Beelden 3#2018

Beeldenmagazine 3#2018, jaargang 21, nr. 83

 

Redactioneel

 

Afgelopen zomer werden er weer veel buitententoonstellingen georganiseerd, waarvan er enkele de komende weken nog te bezoeken zijn. In België vond de eerste editie van Play in Kortrijk plaats. Dit is de derde grote tentoonstelling deze zomer bij onze zuiderburen. In het vorige nummer heeft u al over de Triënnale Brugge 2018 en Beaufort 2018 kunnen lezenOp diverse binnen- & buitenlocaties in Kortrijk daagden de kunstwerken kinderen én volwassenen uit tot spelen. 

Ook in ons land waren deze zomer veel tentoonstellingen op buitenlocaties te zien. Zo beschrijven wij de tentoonstellingen Into Nature: Out of Darkness in Drenthe, Landkunst Fort Sabina in Noord-Brabant, Zomersneeuw op Beelden op de Berg in Wageningen, Hybride in de Lustwarande in Tilburg en On the Move in Doorn en Bunnik. Ik wil de organisatie van Into Nature hierbij een compliment geven. De bewegwijzering van de ene locatie naar de andere was perfect; en dat is fijn bij een 30 kilometer lange fietsroute. De fietsroute van Frederiksoord naar het Holtingerveld en terug was zorgvuldig met bordjes bij elke afslag aangegeven. Wij zijn geen enkele keer fout gereden. Dat hebben wij regelmatig anders meegemaakt. Bij veel tentoonstellingsorganisaties staat dit onderdeel niet hoog op de prioriteitslijst. Het maakt het de bezoeker een stuk makkelijker en blijer als alles goed te vinden is. Ik kan mij nog velen hopeloze zoektochten naar kunstwerken herinneren bij veel  buitententoonstellingen die wij bezochtenDe frustratie bij het bezoeken van een abominabel bewegwijzerde kunstroute kan de hele tentoonstelling negatief beïnvloeden, als je de helft mist door onvindbaarheid of onnodig tijdverlies. Lees meer...

 

Verborgen schatten: Gemeentemuseum Den Haag

 

‘Gemeentemuseum Den Haag bezit een uitzonderlijke collectie beelden. Het is een van de mooiste museale verzamelingen van het land. Sommige sculpturen zijn semipermanent te zien, andere figureren van tijd tot tijd in tentoonstellingen. In dit grote overzicht komen vele beelden voor het eerst samen. In het verleden had het museum een vaste zaal voor sculptuur, de huidige projectenzaal. H.P. Berlage ontwierp zijn museum nog vanuit een tamelijk statisch idee dat de collectie vast op zaal te zien zou zijn en dat de verschillende media hun eigen ruimten toegewezen zouden krijgen. De huidige museumpraktijk toont een meer eclectische werkwijze waarbij de verschillende kunstvormen gezamenlijk gepresenteerd kunnen worden.’Benno Tempel, directeur van Gemeentemuseum Den Haag, vat in zijn inleiding in de publicatie Van Rodin tot Bourgeois - sculptuur in de 20ste eeuw mooi samen waar het in zijn museum om draait: het gebouw en de collectie als een onlosmakelijk met elkaar verbonden geheel. De lijvige catalogus begeleidde de gelijknamige tentoonstelling die van oktober 2016 tot januari 2017 in het museum te zien was. Een tentoonstelling die voor een belangrijk deel was gebaseerd op de eigen sculptuurcollectie en die van de National Galeries of Scotland in Edinburgh, aangevuld met bruikleen uit museale en particuliere collecties wereldwijd. Een wandeling door de geschiedenis van de moderne sculptuur, waarbij de nadruk vooral lag op de belangrijkste ontwikkelingen in de Europese en Amerikaanse beeldhouwkunst van de periode 1876-1965. 

 

Cross-overs in de kunst: Berndnaut Smilde 

 

Kunstenaars die de gebaande paden verlaten en het avontuur aangaan, ontwikkelen vaak spannende cross-overs. Door zich op een totaal ander medium te richten dan waartoe ze zijn opgeleid of door een bijzondere mix aan media toe te passen, krijgt hun werk een nieuwe dimensie. Berndnaut Smilde houdt zich vooral bezig met het kunstmatige: hij forceert het landschap met zijn spectaculaire projecties, produceert vreemde geuren in bestaande ruimtes en hij maakt zinnenprikkelende wolken over de hele wereld.

“Ik heb in Australië de halve kap van een vuurtoren met prismatisch folie afgeplakt, de andere helft naar de zee was open. Elke zeven en een halve seconde kwam er zo’n kleurenspectrum over het landschap heen en dat verdween dan weer. Je verandert daarmee het landschap even voor een kort moment. De geprojecteerde regenboog had ook echt een grens. Het spectrum houdt op bij het punt waar wij als mens lichtgolven nog kunnen waarnemen.”

 

Heinekenprijs aan Erik van Lieshout 

 

Het nieuws is al bekend sinds maart van dit jaar: Erik van Lieshout ontvangt de Heinekenprijs voor Kunst 2018 van de KNAW. Dit is de grootste prijs voor individuele kunstenaars in Nederland. Het prijzengeld bedraagt 100.000 euro. De helft kan voor een boek of een tentoonstelling aangewend worden, de rest is incidenteel inkomen van 50.000 euro plus een trofee. Misschien was de trofee een aanleiding voor Van Lieshout om voor de jubileumtentoonstelling 30 jaar Heinekenprijs voor de Kunst te reageren op het bierconcern. Zijn reactie op de prijs prijkt nu een beetje stekelig in tekeningen en collages aan de muur in het Van Abbemuseum. Het bedrijf wil bij voorkeur buiten zicht blijven. De KNAW als leverancier van juryleden wist uit welke hoek de wind kon waaien. Het juryrappart begint als volgt: “Erik van Lieshouts werk wordt geroemd vanwege het radicale, het persoonlijke en het confronterende karakter. Hij gaat op zoek naar de pijnpunten van de maatschappij in zijn eigenzinnige tragikomische stijl.” Van Lieshout is de eerste van de zestien laureaten die het taboe om te reageren op de schepper en de institutionele ondersteuner van de prijs doorbreekt. Wie bijt er in de hand die hem voedt? 

 

Mari Andriessen 

 

De Kathedrale Basiliek Sint Bavo te Haarlem (meer bekend als de Nieuwe Bavo) organiseert tentoonstellingen over kunstenaars die werk(en) hebben gemaakt ter verfraaiing van de kathedraal. Dit jaar staat het leven en werk van de Haarlemse beeldhouwer Mari Andriessen (1897-1979) centraal. Hij heeft diverse beeldhouwwerken gemaakt zoals het beeld van de Heilige Antonius van Padua in de Antoniuskapel en het altaar en retabel in de Kerstkapel. De tentoonstelling, in 9 vitrines, geeft een beeld van zijn werkzame leven en bevat bronzen en gipsen in klein formaat, penningen, artikelen en boeken. Bescheiden maar indrukwekkend. 

Andriessen was als rooms jongetje al geïnteresseerd in de middeleeuwse kunst en cultuur en dat is weerspiegeld in zijn oeuvre, eerst religieuze werken, later opdrachten.

Mari(e) Silvester Andriessen is de zoon van organist, koordirigent en componist Nicolaas en Gesina Vester, kunstschilder. Ook de grootvaders van beide zijden waren kunstenaars. Zijn broers, neven en achterneef zijn bekende muzikale Andriessens. Zijn broers vonden al vroeg hun weg in de muziek maar Mari was er niet in geïnteresseerd. Huisvriend prof. Jan Bronner zag andere kwaliteiten en gaf de jonge Mari beeldhouwlessen. 

Andriessen behoorde tot de zogenaamde 2egeneratie van De Groep (de groep van de figuratieve abstractie’,een stroming ontstaan aan de Rijksacademie te Amsterdam) samen met o.a. Piet Esser, Carel Kneulman en Theresia van der Pant. Hij is altijd trouw gebleven aan de figuratieve abstractie zoals Bronner hem ook onderwees op de academie. 

 

Hildo Krop

 

Rams Woerthe is een spectaculaire villa uit 1899. Het gebouw fungeert al geruime tijd als etalage voor de rijke culturele erfenis van de stad Steenwijk uit het eerste decennia van de twintigste eeuw. Sinds 2016 is het pand eigendom van de Vereniging Hendrick de Keyser, wat gevolgen heeft voor het gebruik ervan.Voor een relatief kleine provinciestad heeft Steenwijk in de twintigste eeuw bovengemiddeld veel bijgedragen aan de landelijke kunst en architectuur. Dit werd veroorzaakt door een samenspel van deels toevallige, nogal heterogene factoren zoals enkele succesvolle en visionaire ondernemers, een aantal welvarende bewoners met lef en een groep beeldbepalende kunstenaars en architecten, die vaak door familiebanden met elkaar waren verbonden. Belangrijkste figuur was de in Steenwijk geboren beeldhouwer Hildo Krop (1884-1970), die naam zou maken als stadsbeeldhouwer van Amsterdam. Deze sociaal geëngageerde bakkerszoon was niet alleen verantwoordelijk voor diverse beeldhouwwerken in de openbare ruimte van Steenwijk, zoals het oorlogsmonument, enkele grafsculpturen en een wapenschild aan het postkantoor, hij was ook de belangrijkste ontwerper van de ESKAF: de Eerste Steenwijker Kunstaardewerk Fabriek. Deze vooruitstrevende onderneming was van 1919-1927 in de stad gevestigd, in een fraai Amsterdamse Schoolpand van G.F. la Croix (1877-1923). In de korte bloeiperiode van de fabriek werd fantasierijk aardewerk vervaardigd, vaak met een sculpturaal karakter. Ook produceerde de ESKAF fraaie tegels, die nog steeds talloze (Amsterdamse) gebouwen uit het interbellum sie


Play

 

Ik lees het boek Tijdverspilling: Autobiografie van de Oostenrijkse filosoof Paul Fayerabend. Hij stelt dat wetenschappers op moeten houden serieus te argumenteren. Nee, ‘De spot is veel effectiever en nog leuk ook’. De opmerking stuurt mijn gedachten richting kunst en de vele kunstenaars en kunsthistorici die om een werk te beschrijven graag veel serieuze woorden en omschrijvingen gebruiken. Bij dit soort ‘opgeblazenheid’ kijken mijn partner en ik elkaar altijd even betekenisvol aan, “Daar heb je er weer zo een die met holle woorden strooit om te verhullen dat er eigenlijk weinig te zeggen valt”. Kunst kan je niet beschrijven maar die moet je ervaren, de ervaring kan je vervolgens wel beschrijven en dat mag best wat meer in Jip en Janneke taal. 

De bovenstaande gedachte lijkt een voorbode voor de tentoonstelling die ik een paar dagen later bezoek in het Belgische Kortrijk. De simpele titel Play klinkt ‘down to earth’ en past prima bij de werken die ik hier tegenkom. Play lijkt de spot te drijven met de te serieuze kunst achter koorden en kettingen met bordjes erbij ‘niet aanraken’. Met de kunstwerken hier mag je spelen, je kan je erin onderdompelen of relaxen. Speciaal voor deze voorbezichtiging rekruteerde de stad een groep kinderen. Ze mochten voordoen hoe je lol kan hebben met kunst. Verfrissend zo’n tentoonstelling vol vrolijke levendigheid. Het betreft geen kleine tentoonstelling en er zijn voldoende bekende internationale namen om de tentoonstelling een globaliserende uitstraling te geven. Veertig kunstenaars uit 18 landen brengen zestig kunstwerken op 16 binnen- en buitenlocaties in de stad. Op de persopening begeleidt een van de twee curatoren, Hilde Teerlinck, ons in een sneltreinvaart langs kunstwerken, de burgemeester wil alles zien voordat hij naar een volgende vergadering moet. Dat zorgt ervoor dat er zich al snel groepjes afsplitsen. Op andere plekken ontmoeten we elkaar weer en gaan we als grote groep verder. Lees meer...

 

Ars Longa Vita Brevis

 

De nieuwe collectiepresentatie van het Rijksmuseum Twenthe verbindt de grote thema’s van het menselijk tekort met de eigenzinnige keuze van een aantal hedendaagse kunstenaars. Installatie- en beeldhouwkunst spelen daarin een verbindende rol. Het resultaat is overrompelend en confronterend. Jarenlang stond het Rijksmuseum in Enschede bekend als een museum waar je een compact, maar compleet overzicht van de West Europese kunstgeschiedenis kon bewonderen. Een relevant, maar statisch concept. Sinds het aantreden van directeur Arnoud Odding in 2012 experimenteert het museum met een dynamischer manier van presenteren. Na een wel erg postmoderne invulling door gastcurator Atte Jongstra, volgde een meer kunsthistorische benadering waarin het verzamelbeleid van de stichters, de textielfamilie Van Heek, centraal stond. De huidige tentoonstelling is veel ambitieuzer: nieuwe en oudere kunst moeten samen een brug slaan naar de levenservaring van het publiek. Een ambitie die met verve wordt waargemaakt.

Negen kunstenaars kregen elk een kabinet en een thema toegewezen en zo ontstond een reeks van installaties die ieder een ander aspect van de ‘condition humaine’ verbeelden. In de expositie zijn achtereenvolgens ensceneringen te zien van Bart Hess, L.A. Raeven, Berend Strik, Philip Vermeulen, Anne Wenzel, Peter Zegveld, Karin Arink, Armando en Silvia B. Een prachtig tableau van in zeer verschillende disciplines werkzame, Nederlandse kunstenaars, gekozen door curator Josien Beltman. Bijzonder is dat het museum, met steun van het Mondriaan Fonds, van elk van hen een werk heeft kunnen aanschaffen. Bij de feestelijke opening ontbrak alleen de inmiddels overleden Armando, die toen al zo verzwakt was dat hij de reis vanuit Duitsland niet meer aandurfde. 

 

Amsterdam Magisch Centrum 

 

Eind 60er jaren; Happenings, de Provobeweging, kraken uit woningnood. Kunst en tegencultuur, recente geschiedenis, een flashback naar the sixties, de hippietijd in tekst, beeld en geluid. Alles kon kunst zijn en kunst kon overal zijn. Bij voorkeur te zien op een plek waar het reacties tegen de status quo kon oproepen. De wieg voor ‘art in public space’ stond duidelijk in die zestiger jaren. Om al die rebellie samen te brengen in een museale tentoonstelling is complex, niet makkelijk en wellicht ook onmogelijk. Het Stedelijk Museum doet een verdienstelijke poging. 

Autonome beeldende uitspraken van een vrouw werden tot dan toe niet serieus genomen en helemaal niet op het erotische vlak zoals in de beelden van Ferdi. Ruimtelijk, kleurig, aaibaar en fris ogen haar beelden. Ze werden onlangs  gerestaureerd. In de tentoonstelling staan ze op een plateau, een eiland “Het zijn niet zozeer losse objecten”, gaf Ferdi zelf aan “maar een environment, een zachte wereld waarin je kunt lopen, staan, liggen, vallen, een ruimte vol kleur en warmte, waar je in kunt duiken”.  Ze overschrijdt met haar werk een zogenaamde heilige grens tussen de hogere beeldhouwkunst en de lagere kunstnijverheid. 

Wie is de kunstenaar? Zij ging naar Parijs, werd leerling van beeldhouwer Ossip Zadkine, net als haar toekomstige echtgenoot beeldhouwer Shinkichi Tajiri, zij kregen twee dochters. Zij werkte in Parijs, Spanje en de VS. Ferdi viel op met haar fel gekleurde ‘Hortisculpturen’ die zij vanaf 1966 maakte; bloemen en insecten van materialen als imitatiebont, fantasievol gemodelleerd naar de natuur.

Zij had het lef om een onverbloemde seksuele symboliek te verwerken. En zo haar vrouwelijk zelfbewustzijn te laten zien in erotische sculpturen. Ferdi bezet een unieke positie in de beeldende kunst van die tijd. Zij geeft blijk van een verlangen waar kunstenaressen tot aan de tweede feministische revolutie zich maar zelden aan waagden. Zo doorbrak ze niet alleen het taboe op de verbeelding van geslachtsdelen, maar verbeeldde een onmiskenbaar vrouwelijke seksualiteit. 

 

Frans & Marja de Boer Lichtveld 

 

Frans & Marja de Boer Lichtveld passen in het rijtje Gilbert & George, Gil & Moti, Ravage, Huub en Adelheid Kortekaas, Viktor & Rolf als het gaat om duo’s die gezamenlijk kunstwerken maken en waarvan het eindresultaat niet aan de een of aan de ander toegeschreven kan worden: het werk behoort ondeelbaar aan hen beiden en hun gemeenschappelijke signatuur komt uit één hand. Frans en Marja hebben 45 jaar samengewerkt  – Frans is in 2016 overleden – aan hun veelal grote objecten in de openbare ruimte. Zo’n negentig stuks, eerst vooral kinetische objecten en later lichtsculpturen in allerlei vormen, maten en met wisselende materialen. In het Museum Jan van der Togt in Amstelveen wordt nu een overzichtstentoonstelling gewijd aan deze jarenlange en succesvolle samenwerking.

Het grootste deel van hun werk staat in de (semi)publieke ruimte van Nederland. Daar is financiering uit subsidieregelingen en/of van fondsen voor nodig.  Het laatste kwart van de vorige eeuw was ook de tijd dat bij grote bouwprojecten van instellingen en organisaties, de zogenoemde 1%-regeling werd toegepast. Frans & Marja de Boer Lichtveld hebben in hun carrière als beeldend kunstenaar regelmatig ingeschreven op  opdrachten en prijsvragen. Zij waren daarin succesvol omdat zij met nieuwe technieken en materialen buitenkunst maakten die optimisme en helderheid uitstraalt. Grote sculpturen die toch een vorm van lichtheid in zich hebben. Abstracte beelden die de plek waar ze staan interessanter maken en leven geven. Hun sculpturen voegen niet slechts iets toe aan de omgeving waar ze staan, ze tillen deze veelal op.

 

Ewerdt Hilgemann

 

Mijn partner komt mijn oud docent Ewerdt Hilgemann op de opening van de tentoonstelling Omzienin Dordrecht tegen en hij nodigt ons uit voor de première van de film Compressed History (Homage to César) 1984-2018 van Victor Nieuwenhuijs en Maartje Seyferth bij de Verbeke Foundation. Hij herinnert zich mij en weet dat ik schrijf, ik voel me vereerd. Hij herinnert zich ook dat ik ooit een kritische noot over hem in een recensie gezet heb. Kunstcriticus zijn heeft zo zijn nadelen en kan voor pijnlijke momenten zorgen.

Buiten staan vier werken van Hilgemannen binnen in een zaaltje draait de film over zijn laatste project. De beelden die hij nog had staan in zijn atelier verdwijnen in de film in een grote metaalpers en zo ontstaat een zuil van samengeperste geschiedenis. Als ik hem later spreek, word ik vrolijk omhelst. De zuil noemt hij met ondeugende pretlichtjes in zijn ogen ‘oude-mannen-pik’. Ik had het werk al zien staan bij de vier beelden in de parkachtige omgeving van de Verbeke Foundation. De wat provocerende opmerking vermaakt hem duidelijk en lijkt een ludieke verwijzing naar zijn eigen leeftijd. Het activeert echter mijn beelddenkende brein. Wat eerst een samengeperste oeuvrezuil was, verandert in een door de tand des tijds aangetaste priaap. De kunstenaar heeft mijn blik op zijn zuil met een woordgrap bepaald.

 

11 Fountains

 

Met het project 11 Fountains realiseerde conservator Anna Tilroe in de provincie Friesland een fantastische beeldenroute. In het kader van Leeuwarden Culturele Hoofdstad 2018 liet zij elf internationaal bekende kunstenaars in elk van de elf Friese steden een fontein ontwerpen. Nu de tocht der tochten ten prooi dreigt te vallen aan de klimaatverandering heeft zij de legendarische band tussen de elf steden op een andere, monumentale manier gemarkeerd. Niet met behulp van natuurijs, maar door klaterend, spuitend, druppelend of verneveld water.

Met de toezegging van de internationaal vermaarde Jaume Plensa kreeg Tilroe een sterke troef in handen waarmee ze ook andere grote namen aan zich wist te binden. Het indrukwekkende beeld Love van deze Spaanse beeldhouwer heeft alles in zich om het icoon van Leeuwarden als cultuurstad te worden. Het bestaat uit twee langgerekte bustes van een jongen en een meisje. Met hun hoogte van zeven meter, hun afgeplatte vorm en een spierwitte marmercoating domineren deze twee droomfiguren nu de entree van de stad, het door Plensa zelf heringerichte stationsplein. Doordat hun ogen gesloten zijn en ze omhuld worden door een geheimzinnige nevelwolk spreken de beelden sterk tot de verbeelding. Naar verluidt zag de kunstenaar bij zijn eerste bezoek aan de provincie de ochtendmist over de weilanden, wat hem inspireerde tot deze bijzondere opvatting van een ‘fontein’, waaruit onafgebroken mist opstijgt.

 

On the Move

 

On the Move bestaat uit twee buitenexposities in de provincie Utrecht – in het Nationaal Bomenmuseum Gimborn tussen Driebergen en Doorn en op de locatie van het Waterliniemuseum, tussen Bunnik en Utrecht. Op fietsafstand van elkaar, ‘on the move’ dus. Maar dat is niet de enige verklaring voor de titel. Die ligt voor de samenstellers in de permanente beweging van de natuur, door de seizoenen heen, door het proces van groei en verval en door de wind. Hoe kan kunst in de vorm van Land Art op die locaties, daarvan  deelgenoot worden?

Daartoe nodigde de initiatiefnemers elf Nederlandse kunstenaars uit die in de traditie van Land Art staan. Als daaronder begrepen wordt díe ingrepen door kunstenaars die na verloop van tijd worden opgenomen in de natuur en dan niet meer als zodanig te herkennen zijn, dan voldoen drie van de in totaal vijftien werken daaraan. Alle drie op de locatie van het Bomenmuseum: Vlechtstroom van Johan Sietzema, een bijna abstract object van vervlochten wilgentenen, Wandelende tak van Jos Smink, twee houten sculpturen die, licht voorover hellend, het op een langzaam lopen lijken te zetten en Vreemdelingen VI van Lidwina Charpentier. Zij heeft een laaghangende tak en delen van de stam van een reuzenlevensboom (Thuja plicata), omwikkeld met witte en bruine schapenvachten die langzaam zullen opgaan in hun nieuwe omgeving, zoals dat veelal ook gebeurt met vreemdelingen die jaren later geen vreemdeling meer zijn. 

 

Landkunst Fort Sabina 

 

Soms denk je dat je in Nederland wel zo’n beetje alles gezien hebt. Maar gelukkig blijkt steeds dat er weer verrassende plekken bestaan die toch nog onbekend waren. Één van die plekken is voor mij  Fort Sabina, op de grens van Zeeland, Noord-Brabant en Zuid-Holland. Het grote fort uit 1811 ligt in de Zuiderwaterlinie en verbindt de geschiedenis met de natuur op en rond het fort. Tot eind oktober is deze plek ook het podium voor negen jonge beeldend kunstenaars en elf schrijvers. Het project Landkunst aan de Zuiderwaterlinie is een initiatief van stichting Kunstloc Brabant, een fusie van BKKC en Kunstbalie. Negen, net afgestudeerde talentvolle kunstenaars, werden door Kunstloc Brabant geselecteerd en uitgenodigd om een werk te maken in dit fascinerende decor. Een uitdaging natuurlijk want goed werk maken is één ding, het plaatsen in de context van het fort, de openbare ruimte, is een tweede.

Water als thema speelt een belangrijke rol in de verschillende kunstwerken. Water als bescherming, verdedigingsmiddel maar ook als bedreiging; de geschiedenis met het water is op deze locatie voelbaar. De kunstenaars zijn hiermee aan de slag gegaan. Het is boeiend om het werk van deze jonge talenten te zien en de kwaliteit, de potentie, die ze tentoon spreiden. Tegelijkertijd is het gevecht met het ‘probleem’ van de publieke ruimte ook zichtbaar. Hoe plaats je werken, hoe verhouden kunstwerken zich tot hun omgeving, het fort en de natuur? Daar slaagt de ene deelnemer beter in dan de andere.

 

Hybrids

 

Met de compacte internationale groepstentoonstelling Hybrids sloot het Platform for Contemporary Sculpture op een vrij ingetogen manier deze zomer de in 2016 en 2017 gestarte triptiek Lusteren Disruption in Lustwarande Tilburg af.Tien kunstwerken van jonge kunstenaars uit de zogeheten ‘post-Internetgeneratie’ hetgeen een wat merkwaardige omschrijving is omdat de virtuele wereld van internet een alsmaar uitdijend fenomeen is en zeker niet voorbij. Bedoeld wordt dan ook dat deze generatie kunstenaars gelijktijdig met het internet het levenslicht zag.

Ineens was ie er: de hybride kunstenaar die autonoom werk mixt met toegepast werk en diverse andere artistieke werkzaamheden. De ongrijpbare fluïde kunstenaar die beeld, taal, performance, multimedia en al wat hem/haar te pas komt met zowel digitale als analoge middelen in zijn/haar smeltkroes mengt tot een nieuwe vloeibare identiteit. Technologische, sociaal-culturele, ecologische en economische ontwikkelingen: in de kruisbestuiving van de hybride kunst is sprake van diverse werelden die in elkaar grijpen en zich met elkaar verbinden. Centraal staat het idee dat we in een hyperrealiteit leven waarbij media-beelden steeds meer de realiteit vervangen.

Alle hybride productieprocessen met digitale en analoge technieken ten spijt staan er uiteindelijk gelukkig gewoon een aantal beelden in het bos. Beelden die door de toeschouwer vooral worden beoordeeld op de sculpturale kwaliteit ervan. Hybride of niet. Als kijker poog je te doorgronden hoe het beeld zich gedraagt, of het je een beetje veel of weinig uit je comfortzone weet te halen, of het je ontroert, fascineert of koud laat. Kunst laat zich niet lezen via techniek en abracadabra maar in het waarnemen van het beeld en het doorgronden van de intentie ervan. Het beeld bepaalt. Dus we schakelen over naar enkele exempels die de afgelopen zomer te zien waren in de Lustwarande. 

 

Zomersneeuw 

 

Tentoonstellingen in de buitenlucht hebben altijd een wat onvoorspelbaar karakter vanwege vele beïnvloedende factoren, zoals het weer. Maar in het geval van Zomersneeuw, de 11eeditie van Beelden op de Bergin Belmonte Arboretum in Wageningen, gaven hitte en aanhoudende droogte aan de thematiek van de tentoonstelling een extra en vaak dubbelzinnige lading mee. Waar liggen de grenzen bij eeuwige verjonging?

Zomersneeuw, de poëtische titel van de 11e editie van Beelden op de Berg, droeg aanvankelijk een positieve gevoelslading met zich mee. De paringsdans van de eendagsvliegen vormt een indicator van het schoner wordende rivierwater. De cyclische processen rond leven en dood, die we in de natuur kunnen waarnemen, schragen de overtuiging dat in ieder einde een nieuw begin schuilgaat. Om de boodschap goed over te brengen had de natuur wel een handje mee mogen werken. Nu werkte de berichtgeving over de gestage verslechtering van de rivierwaterconditie onder invloed van de droogte eerder averechts. Organisatie en vrijwilligers hebben de handen vol gehad om het kwetsbare Arboretum te behoeden voor verdroging. Dat sommige bezoekers in het predicaat ‘kunst’ een impliciete uitnodiging zagen om bomen als speelobject te beschouwen, compliceerde die opgave nog meer. Maar de droogte heeft ook positieve bijwerkingen gehad. Werken, die het gevaar liepen om over het hoofd gezien te worden door hun plaatsing in het groen, werden door de vervroegde bladval meer betrokken bij de tentoonstelling als geheel. Sjoerd Buismans’ Ouroboros, bestaande uit fractale constructies van takken, die refereren aan vierkant, driehoek en cirkel, bakent zichzelf duidelijker af en wint daardoor aan kracht.

 

Into Nature

 

Ecocultuurtoerisme; niks vliegen naar Venetië deze zomer, maar op naar Friesland en met de fiets door Drenthe. Into Nature: Out of Darkness toonde werk van 17 internationale kunstenaars rond het unieke Drentse heidelandschap van het Holtingerveld, een van de donkerste plaatsen van Nederland. Het blijkt, met werken van hoge kwaliteit, een  combinatie te zijn die de tocht in de hitte meer dan goed maakt.

Kunnen de sculpturen het opnemen tegen ons beroemde erfgoed van het ‘trechterbekervolk’? De Nederlandse Sarah van Sonsbeeck ontloopt de vraag in ieder geval niet. Door een grote kei van brons vlakbij een van de beroemde hunebedden te plaatsen, werpt ze echter meteen nieuwe vragen op over onze omgang met natuur en cultuur, hier ook specifiek met het fenomeen van de hunebedden (waar tot medio augustus nog onbezonnen op geklauterd mocht worden!). Van Sonsbeeck stuitte bij de voorbereiding  op bezwaren die haar uitdagende ingreep op ironische wijze versterkten.  De bronzen steen mocht uitsluitend op gepaste afstand op het asfalt van de weg geplaatst worden. Vanwege de veiligheid was er vervolgens weer een landschap verstorende markering nodig. Opmerkelijk genoeg had ik deze ‘steen’ in eerste instantie niet eens opgemerkt als kunstwerk.  Dat komt niet alleen door de mimesis, maar ook doordat de aandacht onontkoombaar wordt getrokken door de imposante groep kleurrijke Afrikaanse ‘grafsculpturen’ van Hervé Youmbi. Ze lijken hier in tegenstelling tot de bronzen kei juist totaal verdwaald en voeren de kijker mee in de confrontatie tussen twee grafculturen. Een mooie keuze die natuurlijk is terug te voeren op de gevoeligheid van de curator. Na het succes van de eerste editie twee jaar geleden heeft de organisatie, een samenwerking  met onder meer het Drents Museum, hiervoorditmaal Hans den Hartog Jager gevraagd. 

 

Het atelier: Luk Van Soom 

 

Wie veel toertjes met de auto rijdt, heeft zeker en vast al eens op een van de grote sculpturen van Luk Van Soom gestoten die de openbare ruimte van België en de Nederlanden rijk is. Intussen kunnen wij de al meer dan vijftig eigenzinnige sculpturen van zijn hand in de openbare ruimte ontdekken. Deze zomer was zijn Where to and back again nog in Watou te bezichtigen: een stalen kooi, die de aarde, onze gevangenis, uitbeeldt. Daarop een gele bol, een planeet, waar je als bezoeker in kunt gaan zitten, een wens kunt uitspreken en je je zo in Van Soom’s rijk universum begeeft. 

Komende uit een kleine gemeente waar alleen wat plaasteren afgietsels het plaatselijke kerkje sierden, had de jongeling Van Soom het ‘geluk’ dat er in zijn straat een houtsnijder woonde. Het fascineerde de toekomstige beeldhouwer – die daar toen nog geen notie van had – hoe die houtsnijder ‘wist’ wat er in die houten blok zat. Op z’n veertiende wist hij dus wat hem te doen stond, schreef hij zich in aan de avondacademie en sindsdien is het beeldhouwen nooit meer gestopt. De toen nog klassiek geïnspireerde opleiding in de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Antwerpen volgde, alsook het Hoger Instituut voor Schone Kunsten, wat toen nog lang niet de kers op de taart der kunsteducatie was. Daar sta je dan: je bent achtentwintig en dan begint het nog maar pas. 

De opleidingen waar Luk Van Soom boetseerde, het gehele kleigedeelte weer afbrak, terug boetseerde, mouleerde, enzo verder, was technisch boeiend, maar hij werd er niet geprikkeld om zijn eigen wereld te ontwikkelen. Vanuit een leeg atelier moest hij dus maar eventjes de wereld gaan veroveren … en wat deed Van Soom? Hij begon als het ware opnieuw.

 

De kunst van de Noord/Zuidlijn

 

Het nieuwste traject van de Amsterdamse metro wordt door de gemeente aangeduid als ‘het grootste ondergrondse museum van Nederland’. Vrijwel voor niets, voor de kosten van een metrokaartje, kun je van de prachtige kunstwerken genieten die bij elk station zijn aangebracht. Nu, bij de voorbezichtiging, zien we ze nog in de lege stations. Straks moet de kunst het opnemen tegen massaal bewegende mensenmassa’s en de reclames aan de wanden. 

Een teer, stil en langzaam werk als The Weather Engine van David Claerbout, zal niet het enige zijn dat wellicht niet zal opvallen in die drukke situatie. Maar bij degenen die er desondanks bij stilstaan, sijpelen belangrijke boodschappen binnen.Claerbout vulde een scherm van 3 bij 23 meter met het beeld van een kanaal, met daarlangs een hoge berm en bomenrij. Een foto van een landschap in West Vlaanderen, die net zo goed in Brabant, of bij Amsterdam genomen had kunnen zijn. Hij bedoelt het ook als een typisch Hollands landschap en hij laat het langzaam veranderen. Iemand loopt lanterfantend op het pad langs het water, ogenschijnlijk zonder vooruitgang te boeken. Als je goed kijkt veranderen de bloemen in de berm van soort en kleur. Opeens daalt heel even een meeuw het beeld binnen. 

Wat we op het station te zien krijgen vormt de weerslag van dagelijkse weersvoorspellingen, die met een krachtige computer gevisualiseerd worden. Claerbout heeft ook een karakter ontworpen dat absurdistische ingrepen pleegt, als het knippen van het gras met een schaartje, of een sneeuwbal gooien. ‘Punktueringen’ noemt hij ze. “Het onmiddellijke kijken stelt niet zo zoveel voor”, vertelt hij de uitgenodigde pers op 28 juni jl. “Je moet er mee leven.” Dat is nou precies wat we van het haastende publiek op stations niet verwachten. Het zijn passanten. Hun bewustzijn strijkt even langs het werk, vaak zonder echt iets te registreren, en ze gaan huns weegs. Maar of we nou wel of niet kijken, Claerbout vertelt ons over al onze ongemerkt voorbij stromende tijd. Weer een dag, een week, een seizoen, een jaar, een leven. Weggevloeid, te midden van onze hectiek, ons reizen, ons doen wat we moeten doen. Zijn werk eist aandacht en stil kijken. En ten slotte keer je je naar jezelf en denk je: wat doe ik eigenlijk? Waar is ‘míjn’tijd? 

 

Gabriel Lester

 

De Haagse binnenstad is onlangs verrijkt met een nieuwe aanwinst voor de Beeldengalerij: Bambaataavan Gabriel Lester. Het is een strakke, op het eerste gezicht zelfs strenge vorm. Maar streng blijkt speels. Voor wie zijn ogen de kost geeft.

Dat een beeld onder invloed van de lichtval en door de positie van wie kijkt steeds weer anders lijkt, weten we allemaal. Maar deze constructie van Gabriel Lester is een ding dat eerder zelf met zonlicht tekent – hoe, dat wordt straks duidelijk – dan dat volumes door licht en schaduw worden gearticuleerd. Zoals alle beeldhouwers die aan de Haagse Beeldengalerij hebben bijgedragen, had Lester met slechts twee eisen te maken. Het beeld mocht niet hoger zijn dan twee meter en het moest op de standaard-sokkel passen, een ovaal grondvlak. Hier zette hij een driehoek op, van waaruit het beeld omhoog rijst. Eén zijde van die driehoek is een vlak van geperforeerd glanzend staal. De andere zijden vormen een getrapte compositie. Op een derde van de hoogte knikt de vorm naar binnen, weer wat hoger zijn er twee knikken. Dit deel van het beeld is van zwart gepoedercoat staal. Op een bewolkte dag valt die ordening niet bijzonder op, behalve dan de drie ‘kniks’, de plekken waar de vorm terugwijkt, die worden bekroond door geperforeerde onderdelen.

 

Kathrin Schlegel 

 

Het beeld Der Stein des Weisenvan Kathrin Schlegel werd 3 september officieel onthuld in Park Noord op Campus Woudestein. Daarmee heeft de Erasmus Universiteit Rotterdam een nieuw kunstwerk aan haar omvangrijke kunstcollectie toegevoegd. Een collectie die indertijd werd opgezet op initiatief van de in 2012 overleden prof. mr. Piet Sanders. Der Stein des Weisen bestaat uit een zes meter hoge blob-achtige vorm in roestvrij staal, die fungeert als een soort spiegelende gedachtewolk. Een paar meter verderop staat een bijbehorende zeventiende-eeuwse hartstenen sokkel onder plexiglas. Je vraagt je af wat het verband tussen die twee objecten is. 

Om dat verband te kunnen leggen moeten we terug in de geschiedenis. Voorheen deed de sokkel dienst als drager voor het bronzen beeld van Erasmus, dat beeldhouwer Hendrick de Keyser in 1622 maakte en dat bestemd was voor de Grotemarkt in Rotterdam. Beeld en sokkel waren eeuwenlang onlosmakelijk met elkaar verbonden op die plek. In 1964 verhuisde het beeld naar het Grotekerksplein voor de ingang van de Rotterdamse Laurenskerk. Het werd voorzien van een nieuwe sokkel die bijna identiek was aan de oude. De oorspronkelijke door de tand des tijds aangetaste sokkel, waarvan indertijd de kunsthistorische waarde niet werd gezien, kreeg een plaats op het schoolplein van het Erasmiaans Gymnasium. Daar stond het geval een beetje te verpieteren. Lees meer...


Lees meer in Beelden 3#2018: Koop een los nummer voor € 9,25of neem/geef een (cadeau)abonnement: 4 nummers voor € 35,-. Het eerste jaar slechts € 25,-. (Zie voor boekwinkels en abonneren http://www.beeldenmagazine.nl/abonneren). S.P. Abonneeservice, Antwoordnummer 10016, 2400 VB Alphen a/d Rijn (een postzegel is niet nodig), bel 088-1102034, of mail info@spabonneeservice.nl

 

Comments