ARTZUID 2015 recensie

ARTZUID 2015 – De processie van beelden van Rudi Fuchs

In de uitwerking van mijn interview met curator Rudi Fuchs, te lezen op de website van Beeldenmagazine, heb ik toegezegd in deze bespreking te kijken of de uitgangspunten van Fuchs goed zijn uitgepakt en of we ARTZUID 2015 inderdaad kunnen beschouwen als zijn Couplet 8. 

Door Sya van ‘t Vlie


Ja, dit is sculptuur!

Wilde Henk van Os in de vorige editie van ARTZUID reuring brengen in Amsterdam Zuid, Rudi Fuchs heeft gekozen voor respect, niet alleen voor de omgeving, maar ook voor de bewoners en passanten. Lezers van mijn artikelen in Beelden weten dat ik een liefhebber ben van wat Fuchs in zijn interview afdoet als experiment, en voor experiment is de locatie van de sculptuurroute volgens hem niet geschikt. Ik vind de openbare ruimte, van oudsher het domein van de sculptuur, de plek bij uitstek voor interactieve en performatieve sculptuur, omdat ik die in staat acht het publiek dat is afgehaakt omdat ze de ontwikkelingen binnen de sculptuur niet hebben kunnen bijhouden, weer bij de (beeldhouw-)kunst te betrekken. Gek genoeg is Fuchs’ processie van beelden juist voor die bezoekers een feest. Hoewel het schilderij Park van Saint-Cloud (1809) van Pieter Rudolph Kleyn Fuchs’ uitgangspunt voor de inrichting van ARTZUID is, hoeven de bezoekers zich geen moment af te vragen of ze wel naar sculptuur staan te kijken, of dit nu kunst is. Ja, dit is kunst! Ja, dit is sculptuur!

Kanttekeningen

Zijn er dan helemaal geen kritische kanttekeningen te plaatsen? Ja zeker wel. Op het stuk van de Minervalaan voor het Zuideramstelkanaal kan Versus van Tony Cragg, een smalle cirkelvormige sculptuur met grillige contour, niet voorkomen dat de expositie een beetje als een nachtkaars uitgaat. De drie ‘gymnasten’ van Georg Herold zijn wat mij betreft drie voorbeelden van kunst waarvoor Van Os in 2013 de term KGK-kunst (kan-geen-kwaad kunst) heeft bedacht. Als je er één hebt gezien weet je het verder wel. En voor het Hilton hotel staan er ook al twee. Gelukkig kunnen kijkers hier nog steeds genieten van Untitled van André Volten. De twee strakke roestvrij stalen ‘stammen’ hebben na de eerste editie van 2009 permanent een plek gekregen op dit vreemde eindpunt van de Minervalaan. Maar toch… het is dan wel een heel eind lopen naar de Zuidas, want op de gazons van de Amsterdamse Goudkust zijn dit jaar geen beelden geplaatst. Bezoekers moeten het hier doen met de prachtige vleugelnootbomen. Wie zich niet laat ontmoedigen en de route wel afmaakt, wordt beloond. De Zuidas-werken, achtereenvolgens Heart of Trees van Jaume Plensa, Zenith van Mimmo Paladino en Inflated Star and Wooden Star van Frank Stella, zijn echt de moeite waard.

Bakens en niet-baken van Gubbels

Een ander punt van kritiek betreft Née de terre van Klaas Gubbels. Tijdens de opbouw had ik al een tijdje de twee lege sokkels zien staan, bestemd voor de twee koffiepotten die het begin en eind van de Apollolaan moesten markeren. Waar ik eerlijk gezegd al bang voor was bleek uit te komen. Ik vind de bruine koffiepotten met hun prachtige matte huid op die witte sokkels niet zo geslaagd. Met hun eigen in het beeld opgenomen sokkel hebben ze die extra sokkel niet nodig. Ook als ‘tweeling’, opgesteld als elkaars spiegelbeeld zoals op ARTZUID 2011, vind ik Née de terre spannender. En een mooiere achtergrond dan het in kleur overeenkomende kantoorgebouw op de Zuidas, waar ze toen stonden, kan ik me niet voorstellen.

De twee koffiepotten fungeren nu dus als bakens. Ze markeren begin en eind van de route op de Apollolaan. Een derde beeld van Gubbels, het knalrode Kaskade, heeft op het Minervaplein een zelfde signaalfunctie. Het overstemt met succes de ruis van het drukke kruispunt en markeert het vervolg van de route aan de overkant van de Stadionweg. Aardig is dat Fuchs nog een vierde niet-baken beeld van Gubbels heeft opgenomen. De Peer, een lichtblauwe tafel met donkerblauwe koffiepot en witte fruitschaal met daarop een enorme roze peer, lijkt een schilderij waarvan het doek met achtergrond is weggesneden. De wankele tafelpoten geven dit stilleven iets aandoenlijks.

‘Eyecatchers’

Het plantsoen voor het Hilton hotel heeft iets weg van een eiland. De beelden staan dan ook ‘op’ en niet ‘in’ het plantsoen. Anders dan bij eerdere edities staat hier deze keer geen ratjetoe van beelden.

‘Eyecatcher’ is Duna van Jaume Plensa. Duna is het hoofd van een jong meisje. Haar hoofd is extra lang en van opzij supersmal. Haar gelaatstrekken zijn in half reliëf weergegeven. Ze heeft de ogen gesloten, en aan de achterkant is te zien dat ze haar haar heeft opgestoken in een knotje. Ze heeft een fluwelige huid. Met haar Boeddha-achtige uitstraling lijkt ze helemaal op te gaan in hoger sferen. Om haar heen lopend word je op het verkeerde been gezet door de bijzondere overgangen van breed naar smal naar breed en weer naar smal. Duna is zo dominant dat de beelden aan de rand van het plantsoen slechts een bijrol vervullen. Zelfs het enorme Mickey Mouse-achtige beeld At this time van KAWS valt bij haar in het niet. Maar dit valt nauwelijks op omdat de stripfiguur die wanhopig de handen voor de ogen slaat gericht is op zijn ‘companion’ aan de overkant: Better Knowing, een zittende Mickey Mouse die verdrietig naar zijn afgebroken Pinocchio neus kijkt. Het duo blinkt niet uit in het vrolijke optimisme dat je verwacht bij stripfiguren uit de wereld van Walt Disney. Hun treurigheid laat je als kijker niet onbewogen. Dat geldt ook voor een derde beeld van KAWS dat wel succesvol is in het opeisen van de eyecatcher-rol. Along the Way staat midden in de vijver van het Museumplein. De twee Mickey Mouse-achtige kameraden hebben de armen troostvol om elkaar geslagen. Ze steken met kop en schouder uit boven de kermis rond het Iamsterdam ‘letterbeeld’, die afschuwelijke toeristische trekpleister die het zicht op het Rijks Museum bederft.

Strijdtoneel

Het derde perkje op de Minervalaan is vooral het strijdtoneel voor United Enemies van Thomas Schütte. United Enemies is in alles het tegengestelde van een monument. Geen krijgshaftige helden op een voetstuk, maar twee reusachtige mannenparen, gehuld in met touwen omwonden jute zakken waar alleen hun hoofden uitsteken. Ze hebben geen benen, maar staan op drie staken die in de grond steken. De strak om hun lichamen geknoopte touwen zijn erg gedetailleerd. Hun koppen zijn vertrokken in angstige grimassen. Ze herinneren aan vroeger tijden waarin misdadigers in het openbaar bespot en beschimpt werden. Het idee voor United Enemies werd ingegeven door tv-beelden die Schütte tijdens een verblijf in Italië zag van de arrestatie van van corruptie beschuldigde politici. Museum De Pont in Tilburg bezit een serie kleine sculptuurtjes die Schütte begin jaren ’90 naar aanleiding van de tv-beelden maakte. De twee kleine, tot elkaar veroordeelde mannetjes van modelleerklei zijn aan elkaar vastgebonden en gehuld in kleurige lappen. Hun gelaatstrekken tonen angst, woede en onderling wantrouwen. Ook zij staan te kijk: onder een glazen stolp.

Aan het begin van het westelijke gedeelte van de Apollolaan staat Wachter 1 van Sinkichi Tajiri, die hier na ARTZUID 2009 permanent een plek heeft gekregen. De krijger op het hoge voetstuk is in alles de tegenpool van Schüttes United Enemies en voldoet helemaal aan Fuchs’ idee van een statig beeld dat onze respectvolle aandacht opeist.

Ja, dit is ‘Couplet 8’

Ik kan me wel vinden in de opvatting – geuit tijdens de opening – dat Berlage’s Plan Zuid vanaf eind mei tot eind september het vierde grote museum van Amsterdam is, in de open lucht. Want Fuchs’ sculptuurroute is als een parcours van groene zalen, waarin kijkers van beeld naar beeld wandelen. Tijdens die wandeling ontdekken ze overeenkomsten en contrasten in de ‘ensembles’ van beelden die Fuchs daar met elkaar een dialoog laat aangaan. Ze krijgen antwoord op vragen als: hoe abstract is abstract? Kan een abstract beeld iets voorstellen? Verder kunnen ze vergelijken hoe beeldhouwers als Mimmo Paladino en Markus Lüpertz hun beelden beschilderen. En op hun wandeling ontmoeten ze af en toe een hoogtepunt. Het is alsof ik een beschrijving van de opzet van de Coupletten lees. Zelfs de kritiek is dezelfde als indertijd. Fuchs toont alleen zijn oude maten, de expositie is saai, en er ontbreekt een samenhangend concept. Die kritiek is maar gedeeltelijk waar. Ja, Fuchs toont zijn favorieten Baselitz, Lüpertz en A.R. Penck. Maar omdat ze eerder met hem hebben gewerkt en hem vertrouwen stellen ze wel de werken ter beschikking die hij wil tonen. Kwalitatief goed werk van, zoals hij het zelf in de catalogus formuleert, “eigentijdse kunstenaars die zich van een klassiek idioom bedienen”. En biedt hij geen plek aan iemand als KAWS? Ja, ik mis in deze opstelling de ‘jeu’ van vorige edities. Maar zo kan ik me verdiepen in de beelden, zonder te worden afgeleid door eventuele commotie rondom zijn selectie. Ja, een samenhangend thema ontbreekt. Dat is het eerste wat Fuchs tegen me zei in ons interview. Waarschijnlijk vindt hij dat thema’s en concepten curatoren beperken in hun keuzevrijheid. Juist het ontbreken van een thema maakt hem vrijer in het tonen van de overeenkomsten en contrasten die hij zo boeiend vindt. Ja, ARTZUID 2015 is ‘Couplet 8’!

ARTZUID 2015, 22 mei t/m 22 september 2015, www.artzuid.nl

Op www.syavantvlie.nl\blog vindt u een tekst over de beschilderde beelden op ARTZUID 2015.

 

 

 

Comments