Beelden 4#2015

Beeldenmagazine 4#2015, jaargang 18, nr. 72

Redactioneel

In dit Redactioneel besteed ik aandacht aan de gevolgen van de bezuinigingen op kunst en cultuur door het vorige kabinet,  die in onze huidige tijd nog steeds doorwerken. De afgelopen maanden lees ik in diverse bladen dat de Willem 3 in Vlissingen, het CBK Drenthe in Assen, Gemak in Den Haag Het CBK Schiedam en Pand Paulus in Schiedam hun activiteiten hebben moeten stopzetten. De bezuinigingen op kunst en cultuur die toenmalig staatssecretaris Halbe Zijlstra in 2010 heeft ingevoerd, werken helaas nog steeds door. Na de bezuinigingen van het Rijk, kwamen vervolgens de bezuinigingen op de subsidies van kunst en cultuur van de provincie en van de gemeente er bovenop. Lees meer…

Kunst in de provincie: Zeeland

Zeeland is een mooie, maar dunbevolkte provincie met weinig industrie en handel. De kunst heeft het er moeilijk vanwege bezuinigingen op de subsidies die de afgelopen jaren zijn doorgevoerd. Ook voor de komende jaren staan er bij gemeentes verdere bezuinigingen in de boeken. Wel lijkt het erop dat provinciale subsidies in enkele gevallen behouden kunnen blijven. Daarnaast zijn er in Zeeland diverse kunstenaarsinitiatieven die nauwelijks afhankelijk zijn van overheidssteun. Dat maakt ze in het huidige tijdsgewricht juist levensvatbaar. Dat geldt ook voor Galerie van den Berge in Goes, een topgalerie die al 25 jaar manmoedig stand houdt.

Cross-overs in de kunst: Guido van der Werve

Kunstenaars die de gebaande paden verlaten en het avontuur aangaan, ontwikkelen vaak spannende cross-overs. Door zich op een totaal ander medium te richten dan waartoe ze zijn opgeleid of een bijzondere mix van media toe te passen, krijgt hun werk een nieuwe dimensie. Guido van der Werve speelde tijdens zijn jeugd vooral klassiek piano. Toch ging hij niet naar het conservatorium, maar probeerde hij eerst twee andere studies. Pas veel later kwam de Rietveld Academie in het vizier. Gelukkig maar, want Van der Werve heeft zich na zijn kunstopleiding ontwikkeld tot één van de meest spraakmakende kunstenaars van onze tijd. Als performer, componist, sportman, musicus en filmmaker geniet hij wereldwijd bekendheid. Denk aan zijn meest recente film (Nummer veertien) waarin hij in wetsuit achter de vleugel zijn eigen compositie speelt in de Heilig-Kruiskerk te Warschau om vervolgens het erachter gelegen water in te duiken.

Jennifer Tee. The Soul in Limbo

Jennifer Tee won de Cobra Kunstprijs met haar ambachtelijke, esoterische werk. Ze heeft nu een solo in het Cobra Museum met de intrigerende titel The Soul in Limbo, waarin ze een selectie uit de afgelopen tien jaar laat zien. Op een verhoging liggen verschillende kleurrijke wollen kleden in geometrische patronen, die worden afgewisseld door banieren, hangende of balancerende sculpturen. Sommige kleden lijken bij elkaar te horen. Ze zijn gespiegeld ten opzichte van elkaar. Ze hebben verlopende kleuren, vanuit een wit centrum naar kobalt blauw, zuurstok roze, oranje of geel. Soms zijn ze voorzien van glanzende kleurrijke bollen die je zintuigen op scherp stellen en je bewustzijn verhogen. Je wordt er blij van. “Schoonheid leidt tot bevedering van de ziel”, zei Plato. En als je met Jennifer Tee praat, blijkt al heel snel dat het haar niet om toegepaste kunst of esthetische ambachtelijkheid gaat, maar om een intuïtieve verkenning van de onzichtbare wereld van de geest. De tentoongestelde objecten zijn slechts de helft van het verhaal. Deze kleden dienen als platform voor dansperformances en speelse rituelen. Ze markeren een plek voor het lichaam van waaruit de geest kan worden verkend, ‘vliegende’ tapijten, waarmee de ziel zich kan verheffen.  

Buiten de lijntjes. Expeditie land art

Land art in het museum. Laat het even tot u doordringen. Dat moet toch wel een contradictio in terminis zijn. Want wat zijn de belangrijkste kenmerken van land art? Om te beginnen dat het zich buiten afspeelt, ver weg van de claustrofobische museumzalen. Niet zelden zijn land art-projecten van een grootte dat zij onmogelijk binnen de muren van welke kunstinstelling dan ook passen. Daarnaast zijn natuurlijke elementen, als zon, regen, bliksem, wind, bewolking, mist, sneeuw, hagel en dauw vaak van essentieel belang. En die ontbreken binnen de muren van het museum vrijwel allemaal. De vraag is dus of je land art wel in een museum moet willen laten zien en zo ja, hoe dan? Sandra Smallenburg, kunstcritica van NRC Handelsblad, heeft de antwoorden. Zij stelde in kunsthal KAdE in Amersfoort de tentoonstelling Expeditie land art samen.

Johan Sietzema bij Land art Delft 

Eind september werd het beeld Kleyn Huysken van Johan Sietzema opgeleverd in het landschapspark van de Stichting Land art Delft.  Een goede aanleiding om de wandelschoenen eens aan te trekken en ook deze bijzondere omgeving, vlak onder de campus van de Technische Universiteit, nader te ontdekken.

Land art Delft (LAD) is gesitueerd in een openbaar toegankelijk stuk landschap in de polder van Midden Delfland,  met onder meer wandel-, fiets- en ruiterpaden. Het gebied is nog agrarisch, maar de dynamiek van de stad en de snelwegen zijn dichtbij. Door kunstwerken, geïnspireerd door dit ooit door mensenhanden aan het moeras onttrokken landschap, in dit recreatiegebied te plaatsen voegt de stichting er een dimensie van verbeelding en reflectie aan toe. LAD is een initiatief van beeldend kunstenaar Paula van Kauwenhoven, nog immer de drijvende kracht achter het geheel. In 2012 en 2013 werden er onder de titel Landschap als herinnering door de stichting twee beeldhouwsymposia georganiseerd, waarbij kunstenaars werken op locatie tot stand brachten. Zo’n 40 werken hebben mede hierdoor sindsdien een plek op het terrein gekregen.  Die titel doet me denken aan het boek Landschap en herinnering van Simon Schama, waarin hij betoogt dat onze ‘bezetting’ van het landschap geen reden is voor schuldgevoel en verdriet, maar eerder tot vreugde en dat het onze vormgevende visie is die het landschap als zodanig weet te herkennen.

De Middelheimstoet: Pom’ po pon po pon pon pom pon

Op een mooie herfstdag trekken we richting het Openluchtmuseum voor Beeldhouwkunst Middelheim in Antwerpen. Kunst zie ik doorgaans voldoende, mijn intentionele natuurwandelingen schieten er gemakkelijker bij in. Dus alleen al het vooruitzicht op de combinatie natuur + kunst, gaf aanleiding tot een voorfeestje in het hoofd.

Het Middelheimpark is onderverdeeld in twee delen: het waarom daarvan ontgaat me, maar beide nodigen uit om bezocht te worden. Buiten de kunst, komen we hier bomen tegen met klinkende namen, zoals de Trompetboom, Suikeresdoorn en Valse Christendoorn. Gelukkig ben ik beter in het herkennen van  kunstwerken. De bestaande collectie, voor een groot deel ‘modernen’, maar ook tal van hedendaagse kunstenaars, is telkens een genot voor het oog (en dankzij de heerlijk geurende natuur ook voor de neus). Als je intentieloos door het park kuiert, loop je er gemakkelijk moderne meesters als Auguste Rodin, Henri Moore en Maillol tegen het lijf. We treffen er ook recentere Nederlandse sculptuurheren als Henk Visch en Atelier Van Lieshout. Folkert de Jong toonde er al in oktober 2013 – april 2014 (zie Beelden 4#2013) elf ontwrichtende bronzen beelden, die in en rond het paviljoen  te zien waren onder de noemer Amabilis insania. Pom’ po pon po pon pon pom pon: een lange rij kunstwerken staat ons op te wachten. De pijl van punk Dennys Tyfus wijst de bezoekers de richting.

Barbara Hepworth: een leven in beelden
 

Vijftig jaar na haar grote solotentoonstelling in het Kröller-Müller Museum is het oeuvre van de belangrijkste beeldhouwster van de twintigste eeuw opnieuw te zien op de Veluwe. De expositie Barbara Hepworth: Sculpture for a Modern World is samengesteld door Tate Britain in London en reist na Otterlo door naar het Arp Museum in het Duitse Remagen.

De chronologische presentatie is gegroepeerd rond zes thema’s die vloeiend in elkaar overlopen en benadrukt vooral de voortrekkersrol die de kunstenares binnen het internationale modernisme heeft vervuld. Doordat het Hepworth-archief recentelijk ontsloten is, biedt de tentoonstelling veel nieuwe inzichten. Zo krijgen we een prachtig gedocumenteerd beeld van de symbiotische, artistieke relatie met haar tweede echtgenoot, de schilder Ben Nicholson. Bovendien wordt duidelijk dat Hepworth een enorme ‘control freak’ was, die zich intensief met de promotie van haar werk bemoeide.

Troost? Maja van Hall en Roesja Trimbos in Museum Noordwijk 

Bij het plaatsen van beelden in een tentoonstelling of in de openbare ruimte, wordt meestal lang gedelibereerd wordt over de beste plek en belichting daarvoor. Het beeld kan immers een deel van zijn betekenis en aantrekkingskracht verliezen als het resultaat van plaatsing niet optimaal is. Hoe zit dat bij de expositie van werken van Maja van Hall onder de titel Troost, Overleving en Bezwering in het Museum Noordwijk?

Museum Noordwijk is een historisch museum waar de geschiedenis van het oude Noordwijk geconserveerd wordt: kunstnijverheid, klederdrachten, stijlkamers waarin het dorpse leven uit circa 1900 tot ‘leven’ wordt gebracht en waar schilderijen over Noordwijk worden getoond toen het nog een landbouw- en vissersdorp was. In het museum is ook een ruimte waar tweemaal per jaar een tentoonstelling wordt gewijd aan Noordwijkse kunstenaars, zoals van Charlotte van Pallandt, aan Oswald Wenckebach en aan Tosca van den Haak. En nu dus een presentatie van zeventien beelden van Maja van Hall onder de brede titel van troost, overleving en bezwering.

De werkelijkheid van Jan Schoonhoven

Het moet een openbaring voor Jan Schoonhoven, Henk Peeters en Jan Henderikse zijn geweest toen zij in september 1958 in de Rotterdamse Kunstkring en ruim een half jaar later in de Haagse Galerie De Posthoorn, de eerste solo-exposities van Piero Manzoni buiten Italië zagen. Manzoni toonde zijn volledig witte schilderijen gedrenkt in dunne witte klei, de zogenaamde ‘Achromes-doeken’ waaruit elke kleur dan wit is weggetrokken, non-schilderijen van de absolute vrijheid van het picturale en narratieve. Voor Jan Schoonhoven een nieuwe werkelijkheid.

Die werkelijkheid wordt getoond in twee met elkaar samenhangende exposities; in Museum Prinsenhof in Delft Kijk, Jan Schoonhoven en in het Stedelijk Museum te Schiedam, De werkelijkheid van Jan Schoonhoven.

In Delft ligt de nadruk op het leven van Schoonhoven in de door hem zo geliefde stad en op de inspiratiebronnen die hij aldaar vond in het steeds wisselende licht en schaduw op straat, tegen gevels van de oude huizen, in de spiegelende grachten of op een verweerde stoeptegel, een ijzeren paaltje of op een putdeksel. Overal herinneringen aan het dagelijkse dat door de lichtval van intentie veranderd.

In Schiedam ligt de nadruk op de plaats van het werk van Schoonhoven in relatie tot andere Nulkunstenaars die net als Schoonhoven het onpersoonlijke willen uitdrukken en het objectiveerbare herhalen in een pulserend ritme.        

De dood aan zee

Het skelet is van oudsher in de schilderkunst een iconografisch teken van de dood en tegen ijdelheid. Je komt het regelmatig tegen. In de beeldhouwkunst zie je het minder vaak en zeker in de recente beeldhouwkunst ligt het in iconografisch opzicht minder voor de hand. Toch ging Museum Beelden aan Zee de uitdaging aan hier een tentoonstelling over te maken. Er blijkt meer te bestaan dan je vermoedt over dit onderwerp en het resultaat mag er zijn.

Er ontstaat een gevoel van weerstand in mijn lichaam als ik de doodshoofden, skeletten, lichaamsdelen en organen dicht op elkaar gepakt zie staan. Tussen de veelheid aan beelden staan grote schermen met teksten over de subthema’s: ‘Vanitas’, ‘Relikwie en religie’, ‘Archeologie van de toekomst’ en ‘Armatuur en anatomie’. Ik raak hier meteen de zwakke plek van deze tentoonstelling. Je kunt door de bomen het bos niet meer zien. Tussen deze beelden door lopen best veel mensen, wat het totaalbeeld nog onrustiger maakt. Als ik deze visuele overdaad de rug toekeer, sta ik oog in oog met een beeld van Siobhan Hapaska dat mij op slag raakt; een beeld uit 1997 met de titel The Inquisitor. Het is een wassenbeeld van een monnik.

De hübsche waanzin van Isa Genzken

Gisterenavond heb ik de VIP-preview meegemaakt van Isa Genzkens Mach Dich hübsch! Na een nachtje slapen ben ik nog steeds sprakeloos. Dat is erg lastig, want ik heb maar één dag om een bespreking te schrijven. Woorden schieten te kort voor deze overweldigende expositie.

Na het welkomstwoord van Beatrix Ruf was het zover. Om 8 uur mochten we de trappen van het Stedelijk Museum op om het retrospectief van Isa Genzken te bekijken. Vreemd genoeg is deze Duitse kunstenaar, die in het buitenland een flinke reputatie heeft opgebouwd, in Nederland nog niet zo bekend. Maar na dit retrospectief zal dat zeker anders zijn. Bij het binnengaan van elk van de zeventien zalen zei ik in mezelf ‘waanzinnig’. Voor Genzken is alles wat haar overkomt een aanleiding om kunst te maken, geen materiaal is haar te gek. Ze beheerst alle disciplines: sculptuur, fotografie, film, schilderkunst, tekenen, collage, assemblage, mode, ensceneringen, en ruimtelijke installaties, veelal meerdere van die disciplines combinerend in één werk. Ze refereert aan de kunstgeschiedenis, de architectuur en iconen uit de popcultuur.

Ceramix in het Bonnefantenmuseum

Toen Stijn Huijts net was aangesteld als directeur van het Bonnefantenmuseum sprak hij tijdens een diner in Los Angeles de Franse curator Camille Morineau, gaf haar zijn spiksplinternieuwe visitekaartje, waarop zij het adres van het museum las: Avenue Céramique. Huijts vertelde haar dat het museum is gebouwd op de plek waar eerder de aardewerkfabriek Société Céramique lag, en hoe de naam ervan voortleeft in de daar naar vernoemde wijk. Dat was het ontstaansmoment van de internationale keramiektentoonstelling Ceramix die momenteel in Maastricht te zien is. Ik lees het verhaal vanuit Limburg in The New York Times en kijk er niet van op. Dat de fameuze krant aandacht besteedt aan deze tentoonstelling is niet meer zo uitzonderlijk als je de tentoonstelling hebt bezocht.

Het glas (ver)heffen op Beste Buren

Dit jaar vond er een vriendschappelijke samenwerking plaats tussen twee hotspots van de hedendaagse glaskunst. Curatoren van het Nationaal Glasmuseum in Leerdam en het Glazen Huis in het Belgische Lommel waren bij elkaar te gast en selecteerden enkele internationale (glas)kunstenaars voor een uitwisselingsproject. Het resulteerde in twee opmerkelijke exposities.

De uitwisseling valt binnen een omvangrijk cultureel samenwerkingsinitiatief tussen Vlaanderen en Nederland onder de titel Beste Buren. Een mooie alliteratie, maar de naam van de Leerdamse bijdrage in Lommel dekt de lading beter: Ceci n’est pas du verre! Een schalkse verwijzing naar de grote Belgische surrealist Magritte, waarmee meteen de glaskunst bevraagd wordt. Zien we glas of zien we beeldende kunst? Die gelaagdheid is op beide tentoonstellingen nadrukkelijk aanwezig met werken die de intrinsieke kwaliteiten van het materiaal lijken te overstijgen. Lijken…, want eerder wordt er een nieuwe dimensie aan de glaskunst toegevoegd en bovendien zijn de betrokken kunstenaars door en door geworteld in het glaskunst. 

Walvis tegen de zon: Japanse kunst 

Je ziet hem niet direct in het TextielMuseum in Tilburg al prijkt hij op vele affiches. Hij kruipt weg met zijn witte viscose draden in een roerloze open bek. De mondhoeken van die bek worden gemarkeerd door twee indigo strepen, wat op hun beurt weer de kleur van het zeewater oproept. W-Orbit van Akio Humatani herinnert aan een baleinwalvis. Met een doorsnee van vier meter is het een van de grootste werken in de tentoonstelling Fiber Futures/Kunst uit Japan. De bek van deze walvis fungeert als een zeef waarmee hij kunst van dertig Japanse kunstenaars scheidt van prullaria. Dat is nog steeds het imagoprobleem waartegen dit museum op moet boksen. Het materiaal waaruit de geïmporteerde werken vervaardigd zijn, kan ruwweg verdeeld worden in organisch en anorganisch materiaal. Het is met name dit laatste materiaal waar sommige bezoekers nog last mee hebben.

Lekker Licht: een ervaringstentoonstelling

Lekker Licht is een tentoonstelling in het Centraal Museum in Utrecht over de betekenis van licht in ons leven. Er is dat moment dat de ogen het eerste daglicht doorlaten, de nabeelden die je ziet als je in het licht kijkt en het ontdekken van een regenboog aan de hemel. Voorbeelden van momenten waarbij licht ons leven kleurt. Ook als de zon ondergaat, speelt licht een grote rol, denk maar aan het nachtlampje, de straatlantaarns of de neonverlichting van winkels. In Lekker Licht ervaart de bezoeker door beeldende kunst, modevormgeving, design en muziekvideo’s op prikkelende wijze wat licht doet. Verschillende kunstenaars laten op eigen wijze zien hoe zij licht interpreteren.

Lichtbaden

Buiten donker, regen en wind. Binnen een magische sfeer vol zachte kleuren en beweging. Muziek, soms met harde effecten, maar meestal lieflijk van toon. Strandstoelen onder en bij de objecten, waarin mensen in licht baden. De haast voorbij. Het CBK Amsterdam leeft op.

Zeven grote lichtinstallaties kleden de enorme zaal aan. In het midden een mobile van Jonas Vorwerk. Wie achterover zakt in een strandstoel, kan wegdromen bij het zien van de deinende lichttapijtjes, die aan de uiteinden van horizontale stokken hangen, zoals het hoort bij een mobile. Ja, hij dacht aan Alexander Calder, hij zegt het. Licht verplaatst zich in warme kleuren door de lampjes. Opeens komt er een contrasttint voorbij. Een streep rood, die geel wordt en de hoofdkleur een duw geeft om ook van tint te veranderen. De veranderingen in kleuren van de led-lampjes worden digitaal aangestuurd en zijn volstrekt onvoorspelbaar. Je blijft kijken.

Het atelier: Sofie Muller

De Belgische kunstenares Sofie Muller woont in een 18e eeuwse herenwoning in het Prinsenhof, hartje Gent. Een huis dat bruist van geschiedenis. Een herenwoning die paalt aan de tuin van de paters Karmelieten.

De neogotische architect Jean-Baptiste Bethune woonde en werkte hier. Hij heeft ook zijn stempel binnenin het gebouw gedrukt. Zo heeft hij een neogotische kapel achtergelaten, die hij zelf gebruikte als showroom voor zijn architectuurontwerpen en glasramen. Hij was ook een van de stichters van Sint-Lucas Gent, de toonaangevende Belgische kunstschool, waar men ijverde naar het ideeëngoed van de Arts and Craft beweging. Deze kapel is nu ingericht als bibliotheek en curiositeitenkabinet en wordt door de kunstenares gebruikt om na te denken, te lezen en te schrijven.

Sofie ontvangt mij via de dubbele poort van haar herenwoning. Ze troont mij mee door de koetsgang alias opslagruimte. Doorheen de stapels ‘rommel’, valt mijn oog op twee bekende sculpturen: Jesse, een ingetogen jongen, gegoten in brons, die wij ook in de expo Vormidable in Den Haag konden zien, en waar hij een spoor van begonia’s achterliet op het Lange Voorhout. Aan de andere zijde van de ‘opslaggang’, treffen wij Elza aan, een wit surrealistisch beeld van Sofie’s dementerende grootmoeder kinderlijk op een schommel in marmer epoxy.

Kunst in de openbare ruimte

Giny Vos

Leeuwarden is hard bezig een van de mooiste steden van Noord-Nederland te worden. Niet alleen is er een inhaalslag gepleegd wat betreft restauratie van monumenten, opknappen van achterstandswijken en het opwaarderen van de kwaliteit van de openbare ruimte. Ook het binnenhalen van de titel Culturele Hoofdstad in 2018 en het nieuwe Fries Museum dragen bij aan het zelfbewustzijn van de bewoners. Dat is merkbaar als je door de straten van de binnenstad loopt. Leeuwarden bruist, leeft. De Gemeente Leeuwarden heeft in 2008 in de nota Cultuurvuur gedurfd om te investeren in de rol van beeldende kunst in de stad: “Beeldende kunst levert samen met ruimtelijke ordening en architectuur een bijdrage aan de visuele kwaliteit van de stad en een kwalitatief hoogstaand beheer van de openbare ruimte.” De recente kunstwerken in de openbare ruimte zijn daar een uitwerking van. Met wat mij betreft het voorlopige hoogtepunt Passage de la Baleine van Giny Vos.

Wicher Meursing

De Westerdoksdijk heeft de laatste 20 jaar een metamorfose ondergaan. Tussen de lange gevel van de nieuwbouw met op de hoek de’ boeg’ van de Belgische architect Bob van Reeth, de voormalige betonnen graansilo’s staat op het kruispunt van deze gebouwen, het IJ en het water van het Westerdok het kinetische beeld van Wicher Meursing. Deze locatie is vol herinneringen voor hem. Zes vrienden en buren van Wicher Meursing zijn reeds een tijd geleden een initiatief gestart om een beeld van hem in de openbare ruimte te realiseren. De stichting ‘Wicher aan de Werf’ heeft vier jaar gewerkt om door wind bewogen beweging te realiseren.

Hans van Houwelingen

Soms moet je risico’s durven nemen als opdrachtgever. Vooral als het de naam van beeldend kunstenaar Hans van Houwelingen betreft. De kunstenaar staat bekend om zijn provocerende ontwerpen en kritisch perspectief. Bekende beelden van collega-kunstenaars wil hij hergebruiken of van oude grafzerken een wandelpad creëren. Van Houwelingen kijkt naar hoe de betekenis van het op te leveren kunstwerk kan corresponderen met de gebruikers. Eerder ontwierp hij voor een plein een straatmozaïek in de vorm van een ‘Perzisch tapijt’ (ontworpen door de Marokkaanse kunstenaar Hamid Oujaha) in een multiculturele volksbuurt in Utrecht. Enkele van zijn plannen hebben het niet gehaald, zoals de Satellietschotelgedoogzone in Den Haag. 48 schotels zo opgesteld op balkons van een flat dat ze samen een kunstwerk vormen.

Wilt u de artikelen helemaal lezen, neem dan een abonnement, of koop een los nummer via info@spabonneeservice.nl  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Comments