Beelden 1#2018

Beeldenmagazine 1#2018, jaargang 21, nr. 81

Redactioneel

Dit jaar bestaat de Nederlandse Kring van Beeldhouwers 100 jaar. Wij feliciteren de NKvB met dit jubileum. In het volgende nummer van Beelden leest u een recensie van de jubileumtentoonstelling Beeldreflecties. De Nederlandse Kring van Beeldhouwers 100 jaar later in Pulchri, Den Haag. In dit nummer vindt u een folder over de totstandkoming van deze tentoonstelling. Gastcurator Jeroen Damen selecteerde uit de afgelopen 100 jaar beeldhouwgeschiedenis zeven beelden die het predicaat ‘signaalbeeld’ kregen, omdat ze een belangrijke verandering in de beeldhouwkunst zichtbaar maakten. 100 leden van de Nederlandse Kring van Beeldhouwers hebben zich hierdoor voor de tentoonstelling laten inspireren voor een nieuw werk.

Ik weet niet hoe u er over denkt, maar ik hou er van om recensies van boeken, films, muziek en tentoonstellingen in de krant of een tijdschrift te lezen. Voor mij zijn er drie manieren om daar naar te kijken. Ten eerste maakt een recensie mij nieuwsgierig. Zou ik dat boek willen lezen, of naar die film of tentoonstelling willen gaan. Bijvoorbeeld is dat nieuwe boek van Jan Siebelink nog een interessante toevoeging aan zijn oeuvre volgens de recensent, of is het teveel van hetzelfde. De recensie genereert bij mij een intuitie of voor mij het boek (of ander medium) wel of niet geschikt is op dit moment. Ik heb zoals de meeste mensen ook niet de tijd om alles te lezen of te zien. Door de recensies blijf ik wel min of meer op de hoogte van wat er zoal speelt. Als laatste reden gebruik ik de recensies achteraf. Na het lezen van het boek, of het zien van een oudere film op televisie of Netflix zoek ik op internet op wat er zoal over geschreven is. Had ik iets gemist, of anders begrepen. Recensies kunnen je een verdieping geven op jouw eigen beleving. Of je kunt ervaren dat een recensie helemaal niet klopt met jouw eigen ervaring en dat een ander iets totaal anders ervaart. Lees meer...

Verborgen schatten: Het depot van het Van Abbemuseum

Het Van Abbemuseum is een museum voor moderne en hedendaagse kunst in het centrum van Eindhoven. Het museum werd in 1936 geopend en is vernoemd naar zijn oprichter sigarenfabrikant Henri van Abbe. Van Abbe verzamelde vooral schilderkunst, na de Tweede Wereldoorlog ging het museum ook beeldhouwkunst verzamelen en tegenwoordig is het verzamelbeleid mede gericht op installaties, archieven en video- en performancekunst. Uitgangspunt is het verzamelen van werken die gaan over maatschappelijke thema’s, van klein tot groot, van de wereld rond het museum tot mondiaal. Beperkte het verzamelgebied zich aanvankelijk tot West-Europa en Noord-Amerika, vanaf de eeuwwisseling is dat gebied uitgebreid met Azië (vooral Indonesië), China en het Midden-Oosten. Begrippen als stijl, stroming, originaliteit en auteurschap zijn doorgeprikt, het sociale engagement is sinds 2004 (met het aantreden van Charles Esche) leidend. Het museum richt zich op relaties tussen kunst en maatschappelijke onderwerpen als economie, globalisering, kolonialisme en identiteit.

Cross-overs in de kunst: Joost Conijn 

Kunstenaars die de gebaande paden verlaten en het avontuur aangaan, ontwikkelen vaak spannende cross-overs. Door zich op een totaal ander medium te richten dan waartoe ze zijn opgeleid of een bijzondere mix aan media toe te passen, krijgt hun werk een nieuwe dimensie. Joost Conijn maakt films, bouwt vliegtuigen en auto’s, en schrijft af en toe een column of maakt een boek. Zijn laatste film over ‘de jungle in Calais’ en een vluchtelingenkamp in Griekenland ging tijdens IFFR in première en is nu in Museum Boijmans Van Beuningen te zien. Als kunstenaar-avonturier zoekt hij vooral het onbekende op.
Met zijn diploma Atheneum B had Joost Conijn evengoed een technische opleiding kunnen volgen, geïnteresseerd als hij was in techniek. Maar hij koos voor het kunstenaarschap. Zo kon hij iets maken waarmee hij zich kon uitdrukken en het publiek iets kon vertellen.

Volkskrant Beeldende Kunst Prijs

De Volkskrant Beeldende Kunst Prijs is een samenwerking van vier partijen: het Stedelijk Museum Schiedam, AVROTROS, de Volkskrant en sinds dit jaar ook In4Art. In4Art is een incubator voor jonge kunstenaars die experimenteren met de ontwikkeling van nieuwe technologie en onderzoek doen naar nieuwe concepten en materiaal. Volgens juryvoorzitter Jet Bussemaker is de terloopsheid van maatschappelijke problemen hetgeen de genomineerde kunstenaars Feiko Beckers, Anne Geene, Rosa Johanna, Benjamin Li en Kevin Osepa gemeenschappelijk hebben. 

André Volten

Staal, strak, stil, sober, streng en simpel in beeldtaal, doordacht en dogmatisch dat zijn de karakteristieken van het werk van André Theo Aart Volten, die op 77-jarige leeftijd in 2002 overleed. Hij was een van de belangrijkste naoorlogse beeldhouwers in Nederland. Ik vrees echter dat zijn werk weinig mensen in extase zal brengen. Uit de typeringen is de achtergrond en opvoeding van Volten af te lezen. Als enige in de familie koos hij voor de kunst en ging naar de academie. Volten heeft voornamelijk werk voor de openbare ruimte in opdracht gemaakt. Zijn laatste particuliere opdracht, van koningin Beatrix, heeft hij helaas niet meer af kunnen maken. De dood achterhaalde hem. De tentoonstelling Utopia toont werk waarvan het merendeel in het bezit is van de Stichting André Volten (SAV).

In Motion

Het hoort natuurlijk bij een jubilerend Grand Old Lady: een facelift gecombineerd met een feestelijke tentoonstelling. Het nationaal keramiekmuseum Princessehof bestaat 100 jaar. Na een flinke verbouwing heropende eind 2017 het museum haar deuren met de grootste tentoonstelling van hedendaagse keramiek in dit museum ooit: In Motion: Ceramic Reflections in Contemporary Art. Niet eerder vertoond in Nederland, zoveel grote namen uit de wereld van hedendaagse keramiek. Met werk van Céleste Boursier-Mougenot, Roger Hiorns, Meekyoung Shin, Claire Verkoyen, Geng Xue, en David Zink Yi. De titel verwijst naar de dynamiek in verscheidenheid, maar ook letterlijk naar de beweging van sommige van de installaties en de vrijheid die de hedendaagse keramiekwereld kenmerkt. Voordat ik inga op de tentoonstelling moet ik nog wat kwijt over de verbouwing zelf. Het Princessehof is werkelijk getransformeerd van een kruip-door-sluip-door museum in een veel overzichtelijker en vooral ook logischer ingedeeld museum, waar het een stuk prettiger verdwalen is. Tja, je doet natuurlijk niets aan het feit dat de gebouwen niet als museum gebouwd zijn. Dan is het knap hoe deze logistieke gordiaanse knoop toch gedeeltelijk ontward is.

Kunst van formaat

Er was een hok, daar zat een juffrouw in. Ik zeg: “Waar is de tentoonstelling?” Zij zegt: “U staat er op”. Aldus Martin Visser, hoofdconservator moderne kunst van het Museum Boijmans Van Beuningen in de jaren zeventig, voor het eerst oog in oog met het werk van Carl André. De anekdote laat zien hoe het beeld van de kunst in de tweede helft van de afgelopen eeuw veranderde. Niets stond meer vast, de diverse kunststromingen buitelden over elkaar heen en kunstenaars bekenden zich niet langer tot één discipline maar werden alleskunners. De kunstwerken kregen formaten die voorbij de deuropeningen van de musea groeiden en verdwenen in de kelders. In Museum Boijmans Van Beuningen verrijzen dit voorjaar 60 reusachtige schone slaapsters uit hun sarcofagen, voor enkele maanden in het volle voorjaarsdaglicht op zaal. Voor wie oud genoeg is om er in de afgelopen decennia bij te zijn geweest, waant zich bij Kunst van formaat op een vrolijke reünie. Wie in die jaren nog in de luiers lag of wellicht nog minder dan dat, is deze tentoonstelling een unieke kans om de grote jongens nu in het echt te mogen zien. En daarmee de fysieke materialiteit en het formaat te ervaren zoals dat nooit via de reproductie of het lichtbeeld beleefd kan worden. 

Hyperrealisme Sculptuur

Met de prikkelende expositie Hyperrealisme Sculptuur schenkt de Rotterdamse Kunsthal aandacht aan een lang verguisde vorm van beeldhouwkunst. In het kielzog van de pioniers van het levensechte beeld, als Duane Hanson, George Segal en John DeAndrea, is het soms meedogenloze realisme van dit soort beeldhouwkunst aan een niet te stuiten opmars begonnen. In de collectie van vrijwel ieder zichzelf respecterend museum voor moderne kunst is wel werk van één van hen of van hun beroemde opvolgers als Ron Mueck, Sam Jinks of Marc Sijan te vinden. De tijd is rijp om over (eventuele) modernistische vooroordelen heen te stappen en te ervaren wat dit soort beelden met ons doet. Vrijwel niemand kan de verleiding van een spiegel weerstaan: we controleren maar al te graag ons ‘zelfbeeld’, al dan niet met een kritische blik. Niet voor niets begint deze expositie met een grote spiegelwand. De hier getoonde beelden van ‘echte’ mensen dwingen je namelijk onontkoombaar tot nadenken over wie of wat je nu eigenlijk weerspiegeld ziet. Het zijn vooral dit soort vragen die je bijblijven na een bezoek aan deze wonderlijke tentoonstelling. Hyperrealisme Sculptuur biedt een seculier alternatief voor het Bijbelse ‘Ecce homo’, een soort ‘Zie de mens’ 2.0.

Martin Puryear

Zijn Kunst bevindt zich in collecties van toonaangevende musea over de hele wereld. Voorlinden brengt als eerste museum in Europa een solotentoonstelling van de Amerikaanse beeldhouwer Martin Puryear en toont een groot overzicht van werk uit de afgelopen decennia. In de tentoonstelling zijn overwegend in hout uitgevoerde beelden en objecten opgesteld. Ze geven gestalte aan een verlangen naar eenvoud en ze zijn zonder enige verdere duiding genoeg in zichzelf. Het voelt aangenaam om in de nabijheid van de kunstwerken te zijn. Dat gevoel blijft bij je terwijl je door de zalen loopt. Het gefilterde daglicht dat van boven komt, verleent een extra demping, een bepaalde stilte aan Puryears werk. De tijd als duur blijft buiten de expositie. Maar de vele uren die de kunstenaar heeft besteed aan het geconcentreerd werken, het ambachtelijk vervaardigen van zijn kunst, blijken gecondenseerd te zijn in zijn werken die dat ook uitwasemen. Ze zijn uitnodigend om aan te raken, de oppervlakte te voelen, de structuur te volgen met je handen zoals de kunstenaar dat in het maakproces gedaan zal hebben. Zijn werk heeft die aantrekkelijke tactiele kwaliteit. Daarnaast openbaart zich bij nadere beschouwing een betekenisvolle of relativerende onderlaag die, ontsproten uit de geest van deze unieke kunstenaar, zijn vormenwereld voedt.

Christian Boltanski

Christian Boltanski gebruikte de hele Oude Kerk in Amsterdam voor zijn enorme installatie NA. Het staat er zo vol met pikzwarte torenhoge tombes, dat de dwalende bezoeker zich wel verpletterd moet voelen. Blok na blok rijst omhoog. Er klinkt een vreemd hoog geluid. Houten figuren in zwarte jassen en een lamp als hoofd, stellen de naderende kijker vragen: “Did you pray? Did you Panic? Were you consoled? Did you leave your mother?” Zwaar staat er op een van de stoelen in het koor. ‘Zwaar, zwaar en ondoordringbaar is de dood’, schijnt de kunstenaar te willen zeggen. We worden geconfronteerd met een memento mori van ongekende omvang. Boltanski gebruikt de beeldtaal die we van hem kennen: gloeilampen, gedragen kleren, fluisterstemmen, namen, snoeren. In de krant die de bezoeker mee mag nemen, staat een interview met de kunstenaar door curator Jacqueline Grandjean. “Praten over de dood is een soort taboe in onze tijd”, zegt hij daar, en vervolgt: “Wat ik het ergste vind in onze tijd is dat we ons schamen om te praten over doodgaan. En dat we het compleet negeren”. Is dat zo? Schamen? Verdringen? Ik ervaar deze tijd als heel open over de dood. In Nederland hebben we tal van nieuwe rituelen gevonden om er bij stil te staan. De graven worden weer versierd. Rouwadvertenties krijgen er foto’s bij. Allerzielen is in ere hersteld. Kisten worden beschilderd, speciale lijkwaden ontworpen, rouwsieraden gedragen. Dichters dichten er over, zangers componeren liedjes.

Oversprong

In zaal 8 van het Kröller-Müller Museum is een interessante, bescheiden tentoonstelling gemaakt van dertien kunstwerken uit de eigen collectie. Conservator Jannet de Goede koos de kunstwerken op grond van tegengestelde krachten, waar twee werelden aan elkaar grenzen of waar de grens juist doorbroken wordt. De in mijn ogen wat moeizame titel van de tentoonstelling Oversprong verwijst naar ‘overspronggedrag’ van mens en dier wanneer ze verstrikt raken in twee tegenstrijdige impulsen die even sterk zijn. Zo geeft de summiere tekst op de website aan. Maar met een beetje goede wil herken je in de kunstwerken wel degelijk een bepaalde spanning tussen de ruimtes, grenzen, kaders, materialen en leegtes. De werken, allemaal van bekende en belangrijke kunstenaars, zijn overwegend abstract, soms minimalistisch, stil en krachtig. Dat geeft de mooiste zaal in het museum, ondanks het thema, een evenwichtige, bijna serene sfeer. Dertien kunstwerken dus, alleen toen ik de tentoonstelling bezocht vond ik er maar twaalf. Na enig navragen bleek het werk van de Franse kunstenaar François Morellet kort daarvoor te zijn gevallen. Het werk bestaande uit vier neonbuizen was kapot en natuurlijk verwijderd. Inmiddels is er een tentoonstellingsexemplaar, een replica geïnstalleerd zodat de tentoonstelling weer compleet is. Gelukkig maar, want het is wat mij betreft één van Morellets mooiste werken die bovendien bijzonder mooi in het tentoonstellingsconcept past. Het kunstwerk, geplaatst in een doodlopende hoek van de zaal, suggereert namelijk het tegenovergestelde: een nieuwe ruimte.

Jaap Mooy

‘Kunstenaar en autodidact’ lezen we over Jaap Mooy (1915-1987) in het persmateriaal van Museum Kranenburgh in Bergen. Het klinkt alsof het twee beroepen zijn, die samen zijn identiteit beschrijven. Zoiets als ‘minister en moeder’ of ‘dichter en schoenmaker’, met dat verschil dat ‘autodidact’ en ‘kunstenaar’ strikt genomen geen verschillende polen zijn. De meeste mensen in de kunst die zeggen dat ze autodidact zijn, bedoelen dat ze het nodige zelf geleerd hebben in de praktijk. Ze zijn dus ook opgeleid, alleen niet in een georganiseerd verband door anderen, en daarmee dus gewoon kunstenaar. Het tweede dat over Mooy steeds naar voren komt, is dat hij in de jaren dertig via Charley Toorop met de kunst in aanraking kwam. Hij was toen smid en bankwerker. Vond Toorop dat hij talent had en raadde zij hem aan het pad van de kunst te kiezen? Ze adviseerde hem in elk geval géén kunstopleiding te volgen. Misschien hoopte zij dat hij daarmee een bepaalde vrijheid en authenticiteit zou behouden. Tot kunstenaar opgeleide mensen verliezen die vaak, zo wordt immers gedacht. Bij Jaap Mooy werkte het averechts. Hij bleef maar naar de kunst van zijn tijd kijken en kwam niet los van het kopiëren en spiegelen daarvan. Misschien kwam dat door een vorm van onzekerheid, wellicht juist door zijn gebrek aan opleiding. Misschien had het te maken met de kunstkringen waarmee hij in aanraking kwam - hoe kan het ook anders in het kunstenaarsdorp Bergen -  die soms poogden hem te associëren.  Constant Nieuwenhuis vroeg hem bij Cobra aan te sluiten, maar hij weigerde omdat hij geen groepsmens zou zijn. Toch zien we veel Cobra trekjes in een bepaalde periode. In 1964 vertegenwoordigt hij Nederland met Karel Appel en Lucebert op de Biënnale van Venetië.

Monique Sleegers

De Utrechtse kunstenaar Monique Sleegers exposeert op een fraaie locatie in de nieuwbouw van Villa Hinkeloord, te midden van arboreta in het groen van Wageningen. De villa, onderdeel van beeldengalerij Het Depot biedt Sleegers in de benedenzaal, die gebruikt wordt voor wisseltentoonstellingen, een prachtig podium. De nieuwe architectuur, de doorkijk naar de tuinen, het levert een serene meditatieve sfeer waarin de ruimtelijke werken goed tot hun recht komen. De beelden van deze kunstenaar zijn klein, intiem en figuratief. Ze verwijzen zonder uitzondering naar het menselijk lichaam of delen daarvan. Het werk van Sleegers is opgenomen in de groeiende collectie van Het Depot. Regelmatig worden er solotentoonstellingen georganiseerd in de nieuwbouw van de villa van kunstenaars die ook zijn opgenomen in de collectie. Sleegers past daar uitstekend in. De conservator legt uit dat waar vroeger de collectie hoofdzakelijk bestond uit torso’s het aankoopbeleid verbreed is. Het menselijk lichaam staat nog steeds centraal maar ook andere facetten, fragmenten van het lichaam worden verzameld. Bij deze kunstenaar zijn dat vaak ledematen, armen, benen of handen en voeten zoals bij Human Loss 1 waar we roodgekleurde delen van benen en armen zien. Het eerste wat opvalt is dat bij al haar werk de vormen zowel twee- als driedimensionaal zijn uitgewerkt.

Tell Freedom

Tell Freedom. 15 South African artists duurt tot begin mei in Kunsthal KAdE in Amersfoort. Het is een groepstentoonstelling van jong, aanstormend talent. De titel van deze tentoonstelling suggereert een politieke insteek. Dat was ook de bedoeling van de twee curatoren Manon Braat uit Nederland en Nkule Mabaso uit Zuid-Afrika. Toch zijn kunstenaars eigenzinnig. Ze maken hun kunst ongeacht de kapstok die wordt aangereikt. Hier zien we nieuw en voor de gelegenheid aangepast werk. Mabaso moest in NRC-Handelsblad van 31 januari toegeven: “De richting van het verzet (tegen de apartheid) is veranderd bij de jonge generatie. Het draait niet langer om het bereiken van politieke vrijheid, het gaat nu om het bereiken van economische vrijheid en gelijkheid.” Gebrek aan vrijheid in het Zuid-Afrikaanse verleden gedurende en na de apartheid wordt in deze tentoonstelling gekoppeld aan slavenhandel in de Nederlandse geschiedenis. De gelaagde installatie Return of The Amersfoort van kunstenaarsduo Haroon Gunn-Salie en Aline Xavier is een goed startpunt. De geschiedenis van dit slavenschip wordt uitgebeeld. Buiten hangt een VOC-vlag halfstok aan het gebouw. Kaarten, foto’s, geluidsinstallaties en ronde stenen vullen de ruimte. Onder de stenen liggen documenten die het ene schip volgens de overlevering bij vertrek achterliet voor het volgende schip. Zo’n steen diende dus als een soort postbus. Onder de eerste steen ligt een afbeelding met vijf dansende Khoisan vrouwen. Vrouwelijke kunstenaars zijn nog steeds achtergesteld in vergelijking met hun mannelijke collega’s. Is politiek een rode draad voor de vrouwelijke deelnemers aan Tell Freedom?  

Kasteel Wijlre

Zo’n vijf jaar geleden is de weergaloze collectie van kunstverzamelaarsechtpaar Eijck ondergebracht bij de Provincie Limburg en werd Bonnefantenmuseum Maastricht beheerder en tevens verantwoordelijke voor het tentoonstellingsbeleid ter plekke. Een proces waarvoor heel wat water door de Maas heeft gestroomd en die het voortbestaan van collectie en locatie leek te garanderen voor het publiek. Toch bleek het niet zo’n gelukkig huwelijk als gedacht. Maar Wijlre herpakte zich wonderwel. Het zette een voet voor de ander, bleef lopen op de eigen weg, opende een deur en sloot een andere. Kraste iets weg en zette er iets anders overheen. Het resultaat is van zeldzame klasse. In maart ging het nieuwe seizoen van start in Buitenplaats Kasteel Wijlre, dat in de wintermaanden steevast gesloten is. Ik bezocht het op de eerste dag dat het weer geopend was. In het Koetshuis van Kasteel Wijlre is een tentoonstelling samengesteld met werk uit de G+W Collectie, de verzameling van psychiater Albert Groot en zijn vrouw Hanny Wijnands. De idee van het brein als palimpsest - een perkamentblad waarvan een tekst wordt overschreven nadat een eerdere is weggekrast - vormt de kerngedachte van de tentoonstelling. Daarmee duidend op Baudelaire die het menselijk brein beschrijft als bestaande uit ontelbare lagen van ideeën en gevoelens die als licht op het brein vallen en beelden inbranden, die vervolgens weer worden afgeschraapt, waardoor ruimte ontstaat voor nieuw materiaal.

Zomersneeuw

Zomersneeuw, de 11e editie van Beelden op de Berg, gaat deze zomer van start in Belmonte Arboretum in Wageningen. Het voorprogramma neemt echter al een aanvang in maart en bestaat uit een Artist in Residence-programma, lezingen en tentoonstellingen op de campus van de Wageningse Universiteit en educatieve activiteiten. Verbindend thema van de komende tentoonstelling en de flankerende activiteiten is ‘eeuwige verjonging’, mede ingegeven door het feit dat de Universiteit dit jaar 100 jaar bestaat. Zomersneeuw is met afstand de mooiste tentoonstellingstitel, die Beelden op de Berg in de loop der tijd in het vaandel heeft gevoerd. Een samensmelting van de begrippen ‘zomer’ en ‘sneeuw’, die elkaar af lijken te stoten op hetzelfde moment, dat ze elkaar liefdevol omstrengelen. Tegelijkertijd vormt de titel de verwijzing naar een concreet fenomeen, dat we weer met regelmaat waar kunnen nemen in de omgeving van onze grote rivieren. Massaal vliegen de eendagsvliegen of haften uit om te paren en voor de toeschouwer lijkt het op dat moment te sneeuwen op een zwoele zomeravond. Het is een verschijnsel, dat ons positief kan treffen als indicator van het schoner wordende rivierwater en als schouwspel van sublieme schoonheid. Als metafoor koppelt Zomersneeuw de term ‘eeuwige verjonging’ aan de cyclische processen, die we overal in de natuur waar kunnen nemen; in het afstervingsproces ligt de kiem besloten voor een nieuw bestaan.

voorBEELDEN VI

De Nederlandse Kring van Beeldhouwers (NKvB) bestaat dit jaar 100 jaar en viert dat met de tentoonstelling Beeldreflecties, De Nederlandse Kring van Beeldhouwers 100 jaar later, die van 6 mei t/m 23 juni te zien is in Pulchri Studio in Den Haag. Als opmaat naar dit grote overzicht mag voorBEELDEN VI dienen, de tweejaarlijkse tentoonstelling van nieuwe leden van de Kring die te zien was van 25 januari t/m 18 februari. Met 12 nieuwe, ruimtelijk werkende kunstenaars is het aantal leden daarmee op ruim 160 gekomen, niet zoveel voor een landelijke vereniging. Wim Bakker, Caroline Diepstraten, Yvonne Halfens, Sytske de Jong, Anjet van Lingen, Karin van der Molen, Carla Rump, Bert Schoeren, Wia Stegeman, Jos Verschaeren, Cissy van der Wel en Ada van Wondere zijn deze, niet meer zo jonge beeldhouwers. De NKvB begon in 1918 als een echte ‘beeldhouwers’-vereniging, maar tegenwoordig zijn er zoveel technieken die door ruimtelijk werkende kunstenaars worden toegepast, dat er een tentoonstelling was samengesteld met een behoorlijke diversiteit aan werken. Wat echter vooral opviel, was de ambachtelijkheid van sommige exposanten: hakken in steen en hout, werken met marmer en keramiek, naast een enkel elektronisch bewegende mobile of het gebruik van meer onconventionele materialen. Met werk waarin thematiek en stijl uiteenliepen van hedendaags figuratief en geschiedkundig verhalend  tot geometrisch abstract en eigentijds organisch. Een paar filmpjes gaven inzicht in het werkproces van de kunstenaars. VoorBEELDEN VI is er ‘voor’ de kunstenaar en hun beelden, maar ook ‘voor’ het publiek om inzicht te krijgen in wat er zich afspeelt ‘voor’ het uiteindelijke beeld klaar is. Een wat cryptische beschrijving in het persbericht die beter achterwege kan blijven. De nieuwe leden laten gewoon zien wie ze zijn en wat ze doen.

Zoro Feigl

Onstuitbaar is de opmars van Zoro Feigl wiens kinetische werk ik in 2012 voor het eerst bij DordtYart zag. Twee jaar ervoor exposeerde hij werk in Museum Beelden aan Zee en later bleek hij een van de genomineerden voor de Volkskrant Beeldende Kunst Prijs 2013. Wat is zijn geheim, en waarom trok zijn retrospectief in de Electriciteitsfabriek - met zijn overweldigende industriële setting uitermate geschikt voor kinetische kunst - zoveel aandacht en publiek? Ik heb er lang over na moeten denken. Zeker is dat Zoro Feigl met zijn kinetische installaties techniek en zwaartekracht volledig op losse schroeven weet te zetten. Dat hij materiaal en techniek aan elkaar weet te koppelen op een manier die nog niet eerder heeft plaatsgevonden. Maar er is meer: Feigl schuwt schilderkunstige middelen en theatrale effecten evenmin. De ene keer sta je naar een bewegend schilderij te kijken dat steeds van gedaante verandert, de andere keer - zoals in het werk Light Waves - zie je een twintigtal neonbuizen een dans uitvoeren rondom een draaiende ventilator; het elkaar aantrekken en afstoten stopt nooit. Feigl’s bewegende installaties, die hij meestal samen met Oscar Peters maakt, hebben vaak ook een poëtische inslag. Ze ogen simpel en esthetisch, en leveren juist daardoor sterke soms ook poëtische beelden op, die op je netvlies blijven staan. Beelden die je nooit meer vergeet.

Het atelier: Kohn Körmeling

Hoe komen al die ideeën zomaar binnenvallen? Hoe moet ik me dat creatieproces, het produceren van die spitsvondigheden voorstellen? “Vaak als ze me iets vragen, gaat de bal snel aan het rollen en denk ik al gauw: Dit wordt het! Maar meestal ben ik met dingen bezig waar niemand om vraagt. Ik ben meestal gewoonweg aan het rommelen en af en toe komt daar een vraag doorheen.” Inderdaad, daar komen dan bijvoorbeeld een reuzenrad voor auto's uit, in Leiden een kassahuisje, in Breda een theehuis en in Tilburg een ronddraaiend huis op een rotonde, alsook de ophaalbrug Den Ophef. En ja hoor: hij schopte het al tot Shanghai! Zo bezochten ruim 8 miljoen mensen zijn Happy Street op de Chinese World Expo 2010. Al zijn er ook veel plannen níet haalbaar, maar degene die hij vewezenlijkt, wil hij tot en met de uitvoering in de hand houden. 


Daan Roosegaarde

Icoon Afsluitdijk diende als aftrap van de grootse opknapbeurt die de volledige Afsluitdijk de komende jaren krijgt. Door de stijgende zeespiegel als gevolg van klimaatverandering, moet de afscheiding tussen het IJsselmeer en de Waddenzee sterker worden. Hiervoor is in 2015 een masterplan gemaakt door architect Paul de Ruiter en landschapsarchitect Yttje Feddes. De Nieuwe Afsluitdijk moet het 'internationale visitekaartje' worden voor de Nederlandse waterbouw, innovatie en Dutch Design. Bij deze grote renovatie (oplevering in 2022) komt er ook een kilometerslange vismigratiesysteem, waar vissen kunnen oversteken en er komt een broedplaats voor innovatie van duurzame energie en een nieuw beleefcentrum. In het kader van dit masterplan gaf Rijkswaterstaat de Rotterdamse ontwerper Daan Roosegaarde de opdracht om de iconische waarde van de dijk te versterken. Roosegaarde stelde zich de vraag: is de natuur onze vijand of vriend? Hij verwijst naar de inscriptie op het monument op de dijk: 'Een volk dat leeft, bouwt aan zijn toekomst'. Het is tijd voor een nieuw tijdperk: kunst en natuur die elkaar versterken in plaats van tegenwerken. Dat resulteerde in drie kunstwerken op en rondom de dijk: Glowing Nature, Windvogel en Gates of Light. De eerste twee waren tijdelijk. Gates of light is permanent.

Titia Ex

Soms is het toch aardig als er een straat naar je wordt vernoemd. Je komt dan in de loop van de tijd misschien nog eens terug in een heel ander verhaal. Er is dan bijvoorbeeld een kunstenaar die op zoek gaat naar de geest van de plek, om daarop te kunnen reflecteren in de vorm van een kunstwerk. Zo’n straatnaam komt dan in het vizier als inspiratiebron. Lichtkunstenaar Titia Ex oriënteerde zich op de dichter Ten Kate, de naamgever aan de gezellige Amsterdamse straat, waarvoor zij een kunstwerk mocht maken. Jan Jacob Lodewijk ten Kate was een 19e-eeuwse dominee-dichter. Dat was toen een apart slag. Zijn gedicht De Schepping uit 1866 werd heel bekend. 

Ontvang Beeldenmagazine ieder kwartaal bij u in de brievenbus. Een abonnement kost € 35,- per jaar. Het eerste jaar betaalt u maar € 25,-, of koop een los nummer voor € 9,25.  S.P. Abonneeservice, Antwoordnummer 10016, 2400 VB Alphen a/d Rijn (een postzegel is niet nodig). Bel 088-1102034, of mail naar info@spabonneeservice.nl

Comments