijgen. Door ook een blauw paard van Paladino in dit ensemble op te nemen legt Fuchs al vast een link naar de Zuidas. Want op het Mahlerplein staat Zenith, eveneens een groot paard van Paladino. Opvallend aan Zenith is de ster op zijn rug.

Het plantsoen voor het Hilton hotel leent zich voor een groot ensemble met zeer uiteenlopende sculpturen van meerdere kunstenaars. Een eyecatcher rol lijkt hier te zijn weggelegd voor het lange smalle lange vrouwenhoofd Duna van Jaume Plensa.

Op de Minervalaan zet Fuchs een aantal ‘verwante’ beelden van verschillende kunstenaars naast elkaar, zoals het drietal 1 stapeling van blokken van Hubert Kiecol, Figur van Per Kirkeby en Der Geist von L van A.R. Penck, of een eindje verderop Crouching Figure van Thomas Houseago naast twee staande figuren van Markus Lüpertz. Op het Zuidplein bevindt zich een heel bijzonder ensemble: Heart of Trees van Jaume Plensa. De groep bestaat uit zeven zittende figuren, zelfportretten van Plensa, die ieder een boom omhelzen. Plensa heeft ze in 2007 speciaal gemaakt voor een expositie in het Yorkshire Sculpture Park. Fuchs plaatst ze als het ware over naar de stedelijke omgeving, waar ze zich naar zijn verwachting probleemloos zullen voegen in hun nieuwe context.

Schilder/beeldhouwer en beeldhouwer

Veel sculpturen zijn niet gemaakt voor buiten. Om die reden wilde Georg Baselitz aanvankelijk geen beeld ter beschikking stellen. Maar hij liet zich overhalen door Fuchs’ argument dat hij niet mocht ontbreken tussen zijn Duitse collega’s Penck en Lüpertz die net als hij schilders zijn die pas later zijn gaan beeldhouwen. Trouwens, het merendeel van de door Fuchs geselecteerde beeldhouwers is behalve beeldhouwer ook schilder. Omdat ze schilderen zijn ze volgens Fuchs in staat beelden te maken die een beeldhouwer pur sang nooit zou maken. Als voorbeeld noemt Fuchs de drie grote beelden uit de ‘Companion’ serie van KAWS (begonnen als illustrator en graffiti kunstenaar), waarvan er één in de vijver van het Museumplein komt te staan. Een ander voorbeeld zijn de gele hooivork, de blauwe schaar, de roze schop, en de rode kruiwagen van Michael Craig-Martin die eerder beelden van tekeningen zijn dan beelden van de voorwerpen die ze voorstellen. De transparante lijnen zwellen hier niet op tot een volumineus beeld.

Tot de beeldhouwers pur sang behoren behalve Ulrich Rückriem ook Tony Cragg, Thomas Houseago en Hans Josephsohn. Er is maar één vrouwelijke beeldhouwer opgenomen in de sculptuurroute: Rebecca Warren. Omdat ze de enige vrouw is die grote beelden kan maken. Van haar staan op de Apollolaan niet de uitdagende beelden van het vrouwelijk schoon (borsten, billen en genitaliën) waarom zij bekend staat. Uit respect voor de bewoners? Nee, deze twee waren de enige die beschikbaar waren.

Couplet 8

Fuchs eigen uitleg heeft me overtuigd dat zijn keuze voor grote staande beelden op sokkels en zijn beslissing om geen plaats te bieden aan experiment en spektakel wel eens heel goed zouden kunnen uitpakken. Hoewel een samenbindend thema ontbreekt denk ik dat de op elkaar afgestemde beelden maar vooral die strakke vormgeving erin zullen slagen om van ARTZUID 2015 een samenhangende presentatie te maken, iets waar de vorige edities, hoe kleurrijk en spannend ook, niet echt in slaagden.

Toen ik aanstalten maakte om te vertrekken noemde Fuchs zijn ARTZUID terloops ‘Couplet 8’. Daarmee gaf hij zijn ambitie prijs: van de sculptuurroute de opvolger maken van de Coupletten 1-7 die hij realiseerde tijdens zijn directeurschap van het Stedelijk Museum. Of hij daarin slaagt, leest u in mijn bespreking van ARTZUID 2015 in het komende nummer van Beelden (verschijningsdatum 27 juni).

De kunstroute is te bekijken van 22 mei tot en met 22 september 2015.

www.artzuid.nl

 

 

 

 

 

 

Comments