John Blaak, hoofdredacteur en daarna als kunsthistoricus. Naast mijn kunstenaarschap kwamen er al snel nevenfuncties bij die allemaal met kunst te maken hebben, . Sinds het beëindigen van mijn studie kunstgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Leiden 1995 is de verhouding ongeveer 50/50. Naast kunstenaar zie ik mezelf als mediator die kunst naar het publiek brengt. Dat doe ik via tentoonstellingen, advieswerk en de laatste 14 jaar als hoofdredacteur voor Beelden. In mijn beeldende werk hou ik mij nu bezig met een monument voor het Holland Pop Festival, en een kunstproject met bewoners in de Rotterdamse wijk Crooswijk, Ineke Soeterik, tekstredacteur
Mijn vader leerde mij van jongs af aan kijken naar schilderijen, beelden, meubels en gebouwen, samen hardop kijken én genieten. In combinatie met mijn 40 jaar lange ervaring als bibliothecaris in overwegend kunsthistorische bibliotheken, heb ik de highlights van alle vormen van kunst, dagelijks voorbij zien komen. Een deeltijdopleiding aan de Willem de Kooningacademie leerde mij de uitvoerende kant van het schilderen en tekenen kennen. Zelf schilder ik nu bij voorkeur portretten. Als tekstcorrector voor Beelden (sinds 2001) heeft de ruimtelijke beeldende kunst meer mijn belangstelling gekregen. In mijn huidige werk in de Studiezaal van het Nederlands Architectuur-instituut in Rotterdam, krijgt de architectuur alle aandacht. In mijn vrije tijd en tijdens vakanties zijn de kunsten altijd als programma-onderdeel aanwezig. Ik zou mij een leven zonder het genieten van ‘de kunsten’ niet kunnen voorstellen. Het houdt mij in de goede balans.
Piet Augustijn Mijn belangstelling voor beeldende kunst dateert van mijn middelbare schooltijd. Ik ben toen in aanraking gekomen met het abstract expressionisme, kunstenaars van De Stijl, Cobra en andere kunststromingen. Dat boeide me zo, dat ik al vrij snel over kunst ben gaan schrijven: in regionale en plaatselijke kranten. Hoewel ik aanvankelijk koos voor het (basis)onderwijs heb ik die baan altijd gecombineerd met schrijven over beeldende kunst: recensies, beschouwingen en portretten. Daarnaast volgde ik cursussen op kunstgebied en bezocht tientallen tentoonstellingen. Vooral ruimtelijke kunst had mijn belangstelling: de diadozen van de binnen- en buitententoonstellingen staan nog in mijn kast. Vanaf eind jaren 80 organiseer ik met de Werkgroep Tentoonstellingen (binnen- en buiten)tentoonstellingen in Gorinchem, in 1995 werd ik parttime conservator hedendaagse kunst in het Gorcums Museum, in de jaren daarna zat ik in uiteenlopende kunstcommissies en werd eindredacteur van het glasmagazine Fjoezzz en hoofdredacteur van het tijdschrift Keramiek. Daarnaast schrijf ik regelmatig in uiteenlopende publicaties over en voor kunstenaars. Voor het tijdschrift Beelden schrijf ik vrijwel vanaf het begin. Anne Berk Ans van Berkum Hoe kunst werkt kan ik achterhalen door er over te schrijven. De meerwaarde van wat ik voor Beelden doe komt dus in eerste instantie mijzelf ten goede. Ik hoop daarbij dat mijn artikelen ook deuren open zetten voor anderen. Hoe meer mensen zich bewust worden van wat kunst doet, hoe beter deze kan functioneren. Ik ben kunsthistoricus en heb me in eerste instantie gespecialiseerd in de geschiedenis van de architectuur. Op dit moment ben ik directeur van Architectuurcentrum Casla in Almere. Een inspirerende job, waarin ik de opgaven, kwaliteiten en gebreken van de stad voor het voetlicht breng. In een nieuwe stad als deze is heel goed voelbaar dat het accent niet eenzijdig op groei moet liggen, maar vooral ook op de ontwikkeling van de samenleving van mensen. De culturele dimensie is daarin essentieel. Cultuur brengt mensen bij elkaar en geeft kleur en diepgang aan alles wat er gebeurt. Niets karakteriseert een stad als Almere zo goed, als de energienaald van Jan van Munster. Dit beeld is hét symbool voor de interne dynamiek en wordt door iedereen gezien. Even verderop staan de slome olifanten van Tom Claassen. Het zijn beelden die meer dan wat ook meehelpen om de stad herkenbaar te maken. Judith van Beukering Van jongs af aan beleef ik een intens plezier aan het kijken naar ruimtelijke kunst. Het voortdurend veranderende perspectief als je om een beeld heen loopt en het aftasten van het oppervlak met mijn ogen, heb ik altijd fascinerend gevonden. Mijn voorkeur gaat uit naar kunstenaars die abstracte en tactiele beelden maken zoals Louise Bourgeois, Giacometti en Richard Deacon. Omdat ik woorden wilde vinden voor wat ik zag en niet begreep, ben ik kunstgeschiedenis gaan studeren. Leesbare en toegankelijke teksten schreef ik echter pas ná mijn studie, toen ik mij als publiciteitsmedewerker en later als kunstcoördinator ging verplaatsen in een lezerspubliek.nkele jaren geleden heb ik een studie kunst- en cultuurmanagement gevolgd aan de Erasmus Universiteit van Rotterdam. Door mijn werk in culturele bedrijven ben ik geïnteresseerd geraakt in kunstorganisaties op zich en in de mensen die er werken. Kunstorganisatie lijken in veel opzichten op ‘gewone’ bedrijven maar hebben ook eigen wetmatigheden en typische problemen. In geen enkele andere bedrijftak bijvoorbeeld is de betrokkenheid van medewerkers zo hoog en is men bereid zo hard te werken voor zo weinig geld. Waarom is dat zo? En waarom zijn sommige kunstbedrijven succesvol en verdwijnen andere weer van het toneel? Met deze vragen in mijn achterhoofd ga ik voor Beeldenop onderzoek. Eleonoor van Beusekom Ik ben zelfstandig ondernemer in de kunsten te Amsterdam. Mijn werk bestaat uit het geven van adviezen in het kader van collectievorming en kunst in de openbare ruimte. Ik voer een praktijk als creatief coach en ik ben beeldend kunstenaar en auteur. Kunst van mijn hand en geest heeft een sterk filosofisch karakter dat al dan niet ambachtelijk is vertaald in beeld. Het gaat over voortduren over tijd, over aan- en afwezigheid. Taal en beeld schieten altijd te kort als expressiemiddel voor een optimale weergave van fictieve of waargenomen werkelijkheid. Doordrongen van dat besef doe ik toch pogingen om de overdracht en weergave van het onzegbare te benaderen. Het kijken naar een goed geconcipieerd kunstwerk kan er immers voor zorgen dat je je gewaar wordt van andere dimensies en lagen van perceptie. Goed zien is daarvoor een voorwaarde en veel oefenen met kijken is nodig. Voor de maker, de toeschouwer en voor de schrijver over kunst.Naast het zelf kunst maken, schept het schrijven over beeldende kunst van andere kunstenaars weer nieuwe dimensies; Het ‘vertalen’ van mijn waarneming van een beeld in taal en hoe dat beeld zich verhoudt tot zijn ruimtelijke context. Ik ben gaan schrijven over eigentijdse kunst om bij te dragen aan het discours. Een onderwerp van een kunstwerk kan eeuwenoud zijn maar pas actuele communicatieve waarde krijgen als het de vorm krijgt die past in de tijd waarin we leven. Etienne Boileau Beeldende kunst is van levensbelang. Als een jong, fragiel plantje bestaat en groeit ze tegen de verdrukking in. En dat is eigenlijk nooit anders geweest. De kunst moet zich teweer stellen tegen krachten als efficiency, verzakelijking en -last but not least- domheid en onbegrip. Als thermometer in de samenleving stelt ze daar heel wat tegenover: op wolken gedragen worden of vleugels krijgen, inzichten verwerven, bijdragen tot discipline en structuur. Maar kunst kan ook lawaai zijn, tot tweedeling leiden en is soms niet meer dan goedkoop amusement. Het is zaak om daar als schrijver/journalist duidelijkheid in te scheppen. Het blad Beelden biedt de lezer de kans om al kijkende en lezende kennis te maken met de ervaringen van een schrijver. Iemand die zich een mening heeft gevormd over de exposities en kunstverzamelingen die hij bekeken heeft, en die hij in een toegankelijke, genuanceerde taal verwoordt. Vanuit dat enthousiasme schrijf ik niet alleen, maar bemiddel ik ook tussen kunstenaar en galerie, coach beide doelgroepen en verzorg hun communicatie naar de pers. Steeds weer blijkt het geschreven en gesproken woord een ideaal voertuig om de visuele kunstuitingen die mij raken, over te brengen op anderen: taal als voertuig voor de ziel. Peke Hofman In een land waarin iedere vierkante meter is gepland, waar managers, commissies en ambtenaren het beeld bepalen, moeten kunstenaars aanvallen met beelden die niet efficiënt, economisch rendabel of camouflerend zijn.Goede (beeldende) kunst betekent voor mij een andere kijk op de ruimte, de invulling en de benadering van onze leefomgeving. Tegenover de dogma’s, het pragmatisme en de illusie van de oneindige economische groei moet de kunstenaar vragen stellen, vitaliteit bewijzen en ondeugend zijn. Waarom ik schrijf over kunst, tentoonstellingen maak, atelierbezoeken afleg en de kunst volg is waarschijnlijk omdat ik een beetje ‘partner in crime’ wil zijn. Moe van de vervlakking, clichés en schijnzekerheden van onze superieure beleidsmakers en politici, vind ik het vaak heerlijk en verrijkend om te voelen en te zien dat er echt heel veel meer is dan de bestemmingsplannen ons doen geloven. De ruimte is beperkt maar laten we streven om meer ruimte te creëren. De kunst kan volgens mij - fysiek en mentaal - die ruimte scheppen! Riet van der Linden Zoals ik literatuur en taal nodig heb om aan mijn intellectuele behoeften te voldoen, zo voorziet beeldende kunst in een meer abstracte behoefte aan ritueel en de toekenning van geestkracht aan materie. Als jonge volwassenen volgde ik in het Haags Gemeentemuseum een cursus van Christa van Santen: Doen en Zien. Lezen en schrijven, leren kijken en zelf creëren. Die wisselwerking ervaar ik als essentieel, niet alleen voor de kunst maar voor het leven in het algemeen. Al enige tijd werk ik aan een autobiografisch/historisch onderzoek naar de vrouwen kunstbeweging van de jaren tachtig en negentig. Dit voorjaar verscheen hiervan een voorpublicatie in de catalogus REBELLE. Kunst & Feminisme 1968-2009, een tentoonstelling die in het Museum Moderne Kunst Arnhem werd gehouden. Paolo Martina Mijn vroegste ervaring met beeldende kunst en ruimtelijk werk in het bijzonder stamt al weer van ruim 40 jaar geleden. Mijn vader had cursussen gevolgd aan de toenmalige kunstacademie op Curaçao en stichtte in dezelfde tijd een kunstencentrum. Hij maakte in die tijd ( eind jaren 60) beelden en assemblages van gecorrodeerde auto onderdelen die hij in cement liet zakken. De werken waren loeizwaar en maakten veel indruk op me. Met name het contrast tussen het lichtgrijze, schijnbaar vloeibare cement en de harde bruintinten van bijvoorbeeld een krukas deden mijn jongenshartje sneller kloppen. Dit wilde ik ook! Zelf had ik meer talent voor het schilderen en tekenen. Ik volgde de Rietveld Academie en na twee jaar had ik behoefte aan een meer theoretisch fundament en ging naar de Universiteit van Amsterdam om kunstgeschiedenis te studeren. Tijdens mijn studie bouwde ik een beroepspraktijk op als beeldend kunstenaar en dat ging me aardig af. Toch besloot ik uiteindelijk voor de kunstgeschiedenis te kiezen. Ik heb 11 jaar gewerkt bij de Kunstuitleen Utrecht waar ik opklom van technisch artistiek medewerker naar hoofd van de collectie. Aansluitend heb ik twee jaar in Leeuwarden als projectleider Beeldende Kunst & Vormgeving gewerkt. En nu ben ik sinds kort directeur/conservator van Museum Drachten Smallingerland. Een naar mijn mening nog te veel verborgen parel in Friesland. Ik heb het als mijn taak opgevat om daar iets aan te doen. En mijn liefde voor de kunst? Die is alleen maar sterker geworden. Antoine den Ridder
Ben je nu schrijver of ben je beeldhouwer? Er worden soms vragen gesteld, die je stug blijven achtervolgen, terwijl de relevantie ervan steeds meer aan twijfel onderhevig raakt. Een mens bedient zich van zo veel rollen. Die van echtgenoot, werknemer of lid van de sportclub. En niemand twijfelt serieus of je die wel kunt combineren in één leven. In de tijd, dat Bruna mijn eerste korte verhalen in het sci-fi-genre publiceerde, was ik tevens volledig in beslag genomen door deelname aan een eerste grote expositie in de Verlaat Ateliers in Veenendaal. Beelden maken en over beeldende kunst schrijven leek en lijkt mij nog steeds eerder vanzelfsprekend dan ongerijmd. In het ene geval bouw je een web van betekenissen met behulp van materie, gehoorzamend aan wetmatigheden van vorm en materie. Bij het schrijven doe je hetzelfde binnen de structuur van een taal. Schrijf je echter over beeldende kunst, dan ontstaat een aangename vorm van kortsluiting. Reflecterend over vorm en inhoud ontstaat er een gesloten circuit, waarbinnen je feedback krijgt. De beeldhouwer laat zich sturen door de schrijver en de schrijver door de beeldhouwer. Ik ben nu vijfentwintig jaar beeldhouwer, schrijf ruim twintig jaar wekelijks een recensie in dagblad De Gelderlander en ben al weer zeven jaar verbonden aan het kunsttijdschrift Beelden. Beatrijs Schweitzer Niets zo aantrekkelijk als mooi materiaal gebruik. Metaal, zand, licht of lucht, dat maakt niet uit. Ook esthetiek is niet van belang, maar wel; zorgvuldig doordachte vormgeving, doelmatig én prikkelend. Dat geeft het concept van de kunstenaar de vleugels om anderen te bereiken. De passie van het kind dat liefst de hele dag zat te knutselen is eigenlijk nooit getemd. Er is alleen wel meer bewustzijn bijgekomen. Ik noem mezelf eerder beeldhouwer dan kunstenaar, omdat ik sterk op de materie ben gericht, maar claim toch ook het laatste vanwege het kritisch zoekende dat evenmin te stoppen is. Daarom ben ik ook gefascineerd door het ruimtelijk werk van andere kunstenaars en opgetogen door de enorme ruimte die het begrip beeldhouwkunst is gaan innemen. Na de kunstacademie heb ik kunstgeschiedenis gestudeerd. Dat is voor mij belangrijk omdat dat je nader betrekt in de context van een kunstwerk. De betovering van een mooie zwerfkei in het water is er gelukkig niet minder door geworden, maar het genoegen toch even met je vingers langs een Rückriem of een Kapoor te gaan des te groter. Momenteel werk ik met plezier voor KunstFort Asperen. Deze prachtplek met zijn ruige uiterlijk is een van de mooiste expositieruimtes van het land, waarin juist beelden verrassend tot hun recht komen. www.beatrijsschweitzer.nl In het Friesland van mijn jeugd was beeldende kunst een schaars goed. Tijdens vakanties zagen we wel veel kerken en musea, maar ja, dan lokte buiten toch altijd het strand of een zwembad. Tot mijn eindexamen heb ik tekenen en kunstgeschiedenis gehad en in het kader van wat inmiddels beeldende vorming heet, maakten we met de examenklas een uitstapje naar de beeldentuin van het Kröller-Müller. Ik was ter plekke verkocht! Voor mijn praktische vader was een studie kunstgeschiedenis duidelijk een brug te ver, waardoor ik uiteindelijk voor Nederlands koos. Na jaren met veel plezier voor de klas gestaan te hebben, begon het toch weer te kriebelen: in 1997 ben ik in Utrecht alsnog kunstgeschiedenis gaan studeren. Via mijn docent Adi Martis kreeg ik de gelegenheid om in Jong Holland te publiceren en mede daardoor wilde Museumtijdschrift me ook wel een kans geven. Sinds mijn afstuderen in 2001 publiceer ik regelmatig in dit blad over de meest uiteenlopende kunstzaken. Ruimtelijke kunst is me altijd blijven boeien en ik prijs me gelukkig dat ik inmiddels ook voor Beelden werk. Astrid Tanis Wat mij aanspreekt aan beeldende kunst is het aspect van vrijheid in beweging. Aan alle kanten proberen beschouwers het wezen van kunst te determineren door er een schijn van consensus over te werpen. Vervolgens glipt het als kwikzilver weer door je handen. Eenzelfde werk wordt steeds opnieuw herschapen ook al blijft het in materieel opzicht hetzelfde. Het is de beleving die het verandert. Daar is niets meer voor nodig dan dat de context verandert van het werk. Dit kan variatie van locatie zijn, of een veranderend tijdsbeeld of een kunstwerk door andere ogen gezien. Wat mij betreft is het najagen van consensus een schijnvertoning die de kunst van haar wezen ontdoet. Voor mij heeft de filosofie meer te zeggen over kunst dan bijvoorbeeld de kunstgeschiedenis of kunstkritiek. Nog steeds vind ik dat kunst het best tot uitdrukking komt in wat het op affectief niveau met de toeschouwer doet. Kant's sublieme ervaring gaat uit van deze affectie, net als Foucault die waarheid een ervaring noemt. Hier gaat het om het moment waarop het kunstwerk spreekt tot de beschouwer. Dat is een ‘één op één relatie’. Vanuit deze opvatting schrijf ik over kunst vanuit een zuiver persoonlijke perspectief. Voor mij is dit de meest integere manier van kunst benaderen. Ik pretendeer in deze persoonlijke benadering niet de waarheid over kunst te schrijven, maar een ontmoeting neer te zetten tussen een kunstwerk en mij. Els Vegter Ik werk als beeldend kunstenaar en heb mijn atelier in een zogenaamd ‘creatief broeinest’ , Concordia in Utrecht. Jaarlijks zijn we met alle studio’s en ateliers open voor publiek. In mijn werk laat ik me leiden door ‘de huid’. Huid verwijst naar mensen- en dierenhuid en is gekoppeld aan aanraken, voelen, contact, structuren, oppervlakte, huidlagen, omhulsel, afgrenzing. Deze aspecten verken ik in mijn werk. Ik heb een fascinatie voor vondsten en materialen gemengd met olieverf op doek. Aan de verfhuid besteed ik veel aandacht. Na een serie huidlandschappen werk ik nu verder aan een serie aardelandschappen. Satellietbeelden en luchtfoto’s zijn daarbij inspiratiebron. De beelden waar aarde en huid lijken samen te vallen, boeien mij het meest. Kunst of ruimtelijk werk dat schuurt en raakt aan dit thema of onder de huid kruipt, vind ik vaak interessant. Naast schilder ben ik ook schrijver. Voor Beelden schrijf ik freelance en ik publiceer op het Volkskrantblog over kunst en tentoonstellingen. Onlangs ben ik (als vijftigjarige) een nieuw blog gestart onder de naam ‘Sarah op Twitter’. Een kunstproject dat een jaar gaat duren. Ik laat me inspireren door sociale media zoals twitter, door kunst, samenleving en gezin. Fragmenten hieruit publiceer ik op het blog. www.elsvegter.nl http://elsvegter.volkskrantblog.nl http://sarahoptwitter.blogspot.com/ www.twitter.com/huidlandschap www.concordiastraat68.nl Sya van 't Vlie Na mijn middelbare school ging ik in 1964 kunstgeschiedenis studeren. Door uitzending naar Argentinië kon ik na mijn kandidaats de studie niet afmaken. Terug in Nederland werd ik vertaler. Maar de kunstkriebels werden steeds heviger en in 1993 besloot ik toch voor de kunst te gaan. Ik ging werken bij de Stichting Kunstwegen, die BKR werken uit de rijkscollectie moest teruggeven aan de kunstenaars of hun nabestaanden. Daarnaast werd ik in 1994 vrijwilliger bij het toen nog in aanbouw zijnde Museum Beelden aan Zee in Scheveningen, dat in 1995 de deuren opende voor publiek. Tot mijn leukste taken daar hoorden de beeldbeschrijvingen en de rondleidingen. Ik raakte dermate geïnspireerd dat ik in deeltijd mijn kunstgeschiedenis heb afgemaakt, met als specialiteit eigentijdsesculptuur. Het meest boeien me de ‘randverschijnselen’ van de sculptuur. Daaronder versta ik de verkenningen van de sculptuur in de richting van andere kunstdisciplines, waardoor boeiende mengvormen ontstaan, zoals sculptuurbouwsels (mengvormen van sculptuur en architectuur), land art (mengvorm van sculptuur, landschap en soms ook architectuur), body art en performance (mengvormen van sculptuur en theater). Maar ook kunstenaars kunnen zich ‘mengen’ met niet kunstenaars (bijvoorbeeld opdrachtgevers en buurtbewoners) wat resulteert in beelden in de (semi-)openbare ruimte en fenomenen als community art en flash mobs. Kortom, genoeg spannends om over te schrijven. Ik ben geboren, opgegroeid en heb bijna mijn hele volwassen leven in Zuid-Afrika gewoond. Daar behaalde ik mijn Masters in Afrikaanse en Nederlandstalige poëzie (2004). Tussen de studie door was ik 16 jaar lang lerares aan een middelbare school en universitair docent. Sinds drie jaar woont ik permanent in Tilburg. Ik werk nu als freelance schrijver, journalist, columnist en dichter. Mijn interesse, kennis en ervaring liggen vooral op het gebied van letterkunde, kunst en culturele uitwisseling. De verhouding tussen Nederlandse en Zuid-Afrikaanse schrijvers, kunstenaars en musici laat mij nooit meer los. Ik ben vaste columniste voor www.LitNet.co.za. en binnenkort ook voor www.versindaba.co.za. In Refleksies op LitNet schrijf ik over hoe het Nederlandse publiek omgaat met Zuid-Afrikaanse kunstenaars, schrijvers en musici op bezoek. Op Versindaba gaan mijn bijdrages over poëzie, dichters, poëzie en kunst en de plek van poëzie in de samenleving. Ik ben dichter in het Afrikaans, het Nederlands en het Engels. Mijn gedichten verschijnen regelmatig op internet en in verschillende publicaties zoals Brabant Cultureel / Brabant Literair, E-view, tijdschrift voor semiotiek en www.CuBra.nl. Op You Tube staan filmpjes met drie gedichten van mijn hand. Ik ben onlangs benoemd tot lid van de Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns. Geraart Westerink Waarschijnlijk heeft een bezoek als kind aan Rijksmuseum Kröller-Müller de kiem gelegd voor mijn fascinatie voor kunst. Ik kan me van dat bezoek nog steeds momenten herinneren.Op de middelbare school was al snel duidelijk dat ik ‘iets met kunst’ wilde doen. Datwerd achtereenvolgens een jaar kunstgeschiedenis in Utrecht, vijf jaar kunstacademie in Kampen (afdeling vrije grafiek), en vier jaar kunstgeschiedenis aan de VU te Amsterdam. Op de VU ontdekte ik het plezier van onderzoek doen en van schrijven. Het heeft me nooit meer losgelaten. Vele boeken en artikelen volgden, over diverse onderwerpen, waarbij de architectuur een steeds belangrijker plaats ging innemen. Daarnaast maak ik nog sporadisch eigen werk. Elke dag weer raak ik gefascineerd door de fantastische (en foeilelijke) dingen die ik tegenkom, waar ik over lees, of die ik ineens zie of ontdek. Een fascinatie waar ik mijn werk van heb kunnen maken en die me veel heeft geleerd over mijzelf en de wereld om me heen. Tine van de Weyer In de zeventiger jaren studeerde ik aan de Koninklijke Academie voor Kunst en Vormgeving in Den Bosch. Ik kreeg er les van een aantal totaal verschillende beeldhouwers waaronder David van de Kop, Cornelius Rogge en Marius van Beek. Een verscheiden benadering op wat je maakt als kunststudent is een uitstekende vorming voor het ontwikkelen van een eigen visie. Zo werd ik in 1978 ‘gediplomeerd’ beeldhouwer en moesten hooggespannen ambities worden waargemaakt. Dat dit nog niet zo eenvoudig zou zijn was ons als studenten goed ingeprent en het advies met name van Rogge was om toch vooral aansluiting te zoeken bij de vereniging van Nederlandse Kring van Beeldhouwers. Actief meedoen was (en is) mijn motto en binnen de kortste keren trad ik toe tot het bestuur. Ik werd voorzitter (de eerste en tot nu toe enige vrouwelijke) en in 1987 kwamen we tot het inzicht dat er in de media te weinig aandacht was voor ruimtelijke kunst. We zouden naar buiten moeten treden. Publiciteit zoeken. Een blad uitgeven. Beelden werd opgericht in de vorm van een eenvoudige in zwart/wit uitgevoerde drieklapsfolder dat inmiddels is uitgegroeid tot een kloek in fullcolour uitgevoerd kwartaaltijdschrift. In de loop der jaren had ik zitting in diverse adviescommissies die gemeentelijke en provinciale overheden adviseerden op het gebied van beeldende kunst in de openbare ruimte en geef ik meer dan 25 jaar les aan de Willem de Kooningacademie. Naast mijn praktijk als beeldend kunstenaar ben ik op dit moment gemeenteraadslid voor de PvdA in Tilburg en voorzitter van de adviescommissie beeldende kunst in Venlo. Ik wil een vinger aan de pols blijven houden van wat er in de openbare ruimte is te zien. |

M







Na mijn middelbare school ging ik in 1964 kunstgeschiedenis studeren. Door uitzending naar Argentinië kon ik na mijn kandidaats de studie niet afmaken. Terug in Nederland werd ik vertaler. Maar de kunstkriebels werden steeds heviger en in 1993 besloot ik toch voor de kunst te gaan. Ik ging werken bij de Stichting Kunstwegen, die BKR werken uit de rijkscollectie moest teruggeven aan de kunstenaars of hun nabestaanden. Daarnaast werd ik in 1994 vrijwilliger bij het toen nog in aanbouw zijnde Museum Beelden aan Zee in Scheveningen, dat in 1995 de deuren opende voor publiek. Tot mijn leukste taken daar hoorden de beeldbeschrijvingen en de rondleidingen. Ik raakte dermate geïnspireerd dat ik in deeltijd mijn kunstgeschiedenis heb afgemaakt, met als specialiteit eigentijdse

