Beaufort03

Goede kunst maakt nog geen goede tentoonstelling

Beaufort03. Kunst aan zee heeft dit jaar voor de derde keer bezit genomen van de Belgische kust. De voorgaande edities bezochten we met gemengde gevoelens. Het niveau van de kunst en kunstenaars was beide keren onmiskenbaar hoog. Maar, zoals al snel duidelijk werd; goede kunst maakt nog geen goede tentoonstelling. Routebeschrijvingen waren ronduit slecht en het gebied te groot. De tijd die we verloren aan zoeken, stond niet in verhouding tot de tijd die resteerde om van de kunstwerken te genieten.

Door Astrid Tanis

Beaufort is een triënnale verdeeld over 10 verschillende Belgische kustgemeenten. Dertig internationaal werkende kunstenaars leverden deze editie bijdragen met de bedoeling gezamenlijk een laagdrempelige tentoonstelling te creëren. Iedere gemeente presenteert drie kunstenaars, twee op een buitenlocatie en één op een binnenlocatie.

Vanwege de uitgestrektheid van het gebied weten we inmiddels dat dit een tentoonstelling is die je niet even snel bezoekt. De meivakantie offeren we er gedeeltelijk aan op. We stationeren ons in Zeeuws Vlaanderen langs de kust, in de hoop dat we tussendoor nog wat zon mee kunnen meepakken. De kust van Zeeuws Vlaanderen wordt gekenmerkt door smalle duinen die soms niet meer zijn dan een enkele dijk, met daarachter de zee. Toerisme overheerst hier niet. Bij de tent leest mijn partner een recensie in het NRC Handelsblad van Janneke Wesseling over de tentoonstelling die we gaan bezoeken. ‘Nou’ zegt hij, ‘Die heeft zich stevig geërgerd aan de onvindbaarheid van de werken; dat belooft niet veel goeds. Wil je het lezen’. ‘Nee, nog niet’, antwoord ik. Ik lees nooit wat anderen critici schijven voor ik zelf mijn stuk geschreven heb. Ik wil onbevooroordeeld kijken. Er zijn binnen de kunstwereld al zoveel schrijvers die elkaar napapagaaien.

Gewaarschuwd door de irritatie van Wesseling besluiten we vooraf onze kalmte te bewaren en de organisatorische mankementen van Beaufort03 in rust te accepteren.

Regen

De volgende dag reizen we pas in de middag af naar De Panne. We parkeren de auto onder donkere wolken en een zware regenval met echte hagelkorrels. We laten ons niet weerhouden. Op het strand schuilen de badgasten onder het kunstwerk van de kunstenaar Jason Meadows. Geïnspireerd door de vrolijkheid van het pretpark Plopsaland verderop ontwierp Meadows een gebouwtje met scheve vloeren en daken. Ik associeer dit werk al snel met draaimolens, hoewel het werk niet draaien kan. Het zijn de visuele aspecten van drie samengeklonterde beeldelementen die draaien suggereren. Het ziet er grappig uit zo’n met badgasten gevuld kunstwerk. Op het moment dat we onze voeten in het zand zetten stopt de bui en de badgasten stappen onder het kunstwerk vandaan. Dit werk doet het goed onder de huidige weersomstandigheden; ik kan me voorstellen dat het op een zonnig vol strand opgaat in de omgeving en minder zichtbaar is.

Op de boulevard zoeken we naar het werk van Marijke Warmerdam. We zoeken volgens de beschrijving een frietkraam met opengeklapte voorkant. We zien het niet direct. Ergens ingeklemd tussen een lantarenpaal, strandhuisjes en een strandpad ontdekken we een oude frietkraam alsof hij daar al jaren vergeten staat. Ik voel me bijna belachelijk als ik het object als kunstwerk ga onderzoeken; ‘dat zal toch niet’ denk ik. We moeten er echt omheen lopen om te ontdekken dat er wel degelijk een ingang is en dat dit het gezochte kunstwerk bevat. Waar ooit de friet verkocht werd staat nu een doorzichtige wand om het beeldscherm, waarop een fietsend jongetje te zien is, veilig te stellen. Als beeld op een scherm is het een echte Warmerdam, alleen de presentatie in deze frietkraam lijkt als een tang op een varken te slaan, alsof het niet gezien wil worden. Warmerdam zie ik eigenlijk meer als een ‘White Cube’ kunstenaar; wat mij betreft komt haar werk hier niet goed tot zijn recht. Bij deze opstelling zie je hoe de presentatie een werk kan maken of breken, zowel de locatie als de presentatie zijn oerslecht.

Machtspel

Omdat ik echt een ramp ben wat richtinggevoel betreft, schafte ik mij ooit een GPS navigatiesysteem aan. Dat heeft mijn leven zeker een stuk aangenamer gemaakt. In Nederland en veel andere landen brengt deze mij doorgaans snel waar ik zijn wil. De Belgische kunstroute-logica begrijpt mijn GPS niet en een overdosis stukken opgebroken kustweg ook niet. Al na een dag hebben we genoeg rood/wit gestreepte hekken, paaltjes en linten gezien om, in weerwil van de goede voornemens, enige irritatie te voelen. Het werk van Matt Mullican slaan we over als we merken dat we teveel tijd aan omleidingen verliezen.

Veel van de locaties worden aangeduid met de naam van een gebouw, park of stukje strand. Daar kan de GPS niets mee, die werkt met straatnamen. In Koksijde Oostduinkerke ervaren we duidelijk dat de tentoonstellingsmakers hier geen rekening met kaartlezers en navigatiesystemen houden. Dat de Abdijstraat dan wel bij de Abdij de Duinen zal horen, waar we een werk van Krijn de Koning willen zien, blijkt een vergissing. Het kost ons moeite en extra tijd de Abdij te vinden. Voorbijgangers wijzen ons de weg. De installaties van De Koning zijn meestal uitgebreide bouwwerken die strak zijn vormgegeven en waarin kleur een grote rol speelt. In de tuin bouwde hij een installatie op en rondom de ruines van de oude abdij. Het is een mysterieuze plek waar het kunstwerk een machtspel lijkt te spelen met de geschiedenis van de bouwkunst. Waar het kunstwerk ruïne-elementen insluit wordt het kunstwerk bepalend, maar op een plek waar een oude stenen boog boven het werk uitstijgt valt het felgekleurde werk in het niet; daar kloppen de verhoudingen even niet.

Never Good Enough

Even later kost het ons moeite het strand Sint Idesbalt te vinden waar het kunstwerk van Evan Holloway staat. Holloway plaatste een tekst op hoge palen met de woorden “Never Good Enough” daar overheen hangt een doorzichtige wapperende stof gedrapeerd. Je kunt er de zee, de wolken en de duinen door zien. Het is een nederige buiging voor de natuurelementen. ‘Wat je ook doet, je legt het af tegen deze omgeving’ veronderstelt de kunstenaar. Deze veronderstelling blijft in mijn gedachten de hele verdere kunstroute; hoe kan je het opnemen tegen de natuur. Hoe lelijk de Belgische kust wat architectuur betreft ook is, de natuurelementen zijn er altijd in wisselende stelling aanwezig: de rollende golven, de wolkenmassa’s, het licht en het waaiende helmgras in de duinen, naast de enorme hoeveelheid zand. Om je hier beeldend te manifesteren, is een grote uitdaging.

Na amper zes kunstwerken houden we het deze dag voor gezien. We maken de balans op; minimaal een half uur voor ieder kunstwerk en dan nog kan je er één op de drie niet vinden. We nemen dit voorlopig voor lief.

Architecturale mishandeling

De volgende dag gaan we weer laat op pad, in de ochtend liggen we op het Zeeuwse strand en genieten van het gebrek aan de Belgische appartementtorens. s’Middags besluiten we aan de andere kant van de kunstroute te beginnen. Knokke Heist heeft weinig te bieden. Het werk van Leonor Antunes spreekt me als concept zeker aan. De uitvoering laat hier en daar te wensen over. Vijftien strandcabines vormen een weerspiegeling van een woning van de architect Victor Bourgeois, uit 1928. Deze werd in 1999 afgebroken. Bourgeois was de voortrekker van de modernistische beweging in België en heeft prachtige villa’s gebouwd. De meeste zijn echter al ten onder gegaan aan projectontwikkelaars, die het in dit land voor het zeggen lijken te hebben. Dit gebrek aan gevoel voor cultureel erfgoed heeft bijvoorbeeld van de Belgische kust een van de meest afzichtelijke kustgebieden gemaakt die er bestaan, iemand met smaak wil hier vast geen appartement. Toen ik jong was had ik hier familie wonen, en kwam ik er graag. Er stonden sierlijke oude hotels en herenhuizen. Hier en daar staat er nog een. Ingeklemd tussen nietszeggende appartementenbunkers, getuigen zij van architecturale mishandeling op grote schaal. 

Berusten

We trekken verder langs de kust en komen hetzelfde euvel tegen als aan het eind van de route. Overal wit/rode versperringen langs de kustweg en we worden van hot naar her geleid. In weerwil van mijn goede voornemens verlies ik de moed, op een moment wil ik gewoon afhaken en geen kunst meer zien; de laagdrempeligheid is allang verloren aan onbereikbaarheid. Gelukkig heeft mijn partner een goede dag en hij sleept mij erdoorheen. We houden een gemiddelde aan van een kunstwerk per half uur en missen ruim een kwart van de kunstwerken. Soms vinden we wel de plek maar blijkt het kunstwerk er gewoon niet te zijn; we berusten.

Good enough

De derde dag moet tevens de laatste dag zijn vinden we, dus we berekenen hoeveel tijd we nodig hebben en zorgen er op tijd te zijn. Het is weekend, Nieuwpoort is overbevolkt met weekendgasten en we blijken nergens een plek voor de auto te kunnen vinden. We rijden tevergeefs rondjes. Twee uur kwijt en nog geen werk gezien, dat belooft niet veel goeds. We geven Nieuwpoort als kunstlocatie op en kijken in de folder wat we hebben gemist. Middelkerke-Westende maakt veel goed, we kunnen bijna naast het meest overtuigende werk op deze tentoonstelling parkeren. Het betreft het werk van Aeneas Wilder. Wilder stapelde een grote koepel uit losse latten. Binnen voel je je als in een kathedraal, verschillende bezoekers kijken vol ontzag naar boven. Een klein jongetje voelt zich door het werk uitgedaagd en klimt met een vaart naar boven. Zijn vader kan hem nog net bij zijn broek grijpen. Door de manier van stapelen bevat het werk evenveel latten als openingen tussen de gestapelde latten. Door de openingen valt het licht naar binnen en zie je de omgeving en de wolken die voorbij drijven. Je bent binnen en buiten tegelijk. Dit werk kan de natuurelementen overtuigend aan. De stelling van de eerste kunstenaar ‘Never Good Enough’, gaat door dit kunstwerk subiet ten onder.

Onzin

In Bredene lijkt het ineens vlot te gaan. We kunnen een paar werken vrij gemakkelijk vinden. Niek Kemps heeft een werk in een mooie duinkom staan. Het is een soort doorzichtig doolhof, bestaande uit rode banken en wanden. De besloten context klopt met de afmetingen van het beeld.

Dat geldt niet voor de twee beelden op het strand die zichzelf verliezen ten opzichte van de natuur. Het simpele geometrische werk van Louis de Cordier valt hier op het strand in het niet bij de omgeving. Het opgeklopte metafysische bijschrift kan dit niet redden. Ik moet denken aan de pas overleden filosofe Patricia de Martelaere. In haar novelle “De schilder en zijn model” schrijft ze in een dialoog tussen de twee hoofdpersonages: ‘Nergens wordt zoveel onzin geschreven als in de kunstkritiek’. Ik ben het niet met haar eens, pr-schrijvers binnen de kunstwereld overtreffen wat onzin betreft de kunstkritiek volledig en hier langs de kust in België vind je de kampioenen onder wollige nonsensschrijverij. Een paar honderd meter verderop op het strand staat een werk van Sterling Ruby met de titel Unhabitat. Mijn partner en ik worden er niet blij van en ook mijn hond probeert het subiet uit te graven. In het pr-bijschrift staat ‘Hij behoort tot de generatie kunstenaars die tracht de ervaring van het fysische, de seksualiteit en de dood te re-integreren in een vorm van beeldhouwkunst die vanuit de kunstgeschiedenis als puur en vormelijk wordt beschouwd. Het werk van Sterling Ruby balanceert tussen decoratie en tragedie en geeft vaak uiting aan psychologische onderdrukking van de fataliteit in het menselijke leven’. Tragisch is dit werk zeker, een grote kubus met vlekkerige kleuren alsof onervaren graffiti vandalen een stukje muur zochten om hun verfbussen op te legen. Fataal is dit werk ook voor het niveau van de tentoonstelling en het niveau van de rest van Ruby’s oeuvre, waar zeker betere werken tussen zitten. Maar het is vast niet deze tragiek en fataliteit waaraan de op hol geslagen schrijver refereert.

Orbanisme

De rest van de dag blijven we speuren naar werken, we passeren nog veel omleidingen en verschillende werken lijken onbereikbaar, onvindbaar of zijn te arbeidsintensief om te vinden. Gelukkig kunnen we het werk Orbino van Luc Deleu gemakkelijk vinden, het is een mooie afsluiting. Deleu maakt overtuigende architectonische beelden van aan elkaar verbonden containers. Dit werk bestaat uit vijf containers waarvan de bovenste drie gezamenlijk een open toegankelijke ruimten vormen. In deze ruimte toont hij zijn centrale thema waarvan al zijn werk doordrongen is, het orbanisme. Deleu ontwikkelde het concept Orbanisme. Het staat voor een op planetaire schaal geïntegreerde, (steden)bouwkundige ontwerppraktijk. Orbanisme probeerde de aarde te beschouwen als de ruimtelijke en maatschappelijke context voor steden en architectuur. Het beoogt een evenwichtige organisatie van de aardruimte, die steunde op één solidair samenlevingsmodel.

Uitputtende speurtocht

Vanochtend waren we nog vol goede moed. We namen ons voor het tentoonstellingsbezoek af te sluiten met een avondmaal in Oostende. Aan het einde van de dag bespeur ik in weerwil van alle goede voornemens minder ‘goede moed’ bij mij. Ik ben moe van Beaufort03 dat meer weg heeft van een uitputtende speurtocht dan een laagdrempelige tentoonstelling. Ik kijk opzij en zie dat mijn partner uitgeblust naast mij zit. ‘Heb je het ook gehad’ vraag ik. Hij antwoordt met een zucht ‘helemaal, al die wegomleggingen en die beelden die niet te vinden zijn’. ‘Weet je wat’ zeg ik ‘laten we dan maar terug gaan en iets te eten halen voor bij de tent’. ‘Ja’, zegt hij opgelucht, ‘Weg uit België’. Het klinkt als vluchten. Bij de tent warmen we een pak soep op en eten er brood bij. ‘Misschien moeten we het over drie jaar maar overslaan’ stel ik voor. ‘Goed idee’ zegt mijn partner. We verzinken zwijgzaam in gedachten, ik denk aan de mankementen van deze in potentie goede tentoonstelling en aan mogelijke verbeteringen. ‘Weet je’ hoor ik na een tijdje bedachtzaam uit de mond van mijn partner komen, op hetzelfde moment dat ik nagenoeg hetzelfde wil zeggen; ‘Ze zouden alle kunst in bijvoorbeeld drie gemeenten moeten zetten en drie jaar later de volgende drie’. ‘Dat zou al een hoop schelen’ antwoord ik ‘en dan nog een duidelijke routebeschrijving en dan gaan we gewoon weer deze kant op’.

 

 

Comments