Bataille

Bataille, Bellmer en Bourgeois

Het werk van Hans Bellmer toont grote verwantschap met het gedachtegoed van Georges Bataille. Niet vreemd dus dat hem werd gevraagd de tweede druk van de ‘Histoire de l’oeil’ te illustreren. Ook Louise Bourgeois heeft zich door deze roman laten inspireren.

Door Sya van ‘t Vlie

De tentoonstellingsmakers van ‘Double Sexus’ hebben werken van Hans Bellmer en Louise Bourgeois gegroepeerd rond een aantal gedeelde motieven, creatieve principes en thema’s: poppen en prothesen (zie mijn artikel in Beelden 4#2010), verdubbeling en paring, ‘forme – informe’, Diana van Efeze en ‘Historie de l’’oeil’. De laatste is de titel van de erotische roman van schrijver/filosoof Georges Bataille (1897-1962), die een van de theoretici van het surrealisme was.
‘Informe’ is een van drie door Bataille gehanteerde verwante begrippen: ‘basesse’, ‘informe’ en ‘altération’. De onreduceerbare ‘laag-bij-de-grondsheid’ (‘basesse’) impliceert een implosie die resulteert in vormloosheid (‘informe’); de flux van die vormloosheid is een voorwaarde voor de meerduidigheid van ‘altération’.
Kunsttheoreticus Rosalind Krauss brengt ‘basesse’ in verband met Bataille’s mensbeeld. Het viervoetige dier kenmerkt zich door de horizontale mond-anus as, die staat voor ‘prooi vangen, doden, opeten, verteren en uitschijten’. In dit proces is de mond het belangrijkst. Bij de mens heeft die as plaats gemaakt voor verticaliteit en is de mond-oog as gaan overheersen. Het gezichtsvermogen is nu het belangrijkst. De mond staat voor de expressieve vermogens van de mens. Dat neemt niet weg dat hij op momenten van genot en pijn animale klanken uitstoot die niets te maken hebben met zijn naar boven gerichte spiritualiteit, maar alles met zijn aardse ‘basesse’. Volgens Krauss geeft Bataille aan ‘informe’ niet zozeer een betekenis als wel een taak: formele categorieën ongedaan maken, elke ding zijn eigen vorm ontzeggen, betekenis voorstellen als vormloos. Niet om het begrip een hogere transcendente betekenis te geven, maar om de dingen voor te stellen als grenzeloos als gevolg van verrotting, verderf en verval. Vanwege dat laatste gebruikt hij ‘informe’ ook als wanstaltig. Onder ‘altération’ verstaat Bataille de meerduidigheid van dingen en de verschuiving van dingen van de ene naar de andere sfeer.

‘Basesse’, ‘informe’ en ‘altération’ bij Bourgeois en Bellmer
Het kleine bronzen torsje Femme van Louise Bourgeois met afgeknotte aanzetten voor de benen en borsten die ook armstompjes kunnen zijn is een voorbeeld van ‘basesse’. De vrouw gereduceerd tot een hulpeloos liggende pose met een gapend gat tussen de benen. Femme wekt zowel medelijden als afschuw op.

In het zaaltje ‘Forme – Informe’ is End of softness van Louise Bourgeois een prachtig voorbeeld van wat Bataille onder ‘informe’ verstaat. Een hard glanzend bronzen gietsel van een in latex gekneed experiment. Een ander voorbeeld is Bellmer’s À tenir au frais, een foto van zijn partner Unica, ingesnoerd in touw, op de rug gezien gefotografeerd tegen een zwarte achtergrond. Ze lijkt op een ingesnoerd kussen en is volkomen onherkenbaar als menselijke vorm.
  

In de zaal ‘Diana van Efeze’ is Avenza van Bourgeois eigenlijk te mooi om op te vatten als een voorbeeld van ‘basesse’. Het is genoemd naar een stadje in de om zijn marmer bekend staande streek Carrara. Het stelt het lichaam voor als een aards landschap van borsten. In de versie van zwart geaderd marmer, met de titel Noir veine, te vinden in de zaal met aanvullingen uit Nederlandse collecties, is de associatie met landschap veel minder. Het lijkt een bundel penissen, of een berg borsten. Door die meerduidigheid is het een voorbeeld van ‘altération’.

Bourgeois’ fascinatie voor Diana van Efeze, de godin met vele borsten, blijkt verder uit Nature Study. Deze veelborstige koploze sfinx is ook een voorbeeld van ‘altération’. Want de twee rijen borsten eindigen onderaan in twee testikels waartussen zich de staart als een penis omhoog richt.

Ook Bellmer is gefascineerd door Diana van Efeze. De godin bracht hem op het idee van vermenigvuldiging van lichaamsdelen. In zijn tekening Das durchdringbare Geheimnis der Diana von Ephesus en in La Toupie, de vertaling van de tekening naar drie dimensies, heeft hij haar gereduceerd tot haar essentie, een stijf staande tros van borsten.

Het spannends in deze zaal vind ik de foto’s van Bourgeois’ Confrontation Costumes en de performance The Banquet – A Show of Body Parts uit 1978, waarvoor ze deze kostuums heeft ontworpen. Lange jurken met twee rijen uitstulpingen die bovenaan op borsten lijken en meer naar onder op penissen. Ze moesten worden gedragen door mannelijke kunsthistorici en critici die ze voor het banket had uitgenodigd. Op de muurtekst is te lezen dat Bourgeois deze uitstulpingen ‘fallische borsten’ noemt. Dus behalve het kostuum is ook deze omschrijving een voorbeeld van ‘altération’. Bourgeois’ bedoeling was om de symbolische macht van het fallische belachelijk te maken. Op een van de foto’s draagt Bourgeois zelf een bol kostuum met ondefinieerbare bollingen, die als borsten zijn te duiden, waardoor ze zelf in een veelborstige Diana verandert.

Door een zelfde overgang van mannelijk in vrouwelijk geslachtsdeel is Filette van Bourgeois, te zien in de zaal waar Cell XXVI staat opgesteld (de hoofdzaal), ook een voorbeeld van ‘altération’. Het stelt een penis met twee testikels voor, pijnlijk hangend aan een haak. Eronder lopend ontwaar je als kijker tussen de twee ballen een vagina. Als wanstaltig object is het tevens een voorbeeld van ‘basesse’. Achtergrond van dit beeld is de beroemde foto van Robert Maplethorpe: een trots lachende Bourgeois met Filette onder haar arm. 

‘Historie de l’oeil’
In zijn roman ‘Histoire de l’oeil’ (1928) associeert Bataille ‘oeil’ (oog) met ‘oeuf’ (ei), maar ook met testikel: ‘globe oculaire’ en ‘testicule’, die ‘cul’ (gat, kont) gemeen hebben, dat hij vaak gebruikt als synoniem voor kut. De tekst bevat metaforische reeksen van lichaamsdelen: oog, ei, testikel, borst, bil, kont en van de lichaamsvochten die ze uitscheiden: tranen, eiwit, sperma, melk, fecaliën, urine. Verder kunnen die lichaamsdelen op allerlei manieren worden vernietigd: uitsteken, breken, castratie, drinken, doorsnijden, ontmaagden. Door die reeksen op ongebruikelijke wijze te verbinden, ontstaan uitdrukkingen als ‘een oog breken’, ‘gecastreerde ogen’ en ‘tranen van urine’. Deze taalkundige ‘altération’ vormt duidelijk een taalkundige transgressie, net zoals het verhaal een inhoudelijke transgressie vertoont. Elke seksuele overschrijding leidt tot een volgende, en perversiteit gaat over in waanzin en uiteindelijk in (zelf)moord.  

In de zaal gewijd aan ‘Histoire de l’oeil’ zijn enkele tekeningen te zien die Hans Bellmer in 1945 tekende ter illustratie van een heruitgave van de roman. De tekening Zonder titel is het toppunt van ‘altération’: het gezicht in het midden blijkt bij nader inzien het onderlichaam van een vrouw, de ogen blijken een gepenetreerde anus en een vagina met traan, de mond lijkt te urineren. Bourgeois liet zich door Bataille’s metaforen inspireren tot het maken van Le Regard, een latex object dat tegelijk oog en vagina is. De titel duidt op de blik van zowel het oog/de vagina als die van de kijker. Met zijn doordringende blik wordt de kijker, net als de lezer van Bataille’s roman, een voyeur.

Kortom, de verwantschap van Bellmer en Bourgeois gaat verder dan een aantal gedeelde motieven, creatieve principes en thema’s. Het werk van beiden is te duiden aan de hand van het gedachtegoed van Bataille. Van Hans Bellmer is dat niet verwonderlijk want hij behoorde tot de surrealisten en was een bewonderaar van Bataille. Van Louise Bourgeois, die een stilistische categorisering van haar werk nadrukkelijk afwees, bewijst het dat ze niet schroomde zich te bedienen van een surrealistisch idioom, en daarom surrealistischer is dan ze wilde toegeven. 



Comments