Beelden 1#2015

Beeldenmagazine 1#2015, jaargang 18, nr. 69

Redactioneel

Naast de vaste rubrieken en een groot aantal beschrijvingen van nog te bezoeken tentoonstellingen, zoals De Zee in Mu.Zee in Oostende en In Search of Meaning in De Fundatie in Zwolle treft u in dit nummer twee nieuwe rubrieken aan: ‘Voorbij’ en ‘Het atelier’. Beelden wil graag zo actueel mogelijk zijn, maar door onze verschijningsvorm van één keer per kwartaal, vallen er daardoor wel eens interessante tentoonstellingen tussen wal en schip. In ‘Voorbij’ treft u een aantal korte beschrijvingen van tentoonstellingen aan die al afgelopen zijn als dit blad uitkomt.

In ‘Het atelier’ wordt er een beeldend kunstenaar en zijn werkruimte beschreven. De ene kunstenaar werkt in een schuurtje in de tuin, een ander op zolder, of in een lokaal in een schoolgebouw en weer een ander heeft een loods met assistenten. De komende nummers krijgt u een kijkje in de keuken van de kunstenaar. Lees meer…

Kunst in de provincie: Gelderland

Gelderland is een grote, langgerekte provincie. Vanuit de westpunt reikend naar de Randstad, maar vanuit het oosten gericht op Duitsland. Mede door grootte en ligging is het aanbod van beeldende kunst rijk en divers. Volledigheid kan in het kader van dit artikel niet nagestreefd worden. Overbekende kunstinstituten zullen we op deze imaginaire rondreis door de provincie met een beknopte verwijzing af moeten doen. De reis voert ons naar iets minder bekende plaatsen, waar de beeldende kunst nieuwe wegen bewandelt om zich te verankeren in de samenleving.

Een bezoek aan het Kröller-Müller Museum blijft natuurlijk een absolute ‘must’ voor degene, die beeldhouwkunst een warm hart toedraagt. Een wandeling door de 25 hectare grote beeldentuin voelt aan als een tijdreis door de beeldhouwkunst. Een reis, die je op een zonnige dag zelden alleen aflegt, maar altijd te midden van internationale gezelschappen en familiegroepen, die een gezellig uitje combineren met cultuurbeleving. Het museum heeft een formule gevonden, waarmee grote bezoekersaantallen worden gehaald zonder dat ze zich in een oubollig imago heeft laten verstrikken. Museum Arnhem gaat flink aan de weg timmeren met uitbreidingen van tentoonstellingslocaties en opvallende tijdelijke tentoonstellingen. Met een scherp oog voor de actuele trends presenteert het museum de tentoonstelling Beauty of the Beast, waarin sieraden en taxidermie vermengd worden. Ook kunnen we uitkijken naar de tentoonstelling Tordoir verkent Tiepolo in Museum Het Valkhof te Nijmegen. De bijzondere Pop Art-collectie in het museum vormt een vaste attractie voor de bezoeker. Dan is er nog het CODA Museum in Apeldoorn, waar in het loop van het komende jaar de Keramiek Triënnale en CODA Paper Art plaats zullen vinden.

Cross-overs in de kunst: Léon van Opstal

Wanneer een totaal ander beroep wordt ingeruild voor het kunstenaarschap is sprake van een wel heel bijzondere cross-over. Want juist dan dienen zich mogelijkheden aan om in een eerder vak ontwikkelde vaardigheden te integreren in het kunstenaarschap. Een mooi voorbeeld daarvan is Léon van Opstal. Na een opleiding onderhoudstechniek voor vliegtuigen werkte hij een paar jaar als monteur en technicus. Om meerdere redenen gooide hij het roer om en meldde zich aan bij de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten. Daar kon Van Opstal eindelijk zijn creativiteit kwijt. Langzaamaan ontwikkelde hij een eigen beeldtaal, die hem nu in staat stelt dode bijen, hommels en vlinders met ambachtelijke precisie om te bouwen tot fabelachtige kinetische objecten.

De Volkskrant Beeldende Kunst Prijs 2015

Het Stedelijk Museum Schiedam presenteert de Volkskrant Beeldende Kunstprijs. Voor de negende editie van deze prijs kozen specialisten uit de kunstwereld vijf getalenteerde kunstenaars ( of duo’s)  tot 35 jaar en werkzaam in Nederland, Sander Breure & Witte van Hulzen, Dina Danish, Bram de Jonghe, Koen Taselaar en Levi van Veluw staan in de startblokken.

Bij binnenkomst in de eerste zaal komt de kijker direct in een flow. Bij Koen Taselaar stroomt het beeld. In een onophoudelijk en steeds ander ritme worden tekens en woorden over en door elkaar geplaatst. Taal wordt teken en woorden worden beelden. Het is een duizelingwekkende hoeveelheid patronen die van het papier afkolken. Centraal in de zaal staat een streng en monumentaal beeld uit talige letters. Sober, ingetogen en in een heldere structuur, scherp gemodelleerd, zuiver en strak uitgevoerd. Het zijn letters maar de taal is onleesbaar. Dat geeft niets. De taal is in de beelden van Taselaar universeel. Het maakt niet uit wat er staat, het gaat om het ritme van de taal, de betekenis is secundair en de kunstenaar maakt er graag grappen mee. Zoals in No Where/Now Here een tekst die in junglepatroon over het papier woekert. Koen Taselaar neemt de kijker mee op ontdekkingstocht. Wat staat hier, wat schuilt er achter? Om – klein geluk van de ontdekking – in het doorgronden van het raadsel een glimlach te kunnen produceren.

In Search of Meaning

In Search of Meaning – Mensbeelden in globaal perspectief. De titel van de tentoonstelling in Zwolle en het bijbehorende boek getuigen van een pittige ambitie. Curator en auteur Anne Berk zag het als een soort ‘roeping’ en heeft zich dan ook meer dan tien jaar intensief met het onderwerp van de mensfiguur in de hedendaagse beeldhouwkunst beziggehouden.

De opening vindt plaats enkele dagen nadat tekenaar Luz de wereld liet weten hoe zwaar, meteen na de vreselijke aanslag op het satirische weekblad Charlie Hebdo, de verantwoordelijkheid voor de cover op hem drukte. Ik kon niet vermijden daar aan te denken toen ik het filmpje The Problem van Jan Fabre zag dat de tentoonstelling In Search of Meanning in de Fundatie introduceerde. We zien Fabre met twee filosofen in gesprek over ‘de zin van het leven’ terwijl ze, - net als Fabre’s kevers - grote ‘mestballen’, als ‘product van de geest’ voortrollen door een weiland. Filosofen en kunstenaars moeten volgens hen het leven betekenis geven, maar kan de kunst deze last wel dragen? En is er wel betekenis? “Ik ben gedoemd tot een ziener die niet kan zien”, zegt Fabre, daarmee de vinger treffend op een gevoelige plek leggend.

Koen Vanmechelen

De Belgische conceptuele kunstenaar Koen Vanmechelen bouwde internationaal een fikse reputatie op met het Cosmopolitan Chicken Project, waarin hij kippenrassen van over de hele wereld kruist tot een kosmopolitische kip. Momenteel is hij toe aan de achttiende generatie. De kip leeft langer dan zijn ‘gewone’ soortgenoten en beschikt over een beter immuunsysteem en hogere vruchtbaarheidsgraad. De multiculturele samenleving kan het best goed doen, bewijst Vanmechelen. Museum Domein in Sittard stelt met de presentatie This Is Not A Chicken een verrassende wending in het werk van de kunstenaar te laten zien. Met dat verrassende valt het gelukkig wel mee, Vanmechelen blijft de wetenschap vanuit de kunst bevragen, de lijn blijft. En zo hoort dat in een belangrijk oeuvre.

Ahmet Öğüt, Vooruit!

Het Van Abbemuseum in Eindhoven durfde het aan, een riskante onderneming. Voor het eerst een grote overzichtstentoonstelling van de uit Turkije afkomstige Koerdische kunstenaar Ahmet Öğüt. Deze kunstenaar, die zijn kunstprojecten meestal uitvoert op straat en op festivals, concertzalen en (kunst)manifestaties presenteert nu zijn werk in een officieel museum: de statige oudbouw van het Van Abbemuseum. Bij het grote publiek is hij nog niet zo bekend. Fervente kunstliefhebbers zijn hem ongetwijfeld wel eens tegengekomen, tijdens de Biënnales van Venetië of Istanbul bijvoorbeeld, of dichter bij huis in Gent, waar hij in 2012 door het S.M.A.K. was uitgenodigd voor de manifestatie TRACK. Hoewel, het is goed mogelijk dat de bezoeker dit laatste kunstwerk gemist heeft. De gigantische heliumballon, een grote rots met daarop het gebouw van de socialistische coöperatie Vooruit, is meerdere malen gesaboteerd. Er is zelfs op geschoten. Dit typeert het werk van Öğüt: het daagt uit, stelt kritische vragen, is vaak politiek beladen en dus niet onomstreden.

Joseph Mendes da Costa en Joost van den Toorn

In zijn tijd was Joseph Mendes da Costa een vernieuwend en alom gevierd beeldhouwer. Na W.O. II is hij in vergetelheid geraakt. De laatste keer dat aan zijn oeuvre aandacht is besteed is alweer bijna veertig jaar geleden. In 1976 wijdde het Joods Historisch Museum een tentoonstelling aan deze beeldhouwer van Portugees-Joodse afkomst. Terecht dat het Museum Beelden aan Zee Mendes in de schijnwerpers zet door een fraai overzicht van zijn werk te laten zien. Toch ontbreekt er wat aan: zijn levensgrote beelden en bouwbeeldhouwkunst. Mede daardoor strijkt de hedendaagse beeldhouwer Joost van den Toorn die een nevenexpositie heeft in dezelfde ruimte als waar Mendes’ werk wordt getoond, de publiekswaardering op, denk ik.

Nicolas Dings

In het Stedelijk Museum in Kampen gebeuren sinds de aanstelling van directeur Stan Petrusa opmerkelijke dingen. Naast de fraai vorm gegeven stadsgeschiedenis, die prachtig tot zijn recht komt in het oude raadhuis, zijn er jaarlijks wisseltentoonstellingen te zien van actuele Nederlandse kunstenaars die min of meer figuratief werken. De beeldhouwkunst wordt daarbij niet vergeten: in de afgelopen jaren exposeerden onder anderen Emile van der Kruk, Sylvia Evers en Tom Claassen in deze charmante Hanzestad. Nu is het de beurt aan Nicolas Dings wiens recente werk een actuele lading blijkt te hebben.

Woody van Amen en Hidde van Schie

De veroordeling tot de elektrische stoel van een onschuldige Afro-Amerikaanse minderjarige jongen hield begin jaren zestig de hele westerse wereld bezig. Woody van Amen, net terug van een tweejaarlijks verblijf in New York, reageerde met het beeld Electrische stoel op dit onrecht. In New York had hij de nieuwe ontwikkelingen in de Amerikaanse kunst gezien en geïnspireerd door de Pop art nam hij elementen (alledaagse en triviale zaken) van die stroming op in zijn werk. Electrische stoel is daarvan een eerste voorbeeld: een grote stoel met bewegende delen en geluid, gebouwd met gevonden materialen als hout, ijzer en gaas en versierd met stopcontacten, rode plastic bloemen, elektriciteitsdraden, meters en andere details en geheel zilverkleurig geschilderd. De stoel is zowel absurd en macaber als humoristisch en vrolijk. Zowel een commentaar op de Amerikaanse maatschappij waar de doodstraf nog regelmatig werd voltrokken als een reactie op de kunststroming die op dat moment in Amerika de kunst beheerste.

De Zee – Salut d’honneur Jan Hoet

Zoals de kop aangeeft is De Zee niet alleen een ode aan de zee maar ook een hommage aan Jan Hoet. De gemeente Oostende had hem gevraagd deze tentoonstelling te maken. Hij heeft de grote lijnen uitgezet, de geselecteerde kunstenaars hebben allen al vroeger met hem gewerkt. Helaas heeft zijn dood in februari 2014 verhinderd dat hij het resultaat heeft mogen aanschouwen.

Vanaf het begin werkte Jan Hoet samen met co-curator Philip van den Bossche, directeur van Mu.ZEE, en assistent-curatoren Melanie Deboutte en Mieke Mels. Later kwam Hans Martens, de vroegere rechterhand van Hoet, het team versterken. Na Hoets dood hebben deze vier, met Hoets toestemming, de tentoonstelling gerealiseerd. Wat was de opzet van Hoet, welke lijnen heeft hij uitgezet, en hoe laten de kunstenaars hem hier en daar opduiken?

Tino Sehgal in het Stedelijk

Tino Sehgal is begonnen aan een grote overzichtstentoonstelling in het Stedelijk Museum Amsterdam. Dat wordt een compilatie van bestaande stukken, uitgevoerd door geselecteerde performers. De presentatie als geheel gaat een jaar duren. Tot en met juni dit jaar komt er maandelijks een werk bij. Daarna neemt de dichtheid weer af. Het zijn stukken met titels, maar meestal tref je die niet aan in de zaal waar het gebeuren zich afspeelt. Sehgal schuwt het geschreven woord en wil dat zijn publiek zich op de ervaring concentreert.

Performance is een van de meest intense kunstvormen die ik ken. Nergens anders hebben kunst en publiek zo’n noodzakelijke relatie. Meestal is de kunstenaar zelf de performer en kan deze gebruikmaken van zijn of haar kunstenaarsstatus. In de ogen kijken van Marina Abramovic blijft bijvoorbeeld iets buiten gewoons. Joseph Beuys met een konijn in zijn armen zien zitten, James Lee Byars in een gouden pak door het Van Abbe zien dwalen. Al die kunstenaars die hun eigen lichaam als medium gebruiken om de afstand tussen kunst en publiek te slechten; het werkt, omdat het kunstenaarsaura iets doet zinderen bij de kijkers. Ze worden deel van een uniek moment. De ervaring tilt je op naar iets onbeschrijfelijks. Je voelt een wonderlijke, woordeloze essentie.

Bill Viola

In de Nieuwe Kerk gaat het publiek op pelgrimage naar Bill Viola’s meesterwerk. Rondom het koor lopend bereikt de kijker de verduisterde ruimte waar de videoprojecties Fire Woman en Tristan’s Ascension worden getoond. Na afloop verlaat hij de ruimte via het koor. Zo wordt dit meesterwerk over liefde en dood ingebed in de kerk en krijgt de kijker passende ruimte voor voorbereiding en reflectie.

Bill Viola is de vierde kunstenaar van wie de Nieuwe Kerk in Amsterdam een ‘Meesterwerk’ presenteert. De Heilige Familie van Rembrandt, Andy Warhols Last Supper en In Memory of George Dyer van Francis Bacon waren de voorgangers van Viola’s Fire Woman en Tristan’s Ascension. Beide videoprojecties duren iets meer dan tien minuten en zijn ‘uittreksels’ uit het grote videowerk dat Viola maakte voor Richard Wagners opera Tristan und Isolde uitgevoerd door dirigent Esa-Pekka Salonen en regisseur Peter Sellars.

Drie Dordtse kunstenaars

Pictura Dordrecht is een actieve kunstvereniging die ook een pand beheert aan de Voorstraat waar regelmatig tentoonstellingen te zien zijn. Drie beeldhouwers zijn momenteel te gast in de hoge zalen. Ik loop door de zalen en besef dat het jammer is dat er niet meer ruimte beschikbaar is. Liever had ik drie afzonderlijke tentoonstellingen gezien. Nu staan de kunstenaars door elkaar heen. Kwaliteit zie ik zeker, maar ik mis de onderlinge verbanden die werken vaak doen groeien.

Ik zie afzonderlijk mooie beelden maar bij elkaar is het een allegaartje. Een allegaartje met kwaliteit is uitdagend voor jonge kunstenaars omdat het potentiele beloftes laat zien. Jan Timmer, Roel Teeuwen en Gerard Lentink zijn kunstenaars die de artistieke belofte die ze ooit waren al ruimschoots hebben waar gemaakt. Dat betekent dat ze een stevig oeuvre hebben. Ik hou van oeuvres, ze leggen de ontwikkeling van de kunstenaars bloot. Er ontstaat dan een beeldend verhaal waarin de kunstenaar achter het werk voelbaar wordt. 

ZERO in het KWADRAAT

Het TextielMuseum in Tilburg sluit met ZERO in het KWADRAAT aan bij andere grote tentoonstellingen. Onlangs liep ZERO: Countdown to tomorrow, 1950s – 60s in het Guggenheim, New York af. Op dit moment loopt in Martin-Gropius-Bau in Berlijn de tentoonstelling ZERO – the international art movement of the 1950s and 1960s. Op de rol bij het Stedelijk in Amsterdam staat ZERO: let us explore the stars. Het Textielmuseum is in 1958 opgericht. Men begon met het verzamelen van kleden, gedenkdoeken, weefsels en werktuigen en machines uit de Brabantse wollenstoffen- en linnennijverheid. Vanaf de jaren tachtig verzamelt het museum specifiek textielkunst. Deze kunstwerken verbreden de grenzen van de ZERO-beweging zonder te vergezocht te zijn. Negen textielkunstenaars staan nu in relatie tot Henk Peeters en Jan Schoonhoven opgesteld. Peeters en Schoonhoven waren leden van de Nederlandse Nul-groep (1960 – 65) en onderdeel van ZERO. Ze vormen de twee kwadranten van ZERO in het KWADRAAT. Ik volg de kwadratische lijn.

We Felt Like Crossing Borders

Geur en geluid overheersen bij binnenkomst in Museum de Kantfabriek in Horst. Dat is even wennen in een museum, waar in de regel beeld de toon zet. Textielnijverheid vormde ooit de economische basis voor het noorden van Limburg. Minder dan tien jaar geleden waren ze nog dagelijks in werking, deze kantklosmachines die hier ratelen en dreunen. Ze doordrenken de oorspronkelijke monumentale fabriek met de geur van smeerolie, en vormen het decor voor de tentoonstelling We Felt Like Crossing Borders, een internationale reizende presentatie van kunstenaars die werken met vilt.

Het atelier: Eugène Terwindt

De kunstenaar in het atelier vormt van oudsher een tot de verbeelding sprekend thema. Het ligt in de aard van het kunstwerk besloten de nieuwsgierigheid van de kijker te prikkelen. Eenmaal geprikkeld laat de drang om begrip te verwerven zich echter nauwelijks begrenzen. Zo verplaatst het focuspunt van de aandacht zich van het kunstwerk naar de maker ervan. En daar het tamelijk moeilijk is de ander rechtstreeks in het hoofd te kijken, richt de aandacht zich vervolgens op het atelier. Via deze omtrekkende beweging, die een kijkje in de keuken van de kunst heet te geven, proberen we dieper door te dringen in de betekenissen van het kunstwerk. Maar hoe verhoudt de kunstenaar zichzelf tot zijn werkomgeving? In deze eerste aflevering betreden we het atelier van

Eugène Terwindt, een introductie: In oorlogstijd kijken twee kinderen vanuit het kelderraam naar de nachtelijke hemel. Ze zijn getuige van de jacht van het Duitse afweergeschut op overvliegende Lancasters. Een visueel spektakel met zoekende lichtbundels en de vlucht van witte stipjes in een strijd om leven en dood. Een bijna hallucinerend beeld, dat de pure lust tot kijken in beiden doet ontwaken. Robert wordt later schilder en Eugène, die van kijken zijn beroep wilde maken, wordt beeldend specialist.

Kunst in de openbare ruimte

Jeroen Doorenweerd

Op 18 juni 2014 werd in Enschede het kunstwerk Vortex van Jeroen Doorenweerd in gebruik genomen. Het is een opvallend onderdeel van het nieuwe Willem Wilminkplein van gemeentelijk ontwerper Hans Schröder.

Als je in Enschede het markante betonnen wederopbouwstation van ingenieur H.G.J. Schelling verlaat, word je direct geconfronteerd met het grote, kale en nogal troosteloze Stationsplein. Het mag wat unheimisch aandoen, de vorm en opzet dirigeren je wel direct naar het centrum. Aan de overkant van het plein lonkt grootschalige bebouwing, waaronder het nieuwe City Hotel. Dichterbij gekomen ontvouwt zich, na het maken van een bocht naar rechts, het Willem Wilminkplein. Het blijkt een functionele schakel te vormen tussen de rechthoekige steenvlakte van het Stationsplein en de dicht bebouwde concentrische binnenstad van Enschede, met de fraaie middeleeuwse kerk als middelpunt. Het verbindt als zodanig twee stedenbouwkundige uitersten op doeltreffende wijze. Lees meer...

Titia Ex

Op naar Emmen, niet voor de dierentuin, maar de aanleiding is de Hondsrugtunnel. Emmen ligt op de Hondsrug, een langgerekte zandrug in Drenthe en Groningen. 5500 jaar geleden was dit gebied het centrum van de Trechterbekercultuur, met de eerste landbouwers die verbleven op een vaste plek. Voor hun begrafenisriten bouwden ze steenkamers, bestaande uit staande draagstenen met platte dekstenen; een soort van tunnelbouw. Bouwmateriaal voor deze dolmens waren de rotsblokken meegenomen door gletsjers in de ijstijd. In Drenthe zijn nog restanten van 53 prehistorische hunebedden te vinden.

Dolmen Light is gebaseerd op dit ‘Goud van Drenthe' een verwijzing naar hoe belangrijk deze hunebedden nog steeds zijn; een perfecte aanleiding voor Ex’ ontwerp. Boven de Hondsrugtunnel krijgt het Centrumplein vorm tot een levendige stedelijke plein dat het nieuwe dierenpark en het theater verbindt met de rest van het centrum van Emmen.

Wilt u de artikelen helemaal lezen, neem dan een abonnement, of koop een los nummer via info@spabonneeservice.nl  

 

 

 

 

 

 

Comments