Beelden 1#2012

Beelden 1#2012, jaargang 15, nr. 57

Redactioneel

John Blaak

Kan het nog erger? Op het moment dat ik dit redactioneel schrijf, moeten Mark Rutte, Maxime Verhagen en Geert Wilders begin maart nog bijeenkomen in het Catshuis om over extra bezuinigingen van misschien wel 10 miljard euro, te gaan praten om het begrotingstekort terug te brengen. Blijven de kunsten bij deze onderhandelingen ‘gespaard’, zoals staatssecretaris van Cultuur Halbe Zijlstra eerder opperde. Of komen er boven de eerder genoemde bezuiniging van 200 miljoen euro nog ettelijke miljoenen bij? Tijdens het schrijven van dit redactioneel weet ik nog niets. U, als u dit leest, wel. Ik vrees het ergste. Ben je als instelling, of beeldend kunstenaar, namelijk net bezig om te anticiperen op de bezuinigingen en nieuwe initiatieven te ontwikkelen, dan is het knap lastig als daar nog meer bezuinigingen bijkomen. Iets wat net begint te ontkiemen, moet je niet gelijk minder voedsel geven. Kunst kan alleen gedijen op voldoende vruchtbare voedingsbodem. Lees ook in dit blad het artikel van Anne Berk over hoe Yke Prins haar weg probeert te vinden in deze periode van bezuinigingen in de serie Hoe te leven van de kunst? op pagina 33.

Ik benijd de leden van de Raad voor Cultuur niet in hun adviserende taak om te bepalen welke instellingen vanaf 2013 nog in aanmerking komen voor een rijkssubsidie. Deze subsidie vragen de instellingen aan op basis van de Subsidieregeling Culturele Basisinfrastructuur 2013 – 2016. 119 culturele instellingen dienden hiervoor een aanvraag in. Niet al deze instellingen kunnen met het huidige budget subsidie verwachten. Ik vraag me af wat er gebeurt als er toch extra bezuinigingen komen. Halen ze de kaasschaaf over de reeds toegekende bedragen. Of bestaat er een ‘top 100’ en vallen de laagst genoteerden alsnog buiten de boot. 

Naast de Rijkssubsidie kunnen instellingen ook subsidie aanvragen bij het nieuw gevormde Mondriaan Fonds. In vergelijking met de oude Mondriaanstichting is het budget echter stukken kleiner. Het lijkt onvermijdelijk dat er een versobering plaats- vindt en dat instellingen hun deuren gaan sluiten. De instellingen die wel, zij het minder geld krijgen, maken de komende jaren hierdoor noodgedwongen minder voorstellingen cq tentoonstellingen. Inherent hieraan is een afname van bezoekersaantallen en banen in de kunstensector. Kunstenaars krijgen hierdoor minder kansen om hun werk te tonen. Zo zie je dat door de bezuinigingen een negatief sneeuwbaleffect ontstaat, dat er niet rooskleurig uitziet. Culturele ondernemingen en culturele ondernemers zijn er altijd in allerlei variaties geweest en blijven natuurlijk bestaan. De kunstwereld is creatief waardoor je nieuwe initiatieven kunt verwachten, desondanks blijft het diep tragisch dat er veel zal verdwijnen.

In dit nummer, op pagina 18, wordt de tentoonstelling van Han Hoogerbrugge in TENT besproken. Hoogerbrugge is inmiddels een internationaal gevierd en gevestigd kunstenaar. In 1999 werd Hoogerbrugge voor het eerst in Beelden geïnterviewd. Hij stond op dat moment nog aan het begin van zijn carrière. Hij vertelt daarin dat hij in zijn levensonderhoud kon voorzien met behulp van subsidies, niet door te verkopen. Momenteel kan hij goed van zijn werk leven. Dit is een mooi voorbeeld van een kunstenaar die tijd en ondersteuning nodig heeft gehad om iets op te bouwen. 

Kunst is voor mij het interessantste wat er is, naast liefde, gezin, familie, eten, drinken, slapen, en muziek. Kunst is er om zelf te maken, om over te schrijven, over te lezen, en om er naar te kijken (in een galerie, beeldentuin, museum, maar ook in een televisieprogramma).

Andere mensen hebben andere passies. Zo bestaan er sportliefhebbers en sporthaters. Tot voor kort lieten diegenen die niets met kunst op hadden zich niet horen. Indachtig wat de liberale leider Thorbecke eind negentiende eeuw debiteerde: de regering is geen oordelaar over kunst. Momenteel beschouwt een belangrijk deel van de Tweede Kamer het ondersteunen van de kunsten als een linkse hobby.  Zij zou het liefst zien dat alle kunstsubsidies verdwijnen. Gelukkig gooien tegenstanders nog geen ramen van galeries of musea in, maar het dedain tegen kunst is door de politiek helaas wel aangewakkerd. Kan het nog erger, vraag ik mij af. Ik hoop het niet.

Inhoud:

Column: Plagiaat

Astrid Tanis

Toen ik op de kunstacademie studeerde, beschuldigde een medestudent mij van plagiaat. Ik had daartoe geen rede, want ik vond haar werk veel te braaf. Een andere medestudente van mij maakte een eindexamenproject met water tot ze ontdekte dat ze plagiaat aan het plegen was. Jaren daarvoor zag ze een werk van een gerenommeerde kunstenaar dat ze ver in haar onderbewuste had opgeborgen. Ze schrok en gooide het hele project beschaamd in de prullenbak. Plagiaat kan zonder slechte bedoelingen ontstaan, als een onbewust eerbetoon.

De natuurkundige Rupert Sheldrake gelooft dat telepathie ons kan sturen. Als wij iets van kennis of vaardigheden ontwikkelen kan een ander dat zonder het te zien oppakken. Hij onderzocht dit bijvoorbeeld met een moeilijke kruiswoordpuzzel en twee groepen studenten. De eerste groep studenten ploeterde moeizaam en lang op het raadsel. De volgende groep studenten deed het veel sneller, en naarmate meer mensen de kruiswoordpuzzel hadden opgelost, was het voor de nieuwe lichting een ‘makkie’. Een andere wetenswaardigheid die hij noemt is dat bepaalde vogels na de Tweede Wereldoorlog in Engeland zichzelf het kunstje leerden om de aluminium doppen van de melkflessen te lichten en de room eraf te drinken. Binnen korte tijd begonnen vogels dit ineens wereldwijd te doen. Dit kon onmogelijk door afkijken komen, daarvoor waren de afstanden te groot en de tijdspanne te kort. Sheldrake beschrijft meer vergelijkbare wonderbaarlijkheden die zijn theorie ondersteunen. Ik ben vanaf het begin geboeid geweest door zijn werk omdat het kunststromingen verklaart en de zogenaamde tijdsgeest die de filosoof Hegel al noemde.

Enige tijd geleden liep mijn partner mijn werkkamer in. Tijdens zijn bezoek aan de Art Rotterdam bezocht hij ook de nevententoonstelling Paviljoen Rotterdam. Hij vertelde mij dat hij daar werk van een kunstenaar had gezien dat sprekend op zijn oude werk leek. Plagiaat dacht hij als eerste. Telepathie dacht ik met mijn voorliefde voor Sheldrake's theorie. Ik ging op onderzoek uit op Google om mijn gelijk te halen. De geometrische vormen maakte mijn partner veel eerder, maar ander werk ongeveer tegelijkertijd. Helaas is deze kunstenaar ook werkzaam in de stad waar wij wonen, hij kan natuurlijk het werk van mijn partner gezien hebben. Een mij bekende vormgever vindt dat je beter goed kunt stelen, dan slecht zelf verzinnen. Kunstenaars denken daar anders over. Ik geloof in het goede van de mens, dus ik houd het op verdringing, of toch een vorm van resonantie. 

Absolon: de paradox van vrijheid en flexibiliteit

Eleonoor van Beusekom

Hij werd in 1964 in Israel geboren als Meir Eshel en stierf 17 jaar geleden in Parijs. Tijdens een kort leven heeft hij in een periode van hooguit 5 jaar een buitengewoon complex maar samenhangend oeuvre weten neer te zetten. Van neutraal wit geschilderd hout maakte hij ‘wooncellen’ voor zes wereldsteden; Tokio, New York, Tel Aviv, Parijs, Zurich en Frankfurt. Hij gaf ze de naam Cellules. In Rotterdam is een selectie van zijn werk te zien in de vorm van wooncellen, tekeningen, foto’s en video’s. 

Absalon was de rebellerende lievelingszoon van de oudtestamentische Koning David. Meir Eshel kiest deze naam in Parijs waar hij eind jaren tachtig naartoe verhuist. Daar leert hij andere kunstenaars kennen, studeert aan het Institut des Hautes Etudes en Arts Plastiques en begint aan zijn oeuvre waarin zich in korte tijd grote ontwikkelingen voordoen. Hij raakt gefascineerd door ruimten. Zijn fascinatie krijgt uiteindelijk vorm in een fenomeen dat hij naam Cellules meegeeft. Begin jaren negentig verhuist hij naar Boulogne waar hij in een huis van Le Corbusier woont. Vijf jaar na zijn vertrek keert hij terug naar Israel voor zijn tentoonstelling in het Tel Aviv Museum of Art. Absalons plan om in zijn Cellules te gaan wonen, verspreid over verschillende steden, wordt nooit realiteit. Hij overlijdt in 1993 op 28-jarige leeftijd. De tentoonstelling in Boymans werd samengesteld door gastcurator Susanne Pfeffer, KW Instituut for Contemporary Art in Berlijn. Met steun van het Institut Français des Pays-Bas.

Ai Weiwei: stem in de massa 

Carina van der Walt

Museum De Pont in Tilburg viert haar 20-jarige bestaan met een tentoonstelling van de Chinese kunstenaar Ai Weiwei (1957). Weiwei neemt in de internationale kunstwereld maar vooral tussen zijn eigen mensen een bijzondere positie in: een eigenzinnig individu met gemeenschapszin. Weiwei staat daarnaast overtuigend tussen conceptuele en maatschappelijk geëngageerde kunstenaars van vandaag. Wereldwijd krijgt zijn werk respect en bewondering. De tentoonstelling in De Pont vertoont alle belangrijke beeldhouwwerken  en installaties van de afgelopen negen jaar. De videofilmpjes, die in de wolhokken aan de zijkant van de grote zaal worden vertoond, waren ook op het filmfestival van Rotterdam te bezichtigen. Het is echter een installatie als Sunflower Seeds (2010) in de grote zaal waar de kunstliefhebbers op af lijken te komen.       

Wie vooraf de filmpjes over Sunflower Seeds in de Tate Modern in Londen bekijkt, kan teleurgesteld worden. In de Tate konden mensen aanvankelijk op deze zee van pitten staan, lopen, zitten en liggen. Heerlijk! Al snel na de opening bleek echter dat er een giftige stof uit de gebroken porseleinen zaadjes vrijkwam. De vloer in de Tate werd om gezondheidsredenen afgezet, maar je kon er tenminste nog met je handen aankomen. Wie zal niet de aanvechting gevoeld hebben om een paar van de pitjes in zijn zak te steken. Nu worden ze verkocht, per gewicht of bij aantallen. Is dat erg? Verandert dat het kunstwerk? 


Wie ontdekt wat? 
Alexander Calder in Den Haag

Ans van Berkum

Met zijn boek Het Disruptieve Museum heeft Arnaud Odding een discussie aangezwengeld, die niet beperkt blijft tot kringen van museummensen. Ik kwam ermee in aanraking op een receptie waar een conservator van het Bonnefanten Museum mij uitlegde dat in deze visie het museum zichzelf geen absolute autoriteit meer toekent. Het museum is geen ‘meneer’ meer, die één waarheid verkondigt. Het verstoort ingesleten opvattingen, ja het scheurt ze aan stukken en laat alle mogelijke interpretaties naast elkaar toe. Het betrekt het publiek, en geeft iedereen weer recht van spreken. Het disruptieve museum vormt een spiegel van de netwerkmaatschappij die we geworden zijn, waarin iedereen evenwaardig aan het woord is. Het helpt mensen zichzelf uit te drukken en bij te dragen aan het vak, lees je op internet. Charles Esche van het Van Abbe museum is er een warm adept van, net als Stijn Huijts, directeur van het museum in Maastricht, aldus mijn gesprekspartner. Klinkt goed, dacht ik.

Nu ik de expositie De Grote Ontdekking over het werk van Alexander Calder in het Haags Gemeentemuseum heb gezien, vraag ik me af waar directeur Benno Tempel van dit museum zichzelf positioneert tegen de achtergrond van deze discussie. Hij treedt in de tentoonstelling op als directeur, maar stapt ook in de rol van curator. In de catalogus stelt hij dat hij nu eens wat anders wilde maken dan het geijkte retrospectief. Hij koos er voor de fascinatie van Calder en Mondriaan voor elkaarcentraal te stellen.

 
Het parallelle universum van Henk Visch in KAdE  

Antonie den Ridder

Wanneer iemand het verdient een grote solotentoonstelling te krijgen in Nederland, dan is het wel Henk Visch. Hij heeft zich een prominente plaats verworven onder de Nederlandse beeldhouwers en zijn poëtische beeldtaal heeft velen van hen beïnvloed. Ondanks of juist dankzij zijn ongrijpbaarheid. Nog tot 6 mei biedt KAdE onderdak aan een groot aantal sculpturen en tekeningen uit een oeuvre, dat 35 jaar kunstenaarschap omspant.

Soms werkt het in een introductie verhelderend om exact te benoemen, wanneer en op welke wijze je een persoon of diens beelden ontmoet hebt. Aantrekkingskracht of magie voltrekt zich immers in verhevigde vorm bij een eerste ontmoeting. Het prille begin. Het was het jaar 1987 en het betrof een plaatje in een bekend kunsttijdschrift. Een werk zonder titel, een houten beeld van een menselijke gestalte die steunend op een tweetal twijgen zichzelf overeind hield. Het menselijk lichaam als brug, balancerend in de ruimte. In een vervallen fabriek vol geïmproviseerde ateliers behoorden we tot een nieuwe lichting kunstenaars, die zich gretig op de wereld richtten. En het venster op die wereld bestond voor een groot deel uit plaatjes in kunsttijdschriften. We snakten naar een nieuw begin, nadat de conceptuele kunstenaars de kunst voor de zoveelste keer dood verklaard hadden en de geometrisch-abstracte kunstenaars ons dreigden te wurgen met sluitende theorieën. Toen waren daar de Nieuwe Wilden en ook Henk Visch. 

Afscheidswedstrijd in Keulen

Astrid Tanis

Als een internationale voetballer zijn laatste wedstrijd speelt, hoopt iedereen op een prachtige overwinning en een paar mooie acties van de speler in kwestie. Helaas kun je niets voorspellen, omdat je nooit weet hoe de tegenspeler zich manifesteert. Als een fenomenale internationale tentoonstellingsmaker zich terugtrekt uit een museale setting, verwacht je geen tegenspelers maar een spectaculaire tentoonstelling die uren kijkgenot oplevert. Het fenomeen Kasper König (1943) trekt zich terug uit het museum Ludwig in Keulen, dat lijkt ons een reis van drie uur heen en drie uur terug zeker waard.

Kasper König was pas 23 toen hij een grote overzichtstentoonstelling van Claes Oldenburg in het Moderna Museet in Stockholm cureerde. Tijdens zijn studententijd organiseerde hij al tentoonstellingen en schreef hij diverse kunstboeken. In 1985 werd hij professor aan de kunstacademie in Düsseldorf. Zijn discipline betrof de kunst en het publiek. Samen met Klaus Bußmann initieerde König de Skulptur Projekte in Münster, de beeldententoonstellingen die iedere 10 jaar te zien is. Daarnaast organiseerde hij tijdens zijn loopbaan als gastcurator wereldwijd vele spraakmakende tentoonstellingen.

Maja van Hall in Museum Beelden aan Zee

Anne Berk

Maja van Hall behoort tot de spraakmakende vrouwelijke beeldhouwers uit de 20e eeuw, met voorgangers als Van Pallandt, Lotti van der Gaag, Pearl Pearlmutter en Ferdi Tajiri. Met Het Sloofje (1967) en De Filosloof (2003) gaf ze de vrouwenemancipatie een gezicht. Museum Beelden aan Zee zet dit werk in perspectief. 

Het lijnenspel van de blauwe Filosloof komt mooi uit die winterdag. De contouren van mens en machine steken af tegen de witte sneeuw in het atrium van Museum Beelden aan Zee. De handen van De Filosloof lijken vergroeid met de slang, haar lichaam geketend aan de stofzuiger die zij achter zich aan sleept. Haar wereld is beperkt tot de afmeting van het vloerkleed en haar eeuwige strijd tegen het vuil en het verval. Het is een strijd die wij altijd verliezen. Dat is ons lot. Het Sloofje doet me denken aan Sisiphus die steeds opnieuw de steen tegen de berg oprolt. Maar Het Sloofje is een vrouw en dat is het punt.

Herfsttij van het modernisme: interesse alweer voorbij?

Piet Augustijn

Stichting Beeldende Kunst Middelburg presenteerde van 14 januari tot en met 18 maart 2012 de groepstentoonstelling Herfsttij van het modernisme in De Vleeshal en in De Kabinetten van De Vleeshal. De titel is geïnspireerd op Herfsttij der Middeleeuwen, Johan Huizinga’s klassieke boek uit 1919. Een studie over levensvormen, gedachten en kunst aan het eind van de middeleeuwen. In het boek wordt beschreven dat de kunstenaars van die periode zo succesvol en vooruitstrevend waren, juist omdat ze teruggrepen naar het verleden. Dit was voor hen een manier om grip te krijgen op de veranderingen om hen heen.

Interessant is te zien dat kunstenaars door de jaren heen vaak op dezelfde manier met grote veranderingen in de samenleving omgaan, door terug te grijpen naar het verleden. “De groepstentoonstelling geeft een beeld van hoe 15 kunstenaars omgaan met tijden van grote veranderingen, zoals nu het geval is met de economische crisis, zegt het persbericht. “Kunstenaars proberen uit het nu te stappen door bronnen uit het verleden te raadplegen en te gebruiken in hun kunst, waardoor ze ook een brug proberen te slaan naar de toekomst.” Die 15 kunstenaars geven een gevarieerd beeld van het thema, waarbij de link met het verleden niet altijd duidelijk is.

De professionele stress van Han Hoogerbrugge
 

Peke Hofman 

TENT, platform voor hedendaagse kunst in Rotterdam, heeft een grote overzichtstentoonstelling gemaakt van het werk van Han Hoogerbrugge. De expositie die overwegend bestaat uit animatiefilms heeft de prachtige titel La grande fête des voyeurs. Centraal staat zijn ‘alter-ego’, een evenbeeld in de vorm van een stripfiguur; geen stripheld of superman maar een persoon met angsten, irritaties, humor, verveling en agressie. Dus eigenlijk u of ik. Mariëtte Dölle, artistiek leider van TENT, noemde Hoogerbrugge in haar openingswoordje het boegbeeld van de Rotterdamse kunstwereld. Of dat iets zegt over het werk van Han Hoogerbrugge of misschien meer over de Rotterdamse kunstwereld weet ik niet; het is wel genieten van een tekenaar die ‘gewoon is gebleven’. 

Het begon met de punk. Hoogerbrugge speelde in een bandje en maakte collages voor een punkblaadje. Zelf zegt hij daarover: “De gedachte achter punk is dat je zelf iets kunt maken”. En dat verklaart dan weer dat hij al heel vroeg gefascineerd was door het internet als medium, als podium. Zonder veel middelen, volledig autonoom kun je een groot publiek bereiken. Al halverwege de jaren negentig experimenteerde Han Hoogerbrugge op Internet, een virtuele expositieruimte zonder lastige curatoren, kunstcritici of galeriehouders. Deze ‘zelf-made’ gedachte, het autonome en het recalcitrante zit diep geworteld in het werk van Han Hoogerbrugge. De werkwijze die hij kiest sluit naadloos aan bij de uitstraling van zijn werk. Inhoud en vorm komen samen. 

Rotterdam: kunststad nummer één

Etienne Boileau

Begin februari werden tienduizenden bezoekers naar de stad Rotterdam gelokt, aangetrokken door een enorme variëteit aan beurzen, tentoonstellingen en exposities. Al weken tevoren gonsde het in de kunstwereld over de RAW ART FAIR en de RAW EXPO in de Fenixloods op Katendrecht. Maar ook de Re: Rotterdam in een leeg kantoorpand aan De Boompjes bleek tijdens diezelfde kunstvijfdaagse een inspirerende ervaring.

De RAW ART FAIR, opgezet door galeriehouder Bob Smit, was een mega kunstevent waar een breed concept aan ten grondslag lag: er waren live optredens van bands op een groot podium en er was ook een soort loungeruimte ingericht met een megagroot speelkussen en een glijbaan voor de kinderen. Ook kon je aan lange tafels allerlei heerlijks tot je nemen. Er hing een losse aangename sfeer. Eindelijk een beurs waar je weer ‘ns kon ervaren waar kunst om draait: creativiteit en transmissie van energie. Met het kaartje van de RAW kon je ook naar de RAW EXPO op de eerste verdieping. Oud-conservator Piet de Jonge en twee assistenten brachten daar tientallen hoogwaardige sculpturen en (video)installaties bij elkaar met een breed spectrum dat zowel high als low culture besloeg. De RAW EXPO bleek dé verrassing van de omvangrijke kunstvijfdaagse in Rotterdam. Lees meer...

Constructieve Culturele Coöperatie in Strijp

Tine van de Weyer

In hedendaags jargon heten ze cultureel ondernemers: kunstenaars en vormgevers voor wie zelfs in cultuurbarbaristische tijden geen zee te hoog gaat. Jongens van Jan de Witt die met ware stuurmanskunst hun schip met tot de verbeelding sprekende waar op koers weten te houden. In de randstad regeert sinds 1995 Atelier Van Lieshout (AVL) vanuit een loods in de haven en in Brabant blaast vormgever Piet Hein Eek een voormalige keramiekfabriek van Philips nieuw leven in door er een megakunstbedrijf te starten. Ronddwalend in dit pakhuis van cultuurindustrie volgestouwd met vormgevingsproducten van allerlei snit en signatuur, met parafernalia uit diverse landen van de wereld, met antiek en hip design en met een trendy restaurant waarin lange tafels en kekke lampen, past maar een woord: spectaculair!

Eeks fabriek in Strijp in Eindhoven lijkt een ankerpunt in een grote open vlakte waar binnenkort een nieuwbouwwijk omheen zal plooien. Het is alsof het centrale gemeenschapshuis er al staat terwijl het dorp eromheen nog op de tekentafel ligt. De begane grond bestaat uit een enorme hal vol materialen en machines waar vanaf de omringende galerijen vrij uitzicht is op zagende mannen en timmerende vrouwen, sjouwend met planken en balken. U kijkt? Wij maken!

Rabo Kunstzone. Tentoonstellingsruimte aan de straat

Els Vegter

Sinds de zomer van 2011 heeft de Rabobank een eigen tentoonstellingsruimte van 800 m2. De openingstentoonstelling IKJIJWIJ in Kunstzone toont het neusje van de zalm van dertig kunstenaars uit de eigen collectie. Meer dan tienduizend bezoekers kwamen af op het werk van Folkert de Jong, Rineke Dijkstra, Marlene Dumas en andere coryfeeën uit de kunst. ‘Met Kunstzone is een hartenwens in vervulling gegaan’ aldus de afdeling kunstzaken van Rabo-Utrecht.

Vijf jaar geleden zag de afdeling kunstzaken haar kans schoon. De Rabobank kreeg een nieuw kantoor aan de Croeselaan in Utrecht. De benedengevel was een grote glaswand aan de straat. De gemeente had bedongen ‘dat daar wel iets mee moest gebeuren’. De kunstcommissie sprong in het gat. Het was een unieke kans om de collectie die in vijfentwintig jaar door de Rabobank was opgebouwd, te kunnen tonen aan een breed publiek. Verily Klaassen van Kunstzaken: “De collectie is ooit ontstaan als decoratie van de wanden maar in de jaren negentig is de ambitie uitgesproken om de belangrijkste collectie van Nederland te worden. Dat is gelukt. De Rabobank heeft een museale collectie opgebouwd. In Kunstzone kunnen we het publiek hiervan deelgenoot maken en daarmee is een droom in vervulling gegaan. De collectie is ontsloten.” 

Merijn Bolink. Kamerbreed overzicht in bankhal

Geraart Westerink

In de IJsseltoren in Zwolle presenteert Merijn Bolink 25 kunstwerken uit de periode 1992-2012 die een representatieve samenvatting van zijn oeuvre geven. 

Er zijn beelden die meteen op je netvlies branden en daar achterblijven. De Eekhoornladder uit 1995 van Merijn Bolink is daar een voorbeeld van. De houten stellage met opgezette stukjes eekhoornhuid fascineerde en verontrustte, was bovendien zorgvuldig gemaakt en boeiend om te zien. Hetzelfde gold voor de Labrador uit hetzelfde jaar: een opgezette hond met in zijn kielzog zeventien kleinere exemplaren. Sinds die vroege kennismaking bleef ik extra alert als ik iets van de kunstenaar zag of hoorde, zonder altijd in de gelegenheid te zijn er daadwerkelijk deelgenoot van te worden. Het overzicht van twintig jaar werk maakte nieuwsgierig en bood gelegenheid voor een hernieuwde kennismaking en inhaalslag.


Sacha Tanja Penning voor Tony van de Vorst

Jet van der Sluis

Tijdens de Realismebeurs, die half januari werd gehouden in de Passenger Terminal aan het Amsterdamse IJ, kreeg beeldhouwster Tony van de Vorst de Sacha Tanja Penning uitgereikt voor haar totale oeuvre. De vakjury roemde in haar rapport niet alleen de ‘obsessieve ambachtelijkheid’ van de winnares, maar prees haar ook om de meditatieve uitstraling van haar beelden en om het soms provocerende karakter ervan. Het is de eerste keer in de geschiedenis van deze prijs dat de penning binnen het domein van de beeldhouwkunst wordt toegekend.

De penning is genoemd naar Sacha Tanja (1942-2004) die als hoofdconservator van de ING Collectie enorm veel gedaan heeft voor de promotie van de hedendaagse figuratieve kunst in Nederland. Zij stond aan de basis van deze omvangrijke verzameling van actuele, realistische kunst. Van de talrijke aankopen die zij destijds voor de ING mocht doen, ging een belangrijke stimulans uit, zowel op het gebied van de productie als van de waardering voor deze specifieke tak van de hedendaagse kunst.

Nathaniel Mellors – The Nest

Sya van 't Vlie

Hij is de winnaar van de Cobra Kunstprijs Amstelveen en volgens Kunstbeeld de beste kunstenaar van 2011: Nathaniel Mellors. Onderdeel van de kunstprijs is een tentoonstelling in het Cobra Museum, inclusief een bijbehorende publicatie. The Nest is een totaalinstallatie met sculpturen, fotogrammen en films. Maar The Nest is vooral een (nadere) kennismaking met het prettig gestoorde gezin Maddox-Wilson uit Mellors’ soap Ourhouse. 

Nathaniel Mellors (1974, Doncaster, Engeland) woont en werkt in Amsterdam. Sinds 2009/10 werkt hij aan Ourhouse, een soap over de familie Maddox-Wilson, bestaand uit vader Charles/Daddy die een toneelscript schrijft, zoon Truson, die vogels observeert en fotografeert, en zoon Faxon die zich bezighoudt met experimentele jazz, minnares Annalise/Babydoll die beeldhouwer is, en tuinman Roberto/Bobby.Inmiddels bestaat de filmserie uit vier episodes die de kijker een blik gunnen op de verwarrende relaties en wonderbaarlijke wederwaardigheden van het gezin. De absurditeit viert hoogtij en is vooral te danken aan de bizarre verhaallijnen.

Het moment tussen vormwording en vormverlies. 
Ouborg Prijs 2011 voor André Kruysen

Etienne Boileau

Afgelopen najaar is door de Gemeente Den Haag aan beeldhouwer André Kruysen de Ouborg Prijs toegekend vanwege zijn bijzondere manier van werken en de daarmee gepaard gaande constante, hoge kwaliteit. Bij die prijs hoort ook een tentoonstelling in het Gemeentemuseum Den Haag. Daarvoor bouwde Kruysen in een speciale zaal van het museum een overweldigende installatie die een nieuwe route voor het daglicht creëerde: een eigenschap die meer van de sculpturen van Kruysen hebben. 

In zijn ontwerpen gaat het Kruysen vooral om het herscheppen van de fysieke ervaring in de aanwezige ruimte. Hij test die op zijn merites door er letterlijk in rond te lopen en in te bewegen. Zo tast hij voor elk ontwerp de grenzen van de ruimte af en onderzoekt hij de architecturale mogelijkheden, die hij vervolgens met liefde overschrijdt. Voor de tentoonstelling in het Gemeentemuseum nam Kruysen het middelste van de drie ramen in de Projectenzaal als uitgangspunt. Daaromheen bouwde hij met gebruikmaking van houtskeletbouw en geometrisch gevormde gipsplaten een wigvormige architecturale sculptuur waarin hij speelt met ruimte, licht en materiaal. In de vloeiende, architecturale vorm die uiteindelijk om het raam ontstond, wordt het daglicht opgevangen en naar boven gestuwd om uiteindelijk een blauwachtig schijnsel af te geven.

Beelden in Langbroek

Eleonoor van Beusekom

In Langbroek, provincie Utrecht, opende in 1991 Galerie Laimböck. Eigenaren Catherine Laimböck-Vermeulen en Willem Lenssinck zagen in een voormalige dorpsschool tegenover de kerk, veel potentieel voor met name ruimtelijke kunst. Zij wisten deze locatie om te toveren tot een professionele kunstplek, verbouwd volgens hun idealen. Eenmaal binnen is het duidelijk dat er met toewijding aan esthetische voorwaarden is gewerkt om het getoonde werk van Willem Lenssinck en dat van bevriende vakgenoten optimaal tot zijn recht te laten komen.

De expositieplek bestaat uit een toonzaal en een beeldentuin. Achter in de tuin bevindt zich bovendien een atelier waar technische apparatuur is opgesteld om de bronzen van Willem Lenssinck te kunnen voorbereiden en afwerken. In de galerieruimte werd, op een sous-pente, tevens een zogenaamd ‘schoon’ atelier gerealiseerd voor modelleerwerkzaamheden en het ontwerpen op tekening.

Frank Meisler

Judith van Beukering

Bijna driekwart eeuw na de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog blijven schrijvers en kunstenaars hiervoor aandacht vragen. Om niet te vergeten; en dat is maar goed ook. Onlangs verscheen er een boek van Guus Luijters, In Memoriam. Luijters achterhaalde veel gegevens van de uit Nederland gedeporteerde en vermoorde Joodse, Roma en Sinti kinderen en gaf hiermee hun naam en soms ook hun gezicht terug. Dit artikel gaat niet over deze kinderen en hun onfortuinlijk lot, maar over Joodse kinderen die ook wreed van hun ouders werden gescheiden maar de oorlog wél overleefden. Voor hen werd in november 2011 in Hoek van Holland een monument opgericht. Een bijzonder verhaal dat weer een onbekend facet van de oorlog belicht: reddingsoperatie Kindertransport. 

Als je de oversteek naar Engeland gaat maken, tref je nadat je je een weg hebt gebaand door het uitgestrekte kassenlandschap van Hoek van Holland, aan de Koningin Emmaboulevard een bronzen beeldengroep aan. Een groep kinderen staat op een verhoging uit te kijken op zee. Het zijn duidelijk kinderen uit een andere tijd. Ze dragen geen Uggs of Vans aan hun voeten, maar hoge veterschoenen. Ze hebben geen Adidas sporttassen bij zich, maar grote koffers. Een jongetje zit afgewend van de groep met zijn gezicht in zijn hand te peinzen; vermoedelijk denkt hij aan wie hij heeft achtergelaten. Lees meer...

Zijlmans en Jongenelis:  Het  elimineren - of juist creëren - van mogelijkheden   

Beatrijs Schweitzer

Het fotowerk voor de nieuwbouw van Combiwerk in Delft heeft een monumentaal formaat, maar zuigt je naar zich toe om de details te bekijken. Een paar honderd mensen zijn gezamenlijk druk doende een gigantische vorm in de lucht te takelen. Dit opheffen van de zwaartekracht lijkt ook op te gaan voor het werk van de kunstenaars, Sylvie Zijlmans en Hewald Jongenelis zelf. Begin februari opende in het Stedelijk Museum in Schiedam een tentoonstelling van hun werk.

Er moet, afgezien van het formaat, wel iets bijzonders met die zilverkleurige amorfe klont aan de hand zijn, want anders zouden al die mensen, opgesteld aan weerszijden van een immense maar onwaarschijnlijk fragiele installatie van bamboestokken, zich er niet zo voor inspannen hem hoog te houden. De witte ondergrond gaat geleidelijk over in een oer-Hollandse wolkenlucht doorkliefd door vele touwen, het lichtglanzende mysterie in het midden. Alsof het volkomen vanzelfsprekend is staan de mensen in rijen boven elkaar opgesteld op immense vellen papier. Zwevend in de lucht. Het geheel doet, mede door de compositie, enigszins denken aan prenten van middeleeuwse kathedraalbouw; samen voor het hogere doel. Lees meer...

Coen Vernooij. 
Kunst als parallelle wereld van ervaringen

Judith van Beukering 

Voor de kunstwerken van Coen Vernooij moet de kijker de tijd nemen. Anders wordt deze geheid op het verkeerde been gezet. Diens ijle constructies van metaaldraad lijken namelijk eenvoudig, maar zijn dat allerminst. Er wringt van alles en er is veel onvoltooid gelaten. De mate van abstractie suggereert dat de beelden zijn voortgekomen uit de geest en handen van een constructivist. Ook dat blijkt niet te kloppen. Wat kunnen we eigenlijk (wel) zeggen over de kunstenaar Coen Vernooij?

Coen Vernooij maakt wandsculpturen en staande sculpturen; open constructies gemaakt van dunne metalen staven. De wandsculpturen zijn bewerkt met ijzerglimmerverf, de staande sculpturen zijn wit gepoedercoat. Het werken in kleur heeft hij al lang geleden achter zich gelaten. Kleur vindt Vernooij van een andere, schilderkunstige orde. Collega-kunstenaars die een sculptuur bijvoorbeeld een primaire kleur meegeven, begrijpt hij niet. Hoe kun je nu voor één kleur kiezen en wat zou dit dan betekenen? 

Hoe te leven van de kunst? Yke Prins: creëer je eigen fanclub, zoek je eigen sponsors in de vorm van micromecenaat
 

Anne Berk

Beeldhouwster Yke Prins is actief in het Haagse kunstleven. Ze heeft een atelier in Park Clingendael en verzorgt museumlessen voor Museum Beelden aan Zee en het Haags Gemeentemuseum. In 2007 werd ze de bevlogen voorzitter van kunstenaarsvereniging Pulchri. Na drie jaar legde ze deze vrijwillige functie neer om haar eigen werk beter te kunnen ontwikkelen en financieren door ‘micromecenaat’. Op 18 februari opende ze haar eigen Galerie Yke Prins Beelden, waar mecenassen konden intekenen voor een jaarlijkse bijdrage van 200 euro. Het door de Haagse kunstenaar Niels Jansen ontwikkelde micromecenaat is een win-win situatie. De mecenas wordt betrokken bij het creatieve proces en de kunstenaar kan investeren in zijn werk. ‘Dat maakt het mogelijk een beeld in brons te laten gieten.’

Bij de presentatie van haar krachtige, aardse beelden in haar nieuwe galerie vertelt Yke Prins de potentiële mecenassen uit haar netwerk over haar werk: “Ik vertaal mijn ervaringen in een tastbaar object, een lichaam buiten mijn lichaam. Mijn handen hebben hun eigen leven. De binnenwereld kan zich ontladen in een opeenvolging van handelingen met het materiaal. Het is een gestolde, gehakte en gevoelde biografie, die zich buiten mijzelf plaatst en vragen stelt. Ik kijk ernaar en probeer na te voelen wat ik gemaakt heb.” 

Verzamelaars aan het woord: 
Marinus Oostenbrink en Lous Vinken

Etienne Boileau

Op zijn veertiende redde Marinus Oostenbrink enkele tekeningen uit de erfenis van zijn grootvader. Een belangrijke daad op jeugdige leeftijd, waaruit later een omvangrijke verzameling ontstond. Zijn huidige partner Lous Vinken deelt zijn verzamelwoede. Een gesprek met een eigenzinnig paar over hun gevarieerde kunstcollectie. De eigen beleving staat daarin centraal.

Het appartement op de bovenste verdieping van een onder architectuur gebouwd complex in Amsterdam, biedt zicht op de IJhaven. Oostenbrink is architect en stedenbouwkundige, en was in die hoedanigheid onder meer betrokken bij de ontwikkeling van het hoofdstedelijke Java-eiland. Lous is projectmanager stedelijke ontwikkelingen en houdt zich bezig met jongeren- en studentenhuisvesting in Amsterdam.

Oostenbrink: “Wij noemen onszelf intuïtieve verzamelaars. Kunst op zichzelf is interessant, maar een accumulatie van kunstwerken in je huis heeft toch nog een soort meerwaarde. In onze collectie hebben we vooral tweedimensionaal werk zoals tekeningen, schilderijen en grafiek. Daarnaast hebben we behoorlijk wat 3D objecten aan de wand hangen en  verspreid in de verschillende ruimtes staan. Ook zitten er diverse kleinere beelden in onze collectie. Zo zie je daar in de vensterbank onder het raam allerlei objecten staan: bijna allemaal gevonden voorwerpen, behalve het beeldje van een menselijke figuur met twee conische vormen als oren die je ook kunt zien als zaadknoppen. Het is een sculptuur van de Belgische kunstenaar Johan Tahon. Wat wij aan beelden verzamelen is vaak afgeleid van grotere monumentale sculpturen. Dat geldt ook voor dat beeld daar van cortenstaal, gemaakt door Pieter Obels. Hij heeft zich hiervoor laten inspireren door een scheepsschroef of spiraalvorm. Obels is de laatste jaren steeds groter werk gaan maken dat inmiddels ook een relatie met architectuur heeft; voor mij als architect natuurlijk heel interessant.”

Wilt u de artikelen helemaal lezen, neem dan een abonnement, of vraag een los nummer aan via info@spabonneeservice.nl 


Comments