Home

Beelden 4#2012, jaargang 15, nr. 60

Redactioneel 4#2012

Dit is het 60ste nummer van Beelden. Niet slecht voor een tijdschrift over één specifiek onderwerp, ruimtelijk georiënteerde kunst, om vijftien jaar lang zonder subsidie te verschijnen. In dit nummer wordt er door Ans van Berkum stilgestaan bij de positie van Beelden in kunstbladenland. In het 40ste en 50ste nummer is er eerder stilgestaan bij de ontstaansgeschiedenis van het blad. Zie hiervoor de artikelen op onze website.

Ter gelegenheid van dit 60ste nummer vindt u in de middenpagina vier bladzijden die u zelf tot een klein dichtbundeltje kunt samenstellen. Deze dichtbundel met gedichten van Carina van der Walt kwam dankzij haar initiatief tot stand.

Als u dit nummer in uw brievenbus ontvangt, als de wereld niet is vergaan op 21 december, zoals de Maya indianen voorspellen, staat het nieuwe jaar voor de deur. Een jaar met een nieuw kabinet, maar helaas ook een jaar met forse bezuinigingen op kunst en cultuur die al in het vorige kabinet voorgesteld werden. Weliswaar krijgt kunst en cultuur van het nieuwe kabinet weer enige erkenning, maar worden de bezuinigingsmaatregelen niet gerepareerd. “Nederland heeft een naam hoog te houden in kunst en cultuur. Nederlandse ontwerpers, modemakers, dj’s en architecten veroveren de wereld. Beeldende kunst, dans, opera en musicals trekken een groot publiek. Instellingen en kunstenaars ontpoppen zich als cultureel ondernemer en boren nieuw publiek en nieuwe middelen aan.” Het voorstel voor de verkiezingen van de PvdA om ten opzichte van de eerder voorgestelde bezuinigingen 50 miljoen euro aan de begroting toe te voegen, heeft het niet gered. De totale bezuinigingen op kunst en cultuur worden geschat op 240 tot 320 miljoen euro. Alhoewel het appels met peren vergelijken is, komen de kosten van een Joint Strike Fighter vliegtuig, waarvan men er oorspronkelijk 85 wilde aanschaffen, uit op 61,5 miljoen euro per stuk. Terwijl de oude F-16’s nog goed genoeg zijn om aan andere landen te verkopen. Naast de gesubsidieerde instellingen zijn er ook de niet-gesubsidieerde instellingen, zoals galeries, die het moeilijker gaan krijgen. De economische vooruitzichten zien er de komende jaren helaas nogal ongunstig uit, waardoor de koopkracht daalt. De bezuinigingen zorgen dan ook voor faillissementen bij commerciële bedrijven. Gesubsidieerde en ongesubsidieerde instellingen zullen hun deuren moeten sluiten en het personeel moeten ontslaan. Velen van hen zullen op korte termijn geen (passend) werk kunnen vinden en een uitkering moeten aanvragen. Het streven van Rutte I was om banen te creëren. Ondanks alle mooie praatjes zie ik dit als het creëren van werkelozen. Ik ben geen doemdenker, in het einde van de aarde geloof ik niet, de Maya kalender geeft slechts het einde van een tijdperk aan en daarmee ook het begin van een nieuw tijdperk. De komende jaren zal pas goed duidelijk worden wat de totale effecten van de bezuinigingen op de culturele sector zijn en ik verwacht dat dit merkbaar zal zijn in de kwaliteit van diverse kunst en cultuuruitingen. Dit is geen vrolijk geluid bij het vieren van ons vijftienjarig bestaan. Het wachten is op een volgend kabinet dat weer durft te investeren in cultuur. Hopelijk is het politieke en economische tij over vijf jaar gekeerd bij ons 75ste nummer.

John Blaak

Beelden en de anderen

Door Ans van Berkum

Hoe staat Beelden tussen de andere kunstbladen in Nederland? We zijn blij met dit zestigste nummer. Het betekent dat we bestaansrecht hebben. Maar waar ligt onze specifieke identiteit? Om de vraag behapbaar te maken, kijk ik naar andere onafhankelijke bladen met een focus op beeldende kunst, in Nederland. De meesten hebben minstens een fikse periode subsidie gehad. Beelden ontstond uit het vakblad van de Nederlandse Kring van Beeldhouwers en groeide zelfstandig uit tot het magazine dat nu voor u ligt. Beelden richt zich op ‘ruimtelijk georiënteerde kunst’. Een benaming die toont dat de springerige kunstproductie zelf leidend is. De term beeldhouwkunst is duidelijk te eng. Het blad verschijnt vier keer per jaar. De stukken, die van vrijwel gelijke grootte zijn, gaan over internationale manifestaties en kleine en grotere presentaties, verspreid over allerlei soorten ruimten, over het hele land. De artikelen worden tijdens de exposities geschreven en bevatten een grondige, nooit waardevrije reflectie op het gebodene. Het gaat om een speciale kijk, die dingen doorprikt en denkwijzen onderzoekt. De auteurs zijn allemaal zelf actief in de kunstwereld en zeer betrokken bij een goede communicatie met een breed publiek. Wat voegt Beelden met deze formule toe aan het palet van bladen dat al beschikbaar is voor alle soorten geïnteresseerden?

Aristide Maillol in Rotterdam

Door Jet van der Sluis

Tot en met 10 februari 2013 is in de Kunsthal nog de overzichtstentoonstelling van de belangrijke Franse beeldhouwer Aristide Maillol (18611944) te zien. Een kunstenaar voor wie het maken van beelden een late roeping was: tot zijn veertigste maakt hij voornamelijk wandtapijten en schilderijen die de invloed van de Nabis verraden. Rond 1900 manifesteert zich echter een oogziekte, waardoor hij noodgedwongen besluit zich volledig aan het maken van sculpturen te wijden. Met zijn klassiek geïnspireerde, maar aardse en volumineuze vrouwenbeelden oogst hij succes in binnen- en buitenland. Vlak voor de Tweede Wereldoorlog trekt hij zich terug in zijn geboortedorp Banyuls, aan de voet van de Pyreneeën en begint opnieuw te schilderen. De expositie in Rotterdam is aantrekkelijk ingericht en geeft een goede indruk van de artistieke ontwikkeling die Maillol doormaakte. Er zijn maar liefst 120 werken te zien, waaronder zo’n twintig monumentale sculpturen. In een afgescheiden kabinet draait bovendien een aandoenlijk trage documentaire waarin we de oude Maillol aan het werk zien in het door hemzelf gebouwde tuinatelier in zijn geliefde geboortedorp.

Het idool ontmaskerd

Door Ans van Berkum

Mijn eerste bezoek aan Musée Rodin in Parijs was in 1970. Ik wist niets van kunst, maar had blijkbaar genoeg gehoord om Rodin’s werk te willen zien. Ik liep een lange trap op en keek opeens, geheel onvoorbereid, in de vagina van een bronzen vrouw, die met gespreide benen in de lucht zweefde. Ongelooflijk! Ik had ergens in mijn brein al een beeld van De Denker en De Kus. Ik vermoed dat ik ze kende van ansichtkaarten. Kuis waren ze, zonder een druppel zweet. Maar deze woeste danseres zonder hoofd? Een echte vrouw, die haar ene been vasthield en naar opzij boog, om de hele vulva te onthullen? Ze zweefde in donker brons tegen een witte muur. Een vlinder op een ijzeren stang geprikt. Iris. Ik was met stomheid geslagen. Dwalend door de zalen, werd ik daarna met hele andere indrukken gevoed. Ik zag beelden als La Danaïde, een volmaakt lichaam in het zuiverste marmer. Bij L‘ Eternelle Idole stond ik lang stil. Ik zag een geknielde man met zijn handen op zijn rug en zijn lippen ter hoogte van de maag van een vrouw. Een vrouw die ook geknield achterover leunde terwijl ze haar lichaam, alsof ze er los van stond, leende voor zijn aanbidding. Was dit dan de perfecte vrouw?

Triomf van de zuigkracht

Door Tine van de Weyer

In 2012 bestaat het De Pont Museum in Tilburg twintig jaar en de in Londen woonachtige Anish Kapoor (1954) was een van de twintig kunstenaars wiens werk destijds bij de opening werd getoond. Het museum bleef deze ‘kunstenaar van de tegenstelling’ volgen en liet in Nederland in 1995 de eerste solotentoonstelling zien. Men gelooft zijn ogen niet. Want dat die zwarte cirkel van een halve meter doorsnee op de vloer in een van de wolhokken in werkelijkheid een diep bolvormig gat in de grond is, lijkt ware magie. Hoewel? De titel Afdaling in het ongewisse geeft natuurlijk wel een zekere richting. Kapoor is op 18-jarige leeftijd uit Bombay naar Engeland vertrokken en zijn gemythologiseerde, Indiase jeugdherinneringen vormen, naar eigen zeggen, nog steeds het kompas voor zijn artistieke productie. Zijn vroege, intens gekleurde sculpturen die wereldwijd de aandacht trokken, zijn rechtstreeks geïnspireerd op het jaarlijkse hindoeïstische Holifeest dat de komst van de lente combineert met de overwinning van het goede op het kwade waarbij felle oogverbindende kleuren worden gebruikt. De kenmerkende poederige zachtheid van de op deze folklore geënte kunstwerken die de kunstenaar in de jaren ’80 realiseerde, nodigen uit tot strelen. Hoe verleidelijker de aaibaarheid des te onbarmhartiger het verbod van de aanraking.

Black Box/Chambre Noire van William Kentridge

Door Sya van ’t Vlie

In het Joods Historisch Museum was deze herfst Black Box/Chambre Noire van William Kentridge te zien, een minitheater dat verhaalt over de vergeten genocide van het Hetero- en Namavolk in Zuid West Afrika. Waarom heeft Kentridge deze wonderschone voorstelling gemaakt om deze gruwelijke massamoord uit de vergetelheid te halen? Black Box/Chambre Noire van William Kentridge is een multidisciplinaire installatie die fungeert als minitheater. Het staat opgesteld in een klein zaaltje met rijen stoelen voor het publiek. Het minitheater is een prachtige combinatie van artistiek ambacht en digitale techniek. Als het licht uit en het doek op gaat, ontvouwt zich een intrigerend schouwspel. Op het kleine toneel met links en rechts coulissen en een wisselende achtergrond van op tekeningen gebaseerde animatiefilmpjes speelt zich een computergestuurde voorstelling af. Uit papier gescheurde figuurtjes en marionetten wisselen elkaar af op het toneel. Samen vertellen ze het verhaal van de eerste genocide van de twintigste eeuw die zich afspeelde in de kolonie Deutsch Süd West Afrika, het tegenwoordige Namibië. 

Stedelijk Museum volgt actualiteit tijdens Beyond Imagination

Door Etienne Boileau

Voor de openingstentoonstelling Beyond Imagination werden twintig kunstenaars geselecteerd. Dat leverde een breed aanbod van actuele kunst op, met fraaie uitschieters. Begin volgend jaar wordt bekend gemaakt welke werken zijn aangekocht. Beyond Imagination vond plaats in de nieuwbouw van het Stedelijk Museum Amsterdam. Die nieuwbouw – in de volksmond al snel ‘de badkuip’ genoemd – biedt in architectonisch opzicht geen enkele aansluiting met het oorspronkelijke negentiende eeuwse museumgebouw. Benthem-Crouwel heeft er een hypermodern gebouw van kunststof naast geplaatst als ‘eyecatcher’. Maar sta je eenmaal binnen, dan is die aansluiting er wel degelijk. En nog een voordeel: de nieuwe glazen voorpui biedt een verpletterend uitzicht op het Museumplein. Tijdens Beyond Imagination was er vooral veel film en video te zien, met een enkele positieve uitschieter. De diverse installaties die bij elkaar gebracht waren boeiden zeker, al was hun gehalte soms wat al te conceptueel; zonder explicatiegids of catalogus kom je dan niet ver.

Vernieuwd Museum Kurhaus Kleve toont vele gezichten

Door Antonie den Ridder

Met de restauratie van de westelijke vleugel van het Kurhaus zijn de mogelijkheden van het museum om de volle omvang van haar collectie te tonen, aanmerkelijk toegenomen. De overzichtstentoonstelling Mein Rasierspiegel. Von Holthuys bis Beuys geeft niet alleen een beeld van de gelaagde opbouw van een veelzijdige collectie, maar zet tevens aan tot bespiegelingen over persoon en mythevorming rond kunstenaar Beuys. Museum Kurhaus Kleve verwijst in haar naamgeving naar het oorspronkelijke gebruik van het complex. In Kleef werd van oudsher gekuurd vanwege de aanwezigheid van een bron in het heuvelrijke gebied ten oosten van Nijmegen. Hier werd in de tweede helft van de 18de eeuw een reeks gebouwen neergezet. Zo ontstond een amfitheater, een theesalon met belvedère, een promenade en een bronhuis.

So now what, Jeff Koons, so now what?!

Door Pascalle Mansvelders

De retrospectieve tentoonstelling van Jeff Koons in Versailles in 2008 leek een optimale prestatie. Zijn glanzende gadgetachtige sculpturen kwamen in het pronkerige paleis ultiem tot hun recht. De combinatie was niet alleen voor Koons “A dream come true”, door zijn werk zag je Versailles op een andere, betere manier. Daarmee verschoof het beeld van cultuur als geheel en dat van jezelf als mens. Enige minpunt aan de tentoonstelling: het leek een hoogtepunt dat de kunstenaar nooit meer zou kunnen evenaren. Maar een luttele 4 jaar later lukt het Jeff Koons opnieuw. In het Liebieghaus aan de Main in Frankfurt. Of all places. In de voormalige villa van Baron von Liebieg zijn een groot aantal uitzonderlijke sculpturen ondergebracht die zo’n vijfduizend jaar sculptuurgeschiedenis, van Oudheid tot Classicisme, belichten. Maar net zoals we van Koons nooit vergeten dat hij als Wallstreet-yup werkte voordat hij als kunstenaar doorbrak, zien we Frankfurt al snel als enkel een economisch beurscentrum en daarmee over het hoofd dat de stad 13 musea rijk is. Twee daarvan gooiden zich in 2012 samen om Koons binnen te halen; de Schirn Kunsthalle toonde Jeff Koons. The Painter en Sculpturensammlung Liebieghaus, Jeff Koons. The Sculptor. 

jenseits: tussen angst en troost

Door Carina van der Walt 

“Der Tod ist ein Meister aus Deutschland.”Deze woorden uit de Todesfuge van de Joodse schrijver Paul Celan schoten me te binnen onderweg naar de tentoonstelling jenseits / Beyond the Body in Düsseldorf. Het nieuwe platform Weltkunstzimmer bood een blik op de dood in al haar facetten. Vroeger was deze ruimte een 19de eeuwse broodfabriek. Nu is het de vestiging van de Hans Peter Zimmer Stiftung. De Nederlandse gastcurator Anne Berk heeft deze tentoonstelling meesterlijk samengesteld, als aan de hand van Celan. De tentoonstelling bestond uit vier door elkaar lopende delen: voor de dood, de dood, voorbij het lichaam en overlevenden. Er ontvouwde zich twee tegenstrijdige gedachtelijnen, die twee tegenstrijdige emoties opriepen: angst en troost. Deze gedachtelijnen spreken elkaar voortdurend op verschillende wijze tegen. De expositie en de catalogus nodigen uit tot filosoferen. De deelnemende kunstenaars waren bijna allemaal Nederlanders. Nederland is een van de meest seculaire landen ter wereld. Is dat de rede waarom deze kunstenaars er behoefte aan hadden om betekenis te geven aan de dood?

De staat van Newtopia

Door Riet van der Linden

Wie had ooit kunnen denken dat kunst wereldwijd hét glijmiddel zou worden om steden te promoten? In Nederland is de strijd ontbrand tussen vijf steden die stuk voor stuk in 2018 Culturele Hoofdstad willen worden. En in Vlaanderen volgen de ambitieuze stedelijke kunstmanifestaties elkaar in rap tempo op. Nu is ook Mechelen (bij Antwerpen) voornemens om zich te profileren als centrum voor hedendaagse kunst met een driejaarlijks, internationaal evenement. In september gingen de plannen van start voor Newtopia: een thematentoonstelling over mensenrechten met werk van zeventig kunstenaars. Hierbij geldt ‘wat van ver komt, smaakt zoet’, dus Belgische kunstenaars komen er qua deelname bekaaid vanaf. Zij hebben zelf domweg (nog) niet voldoende ellende in huis om te kunnen concurreren met de groeimarkt van geëngageerde kunst.

Watervallen en geweerkolven tijdens Papierbiënnale

Door Els Vegter

De tweejaarlijks Papierbiënnale was dit jaar te zien in het vernieuwde museum Rijswijk en museum Meermanno in Den Haag. Geweerkolven die als beelden tegen de muur staan, tuimelende boeken, organische zaden, gepelde foto’s en levensgrote muzikanten van papier. Ik had al een foto gezien van ‘de waterval van boeken’ een installatie van de Spaanse Alicia Martin. Toen ik uit de tram stapte en me omdraaide en de waterval in het echt zag aan de Prinsessegracht, was dat toch imponerend. Groots. De boeken in de installatie Biografias leken uit het raam te vallen in een wervelende stroom. In werkelijkheid zaten de boeken met ty-rips op een stalen frame geknoopt. Doordat de boeken niet verlijmd waren, konden de bladzijden vrijuit bewegen in de wind. Op de grond lagen wat losse bladzijden en verregende boeken wat het tot een losjes geheel maakte.

Puur Natuur

Door Geraart Westerink

In het Centrum Beeldende Kunst Drenthe staat de natuur een aantal maanden centraal. Dan blijkt ineens dat komkommers viool kunnen spelen en dat er van paardenbloemen marmelade kan worden gemaakt. Groen, duurzaam, ecologisch verantwoord, klimaatneutraal. Onze ogen en oren worden al geruime tijd dagelijks geconfronteerd met kreten en begrippen die de houdbaarheidsdatum van onze planeet ter discussie stellen. Als die kwestie niet zo relevant was, dan zou hij allang weer terzijde zijn geschoven als een belegen en uitgekauwde trend die slechts verveelde reacties oproept en daarom niet meer interessant is voor een kritisch publiek dat als hongerige wolven voortdurend gevoed wil worden met nieuwe impulsen. Maar inmiddels is vrijwel iedereen in de westerse wereld ervan overtuigd dat er een fundamenteel andere houding ten opzichte van onze (natuurlijke) leefomgeving nodig is om ook in de toekomst te kunnen overleven, al blijft dat vooral een theoretische onderkenning en lopen de meesten nog steeds hard weg voor de praktische consequenties. Zie Al Gore, die een Nobelprijs wint voor zijn Inconvenient Truth, maar wiens huishouden meer energie verbruikt dan een gemiddeld Afrikaans dorp.

Het Gebouw, tijdelijk  

Door Jaap Röell

Eind oktober 2007 brandde het Armando Museum in de Elleboogkerk te Amersfoort, geheel af. Ruim vijftig werken van de collectie van het museum gingen verloren en ook werken van o.a. Albrecht Dürer, Jacob van Ruisdael, Anselm Kiefer en Richard Long die toen deel uitmaakten van de tentoonstelling. Een ramp. Maar, als het allemaal gaat zoals gepland, herrijst volgend jaar herfst de Phoenix uit zijn as. Nu in het landhuis Oud Amelisweerd, aan de rand van Utrecht. Dat classicistische huis uit 1770 met zijn unieke Chinese papierbehang, wordt nu in oude glorie hersteld en geschikt gemaakt voor een museale status; het Museum Oud Amelisweerd, of wel MOA. De bouwwerkzaamheden zijn in september/begin oktober stilgelegd om te laten zien wat het landhuis aan mogelijkheden biedt om de kunstwerken van Armando en dat van andere kunstenaars  die aan zijn thematiek raken –   de natuur, vergankelijkheid, herinnering, weemoed en machteloze compassie – tot hun recht te laten komen. In de korte tussenfase van de renovatie kon je dolen door de lege kamers en koude gangen, maar, zoals Armando in zijn boek De straat en het struikgewas schrijft “… vergeet dan niet af en toe es opzij te kijken. Heb je wat afleiding. Ren niet te veel in een en dezelfde richting. Ga ook es zitten en kijk es een beetje om je heen. Zul je dat doen?”

Catharsis in de kunsten: Bonnefanten Hedge House

Door Pascalle Mansvelders

Sinds juli is de collectie van kunstverzamelaarsechtpaar Jo en Marlies Eyck ondergebracht in een onafhankelijke stichting: Bonnefanten Hedge House Foundation. Hiermee blijft hun levenswerk voor de toekomst toegankelijk voor het publiek. ‘Kasteel Wijlre’ wordt internationaal geroemd om de conceptuele samenhang in kunst en natuur en is een oase van harmonie en integriteit in een periode van strijd in de kunsten. Als iedere parel is ook deze door verwonding mede gevormd. De overname van de collectie door de Provincie Limburg ging bepaald niet zonder slag of stoot. Geen enkel principe of akkoord bleek politiek consistent in dit Wagneriaans schouwspel. Uiteindelijk volgde een ‘happily ever after’, wat een wonder mag heten in ons hedendaags cultuurklimaat. ‘De vormentaal van het modernisme is een herkenbare dimensie in de collectie Eyck’, aldus Bonnefanten, ‘Rode draden daarbij zijn een fascinatie voor de formele esthetische kwaliteiten, de materialiteit van de werken en een voorliefde voor minimalistische tendensen en abstractie…’. Niet bepaald de kunst waar de burger warm voor loopt. Contemplatieve kunst die het bloed onder de nagels vandaan haalt bij wie niet houdt van onpeilbaar, of bang is voor welke vorm van ingetogenheid ook. Maar Hedge House is door de mazen geglipt van het net waarin de kunst verstrikt is geraakt. Thank God!

Tentoonstelling Marc Bijl Urban Gothic: origineel gespiegeld in zwartgallige kopie

Door Paulo Martina

Wie als ‘kunstingewijde’ de tentoonstelling van Marc Bijl in het Groninger Museum bezoekt, zal er een feest van herkenning aantreffen. Hoewel feest in dit verband niet het juiste woord is in een tentoonstelling waarin de dood in elk object aanwezig is. Veel van de installaties doen denken aan de appropriatiekunst van de jaren 80 met als belangrijke vertegenwoordigers Sherrie Levine, Mike Bidlo en Philip Taaffe. Korte samenvatting: vormen maar soms ook exacte kopieën van bestaande kunstwerken worden toegeëigend. Dat gebeurde in die jaren veelal onder het mom van politieke overwegingen binnen het domein van de kunst. Het toe-eigenen van beeldtaal en daarmee ook de betekenis van die beeldtaal zien we terug in het werk van Bijl. Maar elke politieke betekenis wijst hij van de hand: “Mijn werk is niet politiek. Het is niet instrumenteel. Wanneer ik zo’n Nikeveldje verander in een Adidasveldje, dan probeer ik de mensen niet iets bij te brengen over kinderarbeid of zo." 

Het zwart van Silvia B. 

Door Peke Hofman

Haar naam doet denken aan een bekende crimineel of een duister zaakje. Het eerste is niet van toepassing, het laatste des te meer. Onder de titel Le Cirque presenteert het museum Beelden aan Zee een expositie, nou ja een expositie, een negental beelden van deze kunstenaar. De wezens van Silvia B. staan in een zeer donkere ruimte omgeven met zwarte, gordijnachtige stof en worden dramatisch aangelicht door enkele gele richtspotjes. Aangezien de beelden zelf ook nog eens intens zwart zijn kunnen we gerust spreken van een duistere aangelegenheid. Het werk van de Rotterdamse kunstenaar en curator Silvia B. maakt indruk; je krijgt er letterlijk en figuurlijk geen grip op. De zwarte, hybride wezens die ze creëert, zijn zo perfect en esthetisch dat het eng wordt. Zoals het werk Numero Noir waarbij een nog heel jonge ‘Houdini’ zich uit de ketenen wil bevrijden. Dit werk, overigens vorig jaar aangekocht door het museum, laat zien dat het circus wreed is en tegelijkertijd kan betoveren. De stofuitdrukking, keuze voor materialen en afwerking zijn waanzinnig goed- zo goed zelfs dat de mensbeesten van B. elk moment tot leven kunnen komen. Tegelijkertijd zitten zij onder hun glazen stolp in het donker en zijn zij onbenaderbaar.

Anne-Marie van Sprang bij De Witte Voet

Door Sya van ‘t Vlie

Afgelopen 7 oktober was de laatste dag van de tentoonstelling Attention bij galerie De Witte Voet. Beeldend kunstenaar Anne-Marie van Sprang hield op uitnodiging van galeriehoudster Annemie de Bossevain een causerie over haar expositie. Een leuke en leerzame afsluiting van een expositie die begon met haar performance Van blok naar beeld. Het eerste wat bij binnenkomst opvalt, is het geringe aantal geëxposeerde werken. Anne-Marie van Sprang staat bekend om haar kleine porseleinen figuurtjes. Dan verwacht je als bezoeker dat ze eens flink zal uitpakken. Maar niets is minder waar. Wel geteld bestaat de expositie uit vijf sculpturen en twee prints op papier. Deze expositie bewijst dat ‘less is more’.

Marinus Boezem 

Door Eleonoor van Beusekom

Bij Upstream Gallery was oktober jl. een selectie uit het omvangrijke oeuvre van de Nederlandse kunstenaar Marinus Boezem (1934) te zien. De Upstream Gallery in de Amsterdamse Pijp slaagde er in om het karakter en de diversiteit van Boezems kunst met relatief weinig werken kenbaar te maken. Marinus Boezem kan bogen op hernieuwde aandacht, jonge kunstenaars als Ryan Gander vinden zijn gedachtegoed inspirerend. Boezem’s werk wordt, evenals dat van de Nederlandse kunstenaars Dibbets en van Elk, gerangschikt onder de noemer conceptuele kunst. Eind zestiger jaren worden kunstwerken niet meer gemaakt voor de eeuwigheid. De kunstenaar verlegt zijn aandacht naar het concept, het proces, de eenvoud en hij kiest natuurlijke materialen. Die sobere benadering is kenmerkend voor de stroming Arte-Povera en komt naar voren in de conceptuele kunst, de land- en body-art. 

(dis)connected bij Witteveen visual arts centre

Door Sya van ’t Vlie

De verhuizing van de Keizersgracht naar de Konijnenstraat in de Jordaan hield ook een uitbreiding in: van galerie Witteveen naar Witteveen visual arts centre. Een tentoonstelling die een overzicht wil geven van de Nederlandse beeldhouwkunst van 1950 tot 2000 getuigt van de ambitie een speler te willen zijn in de Amsterdamse ‘kunstscene’. De titel (dis)connecties maakt nieuwsgierig want zij moet als kenmerkend worden geacht voor de ontwikkelingen in de beeldhouwkunst in de tweede helft van de vorige eeuw. Met een term die verbanden en breuken impliceert, zit je bij zo’n vijftig jarig overzicht altijd goed. Maar wat zijn dan die specifieke breuken en verbanden? Allereerst is er natuurlijk de breuk tussen voor en na de oorlog. De eerste jaren na de oorlog beleeft de beeldhouwkunst een bloeiperiode door de grote vraag naar oorlogsmonumenten en beelden waarvoor opdracht werd gegeven in het kader van de wederopbouw van kerken. In deze laatste categorie signaleren de tentoonstellingsmakers een verschil tussen katholieke en protestantse beelden. De eerste zijn veelal figuratief en de laatste hebben een voorkeur voor abstractie. Hoewel figuratie en abstractie elkaars tegenpolen zijn, zijn ze paradoxaal genoeg als oppositie onverbrekelijk met elkaar verbonden.

Cor Kraat veranderde het gezicht van Rotterdam 

Door Piet Augustijn

Op initiatief van het Centrum Beeldende Kunst (CBK) was van 28 september tot en met 9 december in LP2 (Rotterdam) de tentoonstelling Cor Kraat, Made in Rotterdam te zien. Een – in hoofdzaak – documentair overzicht van het oeuvre van beeldend kunstenaar Cor Kraat (1946) die de afgelopen decennia de openbare ruimte van de havenstad een uniek gezicht heeft gegeven. Zijn ingrepen in de openbare ruimte zijn zowel legendarisch en gedurfd als humoristisch en (bijna) platvloers. De Nieuwe Delftse Poort, de Kraatpaal en de glazen entree van De Kuip zijn Rotterdamse iconen geworden. De tentoonstelling was verdeeld over drie zalen. Iedere zaal gaf een tijdsbeeld van Rotterdam weer met als ijkpunt de kunst van de in Rotterdam geboren en getogen Cor Kraat. Ook het werk van het kunstenaarscollectief Kunst & Vaarwerk, dat Cor Kraat samen met Hans Citroen en Willem van Drunen oprichtte, maakte onderdeel uit van de expositie: een Nederlandse Pop Art variant die met ironie terugsloeg naar die harde stad.

Bas Maters

Door Judith van Beukering

De kunstenaar Bas Maters  (1949-2006) was een bijzonder charismatische man die met zijn werk en als docent bij vele mensen een onuitwisbare indruk heeft achtergelaten. “Bas Maters was een echte leermeester die velen richting en duiding heeft gegeven”, was te lezen in een herdenkingstekst. Dit jaar hebben kunstvrienden Bas Maters geëerd met een tentoonstelling, een boek en een film. De auteur was aanwezig bij de presentatie van de film, die hoorde bij de tentoonstelling Een vierkantje laten lachen in Artez Arnhem. De film Terra Mater is een tocht langs de werken van Maters. Hoe kijken mensen die Bas Maters van nabij gekend hebben, nu zes jaar na zijn dood, aan tegen zijn werk en persoon? Bas Maters studeerde midden jaren zestig aan de kunstacademie van Arnhem waar hij les kreeg van Peter Struycken en Berend Hendriks. Zij hadden nieuwe frisse ideeën over landschap, kunst en architectuur. In plaats van bronzen beelden op een sokkel, maakten zij omgevingskunst waarbij het ontwerp geïntegreerd werd in de openbare ruimte.

Long Walk to Freedom: nog onderweg

Door Carina van der Walt

Op 25 September jl. is een 3,5 meter hoog standbeeld van Nelson Mandela in Den Haag onthuld. De beeldhouwer Arie Schippers heeft hier ruim twee jaar aan gewerkt. Stichting Standbeeld Nelson Mandela Den Haag was de opdrachtgever. De onthulling van het beeld was het hoogtepunt van de tentoonstelling The Rainbow Nation met tweeëndertig deelnemende kunstenaars uit Zuid-Afrika van Museum Beelden aan Zee en de stichting Den Haag Sculptuur. Aanvankelijk zou de onthulling op 18 juli plaatsvinden tijdens de verjaardagvieringen van deze 94-jarige icoon, maar er trad vertraging op. Het was inderdaad een lange wandeling. De naam verwijst direct naar de autobiografie Long Walk to Freedom (1995) van Nelson Mandela, oud staatspresident van Zuid-Afrika en samen met Frederik Willem de Klerk ontvanger van de Nobelprijs voor Vrede in 1993. Deze autobiografie is ook vertaald naar Lang Pad na Vryheid (2001). 

Verzamelaars aan het woord: Bert Kreuk 

Door Etienne Boileau

De Rotterdammer Bert Kreuk is als zakenman en verzamelaar vooral actief in de VS. Wereldwijd heeft hij tientallen bruiklenen bij gerenommeerde musea uitstaan. Ook het Haags Gemeentemuseum en Museum Boijmans van Beuningen hebben bruiklenen van Kreuk. Zo kreeg Boijmans een manshoog ei van Jeff Koons, waar het drie jaar lang zal blijven staan. In datzelfde museum zijn momenteel zes werken van de Deen Matias Faldbakken te zien: allemaal uit de Collectie Bert Kreuk. In een van de vitrines in het entreegebied van Boijmans hangt een ingelijste vuilniszak uit Faldbakken’s Garbage Bag serie. Er tegenover staat een serie gestapelde filmblikken die metaalkleurig gespoten is, en in een andere vitrine zie je enkele binnenstebuiten gekeerde jerrycans. Middenin de hal tref je een stel lockers aan, ingedeukt en bij elkaar gehouden door een paar sjorbanden. Wat bezielt Kreuk om dit soort ‘basic’ installaties aan te schaffen en die vervolgens wereldwijd uit te lenen?

Wilt u de artikelen helemaal lezen, neem dan een abonnement, of vraag een los nummer aan via info@spabonneeservice.nl  




Comments