Medewerkers

John Blaakhoofdredacteur

Naar de kunstacademie gaan vonden mijn ouders en de adjunct-directrice van de middelbare school geen goed plan. Er is geen droog brood mee te verdienen, wist de adjunct-directrice die zelf met een kunstenaar getrouwd was. Dus koos ik voor een meer praktische studie als cultureel werker. Bij mijn eerste baan na mijn studie in een culturele instelling, besefte ik dat ik niet aan slechts één kant van de lijn wilde staan. Ik begon een studie tot beeldend kunstenaar 
en daarna als kunsthistoricus. Naast mijn kunstenaarschap kwamen er al snel nevenfuncties bij die allemaal met kunst te maken hebben
. Sinds het beëindigen van mijn studie kunstgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Leiden is de verhouding ongeveer 50/50. Naast kunstenaar zie ik mezelf als mediator die kunst naar het publiek brengt. Dat doe ik via tentoonstellingen, 
advieswerk
 en als hoofdredacteur voor Beeldenmagazine. In mijn beeldende werk heb ik mij het laatste jaar bezig gehouden met een monument voor het Holland Pop Festival 
en het jaar daarvoor met 
een kunstproject met bewoners in Rotterdam.
 


Ineke Soeteriktekstredacteur


Mijn vader leerde mij van jongs af aan kijken naar schilderijen, beelden, meubels en gebouwen, samen hardop kijken én genieten. In combinatie met mijn 40 jaar lange ervaring als bibliothecaris in overwegend kunsthistorische bibliotheken, heb ik de highlights van alle vormen van kunst, dagelijks voorbij zien komen. Een deeltijdopleiding aan de Willem de Kooningacademie leerde mij de uitvoerende kant van het schilderen en tekenen kennen. Zelf schilder ik nu bij voorkeur portretten. Als tekstcorrector voor 
Beelden (sinds 2001) heeft de ruimtelijke beeldende kunst meer mijn belangstelling gekregen. In mijn huidige werk in de Studiezaal van het Nederlands Architectuur-instituut in Rotterdam, krijgt de architectuur alle aandacht. In mijn vrije tijd en tijdens vakanties zijn de kunsten altijd als programma-onderdeel aanwezig. Ik zou mij een leven zonder het genieten van ‘de kunsten’ niet kunnen voorstellen. Het houdt mij in de goede balans. 

Piet Augustijn

M
ijn belangstelling voor beeldende kunst dateert van mijn middelbare schooltijd. Ik ben toen in aanraking gekomen met het abstract expressionisme, kunstenaars van De Stijl, Cobra en andere kunststromingen. Dat boeide me zo, dat ik al vrij snel over kunst ben gaan schrijven: in regionale en plaatselijke kranten. Hoewel ik aanvankelijk koos voor het (basis)onderwijs heb ik die baan altijd gecombineerd met schrijven over beeldende kunst: recensies, beschouwingen en portretten. Daarnaast volgde ik cursussen op kunstgebied en bezocht tientallen tentoonstellingen. Vooral ruimtelijke kunst had mijn belangstelling: de diadozen van de binnen- en buitententoonstellingen staan nog in mijn kast. Vanaf eind jaren 80 organiseer ik met de Werkgroep Tentoonstellingen (binnen- en buiten)tentoonstellingen in Gorinchem, in 1995 werd ik parttime conservator hedendaagse kunst in het Gorcums Museum, in de jaren daarna zat ik in uiteenlopende kunstcommissies en werd eindredacteur van het glasmagazine Fjoezzz en hoofdredacteur van het tijdschrift Keramiek. Daarnaast schrijf ik regelmatig in uiteenlopende publicaties over en voor kunstenaars. Voor het tijdschrift Beeldenmagazine schrijf ik vrijwel vanaf het begin.

 
Anne Berk

Ik ben afgestudeerd aan de Academie voor Beeldende Vorming in Amsterdam in Plastisch Ruimtelijk Vormen en Kunstgeschiedenis. Ik begon als maker, maar de vragen naar het waarom drongen zich op en dat werd mijn beroep. Wat maakt een kunstenaar en waarom zo? Wat wil hij/zij met zijn werk zeggen? Wat is het belang van kunst? 
Die vragen komen aan de orde in de meer dan 1.000 artikelen voor Beeldenmagazine, Kunstbeeld, Het Financieele Dagblad en Museumtijdschrift Vitrine die ik geschreven heb. Ik maak tentoonstellingen en organiseer gesprekken over kunst voor KunstNaderBekeken en MyFirstArtCollection. Ik heb ook twee kunstdocumentaires gemaakt, over Anne Ausloos en Marcel Pinas en daar wil ik graag mee verder. Als ik na 20 jaar terugkijk is er veel veranderd in de kunst. Het is niet langer de abstract autonome kunst die domineert, maar de verhalende figuratie en dat heeft alles te maken met onze tijdgeest.Er zijn geen duidelijke idealen meer, maar hoe moet je dan leven? Kunstenaars communiceren hun vragen over het bestaan in hun werk, onder andere in menselijke figuren. Dat heb ik onderzocht in de tentoonstelling in Beelden aan Zee en het gelijknamige boek Bodytalk, de nieuwe figuratie in de Nederlandse beeldhouwkunst van de jaren negentig. Nu ben ik bezig met het boek In search of meaning, the human figure in contemporary sculpture waarin ik deze ontwikkeling in internationaal perspectief zet. Ja, ik houd van beeldhouwkunst. Vandaar dat ik ook actief ben in de Europese Sculpture Network. www.anneberk.nl

Ans van Berkum

Hoe kunst werkt kan ik achterhalen door er over te schrijven. De meerwaarde van wat ik voor Beelden doe komt dus in eerste instantie mijzelf ten goede. Ik hoop daarbij dat mijn artikelen ook deuren open zetten voor anderen. Hoe meer mensen zich bewust worden van wat kunst doet, hoe beter deze kan functioneren. Ik ben kunsthistoricus en heb me in eerste instantie gespecialiseerd in de geschiedenis van de architectuur. Op dit moment ben ik directeur van Architectuurcentrum Casla in Almere. Een inspirerende job, waarin ik de opgaven, kwaliteiten en gebreken van de stad voor het voetlicht breng. In een nieuwe stad als deze is heel goed voelbaar dat het accent niet eenzijdig op groei moet liggen, maar vooral ook op de ontwikkeling van de samenleving van mensen. De culturele dimensie is daarin essentieel. Cultuur brengt mensen bij elkaar en geeft kleur en diepgang aan alles wat er gebeurt. Niets karakteriseert een stad als Almere zo goed, als de energienaald van Jan van Munster. Dit beeld is hét symbool voor de interne dynamiek en wordt door iedereen gezien. Even verderop staan de slome olifanten van Tom Claassen. Het zijn beelden die meer dan wat ook meehelpen om de stad herkenbaar te maken.


Judith van Beukering

Van jongs af aan beleef ik een intens plezier aan het kijken naar ruimtelijke kunst. Het voortdurend veranderende perspectief als je om een beeld heen loopt en het aftasten van het oppervlak met mijn ogen, heb ik altijd fascinerend gevonden. Mijn voorkeur gaat uit naar kunstenaars die abstracte en tactiele beelden maken zoals Louise Bourgeois, Giacometti en Richard Deacon. Omdat ik woorden wilde vinden voor wat ik zag en niet begreep, ben ik kunstgeschiedenis gaan studeren. Leesbare en toegankelijke teksten schreef ik echter pas ná mijn studie, toen ik mij als publiciteitsmedewerker en later als kunstcoördinator ging verplaatsen in een lezerspubliek.nkele jaren geleden heb ik een studie kunst- en cultuurmanagement gevolgd aan de Erasmus Universiteit van Rotterdam. Door mijn werk in culturele bedrijven ben ik geïnteresseerd geraakt in kunstorganisaties op zich en in de mensen die er werken. Kunstorganisatie lijken in veel opzichten op ‘gewone’ bedrijven maar hebben ook eigen wetmatigheden en typische problemen. In geen enkele andere bedrijftak bijvoorbeeld is de betrokkenheid van medewerkers zo hoog en is men bereid zo hard te werken voor zo weinig geld. Waarom is dat zo? En waarom zijn sommige kunstbedrijven succesvol en verdwijnen andere weer van het toneel? Met deze vragen in mijn achterhoofd ga ik voor Beeldenmagazine op onderzoek.

Eleonoor van Beusekom

Ik ben zelfstandig ondernemer in de kunsten te Amsterdam. Mijn werk bestaat uit het geven van adviezen in het kader van collectievorming en kunst in de openbare ruimte. Ik voer een praktijk als creatief coach en ik ben beeldend kunstenaar en auteur.  
Kunst van mijn hand en geest heeft een sterk filosofisch karakter dat al dan niet ambachtelijk is vertaald in beeld. Het gaat over voortduren over tijd, over aan- en afwezigheid. Taal en beeld schieten altijd te kort als expressiemiddel voor een optimale weergave van fictieve of waargenomen werkelijkheid. Doordrongen van dat besef doe ik toch   pogingen om de overdracht en weergave van het onzegbare te benaderen. Het kijken naar een goed geconcipieerd kunstwerk kan er immers voor zorgen dat je je gewaar wordt van andere dimensies en lagen van perceptie. Goed zien is daarvoor een voorwaarde en veel oefenen met kijken is nodig. Voor de maker, de toeschouwer en voor de schrijver over kunst.
Naast het zelf kunst maken, schept het schrijven over beeldende kunst van andere kunstenaars weer nieuwe dimensies; Het ‘vertalen’ van mijn waarneming van een beeld in taal en hoe dat beeld zich verhoudt tot zijn ruimtelijke context.

Ik ben gaan schrijven over eigentijdse kunst om bij te dragen aan het discours. Een onderwerp van een kunstwerk kan eeuwenoud zijn maar pas actuele communicatieve waarde krijgen als het de vorm krijgt die past in de tijd waarin we leven.


Etienne Boileau

Beeldende kunst is van levensbelang. Als een jong, fragiel plantje bestaat en groeit ze tegen de verdrukking in. En dat is eigenlijk nooit anders geweest. De kunst moet zich teweer stellen tegen krachten als efficiency, verzakelijking en -last but not least- domheid en onbegrip. Als thermometer in de samenleving stelt ze daar heel wat tegenover: op wolken gedragen worden of vleugels krijgen, inzichten verwerven, bijdragen tot discipline en structuur. Maar kunst kan ook lawaai zijn, tot tweedeling leiden en is soms niet meer dan goedkoop amusement. Het is zaak om daar als schrijver/journalist duidelijkheid in te scheppen. 

Het blad Beeldenmagazine biedt de lezer de kans om al kijkende en lezende kennis te maken met de ervaringen van een schrijver. Iemand die zich een mening heeft gevormd over de exposities en kunstverzamelingen die hij bekeken heeft, en die hij in een toegankelijke, genuanceerde taal verwoordt. 

Vanuit dat enthousiasme schrijf ik niet alleen, maar bemiddel ik ook tussen kunstenaar en galerie, coach beide doelgroepen en verzorg hun communicatie naar de pers. Steeds weer blijkt het geschreven en gesproken woord een ideaal voertuig om de visuele kunstuitingen die mij raken, over te brengen op anderen: taal als voertuig voor de ziel.

 

 
Hilde van Canneyt

Acht jaar geleden vroeg een cultureel tijdschrift me: “Volg jij de kunst?”. Omdat ik positief antwoordde, mocht ik voor hen exporecensies beginnen schrijven. En plots wist ik dat dit 'het' was wat ik - naast restauratie van schilderijen - voor de rest van mijn leven wilde doen. Maar toen na 2,5 jaar deze bijjob afliep, wilde ik niet in een (kunst)gat vallen. Ik dacht: “Als ik me wil blijven concentreren op het ‘kunstschrijven’, dan kan ik beter iets op mezelf doen, zo blijf ik in beweging en in the picture.” En een 6-tal jaar later ben ik dus vooral gekend omwille van de talrijke interviews met bekende en minder bekende kunstenaars uit Vlaanderen (en Nederland). Maar er moeten véél meer Nederlanders bij. Jammer genoeg wonen die niet alleen soms behoorlijk ver, ik kom er meestal niet toe omdat de Belgische kunstenaars maar aan mijn mouw blijven trekken. Elke twee weken post ik een vers interview op www.hildevancanneyt.blogspot.com. Daarvoor krijg ik een onkostenvergoeding van het experimenteel kunstencentrum croxhapox te Gent. De eerste 85 interviews – van de herfst 2008 tot de lente 2013 - werden recent gebundeld in het boek Hilde VraagtIk probeer steeds zo eerlijk mogelijk het verhaal van de kunstenaar uit het atelier te halen, om hem zo puur mogelijk voor te stellen aan een geïnteresseerd publiek. De centrale thema’s van de beeldende kunst en het discours van de kunstenaars komen aan bod in eigengereide ‘woord’-portretten. De taal van de interviews laat ik bewust naturel: ik wil de eigen manier van praten over kunst en het leven in ieders unieke kunst(enaars)verhaal laten. Want dat is mijn hoofdvraag: “Wat is kunst? Wie is een kunstenaar? Waarom sluit iemand zich op om te communiceren via een creatie?” Dat probeer ik zo interessant en begrijpelijk mogelijk te maken voor zowel ingewijden als kunstleken. Naast mijn interviews schrijf ik tegenwoordig (in mindere mate nog) freelance exporecensies en teken ik teksten op voor kunstenaars en catalogi. Naast mijn kunstschrijverijen geef ik lezingen, ben ik jurylid van kunstwedstrijden en word ik gevraagd als curator. Daarnaast ben ik actief als zelfstandig restaurateur van schilderijen. http://hildevancanneyt.blogspot.com

Peke Hofman


In een land waarin iedere vierkante meter is gepland, waar managers, commissies en ambtenaren het beeld bepalen, moeten kunstenaars aanvallen met beelden die niet efficiënt, economisch rendabel of camouflerend zijn.

Goede (beeldende) kunst betekent voor mij een andere kijk op de ruimte, de invulling en de benadering van onze leefomgeving. Tegenover de dogma’s, het pragmatisme en de illusie van de oneindige economische groei moet de kunstenaar vragen stellen, vitaliteit bewijzen en ondeugend zijn. Waarom ik schrijf over kunst, tentoonstellingen maak, atelierbezoeken afleg en de kunst volg is waarschijnlijk omdat ik een beetje ‘partner in crime’ wil zijn. Moe van de vervlakking, clichés en schijnzekerheden van onze superieure beleidsmakers en politici, vind ik het vaak heerlijk en verrijkend om te voelen en te zien dat er echt heel veel meer is dan de bestemmingsplannen ons doen geloven. De ruimte is beperkt maar laten we streven om meer ruimte te creëren. De kunst kan volgens mij - fysiek en mentaal - die ruimte scheppen!



Marijke Jansen
In mijn fotoalbum met vele zwart wit foto´s, door mijn vader geschoten, ontwikkeld  en afgedrukt, zijn ook kaartjes geplakt van mijn eerste concert in het Concertgebouw (14 april 1958), balletvoorstellingen en entreekaartjes van musea. Als ‘balletmeisje’ heb ik een plakboek vol met handtekeningen van de toen belangrijkste dansers van het Nationaal Ballet en van Rudolf Nurejev. De kiem voor de kunst was gelegd. Op de middelbare school werd mijn interesse voor de geschiedenis en de moderne kunst aangewakkerd door mijn docenten. Toen ik 18 was ben ik naar Parijs gegaan en heb daar toeristen rondgeleid door de stad en in musea. 1976 was een bijzonder jaar voor mij, eindelijk ging ik voor het eerst naar Egypte (dat zou niet de laatste keer zijn). Werkend bij de Sociale Dienst werd ik dat jaar gevraagd secretaris te worden van de BKR-commissie in Amsterdam, de grootste commissie van het land. Na de opheffing van de BKR ging ik bij de afdeling Kunstzaken van de gemeente Amsterdam werken en kreeg, als projectmanager, de beeldende kunst in de openbare ruimte in mijn portefeuille voor de grootstedelijke projecten. In 1995 werd dit onderdeel van Kunstzaken omgevormd tot het Amsterdams Fonds voor de Kunst. In september 2005 heb ik koRprodukties opgericht, kunst en de openbare Ruimte) en realiseer projecten samen met gemeenten/ kunstenaar(s) als adviseur of projectmanager. Daarnaast was ik mede auteur van de architectuurgids van Almere, bestuurslid en later vice-president van Res Artis (internationaal netwerk van residencies voor kunstenaars) en maak(te) ik deel uit van een aantal besturen op het gebied van de beeldende kunst.

Riet van der Linden

Het gebrek aan verbeelding en spiritueel besef bij mijn ouders, werd ruimschoots gecompenseerd door de nonnen op de kloosterschool. Mijn vroege jeugd was doordesemd van religieuze kunst en kerkelijke rituelen. De misviering, met als hoogtepunt de transformatie van brood en wijn in het lichaam en bloed van Jezus. De gruwelijke verhalen over vervolging, moord en doodslag. De processies, de biecht, de heiligenverering. Het hoorde er allemaal bij en prikkelde mijn fantasie. Spelend met kinderen op straat joeg ik als kruisridder op heidenen en werd ‘de schrik van de buurt’.St. Jeroen was onze patroonheilige. Hij werd gemarteld en vermoord door de Noormannen en via allerlei omwegen was een deel van zijn relieken in Noordwijk beland: een armreliek, gevat in een zilveren houder, die in een reliekschrijn in de parochiekerk stond uitgestald. Die zilveren arm met de opgeheven hand was een fascinerend beeld, vooral ook vanwege het kijkglaasje waardoor je het bot kon zien. Dat alles behoort tot een ver verleden. Maar een kruisridder ben ik gebleven. In bijvoorbeeld de (feministische) strijd voor een rechtvaardiger wereld en mijn activiteiten bij de Stichting Vrouwen in de Beeldende Kunst. En ongetwijfeld zijn ook de fetisjachtige beelden die ik maak, niet helemaal los te denken van de reliek van St. Jeroen. 

Zoals ik literatuur en taal nodig heb om aan mijn intellectuele behoeften te voldoen, zo voorziet beeldende kunst in een meer abstracte behoefte aan ritueel en de toekenning van geestkracht aan materie. 

Als jonge volwassenen volgde ik in het Haags Gemeentemuseum een cursus van Christa van Santen: Doen en Zien. Lezen en schrijven, leren kijken en zelf creëren. Die wisselwerking ervaar ik als essentieel, niet alleen voor de kunst maar voor het leven in het algemeen. 

Al enige tijd werk ik aan een autobiografisch/historisch onderzoek naar de vrouwen kunstbeweging van de jaren tachtig en negentig. Dit voorjaar verscheen hiervan een voorpublicatie in de catalogus REBELLE. Kunst & Feminisme 1968-2009, een tentoonstelling die in het Museum Moderne Kunst Arnhem werd gehouden. 

www.rietvanderlinden.com

Pascalle Mansvelders

Voor het tijdschrift Beeldenmagazine schrijf ik pas sinds 2012, maar ik denk in beelden zolang ik me kan herinneren. Alskind van een kunstenaar leerde ik eerder tekenen dan lopen, ik koos voor de studie kunstgeschiedenis (specialisatie Pop Art en Amerikaanse hedendaagse kunst) omdat ik dat de beste manier vond om kunstenaar te worden, maar werd conservator bij Museum van Bommel van Dam in Venlo. Vervolgens gaf ik dat op om weer te kunnen schilderen, maar leerde dat ik ook met woorden bij kunst uitkom, want kunst is wat je verwachtingen doorbreekt.
Vandaag de dag ben ik onder meer curator bij Odapark center for contemporary art in Venray, waar hedendaagse kunst, natuur en samenleving samenvloeien in een uniek eilandje waar kunst in een ware pop-gedachte gratis en echt voor iedereen is. In mijn kunsthistorisch werk (onderzoek, teksten, cultuurreizen) staat altijd de kunstenaar centraal. Mijn tentoonstellingsconcepten zijn ook als kunstwerken te zien en mijn schilderijen en (publieksparticiperende) kunstprojecten hebben een kunsthistorische en pop-inhoudelijke basis. En in die drukke en prachtige mix ontdek ik dagelijks opnieuw hoe we kunst nodig hebben om via de sluiproute van de verbeelding de concrete wereld om ons heen te kunnen begrijpen. www.pascallemansvelders.com, www.odapark.nl
Paolo Martina

Mijn vroegste ervaring met beeldende kunst en ruimtelijk werk in het bijzonder stamt al weer van ruim 40 jaar geleden. Mijn vader had cursussen gevolgd aan de toenmalige kunstacademie op Curaçao en stichtte in dezelfde tijd een kunstencentrum. Hij maakte in die tijd ( eind jaren 60) beelden en assemblages van gecorrodeerde auto onderdelen die hij in cement liet zakken. De werken waren loeizwaar en maakten veel indruk op me.  Met name het contrast tussen het lichtgrijze, schijnbaar vloeibare cement en de harde bruintinten van bijvoorbeeld een krukas deden mijn jongenshartje sneller kloppen. Dit wilde ik ook! 

Zelf had ik meer talent voor het schilderen en tekenen. Ik volgde de Rietveld Academie en na twee jaar had ik behoefte aan een meer theoretisch fundament en ging naar de Universiteit van Amsterdam om kunstgeschiedenis te studeren. Tijdens mijn studie bouwde ik een beroepspraktijk op als beeldend kunstenaar en dat ging me aardig af. 

Toch besloot ik uiteindelijk voor de kunstgeschiedenis te kiezen.  Ik heb 11 jaar gewerkt bij de Kunstuitleen Utrecht waar ik opklom van technisch artistiek medewerker naar hoofd van de collectie. Aansluitend heb ik twee jaar in Leeuwarden als projectleider Beeldende Kunst & Vormgeving gewerkt. En nu ben ik sinds kort directeur/conservator van Museum Drachten Smallingerland.  Een naar mijn mening nog te veel verborgen parel in Friesland. Ik heb het als mijn taak opgevat om daar iets aan te doen. 

En mijn liefde voor de kunst? Die is alleen maar sterker geworden. 

www.museumdrachten.nl

Antoine den Ridder

Al 25 jaar lang probeer ik het maken van beelden te combineren met het schrijven over beelden. Het levert me twee wijzen van benadering op van het verschijnsel ‘beeldende kunst’, dat mij gedurende mijn gehele bestaan al bovenal boeit. De combinatie van beelden vervaardigen en over beeldende kunst schrijven leek en lijkt mij nog steeds eerder vanzelfsprekend dan ongerijmd. In het ene geval bouw je een web van betekenissen met behulp van materie, gehoorzamend aan wetmatigheden van vorm en materie. Bij het schrijven doe je hetzelfde binnen de structuur van een taal. Schrijf je echter over beeldende kunst, dan ontstaat een aangename vorm van kortsluiting. Reflecterend over vorm en inhoud ontstaat er een gesloten circuit, waarbinnen je feedback krijgt. De beeldhouwer laat zich sturen door de schrijver en de schrijver door de beeldhouwer. Vanaf 1986 ben ik professioneel bezig als beeldhouwer en vanaf 1990 schrijf ik wekelijks een recensie in dagblad De Gelderlander. Voor Beelden heb ik sinds 2003 aan iedere uitgave meegewerkt.



Jaap Röell

Naast mijn medewerkerschap aan Beeldenmagazine, ben ik recensent hedendaagse kunst voor het Financieel Dagblad en lever ik bijdrages aan kunstenaarsmonografieën. Daarnaast ben ik eigenaar van KuuB, Ruimte Voor Kunst en Cultuur. Dat is een ruimte in het oude centrum van Utrecht voor kleinschalige muziek optredens, boekpresentaties, theater, diners en dit alles in een omgeving van hedendaagse beeldende kunst. 
Opgeleid als socioloog, ben ik vanuit mijn positie als directeurbestuurder van gezondheidszorginstellingen altijd betrokken geweest bij de realisering van beeldende kunstprojecten. Dit vanuit de gedachte dat kunst, mits goed gedaan, een bijdrage kan leveren aan het gevoel van welbevinden van de patiënten, cliënten en bewoners van gezondheidszorg instellingen.
Ik ben zes jaar voorzitter geweest van de kunstenaarsvereniging Kunstliefde, opgericht in 1807, te Utrecht. Tevens heb ik deelgenomen aan een aantal kunstcommissies en ben lid (geweest) van jury’s voor kunstprijzen.  
Schrijven over hedendaagse beeldende kunst vergt naast de beschrìjving van het kunstobject, ook aandacht voor de context waarin het werk geplaatst is, de mogelijke historische verbanden en voor de motieven van de kunstenaar. Maar het belangrijkste is dat de lezer door de recensie te lezen, kan aanvoelen waarom een werk van belang is (of niet) en dat het kunstwerk een bijdrage levert aan de verrijking van de omgeving waarin het geplaatst is, of niet. Schrijven over (beeldende) kunst is overdracht. Daar wil ik graag een bijdrage aan leveren. http://kunstruimtekuub.nl

Beatrijs Schweitzer

Niets zo aantrekkelijk als mooi materiaal gebruik. Metaal, zand, licht of lucht, dat maakt niet uit. Ook esthetiek is niet van belang,  maar wel; zorgvuldig doordachte vormgeving, doelmatig én prikkelend. 
Dat geeft het concept van de kunstenaar de vleugels om anderen te bereiken. De passie van het kind dat liefst de hele dag zat te knutselen is eigenlijk nooit getemd. Er is alleen wel meer bewustzijn bijgekomen. Ik noem mezelf eerder beeldhouwer dan kunstenaar, omdat ik sterk op de materie ben gericht, maar claim toch ook het laatste vanwege het kritisch zoekende dat evenmin te stoppen is. Daarom ben ik ook gefascineerd door het ruimtelijk werk van andere kunstenaars en opgetogen door de enorme ruimte die het begrip beeldhouwkunst is gaan innemen. Na de kunstacademie heb ik kunstgeschiedenis gestudeerd. Dat is voor mij belangrijk omdat dat je nader betrekt in de context van een kunstwerk. De betovering van een mooie zwerfkei in het water is er gelukkig niet minder door geworden, maar het genoegen toch even met je vingers langs een Rückriem of een Kapoor te gaan des te groter. Momenteel werk ik met  plezier voor KunstFort Asperen. Deze prachtplek met zijn ruige uiterlijk is een van de mooiste expositieruimtes van het land, waarin juist beelden verrassend tot hun recht komen. www.beatrijsschweitzer.nl

Jet van der Sluis

In het Friesland van mijn jeugd was beeldende kunst een schaars goed. Tijdens vakanties zagen we wel veel kerken en musea, maar ja, dan lokte buiten toch altijd het strand of een zwembad. Tot mijn eindexamen heb ik tekenen en kunstgeschiedenis gehad en in het kader van wat inmiddels beeldende vorming heet, maakten we met de examenklas een uitstapje naar de beeldentuin van het Kröller-Müller. Ik was ter plekke verkocht! 
Voor mijn praktische vader was een studie kunstgeschiedenis duidelijk een brug te ver, waardoor ik uiteindelijk voor Nederlands koos. Na jaren met veel plezier voor de klas gestaan te hebben, begon het toch weer te kriebelen: in 1997 ben ik in Utrecht alsnog kunstgeschiedenis gaan studeren. Via mijn docent Adi Martis kreeg ik de gelegenheid om in Jong Holland te publiceren en mede daardoor wilde Museumtijdschrift me ook wel een kans geven. Sinds mijn afstuderen in 2001 publiceer ik regelmatig in dit blad over de meest uiteenlopende kunstzaken. Ruimtelijke kunst is me altijd blijven boeien en ik prijs me gelukkig dat ik inmiddels ook voor Beeldenmagazine werk.



Astrid Tanis

Wat mij aanspreekt aan beeldende kunst is het aspect van vrijheid in beweging. Aan alle kanten proberen beschouwers het wezen van kunst te determineren door er een schijn van consensus over te werpen. Vervolgens glipt het als kwikzilver weer door je handen. Eenzelfde werk wordt steeds opnieuw herschapen ook al blijft het in materieel opzicht hetzelfde. Het is de beleving die het verandert. Daar is niets meer voor nodig dan dat de context verandert van het werk. Dit kan variatie van locatie zijn, of een veranderend tijdsbeeld of een kunstwerk door andere ogen gezien. Wat mij betreft is het najagen van consensus een schijnvertoning die de kunst van haar wezen ontdoet. Voor mij heeft de filosofie meer te zeggen over kunst dan bijvoorbeeld de kunstgeschiedenis of kunstkritiek. Nog steeds vind ik dat kunst het best tot uitdrukking komt in wat het op affectief niveau met de toeschouwer doet. Kant's sublieme ervaring gaat uit van deze affectie, net als Foucault die waarheid een ervaring noemt. Hier gaat het om het moment waarop het kunstwerk spreekt tot de beschouwer. Dat is een ‘één op één relatie’. Vanuit deze opvatting schrijf ik over kunst vanuit een zuiver persoonlijke perspectief. Voor mij is dit de meest integere manier van kunst benaderen. Ik pretendeer in deze persoonlijke benadering niet de waarheid over kunst te schrijven, maar een ontmoeting neer te zetten tussen een kunstwerk en mij.

Els Vegter
Utrecht is een creatieve stad waar veel creatieven, kunstenaars en ondernemers actief zijn. Ik ben er gekomen als student sociologie en blijven hangen. Al meer dan dertig jaar woon ik in deze stad en werk sinds bijna tien jaar in creatief broeinest Concordia als beeldend kunstenaar. De huid is leidraad in mijn schilderwerk. Dwarsdoorsnedes van huidlagen wisselen af met bovenaanzichten van aardlagen. Afbeeldingen uit het biologieboek, microscopische beelden maar ook satellietbeelden en luchtfoto’s zijn inspiratiebron voor mijn werk. Waar aardkorst en onderhuidse weefsels samenvallen in één beeld, is de verwantschap tussen microwereld en macrowereld het duidelijkst zichtbaar. Ruimtelijk werk dat raakt aan dit thema of onder de huid kruipt boeit mij. Ik word graag verrast. In mijn atelier en voor de AKM in Mijdrecht geef ik schilderlessen en workshops. Samen met een rouwdeskundige verzorg ik creatieve workshops rouw en verlies. Ik ben lid van een ballotagecommissie voor kunstenaars en heb twee jaar in de jury gezeten voor de Kunstliefdeprijs. Een andere fascinatie is schrijven. Schrijven over kunst, wat me raakt, bevreemd, opvalt of ontroert. Inmiddels ben ik actief op drie verschillende blogs als je een reisblog tenminste mee wilt tellen. De blogs deel ik via social media waar ik een groot liefhebber van ben. In workshops train ik ondernemers in het zakelijk en doelgericht gebruik van social media. Tot slot is een boek schrijven een diep gekoesterde wens. Geen roman maar een boek waarin mijn rol als inspirator vorm krijgt.



Sya van 't Vlie

Na mijn middelbare school ging ik in 1964 kunstgeschiedenis studeren. Door uitzending naar Argentinië kon ik na mijn kandidaats de studie niet afmaken. Terug in Nederland werd ik vertaler. Maar de kunstkriebels werden steeds heviger en in 1993 besloot ik toch voor de kunst te gaan. Ik ging werken bij de Stichting Kunstwegen, die BKR werken uit de rijkscollectie moest teruggeven aan de kunstenaars of hun nabestaanden. Daarnaast werd ik in 1994 vrijwilliger bij het toen nog in aanbouw zijnde Museum Beelden aan Zee in Scheveningen, dat in 1995 de deuren opende voor publiek. Tot mijn leukste taken daar hoorden de beeldbeschrijvingen en de rondleidingen. Ik raakte dermate geïnspireerd dat ik in deeltijd mijn kunstgeschiedenis heb afgemaakt, met als specialiteit eigentijdse sculptuur. Het meest boeien me de ‘randverschijnselen’ van de sculptuur. Daaronder versta ik de verkenningen van de sculptuur in de richting van andere kunstdisciplines, waardoor boeiende mengvormen ontstaan, zoals sculptuurbouwsels (mengvormen van sculptuur en architectuur), land art (mengvorm van sculptuur, landschap en soms ook architectuur), body art en performance (mengvormen van sculptuur en theater). Maar ook kunstenaars kunnen zich ‘mengen’ met niet kunstenaars (bijvoorbeeld opdrachtgevers en buurtbewoners) wat resulteert in beelden in de (semi-)openbare ruimte en fenomenen als community art en flash mobs. Kortom, genoeg spannends om over te schrijven.

Carina van der Walt

Ik ben geboren, opgegroeid en heb bijna mijn hele volwassen leven in Zuid-Afrika gewoond. Daar behaalde ik mijn Masters in Afrikaanse en Nederlandstalige poëzie (2004). Tussen de studie door was ik 16 jaar lang lerares aan een middelbare school en universitair docent. Sinds drie jaar woont ik permanent in Tilburg. Ik werk nu als freelance schrijver, journalist, columnist en dichter. Mijn interesse, kennis en ervaring liggen vooral op het gebied van letterkunde, kunst en culturele uitwisseling. De verhouding tussen Nederlandse en Zuid-Afrikaanse schrijvers, kunstenaars en musici laat mij nooit meer los. 
Ik ben vaste columniste voor www.LitNet.co.za. en binnenkort ook voor www.versindaba.co.za. In Refleksies op LitNet schrijf ik over hoe het Nederlandse publiek omgaat met Zuid-Afrikaanse kunstenaars, schrijvers en musici op bezoek. Op Versindaba gaan mijn bijdrages over poëzie, dichters, poëzie en kunst en de plek van poëzie in de samenleving. Ik ben dichter in het Afrikaans, het Nederlands en het Engels. Mijn gedichten verschijnen regelmatig op internet en in verschillende publicaties zoals Brabant Cultureel / Brabant Literair, E-view, tijdschrift voor semiotiek en www.CuBra.nl. Op You Tube staan filmpjes met drie gedichten van mijn hand. Ik ben onlangs benoemd tot lid van de Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns.

Geraart Westerink

Waarschijnlijk heeft een bezoek als kind aan Rijksmuseum Kröller-Müller de kiem gelegd voor mijn fascinatie voor kunst. Ik kan me van dat bezoek nog steeds momenten herinneren.Op de middelbare school was al snel duidelijk dat ik ‘iets met kunst’ wilde doen. Datwerd achtereenvolgens een jaar kunstgeschiedenis in Utrecht, vijf jaar kunstacademie in Kampen (afdeling vrije grafiek), en vier jaar kunstgeschiedenis aan de VU te Amsterdam. 
Op de VU ontdekte ik het plezier van onderzoek doen en van schrijven. Het heeft me nooit meer losgelaten. Vele boeken en artikelen volgden, over diverse onderwerpen, waarbij de architectuur een steeds belangrijker plaats ging innemen. Daarnaast maak ik nog sporadisch eigen werk. Elke dag weer raak ik gefascineerd door de fantastische (en foeilelijke) dingen die ik tegenkom, waar ik over lees, of die ik ineens zie of ontdek. Een fascinatie waar ik mijn werk van heb kunnen maken en die me veel heeft geleerd over mijzelf en de wereld om me heen.




Tine van de Weyer 

In de zeventiger jaren studeerde ik aan de Koninklijke Academie voor Kunst en Vormgeving in Den Bosch. Ik kreeg er les van een aantal totaal verschillende beeldhouwers waaronder David van de Kop, Cornelius Rogge en Marius van Beek. Een verscheiden benadering op wat je maakt als kunststudent is een uitstekende vorming voor het ontwikkelen van een eigen visie. Zo werd ik in 1978 ‘gediplomeerd’ beeldhouwer en moesten hooggespannen ambities worden waargemaakt. Dat dit nog niet zo eenvoudig zou zijn was ons als studenten goed ingeprent en het advies met name van Rogge was om toch vooral aansluiting te zoeken bij de vereniging van Nederlandse Kring van Beeldhouwers. Actief meedoen was (en is) mijn motto en binnen de kortste keren trad ik toe tot het bestuur. Ik werd voorzitter (de eerste en tot nu toe enige vrouwelijke) en in 1987 kwamen we tot het inzicht dat er in de media te weinig aandacht was voor ruimtelijke kunst. We zouden naar buiten moeten treden. Publiciteit zoeken. Een blad uitgeven.
Beeldenmagazine werd opgericht in de vorm van een eenvoudige in zwart/wit uitgevoerde drieklapsfolder dat inmiddels is uitgegroeid tot een kloek in fullcolour uitgevoerd kwartaaltijdschrift. In de loop der jaren had ik zitting in diverse adviescommissies die gemeentelijke en provinciale overheden adviseerden op het gebied van beeldende kunst in de openbare ruimte en geef ik meer dan 25 jaar les aan de Willem de Kooningacademie. Naast mijn praktijk als beeldend kunstenaar ben ik op dit moment gemeenteraadslid voor de PvdA in Tilburg en voorzitter van de adviescommissie beeldende kunst in Venlo. Ik wil een vinger aan de pols blijven houden van wat er in de openbare ruimte is te zien.



Subpagina''s (1): Extra activiteiten schrijvers