Beelden 2#2015

Beeldenmagazine 2#2015, jaargang 18, nr. 70

Redactioneel

Deze zomer zijn er weer veel interessante (buiten)tentoonstellingen te zien. In dit nummer staan er al een aantal beschreven. Het, zeker voor de randstedeling vrij onbekende Odapark in Venray is zeer de moeite waard om naar toe te gaan. Daarnaast zijn Vormidable in Den Haag, Gimme Shelter in drie (kunst)forten in het land en ArtZuid 2015 in Amsterdam zeker aanraders om te bezoeken. Onder 'Nieuws' staat ook een interview met Rudi Fuchs, organisator van ArtZuid 2015, door Sya van ‘t Vlie. Lees meer…

Kunst in de provincie: Noord-Brabant

Met een krappe 2,5 miljoen inwoners en een alsmaar stijgend aantal toeristen is er in een van de meest uitgestrekte provincies van Nederland behoorlijk wat reuring. Noord-Brabant is sterk verstedelijkt maar vanuit die druk op de stad wordt het platteland dynamisch ontwikkeld als – letterlijk - uitloopgebied hetgeen onder meer mooie initiatieven op het gebied van kunst en cultuur oplevert. In dit artikel ditmaal niet de ‘usual suspects’ als de grote musea in de Brabantse steden die tot de top van Nederland horen maar de kleinere lokale initiatieven die de moeite waard zijn om te bezoeken.

Spin in het web van de kunst is het Brabants Kenniscentrum Kunst en Cultuur (BKKC) dat vanuit het Hart van Brabant in de hele provincie projecten initieert. Het BKKC is van oudsher de provinciale bemiddelaar bij beeldende kunstopdrachten maar met het in elkaar storten van die markt door de economische crisis, heeft het BKKC zijn bakens verzet en is het kenniscentrum meer en meer aanjager in innovatieve nieuwe kunstontwikkelingen.

Cross-overs in de kunst: Marc van Overeem

Kunstenaars die de gebaande paden verlaten en het avontuur aangaan, ontwikkelen vaak spannende cross-overs. Door zich op een totaal ander medium te richten dan waartoe ze zijn opgeleid of een bijzondere mix van media toe te passen, krijgt hun werk een nieuwe dimensie. Mark van Overeem koos tijdens zijn opleiding aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag voor de richting schilderkunst. Na een aantal succesvolle tentoonstellingen volgde eind jaren negentig een artistieke crisis. Die kwam hij te boven door het roer om te gooien. Sinds een jaar of vier maakt hij installaties waarin het door hem opgeroepen beeld gespiegeld wordt: een mix van fotografie, film en installatiekunst. In het GEM is van 20 juni t/m 18 oktober 2015 een solopresentatie van hem te zien.

Peter Buggenhout

Het cultureel verdrag tussen Nederland en Vlaanderen, dat de gedeelde taal en cultuur benadrukt, bestaat in 2015 twintig jaar. In dit kader besteden diverse instellingen aandacht aan culturele samenwerkingen, waaronder het Bonnefantenmuseum Maastricht met een tentoonstelling van Peter Buggenhout. De presentatie bestaat uit twee enorme en donkere werken in één grote witte zaal, aangevuld met teksten en videopresentaties in de aansluitende zalen. De sculpturale installaties zijn grove, uiterst doordachte bouwsels, samengesteld uit gevonden materialen die overdekt zijn met een dun laagje stof. Gelijktijdig is in M-Museum Leuven een overzicht van Buggenhouts werk te zien, zijn eerste grote solopresentatie in België.

Vormidable

De Belgische gastcurator Stef Van Bellingen, bekend om zijn kunstroute Coup de ville in Sint-Niklaas, koos de titel Vormidable.  De titel ontleende hij aan de hit Formidable van de Belgische trots Stromae. De expo ontpopte zich door de geschiedenis van de Nederlandse en Vlaamse Beeldhouwkunst, de cross over tussen Nederland en België. De bijbehorende catalogus geeft hier een degelijke uitleg over. Frappant is dat er gekozen werd voor ‘een onderzoek’ naar beeldhouwkunst die er sinds de jaren 90 uit kwam priemen. Denk: tegenreactie van de digitale omwenteling en nieuwe media, versus de tegenreactie van de ‘hand’-eling.

Het is duidelijk een expo voor een groter publiek: iedereen onthoudt de naam, de titel dekt de lading. De expo gaat meer over vorm dan over inhoud, over de essentie van het beeld = directe dialoog met de toeschouwer.

 

ArtZuid 2015 (lees eerst)

Wilde Henk van Os in de vorige editie van ARTZUID reuring brengen in Amsterdam Zuid, Rudi Fuchs heeft gekozen voor respect, niet alleen voor de omgeving, maar ook voor de bewoners en passanten. Lezers van mijn artikelen in Beelden weten dat ik een liefhebber ben van wat Fuchs in zijn interview afdoet als experiment, en voor experiment is de locatie van de sculptuurroute volgens hem niet geschikt. Ik vind de openbare ruimte, van oudsher het domein van de sculptuur, de plek bij uitstek voor interactieve en performatieve sculptuur, omdat ik die in staat acht het publiek dat is afgehaakt omdat ze de ontwikkelingen binnen de sculptuur niet hebben kunnen bijhouden, weer bij de (beeldhouw-)kunst te betrekken. Gek genoeg is Fuchs’ processie van beelden juist voor die bezoekers een feest. Hoewel het schilderij Park van Saint-Cloud (1809) van Pieter Rudolph Kleyn Fuchs’ uitgangspunt voor de inrichting van ARTZUID is, hoeven de bezoekers zich geen moment af te vragen of ze wel naar sculptuur staan te kijken, of dit nu kunst is. Ja, dit is kunst! Ja, dit is sculptuur! Lees meer...

Gimme Shelter

Militaire fictie heeft veel meer met kunst te maken dan je in eerste instantie zou verwachten. Dat is deze zomer het onderliggend fenomeen in drie forten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam. Die figureren afwisselend als toneel van de kracht én van de idioterie van verbeelding. De strijd speelt zich af in, op en rond de forten Vijfhuizen, Asperen en Nieuwersluis. Bijna anderhalf jaar werkten journalisten en curatoren Sacha Bronwasser en Lucette ter Borg aan dit spektakel, waarbij alles geoorloofd lijkt.

Gimme Shelter, de titel van de manifestatie, is veel meer geworden dan een tentoonstelling of een verzameling beelden. Kunstwerken, historisch materiaal, militaire architectuur, de plaats in het landschap – zelfs de wind: alles staat in wisselwerking tot elkaar en roept gevoelens op bij de bezoeker. Dat kan ook bijna niet anders. De vijand kan ieder moment toeslaan, maar wij zijn voorbereid; dat lijkt de boodschap te zijn van de militaire bouwwerken. Maar toen in oorlogen paarden en kanonnen plaats moesten maken voor vliegtuigen en lange afstands-raketten, bleek ineens dat de forten er volledig nutteloos bij lagen. Nooit werd er één schot gelost.

Odapark

Het Odapark met haar paviljoen en beeldenbos is gratis toegankelijk voor iedereen. Dat is een groot goed. De groene omgeving, met haar kronkelpaadjes, lanen en zandverstuivingen is een geliefde plek voor de Venraayse bevolking om te wandelen.

Vanuit het paviljoen, het bezoekerscentrum met binnenruimtes voor projecten, nemen we een grote bocht door het park. We ontdekken geen duidelijke route en lopen eerst wat verloren rond, tot we bij de zandverstuivingen het meest verafgelegen object ontmoeten. Een cortènstalen beeld, van een onderzeeboot die in het zand verzonken ligt: Hans hat sich verirrt. Mijn man en ik discussiëren over wat nou de voor- of achterkant is, want afhankelijk daarvan gaat de boot duiken of komt de boot juist omhoog. Later lees ik dat het beeld is gemaakt naar aanleiding van een scheepsramp tijdens de Tweede Wereldoorlog. Door een stuurmansfout van een jonge kapitein, Hans Holzhauer, verdween de boot met de voltallige bemanning in de onderstroming van de Maas en sindsdien is er geen enkel teken van leven vernomen. De makers, Snodevormgevers, willen suggereren dat Hans is verdwaald en dat hij nu, 70 jaar later de weg naar boven toch nog heeft teruggevonden. 

Biënnale van Venetië

Een vriendin mailde dat ze moe terug kwam van de Biënnale in Venetië. Zes dagen was niet genoeg geweest om alles te zien. Er was veel kunst te zien waarbij je moest nadenken. ‘Oh jee’ was mijn eerste impuls. Een tentoonstellingsmaker en kunstenaars die graag moeilijk doen. Deze gedachtenimpuls leidt tot zelfreflectie “Wat zegt dat over mij als kunstreflector”. Kunst behoort voor mij tot het domein van de zintuigen. Ik wil dat het via de zintuigen en het gevoel binnenkomt, als het daarna de geest activeert is dat prima. Ik heb niets tegen denken.

Nog dezelfde dag begint deze stelling al te wankelen. Mijn partner leest voor dat er al een kunstwerk op deze 56ste Biënnale gesloten is. De Zwitsers/IJslandse kunstenaar Christoph Büchel bouwde een oude Katholieke kapel om tot Moskee. Kunstbezoek vermengde zich met moslims die er kwamen bidden. Duidelijk politieke intellectuele kunst waar je gegarandeerd de pers mee haalt. Tegelijkertijd maakt dit werk wel onderliggende maatschappelijke controverses zichtbaar, misschien is dat inderdaad een nieuwe rol voor kunstenaars. Bovendien, geloofsfanaten en kunstbezoekers die zich vermengen met elkaar, roept in mijn hoofd een intrigerend visueel plaatje op. Het concept stimuleert de zintuigen tot het creëren van een boeiend beeld, zo kan het dus ook.

Papierkunst

Deze zomer kunnen we twee tentoonstellingen zien met papierkunst als onderwerp. Papier in de hoofdrol in het Gorcums museum en Coda Paper Art in Apeldoorn. Twee presentaties die bezoekers veel bieden aan schoonheid, verwondering en reflectieve momenten. Gorcum toont alleen Nederlandse kunstenaars. Ze hebben allemaal al eens eerder in Museum Rijswijk geëxposeerd, tot voor kort partner van Coda in de landelijke Papierbiënnale, nu adviseur voor Papier in de hoofdrol. Gorcum en Rijswijk ontpoppen zich als partners, in een poging de breedte van deze kunst voor het voetlicht te brengen, nu Coda in een solotour naar het hoogste in de categorie reikt, met een wereldwijde range aan kunstenaars in een prachtig vormgegeven setting. Het doet goed te zien dat beide exposities kwalitatief absoluut de moeite waard blijven.

Textiel Biënnale 2015

De vierde editie van de Textiel Biënnale in Rijswijk toont de werken van negentien internationale kunstenaars. De kleurrijke tentoonstelling die door vrouwen wordt gedomineerd, meandert tussen ambachtelijke huisvlijt en verrassende installaties. Voor textielfetisjisten is deze biënnale een walhalla aan beelden.

De Noorse kunstenaar Kari Steihaug heeft met haar werk een eigen ruimte tot haar beschikking. In Klasse/4th grade verbindt zij de draden van uitgehaalde, oude Noorse truien met een geborduurd fotoportret van de dragers, gebaseerd op een klassenfoto uit 1967 waarop alle kinderen Noorse truien dragen. De truien hangen aan klassieke‚ schoolgang-jashaakjes in een lange rij onder het fotoportret en zijn ermee verbonden via de rafelige, wollen draden. Zo verbindt de kunstenaar verschillende generaties. Met gebreide onderbroeken en andere haakwerkjes uit vervlogen tijden ademt de zaal ambacht en nostalgie.

William Kentridge

More Sweetly Play the Dance is een 45 meter lange fries in EYE in Amsterdam door de bekende Zuid-Afrikaanse kunstenaar William Kentridge. De fries beeldt een processie uit. Processies zijn een onderwerp dat het oeuvre van Kentridge al lang tekent. De beladen geschiedenis van Zuid-Afrika speelde destijds een rol in Shadow Procession. Een beladen geschiedenis speelt ook nu een rol in More Sweetly Play the Dance. Er zijn aanzienlijke verschillen en overeenkomsten tussen de twee processies zestien jaar uit elkaar. De verschillen vertellen op zijn minst twee verhalen. Het verhaal van de ontwikkeling van een geëngageerde kunstenaar en het verhaal van de prille democratie in Zuid-Afrika. More Sweetly Play the Dance is speciaal gemaakt voor EYE. Hoewel opgezet als centrale expositie is dit werk een onderdeel van If We Ever Get to Heaven, een omvangrijke zomertentoonstelling met meerdere installaties van Kentridge’s hand.

Stephan Balkenhol

Het zijn doorsnee types, ze lijken op je buren, je zwager of collega. De figuren van Balkenhol kom je overal tegen. Zij vertegenwoordigen een gemiddelde, zijn westers en blijvend jong, duidelijk aanwezig en tegelijkertijd nondescript. Zoals dat mannetje uit mijn herinnering, zo’n 35 centimeter hoog, daar is hij, vlot gehakt, je ruikt de prikkelende geur van vers hout. Hij is verrezen uit een populier. De sokkel is gewoon de rest van de stam. In geverfd wit overhemd en donkerblauwe broek te midden van zojuist gehakte spaanders staat daar mijn eerste ontmoeting met een vroege telg van de Balkenhol dynastie, zo’n twintig jaar geleden. 

Balkenhol hakt en snijdt zijn beelden handmatig, meestal uit blokken populierenhout en uit het duurzame Wawa hout; houtsoorten die kort na het rooien nog zacht zijn en gemakkelijk te bewerken. Die kwaliteit maakt dat de kunstenaar snel en flitsend kan werken alsof hij een schets maakt op papier. Al zoekend naar een equivalent voor die schetstechniek ontstond de idee zijn figuren uit jong hout te gaan hakken. Dat ambachtelijke proces van hakken moet snel kunnen gaan zegt de kunstenaar. Zijn aanpak maakt dat de toeschouwer als het ware getuige wordt van het ontstaan van het beeld.

Het atelier: Erik Buijs

De eerste aflevering van deze artikelenreeks wierp licht op de loopbaan en werkomstandigheden van beeldend specialist Eugène Terwindt. Die gaf aan dat zowel de factor talent als de factor geluk van doorslaggevend belang zijn bij het bereiken van een positie in de kunstwereld. In zijn geval het geluk om op het goede moment de juiste persoon op de juiste plaats te zijn. Ten tijde van de Arnhemse School vierde idealisme haar hoogtijdagen. “Maar de tijdgeest is opportunistischer geworden” drukte Terwindt zich nog voorzichtig uit. Op die uitspraken voortbordurend besloot ik dat de volgende kandidaat voor een atelierinterview in een ander tijdsgewricht geboren moest zijn. Wel moest hij onder andere aan de Arnhemse academie gestudeerd hebben en er een mening  op na houden over kunst in de openbare ruimte. Dan moest hij ook nog eens figuratief werk vervaardigen en dan houd je Erik Buijs als kandidaat over. Geboren in 1970 als zoon van Hedda Buijs die eveneens afstudeerde aan de Arnhemse academie en zich met omgevingskunst heeft beziggehouden en zichzelf aanduidt als ‘beeldend vormgever’. Maar dit terzijde. Erik volgde een opleiding aan de Sint Joost Academie in Breda, maar wisselde van studierichting en studeerde verder aan de Hogeschool voor de Kunsten in Arnhem. Daarna heeft hij met zijn vrije werk aan de weg getimmerd, werken in de openbare ruimte gerealiseerd, in kunstcommissies plaatsgenomen en wat al niet. Hij slaagt er elke keer weer in zich zichtbaar te maken middels de beeldtaal van zijn werken en de initiatieven, die hij onderneemt. Dus op naar Oosterbeek, waar Erik Buijs leeft en werkt.

Kunst in de openbare ruimte

Sjef Henderickx

De tijd dat woonwijken werden opgeschrikt door de plaatsing van ongevraagde en soms ook onbegrepen beelden ligt inmiddels wel achter ons. Dat het ook prima andersom kan gaan is te zien in de Schiedamse jaren ’70 wijk Kethel-Oost. Het initiatief tot de opdracht voor een kunstwerk aan Sjef Henderickx kwam hier van de bewoners zelf.

Noem het een gelukkige samenloop van omstandigheden. De wijk Kethel-Oost werd rond 1975 onttrokken aan de uitgestrekte polders ten noorden van Schiedam. Idealisme en optimisme vormden de basis van een stratenplan met woonerven en veel groen. Sjef Hendericks woont er niet alleen zelf al vanaf die begintijd, maar kent de oorspronkelijke omgeving ook al uit zijn eigen jeugd. Lekker rondstruinen in de polder. Toen de wijk na bijna 40 jaar met een omvangrijke operatie moest worden opgehoogd en heringericht, zag de bewonersvereniging haar kans voor een al langer gewenst kunstwerk. Dat de ‘eigen Sjef’ daarbij bovenaan het verlanglijstje stond, hoeft niet te verbazen. Zijn werk spreekt veel mensen aan en in 2010 had hij juist extra veel bekendheid en waardering gekregen door zijn beeld ’t Lam voor de Grote Kerk van Schiedam. Uit de eeuwenoude brokstukken van altaren, achtergebleven in de kerk ná de Beeldenstorm, creëerde hij een hoog verheven lam. De geschiedenis van onverdraagzaamheid is zo getransformeerd tot een beeld van verzoening. 

Kaptein Roodnat

Marleen Kaptein en Stijn Roodnat vormen samen het kunstenaarsduo Kaptein Roodnat. Dit Amsterdamse duo werkt al een aantal jaren samen en probeert de bezoeker op een verkeerd been te zetten.

Mijn bezoek aan Amsterdam West heeft als doel het kunstwerk Mimicry, parallel en direct aan de ringweg A10, die West van Nieuw West (stadsvernieuwing na WO II) scheidt. Het kunstenaarsduo Kaptein Roodnat heeft een kunstwerk gemaakt op beide fiets/voetoverkluizingen, zodat fietsers en voetgangers de Erasmusgracht kunnen oversteken. Het is een geluidsscherm maar dan toch anders. Tevens zijn deze overkluizingen (76 en 70 meter lang) een directe en belangrijke verbinding tussen beide stadsdelen en vormen de verbinding tussen de buurten Laan van Spartaan, de Kolenkit, Robert Scott en Bos en Lommer.

Vanuit de bewoners was de vraag gekomen voor een prettige verbinding tussen de buurten. Hierop heeft het Stadsdeel West geanticipeerd op voorwaarde dat de bewoners door de kunstenaars betrokken zouden worden bij de totstandkoming van het kunstwerk. De opdracht werd verstrekt aan het kunstenaarsduo Kaptein Roodnat.  Zij onderzochten de locatie en concludeerden dat zij niet het robuuste viaduct zelf wilden aanpakken, maar vooral de bekladde geluidschermen langs de A10. Al wandelend of rijdend langs de Erasmusgracht geeft dat een  onrustig en vies beeld. 

Wilt u de artikelen helemaal lezen, neem dan een abonnement, of koop een los nummer via info@spabonneeservice.nl  

 

Comments