Beelden 3#2014

Beeldenmagazine 3#2014, jaargang 17, nr. 67

Redactioneel

John Blaak

Beeldende kunst blijft iets waar veel mensen graag een mening over hebben. Een van de opvattingen betreft de aanname dat beeldend kunstenaars te weinig maatschappijkritische of geëngageerde kunst zouden maken. Maatschappelijke betrokkenheid en kunst zijn twee verschillende dingen en kunnen, maar hoeven niet, samen te vallen. Een kunstenaar kan zich heel betrokken voelen bij maatschappelijke problemen, zonder dat dit direct in een kunstuiting zichtbaar is. Bij schilders of beeldhouwers is een maatschappijkritische uiting moeilijker dan bij de makers van installaties en digitale of conceptuele kunst.

Ik denk dat het ook wel meevalt met de kritiek dat er te weinig maatschappijkritische kunst gemaakt wordt. De laatste tijd kwam ik op verschillende plaatsen tentoonstellingen tegen met maatschappijkritische kunst. Zo werd in het vorige nummer de tentoonstelling Meer Macht in Museum De Fundatie in Zwolle besproken. Een loffelijke tentoonstelling waar werk getoond werd van kunstenaars die maatschappelijke idealen hebben en/of die maatschappelijke problemen aan de kaak willen stellen.

In het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam bezocht ik de tentoonstelling Fotostudio Ermakov en nam ‘en passant’ Oil & Paradise van Ad Nuis mee. De laatste bleek een fascinerende tentoonstelling. In 2008 las Ad Nuis een artikel over een 1.700 kilometer lange oliepijpleiding van Azerbeidzjan via Georgië naar Turkije. Deze pijplijn, de langste van de wereld, was de eerste die Europa verbond zonder door Rusland te gaan. Tussen 2008 en 2013 reisde Nuis tien keer af naar Baku, de hoofdstad van Azerbeidzjan, om de maatschappelijke gevolgen van de ‘olie-boom’ in beeld te brengen. Door de olie-industrie kent de stad nu een grote welvaart. Nuis legde met een video-installatie de absurde tegenstellingen vast tussen het leven van de nieuwe rijken en van de gewone burgers en confronteert je met de schrijnende verschillen tussen arm en rijk.

Een andere maatschappij-betrokken tentoonstelling is Belgische Herfst. Een geconfabuleerde geschiedenis van Jan Rosseel in Foam in Amsterdam. Rosseel maakte samen met Mischa Daams een ruimtelijke installatie van zijn project Belgische Herfst. Hierin doet hij een onderzoek naar een van de grootste onopgeloste raadsels uit de Belgische geschiedenis: De Bende van Nijvel. Rosseel reconstrueerde de gebeurtenissen van bijna dertig jaar geleden op basis van feitelijke informatie uit politierapporten, dossiers en nieuwsberichten, maar ook naar aanleiding van verhalen van ooggetuigen en persoonlijke herinneringen over de gewelddadige misdaden van deze bende. Hij zorgt er met zijn project voor dat deze periode uit de Belgische geschiedenis niet vergeten wordt als in 2015 het onderzoek naar de bende verjaart.

In dit nummer kunt u lezen over de tentoonstelling Out-Smarting Capitalism van het zeer maatschappij betrokken duo The Yes Men in Het Domein in Sittard. Met hun interventies vragen zij aandacht voor de manier waarop multinationals onder andere de mensenrechten, de democratie en het milieu aan hun laars lappen. Met hun werk hanteren zij een bijzondere methode die zij als ‘Identity Correction’ bestempelen. Op televisie, websites of tijdens zakenconferenties doen de twee kunstenaars Andy Bichlbaum en Mike Bonanno zich voor als vertegenwoordigers van grote bedrijven en politici. Zij stellen vragen over machtsmisbruik door bedrijven en politici, tegelijk leggen zij onze onverschilligheid en ons onvermogen bloot om in opstand te komen tegen deze onzuivere praktijken. Een tentoonstelling, net als de andere hierboven beschreven tentoonstellingen, die je aan het denken zet. Kunst die de heersende krachten en machten uitdaagt, en een situatie probeert te creëren waarin alternatieven mogelijk gemaakt worden. Om met Jeremy Deller, de Engelse winnaar van de Turner Prijs in 2004, te spreken: “Kunst is er niet om de wereld te verbeteren cq te veranderen, maar ik hou wel van maatschappijkritische en tegendraadse kunst.”

Kunst in de provincie: Drenthe

Door Paulo Martina

Voor dit nummer bezocht Paulo Martina een aantal interessante plekken op sculpturaal gebied in Drenthe. Zo bezocht hij de Gouverneurstuin in Assen, alwaar Het Orakel van Atelier van Lieshout te zien en te horen was. De Havixhorst, ook reeds in het vorige nummer besproken met de tentoonstelling van de portretbustes van prinses Beatrix., werd bezocht. Evenals Museum annex landschaps- & beeldentuin De Buitenplaats en Beelden in Gees. Zo ook het Land Art project Broken Circle/Spiral Hill van Robert Smithson.

Cross-overs in de kunst: Silvia B.

Door Etienne Boileau

Kunstenaars die de gebaande paden verlaten en het avontuur aangaan, ontwikkelen vaak spannende cross-overs. Door zich op een totaal ander medium te richten dan waartoe ze zijn opgeleid of een bijzondere mix van media toe te passen, krijgt hun werk een nieuwe dimensie. Silvia B. maakte al cross-overs voordat die term überhaupt in zwang kwam. Dat leverde haar de nodige strijd op tijdens haar opleiding, die zij noodgedwongen vroegtijdig verliet.

Silvia B.: “Mijn ouders vonden dat ik rechten moest gaan studeren, wat ik nog geen jaar heb volgehouden. Daarna heb ik me aangemeld bij de Vrije Academie, waar ik na een tijdje een map kon samenstellen waarmee ik werd aangenomen op de Willem de Kooning Academie. Ik was altijd al bezig met mode, met kleding en image. Een specifieke modeopleiding hoefde voor mij niet zo. Daarom koos ik voor de Modeafdeling van de Willem de Kooning, waar ik dacht na het eerste basisjaar mode en beeldhouwen te kunnen combineren. Maar dat mocht niet van de directie. Het tweede jaar moest ik mode doen. Pas in het derde jaar zou ik mode en beeldhouwen mogen combineren.

Sculptuur Bredelar

Door Beatrijs Schweitzer

Gelukkig zijn er in deze tijd nog particulieren en bedrijven die zich gedreven voelen culturele initiatieven te ondersteunen en zelfs te initiëren. Maar hoe maak je een mooi idee ook tot een succes? In het Sauerlandse dorpje Bredelar staat vanaf 2015 een geheel nieuwe Nederlands/Duitse Sculptuur Biënnale gepland. Deze zomer is daarvan een tentoonstelling als opmaat te zien. Sculptuur Bredelar is gesitueerd bij een middeleeuws klooster. Momenteel deels gerestaureerd, deels ruïne. Een mooie locatie met hoge vertrekken die een ruime binnenhof omgeven terwijl de geschiedenis van het klooster een schat aan interessante thema’s biedt. Al was het maar omdat volgens de overlevering de nonnetjes die er oorspronkelijk woonden er een ‘wenig löbliche Lebenswandel’ op na hielden. Voor deze appetizer met werk van 19 kunstenaars, is de intrigerende titel: Beschut onder de huid, de toekomst is al begonnen gekozen.

Skulpturenpark Waldfrieden

Door Jaap Röell

Aan de rand van de binnenstad van Wuppertal, op ruim twee uur treinen vanaf Utrecht, staan op een hoge heuvel tussen oude loofbomen zo’n vijfendertig grote beelden van voornamelijk Engelse en Duitse hedendaagse beeldhouwers, waarvan vierentwintig van Tony Cragg in zijn bekende asymmetrische stijl. Ieder beeld heeft op het 14 hectare grote bosterrein alle ruimte om zich optimaal te presenteren. De harmonie van dit park, verheven boven het geluid van de stad, doet weldadig aan. Hier heerst  Waldfrieden.  Zelden is een naam – Skulpturenpark Waldfrieden – zo van toepassing op een beeldenpark als deze. Tussen 1947 en 1950 liet de rijk geworden verffabrikant Kurt Herberts (1901-1989)  een villa in antroposofische stijl op de heuvel bouwen. De architectuur bestaat uit vloeiende gebogen lijnen, binnen en buiten, er is geen rechte hoek te vinden. Het daglicht stroomt van alle kanten de kamers binnen. Dit in schemerig roze opgetrokken pand past op natuurlijke wijze in zijn omgeving. Na het overlijden van Herberts  kregen de erfgenamen ruzie over de nalatenschap, hoe ironisch ten opzichte van wat het huis wilde uitstralen; harmonie en levenslust. De villa verviel tot een ruïne, het bos verloederde. Er was geen vrede op de heuvel. Totdat de van oorsprong Engelse beeldhouwer Tony Cragg die, door de liefde gedreven, vanaf 1977 in Wuppertal woont en werkt, in 2006 het gehele terrein inclusief opstallen kocht.

Kaiserring

Door Astrid Tanis 

Dit jaar reizen we in de zomer af naar Goslar, een klein middeleeuws stadje in het Harzgebied, in centraal Duitsland. Het doel is zowel wandelen in de prachtige bossen van het Harzgebied en een bezoek brengen aan het bescheiden Mönchehaus Museum Goslar, dat in 1978 is opgericht om de kunstwerken van de kunstenaars die de Goslarer Kaiserring kregen een plek te geven. Het museum dateert uit 1528 en het contrast met de eigentijdse werken zorgt voor een meerwaarde. Ik laat me verrassen en heb mij van te voren niet verdiept in wat ik kan verwachten. Wat kan zo’n klein stadje met 31.000 inwoners nu bieden aan kunst? Tot mijn verbazing kan een klein stadje heel veel bieden aan kunst, zolang daar gedrevenheid voor is en mensen bereid zijn geld daarvoor te reserveren. In 1975 was de eerste uitreiking van de ring en de legendarische kunstenaar Henry Moore zette de standaard voor een reeks van zeer grote internationale namen zoals Max Ernst, Alexander Calder en Joseph Beuys.

Wilhelminaring in CODA

Door Jet van der Sluis 

Sinds 1998 kent Nederland een officiële, tweejaarlijkse oeuvreprijs voor de beeldhouwkunst: de Wilhelminaring. In het Codamuseum in Apeldoorn is een compacte en fraai vormgegeven expositie ingericht waarin het werk van de winnaars van de afgelopen edities kort wordt toegelicht. In chronologische volgorde betreft het: Joop Beljon, Joep van Lieshout, Jan van Munster, Carel Visser, Maria Roosen, John Körmeling, Piet Slegers en Hans van Houwelingen. Centraal staan de beelden die zij met het prijzengeld gemaakt hebben en de unieke ringen die speciaal voor hen zijn ontworpen. Minder bekend is misschien dat bij ieder beeld ook een gedicht in opdracht wordt gemaakt. Deze poëzie is hier zowel te lezen als te beluisteren. In het Sprengenpark in Apeldoorn groeit door dit initiatief een sculptuurpark dat ‘the state of the art’ in beeld probeert te brengen. Lees meer...

The Vincent Award

Door Ans van Berkum

Terwijl de kunstwereld zich in Amsterdam opmaakte voor de opening van de tentoonstelling van Marlene Dumas in het Stedelijk, presenteerde het Gemeentemuseum in Den Haag de vijf genomineerden voor de prestigieuze Vincent Award 2014. Een Europese prijs van € 50.000,- voor een ‘grote internationale kunstenaar’ met een duidelijke artistieke contour. Een mid-career kunstenaar van wie mag worden verwacht dat deze haar of zijn invloed nog kan uitbouwen, wellicht school zal maken, maar in elk geval een stempel zal drukken op de Europese kunst. Een basisgroep van kandidaten is voorgedragen door kenners uit diverse landen. Uit deze lijst koos een internationale jury uiteindelijk de vijf genomineerden. Van elk van hen is een significant werk tentoongesteld in het Gem.

Undertones

Door Pascalle Mansvelders

Misschien wel het spectaculairste deel van Maastricht ligt niet erin maar eronder verborgen. De stad beschikt over een enorm ondergronds netwerk, opgebouwd uit (mergel)groeven, kelders en (mijn)gangen. Bij elkaar opgeteld een uniek hoofdstuk uit de cultuurgeschiedenis aan de hand van onder meer de Sint Pietersberg, de Kazematten, de cellen onder de Minderbroedersberg, de crypten van kerken en vooral de vele, vele kilometers lange groeven die zijn ontstaan door mergelwinning waarvan er honderden in Maastricht en omgeving te vinden zijn. Niet raar dus dat Marres, Huis voor Hedendaagse Cultuur in Maastricht, een evenement als Undertones heeft georganiseerd. ‘In het dagelijkse stadsleven horen we duizenden geluiden, maar we zijn niet gewend er naar te luisteren’, aldus Marres, en dus werden internationale kunstenaars uitgenodigd om installaties te maken met stadsgeluiden, te ervaren in een route door de stad. Het geheel startte met een overzichtstentoonstelling in Marres, van waaruit nog vijf locaties bezocht konden worden binnen het project.

The Yes Men

Door Carina van der Walt

Out-Smarting Capitalism van The Yes Men is een tentoonstelling met als inzet positieve verandering. Het is volgens Roel Arkesteijn, conservator hedendaagse kunst van Museum Het Domein, de eerste solotentoonstelling van The Yes Men in Nederland en in Europa. The Yes Men is een duo uit New York bestaande uit Andy Bichlbaum en Mike Bonando. Deze radicale activistische kunstenaars ontlokken in eerste instantie een glimlach in Museum Het Domein in Sittard, maar ze halen met hun interventies mensen uit hun comfortzone en zetten ze op het verkeerde been. De uitstraling van deze tentoonstelling is provocatief én vrolijk. Ik zag een paar moeders met kinderen. Ja, het spreekt kinderen direct aan, maar slechts één niveau dieper weten de moeders en andere volwassenen dat het hier om veel meer dan spelen gaat. De kinderen leren misschien op een dag als activist hun steentjes bij te dragen aan veranderingen. Ze zullen voorlopig geen last hebben van het negatieve imago van het woord ‘activist’. Iets wat wel bij mij speelt en wat Sacha Bronwasser in de Volkskrant de ‘schaamte’ noemt.


Jan Ketelaar

Door Geraart Westerink

Jan Ketelaar volgde van 1997-2002 op de Academie Minerva te Groningen het vak ‘beeldhouwen interdisciplinair’. Iemand die op latere leeftijd een academieopleiding begint heeft daar meestal een goede reden voor. In Ketelaars geval was dat onder meer een woelig verleden. Toen hij 14 was overleed zijn vader, die dominee was. Er volgde een instabiele periode, waarbij grenzen werden opgezocht. Hij verviel in een leven van twaalf ambachten en dertien ongelukken. In 1996 werd hij volledig arbeidsongeschikt verklaard. Alle schepen waren verbrand, alleen het kunstenaarschap leek perspectief te bieden. Voorheen had hij zich nooit gerealiseerd dat dit ook voor hem was weggelegd. Met overgave sloeg hij de nieuwe weg in, waarbij hij niet werd gehinderd door overbodige theoretische ballast of knellende conventies, maar wel een flinke dosis levenservaring en -wijsheid meebracht die heel wat jonge studenten nog missen. Daardoor kon hij zich een grote vrijheid permitteren en is hij niet gemakkelijk in een hokje te vatten. Hij begon te bouwen aan een rijk en grillig oeuvre van een soort dat je ook wel bij getalenteerde autodidacten of zogenaamde ‘outsiders’ ziet.

Johan Creten

Door Tine van de Weyer

Een beeld zegt meer dan duizend woorden. Deze uitdrukking is een cliché maar volstrekt van toepassing op het werk van Johan Creten dat deze zomer in Antwerpen in het Middelheimmuseum is te zien. Ofschoon de kunstenaar in enkele videofilms op een meer dan eloquente manier de kijker langs de beelden leidt is hij nadrukkelijk van mening dat de essentie van zijn werk niet ligt in de uitleg maar dat het aan de toeschouwer is om zich te laten verleiden om een unieke verhouding met het beeld te krijgen. Alsof het een paringsdans betreft daagt hij daartoe de kijker uit om elk beeld van alle mogelijke kanten te bekijken. Met deze benadering van de noodzaak het beeld te bezien vanuit de ruimtelijke kwaliteit ervan past Creten naadloos in de klassieke traditie van de beeldhouwkunst, want raakt er de fundamenten van het sculptuur als driedimensionale constellatie mee. De kunstenaar weet die connotatie ingenieus te verbinden aan een multi-interpretabele betekenis van het beeld waardoor dit wint aan intense gelaagdheid.

Buitenplaats Beeckestijn

Door Marijke Jansen

Tien kunstenaars ontwierpen in opdracht een follie voor de stijltuinen van Beeckestijn, gelegen aan de rand van de Kennemerduinen. Een follie is een waardevol, decoratief gebouw zonder praktisch nut in een grote tuin of park. De kunstenaars maakten een hedendaagse vertaling mede gebaseerd op een gravure uit 1772 van tuin- en landschapsarchitect J.G. Michael. Resultaat van de opdracht was een fantasierijke verscheidenheid aan vormen en kleuren. Op een zonnige vrijdagmiddag, met mijn 93 jarige moeder in haar rolstoel, wandelden we door de lanen van het hoofdhuis van Beeckestijn. Beeckestijn is een van de weinige buitens nog in oorspronkelijke staat en was het zomerverblijf van Amsterdamse regenten. De stijltuinen en de landschappelijk aanleg dateren uit de 18e eeuw. Mijn moeder en ik komen vele hondenbezitters tegen met aan de lijn de fraaiste en lelijkste exemplaren.

Land en Beeld

Door Tine van de Weyer

Onder de titel Kunst is een onuitputtelijke weelde van de natuur geven Ernst Löwensteyn en Helen Stenfert Kroese uiting aan hun intense liefde voor het land en de natuur. Ze verbinden die liefde voor natuur en beeld door kunstenaars de ruimte te bieden in hun woeste en natuurlijke parktuin Land en Beeld. Geen zee gaat hen te hoog om landschap en kunst tot een synergie te smeden. Zelf zeggen ze hierover: “Het landschap is een bron van inspiratie voor ons en dat willen wij graag delen met mensen die op zoek zijn naar een moment van rust, ruimte en verdieping. Dat kunnen we vertellen, maar om het te beleven moet je het ervaren.” Niets is minder waar. Wandelen door de robuuste tuin met een enorme diversiteit aan planten en bomen in het schitterende buitengebied in de Betuwe is een welkome vorm van onthaasting. De beelden van de 45 beeldhouwers die er deze zomer exposeren krijgen een warm onthaal van af en aan zoemende insecten, vlinders, een geschrokken haas, vogels en kleine reptielen die zich door het struikgewas spoeden van de wilde, natuurlijke tuin die Land en Beeld hen biedt. Weg, ver weg, van het wereldse geweld van deze prachtige zomer van 2014 in een oase van rust in het Lingegebied. Zo groot als de verscheidenheid aan flora en fauna is ook de diversiteit aan beelden.

Alexander Calder

Door Peke Hofman

Toen ik deze zomer door de tuinen liep van het Rijksmuseum in Amsterdam, waaide het flink én scheen de zon; het ideale weer om het werk van Alexander Calder van dichtbij te ervaren. Iedereen kent het werk; vrijwel elk belangrijk museum in de wereld heeft wel een Calder in de tuin staan, bij de entree of eventueel binnen. Toch is het uniek dat zoveel grote beelden samen zijn gebracht in één buitenruimte. Veertien sculpturen, soms meters hoog, staan in de tuin; drie zijn geplaatst in de hal en één in de bibliotheek van het museum. Dat geeft toch een heel ander beeld van deze kunstenaar dan wanneer één geïsoleerd beeld op een plein of in een park staat. Zijn vormentaal, kleurgebruik en lijnenspel lijken zo nog meer te overtuigen. Het bewegen van de beelden blijkt veel meer te zijn dan grappig effect; het versterkt letterlijk en figuurlijk de dynamiek in zijn sculpturen. Het werk swingt, zeker bij een stevige zuidwesten wind!

Hanging Around

Door Eleonoor van Beusekom 

Het team van CBK Amsterdam onder leiding van directeur Catherine Steenbeek vroeg Loes Diephuis en John Prop van Stichting Polderlicht een tentoonstelling te maken in de ruimte van het CBK. Het verzoek was: om in plaats van vierkante meters nu eens kubieke meters te vullen met kunst en om de hele ruimte voelbaar te maken. De energiehal, een hoge lichte zaal met metalen spanten, zo kenmerkend voor de utilliteitsbouw van circa 100 jaar geleden, blijkt zich uitstekend te lenen voor zo’n avontuurlijke benadering. Stichting Polderlicht maakte al eerder toonaangevende kunstmanifestaties met licht en geluid en is een oude bekende in Amsterdam Oost. Tot voor kort bespeelde de stichting vooral de buitenruimte; stadsontwikkelingsgebieden of restruimtes van de gebouwde omgeving. Met uitzondering van het project Polderlicht@home, dat in de woonkamers bij mensen thuis was gesitueerd. Maar een tentoonstelling maken voor een echte expositieruimte is een novum. Hun onorthodoxe aanpak namen Diephuis en Prop van buiten mee naar binnen. De zaal van de voormalige Oostergasfabriek dicteerde hen als vanzelf de juiste plekken voor de huidige hangkunst.  

Papier Biënnale 

Door Ans van Berkum

De tiende Papier Biënnale in Rijswijk is een topper. Allereerst al is er de verrassing van het kleine museum, dat zomaar aan een drukke winkelstraat in het centrum van de oude dorpskern ligt. Een historisch pand, waar de dichter Tollens ooit woonde, biedt ruimte aan een historische opstelling. In de aanbouw liggen de zalen voor kunstexposities. Daarnaast is er plaats voor een winkel en een koffiehoek, waar je uitzicht hebt op een mooie binnentuin. Ik zie de Papier Biënnale voor het eerst, en concludeer dat ik dus al twintig jaar heb lopen slapen… Wat een geluk dat ik dit evenement nu eindelijk heb ontdekt! Een internationaal gezelschap van vijfentwintig kunstenaars toont in de toch enigszins beperkte ruimte de geweldige rijkdom aan expressiemogelijkheden van papier. Grote sculpturen en reliëfs worden afgewisseld met kleinere beelden, boekwerken en meubilair.  Het werk varieert in expressie van een bijna ongelooflijke monumentaliteit in zowel kleine als grote formaten, tot bewonderenswaardige staaltjes van technisch vernuft. De meest subtiele vormen van knip-, vlecht en snijkunst die maar denkbaar zijn, passeren de revue en leiden tot driedimensionale kaarten van steden, watervallen van kantwerk, en geplooide oppervakken die gemakkelijk voor stoffen kunnen worden gehouden. Papierpap, vouw en snijwerk vormen de basis voor zowel abstract, ritmisch werk, als voor figuratieve illustraties bij verhalen uit het sprookjesboek.

Eindexamententoonstelling Minerva

Door Paulo Martina

Ik word opgewacht door Frits Hesseling, docent en projectleider van de eindexamententoonstelling van de Academie Minerva. Hesseling: “Net als vorig jaar zit er dit jaar veel variatie in. We hebben erg ons best gedaan om de verschillende ruimtes en het werk elkaar te laten versterken.” Het moet gezegd, dat is wonderwel geslaagd. De ruimtes zijn zeer divers, van monumentaal met veel daglicht tot klein en bedompt. Gevolg is dat wat betreft installaties en beelden veel site-specific werk te zien is. Opvallend dit jaar is dat bij veel ruimtelijk werk lichtprojecties gecombineerd worden met beelden, tekeningen en kinetische objecten. Deze interdisciplinaire installaties trekken zich niets aan van conventies, het is duidelijk dat het materiaal ondergeschikt is aan de boodschap. Zo straalt de installatie van Petra Kühne een intimiteit uit, mede versterkt door het gebruik van meerdere presentatievormen. Zo heeft ze een winkelwagentje, spiegels en een foto van een radiator gecombineerd. De radiator zelf bevindt zich ook in de ruimte. Daarnaast wordt op een muur met behulp van een kleine beamer weer een stukje van dezelfde muur inclusief plint geprojecteerd. Als je even geduld hebt verschijnt er iemand in beeld waarvan je alleen de voeten ziet. Ze loopt op haar tenen door het beeld. Ook hoor je het tikken van een toetsenbord, maar alles wat je ervan ziet zijn meerdere stapels papier waarop ‘Sound of Typing’ staat.

Bik Van der Pol

Door Peke Hofman

Liesbeth Bik en Jos van der Pol werken vanaf 1995 samen als kunstenaarsduo Bik Van der Pol. Onderzoek naar de vele definities van kunst speelt voor hen steeds een belangrijke rol. Dit geldt zeker ook voor hun bijdrage aan de tentoonstelling met de wat moeizame titel: The part of the story where a part becomes a part of something else in Witte de With, Rotterdam. Het duo koos als uitgangspunt een belangrijk kunstwerk uit de openbare ruimte van George Rickey Two Rectangles Vertical Gyrator. De twee gigantische, verticale en beweegbare metalen bladen die ruim veertig jaar op het Rotterdamse Binnenwegplein in de lucht hingen, transformeerden in de tentoonstellingszaal tot twee statische, horizontale zilveren muren. Het kunstwerk van George Rickey is een van de beeldbepalende werken in Rotterdam en illustratief voor het kunstklimaat van de havenstad. Daar zijn er natuurlijk meer van, maar dit beeld is voor veel Rotterdammers uitgegroeid tot een icoon en kenmerkt een kunsthistorische periode, (de jaren 60) voor de liefhebbers. Zoals zo vaak heeft dit soort kunstprojecten in de openbare ruimte een lange geschiedenis van plaatsing, herplaatsing, onderhoudsproblemen, veranderende context of omgeving, publieke opinie en alle partijen die zich daar al dan niet terecht tegenaan bemoeien. 

Felice Varini

Door Hilde Van Canneyt

Of ik de integratie van de Zwitserse kunstenaar Felice Varini in Hasselt wilde recenseren? Omdat ik kunst in openbare ruimtes wel kan smaken, nam ik de trein naar Hasselt. de stad waar ik eerlijkheidshalve alleen maar kom als z33 – het schitterende huis voor actuele kunst – me lonkt met zijn boeiende expo’s. Na de expo van Leon Vrancken te hebben bezocht, trok ik richting het Radisson Blu hotel, waar mij vanuit de bovenste verdieping iets indrukwekkends zou moeten staan opwachten. Varini is al sinds 1969 actief, en sindsdien vooral gekend om zijn kunstintegraties in openbare ruimtes, wat voor hem zijn canvas is. Meer dan vormen zoals driehoeken, vierkanten en cirkels krijgen we van hem meestal niet te zien. Maar dat hoeft volgens hem ook niet, omdat de realiteit al complex genoeg is: een never-ending suprise. Dat zorgt er voor dat de vorm nooit dood is, zoals je dat op een plat vlak wel kan hebben en waar er geen relatie met de realiteit is. De natuur is zijn co-painter. Hij wil ons ook méér laten zien dan we gewoon zijn te zien. Varini vraagt zich af wat na Mondriaan, Malevich en Pollock, de volgende stap is in de abstracte kunst. Zijn antwoord is zijn driedimensionale realiteit. En het was Lucio Fontana die hem deed inzien dat kunst meer is dan een representatie van de werkelijkheid.

Marcel Kronenburg

Door Antonie den Ridder

Eind juni werd in Brainpark III in Rotterdam-Oost het beeld IT van kunstenaar Marcel Kronenburg opgeleverd. Het kunstwerk werd gerealiseerd in het kader van de zogenaamde percentageregeling. Dat maakt het tot de laatste van haar soort, want in 2005 werd de regeling in Rotterdam afgeschaft, omdat de terugtredende overheid geen rol voor zichzelf meende te zien in de realisering van openbare kunstwerken. De 3e editie van The Z-Files, Kunst en de Stad, gaf Wijnand Galema gelegenheid vanuit zijn vakgebied als architectuurhistoricus een visie op de ontwikkelingen te verwoorden. Moeten we de teloorgang van de percentageregeling betreuren of toejuichen? Siebe Thissen, hoofd Beeldende Kunst& Openbare Ruimte van CBK Rotterdam, sprak over een dubbel feestje; de plaatsing van een nieuw beeld en het afsluiten van de percentageregeling. Dankzij de percentageregeling kon de gemeente een imposante reeks kunstwerken op laten leveren en dat IT een imponerende sculptuur is geworden, blijkt al op grote afstand. Qua formaat weet het kleurige metalen beeld zich te handhaven tussen de hoogbouw van Brainpark III en door de vormgeving vormt het beeld een intrigerend vreemd element, dat de aandacht van de voorbijganger pakt. Het kunstwerk is gebaseerd op het fantasieboek The Swampthing.

Wilt u de artikelen helemaal lezen, neem dan een abonnement, of koop een los nummer via info@spabonneeservice.nl  

 

 

 

 

 

Comments