Beelden 2#2017

Beeldenmagazine 2#2017, jaargang 20, nr. 78

Redactioneel

Dit jaar is het een bijzonder drukke kunstzomer met drie grote tentoonstellingen over de grens; de tweejaarlijkse Biënnale in Venetië, de vijfjaarlijkse Documenta in Kassel en de tienjaarlijkse Skulptur-Projekte in Münster. Ik ben blij dat ik in dit nummer over deze tentoonstellingen kan  berichten, zodat u de voorkeuren van onze recesenten kunt lezen voordat u zelf afreist naar deze locaties. Zelf heb ik in mei, samen met Astrid Tanis, de 57ste Biënnale bezocht. Een tentoonstelling die je in twee dagen kan bezoeken als je alleen naar de Giardini en de Arsenale gaat. Maar dan mis je veel. Naast de hoofdtentoonstelling Viva Arte Viva, met 120 kunstenaars, van artistiek directeur Christine Macel, in de Giardini en de Arsenale en 52 landenpaviljoens zijn er over de stad verspreid nog 34 landenpaviljoens te vinden. Het is ook leuk om zonder doelbewust programma door de stad te dwalen en in een van de vele paleizen naar binnen te gaan en na het bestijgen van vaak oneindig veel trappen in een ruimte te komen vol geschiedenis waar een hedendaagse kunstenaar zijn werk presenteert. Er zijn 122 van deze zogenoemde Collateral Events te vinden met werk van o.a. Jan Fabre, Michelangelo Pistolette, On Kawara en vele anderen. Een must is de tentoonstelling Treasures From the Wreck of the Unbelievable van Damien Hirst in de Punta della Dagone en het Palazzo Grassi. Megalanome, bijna kitscherige kunst, maar absoluut de moeite waard om het met eigen ogen te zien en te ervaren. Lees meer…

Kunst in Noord-Holland II

In dit nummer sluiten wij de serie ‘Kunst in de provincie’ af. Onze schrijvers hebben de afgelopen jaren een ronde langs een aantal meer of minder bekende kunstinstellingen in onze twaalf provincies gemaakt. Hopelijk heeft u deze rubriek met plezier gelezen en bent u daardoor op het idee gebracht om een van de besproken plekken te bezoeken. Ans van Berkum maakt in dit tweede deel van ‘Kunst in Noord-Holland’ een ronde langs een aantal interessante plekken voor beelden buiten. Zo bezocht zij o.a. De Nollen in Den Helder: "De Nollen is een binnenduinlandschap van 14 hectare groot in Den Helder.  Het ligt maar een uurtje treinen van Amsterdam. Vanaf het perron loopt een trapje het gebied in. Een lief golvend terrein met kort gemaaid gras, bloempjes, struiken en bomen, ontvouwt zich onder je voeten. Daartussen doemen beelden op".

Cross-overs in de kunst: Caroline Kampfraath

Kunstenaars die de gebaande paden verlaten en het avontuur aangaan, ontwikkelen vaak spannende cross-overs. Door zich op een totaal ander medium te richten dan waartoe ze zijn opgeleid of door een bijzondere mix aan media toe te passen, krijgt hun werk een nieuwe dimensie. Al tijdens haar rechtenstudie volgde Caroline Kampfraath een opleiding aan de Wackers Academie. Maar nog voordat ze haar opleiding aan die academie voltooid had, vertrok ze naar Pietrasanta, waar ze les kreeg in het bewerken van marmer. Nu is haar installatie The Trees Will Weep Upon Us, We'll be Fossils by Then onderdeel van de tentoonstelling ‘Personal Structures’ tijdens de Biënnale van Venetië. Geleidelijk aan groeide Caroline Kampfraath uit tot de veelzijdige kunstenaar die zij nu is. Voor de uitvoering van haar ideeën gebruikt zij materialen als natuurlijke hars, klei, vlas, kunsthars, wol, lood, gips, glas, brons en steen. Ogenschijnlijk materialen die niet altijd samengaan, maar juist vanwege dat contrast de aandacht trekken. Ook tref je elementen uit haar dagelijkse omgeving in haar beelden aan, zoals in kunsthars afgegoten boomtakken, tafeltjes en flessen die verwijzingen in zich meedragen en emoties representeren. Caroline wordt sterk gevoed door hetgeen plaatsvindt in de wereld om haar heen. De installatie die nu van haar in Venetië te zien is, verbeeldt de arrogantie en zorgeloosheid van de mens ten opzicht van de natuur.

IJsselbiënnale 2017

De IJsselbiënnale is een nieuw en grootschalig evenement, geïnitieerd door Kunstenlab. Doel is het in de schijnwerpers zetten van de IJsselvallei en de daarin liggende Hanzesteden. De biënnale bestaat uit een route langs 27 monumentale kunstwerken van nationale en internationale kunstenaars. Maar ook musea en beeldentuinen in de regio haken in op het thema. In deze eerste biënnale staan de huidige klimatologische veranderingen en de consequenties ervan centraal. Aanleiding voor het centraal stellen van dit thema is de grootschalige gebiedsontwikkeling in de IJsselvallei door de fysieke ingrepen van het project Ruimte voor de Rivier. Aan de deelnemende kunstenaars werd gevraagd  een visie te verbeelden met betrekking tot de maakbaarheid van de natuur, de effecten van hoog water of extreme droogte of de nieuwe kansen, die de veranderingen op kunnen leveren voor de plaatselijke bevolking. Aan deze kunstenaars is het om de toekomstige ontwikkelingen van de rivier en de potentie daarvan te verbeelden; als droom en wensbeeld, wetenschappelijk experiment of als verkenning van innovatieve woonvormen, nieuwe diersoorten en gewassen. De organisatie van de biënnale heeft gekozen voor een zo breed mogelijke opzet. Naast het realiseren van een kwalitatief hoogwaardig kunstproject wordt gestreefd naar een versterking van het (cultuur)toerisme en promotie van de regionale producten en diensten ten behoeve van de werkgelegenheid. Ook kunstvormen als literatuur, theater, muziek en dans worden in de komende maanden ingezet om de consument te verleiden tot een meerdaags bezoek aan de regio. De IJsselbiënnale heeft de ambitie een nieuwe cultuur-toeristische trekker te worden in Oost-Nederland.  Daarbij spiegelt zij zich aan een evenement als  Emscherkunst in Duitsland.

documenta 14

Wie deze zomer de Documenta bezoekt kan zich beter maar goed voorbereiden. Op meer dan veertig verschillende locaties is werk te zien van zo’n 150 kunstenaars. Meestal onbekend talent dat zo een internationaal podium krijgt, maar ook een aantal grote internationale namen als Jan Fabre, Mona Hatoum en Jannis Kounellis en de nodige verrassingen. Het gebodene wisselt sterk qua niveau, medium en thematiek; veel kunst heeft oorlog en de gevolgen daarvan als thema. Gelukkig doemen er tussen al die negatieve geluiden ook hoopgevende (video)installaties, beelden en performances op. Drie dagen hadden we uitgetrokken voor de documenta 14, die dit jaar voor het eerst in Athene startte en daar nog tot 16 juli te zien is. 7 juni was de persopening in Kassel, en daar waren we bij. Adam Szymczyk, artistiek leider van de documenta, gaf deze 14e documenta als thema mee: ‘Wat Kassel kan leren van Athene’.  Lees meer...

Textielbiënnale 2017

De Textielbiënnale van Rijswijk is altijd al wel spectaculair, maar dit jaar… Komt het door de dramatische thema’s? Ouderdom, onderdrukking, de complexiteit van politieke systemen versus het kwetsbare individu? Het komt voorbij en je verbaast je er over dat kunstenaars hun onderwerpen met dit materiaal zo gevoelig weten te schilderen. In de binnentuin van het museum hangt een kleurig dradenwerk dat onder leiding van Karoline Larsen door het publiek gemaakt is. Bij congressen wordt het ook wel eens gedaan. Dan moeten de deelnemers willekeurig bollen wol door de zaal gooien en ontstaat er een warboel van draden. Symbool van verbinding als het ware. Of het resultaat in Rijswijk een kunstwerk is, valt te bezien, maar het is leuk om te doen en hoe wilder het er aan toe gaat, hoe gezelliger het resultaat. Het werk Vertakkingen van de Brasiliaanse  Janaina Mello Landini is een ander verhaal. Hier wordt koord ontrafeld tot de dunst mogelijke draden en heel ingenieus ruimtelijk geïnstalleerd. De uiteinden worden met koperen spijkertjes aan het plafond en de muren bevestigd. Door de belichting wordt een web van schaduwdraden tussen de echte geweven. De zaal die de kunstenaars zo hebben gevuld is een lichtvoetig feest.

Richard Deacon

Al vanaf Henry Moore speelt de Britse beeldhouwkunst een belangrijke rol in de collectie van Middelheim. Het werk van Richard Deacon past in deze traditie. In 1993 vervaardigde Deacon, speciaal voor het kunstpark, een grote sculptuur van beukenhout. Het was een zeppelin-achtige vorm van bijna acht meter lang, die echter na verloop van jaren in de buitenlucht behoorlijk snel aangetast werd. De titel van het werk Never Mind lijkt te suggereren dat de kunstenaar dit al bij oplevering van het beeld zag aankomen. In overleg met het museum werd besloten tot een re-fabricatie. Dit is iets anders dan een restauratie waarbij een kunstwerk zoveel mogelijk in originele staat wordt teruggebracht. Deacon besloot het werk nu uit te voeren in roestvrijstaal. Voor Richard Deacon was dat geen probleem; niets is voor de eeuwigheid en na 24 jaar maak je andere keuzes. De vorm is gebleven, de uitstraling is natuurlijk heel anders geworden. Ook een aantal andere beelden in de tentoonstelling is 'ge-re-fabriceerd'. Je zou dus kunnen zeggen dat het bij Deacon nooit helemaal zeker is of een kunstwerk 'af' is. Ook de titel van de expositie Some Time verwijst naar de vergankelijkheid, de tijdelijkheid der dingen.

Skulptur Projekte 2017

Op 10 juni ging in het Duitse Münster de vijfde editie van Skulptur Projekte van start. Sinds 1977 herbergt de openbare ruimte van deze stad, met een interval van steeds tien jaar, de meest actuele ontwikkelingen in de beeldhouwkunst. Dit keer kregen maar liefst 35 internationale kunstenaars uit negentien verschillende landen - volgens de sinds de jaren zeventig beproefde formule - de gelegenheid om op basis van een verblijf in de stad een concept te ontwikkelen, dat vervolgens wordt uitgevoerd. Een spannend proces dat inmiddels zeer ruimhartig wordt gefinancierd en gesponsord, omdat de aanvankelijk controversiële expositie is uitgegroeid tot een citymarketing fenomeen zonder weerga. Wat in 1977 begon als een redelijk kleinschalige poging om het destijds zeer behoudende Duitse publiek kennis te laten maken met actuele beeldhouwkunst, heeft zich in veertig jaar tijd ontwikkeld tot een internationaal gerespecteerd sculptuurforum. Bovendien werd de vaste beeldencollectie van de stad in de loop der jaren uitgebreid met talloze, bijzondere sculpturen die aan het eind van vorige jaargangen zijn aangekocht.

Jean (Hans) Arp

Het Kröller-Müller Museum op de Veluwe komt deze zomer met een pionier uit de vorige eeuw: Jean (Hans) Arp. De tentoonstelling Arp: the Poetry of Forms is misschien wat donker en behoorlijk volgebouwd, het plaatst het werk van Arp wel heel mooi in een kunsthistorische context. In een tijd van vernieuwing, beweging, avant-gardes en het modernisme ontwikkelde Arp zich tot een veelzijdig kunstenaar. Toen al was het voor hem vanzelfsprekend dat beeldende kunst geen geïsoleerd fenomeen is, maar dat disciplines elkaar kunnen versterken en in elkaar overlopen. Samenwerking met andere kunstenaars, dichters, schrijvers, architecten en andere intellectuelen was eerder regel dan uitzondering. Jean Arp was een belangrijke en energieke spil binnen de Dada-beweging waarbij kunstenaars zich keerden tegen zelfgenoegzaamheid en elitaire ijdelheid, mede ingegeven door de afkeer van de eerste wereldoorlog. Arp werd geboren als zoon van een Franse moeder en een Duitse vader in de Elzas op de grens van Duitsland en Frankrijk. Een gebied dat om de haverklap wisselde van nationaliteit. In het neutrale Zwitserland, vluchtend voor de oorlog, ontwikkelt hij met overwegend Duitse en Franse kunstenaars een vitale beweging wat later de Dada genoemd gaat worden. Ik las in de catalogus dat Arp in verschillende Britse publicaties over het modernisme achtereenvolgens wordt beschreven als Frans beeldhouwer en schilder, Duits intellectueel en Zwitsers beeldend kunstenaar. Hij verfranste zelfs zijn voornaam.

Damien Hirst 

Gedurende mijn hele studie kunstgeschiedenis en filosofie hoorde ik dat grote verhalen er niet meer zijn. Theoretici bedoelden hiermee dat er geen grote stromingen en stijlen meer waren en dat de kunstwereld versnipperde in veel individuele verhalen. Ik zie  tijdens mijn bezoek aan Venetië een trend waarin kunstenaars grote verhalen genereren, waarin ze hun kunstwerk of werken kunnen schuiven. De behoefte aan, of heimwee naar een groter geheel lijkt er wel degelijk te zijn. Damien Hirst staat los van de Biënnale maar zijn werk Treasures from the Wreck of the Unbelievable laat Punta Della Dogana en Palazzo Grassi schitteren in een overdadige uitbarsting van creativiteit. Hirst noem ik megalomaan en verschrikkelijk commercieel. Dat klinkt als een negatieve kritiek, maar dat is het niet. Als je een megalomane kunstenaar bent, heeft dat de consequentie dat je wel commercieel moet zijn. Je moet de financiële middelen eerst genereren om je vervolgens zowel kwantitatief als kwalitatief te onderscheiden. Hirst laat geen kans onbenut om zijn zelf gecreëerde verhaal kracht bij te zetten en kunstproducten te maken waar voor nagenoeg iedere verzamelaar een mogelijkheid ligt, grote beelden, middelmatige beelden, kleine beelden, digitale bestanden en kleine objecten in duurzame materialen.

Biënnale van Venetië

Persoonlijk ken ik een limiet aan hoeveel kunst ik aankan per dag. Op de Biënnale van Venetië overschrijd ik dat limiet. Als pers krijgen we korting op het kaartje bij de Biënnale maar dan moet je wel alles in twee achtereenvolgende dagen bekijken. Ik vraag me hierbij af of ze ervan uitgaan dat de pers niet alle video’s bekijkt; alleen dat kost doorgaans dagen. Zesentachtig landen doen er mee, de illusie dat je alles aandachtig kunt bekijken lieten we jaren geleden al varen. Als ik door de lange gang met aan weerszijden gevulde kunstruimtes schuifel op de Arsenale, groeit het besef dat ik me op een van de betere edities bevindt van dit tweejaarlijks terugkerende evenement. Het Mending Project van Lee Mingwei uit Taiwan houdt mijn aandacht langer dan gemiddeld vast, dat is een goed teken. Hij repareert versleten kleding die voorbijgangers kunnen afgeven. Het gerepareerde kledingstuk komt opgevouwen op een stapel te liggen met de draden nog vast aan de klos die aan de muur bevestig is. Zo ontstaat een fijnmazige installatie die een connectie legt tussen bezoeker, kledingstuk en de reparateur. De kwaliteit van de tentoonstelling zorgt voor een dilemma; er is teveel goeds dat je niet onbeschreven kan laten, maar te weinig paginaruimte om alles in dit artikel te benoemen zonder te vervallen in een saaie opsomming van hoogtepunten. In gedachte geef ik de kunstwerken cijfers; er zijn vijfjes en die vallen af, zelfs de achten moeten er na een tijdje aan geloven om niet in dit artikel te komen, alleen de negens en tienen krijgen nog een plek en zelfs dan moet ik een selectie maken. 

Folkert de Jong

De installatie Weird Science van Folkert de Jong in het GEM in Den Haag bestaat uit een beeldengroep van mensfiguren die aan De Stijl gelieerde schilders, architecten en vormgevers voorstellen. Hun gezichten of ledematen zijn bezoedeld, de gelaatsuitdrukking een grimas. Expressief werpen de beelden vragen op over de verhouding tussen kunstwerk, kunstenaar en publiek. Kan kunst een vormende rol spelen in de samenleving? Centraal in de ruimte staat een in polyurethaan uitgevoerde, in twee helften gezaagde carrosserie van een BMW 7 waarin Piet Mondriaan en Theo van Doesburg, de hoofdrolspelers van De Stijl, in polystyreen zijn gemodelleerd, liggend op stoelen uit een tandartspraktijk. Je kunt ze nauwelijks zien door de plastic ruiten, het lijken half vergane iconen. Dit type auto met bepantsering en kogelvrij glas, werd gebruikt voor het vervoeren van criminelen als Willem Holleeder. Volgens De Jong probeerden deze criminelen op hun eigen wijze een utopie tot stand te brengen, een onmogelijke werkelijkheid die de maatschappij beïnvloedt maar tegelijkertijd door die maatschappij wordt veroordeeld. 

Maria

Als je afgaat op het bezoekersaantal  voor de expositie Maria – de meest afgebeelde vrouw ter wereld - in het Museum Catharijneconvent te Utrecht, dan is de conclusie: Maria leeft! Vanzelfsprekend ligt in deze expositie de nadruk op de historische figuur, de heilige maagd, de iconische vrouw, de allesomvattende moeder. Zij passeert in het museum in alle gedaanten en in haar volle betekenis. De gastconservatoren Désirée Krikhaar en Irene Constandse hebben bij het samenstellen van de tentoonstelling ook oog gehad voor enkele hedendaagse Nederlandse beeldende kunstenaars die direct of indirect, Maria als symbool in hun werk hebben verweven. Daarmee wordt een verbinding naar het heden gelegd. Tot deze hedendaagse kunstenaars behoren, naast de video van Bill Viola The Greeting uit 1995 – een sterk vertraagde weergave van de ontmoeting van twee Italiaanse vrouwen terwijl een derde toekijkt - en een schilderij van Gijs Frieling en een van Sidi el Karchi, driedimensionale werken van Hans van Houwelingen, Jan Fabre, Fransje Killaars, Maria Roosen en Elisabet Stienstra. Zo op het eerste gezicht een veilige keuze van bestaand werk uit museale of particuliere collecties of in bruikleen verkregen van de kunstenaar. Toch springen er in de setting van deze expositie, twee werken uit: de een vanwege het letterlijk nadrukkelijke aspect ervan; Virgin of Mercy van Elisabet Stienstra, en de ander door de poëtische en overweldigende indruk  die het geeft; Roosenkrans van Maria Roosen.

ArtZuid 2017

De bezoeker aan ArtZuid kan zich niet onttrekken aan de conclusie dat er veel te zien is en dat het toch de indruk wekt dat het fragmentarisch is, maar de ‘groene’ draad verbindt het geheel. In de veelheid trekken sommige meer aan dan anderen. Een lint van ca. 5 kilometer van kleine, grote, smalle, hoge kunstwerken in diverse materialen en kleuren staan in Amsterdam Zuid verspreid over groene middenbermen van de Apollolaan, de Minervalaan via station Zuid tot in Buitenveldert en Strand Zuid. Het geheel bestaat uit werk van Joost Baljeu (het oudst aanwezig) tot en met speciaal voor deze buitenexpositie gemaakt werken van o.a. Ruud Kuijer en Leo Vroegindeweij. Vele oude bekenden staan er bijeengebracht onder het curatorschap van Rudi Fuchs. “Mondriaan heeft de vormtaal schoongemaakt” zei Fuchs tijdens de persconferentie, “daarmee heeft deze expositie meer te maken met Mondriaan dan met De Stijl”. Mondriaans eerste abstracte schilderij was de start van een nieuwe artistieke beweging niet alleen in de schilderkunst maar vooral in de beeldhouwkunst; een kunstbeweging die al meer dan 100 jaar voortduurt. 

Gebakken Beelden op Sypesteyn

In de zomer lekker buiten exposeren. Dat moet de leden van De Nederlandse Kring van Beeldhouwers aangesproken hebben toen ze de tuin van Kasteel Sypesteyn als locatie aanvaardden. En daar in Loosdrecht, in de lommerrijke lanen rond het oude kasteel waar het weelderig groen de paden en sloten omzoomt, tonen 15 kunstenaars hun werk. Op de affiche kondigen de beeldhouwers hun ledententoonstelling aan onder de noemer Gebakken Beelden. Wat kunnen we van gebakken kunst verwachten? Is dat alles wat tot stand komt, gevormd wordt, uit materiaal dat op enig moment een hitte proces in een oven doormaakt? Hier lijkt dat van toepassing op werken van onder meer gebakken klei en gesmolten glas. Bij nadere beschouwing van de opgestelde werken in de tuin is er ook geen ander onderling verband te ontdekken dan het eerder genoemde. Onder zo’n materiële noemer loop je wel een risico. Met een weinig consistent inhoudelijke samenhang wordt de beeldende cohesie van een groep flinterdun. Het is dan ook een nogal diverse tentoonstelling geworden. De beeldende expressie van de deelnemers demonstreert een particuliere vormentaal. Bij de tuinbeelden zijn wat oude bekenden in hun nieuwe omgeving te zien. En er zijn installaties of beelden opgesteld die behalve het feit dat ze buiten staan weinig of niets met de context van deze plek doen, het dialoog met het aanwezige groen of de geest van de plek nauwelijks aangaan. 

Eric Claus

Ter gelegenheid van zijn tachtigste verjaardag is in Beeldenpark de Havixhorst de tentoonstelling Komedie en Illusie ingericht met ruim honderd werken van Eric Claus. De Havixhorst is een klassieke 18de-eeuwse buitenplaats gelegen in een fraai landschap bij het Drentse De Wijk. Het heeft een symmetrische opzet met een centraal hoofdblok geflankeerd door twee bouwhuizen. Naast het huis, dat een stijlvolle horecabestemming heeft gekregen, ligt een geometrisch tuin die met zichtbare zorg en liefde wordt onderhouden. Het geheel wordt omringd door een gracht. Hier is sinds juni 2008 Stichting Beeldenpark De Havixhorst actief, die probeert een overzicht te geven van de ontwikkeling van de Nederlandse figuratieve beeldhouwkunst van (grofweg) de laatste eeuw, met werk dat voor een belangrijk deel is geleend van Museum Beelden aan Zee. Vanaf het begin bevinden zich werken van Claus in de collectie. Nu zijn ze aangevuld met honderd andere voorbeelden van zijn kunnen. Een fors aantal, waarvoor een deel van de vaste opstelling tijdelijk moest wijken. Desondanks zijn her en der nog beelden van collega’s blijven staan, zoals van zijn oud-docent Piet Esser, die een goed referentiekader bieden. Claus’ beelden staan voornamelijk binnen het omgrachte gedeelte, al is er ook een aantal op het voorplein geplaatst, als voorproefje van wat je kunt verwachten.

Auke de Vries

Op 2 juli werd in het Sprengenpark in Apeldoorn het beeld Sail (Vogelboot) van Auke de Vries onthuld. Mark Boog heeft speciaal voor deze gelegenheid een gedicht geschreven: Lucht is Ruimte is Ritme. In dat gedicht staat driemaal het woord ‘ruimte’. Een woord dat door de gelauwerde beeldhouwer zelf en door allen die zijn werk beschrijven, vele malen als ordenend principe wordt gebruikt. Ruimte als begrip voor het aanduiden van de oneindigheid en dat tegelijkertijd kaderscheppend is, of zoals Mark Boog schrijft: ”Omlijnde ruimte is groter.” De Vries’ abstracte maar niet onfiguratieve metalen beelden omlijnen en omarmen de ruimte, geven er richting en betekenis aan, herdefiniëren en vitaliseren de ruimte waarin ze geplaatst zijn. De Vries maakt composities in de ruimte die tot ruimtelijke composities worden. In 2015 ontving Auke de Vries de prestigieuze oeuvreprijs voor Nederlandse beeldhouwers, de Wilhelminaring, die sinds 1998 om de twee jaar wordt uitgereikt. Onderdeel van deze prijs is dat de laureaat een speciaal gemaakte ring ontvangt, in dit geval ontworpen door Lucy Sarneel. Naast dat de laureaat in de gelegenheid wordt gesteld een beeld te maken dat in het Sprengenpark wordt geplaatst, verkrijgt deze ook de mogelijkheid een expositie te maken in het CODA Museum te Apeldoorn, in dit geval  onder de titel Ruimtelijke Fantasie. In die expositie zijn schetsen, foto’s en modellen te zien van vijf al of niet door De Vries gerealiseerde projecten in binnen- en buitenland.

Beeldentuin Ravesteyn 2017

Heenvliet is geen wereldstad, maar Beeldentuin Ravesteyn is desondanks een oase. Niet alleen van rust, maar ook van mooie natuur, indrukwekkende bomen en een prachtige ruïne. Tegen al dat moois moest de kunst concurreren en dat lukte soms, maar lang niet in alle gevallen. Voor het 24e achtereenvolgende jaar was de tuin rond de ruïne van Ravesteyn met zorg ingericht en waren er beelden in uiteenlopende materialen, stijlen en technieken te zien. Een categorie braaf, met veelal bronzen mens- en dierfiguren, een categorie spannend, een cluster onverwacht en een kleine reeks enkelingen die echter wel de toon zetten. “Het poëtisch geladen en esthetisch eigenzinnig vormgegeven universum van kleinplastieken wordt bevolkt door mens- en dierfiguren en schijnbaar naturalistische composities van veelal hybride wezens. Mensen krijgen vleugels en vlinderen in het rond, hebben zich als een - soms hoerige - haas verkleed en worden door hun eigen schaduw ingehaald of vormen de stam van een wijdvertakte boom. Op zichzelf staande composities van benen gaan in armen over of worden bekroond door een klok of een huis”, schreef Jan Teeuwisse over het werk van Iris Le Rütte. Een aantal van deze poëtische en sprookjesachtige bronzen beelden staat op goed gekozen plekken, veelal in en bij de ruïne of in het groen ervoor. Hazen op en aan een tafel, een vergulde haas op de muur van de ruïne, een vrouwenlichaam dat overgaat in de takken van een boom, (Vergeten herinnering en Daphne in de wind), een ‘lichaam’ dat alleen bestaat uit armen en benen die in elkaar overlopen (Ik herhaal jou). Mens en dier zijn de thema’s van dit sprookjesrijk van Le Rütte, een hoogtepunt in de tentoonstelling.

Couzijn van Leeuwen

Onder de hoede van het Stedelijk Museum Kampen vallen twee locaties die ruimte (kunnen) bieden aan hedendaagse beeldende kunst: de Gemeentelijke Expositieruimte en de Koornmarktspoort, waar de tentoonstelling van Couzijn van Leeuwen zich afspeelt. De poort staat op een grandioze locatie, met aan de ene kant uitzicht over de IJssel en aan de andere kant op een plein en het koor van de Bovenkerk, dat tot de hoogtepunten van de Nederlandse gotiek behoort. Hier waan je je nog in de Middeleeuwen, het tijdperk van het Hanzeverbond dat Kampen zijn welvaart bracht. Die Hanze staat centraal tijdens de International Hanzedagen die dit jaar van 18 tot 25 juni in de stad plaatsvonden. Couzijn werd gevraagd om daar bij de samenstelling van zijn expositie enigszins rekening mee te houden. Hij presenteert er nieuw en bestaand werk. De Koornmarktspoort heeft twee verdiepingen en een indrukwekkende zolder. Voor tentoonstellingen is het eigenlijk een onmogelijk gebouw. Onhandige nissen, lastige raampartijen, eeuwenoude balkenplafonds en zware bakstenen muren waarin niet mag worden geboord. Maar die nadelen dagen ook uit en vragen om originele, onorthodoxe oplossingen. Boven de steile trap naar de eerste verdieping hangt meteen een kartonnen kogge aan het plafond, het schip dat de welvaart van de Hanzetijd symboliseert. Op de voorplecht een figuurtje met een vlag in de hand, symbool staand voor Aline Nysingh, de nieuwe directeur en ‘boegbeeld’ van het museum. Het is echter verleidelijk er ook een personificatie van de kunstenaar in te zien, die ongeduldig naar onbekende horizonten speurt. De werktitel van de tentoonstelling luidt niet voor niets Het 1-persoonskoggeschip van Couzijn van Leeuwen.

Het atelier: Marinus Boezem

De in Middelburg wonende en werkende ideeënkunstenaar Marinus Boezem heeft er al een oeuvre van meer dan zestig jaar opzitten. Zijn werk gaat niet over stijl, wél over ideeën uitdragen. Hij biedt ons als kunstenaar een deur aan waar de ander wordt geacht door te lopen en het daarachter als het ware zelf uit te zoeken. Zo eigent Boezem zich delen toe van een gebouw, een landschap of zelfs de lucht om ongrijpbare elementen in een andere vorm aan ons terug te geven. Met ‘de wereld’ als basis voor kunst, draait zijn oeuvre rond de tegenstellingen verschijnen/verdwijnen, aanwezig/afwezig, hoog/laag, ernst/humor, ja/nee, etc ... Zo stelde de kunstenaar in de jaren ’60 al ‘het zicht op het polderlandschap’ als kunstwerk voor. Of ging hij in driedelig pak met een attachékoffer langs galeries en musea om ‘ideeën’ aan de man te brengen. Of stuurde hij per post aan mensen uit de kunstwereld, het weerbericht van 26 september 1968 plus de internationale windschaal van Beaufort, om te laten zien dat je een landschap niet alleen kan schilderen, maar het klimaat ook zijn eigen tekening kent. En hij slaagde er zelfs in de lucht te handtekenen met de uitlaatgassen van een vliegtuigje. In de jaren ’80 had Boezem het idee om een groene kathedraal met populieren aan te planten met als basistekening de plattegrond van de kathedraal van Reims. Recenter, in 2010, tekende hij op het dak van zijn atelier de plattegrond van de basiliek van Franciscus van Assisi in - jawel - vogelzaad. Zoals voorzien werd het zaad door vogels opgegeten, maar niet zonder dat dit kunstwerk A Volo d’Uccello (In Vogelvlucht), 24/24 uur werd geregistreerd en over de hele wereld via de webcam kon worden gevolgd. Het transcendente van de gotiek - de energie van het voer werd hier omgezet in het vliegen van de vogels - keert steeds terug in Boezems kunstenaarsverhaal. Hij ziet de kathedraal als een metafoor voor het menselijke verlangen naar spiritualiteit. Lees meer...

Wielermonument Oploo

Mijn eerste reactie op het wielermonument voor de gebroeders Jan, Piet en Fons van Katwijk die afgelopen januari in het Noord-Brabantse dorp Oploo onthuld is: “Is dát het?” Eerst probeerde ik voorzichtig de fietspedalen te draaien, “want iedereen mag erop klimmen” volgens de brief van Henk Baltussen van de Initiatiefgroep Wielermonument Oploo. Er zijn geen kettingen. De pedalen zitten vast. Ook de ijzeren waterflessen zitten vast in de heining van zes fietsen om een podiumpje met drie ingangen: één voor elk van de profwielrenners. In de fietsenheining zijn ook geen zadels. Dus stapte ik met ingehouden adem op één van de drie tronen om de klok te gaan luiden, maar de klepel zit vast. Ik begrijp het. Vast vanwege mogelijke geluidsoverlast zo tussen de slapende dorpshuizen. Misnoegd stapte ik af. De drie trompetten bovenaan de obelisk zullen toch zeker als een geluidloze windvaan een beetje rondjes maken? Ik wachtte met gefixeerde blik. Er gebeurde niks. Waarover gaat het hier? Zeker niet over beweging, laat staan de spoed van De Gouden Helm Ronde. Ik sta me te verbazen en voel me antropoloog bij een Zuid-Nederlandse totem. Geschiedenis is belangrijk en een dorp doet niet onder voor een stad. Wie een dorp op de kaart zet, is een held. De Van Katwijkbroers maakten deel uit van de befaamde TI-Raleighploeg en behaalden tussen 1969 en 1987 in totaal bijna achthonderd podiumplaatsen in de Tour de France, de Spaanse Vuelta, de Italiaanse Giro de Olympische Spelen. Zij zijn helden. Ze verdienen een eerbetoon van hun eigen wielerdorp, al is het dertig jaar na dato. De oudste broer heet Jan en is thans 70. Broer Piet is 66 en de jongste Fons (64 jaar) is de enige die nog steeds in Oploo woont.

Wilt u de artikelen helemaal lezen, neem dan een abonnementof koop een los nummer via info@spabonneeservice.nl of bel 088-1102034.

 

 

 

Comments