Beelden 2#2019

Beeldenmagazine 2#2019, jaargang 22, nr. 86


Redactioneel

 

Het is al weer enige tijd geleden, maar ik denk dat het goed is om nog even op het onderstaande terug te komen. Op 22 maart jl. onderbrak cabaretier Freek de Jonge op het Boekenbal de speech van directeur Eveline Aendekerk van de stichting CPNB. Aendekerk had net gesproken over de stille tocht die diezelfde avond werd gehouden ter nagedachtenis van de slachtoffers van de aanslag in de tram in Utrecht. De Jonge wilde dat het aanwezige publiek, bestaande uit o.a. schrijvers, kunstenaars en journalisten, een statement zou maken naar aanleiding van de speech die Thierry Baudet van Forum voor Democratie een paar dagen eerder had gegeven na de verkiezingswinst van zijn partij bij de stembusgang voor de Provinciale Staten. Baudet had in deze speech vastgesteld dat “we ondermijnd worden door onze universiteiten, onze journalisten, door de mensen die onze kunstsubsidies ontvangen en die onze gebouwen ontwerpen.”

De Jonge vond het niet normaal dat de leider van de grootste partij in de Eerste Kamer kunstenaars, journalisten, architecten en wetenschappers aanviel. Hij wilde tegen de aanwezigen zeggen: wees niet naïef, daar sprak iemand die zich ook tegen jullie zal keren als hij macht heeft. Lees meer...


Verborgen schatten: Kunstcollectie Isala

 

Isala is een ziekenhuisgroep in het IJsselland en bestaat uit twee ziekenhuizen waarvan het grootste in Zwolle staat en een kleinere in Meppel. Isala Zwolle ontstond begin deze eeuw uit een fusie van twee bestaande ziekenhuizen: het katholieke ziekenhuis De Weezenlanden en het Sophia-ziekenhuis. De Weezenlanden is afgebroken, terwijl op de plek van het Sophia-ziekenhuis het nieuwe Isala werd gebouwd dat in augustus 2013 in gebruik werd genomen. Het is één van de grootste niet-academische ziekenhuizen in Nederland waar vrijwel alle medische specialismen vertegenwoordigd zijn. Isala Zwolle is een hedendaags innovatief, duurzaam en daardoor toekomstgericht ziekenhuis, gebouwd in een organische, antroposofische stijl. Een kunstwerk dat de kunstcollectie omsluit. Door het gebruik van zachte kleuren, natuurlijke materialen en veel groen heeft het gebouw een positieve invloed op het welbevinden van patiënten, bezoekers en medewerkers. De beeldende kunst voegt daar een dimensie aan toe. De kunstwerken dringen zich nergens op, lijken zelfs op een natuurlijke wijze op te gaan in hun omgeving, maar vragen desondanks om gerichte aandacht.

De kunstcollectie van Isala heeft een bescheiden omvang, zo’n 550 werken, het merendeel plat werk (schilderijen, tekeningen, foto’s), de rest ruimtelijk (ongeveer 10% van het totaal) en een aantal videowerken. De collectie wordt beheerd door een kunstcommissie die bestaat uit een vertegenwoordiging van het personeel (acht personen) die het werk op vrijwillige basis uitvoert. Alleen beheerder Hans Damink heeft een aantal uren toebedeeld gekregen om te zorgen voor alle logistiek rondom aankoop en plaatsing van de werken. “Bij de samenvoeging van de twee ziekenhuizen, vijftien jaar geleden, waren er een kleine 1000 kunstwerken, waaronder veel BKR-werk van de gemeente Zwolle. Ongeveer de helft daarvan is afgestoten, omdat we niet alles konden plaatsen in het nieuwe gebouw. Door gerichte aankopen met een bescheiden budget breidt de collectie zich langzaam uit.” 

 

Cross-overs in de kunst: Sven Fritz 
 

Kunstenaars die de gebaande paden verlaten en het avontuur aangaan, ontwikkelen vaak spannende cross-overs. Door zich op een totaal ander medium te richten dan waartoe ze zijn opgeleid of een bijzondere mix aan media toe te passen, krijgt hun werk een nieuwe dimensie. Sven Fritz werd oorspronkelijk opgeleid tot tuinontwerper. Maar eigenlijk wilde hij het liefst naar de kunstacademie, waar hij later ook werd aangenomen. In zijn huidige werk fungeert de natuur als kunstenaar; Sven doet enkel een stapje terug en laat ons met zijn opmerkelijke waarnemingen de sculpturale kracht van de natuur zien. 

Na de middelbare school startte je een opleiding tot tuin- en landschapsontwerper aan het Groene Delta College. Wat trok je daarin aan? 
“De natuur heeft me altijd gefascineerd; de plantenkennis die ik er opdeed en het ontwerpen van een buitenruimte vond ik indertijd heel interessant. Maar eigenlijk wilde ik nog liever kunstenaar worden, alleen vond ik me toen nog te jong om me aan te melden bij een academie. Nadat ik die tuinopleiding op MBO niveau eenmaal had afgemaakt, ben ik met dat diploma naar de AKV│ ST. Joost gestapt en die namen me aan.”

Had je wat aan die kunstenaarsopleiding? 
“Was voor mij echt geweldig al die vrijheid. Het eerste jaar krijg je alle vakken, maar daarna ben ik de autonome richting ingegaan. Ik ben afgestudeerd met een grote installatie waarin ik liet zien wat ik al die jaren op de academie had gedaan.”

Peter Struycken

 

In Buitenplaats Kasteel Wijlre is deze zomer een bijzonder project te zien van Peter Struycken; een driedimensionale geometrisch abstracte schildering in het paviljoen die deze ruimte totaal in beslag neemt, en een overzichtstentoonstelling van vooral digitaal werk in het koetshuis. Ook buiten is werk van Struycken te zien. Al 35 jaar bevindt zich in de kasteeltuin een monumentale sculptuur van hem en ook voor de kleurstelling van het tuinhuisje is de kunstenaar verantwoordelijk. Als derde permanente kunstelement van de hand van Struycken, beschikt het kasteel over een driedimensionale kleurruimte bestaande uit de jacquard geweven gordijnenpartij in de eetkamer van het kasteel zelf. Alles bij elkaar biedt Wijlre deze zomer een uniek kleurenfeest van Peter Struycken, die dit jaar 80 is geworden. Een verjaarspartij die u deze zomer beslist niet wilt missen. 

De wijze waarop natuur, geschiedenis, kunst en architectuur samenvallen in Buitenplaats Wijlre is onvergetelijk. En toch overvalt het je elke keer weer als je de wereld betreedt die is gesticht door verzamelaarsechtpaar Jo en Marlies Eyck. Het tuinpaviljoen Hedge House, de deels ondergrondse expositieruimte aan het begin ervan, is een beleving op zich. Het licht komt in gleuven naar binnen door smalle lange uitsparingen in het beton. De natuur sijpelt van alle kanten de ruimte binnen. De compositie, een overwinning van synthese en structuur die je deze zomer extra intens beleeft omdat er geen kunst aan de wanden is opgehangen of op sokkels geplaatst. Je loopt de hellingbaan af naar beneden en je dompelt je erin onder, als gaat het transcenderend onder en over, langs en door je heen. Alle muren, vloeren en plafonds zijn beschilderd in rode, witte en zwarte kleurvlakken, die in elkaar overvloeien. Een kleurcombinatie die me normaliter vooral doet denken aan schreeuwerige tenues van een voetbalelftal, levert hier vanuit elk gezichtspunt een smetteloze wereld van structuur op. Pure zuiverheid in kleurvlakken die in een natuurlijk ritme vacuüm gezogen lijken in de ruimtestructuur, gemaakt met behulp van een computer. Niks geen chaos en strijd maar rust en harmonie. Het lijkt wel een toverformule. Lees meer... 

 

Do Ho Suh 

 

Het is de eerste keer dat we zijn werk in Nederland kunnen zien. In museum Voorlinden wordt uitsluitend gebruik gemaakt van daglicht dat door een vernuftige dakconstructie naar binnen valt en mede daardoor komt de kwaliteit van het werk van Do Ho Suh er optimaal tot zijn recht. Kleuren, structuren en de doorlaatbaarheid van licht worden er conform de intentie van de kunstenaar goed waarneembaar. Suh koppelt schoonheid aan een voor ieder van ons bekend basisgevoel van verlangen om ergens thuis te horen of bij te horen. Een actueel gevoel in deze tijd van globalisering en migratie. Het persoonlijke versus het universele, wat is het eigenlijk dat individu en heb je wel een eigen plek?

Do Ho Suh onderzoekt waar dat thuisgevoel zich ophoudt in tussentijd en tussenruimte. Nadat hij zijn geboortehuis in Seoul verliet om zijn kunststudie in New York voort te zetten, ontdekte hij wat het betekent zo ver verwijderd te zijn van je oorspronkelijke thuis en taal. Thuis in Korea en daarna in New York en London. Het immateriële van de herinnering aan de verschillende plekken die hij zijn thuis noemt, omzetten naar een fysieke nieuwe tastbare werkelijkheid vormt de grondslag voor het werk dat we hier in Voorlinden zien. De verbeelding van het traditionele Koreaanse huis dat zijn vader bouwde heeft daarin een prominente rol. Suh laat treffend zien hoe diep de impact van je geboortehuis kan zijn, een eerste herinnering die je meedraagt in je DNA en die levenslang bepalend is voor jouw kijk op de dingen. We zien een replica van het huis terug in video’s, installaties en maquettes. Suh zet het Koreaanse huis bijvoorbeeld in een ander perspectief op het dak van Amerikaanse hoogbouw en het huis compleet met de ommuurde geheime tuin op een truck waarmee hij dwars door de USA rijdt van de oostkust tot in Madison square Gardens New York. Afstand en tijd, maatverhouding en een plek voor jezelf zijn ingrediënten die steeds terugkomen in Do Ho’s kunstwerken. 

 

Yayoi Kusama

 

Onlangs vierde Kusama haar 90ste verjaardag en als een hommage aan de the grand old lady besteden een aantal musea aandacht aan dit fenomeen.

In Voorlinden is een overzicht van Yayoi Kusama’s werken uit de eigen collectie te zien waaronder een van haar vele infinity rooms: Gleaming lights of the souls.

Binnen is oneindigheid. Door vijf spiegels, een laagje water op de vloer en een vlondertje waarop je slechts drie stappen mag zetten, zijn in de overigens donkere ruimte overal lichtjes die iedere paar seconden worden ververst, en steeds van kleur verschieten. Door de uitgekiende opstelling van spiegels zie jezelf oplossen in dit universum van lichtjes. 

 

Charlotte van Pallandt 

 

In Museum De Fundatie in Zwolle is deze zomer een schitterend overzicht te zien van het oeuvre van de ‘grande dame’ van de Nederlandse beeldhouwkunst. Geworteld in de figuratieve beeldhouwkunst ontwikkelde zij een volstrekt eigen plastische en psychologische beeldtaal met een grote zeggingskracht. Na een jarenlang verblijf in Parijs, vestigde zij zich in 1939 definitief in Nederland, waar ze pas na de oorlog bekendheid en erkenning kreeg.

De gastcurator van de overzichtstentoonstelling, Maarten Jager, is ook de schrijver van de catalogus met de veelzeggende ondertitel Kunst als levensdoel. In zijn voorwoord benadrukt Jager de afkeer die Van Pallandt had van publiciteit: “Wat telt is mijn werk. Dat is de rede van mijn bestaan”. Jager wil enerzijds “haar leef-en denkwereld dichterbij brengen”, maar anderzijds haar eigen “respect voor afstand en discretie” eerbiedigen. Dat leidt tot een prachtig overzicht van haar werk, haar levensbeschouwing (het Soefisme) en haar vriendschappen, maar over haar gevoelsleven lezen we vrijwel niets. Een weloverwogen keuze die in deze tijd van mateloze ‘self exposure’ haast weldadig aandoet; een keus die echter haaks lijkt te staan op Jagers ambitie “om de kunstenares zelf voor het voetlicht te brengen”. Ondanks deze zelfgekozen beperking is het hem gelukt om – in woord en in beeld - een indringend portret van de levensloop van de beeldhouwster te creëren: een biografie in beelden.

 

Les Deux Garçons 

 

Le Jugement de Darwinis de titel van de lopende solopresentatie in het Odapaviljoen in Venray. Roel Moonen en Michel Vanderheijden van Tinteren, die sinds 2000 het kunstenaarsduo Les Deux Garçons vormen, proberen de toeschouwer te bewegen tot een meer empathische verhouding tot onze medebewoners van deze planeet; de dieren. Maar dit loffelijke streven blijft in de lucht hangen, doordat vorm en inhoud wel erg gekunsteld aan elkaar gekoppeld worden.  

Het Limburgse duo heeft er een handje van om op lange tenen te gaan staan. Ze werken met opgezette dieren en dat vindt menigeen op zich al een beetje creepy. De dood, die zichzelf maskeert met een levensechte huid en net-echte glazen oogjes. Maar ook bij ambachtsbeoefenaars op het gebied van de taxidermie bestaat een heel divers palet van meningen over de do’s en don’ts van het vak. De één voelt zich verplicht het dier in een zo natuurlijk  mogelijke pose weer te geven, de ander meent zich de vrijheid toe te mogen eigenen het dode dier een feestmutsje op te zetten. Ook wanneer kunst en taxidermie zich mengen, blijft dit onderscheid bestaan. Afhankelijk van de intentie van de kunstenaar kan het taxidermie-kunstwerk ons confronteren met ongemakkelijke waarheden, met de schoonheid van de uiterlijke verschijningsvorm van het dier of de onuitroeibare menselijke hang naar grappen en grollen. We maken ons boos naar aanleiding van de tot tasje getransformeerde kat van Tinkebell, we laten ons imponeren door de haai van Damien Hirst of we verwijzen een harpspelend ratje resoluut naar de regionen van de smakeloze kitsch. Les Deux Garçonsweten echter nog een overgebleven lange teen te vinden; een gekruisigde ijsbeer zou in religieuze kringen gemakkelijk als vorm van blasfemie kunnen worden opgevat. We moeten ons echter op de eerste plaats afvragen of de gekozen vorm effectief de inhoud ondersteunt en de intentie van de kunstenaar verheldert.

 

Hybride Sculptuur

 

De modernen deden het al, een ander medium verkennen om aan het eigen werk een impuls te geven. Picasso stortte zich op aardewerk, Matisse verknipte papier voor zijn collages en Duchamps integreerde dagelijkse objecten in zijn readymades. Het mixen van media is tegenwoordig gebruikelijk en ruimtelijke werken zien er nog maar zelden uit als beeldhouwwerken in klassieke zin. Het Stedelijk Museum Amsterdam toont uit eigen collectie hedendaagse beeldhouwkunst van de afgelopen dertig jaar, die laat zien “dat hedendaagse kunstenaars de beeldhouwkunst met een enorme vrijheid tegemoet treden en voortdurend de grenzen van het medium aftasten en oprekken. Zij hebben het domein van de beeldhouwkunst ingrijpend veranderd.”

Al een hele tijd zit ik op een bankje tegenover een installatie van Jessica Stockholder. In mijn oren klinkt de aangename stem van Leontine Coelewij, conservator beeldende kunst en samensteller van de tentoonstelling. Ik ben blij met deze audiotour. Coelewij geeft bij elk kunstwerk to-the-point achtergrondinformatie en doet suggesties hoe je naar een werk zou kunnen kijken. In Stockholders’ installatie Couplingis van alles te zien: concrete objecten als een jas, een kruiwagen op zijn kant en een ventilatortje dat af en toe aanslaat. De objecten bevinden zich in een stellage van stalen frames die deels lichtgeel geschilderd zijn. Coelewij geeft als kijkaanwijzing dat deze installatie wel eens over schilderkunst zou kunnen gaan. En opeens zie ik het. Hoe de gele lijnen op een abstracte manier een coulissenlandschap vormen, met linksvoor zelfs een repoussoir om het geheel nog meer diepte te geven.

 

Uit de klei 

In het befaamde Walhalla van de klei dat dit jaar zijn gouden jubileum viert, het Europees Keramisch Werkcentrum dat zich sinds 2011 met de naam Sundaymorning@ekwc tooit, kom je als kunstenaar niet zomaar binnen. Een strenge selectie van het internationale aanstormende talent aan de poort, staat borg voor de juiste attitude en een gedreven experimenteerlust en levert een selectie die garant moet staan voor de hoogst denkbare en vernieuwende kwaliteit. 

Jaarlijks zijn er 65 gelukkigen die voor drie maanden in een inspirerend gezelschap een ‘lifetime experience’ mogen beleven. Het overgrote deel van de deelnemers aan een experimenteel onderzoek is niet afkomstig uit de keramiekwereld maar heeft een andere artistieke afkomst. De zeer ter zake deskundige begeleiders zien het als een uitdaging het onmogelijke te helpen realiseren waardoor de afwezigheid van specifieke kennis van het materiaal geen enkele belemmering vormt, maar eerder een voordeel lijkt te vormen voor een vrijelijke verbeelding en ongebreidelde experimenteerlust. Rond de belangrijke rol van de begeleiders was in Beeldenmagazine 1#2019een artikel te lezen n.a.v. de tentoonstelling TheGhosts of Sundaymorning in het Design Museum in Den Bosch. Met de tweede tentoonstelling Uit de Kleiin het Gemeentemuseum in Den Haag is een verassende presentatie gerealiseerd waarbij Dick Verdult, Helen Frik, Gijs Assmann, Jennifer Tee, Maartje Korstanje, Koen Taselaar en Thijs Jaeger ieder vanuit hun eigen autonome praktijk het avontuur aangingen met keramiek.  

 

herman de vries

 

herman de vries werd in Alkmaar geboren. Daar deed hij zijn eerste ervaringen in de natuur op; hij leerde het park De Hout kennen, het Bergermeer, de duinen bij Petten, de rijkdom aan planten op oude muren, de eindeloze zee: “De grondslag van mijn tegenwoordige werk met de natuur en haar processen zijn in mijn jeugd al voorgeprogrammeerd”, schrijft hij.[1]Als herinnering en eerbetoon aan zijn jeugd maakte hij een cirkel van schelpen in het Stedelijk Museum in Alkmaar, waar een subtiele tentoonstelling aan hem is gewijd. 

Het besef dat de natuur alles al bevat wat we zouden moeten weten, drong later tot hem door, net als de wetenschap dat hij als kunstenaar niets anders hoefde te doen dan daarop te attenderen. In de expositie wordt een film vertoond waarin hij bedachtzaam een blad opraapt van een dik bostapijt. Een uniek blad. Het volgende dat hij opraapt is ook uniek. En dat daarna, en al die duizenden daarna. In de natuur is niets gelijk. Elk element in diens unieke zijnstoestand, is het voorwerp van zijn geconcentreerde aandacht. In zijn kunst ordent De Vries zijn momenten van kijken en ervaren. Planten worden gevonden, gedroogd, gerangschikt, ingelijst en opgehangen. Hij maakt beelddagboeken van zijn belevenissen. Schrijft woorden op, die lopend in de natuur zijn brein binnendringen, zoals Unityen Infinity. Neemt daarvoor telkens andere kleuren potlood en plaatst de woorden in dikke rijen over elkaar, steeds weer dezelfde, altijd weer anders. Hij laat de namen van rivieren in tinten blauw over een enorm vel wit papier stromen. Vlak daarbij staan twee brokken steen op houten palen. Gegroefde stenen, als miniatuurbergmassieven. 

 

Beeldhouwkunst in Kröller-Müller 

 

Deze zomer zijn er twee bijzondere tentoonstellingen in het Kröller-Müller Museum te Otterlo.De tentoonstelling Het begin van een nieuwe wereldlaat de ontwikkeling van de moderne sculptuur ziendoor de ogen van Bram Hammacher, directeur van het museum van 1948 tot 1963. De expositie behelst een lange periode in de beeldhouwkunst en toont veel van zijn aankopen, aangevuld met meer recentere. De tweede tentoonstelling Jan van Munster. In motion 1970 - 2020betrefteen klein overzicht van het werk van Van Munster vanwege zijn vijftigjarig kunstenaarschap. Bij Van Munster draait alles om energie. 

 

Het begin van een nieuwe wereld 

 

Vrijwel meteen bij zijn aantreden kiest Hammacher voor een nieuwe koers. Hij wil de ontwikkeling van de moderne beeldhouwkunst in het Kröller-Müller Museum op internationaal niveau in zijn museum tonen. Hammacher slaagt erin een beeldencollectie bijeen te brengen die een volwaardige tegenhanger is van de hoogwaardige schilderijencollectie van Helene Kröller-Müller. Wel moest hij in de begintijd vaak op eieren lopen, want het streng geformuleerde gedachtegoed van de in 1939 overleden Helene Kröller-Müller bood hem in eerste instantie weinig ruimte. Het lukt hem zo’n 121 sculpturen aan te schaffen en 137 beeldhouwerstekeningen. Daaronder werken van Alexander Archipenko, Jean Arp, Antoine Bourdelle, Raymond Duchamp-Villon, Julio Gonzalez, Barbara Hepworth, Jacques Lipchitz, Marino Marini, Henry Moore, Constant Permeke, Auguste Rodin en Ossip Zadkine. Ook koopt Hammacher niet-westerse sculpturen aan, waarmee hij de inspiratiebronnen van de moderne beeldhouw- en schilderkunst wilde laten zien. Dat verband is fraai in beeld gebracht door de opvallende beeldengroep die zich aandient wanneer je de tentoonstelling in het museum binnenloopt. 

 

Jan van Munster 


Van Munsters vijftig-jarig kunstenaarschap wordt dit jaar gevierd met een intieme presentatie in twee tentoonstellingsruimtes aan weerszijden van de deuren die naar het Auditorium leiden. Daar is een kleine selectie van zijn werk opgesteld. Een dwarsdoorsnede van zijn oeuvre door de tijd heen, met een veelheid aan materialen en vormen die de unieke visie op energie van deze belangrijke Nederlandse beeldhouwer in beeld brengen. Tijdens de opening vertelde Lisette Pelsers, directeur van het museum, hoezeer zij gesteld is op de drie ijstafels, aangekocht in ’89 door Oxenaar: “Het zijn stoere, minimale sculpturen die ik voor het eerst zie opgesteld. Je vraagt je af: wat voor wit poeder ligt erop?”

 

Henk Visch
 

Eind mei opende het Zwolse Landgoed Anningahof haar hekken voor een nieuw seizoen. Een flink deel van de collectie is verwisseld. In totaal zijn er 69 kunstenaars vertegenwoordigd met negentig buiten- en zeventig binnenbeelden. Meer dan ooit. Dit jaar is er extra aandacht voor het werk van Henk Visch.   

Door de prachtige natuur van de ruim vijf hectare grote tuin, dreig je soms te vergeten dat de Anningahof ook over een aantal paviljoens beschikt waar beelden kunnen worden getoond in een meer beschermde, overdekte context. In de kleine Lichthal is een presentatie te zien van Henk Visch. Sinds de kunstenaar met zijn mysterieuze, dromerige beelden de Nederlandse kunst begin jaren tachtig op plezierige wijze wakker schudde na jaren van minimalisme, Zero en Zen is hij een constante factor geworden binnen de vaderlandse kunstscène. In 2018 kreeg hij de Jeanne Oostingprijs en nog recent(er) was hij vertegenwoordigd op de tentoonstelling Vrijheidin De Fundatie, samengesteld door Hans den Hartog Jager, die daarmee een persoonlijke canon van de Nederlandse kunsten van de afgelopen vijftig jaar samenstelde. Maar het belangrijkste bewijs van de kwaliteit van zijn oeuvre is natuurlijk het werk zelf. 

ArtZuid

 

De sculptuur Biënnale van ArtZuid, gecureerd door Jhim Lamoree & Michiel Romeyn, staat in het teken van de mensfiguur. Er staan maar liefst 91 beelden van 4 generaties beeldhouwers in de lommerrijke lanen van Amsterdam-Zuid. Ze wekken de deftige vergrijsde buurt tot leven. Je kunt je hart ophalen aan de rijkdom aan stijlen, vormen en materialen. Als je de catalogus leest, ontdek je dat deze mensbeelden ons ook wat te zeggen hebben.

Het is voor de zesde keer dat ArtZuid deze Biënnale organiseert, maar het is de eerste maal dat deze de mens als thema heeft. Dat kan verbazing wekken, maar een tijdlang waren mensbeelden uit de mode. En zelfs taboe, doordat ze waren besmet door propaganda van de nazi’s of de communisten. Slechts een enkeling als Eja Siepman van den Berg, trok zich hier niets van aan. Zij ging door met het maken van haar loepzuivere mensfiguren. Rodin, hier vertegenwoordigd met de beroemde Denker, was een meester in het vastleggen van de mens in beweging. Na hem werd de academische traditie van het werken naar de waarneming  verlaten.  Het 20steeeuwse modernisme stond in het teken van het experiment. Een flesje Parijse lucht (Duchamp), ingeblikte poep (Manzoni) tot een wandeling (Hamish Fulton) alles kon kunst zijn. Kunst ging over het proces van het maken, over handelingen met materiaal in de ruimste zin van het woord. Ook het lichaam kon materiaal zijn of de natuur. Het ging om het concept. 

 

De Heemtuin verbeeld 

 

Kunst in de Heemtuin, een vruchtbare ontmoeting van natuur en cultuur mag je hier zeker verwachten, maar tussen de weelde van wilde planten in de prachtig aangelegde tuin kunnen leeuwen en beren op de loer liggen: braafheid en vrijblijvendheid. De uitdaging voor de organiserende stichting is natuurlijk om de kunstroute De Heemtuin verbeeldook spannend en prikkelend te maken. Hoe is het dit 12dejaar met negen kunstenaars gelukt? 

Een klein jochie onderbreekt zijn avontuurlijke tocht over het smalle paadje tussen hoog gras en staart een tijdje verbouwereerd naar de zilveren penis van de jongeman die gestorven in de armen van een jonge vrouw ligt. “Dat zie je toch niet elke dag”. Zou hij ook zien hoe onthutsend en verontrustend deze Piëta van Elisabet Stienstra is? Het gegoten aluminium toont een van de meest dramatische voorstellingen uit de kunst, maar dan in een soort alledaagse versie, waarbij Maria is neergezet als een nog onvolgroeid naakt meisje dat met holle ogen uitdrukkingsloos voor zich uit staart. Aangrijpend. In deze gecultiveerde oase pal naast een kinderboerderij komen bezoekers overwegend voor hun ontspanning, misschien nemen sommigen de kunst zelfs ‘op de koop toe’. Het confronterende beeld van Stienstra is in deze omgeving gewaagd te noemen en blijkt uiteindelijk wat dat betreft ook een uitzondering.

Playground

 

‘Grappig’ denk ik bij de naam ‘Buitenland’. Buitenland is een Landgoed in Heerjansdam waar ik vanuit mijn woonplaats binnen een half uur ben. Op de eerste loeihete dag in juni voel ik mij hier ook werkelijk in het buitenland. Later lees ik dat de benaming ‘Buitenland’ geen taalgrap betreft. Het hele landgoed lag voor de Watersnoodramp in 1953 buiten de dijken en was daarmee een buitenland.

Op het uitgestrekte landgoed staat vanaf 2011 Bergarde Galleries. Het kunstverzamelaars echtpaar Henk en Anja van den Berg zijn de eigenaren. Vanaf 1 juni tot 16 november treedt de galerie buiten haar stenen omhulsel; 30 kunstenaars kregen een uitnodiging om langs de twee kilometer lange paden ruimtelijke werken te plaatsen. Het thema van de tentoonstelling is Playground (speeltuin). 

Als we aan komen rijden, herken ik van verre de tentoonstellingslocatie al aan een soort ijsbeer die in een groene weide staat te lonken naar voorbijgangers. Dit Hooidiervan Michael Hoedjes prijkt als lokkertje ook trots op de uitnodiging. Het behoort wat mij betreft tot de beste werken op deze tentoonstelling. Het beeld bestaat uit wilgentakken, hooi en paardenmest. Als ik er vlak voor sta, lijkt het meer op een miereneter dan een ijsbeer. Meerdere bezoekers laten zich graag met dit aaibare kunstwerk fotograferen en ik vraag mij af of ze de beschrijving met paardenmest hebben gelezen als ik zie hoe ze met hun handen over de stugge vacht gaan.

 

Beeldengalerij Haarlem

Stichting Hildebrandmonument heeft er voor gezorgd dat Haarlem nu voor tenminste een jaar een beeldengalerij heeft. De negen werken staan langs het brede fiets- en wandelpad aan de Dreef waar het rustig toeven is. Heeft Haarlem hiermee een reeks beelden als zebrapaden, als verkeersdrempels of als wegversperringen binnen gehaald? Ann Demeester draagt in haar openingsspeech deze metaforen aan om te schetsen hoe zij onze kunst in de openbare ruimte classificeert. Ze beroept zich tenslotte op het symbool van de praatpaal om het hier gerealiseerde werk te karakteriseren. De beelden zijn zeker zichtbaarder dan zebrapaden, maar werpen geen echte barrières op waarmee onze vooroordelen te kijk worden gezet. 

Opvallend is een rokend gevaarte van Leonard van Munster, een Powerplant die met dikke buizen energie uit de aarde delft. Wat sparren en geraniums er omheen onttrekken de voet aan het zicht. Het beeld oogt weliswaar nu nog vervaarlijk, maar zal als industrieel monument ooit het onderspit delven, als het gewas gaat groeien en het grijze gevaarte overwoekerd wordt. De kunstenaar, die vaak beelden maakt om ons aan bedreigd of verloren erfgoed te herinneren, wil hier duidelijk een hoopvol signaal afgeven. De natuur zal er uiteindelijk in slagen de gevolgen van de verwoestende menselijke activiteit op deze planeet te elimineren, lijkt hij te zeggen. Hij zal vast nog wel een bruidssluier, klimop of zevenblad bij zijn Powerplantgaan planten om zijn visie waar te maken. 

Louise Bourgeois

 

Het is een zonnige voorjaarsmiddag in mei en de tuinen rondom her Rijksmuseum staan in volle bloei. Ook de tuinen zijn het ontwerp vande 19de-eeuwse architect Pierre Cuypers. 

Voor het zevende achtereenvolgende jaar worden in deze tuinen, publiekelijk toegankelijk, internationale vooraanstaande beeldhouwers gepresenteerd. Dit jaar staat het werk van Louise Bourgeois in de schijnwerpers. Een echt retrospectief is het niet maar de beelden geven wel een overzicht van een halve eeuw werk, van The Blind Leading the Blindtot Crouching Spider. Het is de eerste keer dat werk van Louise Bourgeois in de openbare ruimte in Nederland wordt getoond en enkele beelden zijn nooit eerder in ons land te zien geweest. 

In haar geboortestad Parijs studeerde Louise Bourgeois (1911-2010) aan de École du Louvre en de École des Beaux Arts met daarnaast privélessen bij enkele toen gerenommeerde kunstenaars. Jong vertrekt ze met haar echtgenoot in 1938 naar Amerika. Het kostte Louise Bourgeois vele jaren om door te dringen in de kunstscene. Op enkele wat kleinere tentoonstellingen na werd zij pas echt bekend vanaf de jaren zeventig. Vervolgens kreeg ze in 1982, als eerste vrouwelijke kunstenaar en al in de zeventig, een retrospectief in het MOMA te New York. Haar ster rees en de kunstwereld lag aan haar voeten. Ze verkocht ineens veel werk aan musea en particulieren. Dit nieuwe zelfvertrouwen zorgde ervoor dat zij bleef doorwerken tot bijna het einde van haar lange leven. 

 

Daniel Libeskind

 

Sinds 2008 worden jaarlijks in de zomer grote sculpturen van internationaal befaamde kunstenaars in de barokke tuin van het paleis in Versailles geplaatst. In 2015 had Anish Kapoor die eer. Nou, dat hebben de Franse puristen geweten. Een van die werken, een stalen sculptuur van tien meter hoog en zestig meter lang die de kijker als het ware door een grote donkere opening naar binnen lijkt te slurpen, had als titel Dirty Corner. Kapoor omschreef het als “de vagina van een koningin die de macht overneemt.” Dat zorgde voor heibel en woede. Al spoedig werd het beeld beklad met racistische en antisemitische leuzen en vervolgens werd van rechts-conservatieve zijde ook nog eens een rechtszaak tegen Kapoor aangespannen. Een van de bezwaren was dat Kapoors sculpturen, niet in de tot op de centimeter nauwkeurig vormgegeven barokke tuin uit de tweede helft van de 17eeeuw, zouden passen. Die tuin wordt immers gekenmerkt door harmonie, perspectivistische doorzichten en symmetrie. Aantasting daarvan wordt door menig Fransman al gauw als een affront tegen de Franse cultuur ervaren, zeker als die van een buitenlandse kunstenaar komt. Geldt dit ook voor de vier aluminium abstracte structuren die de Pools-Israëlisch-Amerikaanse kunstenaar en architect Daniel Libeskind in april van dit jaar in de eveneens strakke, op het Franse formalisme gebaseerde tuinontwerp van Paleis Het Loo heeft geplaatst en die daar tot in 2022 blijven staan?   

 

Johan Grimonprez

 

Kunstenaar – of is het documentairemaker – Johan Grimonprez, woont/werkt zowel in Brussel, op een Grieks eiland en in New York. Ik tref hem op zijn werkplek in Brussel en krijg mijn thee op Japanse wijze geserveerd. Boeken zijn een onberispelijke bron, evenals zijn ontelbaar beeldenarchief. Zijn werk is één permanente zoektocht om de valse realiteit te doorprikken. Om de mechanismen van de Westerse beschaving te onderzoeken, , gebruikt hij graag contradictie, omkering en spiegeling. Daarvoor gebruikt hij graag de trucen van de tv: het dramatiseren, isoleren of uitvergroten van al dan niet ware gebeurtenissen. 

 

Ik las dat je boeken, interviews en lezingen even belangrijk vindt als je films. Alleen is film voor jou gewoon iets anders, omdat het een eigen logica, taal en poëzie heeft. Dit interview inbegrepen?

Inderdaad. De methodologie is een kruisbestuiving van verschillende praktijken. Lesgeven is daar deel van, maar de dialoog tijdens het drinken van ons kopje thee hoort daar bijvoorbeeld evengoed bij. In deze allesomvattende ‘modus operandi’ komt dan op een bepaald moment een ijsberg boven water drijven, en daaruit groeit er een film. Wat dan weer leidt tot interactie met een publiek, een dialoog die dan weer de deur van een volgend onderzoek kan openen, waaruit mogelijk weer een film geboren wordt.

We zijn nu een retrospectieve aan het opzetten voor ZKM, het centrum voor kunst en media in Karlsruhe. Behalve een overzicht in 2020-21 zullen we ook een nieuw project aanvatten dat nu, mede dankzij het KASK (de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten)vertrekt van het gegeven van ‘gemeengoed’. Op filosofisch vlak raakt dit theorieën rond emergence,symbio-genetics,entanglementen convergence. Een fascinerend onderzoek dat ons tot vragen over bewustzijn leidt, maar ook over hoe het kan dat sommige vuurvliegjes opeens synchroon beginnen te knipperen. Bij mij leidt onderzoek altijd tot een soort van media-archeologie rond historische gegevens, en die leiden tot het bijeensprokkelen van een interactief archief, al dan niet online, 

en vandaaruit leidt dit naar een film. Heel veel dialogen zijn dan ondertussen gevoerd, en tonnen kopjes thee gedronken.

 

Fons Schobbers 

 

OmTangote kunnen ontwerpen na het drama van Sfinx in 2013 – 2014 zegt iets over de Venlose kunstenaar Fons Schobbers. Hij is een hemelbestormer. Zijn revolutionaire ideeën vertalen zich in enorme beelden. Sfinxwas zo vernieuwend in de combinatie ontwerp en materiaal dat de tand des tijds er snel inhaakte. De hemelbestorming van Sfinx duurde niet lang. In vergelijking tot SfinxstaatTangonu al ruim een halfjaar probleemloos naast de brug op de wal van de Maas. Tango is sterker danSfinx.Vooral het ontwerp van Tangois uitdagend. Dit beeld doet wat de Sfinxmoest doen – de stad Venlo als poortwachter beschermen. Tangois in een hemelbestorming tegen het oude probleem van overstroming en het modernere probleem van verloedering.

De tango is een dans die eind negentiende eeuw onder Europese immigranten ontstond in de buitenwijken van Buenos Aires. Het is een passievolle dans met heimwee naar het vaderland. De sculptuur Tango is een reuze gestolde danspas. Schobbers heeft de naam van deze sculptuur goed gekozen. Gevoelens als ‘Fernweh’ en heimwee spelen een rol in grenssteden als Venlo. 

 

Ad Dekkers

 

Het is stralend weer in Bergeijk in de tuin van de voormalige Weverij De Ploeg. In het groen ligt een enorm tegelreliëf, gemaakt door een belangrijke Nederlandse kunstenaar uit de tweede helft van de vorige eeuw, Ad Dekkers. Door de zon, het licht, is dit kunstwerk letterlijk oogverblindend. De duizenden tegels waaruit het reliëf bestaat zijn zo wit dat het zeer doet aan je ogen. Er ontstaat een witte geometrische ruimte, opgebouwd uit identieke vormen, dat prachtig contrasteert met het omliggende groene landschap. Het werk is een reconstructie van zijn tegelreliëf uit 1970/71 dat hij maakte in opdracht van de Middelbare Technische School in Gouda. Door een ingrijpende verbouwing van de school en de conditie van het kunstwerk was herplaatsing op de locatie niet mogelijk. In dit soort gevallen wordt zo’n kunstwerk vaak - al dan niet tijdelijk - opgeslagen in één of ander depot om vervolgens vergeten te worden. Een volledige reconstructie en dan ook nog op een andere locatie komt niet zo vaak voor en is niet zonder risico. Er is nu in ieder geval wel een klein stukje Nederlandse kunstgeschiedenis gered.


Lees meer in Beelden 2#2019: Koop een los nummer voor € 9,95of neem/geef een (cadeau)abonnement: 4 nummers voor € 37,50. 

Zie voor boekwinkels en abonneren www.beeldenmagazine.nl/abonneren

S.P. Abonneeservice, Antwoordnummer 10016, 2400 VB Alphen a/d Rijn (een postzegel is niet nodig), bel 088-1102034, of mail info@spabonneeservice.nl 

 

 

 

 

 

 

 



Comments