Beelden 2#2018

Beeldenmagazine 2#2018, jaargang 21, nr. 82

 

Redactioneel

 

Op 27 maart jl. vond in Nest, Den Haag, een netwerkbijeenkomst over het gevorderd kunstenaarschap plaats. Aanleiding was de presentatie van het essay Oude Meesters – de actualiteit van het gevorderde kunstenaarschap. Leo Delfgaauw schreef dit essay in opdracht van het Mondriaan Fonds (zie een bespreking hiervan in de boekenrubriek van Beelden 1#2018). 

Diverse sprekers belichtten op deze netwerkbijeenkomsto.a. hoe en waarom oudere kunstenaars met de jaren minder aandacht krijgen en het nut van kennis overbrengen op jongere kunstenaars. 

Minder aandacht gaat gelijk op met het verdwijnen van het netwerk van de kunstenaar. De leeftijdsgenoten van de kunstenaars: galeriehouders, museummedewerkers en kunstadviseurs worden ook ouder en stoppen met werken of komen te overlijden. Plekken om jouw werk te laten zien en te verkopen, verdwijnen op deze manier. 

Delfgaauw betoogde dat kunstenaars niet met pensioen gaan. Niet alleen omdat ze het maken niet kunnen laten, maar ook omdat ze het geld nodig hebben. Woody van Amen (1936), eveneens aanwezig op deze bijeenkomst, beaamde dit “Als je je werk niet laat zien, besta je niet. De dingen die ik heb gemaakt, ‘dat ben ík’ zou je kunnen zeggen. En de schoorsteen moet natuurlijk ook gewoon roken.”

Rob van Koningsbruggen (1948) stuurde uit frustratie, nadat zijn werk minder in trek was, rond de eeuwwisseling, een ansichtkaart de kunstwereld rond met de tekst “In Nederland bestaan drie soorten kunstenaars: jonge, dooie en buitenlandse.” Galeries kijken graag naar wat de nieuwe lichting van de kunstacademies oplevert. Zij richten zich op de jonge, opkomende generatie kunstenaars. Hun prijzen stijgen na de eerste successen al snel boven die van oudere kunstenaars uit. Na het 35ste of 40ste jaar worden kunstenaars minder aantrekkelijk gevonden en komt de focus op weer een nieuwe generatie te liggen. 

Kunst komt voort uit de behoefte van de maker, maar je wilt wel gezien worden. Van Koningsbruggen is inmiddels over het dode punt heen en de aandacht voor zijn werk trekt weer aan. Echter dat geldt niet voor veel andere oudere kunstenaars. Het podium voor hun werk is verdwenen. In principe zou leeftijd voor kunst niet belangrijk moeten zijn. Als het werk interessant is, doet het er niet toe hoe oud de kunstenaar is. Ik vind het een goed idee als er naast de al bestaande Wilhelminaring, een oeuvreprijs voor beeldhouwers boven de 50 jaar, via publicaties en tentoonstellingen extra aandacht aan deze groep beeldend kunstenaars besteed gaat worden. Lees meer...

 

Verborgen schatten: De kunstcollectie van AkzoNobel

 

Wie het hoofdkantoor van AkzoNobel aan de Amsterdamse Zuidas bezoekt, komt direct in aanraking met kunst. Naast de ingang is sinds 2016 de publiek toegankelijke kunstruimte Art Space gevestigd. Een initiatief van de AkzoNobel Art Foundation om maatschappelijk relevante thema’s door middel van kunstwerken uit de eigen collectie in thematentoonstellingen aan het publiek te tonen. “Kunst weerspiegelt wie wij zijn – als samenleving, als individu en als onderneming. De kunstcollectie dient als bron van innovatie en creatieve reflectie en als expressie van de maatschappelijke, culturele en sociale verantwoordelijkheid van AkzoNobel.” Het statement van het bedrijf wordt bij iedere tentoonstelling onder de aandacht gebracht. Momenteel is de tentoonstellingCommon Groundte zien waarin kunstwerken zijn opgenomen waarin het begrip gemeenschappelijke grond het samenbindende thema is. Plaatsen waar mensen elkaar ontmoeten, op fysiek, intellectueel en spiritueel niveau. In de tentoonstelling verbeeld en uitgedragen door drie generaties kunstenaars. 

AkzoNobel is een Nederlandse multinational met activiteiten op het gebied van verf, coatings en chemie. Het hoofdkantoor bevindt zich aan de Christian Neefestraat in Amsterdam. Wereldwijd werken zo’n 35.000 mensen bij het bedrijf. Over 2017 bedroeg de omzet ruim 14 miljard euro en de onderneming is actief in meer dan 80 landen. De AkzoNobel Art Foundation verzamelt en toont sinds 1996 kunst van internationaal gerenommeerde kunstenaars en jong talent en heeft inmiddels een collectie die bestaat uit ongeveer 1800 kunstwerken waarvan het leeuwendeel verdeeld is over de locaties Amsterdam (hoofdkantoor) en Arnhem (Shared Services and Business Support Center). Met de werken uit deze collectie – schilderijen, foto’s, wandkleden, glas, videokunst, sculpturen, keramiek – wil de Art Foundation een stimulerende werkomgeving creëren waarbinnen kunst en bedrijf met elkaar in dialoog staan als communicerende vaten.

 

Cross-overs in de kunst: Robert Lambermont

Kunstenaars die de gebaande paden verlaten en het avontuur aangaan, ontwikkelen vaak spannende cross-overs. Door zich op een totaal ander medium te richten dan waartoe ze zijn opgeleid of een bijzondere mix aan media toe te passen, krijgt hun werk een nieuwe dimensie. Robert Lambermont doorliep de Rietveld Academie en werd kunstenaar. Gelijktijdig ontwikkelde hij zich tot uitvoerend musicus. Nu al bijna twintig jaar voert hij met het Rondane Kwartet de composities van Simeon ten Holt uit in binnen- en buitenland. Gelijktijdig werd zijn beeldende werk door menig Nederlands museum en collectioneur aangekocht; muziek en beeldende kunst beïnvloeden elkaar in het werk van Robert Lambermont.

Een bedrijfsruimte uit de vorige eeuw met bovenwoning doet dienst als atelier, woonruimte en muziekstudio. Beneden is de werkplaats. Daar maakt Robert Lambermont zijn beelden waar opvallend veel techniek bij komt kijken. In de erboven gelegen woonverdieping staat zijn vleugel waarop hij de stukken van Simeon ten Holt instudeert. Lambermont werkt meestal aan meerdere projecten tegelijk. Lees meer...

 

De Bernardine de Neeve-prijs 
 
Je loopt een zaal in en ziet een grote schijf van glas en staal op een dik blauw kussen liggen. Niet helemaal veilig in het midden daarvan, maar iets weggezakt. Als je je been tegen de schijf houdt, merk je dat hij heel zacht beweegt. Als autonoom object in het museum Jan van de Togt doet hij wat vreemd aan. Het gaat dan ook om een rekwisiet uit de multimediavoorstelling Malerwanderwegvan Jan Doms. Hij ligt hier omdat Doms dit jaar de Bernardine de Neeve-prijs won. 
Bernardine de Neeve was een vrouw met een grote verdienste in alle takken van de toegepaste kunst, maar was ook betrokken bij de Vrienden van het Moderne Glas, die als een eerbetoon aan haar, eind vorige eeuw de prijs heeft ingesteld. De Bernardine de Neeve-prijs wordt uitgereikt ‘aan een kunstenaar die een vernieuwende en verrassende kijk heeft op glas en dit op artistieke grondslag promoot, waarbij glas als beeldend materiaal een essentieel onderdeel vormt van het gehele oeuvre’, aldus de zaaltekst. Dat laatste is bij Jan Doms niet het geval. In 2010 maakten studenten architectuur onder zijn leiding een glazen verbeelding van de stad Tilburg zoals deze er in 2110 zou uitzien. Hij maakte een voorstelling in een kas in Monster, een archi-sculptuur met glas op Mallorca en in Sofia in Bulgarije een sculptuur van glazen platen in een binnenruimte. Maar een glaskunstenaar die glas op artistieke grondslag promoot, nee. Hij was onder meer directeur van de Tilburgse Kunststichting en hield zich bezig met stedenbouwkundige ontwikkelingen in en om zijn woonplaats Tilburg. Hij is dichter, schrijver en regisseur en werkt op het snijvlak van vrijwel alle disciplines. Heeft de jury met deze uitreiking een nieuwe weg ingeslagen?


Triënnale Brugge 2018

 

In het kanaal van Brugge dobberen drie duikers in de gracht bij het Jan van Eyckplein. Op de kade geefteen manaanwijzigingen hoe ze zware ijzeren objecten,dievanaf een kraan naar beneden zakte, moeten sturen. Het is een project van het architectuur en design bedrijf StudioKCA uit New York. Een zware paal moet weer omhoog, de man op de kaderand wil het anders hebben. Over twee dagen is de opening van de Triënnale Brugge 2018 Liquid City – Vloeibare Stad. Van de gigantische walvis van drijfafval, dat dit waterscuptuur moet worden, zie ik nog niets. De officiële opening is overmorgen. “Dat kan bijna niet lukken”, denk ik bezorgd.

Ieder jaar legt de gemeente van Brugge 700.000 euro apart voor de Triënnale. Zo is er iedere drie jaar meer dan twee miljoen euro om toeristen naar Brugge te lokken met bijzondere kunstwerken. Voor de burgemeester staat stadspromotie voorop en niet de kunst. De curatoren zetten de kunst voorop. Een mooie samenwerking”,denk ik. De stadspromotor zorgt voor het budget en de curatoren hebben voldoende om dit om te zetten in echte kwaliteit; dat zouden meer gemeenten moeten doen. Uiteindelijk hebben ze een fiks bedrag, dat ze kunnen besteden aan de kunst, de twee curatoren en het in de watten leggen van de internationale pers om mensen naar Brugge te lokken. Daar is niets mis mee want de kunstenaars varen er wel bij en de lokale economie zeker ook. Ik laat me graag lokken want drie jaar geleden was ik aangenaam verrast door de hoge kwaliteit van deze route. Lees meer...

 

Odapark

 

Odapark centrum voor hedendaagse kunst in Limburg is behalve een centrum voor kunst, ook een centrum voor cultuur middenin een prachtig bos. Als oorsprong geldt een rijke Roomse geschiedenis. Hierin staat Sint Oda, beschermheilige voor blinden en zwakzienden, centraal. Kunst, natuur en religie nemen spontaan elkaars hand in dit stiltegebied. Daarbij heeft Provinciehuis Limburg Odapark met 25.000 bezoekers per jaar in haar armen gesloten. De stichting viert op 17 juni haar vijfentwintigste bestaansjaar. Redenen voor een terugblik, een momentopname en een vooruitblik zijn er genoeg. 

Pascalle Mansvelders is de huidige curator en maakte samen met Marijke Cieraad deel uit van het derde curatoren duo van dit park. Cieraad was het verbindende element. Haar maatschappelijke engagement heeft het karakter van het huidige Odapark bepaald. Elke curator heef een eigen voorkeur. Zo is Pop art en humor goed vertegenwoordigd in het park vanwege de interesse van Mansvelders en Lenders, een eerdere curator. Op de ingangspilaren van het park prijken bijvoorbeeld twee bloedrode pinguïns met zuurstofflessen op de rug. Cloned Pinguïns With Pet Bottle is van de Belgische kunstenaar William Sweetlove. 

Mansvelders vertelt hoe harten voor de kunst gewonnen worden hier in Odapark. “Vaak komt men voor een kopje koffie. Een opmerking als: ‘Ik heb helemaal niet zoveel last van die kunst’ is nogal humoristisch gezien de gegeven locatie. Vervolgens gebeurt een van de twee dingen. Iemand komt in zijn eentje de beelden in het bos bekijken. Of er wordt een picknickmand gereserveerd samen met vrienden. De strijd is gewonnen wanneer dezelfde persoon voor de opening van een nieuwe tentoonstelling komt en later een vriend meeneemt.”   

 

Concepts of Time 

 

Voor de zevende keer organiseert de Stichting Beelden in Leiden (BiL) een buitenexpositie. Dit jaar staat het in het teken van de geschiedenismet de titel Concepts of Timemedenaar aanleiding van het 200-jarig bestaan van het Rijksmuseum van Oudheden (RMO). Gastcurator Sandrine van Noort nodigde negen jonge kunstenaars uit een nieuw beeld te maken dat reflecteert op verschillende begrippen van tijd. In hoeverre beïnvloedt de geschiedenis de kunstenaar of is het verleden zo sterk dat de kunstenaar niet anders kan dan onbewust beïnvloed zijn en op een bepaalde wijze moet reageren.

Mensen die gebiologeerd zijn door musea als het RMO vinden de invloed van de collectie terug. Voor mij is dit een uitgelezen kans, met mijn decennialange fascinatie voor het Oude Egypte, me naar Leiden en de Hooglandse Kerkgracht te begeven. Op deze locatie maakte ik tijdens de voorstelling Ra in het kader van Het Holland Festival 1985 een theatrale reis door de onderwereld van zonsondergang tot zonsopgang. Nu ben ik er om deze expositie te beschouwen.

Voor negen jonge kunstenaars is het de eerste keer dat zij een werk voor de openbare ruimte hebben gemaakt.De deelnemers, niet ouder dan 35 jaar, kregen de middenstrook van de Hooglandse Kerkgracht onder de statige acaciabomen toebedeeld. Werk in de openbare ruimte dient te voldoen aan allerlei andere criteria dan werk voor een galerie of een museum en wordt vaak onderschat. Dat maakt een opdracht van BiL juist uitdagend. Daaromis de titel Master in het leven geroepen en dit jaar is dat Folkert de Jong. Hij gaf masterclasses over het werken in en het materiaalgebruik voor buitenbeelden. De Jong heeft zelf twee bronzen uit 2014 geplaatst bij het park voor de entree van het LUMC geïnspireerd op de harnassen van Henry VIII. 

 

Beaufort 2018

 

De Triënnale Beaufort langs de Belgische kust doet haar titel eer aan. Stormachtig weer blaast zilte minidruppels in ons gezicht als we te dicht langs de kustlijn komen. De storm maakt de zee echter imposant en de kunstwerken hebben het visueel zwaar met de woeste golven als decor. De uitgenodigde kunstenaars wonen en werken stuk voor stuk ergens op de wereld aan zee. Ze zouden gewend moeten zijn aan dit decor. Dat zie je niet terug in alle werken, naast veel indrukwekkende beelden,zie ik zeker enkele missers. 

De afgelopen warme weken hebben me opportunistisch gemaakt; ik ril in mijn te dunne kleding. Ik ben blij met de gids die ons begeleid vandaag, de ervaring van andere edities herinner ik me als soms moeizame zoektochten langs een uitgestrekt gebied. Het eerste werk wat we zien in Knokke-Heist heeft de zee niet als decor maar wel als uitgangspunt. Het staat op een halve rotonde bij het Maurice Lippenplein. Jean-François Fourtou stapelde strandhuisjes tot een hoog vreemd gevormd bouwwerk en het spreekt mij direct aan. Bomen nemen het zicht gedeeltelijk weg en de politie heeft er een informatiekarretje voor gezet dat visueel stoort.Het geeft weinig blijk van loyaliteit van deze dienders met de tentoonstelling. Dit werk heeft ruimte nodig en zou het eigenlijk visueel heel goed doen op het strand. De keuze voor deze plek komt waarschijnlijk voort uit het feit dat het direct langs de kust stevig kan waaien. Lees meer...

 

Bernard Heesen

 

De waanzin van de negentiende eeuw, zo heet de solotentoonstelling van Bernard Heesen, Nederlands meest bekende glaskunstenaar. Samen met zijn team werkte hij drie maanden als een bezetene aan het nieuwe werk dat in Enschede geëxposeerd wordt. Zijn inspiratie vormde de zogenaamde ‘lelijke tijd’: de periode waarin neostijlen hoogtij vierden en zowel gebouwen als gebruiksvoorwerpen van uitbundige ornamenten werden voorzien. Superkitsch voor wie is opgegroeid met het adagium ‘less is more’ van het modernisme, maar een vrolijke verademing voor wie net als Heesen worstelt met de kille esthetiek van veel modern glas.

Heesen is één van de weinige glaskunstenaars die zelf het ambacht van het glasblazen tot in de puntjes beheerst. Dat is het resultaat van een lange leerschool die begon toen zijn vader, Willem Heesen, de fabriek in Leerdam verliet om zijn eigen oven te bouwen in Acquoy. Omdat het Heesen senior aan praktische kennis en expertise ontbrak om dit avontuur tot een goed einde te brengen, schakelde hij zijn zonen in. Bernard verliet Delft, waar hij architectuur studeerde, en leerde zichzelf - met vallen en opstaan - het vak van glasblazer. Vanaf dit prille begin is hij gefascineerd door de beweeglijkheid van het gloeiend hete glas, een geheimzinnige materie die hem vooral doet denken aan vloeibare lava. De starre esthetiek van perfect geblazen glas verveelt hem daardoor al snel. In de loop der jaren ontwikkelt hij een eigen handschrift, waarin hij probeert iets van de vloeibaarheid van het oermateriaal te vangen in het eindresultaat. Een zekere mate van imperfectie wordt zijn handelsmerk, ook in het in zijn atelier gemaakte gebruiksglas, getuige de kromme glazen, de scheve karaffen en de grillig gevormde vazen.

 

Beeldreflecties & Omzien 

 

Het is een gewaardeerde traditie dat bij de verjaardag van een eeuweling de burgemeester langskomt met bloemen en felicitaties. Wellicht wordt er bij die gelegenheid ook teruggeblikt naar de voorbije tijd. Bij het eeuwfeest van de Nederlandse Kring van Beeldhouwers (NKvB) in 2018 vervult Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Beatrix als prominent erelid de rol van burgemeester en haar cadeau van onschatbare waarde is sinds jaar en dag haar intense belangstelling voor de ontwikkelingen in de beeldhouwkunst. 

De tentoonstelling Beeldreflecties, 100 jaar later in Pulchri waar 92 leden van de NKvB zich lieten inspireren door zeven ‘signaalbeelden’ werd begin mei door de prinses geopend door een cirkel van 99 stenen te sluiten met een 100ste steen. In Dordrecht manifesteert de eveneens jubilerende sector Dordrecht zich onder de titel Omzientegelijkertijd met een aantal tentoonstellingen in de Drechtsteden.


De Nederlandse Kring van Beeldhouwers: een beroepsgroep die het presteert om een volle eeuw een podium te bieden voor de Nederlandse (en soms internationale) beeldhouwers heeft een taai gestel. Het vergt nogal wat aan (onbezoldigde) organisatiekracht, motivatie en solidariteit om als vrijwilligersorganisatie steeds weer het engagement, de inzet én - ook geen kleinigheid - de financiering te vinden voor deze vaak zeer kostbare manifestaties. 

Hulde op de eerste plaats dus aan de NKvB voor de bergen werk die in de loop der jaren zijn verzet aan tentoonstellingen, aan advieswerk aan tal van gemeentelijke overheden en instellingen waar het beeldhouwkunst in het publieke domein betreft. En wellicht dat ik namens de lezers van Beelden waardering mag uitspreken omdat de NKvB in de jaren tachtig van de afgelopen eeuw de bakermat was voor de oprichting van dit magazine waarin u nu aan het lezen bent. Het werd uit protest geboren bij het ontbreken van specifieke en regelmatige publicaties over sculptuur. Bij geboorte een magere schraalhans in zwart-wit en 32 jaar later een uit de kluiten gewassen flinke jongen die als zelfstandig fullcolour blad zonder subsidie zijn weg naar de lezer heeft weten te vinden. Aardig toeval is dat de eerste editie van Beelden in 1987 van start ging met een interview met Carel Visser en er bij deze jubileumtentoonstelling bijna 1/3 van de beeldhouwers zich door zijn Pleinbeeld hebben laten inspireren.

 

Phantom Limb

 

Escher voelde zich eenzaam en probeerde orde te scheppen in een wereld die hij als chaotisch en vervreemdend ervaarde. Vervreemding maakt zich ook van mij meester als ik me eerst door de massa Escherbezoekers heen worstel om vervolgens welgeteld negen mensen tegen te komen bij Phantom Limb.Juist de huidige Eschers vertolken eenzaamheid en vervreemding in een meer hedendaagse taal. Eigenlijk zou elke bezoeker van de tentoonstelling Escher op reis in het Fries Museum verplicht moeten worden eerst Phantom Limbte bekijken.

Fantoompijn is eigenlijk een verkeerd gekozen titel, het is niet zozeer het gevoel van aanwezige afwezigheid dat wordt aangesproken. Nee-gevoel ervaar je pas na de optische ervaring. Tien hedendaagse kunstenaars spelen met verwachtingspatronen en zetten je op het verkeerde been. Dat begint al bij binnenkomst. Direct wordt je meegezogen in een kakofonie van licht en geluid die je eerder bij een kermis verwacht. De kijkkasten vanFunda Gül Özcan blijken bij nadere beschouwing geen gewone schiettenten of grappige botsautootjes. Op de voorgrond van een ervan zie je een zandvlakte bezaaid met halfvergane geweren. Je blik rust op het tweede plan, waar je deelneemt aan een VR-Game schiettent. De doelen bestaan uit o.a. logos van de Deutsche Bank, H&M en Immanuel Kant (Özcan: een grote antisemiet, dat vergeet iedereen). Alle dingen waar de kunstenaar zelf een hekel aan heeft passeren als doelwit. 

 

Object Love

 

Een beetje verneukeratief is de titel wel. Een beetje plat ook. Er valt zoveel onder het begrip ‘object’, dat immers een lijdend maar ook een meewerkend voorwerp is, en dus kan alles en iedereen een ‘object of love zijn’. Met het begrip ‘liefde’ is het al niet veel anders gesteld. Je denkt al heel vroeg in je leven dat je precies weet wat de term inhoudt, maar hoe verderop je geraakt hoe meer je enkel leert dat je er minder van blijkt te weten dan je je ooit voor kunt stellen. De combinatie van de twee begrippen ’object’ en ‘love’ is dan ook eigenlijk niet te doen. Of eerlijker gezegd, dat moet je niet doen, alleen als je het niet tot op het bot uitpluist. En vooral als het zo’n selectie van prachtwerken betreft die zonder een label zeker zo sterk waren geweest.

Bij binnenkomst in de tentoonstelling Object Lovein De Domijnen in Sittard, trekt het tekstbord en de flyer je aandacht. We willen allemaal kunnen begrijpen, nietwaar? De eerste woorden over deze “tentoonstelling over onze intieme relatie met dingen” stelt: “Is er nog plek in de garage? Puilen jouw kasten uit? Heeft jouw computer het begeven of ben je jouw mobiel verloren? Op zo’n moment word je je bewust van de macht van de dingen…”.

 

A Chinese Journey 

 

In Het Noordbrabants Museum kan de liefhebber zwerven door hedendaagse kunst uit China. Uit de Sigg collectie, met 2400 werken de grootste collectie hedendaagse Chinese kunst ter wereld, werden vijftig kunstwerken geselecteerd. Het levert een mooie tentoonstelling op met sculpturen, schilderijen, foto’s en video-installaties waarbij drie thema’s, spiritualiteit, traditie en maatschappij (politiek), als kapstok dienen. De expositie geeft geen overzicht of weergave van de ontwikkeling van de moderne Chinese kunst. Dat is ook niet zo raar; het is immers een greep uit een greep. Uli Sigg heeft zijn collectie opgebouwd vanuit zijn persoonlijke, subjectieve perspectief waarna het museum nog eens  een relatief kleine selectie moest maken. Daarbij ligt het accent op de laatste vijftien jaar.

Uli Sigg is een bescheiden en inspirerende persoon. Als zakenman – bedrijfsleider van de Chinese afdeling van liftbedrijf Schindler- en later zelfs als ambassadeur van Zwitserland werkte hij decennia lang in China en raakte daar geïnteresseerd in hedendaagse Chinese kunst. Als verzamelaar daarvan mag hij met recht een pionier genoemd worden. Hij begon met verzamelen begin jaren negentig en benaderde zowel kunstenaars die ‘gedoogd’ werden als degenen die ondergronds werkten of al dan niet gedwongen in het buitenland vertoefden.

 

Het atelier: Maartje Korstanje

 

VierVaart, waar kunstenaar Maartje Korstanje huis- en kunsthoudt, daar moeten we zijn! Waar hedendaagse kunst, vakantie vieren en biologisch tuinieren samenkomen. Dus trekken de twee Belgjes – de kunstreporter en de fotografe - vanuit Gent traditiegetrouw richting Nederland voor 'Het atelier van'. We rijden vlot tot Brugge en vanaf dan is het vooral genieten van het groen langs de alsmaar kleiner wordende wegen tot net over de Nederlandse grens nabij Groede. Na een uurtje karren we het erf op, het woonhuis tegemoet. Tijdens de koffie steken we van wal: we palaveren in het lentezonnetje over haar levensloop, kunstroute en kunstactiviteiten, daarna in het atelier nemen we de kunstenares, de sculpturen en de algehele ateliercocon in overschouwing. Wat verder zit haar partner Iris Cornelis aan de keukentafel te werken. Ze bestiert  de camping en werkt als tentoonstellingsmaker op VierVaart. We krijgen nog een rondleiding op het domein. Het is een work in progress, maar vooral een prachtige place to be. Maartje groeide op te midden van de appels en de bijen, daarna tussen het groter gedierte op een Biologisch Dynamische boerderij op Walcheren. Zonder al te veel ouder-kunstkind discussie kon ze al snel naar de kunstacademie. In haar hoofd was ze een schilder, mede doordat ze vooral met schilderkunst in aanraking was gekomen. Maar op de Academie voor Kunst en Vormgeving St-Joost in Breda, kwam Korstanje tot het besef dat beeldhouwen haar meer paste: je bent direct met je handen verbonden, met de materie en er zit vaak geen tool - zoals een penseel – tussen. Ook het feit dat je bij een sculptuur er langs alle kanten omheen kan lopen en je lichaam zich tot een volume in dezelfde ruimte verhoudt, maakt het spannend.

 

Eja Siepman van den Berg

 

De Wilhelminaring is een oeuvreprijs voor beeldhouwers ouder dan vijftig jaar, met toonaangevende verdiensten wat betreft de ontwikkeling van de Nederlandse beeldhouwkunst. De prijs bestaat uit een geldbedrag van 50.000 euro waarvoor de laureaat een beeld realiseert in het Sprengenpark en daarnaast uit een unieke ring van een sieraadontwerper, uit een bij het nieuwe sculptuur passend gedicht en een tentoonstelling in het CODA Museum in Apeldoorn bij de oplevering van het te realiseren beeld.

De laureaat van de 10e  Wilhelminaring, Eja Siepman van de Berg, heeft een boegbeeld in het Sprengenpark in Apeldoorn geplaatst. De tweede vrouw die deze prestigieuze ring mocht ontvangen realiseerde als contraprestatie de torso van een pront wijf dat op een onwankelbare manier heeft postgevat tegenover de kantoren van de Centrale Belastingdienst. Dat roept de vraag op of hiermee de Rijksrentmeesters dagelijks zullen weten dat de huishoudportemonnee van Apeldoorn voorbeeldig ook aan schoonheid wordt besteed. 

Gedurende een halve eeuw inmiddels realiseert Eja Siepman van den Berg op een uiterst gedecideerde en geconcentreerde manier de meest ingetogen beelden denkbaar. Haar sculpturen zijn pure bekoring, een en al sereniteit en verstilling en er is waarschijnlijk geen kunstenaar in Nederland met een zo consistent oeuvre, die zo tot op de millimeter haar verfijnde accenten in plastisch/ruimtelijke vormen weet aan te brengen. 

 

Tom Claassen

 

Met alle kunstwerken van Tom Claassen die in Nederland staan vul je met gemak een middelgrote dierentuin. Vrijwel iedereen, ook niet-ingewijden, kennen wel één of meer beelden van deze kunstenaar. Olifanten naast de A6, een paard in Utrecht, konijnen in Rotterdam, ezels in Apeldoorn, waterbuffels in Berghem, leeuwen in Schiedam en ik zou nog wel even door kunnen gaan. Sinds enkele maanden heeft de gemeente Best haar derde kunstwerk van Claassen Groot Nieuw Wit Beest, een variant op Groot Nieuw Beestwat hij eerder in Lisse realiseerde. Als er ooit een Tom Claassen Museum moet komen, lijkt mij Best dus daarvoor de aangewezen plaats. Temeer omdat er een hele geschiedenis aan dit nieuwe werk voorafging.

Het begon met het ondergrondse tracé van het spoor tussen Den Bosch en Eindhoven dat voor die tijd de gemeente Best in tweeën deelde. Aanleiding voor de gemeente om, als kers op de taart, Tom Claassen te vragen een kunstwerk te ontwerpen boven op de plaats waar de trein onder de grond raast. Het werd een zeven meter hoge mol. Ik ben bang dat de keuze voor de mol is ingegeven omdat dit dier dus ook tunnels graaft. Voor wie deze associatie nog te moeilijk is, besloot Claassen de mol een staart te geven in de vorm van een boorkop. Geen misverstand meer mogelijk. Daarmee snoert hij in ieder geval de mond van die mensen die zeggen dat moderne kunst altijd zo onbegrijpelijk is. Dat dan weer wel. 

 

John Körmeling

 

In 1992 werd het beeld Nieuw van John Körmeling geplaatst als een eigenzinnig baken, dat het hoofdgebouw van kunstvereniging Diepenheim markeerde. Maar toen het expositiegebouw voor hedendaagse kunst op de schop ging om vernieuwd en aangepast te worden, werd Nieuwtijdelijk opgeslagen. Het hele idee van de herplaatsing van een beeld wordt pas een spannend verhaal, wanneer je je realiseert, wat er mis had kunnen gaan. 

Vaak betekent een herplaatsing van een beeld een herbeoordeling van waarde en functie ervan. Bij plaatsing verwerft het beeld een soort gewoonterecht om te kunnen staan waar het staat. Mensen raken eraan gewend en aanvankelijke bezwaren verzachten of verdwijnen. Maar is het beeld tijdelijk verdwenen uit het straatbeeld, dan wordt de verleiding groot om eerdere oordelen te herzien. En om eerlijk te zijn; het beeld van Körmeling is op het eerste gezicht en bij nadere beschouwing ook op het tweede gezicht niet te beschouwen als een verfraaiing van de Grotestraat van dit door lommer omgorde dorp. Eerder een detonerend vreemd element te midden van de lage bebouwing. Een schreeuwerig stukje ‘Las Vegas’, dat zijn cliché-boodschap in kleurige neonletters weet uit te dragen. Maar Körmeling is dan ook niet de man van harmonie en esthetiek, maar eerder die van concepten, die tot in het absurde worden doorgevoerd. Hij heeft de neiging om wat krom is recht te maken door het nog verder te krommen. Een correctie op de werkelijkheid, die op de lachspieren werkt zoals een draaiend huis op een rotonde. Of door de kromming van de aarde te corrigeren door een volkomen rechte weg te ontwerpen, die noodzakelijkerwijs tegengesteld gekromd moet zijn. 



Losse nummers € 9,25, of neem/geef een (cadeau)abonnement: 
4 nummers voor € 35,- (het eerste jaar slechts € 25,-)
S.P. Abonneeservice, Antwoordnummer 10016, 2400 VB Alphen a/d Rijn (een postzegel is niet nodig), 
bel 088-1102034, of mail info@spabonneeservice.nl

 

Comments