Beelden 4#2019


Beeldenmagazine 4#2019, jaargang 22, nr. 88

 

Redactioneel


Het begint bijna een traditie te worden om zo rond het eind van het jaar lichtkunsttentoonstellingen in de open lucht te organiseren.

Als dit nummer uitkomt, zijn we rond de donkere dagen rond Kerstmis. Een aantal tentoonstellingen geven licht in deze periode. Afgelopen weken vonden reeds de Lichtkunstfestivals Glow in Eindhoven, Parklicht in Amsterdam en Winterlicht in Schiedam plaats. Als u dit gemist heeft, kunt u nog tot half januari van het Amsterdam Light Festival genieten. Het thema van deze, inmiddels achtste editie, is Disrupt! Met deze tentoonstelling wil de organisatie Amsterdam wakker schudden. Ik vraag mij af of dit wel nodig is in een zo bruisende, dynamische stad.

In dit nummer nog meer aandacht voor lichtkunst. Tamar Frank wordt in de rubriek ‘Het atelier’ belicht. Zij heeft de afgelopen jaren een aantal opmerkelijke lichtkunstwerken gerealiseerd. Daarnaast bespreken wij de tentoonstelling Presence van Daan Roosegaarde in het Groninger Museum. Licht en lichtgevoelige elementen spelen een grote rol in deze installatie waar de bezoeker interactief aan kan deelnemen. 

Verder besteden wij in dit nummer aandacht aan tentoonstellingen van een aantal bekende en minder bekende kunstenaars, w.o. Constantin Brancusi, Niki de Saint Phalle, Paloma Varga Weisz, Eja Siepman van den Berg, Tanja Smeets en Mariëlle van den Berg. Interessant zijn ook de groepstentoonstellingen A Provisional Legacy in Brugge, Gewoon bijzonder (Bijzonder gewoon) in Delft en Sign of the Times in Oss. Lees meer...

     

     Verborgen schatten: Kunstcollectie Albert Heijn 

 

Vanuit haar betrokkenheid met de samenleving wil de Albert Heijn Kunst Stichting actuele beeldende kunst stimuleren en toegankelijk maken voor medewerkers en een algemeen publiek. Beeldende kunst draagt bij aan de dynamische cultuur van Albert Heijn waarin ruimte is voor emoties, creativiteit en de dialoog. Het dagelijks leven is de thematiek waarop verzameld wordt. 

Uit statuten artikel A: ‘De stichting heeft als doel het houden, onderhouden en uitbreiden van een verzameling hedendaagse Nederlandse kunst ter versteviging van de cultuur en cohesie binnen het Nederlands bedrijf van het toenmalige Ahold en Albert Heijn alsook ter versterking van de verbinding en dialoog met de bredere Nederlandse maatschappij waar de genoemde kunst een belangrijke culturele uiting vormt.’

De collectie vindt haar oorsprong in 1987, het jaar dat Albert Heijn haar 100-jarig bestaan vierde. Vijfentwintig kunstenaars, geselecteerd door kunstcoryfee Pierre Jansen kregen de opdracht een serie van vier werken te maken, gebaseerd op het thema ‘Het dagelijks leven’. De serie van 100 werken werd tentoongesteld in het Stedelijk Museum in Amsterdam en alle medewerkers konden een exemplaar uitkiezen voor hun kamer of thuis. In 2017 zijn de kunstwerken overgedragen aan de Albert Heijn Kunst Stichting om de collectie een onafhankelijke status te geven. Lees meer...

 

Cross-overs in de kunst: Johan Gelper 

 

Kunstenaars die de gebaande paden verlaten en het avontuur aangaan, ontwikkelen vaak spannende cross-overs. Door zich op een totaal ander medium te richten dan waartoe ze zijn opgeleid of een bijzondere mix aan media toe te passen, krijgt hun werk een nieuwe dimensie. De Belgische kunstenaar Johan Gelper zou in eerste instantie graficus worden, maar de kunst trok te zeer. Hij switchte op Sint Lucas Hogeschool naar een opleiding schilderen en tekenen en stapte na een paar jaar over naar een vervolgopleiding Mixed Media aan het KASK in Gent. Nu werkt hij grotendeels driedimensionaal. Zijn fantasievolle assemblages en collages zijn van een ongekende schoonheid en verwijzen - ook al zijn ze abstract van vorm - vaak naar de natuur. 

In een grote loods in Gent heeft Johan Gelper zijn atelier; daar spreken we elkaar. Overal om ons heen staan of hangen ‘objects trouvés’, die hij naar hartenlust gebruikt in zijn vrolijke installaties en assemblages. Daarin tref je bloem- en kelkvormen en af en toe een takje aan. Ook zie je soms een humorvolle knipoog naar de kunstgeschiedenis.
Wilde je altijd al kunstenaar worden?
Neen, ik ben in eerste instantie vanaf mijn twaalfde begonnen tekenlessen te volgen tijdens deeltijdonderwijs. Ik was wel geïnteresseerd in kunst, maar dat was alles. Daarna ging ik naar een middelbare school met kunstsecundair onderwijs, KSO geheten. Daar kreeg je allerlei kunstvakken waaronder architectuur. Lees meer...

 

Sign of the Times 

 

Maskers zijn een wereldwijd fenomeen. Maskers zijn van alle tijden. Je perspectief op maskers wordt ingevuld door je achtergrond. Misschien waren dat de redenen waarom initiatiefnemer en curator Frank van der Linden maskers had gekozen voor de groepstentoonstelling Sign of the Times. Wat het antwoord hierop ook al is, Sign of the Timesgemaskerde bal van de hedendaagse kunst heeft Museum Jan Cunen flink opgeschud uit het imago van de negentiende-eeuwse burgerlijke elite. Van der Linden had een basismasker uit witte klei ontworpen. Vervolgens zijn deze maskers aan tweeëndertig hedendaagse kunstenaars verspreid. Elke kunstenaar werd gevraagd drie maskers vorm te geven: één voor zichzelf, één voor de opdrachtgever en één voor de verkoop. In combinatie met de drie maskers is ook een groter representatief werk van elke kunstenaar ten toon gesteld. Het zorgt voor een leuk spel van herkenning. Uit zo’n gevarieerd aanbod kan een gedragen vraag kristalliseren: Wat is beschaving? 

Jorn van Leeuwens rode masker met woest zwart paardenhaar roept allereerst een beeld op van een ongerept Afrika, maar bij nadere beschouwing wordt het een ongemakkelijk vergezicht op kannibalisme. Kannibalisme is niet van Afrika, maar van eilanden in de Grote Oceaan. Ook Papoea-Nieuw-Guinea heeft last van een kannibalistische geschiedenis, want dat is bepaald niet beschaafd. In Van Leeuwens masker staren twee ogen als bloedballetjes je aan. Een gulzig mondje met piranha  tandjes wacht tot je je vinger erin steekt. Sacraal kannibalisme is het symbolisch eten van individuen van dezelfde soort. Lees meer...

 

A Provisional Legacy 

 

‘Een apocrief kabinet, met een samengebracht geheel van kunst en dingen, een dialoog van mogelijkheden als draagvorm voor dagdromen, illusies, het ervaren van schoonheid en een aftasten van het onbekende. Een verwarring tussen gisteren en morgen’ zegt de muurquote tegen de bezoeker. Beter kan ondergetekende het niet verwoorden. Welkom in de wondere wereld van de Ardornes. Uw gastheer en gastvrouw zijn het kunstenaars- en curatorenduo Reniere&Depla.

Brugge. Een stad die je doet wegdromen naar de middeleeuwen. Als je er door de straten loopt, voel je en ruik je geschiedenis, hoor je zelfs het verleden wanneer een paardenkoets ratelt op de keien. De typische Brugse huizen doen je mijmeren naar lang vervlogen tijden. Zo’n huis - of  beter gezegd domein - is het Adornesdomein. Een herenwoning, een kapel en zes godshuisjes rijk. Een privé middeleeuws landgoed op wandelafstand van hartje Brugge.  

Denk 1429. De Italiaanse familie Adornes strijkt neer in Vlaanderen. Niet veel later kunnen ze zich al Brugse aristocratie noemen. En als we even ‘rewinden’: Het hele domein is al 17 keer overgedragen aan een volgende generatie, vandaag zijn dit graaf en gravin Maximilien de Limburg Stirum. Genereus en met graagte zetten de trotse bezitters van het domein hun erfgoed open. Cultuur en erfgoed liggen hen nauw aan het hart, alsook kunst. Het verzamelen stroomt al eeuwenlang door hun aderen. En wordt van generatie op generatie doorgegeven. Lees meer...

Niki de Saint Phalle 

 

Museum Beelden aan Zee beschouwt haar als een van de grootste beeldhouwers van de 20ste eeuw en eert haar met een schitterende overzichtstentoonstelling. Het 25 jarig bestaan van het museum mag groots gevierd worden. Het toonstellingsontwerp vormt een echo van het typische Niki de Saint Phalle-kobaltblauw, dat overal in de beelden en tekeningen opduikt. Veel objecten worden gedragen door draaiende blauwe schijven, waardoor je ze telkens opnieuw ziet. Een tulen gordijn deelt de ruimte zwierig in tweeën en verbindt zich met de sluier van de bruid, die bij het begin staat. Een oude bruid, in een jurk uit wit gespoten triviale voorwerpen, waaronder krulspelden, vliegtuigjes en pistolen. Dat brengt meteen haar Tir-werken in herinnering. In de jaren zestig verborg ze zakjes gekleurde verf in reliëfs van zulke wit gespoten verzamelingen, om ze dan vanaf een afstand aan flarden te schieten. Grote platen vol engelen, druiventrossen, kinderstoelen, doodskoppen, Mariabeelden, kruisen en torso’s zoals die van de David van Michelangelo en de Venus van Milo moesten er aan geloven. De kleuren vloeiden als bloed over de vormen. “Weg er mee”, schijnt ze te roepen. De Saint Phalle wilde alles kapotschieten. Lees meer...

 

Paloma Varga Weisz 

 

Het eerste dat Google verkondigt over de term ‘bump’ is: “to hurt part of your body by hitting it against something hard”. Wel, dat is een understatement aangaande de tentoonstelling van Paloma Varga Weisz in het Bonnefantenmuseum Maastricht. Vanaf de eerste zaal ga je als door een golf van werelds geweld, waarbij juist de ingetogenheid van het werk, je totaal knock-out slaat. De hele rondgang door de tentoonstelling is er geen ontkomen aan: lichamen vol bulten, totaal geblutste mensen, per ongeluk omvergelopen entiteiten, totaal verstoten figuren. Kracht verpakt als een glimmende maar oh zo gevaarlijke stuiterbal. Beter kan het je in de kunst niet treffen.  

Bumped Body is tevens de titel van een van de werken. Een lindenhouten sculptuur die voor het grootste deel verzilverd is. Delicaat en glad als een peer, is een vrouwelijke zwangere figuur, voorgesteld zonder ledematen. Die leiden alleen maar af. De figuur is strak omhuld door een soort van duikerspak met badmuts die de haren verstopt, en is onmiskenbaar vrouwelijk maar toch zou het gezicht evenzo goed bij een man kunnen horen. Het androgyne is steeds aanwezig in Varga Weisz’ werk. De blik is neergeslagen. Zwangerschap is introspectief. De zilveren zwangere buik glimt waardoor je jezelf erin kunt spiegelen. Dat blijkt typisch Varga Weisz. Lees meer...

 

W139

 

Na jaren weer terug in de Warmoesstraat, één van de oudste straten van Amsterdam. De naam is afgeleid van warmoezerijen, oftewel de handel in groenten. Het was de straat met de grootste huizen waar in de middeleeuwen de rijkste burgers van Amsterdam woonden. De geschiedenis van nummer 139 begint rond 1550, een diep huis van welgestelden dat later verschillende aanvullingen en verbouwingen onderging. Na de aanleg van de grachtengordel verhuisden de rijken daarheen en werd de straat dé winkelstraat en vestigden zich er handelsfirma's. In de negentiende eeuw speelde het gebouw een belangrijke rol in de geschiedenis van de effectenhandel in Amsterdam en bood tussentijds en nadien ook onderdak aan een verscheidenheid aan populair volksvermaak. Zo kwam medio 19e eeuw de Sociëteit De Vereeniging oftewel de Aannemers-Sociëteit in het pand. Eind 19e eeuw huurde een theateronderneming het complex, die naam ‘De Vereeniging’ handhaafde, om volkstheater, kleine operettes en vaudevilles te presenteren. ‘De Vereeniging’ werd het populairste theater van de stad. Na een tijdje weggeweest te zijn werd begin twintigste eeuw het gebouw wederom door ‘Théater De Vereeniging’ betrokken met o.a. het Cabaret Bonbonnière, Het Palais de Danse, vervolgens in 1916 de Amsterdamse Folies-Bergère en aan het einde van de reeks was er de Kleine Club gevestigd. Toen was het over! Het pand werd eigendom van de Bijenkorf en werd een opslagruimte. Inmiddels is het pand een Rijksmonument bestaand uit een ruime zaal met toneeltoren (inmiddels verbouwd tot appartementen). Het is vervolgens vele jaren rustig in de Warmoesstraat. Na het eindexamen aan de Rietveld toerden vijf jonge kunstenaars door Europa maar terug in Amsterdam wilden zij een ​​locatie hebben om hun werk te tonen, naast de ambitie een vorm van ​​tegencultuur te initiëren in Amsterdam. Het moest een beweging zijn tegen de gesloten wereld van de commerciële kunst en musea, omdat, in hun optiek, zij niet of nauwelijks aan bod kwamen in die andere kunstwereld. Lees meer...

 

Tanja Smeets 

 

Keramiekmuseum Princessehof in Leeuwarden biedt al jaren kunstenaars de gelegenheid om de resultaten van hun verblijf in het Europees Keramisch Werkcentrum ten toon te stellen (EKWC@Princessehof). Dit keer is het de beurt aan Tanja Smeets, een veelzijdige kunstenares die enthousiast en eigenzinnig met klei experimenteert. In de zaal-vullende installatie Terrarium combineert ze allerlei onorthodoxe, keramische vormen met alledaagse materialen. Door de bijzondere rangschikking en het viltachtige glazuur oogt het geheel als een geheimzinnig landschap dat associaties oproept met het verborgen leven op de zeebodem.

Tanja Smeets deed de Academie in Arnhem en studeerde af in schilderkunst. Al gauw ontdekte ze dat ze het effect van haar werk binnen de context van een ruimte interessanter vond dan het schilderen alleen. Haar schilderijen kregen sculpturale uitstulpingen en gaandeweg ontstond een fascinatie voor organische groeivormen die een bestaande ruimte veranderen en soms zelfs overwoekeren. 

Aanvankelijk werkte ze vooral met materiaal dat gewoon voorhanden was, zoals de merkwaardige ‘afstandhouders’ die in de bouw gebruikt worden om de wapening van gietbeton op haar plaats te houden. Van deze houders van kunststof, met hun toevallige bloemstructuur, maakte ze prachtige objecten die als een soort zwam uitdijen en zo de ruimte in bezit nemen. In de vaste opstelling van de Anningahof , het beeldenpark bij Zwolle, is te zien hoe een boom door deze kunstmatige ‘klimop’ wordt getransformeerd. Lees meer...

 

     
Mariëlle van den Bergh 

 

Tapijten maken die er echt uitzien als een schilderij? Als dat haar ambitie was, dan heeft Mariëlle van den Bergh gefaald. Hoe wonderlijk is dat te constateren als je oog in oog staat met haar vele prachtige stukken in de expositie Oernatuur in Museum Rijswijk. Deze tapijten lijken niet op foto’s, en niet op schilderijen, maar halen alles uit de mogelijkheden van textiel. En die zijn enorm. Mariëlle van den Bergh onderzocht ze met alle intensiteit die haar eigen is. Wat daaruit kwam mag gerust een mijlpaal in de textielkunst en in de ontwikkeling van haar oeuvre worden genoemd. 

Hoe ingewikkeld haar onderzoek was, toont de ‘kijk- en voel tafel’ die bij het begin van de expositie staat. Lappen in alle mogelijke technieken liggen daar om betast en bekeken te worden. Er zitten labels aan, waarop wordt uitgelegd hoe ze tot stand kwamen. Weven, tuften, breien op machines met een scala aan verschillende garens, machine-borduren, laseren, vlechten, er is zelfs  sprake van ‘gimpen’, wat verwijst naar het met zijde omwikkelen van koorden. Er liggen opvallend veel voorbeelden van mogelijkheden met een driedimensionaal effect. De lappen bobbelen, golven, krimpen en verstijven tot stukken die je rechtop kunt zetten. Een werkperiode in het Europees Keramisch Werkcentrum in Oisterwijk leverde ook nog eens combinaties op met schuimporselein, dat weer bewerkt werd met oxiden en pigmenten. Allemaal proeven voor de installatie die in de grote zaal staat opgesteld. Lees meer...

 

Daan Roosegaarde 

 

Sinds de opening van het gebouw van architect Mendini in 1994 heeft het Groninger Museum een reputatie opgebouwd met originele en gedurfde exposities. Een ideaal podium voor de eerste museale presentatie van Daan Roosegaarde zo lijkt het, die ook graag gebaande paden vermijdt of verlegd. Al een aantal jaren geleden benaderde het Groninger Museum Daan Roosegaarde met het verzoek om een tentoonstelling met zijn werk te mogen maken. De kunstenaar reageerde enthousiast, maar met een slag om de arm. Het moest geen doorsnee presentatie worden. Hij “(…) griezelde van het idee van een klassieke tentoonstelling met strak opgestelde werkjes op sokkels, maquettes in hermetisch afgesloten vitrines en foto’s keurig in series op de wand”. Wie het oeuvre van Roosegaarde een beetje kent begrijpt dat voorbehoud. Hij is een echte buitenkunstenaar, die overwegend werk maakt in de openbare, publieke ruimte, meestal in opdracht. Daarbij bedient hij zich van onorthodoxe middelen die moeilijk lijken over te zetten naar een strak omkaderde binnenruimte. Als kind speelde hij al bij voorkeur buiten. Later raakte hij geïnspireerd door kunstenaars als Michael Heizer, Walter De Maria en Robert Smithson, die grote ingrepen deden in de dagelijkse omgeving en van wie ook werk relatief dicht bij huis te zien is of was (Sonsbeek-Emmen/Flevopolders). Zo werd de basis gelegd voor de tomeloze creativiteit, inventiviteit en onderzoeksdrang die zijn projecten kenmerkt. Lees meer..

 

     Florentijn Hofman 

 

In het Science museum Nemo aan het Amsterdamse Oosterdok werd de afgelopen vijf jaar flink verbouwd. In het iconische gebouw, ontworpen door de wereldberoemde architect Renzo Piano, onderging iedere verdieping een ware metamorfose. Doel van de aanpak was om het museum aantrekkelijk te maken voor alle generaties bezoekers. Met de vernissage van het beeld Handstand op verdieping 4 werd de nieuwe permanente tentoonstelling Humania op 21 november voor het publiek opengesteld door H.M. Koningin Máxima. Handstand is de eerste kunstopdracht ooit door dit museum verstrekt aan een beeldend kunstenaar. De keuze voor het ontwerp van Handstand is beslist onorthodox. Het beeld is van kunstenaar Florentijn Hofman en werd gekozen uit inzendingen van een viertal kunstenaars. Exposeren van kunst in Nemo stelt nogal wat specifieke eisen aan een beeld. Het dient bijvoorbeeld in zowel expressie als in materiaal heel stevig te staan en moet ook tegen een stootje kunnen. Handstand gaat die uitdaging aan en vormt nu het niet te vermijden dynamische middelpunt van Humania de ‘kroon’ op de tentoonstelling. Lees meer...

 

Eja Siepman van den Berg

 

In de 19e-eeuwse villa Hinkeloord, een van de tentoonstellingslocaties van Beeldengalerij Het Depot in Wageningen, is een permanente collectie te zien van het werk van Eja Siepman van den Berg. Siepman maakt abstracte beelden met het menselijk lichaam als uitgangspunt. Onderin de villa is nu een tentoonstelling met werk van kunstenaars door wie zij zich heeft laten inspireren, onder wie George Minne en Charles Despiau. Dat is opmerkelijk. Een symbolistische beeldhouwer van door emoties gekwelde jongelingen en een klassiek-moderne beeldhouwer die enkele iconische standbeelden maakte maar nog beroemder werd als portrettist, blijken kunstenaars te zijn bij wie Eja Siepman zich thuis voelt. Dit terwijl zij zelf zegt niets met emoties te hebben en terwijl zij bijna nooit portretten maakt en van abstracte kunst houdt. Wat zouden dan de raakvlakken kunnen zijn?

De Franse beeldhouwer Charles Despiau vroeg veel van zijn modellen. Er waren namelijk eindeloze poseersessies nodig om een portret te maken want Despiau wilde een perfecte balans creëren tussen de individuele trekken van de geportretteerde en een ‘ideale’ sculptuur. Om tot deze synthese te komen moest hij tijdens het modelleren steeds weer alle vormen, vlakken en lijnen samenbrengen. Net als Despiau dat deed, modelleert Eja Siepman haar beelden. Lees meer...

 

Constantin Brancusi

 

Wie aan moderne kunst denkt, zal ongetwijfeld ook de sculpturen van Constantin Brancusi in het brein zien verschijnen. De Parijse kunstenaar met Roemeense oorsprong, krijgt dezer dagen een heus podium in de Brusselse Bozar onder de vleugels van het culturele festival Europalia. Maar liefst tien zalen worden gewijd aan deze eigenzinnige meester en zijn entourage. 

De legende dat Brancusi op 27 jarige leeftijd te voet vanuit Boekarest in Parijs belandde, geloof ik met graagte. Hij kreeg in de hoofdstad der kunsten al snel een warm onthaal van de surrealisten en dadaïsten. De kunstenaar werd een populair figuur en zijn atelier werd niet alleen gebruikt om er te tekenen, boetseren of om te hakken in hout, steen of marmer, maar ook als sociaal kunstenaarsoord. 

Eens in de midlife crisis, omarmt hij zijn atelier – dat nu vlakbij het Centre Pompidou in Parijs is nagebouwd – als kunstwerk. In welke ensembles zijn sokkels en sculpturen staan, wordt met precisie uitgewerkt onder de noemer ‘mobiele groepen’. Dit niet zonder alles op de gevoelige plaat vast te leggen. Zijn atelier diende tevens als fotografiestudio. Foto’s waren even waardevol als voorbereiding, als schetsen. Een fijne roddel: hij was zich zo bewust van zijn imago - dat hij ook na zijn dood wilde in stand houden – dat hij zijn selfies als een ijdeltuit voorbereidde. Dat bij de meeste kunstenaars een vormgegeven kop een zelfportret is, is een understatement. Hoe het werk werd afgebeeld, vond hij even belangrijk als het werk zelf. Lees meer...

 

Gewoon bijzonder

Narrow House is de blikvanger van de manifestatie Gewoon bijzonder, die zich op meerdere locaties in Delft afspeelt en waarvoor 38CC in totaal 24 kunstenaars uitnodigde. Rondom Museum Prinsenhof, bij 38CC, in Museum Paul Tetar van Elven en in Kadmium is werk te zien dat het dagelijks leven anno nu als thema heeft. Gewoon Bijzonder is deels gekoppeld aan de Pieter de Hooch tentoonstelling Uit de Schaduw van Vermeer in museum Prinsenhof in Delft. Ook de Hooch heeft in zijn schilderijen aandacht voor het alledaagse, maar dan wel in de 17eeeuw. Weliswaar is er behoorlijk wat verschil tussen het alledaagse leven zoals geschilderd door De Hooch en het leven anno nu, maar alleen daarom al is het de moeite waard om beide tentoonstellingen te bekijken. Een enorme prestatie is het om als lokaal expositiecentrum in Delft dat inmiddels 11 jaar bestaat, een grote naam als Erwin Wurm binnen te halen en diens Narrow House te tonen in de Oude Kerk in Delft. Die stunt leverde karrevrachten publiciteit op, en het moet gezegd worden; het Narrow House staat geweldig in zo’n historische omgeving, in een zijbeuk naast het praalgraf van zeeheld Piet Hein. Lees meer...

 

Biënnale Gelderland 2019  

 

Biënnale Gelderland 2019, in samenwerking georganiseerd door Museum Het Valkhof te Nijmegen en Museum Arnhem, stelt de natuurbeleving van de moderne mens ter discussie. Met Seelenwanderung als werktitel en leidraad maakten een 16-tal kunstenaars werken op locatie in de Arnhemse binnenstad. In Het Valkhof kregen die werken een betekenisvolle context door ze te plaatsen in het bestaande oeuvre van de deelnemers. Een randprogramma  met flankerende presentaties, educatieve activiteiten en filmavonden zorgden voor verdieping van het thema.

Na Stormy Weather, besproken in het vorige nummer, een alarmerende tentoonstelling rond klimaatverandering en sociale rechtvaardigheid,onder auspiciën van Museum Arnhem, lijkt Seelenwanderung daarop een betekenisvol commentaar en welkome aanvulling te geven. Bespiegelingen over het veranderende klimaat en de gevolgen daarvan dreigen al snel zowel abstract als onheilspellend te worden. Terwijl wat we onder natuur verstaan ons dicht op de huid komt. Zo dicht, dat distantie nemen nauwelijks mogelijk is. We maken deel uit van de natuur, ondergaan de meedogenloze cyclus van geboorte, verval en sterven en we verzetten ons er uit alle macht tegen. Dat verzet zouden we cultuur kunnen noemen. Lees meer...

 

Het atelier: Tamar Frank

 

Het huidige atelier van lichtkunstenaar Tamar Frank bevindt zich aan het spoor, in het gebouw dat ook het Grafisch Atelier Hilversum huisvest. Tot mijn verrassing is het er brandschoon en reuze opgeruimd, terwijl ik me van haar vorige werkruimte in Utrecht vooral een wirwar van draden en maquettes herinner. De strakke orde van dit moment heeft alles te maken met een eervolle opdracht in Parijs. De kisten met daarin haar poëtische installatie Lampyris Noctiluca staan strak in gelid, klaar voor transport. Ze staat aan de vooravond van een groot en zorgvuldig geregisseerd avontuur. Slechts één nacht krijgt ze om de beroemde zaal van de Opera van Garnier om te toveren tot een surrealistisch sprookje met behulp van deze oogstrelende ‘vuurvliegjes’. De fotografische verslaggeving van deze ‘operatie’ moet komend voorjaar resulteren in hét campagnebeeld voor het nieuwe culturele seizoen van dit operahuis. 

Tamar Frank studeerde Monumentale Vormgeving aan de Academie voor Beeldende Kunst in Maastricht. In tegenstelling tot wat de naam van die studierichting doet vermoeden, kreeg ze er vooral les in schilderen. Door een gelukkig toeval kwam ze aan het eind van haar opleiding in het bezit van een grote plaat matglas. Ze schilderde destijds vooral minimalistisch, geïnspireerd door Malevich en de Amerikaanse Colorfieldpainters. Toen ze de glasplaat voor één van haar schilderijen met daarop een groot geel vierkant plaatste, werd ze getroffen door het plotseling diffuus geworden gele vlak dat bijna leek te zweven. Dat was een magisch moment en sindsdien staat haar werk in het teken van de wisselwerking tussen licht en kleur. Lees meer...

 

     Observatorium

 

“De stad kent een zee van betekenissen. Een beeld in de publieke ruimte brengt tussen al die betekenissen iets wat vreemd is, iets wat niet voor de hand ligt. Dat is een verrijking omdat de ervaarbare werkelijkheid er groter door wordt.” Deze trefzekere uitspraak van Gerrit Bennerprijswinnaar 2019 Auke de Vries valt tot 5 januari 2020 te lezen op zijn intrigerende tentoonstelling in het Fries Museum. Van het noordelijke Leeuwarden naar het zuiden in Tilburg want daar wordt deze uitspraak van De Vries wiens werk door de jury van deze Friese kunstprijs wordt omschreven als: “Zijn driedimensionaal werk staat nooit op zichzelf maar zoekt een verbinding tussen de straat, de architectuur en infrastructuur”, volledig waargemaakt door Geert van de Camp van kunstenaarsgroep Observatorium. 

Het 68 km lange Wilheminakanaal vormt een soort natuurlijke grens langs een uitdijende nieuwbouwwijk aan de westkant van Tilburg en verbindt de Brabantse (industrie)steden met de Maas en daarmee de Rotterdamse haven. Aan een zwaaikom waar schepen kunnen keren recht tegenover de Barge Terminal aan de noordzijde van het kanaal realiseerde Geert van de Camp van de Rotterdamse kunstenaarsmaatschap Observatorium er Zandpoort. Na drie jaar doortastende volharding en zoeken naar financiering is het er: een mimicry van de Barge Terminal Tilburg aan de overzijde, een folly die knipoogt naar gene zijde van het kanaal. Lees meer...

 

     
Gabriel Lester 

 

Zeist timmert aan de weg. Waar eind vorig jaar aan de 1e Hogeweg nog een groot kunstwerk van Ram Katzir werd onthuld (zie ook Beeldenmagazine 1#2019), was het nu de beurt aan Gabriel Lester. Op minder dan honderd meter afstand, op het Emmaplein, realiseerde hij een werk dat afgelopen juni werd opgeleverd. Lester ontwierp een architectonische installatie waarbij functionaliteit en autonomie om voorrang strijden. Uiteindelijk kon het nauwelijks misgaan want op dit winderige, fantasieloze plein is elke esthetische toevoeging al gauw een succes. Een wand die functioneert als een windvanger, een lichtobject, een zitobject: het is het allemaal. Oneerbiedig gezegd is het decoratief straatmeubilair, hoewel Gabriel Lester toch iets meer heeft gedaan. Kunst, architectuur en functionaliteit zijn geraffineerd verweven. De kunstenaar heeft deze publieke plek net een beetje opgetild.

De architectonische sculptuur - naar mijn idee de beste benaming - bestaat uit dertien kunststof elementen van enkele meters hoog. Samen vormen ze een soort wand tussen twee winkelpanden. De speels gebogen, stoeptegel-grijze vormen met grasgroene uiteinden doen denken aan grassprieten, smalle bladeren die buigen in de wind. De titel van het werk Voor de wind is dan ook niet de meest spectaculaire vondst maar is wel toepasselijk. Temeer omdat het geheel, zoals ook verwoord in de opdrachtomschrijving, een enorm tochtgat afsluit waardoor, als iemand al overweegt om op dit plein te gaan zitten, hij of zij niet wordt afgeschrikt door een koude bries. De golvende vormen van het werk komen terug in de bestrating van het plein en enkele andere zitelementen die op het plein geplaatst zijn. Lees meer...

 

   
     Bob Gramsma

 

Over enkele jaren heeft dit uitvoeringstechnisch bijna onmogelijke kunstwerk een geheel andere uitstraling dan nu. Dan is het waarschijnlijk groen uitgeslagen, bedekt met mossen en plantjes. De kans is groot dat vogels er in en uit vliegen door twee kleine gaten die in de constructie zijn verwerkt. Het object Riff, PD#18245 maakt dan deel uit van een door Staatsbosbeheer ontwikkelt drassig natuurgebiedje binnen het grootschalige en scherp verkavelde agrarisch Flevoland dat nog niet zo lang geleden Zuiderzee was.  

De Nederlands-Zwiterse kunstenaar Bob Gramsma heeft dit landschapskunstwerk ontworpen en in samenwerking met WaltGalmarinie AG en een team van technici uitgevoerd. 

Aan het werk liggen tweeëntwintig met de hand gemaakte bouwtekeningen ten grondslag. In augustus 2018 begon de feitelijke bouw met het neerzetten van een construct van achttien betonnen heipalen, poeren en een stalen structuur zoals die ook in bruggen- en botenbouw wordt gebruikt. Vervolgens is 15.000 kubieke meter Zuiderzeegrond op en naast het construct gestort zodat een grote heuvel ontstond. Daarna is in die berg zo’n 12.00 kubieke meter klei en zand uitgegraven waardoor de stalen structuur aan de binnenzijde weer vrij kwam. Deze is toen gewapend met betonijzer matten en bekleed met een lag spuitbeton en betonnen ribben. Vervolgens is er een betonnen plaat als dak overheen geplaatst. Als laatste is de aarde aan de buitenzijde van het construct afgegraven tot de huidige vorm zichtbaar werd. De happen van de graafmachines zijn er nog in te zien. De bovenzijden van acht heipalen kwamen daarbij weer in het zicht. De ontgraven aarde werd verspreid over het land waar het ook vandaan kwam. Lees meer...

 

     
Marieke Vromans

 

Tilburg timmert aan de weg. Al jaren wordt in het hart van Tilburg, de spoorzone, hard gewerkt aan een totale make-over: een nieuw stadskantoor, een vernieuwd station, nieuwe appartementen-complexen, het kunst- en cultuurcentrum Kunstloc. En nu is het Spoorpark aan de beurt: een groene ruimte met verschillende functies in deze slagader van de stad. Op deze plaats werd in juni dit jaar een beeld onthuld van Marieke Vromans getiteld De Rits.

Nu is een winderige, koude novemberochtend misschien niet het ideale moment om dit kunstwerk te gaan bekijken. Toch werd mij meteen duidelijk dat het werk uitstekend past in de eigentijdse ambities van deze stad in het algemeen en de spoorzone in het bijzonder. 

Het Spoorpark ligt er op deze winderige herfstochtend desolaat bij. Betonplaten, zand en een groot grasveld zijn de elementen die het beeld bepalen van deze open ruimte langs het spoor. De bouwhekken rond de bijna voltooide Kempentoren, een vijfendertig meter hoge uitkijkpost, maken het park er niet gezelliger op. Toch is het wel degelijk voorstelbaar dat het stadspark over een tijd - en zeker bij mooi weer - gaat functioneren als een plaats waar mensen graag vertoeven. Daarbij gaat het kunstwerk van Marieke Vromans vast een belangrijke rol spelen. Lees meer...

Comments