Beelden 2#2014

Beeldenmagazine 2#2014, jaargang 17, nr. 66

Redactioneel 

John Blaak

Op het moment van lezen weet u of de Manifesta 10 in St. Petersburg geopend is. Vooraf waren er nogal wat geluiden om de tentoonstelling te boycotten. Zo schreef AICA Nederland, de Nederlandse afdeling van de Internationale Vereniging van Kunstcritici (Association des Critiques d’Art), een open brief aan Hedwig Feijen, directeur van de Manifesta Foundation, waarin zij vroeg af te zien om de tentoonstelling in Rusland te laten plaatsvinden. O.a. omdat er dit jaar een wet in Rusland is aangenomen die het homoseksuelen verbiedt openlijk hun geaardheid te tonen. Deze wet stelt propaganda voor homoseksualiteit in het bijzijn van jongeren strafbaar. Dit geldt voor zowel Russen als voor buitenlandse bezoekers. AICA Nederland is van mening dat uitsluiting van homoseksuelen en het strafbaar stellen van uitingen van homoseksualiteit onaanvaardbaar is.

In het voorjaar vielen de Russen de Krim binnen en annexeerden het gebied en vervolgens ontstond er ook nog de crisis in de Oekraïne. Sindsdien is dit land ten prooi gevallen aan een burgeroorlog. Door deze strijd komen Oekraïense militairen, pro-Russische separatisten en burgers om het leven. Rusland heeft op het moment van schrijven zijn troepen bij de grens deels teruggetrokken, maar houdt zich nog wel het recht voor om in te grijpen als de rechten van de ‘etnische Russen’ in Oekraïne worden bedreigd. Ik kan niet voorspellen of het tussen het moment van schrijven en het uitkomen van dit nummer niet escaleert. Het zijn weliswaar grote woorden, maar de dreiging van de Russische troepen aan de Oekraïense grens kunnen tot een mogelijke Derde Wereldoorlog uitlopen. Dit is niet iets om lichtvoetig over te doen. Ik ben het er daarom mee eens om de tentoonstelling niet in St. Petersburg te laten plaatsvinden. Je brengt hiermee Westerse kunstenaars en bezoekers in gevaar. Bovendien legitimeer je door de tentoonstelling door te laten gaan in zekere zin de absurde opvattingen van dit Russische regime.

Voorstanders zeggen daarentegen dat een boycot alle betrokkenen zou duperen en niet bijdraagt aan de mensenrechten in Rusland. Hedwig Feijen: “We kiezen ervoor om te opereren in omstreden gebieden, omdat we er in geloven dat kunst een ander perspectief kan bieden en een reflectie op onze samenleving kan zijn.” Daarbij onderstreept zij dat het er om gaat in St. Petersburg een groot publiek te bereiken om kritisch discours aan te jagen, en niet alleen het professionele platform. Dat klinkt mooi, maar bereik je daarmee mensen die daar niet voor open staan. Bij het Eurovisie Songfestival wilde het Russische kamerlid Valerii Rishkin dat Rusland zich zou terugtrekken. Rishkin noemde de winst van Conchita 'de laatste druppel' en een 'belediging van de meerderheid van de Russische bevolking en die van andere landen'. Ik ben bang dat er met Rishkin helemaal geen discussie kan plaatsvinden, laat staan een gesprek. Nu staat deze man niet voor het hele Russische volk, maar hij vertegenwoordigd wel een groot deel van de conservatieve bevolking. Veel Russen scheerden hun baard af nadat Conchita het Eurovisie Songfestival had gewonnen. Een rapper, die zich ST noemt, twitterde bij zijn foto ook nog dat hij homo’s die hij hand in hand ziet lopen, zal aanvallen.

Toen vorig jaar de discussie speelde over het al dan niet boycotten van de Olympische Spelen in Sotsji, was het argument ook om juist wel te gaan om in discussie te kunnen treden en de Russische overheid over de positie van homoseksuelen en andere minderheden in het land aan te spreken. Ik geloof dat daar achteraf niet veel van terecht is gekomen. In het boek Het streven. Kan hedendaagse kunst de wereld verbeteren? (zie p. 20) schrijft Hans den Hartog Jager dat kunst en maatschappij gescheiden werelden zijn. Het is een mooi streven van Feijen om tijdens de Manifesta 10 het discours met de ‘buitenwereld’ aan te gaan, maar ik heb niet de illusie dat het tot enige invloed zal leiden.

Kunst in de provincie: Friesland

Door Paulo Martina

Wat is er in Friesland op sculptuurgebied te zien? Onze correspondent in het noorden van het land bezocht een aantal bijzondere plekken. In het westelijke deel van de Friese Wouden ligt Tijnje. Bekend van de schilder Tjeerd Bottema die daar een aantal jaren heeft gewoond, maar ook als uitvalsbasis voor de verschillende natuurgebieden en vogelgebieden, zoals het ‘Tynjester bos’ met zijn betonnen fietspaden een drukke fietsroute. Het landschap is bosachtig, maar doordat er een eeuw geleden veel turf werd gegraven, wordt dat nu afgewisseld met een landschap dat doet denken aan de kwelders langs de Waddenzee. En dat midden in Friesland. Beeldentuin La Lanka bevindt zich midden in deze inspirerende omgeving, waar natuur en kunst een mooi duo vormen.

Cross-overs in de kunst: Daan Roosegaarde 

Door Etienne Boileau

Kunstenaars die de gebaande paden verlaten en het avontuur aangaan, ontwikkelen vaak spannende en innovatieve cross-overs. Door zich op een totaal ander medium te richten dan waartoe zij zijn opgeleid of een bijzondere mix van media toe te passen, krijgt hun werk een nieuwe dimensie. Kunstenaar en ontwerper Daan Roosegaarde is wel de meest uitgesproken exponent van dit nieuwe cross-over-denken. Aan een stoffig ijzeren bureau in een afgeschermd gedeelte van een bedrijfshal praat ik met Daan Roosegaarde. Hij vertelt enthousiast over zijn opleidingen en de oprichting van Studio Roosegaarde, een social design laboratorium voor interactieve kunst, mode en architectuur. “Ik heb eigenlijk drie heel verschillende opleidingen achter elkaar gevolgd. Waarom ik voor de Academie in Arnhem koos, weet ik niet meer. Daarna ben ik naar de Aki gegaan, waar ik de vrijheid proefde die ik toen nodig had. Als laatste een postgraduate architectuur aan het Berlage Instituut voor mijn master architectuur. Ik houd van die kunstwereld en zal dat ook altijd blijven doen, maar kunst staat soms teveel in een witte ruimte met een bordje ‘A.u.b. niet aanraken’. Dat vind ik horror, volgens mij wordt kunst dan decoratie. Ik wil juist dat wat ik doe consequenties heeft; dat je de wereld beter en mooier, en zelfs slimmer maakt.”

Thomas Houseago

Door Antonie den Ridder

Thomas Houseago heeft de wind in de rug in zijn artistieke ontwikkeling. Stelde hij zeven jaar geleden nog tamelijk verbitterd vast een tweede baan nodig te hebben naast zijn beeldhouwactiviteiten, nu heet hij gearriveerd te zijn. Met tentoonstellingen in de V.S. en Europa en een immens groot atelier in Los Angeles. De marktprijzen voor zijn sculpturen rijzen momenteel de pan uit. Het Gemeentemuseum Den Haag toont een beperkte selectie van recent en ouder werk van Houseago in de speciaal voor sculptuur ontworpen projectzaal. Het is een beetje vermoeiend om in publicaties steeds weer dit succesverhaal breed uitgemeten op het bord uitgeserveerd te krijgen. Maar het sprookje van het lelijke eendje, dat transformeert in een mooie zwaan blijft onweerstaanbaar. Het verhaal over het succes van Thomas Houseago dreigt echter zo nu en dan het beeld van zijn feitelijke prestaties als beeldhouwer te overwoekeren.

Grandeur

Door Ans van Berkum

“Fransen zijn trots en arrogant; dat is hun probleem!” Het is een uitspraak die je als Nederlander niet zo gauw zou doen. Hij komt dan ook van Baptiste Debombourg, die ik ontmoet in de Kloosterkerk aan het Lange Voorhout in Den Haag, werkend aan een intrigerend beeld. Twee kasten zijn gebotst en hebben elkaar volledig doorboord. De breuklijnen in het spaanplaat vormen spinnenwebben in de donkerbruine toplaag. Op de ergste wonden is tape geplakt. “De kast is bezig zich te herstellen”, stelt Debombourg. “Vernietigende gebeurtenissen laten sporen na, die niet zijn uit te wissen. Toch komt er ook heling, altijd weer, zelfs na de hardste confrontaties.” Debombourg neemt deel aan Den Haag Sculptuur. Een grote manifestatie met de Lange Voorhout als kern, jaarlijks in de zomer georganiseerd door Museum Beelden aan Zee. Het festivalgebied strekt zich uit van Wassenaar tot Scheveningen en heeft altijd een belangrijke annex tentoonstelling in het Museum. Dit jaar is dat de monografische expositie over Henri Laurens (1885-1954). Bronzen van elastische lijven, zwart gepatineerd, soms met een Henry Moore-achtige uitstraling. Je kunt goed volgen hoe Laurens zijn verhaal ontwikkelt vanuit de poging het kubisme van Braque en Picasso naar drie dimensies te vertalen.

Beatrix in beelden

Door Jet van der Sluis

Verscholen in het prachtige Reestdal aan de rand van Drenthe ligt Landgoed De Havixhorst, een eeuwenoude havezate. In de symmetrische Franse tuinen rondom het achttiende-eeuwse huis staat sinds 2008 een fraaie verzameling beelden. De vaste collectie laat zich het best omschrijven als een hommage aan de ‘school’ van Jan Bronner, die als professor aan de Rijksakademie in Amsterdam een hele generatie Nederlandse beeldhouwers gevormd en beïnvloed heeft. De beelden van onder anderen Cor Hund, Piet Esser, Arie Teeuwisse en Pieter d'Hont en uiteraard van Bronner zelf komen voornamelijk uit de collectie van Museum Beelden aan Zee in Scheveningen. Te midden van al dit fraais is nu een omvangrijke expositie van portretbustes van prinses Beatrix te zien, onze voormalige Koningin. Het was conservator Han van Hagen die zich rond de troonswisseling realiseerde dat er in het kielzog van de abdicatie een heleboel statieportretten van Hare Majesteit in onze publieke gebouwen ‘verweesd’ zouden raken. Aangemoedigd door de directeur van het Drents Museum, Annabelle Birnie, en samen met projectleider Jan Geert de Boer ontwikkelde Van Hagen het plan voor deze bijzondere thematentoonstelling. Er gingen meer dan 500 brieven de deur uit naar gemeentes, gerechtshoven en andere overheidsinstanties. De respons overtrof hun stoutste verwachtingen, waardoor er nu een selectie van 65 portretbustes en 15 bronzen plaquettes met de beeltenis van Beatrix te zien is.

Vleugels Verbeeld

Door Geraart Westerink

In de Hortus Botanicus te Haren exposeren zestien leden van de Nederlandse Kring van Beeldhouwers onder het thema Vleugels Verbeeld hun werk. De Nederlandse Kring van Beeldhouwers (NKvB) heeft als lofwaardig streven - of misschien is het een gelukkig toeval - dat ze haar activiteiten niet alleen tot de Randstad beperkt. In 2012 streek zij al neer in het prachtige Park Vijversburg in Tytsjerk in Friesland, dit keer is zij te gast in de Hortus Botanicus in Haren, op een paar kilometer afstand van de zuidgrens van de stad Groningen, op ongeveer dezelfde ‘hoogte’ als Tytsjerk. Een fraaie en bij de gemiddelde Nederlander waarschijnlijk tamelijk onbekende locatie, die met zijn verschillende tuinen, waterpartijen, bossages en afwisselende padenstelsel een waardige achtergrond voor een beeldententoonstelling blijkt te vormen. 

Museum Insel Hombroich

Door Pascalle Mansvelders

Museum Insel Hombroich in Neuss, Duitsland, is niet echt wat in je gedachten opkomt als je denkt aan een museum. Het is een utopisch kunstpark, een dromerige groene oase met prachtige bakstenen paviljoens, op een terrein dat oorspronkelijk was omgeven door een miniriviertje met wat zijtakken. Het water is absoluut een aanwezige factor, met zelfs otters, reigers en noem maar op, erin. Ze vinden er een paradijs. Maar het water is niet wat je hier het gevoel van afsluiting van de rest van de wereld geeft, een gevoel dat zo hoort bij een eiland. ‘Hombroich’ geeft je een eilandgevoel. Dat heeft niet echt te maken met de structuur van het landschap maar meer met de unieke totaalbeleving. Geen beter adres als je een sprookje binnen wilt wandelen. De organisatie draagt uit dat Insel Hombroich niet met woorden te beschrijven is. Dat is ook de reden dat er niet actief aan werving wordt gedaan, want ‘betovering is niet verkoopbaar’. Dat laatste is onzin natuurlijk, iedereen die wil verkopen probeert te betoveren en Hombroich heeft die droom al in huis. Eerder lijkt het een subtiele manier om te laten weten hoe uniek ‘Hombroich’ is, hoezeer het een eiland is in de huidige maatschappij, een afgezonderde bron van rust in een onrustige wereld. En dat werkt wel. De wow-factor van de oase is enorm en de duizeling van de ontdekking van een plek die leven mogelijk maakt houdt wel even aan.

3e editie DordtYart

Door Marijke Jansen

In gedachte zie ik de voormalige scheepswerf en machinefabriek De Biesbosch nog vol scheepsonderdelen, een bekend beeld voor mij uit mijn jeugd. Als dochter van een voormalige Werkspoorder (Amsterdam) heb ik vaak dat bedrijf bezocht en scheepsmotoren gezien die over de hele wereld terug te vinden zijn. Ook deze locatie heeft thans een andere functie net als de Biesboschhal die nu tot 2020 plaats biedt aan DordtYart (stichting voor moderne en hedendaagse kunst). Door deze samensmelting van industriële historie en de hedendaagse kunst voel ik me meteen thuis. Nu geen grote motoren, maar kleintjes als het gaat om de kunstwerken die op dit moment in de Biesboschhal te zien zijn. Dit zijn eerder gemaakte kunstwerken en installaties van tien kunstenaars. De kunstenaars kregen daarnaast een opdracht een nieuw werk te maken waarbij de voorkeur van DordtYart uit gaat naar installatiekunst gerelateerd aan wetenschap en techniek, zoals lichtkunst of bewegende kunstwerken of een link hebben met de hal of de voormalige functie van de hal. 

Luid & Duidelijk

Door Peke Hofman

Pal achter de Pieterskerk, in de oude binnenstad van Utrecht, is Kuub gevestigd, ruimte voor kunst en cultuur. Deze prachtige locatie wordt gekenmerkt door een gevarieerd expositieaanbod waarbij mensen zelf voorstellen kunnen doen en kunstenaars actief worden betrokken bij de totstandkoming van presentaties en activiteiten. Dit keer werd beeldhouwerscollectief ABK, in de persoon van Willibrord Huijben, gevraagd een tentoonstelling samen te stellen van hun leden. De expositie met de titel Luid & Duidelijk, bestaat uit werk van tien kunstenaars die sterk verschillen in hun benadering en materiaalkeuze. Wat ze bindt is ongetwijfeld hun ambachtelijkheid, perfectionisme en de omgang met de verschillende materialen. Of daarmee de tentoonstelling interessant wordt, is natuurlijk maar de vraag, maar het gevoel voor de materie, compositie en het gebruik van ruimte is bij alle deelnemers nadrukkelijk aanwezig. Als er één ding direct duidelijk wordt, is dat de deelnemende kunstenaars zonder uitzondering vakmensen zijn. Daarmee bedoel ik niet alleen hun materiaalgevoel. Ook uit het uitstekende gebruik van beeldelementen als kleur, compositie, ruimte en ritme blijkt hun professionaliteit. Wim Bakker bijvoorbeeld bouwt met metaal en het blad van een cirkelzaag, strakke ruimtelijke beelden. De afwerking is perfect en met de scherpe, geometrische vormen ontstaan afgewogen composities in de ruimte.

Meer Macht

Door Jaap Röell

De tentoonstelling Meer Macht in Museum De Fundatie te Zwolle, samengesteld door schrijver en kunstcriticus Hans den Hartog Jager, gaat over maatschappelijke idealen die kunstenaars met hun werk willen realiseren, of tenminste kenbaar maken. Daar zit het gevaar in dat de kwaliteit van het werk – schilderijen, tekeningen, foto’s, video’s, beelden en installaties – ondergeschikt raakt aan de boodschap. Verontwaardiging over de vele misstanden in de wereld, behoeft immers geenszins goede kunst op te leveren. Wanneer echter het een wel met het ander samenvalt, ontstaat er een schok, een moment van intens gevoelde betrokkenheid. Het is Den Hartog Jager gelukt daar geslaagde voorbeelden van te tonen. In het boek Het streven dat Hans den Hartog Jager bij de tentoonstelling liet verschijnen, zoekt hij naar de betekenis die geëngageerde kunst in de westerse samenleving heeft. Hij komt tot de conclusie dat maatschappijkritische kunst sinds het midden van de 19e eeuw in musea een vrijplaats heeft gevonden waar kunstenaars vrijelijk naar emotionele, morele en maatschappelijke vernieuwingen zoeken. Daar wordt kritische kunst meer getolereerd dan als deze zich in de buitenwereld toont. Er is, in de woorden van Den Hartog Jager, een muur opgetrokken tussen samenleving en museum, het zijn gescheiden werelden.

Concreet Nu

Door Piet Augustijn

In de tentoonstelling Concreet Nu – De kunst van geometrische vormentaal in Zoetermeer was werk te zien van meerdere generaties kunstenaars. De uitgangspunten van de exposanten waren enerzijds – door het gebruik van lijn, vlak en kleur – sterk met elkaar verwant, anderzijds gingen ze juist meerdere kanten uit. Dat is de verdienste van meer dan 50 jaar geometrische abstractie of concrete kunst. Het onpersoonlijke, afstandelijke en rationele is ingehaald door het persoonlijke, poëtische en bezielde. Dat heeft ertoe geleid dat deze richting in de beeldende kunst nog steeds een enorme potentie heeft en zich in een brede belangstelling mag verheugen. Emotie en ratio gingen in Concreet Nu hand in hand. Het ruimtelijke werk Synthetische constructie F25 van Joost Baljeu (1925-1991) vormde min of meer het vertrekpunt en de artistieke basis van de tentoonstelling. Een samengesteld werk uit 1990 dat bestaat uit kubussen en blokken van zwarte stalen ribben waaraan gekleurde vlakken zijn toegevoegd. Een typisch Stijl-werk, waarin de uitgangspunten van die kunststroming optimaal tot uitdrukking worden gebracht.

Ad Dekkers

Door Carina van der Walt

Dit jaar is beeldend kunstenaar Ad Dekkers veertig jaar geleden overleden. Ter herdenking van de man en zijn belangwekkende oeuvre stond het landgoed van zijn oude vrienden, Jo en Marlies Eyck in Wijlre, open voor een solotentoonstelling. De familie Eyck is eigenaar van de grootste particuliere verzameling van zijn werk, maar sinds 2012 is het werk in bezit van het Bonnefanten Museum. Samen met dit museum droeg de Bonnefanten Hedge House Foundation de verantwoordelijkheid voor de tentoonstelling Ad Dekkers (1938 – 1974). De witte reliëfs van Dekkers in de vormen van cirkels, vierkanten en zeshoeken komen hier goed tot hun recht. Vaak wordt zijn kunst als poëtisch beschrijven. Wat zou dat betekenen? Dekkers worsteling met zijn kunst wordt ook vaak beschreven als een zoektocht naar de essentie van de werkelijkheid, maar welke essentie? Van welke werkelijkheid? Hoewel de serene witte reliëfs in de Hedge House iets poëtisch hebben, hoefde ik niet met mijn “neus bovenop” zijn werk te staan om ook een bepaalde spanning te voelen tussen de weinige ronde en vele hoekige reliëfs. Vanuit een Afrikaans perspectief duiden cirkels op cyclussen. Cyclussen hebben iets organisch: leven en dood, zaaien en oogsten, volle maan en nieuwe maan. Dekkers’ zoektocht naar de essentie van de werkelijkheid krijgt gestalte in deze tastbare spanning.

Shenzhen Sculptuur Biënnale 

Door Riet van der Linden 

Onze huidige standplaats Shenzhen is een paradepaardje van de nieuwe open economie van China. De stad, gelegen aan de Zuid-Chinese Zee tegenover Hong Kong, groeide in 25 jaar tijd uit van vissersdorp tot metropool gedomineerd door torenflats met ruim 13 miljoen inwoners. Cultural industry is ‘hot’ in Shenzhen. Een belangrijke concentratie vormt een voormalig industriegebied met oude fabrieksgebouwen waar architecten, designers, fotografen en vormgevers zijn gehuisvest. Het hele gebied is getransformeerd tot een schitterend vormgegeven, trendy uitgaanscentrum met restaurants, bars, galeries en chique mode- en designwinkels. De OCT Contemporary Art Terminal (OCAT ), de locatie van de Shenzhen Sculptuur Biënnale, vormt daar een bruisend onderdeel van. In de metrostations van Shenzhen hangen grote posters met de afbeelding van drie paren die elkaar op de mond kussen: respectievelijk een zwarte man en een blanke vrouw, twee mannen, en twee vrouwen. De bijbehorende tekst staat afgebeeld in Chinese karakters: Kissing Doesn’t Kill. Greed and Indifference Do.

Prijs voor Beeldhouwkunst van de stad Mechelen

Door Judith van Beukering

De tweejaarlijkse Grote Prijs Ernest Albert, genoemd naar de kunstschilder en voormalig directeur van de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Mechelen, is één van de belangrijkste kunstprijzen in België. Dit jaar was de prijs voorbehouden aan de discipline beeldhouwkunst. Een jury onder voorzitterschap van Hans Martens, de huidige directeur van de Academie in Mechelen, besloot de 7.500 euro aan de beeldhouwer Anton Cotteleer toe te kennen. Tijdens het bezoek aan de tentoonstelling met geselecteerde beeldhouwers vroeg ik mij af waarom? Wat zijn de beweegredenen om te kiezen voor een paar groene vrouwenbillen die bezet worden door een even groene kat?Het is maar een heel klein geluidje. De dame die toezicht houdt in De Garage, ruimte voor actuele kunst, wijst op het beeld Tafelbladgebeuren van Anton Cotteleer en uit haar ingehouden lach maak ik op dat ze het kunstwerk een beetje ondeugend vindt. En dat is het ook wel. We kijken op een achterwerk met vrouwelijke vormen. Een been is onder haar lichaam gevouwen en rust op een formica tafeltje. Het andere been strekt zich naar achteren uit en op de plaats van de voet zit een metalen buis. Een kat op haar rug kijkt ons aan, met de pootjes bezitterig op haar billen. De combinatie ‘vrouw en kat’ roept een erotische wereld op van zachtheid en poezeligheid. De jury roemt onder andere “de vilten, poederachtige huid” van Cotteleers sculpturen. Ik heb daar juist moeite mee.

Aernout Mik in TivoliVredenburg

Door Els Vegter

De presentatie van het vuistdikke boek Beelden in de stad Utrecht zet ruimtelijke kunst in de Domstad op de kaart, te beginnen bij de bronzen beelden in het Wilhelminapark. Tegenwoordig zijn het ingrepen in de ruimte, participatiekunst en videowerken. Zoals het nieuwe werk van Aernout Mik voor TivoliVredenburg dat het nieuwe muziekpaleis een extra dimensie geeft. Een zesde zaal. Meer dan dertig jaar woon ik in Utrecht. Toch ben ik verbaasd hoeveel ruimtelijke kunstwerken er in Utrecht staan, die ik nog nooit gezien heb. Zelfs in mijn eigen wijk waar geen enkel kunstwerk te bekennen is, blijkt de Openbare Basisschool Voordorp met een gekleurd tegelfries verrijkt te zijn door kunstenaar Wim Kok. Het nieuw gepresenteerde dikke boekwerk Beelden in de stad Utrecht geeft een indrukwekkend overzicht. De gemeente Utrecht heeft twee regelingen om kunst te financieren. Het fonds Stadsverfraaiing en de percentageregeling. Kunst in de openbare ruimte gaat steeds minder over een concreet resultaat, een tastbaar object en steeds meer over de context, het proces van realisering en over het bevragen van de ruimte. Utrechtse voorbeelden daarvan zijn Call of the Mall in Hoog Catherijne (2013), Beyond in Leidsche Rijn (2000-2009) en recent De Stem van West (2013-2014). Van zwijgzaam object evolueert de kunst naar manifestatie en discussiestuk waarbij gesprek en confrontatie met omwonenden niet geschuwd wordt.

Maasvlakte 2 

Door Carina van der Walt 

Ik ben gevallen op een stukje nieuw land, maar ik wist het nog niet. Ik wist het niet voor 22 mei in het World Port Center van Rotterdam. Op die dag kwamen het Havenbedrijf Rotterdam, het Nederlandse Fotomuseum (NFM), Stichting Kunst en Openbare Ruimte (SKOR), kunstenaars en andere gasten samen om terug te kijken op vijf jaar kunst op Maasvlakte 2. Terugblikken: altijd mooi. Maar de bedoeling was ook een blik op de toekomst te werpen. Maasvlakte 2 is het nieuwe land, met 2000 hectaren extra aarde toegevoegd aan de Rotterdamse haven, waar ik het ontstaan van mee mocht maken. Eerst was er zee. Toen was er zand. En nog later kwam er adem bij. De adem die nieuw leven gaf aan Maasvlakte 2 was een serie kunstprojecten: Portscapes (2009), Portscapes 2 (2012) en Beeldprojecten (2008 – 2013). Tijdens de verwelkoming door curator Theo Tegelaers kwamen natuurlijk beelden van de kunstprojecten voorbij. Tegelaers noemde de totstandkoming van Maasvlakte 2 Land-art. Sommige projecten van Portscapes herkende ik. Ze waren als kinderen die een moeder gedurende een tijd niet heeft gezien. De krant van Lara Almarcegui herinnerde me aan Wasteland, waar men toen nog hengelde. Het billboard Here be dragons van Marjolijn Dijkman fascineerde me destijds en nu nog steeds. De draak die water spuwt is een baggerschip geworden dat zand opspuit. Oud en nieuw. Geschiedenis en toekomst. Sprookjesachtig en vreesaanjagend. De foto van het koor tegen de industriële achtergrond van de Rotterdamse haven laat me zoeken naar de woorden van The Postpetrolistic Internationale.

Michael Beutler

Door Tine van de Weyer

Wie jarig is trakteert. Zo ook in Zeeland. Daar viert de Koninklijke Maatschap de Wilhelminapolder (KMWP) het 200-jarig bestaan van de polder. En zij wist in vijf jaar tijd samen met het CBK Zeeland en SKOR hemel en aarde te bewegen om een omvangrijk kunstwerk over negen delen door de hele polder geplaatst te krijgen. De Duitse kunstenaar Michael Beutler won de prijsvraag waar behalve hijzelf nog drie kunstenaars aan deelnamen. Ofschoon Beutler in een interview met Hinde Haest in Metropolis M 6#2013 nadrukkelijk stelt dat het kunstproject Polder Peil geen Land Art is (daar zijn de sculpturen in zijn ogen te nietig voor in relatie tot het landschap) worden de volgens Beutler ‘blije bollen’ wel als zodanig gepresenteerd. Verspreid over ruim duizend hectaren ogenschijnlijk vlakke Zeeuwse klei staan negen grijs-witte sculpturen die elk uit een of twee opeengestapelde betonnen bollen zijn samengesteld. De diverse werken liggen op zichtbare afstand van elkaar en leiden zo de toeschouwer door het landschap van mist en hoge luchten.

Tanja Smeets

Door Jet van der Sluis

In de Gele Woudhoek, een uit baksteen opgetrokken buurt in Schiedam, heeft Tanja Smeets iets bijzonders gepresteerd: ze toverde er de agressief ogende stekels van een anti-klimbeveiliging om in een wolk van witte, organische vormen die lijken op ragfijn kant of op knipwerk. Het bijzondere is dat dit fragiel ogende, uitkragende beeld gemaakt is van solide metaal en dat het net zo goed of misschien nog wel beter bescherming biedt tegen ongewenste gasten dan de lelijke pantsering van voorheen. Het maagdelijke wit van de gestapelde en aan elkaar gelaste blad- en bloemvormen is namelijk net zo onbegaanbaar als de anti-klimstrips. Dit beeld dwingt bovendien als vanzelf een vorm van esthetisch respect af: van zoiets moois blijf je af. Tanja Smeets is innemend en overrompelend creatief: ze durft ‘out of the box’ te denken en is typisch iemand die uitgaat van uitdagingen en niet van problemen. Ze deed de Academie in Arnhem en studeerde af in schilderkunst. Al gauw ontdekte ze dat ze het effect van haar werk binnen de context van een ruimte interessanter vond dan het werken met verf op een plat vlak alleen. Haar schilderijen kregen sculpturale uitstulpingen en gaandeweg ontstond een fascinatie voor organische groeivormen die een bestaande ruimte veranderen en soms zelfs overwoekeren.

André Volten

Door Eleonoor van Beusekom

In de tweede helft van de jaren 50 ging beeldend kunstenaar André Volten roestvrijstalen  buizen en bestaande stalen profielen gebruiken voor zijn beelden. Niemand deed dat toen, het was destijds voor een Nederlandse kunstenaar een revolutionaire stap. Volten was als beeldhouwer autodidact. Hij was lasser en daardoor bekend met het snijden van metaal. Uit een buis of profielbalk sneed hij segmenten en laste die volgens een nieuw plan aaneen. Door deze werkwijze wist hij het oorspronkelijk functionele van het industriële halffabricaat te ontkoppelen van het praktische beeld dat wij er al van kenden. De eigen schoonheid van dat Industriële product kreeg op die manier prominente aandacht. Zijn constructies werden gestructureerde stapelingen of meer verticale beelden. Zijn respect voor de oorsprong van buis of profiel is hier nog steeds goed uit te herleiden. Het halffabricaat werd door tussenkomst van de kunstenaar in de context van een beeld iets totaal anders. André Volten kwam vanuit zijn geboortedorp Andijk naar Amsterdam. Hij volgde er in 1945 een opleiding in tekenen aan het Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs maar al snel vertrok hij naar Brussel waar hij belangstelling voor abstracte kunst kreeg. Toen hij in 1950 terugkwam naar Amsterdam verliet hij het platte vlak van de tekening. Hij manifesteerde zich als een non-figuratieve beeldhouwer. Inmiddels werkend als lasser op de scheepswerf van de NDSM in Amsterdam-Noord was de techniek en ruimte voorhanden om de beelden die hij bedacht ook te kunnen maken. André Volten wordt tegenwoordig gerekend tot de belangrijkste Nederlandse beeldhouwers uit de tweede helft van de 20e eeuw.

Eric Claus

Door Sya van ’t Vlie

De officiële titel van de op 15 maart jl. onthulde deur in de Onze Lieve Vrouwetoren in Amersfoort is De Pelgrimsdeur. Maar ik focus in mijn titel op beeldhouwer Eric Claus, de maker van deze deur. Claus treedt met zijn deur in een lange traditie van bronzen kerkdeuren, waarvan de deuren van Ghiberti van het Baptisterium in Florence de meest bekende zijn. Bij de verstrekking van de opdracht kreeg Eric Claus in eerste instantie als thema ‘goed en kwaad’ aangereikt maar al gauw kwam de opdrachtgever, de Stichting Open Oog, met het verzoek ook plaats in te ruimen voor het mirakel van Amersfoort en de pelgrims. Immers, het mirakel had Amersfoort als bedevaartsoord op de kaart gezet en met hun offerandes hadden de pelgrims de bouw van de Onze Lieve Vrouwetoren mogelijk gemaakt. Maria is dus de patrones van de toren. Hoe dit pakket van feiten en wensen te verenigen op één deur? Voor het antwoord op die vraag ging Claus te rade bij een theoloog. Samen kwamen ze op het briljante idee de drie thema’s te scharen onder de ‘Mantelmadonna’.

Collectie Gouvernement aan de Maas

Door Etienne Boileau

In het Gouvernement aan de Maas is de bestuurszetel van de provincie Limburg gehuisvest. De kunstcollectie van de provincie weerspiegelt het gezamenlijke verleden van de Limburgers. Dat komt niet alleen tot uitdrukking in de oververtegenwoordiging van Limburgse kunstenaars, maar ook in de aanzet van de laatste jaren om vooral werk van kunstenaars uit de omringende buitenlandse regio’s aan te kopen. Zo wordt de collectie in het Gouvernement meer en meer een Europees project. In het voorjaar van 1986 werd in Maastricht het nieuwe gebouw voor het Limburgse Gouvernement geopend. De architect ontwierp een langgerekt gebouwencomplex met een aaneenschakeling van kleinschalige ruimtes, die voor een deel op een eiland in de Maas werden gebouwd. Het indrukwekkende gebouw houdt met zijn torens en verspringende daken het midden tussen een vesting, een klooster en een stadspaleis. De lichtinval is fenomenaal door de vele raampartijen van waarachter medewerkers, bezoekers en raadsleden een fraaie blik op de Maas kunnen krijgen. Bij de bouw werd de al aanwezige kunst - waaronder een tiental fraaie wandtapijten met geometrische figuren - zoveel mogelijk geïntegreerd. En er werd een speciale muur tegenover een van de drie entrees geconstrueerd waarin een gelaagde wandschildering, een sgraffito, werd aangebracht, met daarin de wapens van de gebiedsdelen, die sinds 1839 de provincie vormen.

Wilt u de artikelen helemaal lezen, neem dan een abonnement, of vraag een los nummer aan via info@spabonneeservice.nl  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Comments