Beelden 4#2016

Beeldenmagazine 4#2016, jaargang 19, nr. 76

Redactioneel 

Er gebeurt veel in Nederland, Museumland. In september van dit jaar opende Museum Voorlinden in Wassenaar. Dit museum voor moderne en hedendaagse kunst is een initiatief van verzamelaar en zakenman Joop van Caldenborgh. Hij laat er zijn eigen collectie zien en er zijn wisselende exposities. Tot en met 8 januari 2017 kunt u daar een overzicht van de monochrome werken van Elsworth Kelly bekijken. Museum De Domijnen in Sittard verhuisde naar het nieuwe cultuurgebouw Ligne. Na jaren van voorbereiding, bouwen en inrichten opende de afdeling Hedendaagse Kunst van Museum De Domijnen, eveneens in september, de deuren van haar nieuwe onderkomen. Voor de eerste tentoonstelling haalde de curatoren een selectie van wat het museum in de afgelopen 20 jaar aankocht uit het depot. Daarnaast vonden er de afgelopen tijd twee verbouwingen van musea plaats, namelijk Museum De Pont in Tilburg en het Fotomuseum Den Haag en GEM. Museum De Pont kreeg een nieuwe vleugel. De nieuwbouw biedt onderdak aan film, fotografie en videokunst. Tijdens mijn bezoek was er in de fraaie nieuwe ruimte de tentoonstelling Future van David Claerbout met video-installaties en tekeningen te zien. Het Fotomuseum en GEM heropenden op 17 december jl. Dit was na de deadline van dit nummer. De twee musea hebben van plek geruild. Waarbij het Fotomuseum twee keer zoveel ruimte heeft gekregen; helaas ten koste van GEM. De eerste tentoonstelling in het Fotomuseum betreft een oeuvreoverzicht van de Magnumfotograaf Werner Bischof en de eerste Nederlandse solotentoonstelling van Lara Gasparotto. GEM opent met een eerbetoon aan Sol LeWitt. Lees meer...

Kunst in de provincie: Flevoland

Flevoland is een jonge Provincie. Een feit dat vaak als excuus wordt aangevoerd voor het nog erg schaarse aanbod aan beeldende kunst. Schaars in vergelijking met de rest van Nederland, waar toch overal beseft wordt hoe sterk de samenhang is tussen een krachtig kunstbeleid en een groeiende economie. Museum De Paviljoens in Almere is in 2013 bruusk opgeheven. De uit Kassel geïmporteerde Aue paviljoens van de Belgische architecten Robbrecht en Daem waarin het museum gevestigd was, zijn voor een prik aan Amersfoort overgedaan. Daar maken ze deel uit van een hip ensemble aan culturele voorzieningen aan het Eemplein. De Flevolander kijkt er naar met pijn in het hart. Weg, enig kunstmuseum in deze contreien. Op Schokland is nog een klein museum over de geschiedenis van de Zuiderzee en het voormalige eiland, waarbij af en toe ook een kleine kunsttentoonstelling of een evenement plaatsvindt. Daan Roosegaarde liet er Waterlicht zien, een vernuftige visuele ervaring die het ex-eiland weer in water deed baden. In Nagele is een klein museum in een kerk, waar mensen hun best doen ook kunst een kans te geven. In Natuurpark Flevoland bij Lelystad worden buitententoonstellingen georganiseerd. De schaal van dit alles blijft beperkt. Flevoland is rijp voor een ingreep van buitenaf, want van de eigen visie van beleidsmakers mag hier niets worden verwacht. Een De Pont, een Melchers, een Caldenborgh, wat zouden die hier welkom zijn.

Cross-overs in de kunst: Joris Laarman

Designers die zich buiten de gebaande paden van het design bewegen en in staat zijn hun werk verschillende betekenislagen te geven, komen meer en meer in de hoek van de kunst terecht. Kunstenaar-ontwerper Joris Laarman is zo iemand. Voor zijn ontwerpen maakt Laarman gebruik van de allernieuwste wetenschappelijke inzichten omtrent groeiprocessen en gentechnologie. Vaak worden ze uitgevoerd met behulp van 3D-Printing. Zo wordt komend jaar naar een ontwerp van Laarman een stalen brug over de Oudezijds Achterbugwal geprint met behulp van robots. Op het NDSM-terrein spreek ik Joris Laarman in de robotwerkplaats MX3D. Buiten staan een zestal robots in kooien hun las- en printwerk te doen. Binnen praat ik een uur lang met hem over de functie van design, de allernieuwste technologische ontwikkelingen en hoe onze toekomst eruit gaat zien.

Yvonne Dröge Wendel

Op 29 september jl. ontving Yvonne Dröge Wendel de Dr. A.H. Heinekenprijs voor de Kunst vanwege de speelse, filosofische manier waarop ze de relatie tussen mensen en dingen onderzoekt. Deze kunstprijs, die Alfred Heineken in 1988 instelde, is niet kinderachtig: € 100.000,-. Daarmee wil Dröge Wendel haar Denk Tank project verder ontwikkelen. ‘We are living in a material world,’ zingt Madonna. Dat daagt kunstenaars uit om onze relatie met dingen te onderzoeken, Dröge Wendel voorop. Je hoeft geen antropoloog te zijn, om te weten dat onze materiele cultuur onze manier van leven vormgeeft. Het begon met een aap die een stok pakte om een banaan uit de boom te slaan. Van daaruit ontwikkelde de mens een duizelingwekkende verscheidenheid aan werktuigen om beter te overleven. In de westerse materialistische, technologische cultuur is onze relatie met dingen veranderd. Ooit waanden wij ons heer en meester over de dingen. Nu zijn de rollen omgedraaid. We leven in een man-made world, die ons gedrag lijkt te sturen.

De Volkskrant Beeldende Kunst Prijs

De Volkskrant Beeldende Kunst Prijs heeft zich in het achter ons liggende decennium ontwikkeld tot een toonaangevende kunstprijs voor kunstenaars tot 35 jaar. De jonge garde laat zich zien op de begane grond van het Stedelijk Museum Schiedam. Aan de nieuwe editie van 2016 doen vijf genomineerden mee: Alexis Blake, Jan Hoek, Anouk Kruithof, Jay Tan en Evelyn Taocheng Wang. Daarnaast worden onder de titel Oogst nieuwe werken getoond van alle eerdere winnaars en publieksfavorieten. Er wordt uitvoerig stilgestaan bij de geschiedenis van de prijs zelf. Met een dusdanig gevulde agenda wordt het dringen om de aandacht. “De werken spreken me niet  zo aan. Het oogt allemaal zo bedacht”. Mij viel de kritische bemerking in het gastenboek van het Stedelijk Museum Schiedam niet zozeer op vanwege de inhoud, maar door de vorm. In van verontwaardiging bevende hanenpoten met felle hakerige lussen werd hier vormgegeven aan een gekwetste ziel. Wat doet kunst je wel niet aan, wanneer ze je niet raakt, je niet de gunst verleent om deelgenoot te worden? De kunstliefhebber, want zo mogen we de schrijvende bezoeker wel zien, laat zich dan kennen als een afgewezen minnaar. Vervuld van toorn verwijt hij het zijn geliefde. “Je praat nauwelijks meer met me en wanneer je praat klinken je woorden kil en bedacht, alsof je een rol speelt”. In dat geval vormen de tegenwerpingen, dat de minnaar dan beter zijn best moet doen zich open te stellen en dat onze wereld grotendeels een bedachte constructie is, slechts olie op het vuur. Maar terwijl ik me tussen de werken van de genomineerde kunstenaars begeef, ontbrandt ook een vonkje van begrip voor de reactie van de boze schrijver. De aanwezige kunst toont zich niet in de gedaante van lokkende muze, maar als ongemakkelijk stemmende oproep tot zelfanalyse. Hoe vrij is onze manier van kijken, wanneer zoveel vooroordelen in de beeldvorming ons het zicht op andere culturen ontnemen? In hoeverre vormt de kunsthistorische mannelijk getinte blik een corrigerend korset, waarin het lichaam van de vrouw zich moet voegen?

Marinus Boezem

Met zijn fascinatie voor kerken en kerkgebouwen en zijn kijk op de Gotische Architectuur in het bijzonder is conceptueel kunstenaar Marinus Boezem de exposant bij uitstek voor deze plek. Dat moet directeur Jacqueline Grandjean gedacht hebben toen zij de kunstenaar twee jaar geleden benaderde met het verzoek om voor de Oude kerk nieuw werk te gaan ontwikkelen. Zijn bekendste werk: De Groene Kathedraal, Almere 1978 - heden, is een poldervertaling van de Kathedraal van Reims waarbij Italiaanse populieren werden geplant op de plaats van pilaren. Marinus Boezem verlaat zich graag op ongrijpbare elementen bij wijze van materiaal. Hij werkt met fenomenen uit de natuur als weer, wind, lucht en groei en laat transparantie voor hem werken in textiel of spiegelglas. De kunstenaar past datgene toe waarmee hij onze stereotiepe waarneming verwacht open te breken. Boezem heeft in zijn oeuvre de Gothische Kathedraal ruimhartig omarmt als grondpatroon van onze Europese beschaving terwijl hij zich zeer bewust is van de ambivalentie van dat clichématig icoon. Eenmaal binnen in de kerk valt meteen op, dat het er minder duister oogt dan anders. Er zijn plassen van licht te zien op de donkere stenen vloer. Op wel zes plaatsen zijn op de zerken scherven van aldaar gebroken spiegels te ontwaren. Het licht reflecteert als vanzelf in het gebroken glas, wat de lichtplekken heel aantrekkelijk maakt. In de toenadering openbaart het kerkgebouw zich als een onderwereld van bogen en gewelven. Via de spiegeling is het interieur van de kathedraal, zo ondersteboven, gefragmenteerd en onbenaderbaar als was het een visioen uit een heel andere dimensie. Op 14 januari 2017 zal de zevende spiegel worden gebroken in de re-enactment van L’uomo Volante uit 1979. Deze keer zal Frank Stassar, schoonzoon van de kunstenaar, de performance gaan uitvoeren waarna de videoregistratie in de tentoonstelling te zien zal zijn. Lees meer...

Jake & Dinos Chapman

Fucking Hell van het geruchtmakende Britse kunstenaarsduo Jake & Dinos Chapman vormt dit najaar samen met de hemelse video-installatie Homo Sapiens Sapiens van de Zwitserse Pippilotti Rist en het videowerk Aeon van de Nederlandse kunstenaar en filmmaker Gabriel Lester het drieluik Heaven, Hell & Earth dat geïnspireerd is op het werk van Jeroen Bosch. Gabriel Lester tekende voor de bijzondere en evenwichtige enscenering van de tentoonstelling. De installatie Fucking Hell was in 2002 in een eerdere versie als onderdeel van een grote overzichtstentoonstelling te zien in het Groninger Museum. Toen bij een enorme brand in 2004 een groot deel van de kunstverzameling van Charles Saatchi verloren ging was ook het spraakmakende Fucking Hell daarbij. Burn Fucking Hell burn… velen zagen er de hand van God in. Er was twee jaar gewerkt aan de enorme installatie. Typerend voor het Engelse gevoel van understatement was de laconieke reactie van het duo: “Ach, we maken gewoon een nieuwe. Het is maar kunst”. 

Van Rodin tot Bourgeois

Met de expositie Van Rodin tot Bourgeois heeft het Gemeentemuseum in Den Haag een prachtig overzicht samengesteld van de stormachtige ontwikkelingen in de beeldhouwkunst vanaf het einde van de negentiende eeuw tot en met het minimalisme dat zijn oorsprong had in de jaren zestig van de twintigste eeuw. Aan de hand van een zestal thematisch ingerichte zalen wordt aanschouwelijk gemaakt ‘hoe de moderne beeldhouwkunst de ruimte heeft veroverd’, het feitelijke hoofdthema van de expositie. Alhoewel het Gemeentemuseum een indrukwekkende eigen collectie sculpturen bezit, worden deze beelden maar zelden op zaal getoond. Sommige ervan zijn semipermanent te zien, terwijl de meeste andere slecht incidenteel figureren in tijdelijke tentoonstellingen. Om het belang van deze eigen internationale collectie onder de aandacht van een groter publiek te brengen, maakten conservator Doede Hardeman en zijn team deze didactisch georiënteerde tentoonstelling, in nauwe samenwerking met de National Galleries of Scotland waar Patrick Elliot de scepter zwaait over de sculptuurcollectie. Het eigen bezit werd aangevuld met bruiklenen van particulieren en andere musea. Eigenlijk gaat de hele tentoonstelling over wat genoemde conservatoren beschouwen als de ‘bevrijding van de sculptuur’. Allereerst laten zij zien hoe deze discipline zich pas aan het einde van de negentiende eeuw wist te ontworstelen aan het juk van het klassieke ideaal. Daarna wordt de lijn doorgetrokken: de beeldhouwkunst is niet langer als decoratie dienstbaar aan de architectuur en hoeft zich niet meer te beperken tot de menselijke figuur en diervormen. Gaandeweg ontwikkelt de beeldhouwkunst zich tot een autonome kunstvorm die in de loop van de twintigste eeuw de ruimte niet alleen incorporeert, maar letterlijk verovert. 

Auguste Rodin

In de reeks grootse, meest uitgebreide en unieke blockbusters  is er nu een tentoonstelling van de meester van de boetseerkunst Auguste Rodin (1840 - 1917) te zien in het Groninger Museum. Deze maakt deel uit van een aantal tentoonstellingen die het Groninger Museum sinds het aantreden van directeur Andreas Blühm heeft aangekocht. Dit ‘kunsthal’-principe heeft het museum geen windeieren gelegd. De bezoekersaantallen breken keer op keer records. Vorig jaar David Bowie en dan nu Rodin. De tentoonstelling, die door de VS en Canada reist, is georganiseerd door het Musée Rodin (waar 90 procent van de bruiklenen vandaan komt) en het Musée des Beaux-Arts in Montréal. Groningen is de enige Europese bestemming. De tentoonstelling is prachtig vormgegeven, de beelden zijn goed uitgelicht en er is een ruimte ingericht waar de bezoeker replica’s mag aanraken en films worden vertoond van het maakproces., Bijzonder aan de tentoonstelling is het aantal, vooral gipsen, unica van de grootmeester. Ook de zaal gereserveerd voor het portretbeeld van Balzac is indrukwekkend. Rodin wilde eerst de schrijver naakt portretteren. De voorbeelden met de prominente buik van de schrijver waren aanleiding voor een schandaal indertijd. Natuurlijk ontbreken de klassiekers niet. Zoals De Denker en De Kus maar ook de Poort van de Hel. Van dit laatste werk zijn door Rodin later meerdere zelfstandige sculpturen gemaakt die ook op de tentoonstelling een plek hebben gekregen. De beelden worden omgeven door atelierfoto’s levensgroot opgeblazen.

Jean Tinguely

Nog tot en met 5 maart 2017 is in het Stedelijk Museum te Amsterdam Machinespektakel, de overzichtstentoonstelling van Jean Tinguely, te zien. De machines van Tinguely ogen als kinetische junk, maar zijn eigenlijk acteurs, hoofdrolspelers van hun eigen one-man show. Helemaal spannend is het als veertien performatieve sculpturen samen optreden. De Zwitser Jean Tinguely begon zijn carrière als etaleur in Bazel. Begin jaren vijftig trok hij naar Parijs, waar hij zich vestigde als schilder. Maar hij had moeite om zijn schilderijen af te maken, wist niet wanneer hij moest stoppen. Een uitweg uit die impasse was de beweging. Beweging maakte het werk af. De wandreliëfs in de eerste zalen van de expositie laten goed zien hoe Tinguely de beweging introduceerde. Hier hangen geen met elementen beschilderde panelen, maar panelen waarop elementen zijn bevestigd die in beweging kunnen worden gezet. Ze doen denken aan de suprematistische schilderijen van Malevich en El Lissitzky, maar dan met bewegende kleurvlakken, of aan de knipsels van Henri Matisse, die heen en weer bewegen. De Éléments détaché’s, ranke ijzerdraad wielen met stekels die elkaar met behulp van een motortje laten draaien, kondigen de volgende stap aan: naar bewegende objecten zoals de ijzerdraadsculpturen Moulins a Prière. In weer een volgende fase ontdekt Tinguely de schoonheid van schroot. Hij bouwt zijn steeds grotere kinetische sculpturen op met ‘objets trouvé’s’, zoals fietswielen. Zelf noemt Tinguely ze machines, maar dat doet afbreuk aan hun performatieve karakter. De machines van Tinguely zijn acteurs die een voorstelling geven. Ze zijn hoofdrolspelers van hun eigen one-man/machine show. Dat geldt voor de Méta-matics, die, in parodie op het tachisme, kalligrafische lussen verfden op rollen papier. En dat gaat helemaal op voor de zelfvernietigende machines. De meest bekende is Homage to New York, dat in 1960 ‘optrad’ in de Sculpture Garden van het Museum of Modern Art (MoMA). Het optreden moest eindigen in de zelfdestructie van de sculptuur. Op de tentoonstelling is het korte bestaan van Homage op film te volgen. Tinguely typeert de sculptuur en zijn optreden als 'kunst als beweging, kunst als spel, anti-kunst, kunst als vernietiging, kunst als protest, kunst als junk, kunst als happening’. Lees meer…

Pablo Picasso

Op de afscheidstentoonstelling La Grande Parade van Edy de Wilde als directeur van het Stedelijk Museum te Amsterdam, werden rond de jaarwisseling 1984 -1985 vele hoogtepunten van de internationale schilderkunst van na 1940 getoond. Daaronder ook vijftien schilderijen van Pablo Picasso uit de periode 1956-1971. Schilderijen die uitblinken door hun helderheid en levenslust. Deze levenslust openbaarde zich ook in het voor hem nieuwe materiaal - gebakken klei - waarmee Picasso vanaf 1947 experimenteerde en nieuwe inspiratie opdeed. Dat gebeurde in hechte samenwerking met Georges en Suzanne Ramié van aardewerkatelier Madoura in het tussen Cannes en Antibes gelegen stadje Vallauris waar sinds eeuwen aardewerk wordt gemaakt. En daar, in dat letterlijk schitterende mediterrane zeelicht ontstonden in de daarop volgende twintig jaar duizenden keramische werken en talrijke sculpturen als in een explosie van hernieuwde creativiteit. In Museum Beelden aan Zee staan nu vijfenvijftig keramische objecten en negen grote sculpturen, voornamelijk uit de Picasso-musea in Antibes en Parijs maar ook uit private collecties waarvan sommige nog nooit in Nederland zijn getoond. Dat alleen al. Ook in het Art Deco kunstpaleis BOZAR in Brussel waar zo’n tachtig sculpturen van Picasso in een chronologisch perspectief worden getoond, ontbeert het heldere daglicht dat voor de waardering van Picasso’s beeldend werk zo belangrijk is.

Museum Voorlinden

Het kan u bijna niet ontgaan zijn; Museum Voorlinden bij Wassenaar opende in september haar deuren. Multimiljonair en kunstverzamelaar - een prettige combinatie overigens - Joop van Caldenborgh heeft na jaren voorbereiding zijn droom gerealiseerd. Zijn grote kunstverzameling, de Caldic Collectie, heeft zich genesteld in een huis vol licht en ruimte. Architect Dirk Jan Postel heeft in nauwe samenwerking met van Caldenborgh een indrukwekkend, dienend museum ontworpen. Aan belangstelling geen gebrek; de pers was lovend en het publiek stroomde meteen in grote getale toe. Museum Voorlinden is ruim en licht opgezet. Het gebouw, duidelijk geïnspireerd door de architectuur van Mies van der Rohe, biedt veel ruimte aan wisselende tentoonstellingen en aan de vaste collectie. Sommige zalen zijn zelfs speciaal ontworpen of aangepast aan een aantal werken uit de vaste collectie. Zo heeft James Turrell een prachtige meditatieve ruimte waar hij door een gat in het dak van de hemel een kunstwerk maakt. Hetzelfde geldt voor het 'zwembad' van Leandro Erlich, één van de weinige onbekende kunstenaars, dat ingenieus is opgenomen in het gebouw, compleet met  eigen trappenhuis. Bij dit werk kreeg ik overigens wel een dubbel gevoel; effect wordt hier inhoud waardoor het kunstwerk een soort attractie wordt waar de mensen letterlijk voor in de rij staan. De glazen cilinders van Roni Horn, ook weer geraffineerd opgesteld, blijven visuele wondertjes en maken indruk. Op een andere manier geldt dat ook voor het echtpaar op het strand van Ron Mueck. Levensecht, maar door de verhouding tussen kunstwerk en bezoeker roept het een onbestendig en vervreemdend gevoel op. Veel grote namen dus met veel grote gebaren die de toeschouwer moeten imponeren. Misschien dat daarom wel mijn voorkeur uitgaat naar een mooie, kleine, subtiele bijdrage van Maurizio Cattelan. Zijn werk, Untitled, bestaat uit twee mini-liftdeuren van 30 centimeter hoog die bijna verstopt zitten in een hoekje van het museum. Maar door een zachte 'ping' hoort de bezoeker die in de buurt is dat de lift in aankomst is. Één deur gaat open en je verwacht een muis of kabouter die zo het museum inloopt. Net als bij Mueck zijn de verhoudingen zoek en voel je je heel even een grote reus.

Museum De Domijnen

Museum Het Domein in Sittard is opgegaan in de Domijnen, een nieuwe culturele totaalformule voor de ook al samengevoegde steden Sittard en Geleen. Samengesmolten zijn - naast het museum - de Stadsschouwburg Sittard-Geleen, BiblioNova, Filmhuis Het Domein, en het Euregionaal Historisch Centrum. Zelf noemen ze de formule een ‘grondstof voor culturele vernieuwing’, ‘die professionals, cultuurliefhebbers en vrijwilligers verbindt’. Vooralsnog is het voor buitenstaanders vooral een letterlijk onnavolgbare culturele wirwar, ondergebracht in prachtig, gelikt nieuwe locaties waarin het museum helaas erg lastig te vinden is. Museum De Domijnen is samen met het filmhuis van dezelfde naam en de Hogeschool Zuyd, gevestigd in de noordvleugel van Ligne. Laatste naam wordt als originele term prachtig symbolisch gebruikt en ingezet, maar is anno 2016 niet meer dan een nieuwe straatnaam die nog niet in routeplanners is opgenomen. Ik was, ben en blijf een enorme fan van Museum Het Domein, dat garant stond voor prachtige tentoonstellingen van internationale kunstenaars, niet de minste en heel vaak de beste. Voor wezenlijke kunsthistorische focussen en ontdekkingen als Rineke Dijkstra. Voor fenomenale transformaties als bij tentoonstellingen van Mark Dion en Koen Vanmechelen. Je herkende het gebouw niet meer terug maar je zag, rook en voelde kunst in elke centimeter en in iedere porie. Wat het nu geworden is, is in de eerste plaats: een gebouw. Of ik vrees zelfs: een formule. Lees meer…

Natuur in Verbinding

De Nederlandse Kring van Beeldhouwers (NKvB) organiseert dit jaar voor de vierde keer een buitenbeeldententoonstelling in het Amsterdamse Bos. De kunstenaars konden gebruik maken van materiaal dat in het bos voorhanden was. De ene keer pakte dat gelukkig uit, de andere keer wat minder. Tien beelden gaan de verbinding aan met elkaar, met het Bos en met de toeschouwer. De meeste beelden passen mooi in het boslandschap en zijn afgestemd op de schaal van de omgeving, andere zijn wat kleiner en daardoor minder opvallend. Opvallend zijn zeker de drie grote armen met handen - getiteld www.norape.info - die recht omhoog de lucht insteken. Ze zijn van Godelieve Smulders en gemaakt van in vorm gezaagde stukken multiplex en geplaatst in een stalen frame. Dat heeft dan gelijk het minst te maken met de omringende natuur, hoewel je ze ook kunt interpreteren als waarschuwingstekens: stop de verloedering van de natuur, tot hier en niet verder. Een van de handen is ‘naakt’, de andere twee zijn bekleed, de ene met boomschors, de andere met kunstgras. In de huidige discussies over omgang met de natuur, maatschappelijke verantwoordelijkheid en opwarming van de aarde zie ik het beeld als een gebaar van onmacht naar de grote problemen waarvoor de mensheid staat. Lees meer… 

Luster

De tentoonstelling Luster: clay in sculpture today in sterrenbos Oude Warande is de eerste stap in een belangrijke koersverandering van de Tilburgse Stichting Fundament. Daarmee kiest Fundament voor een wereldwijde tendens in kunst en samenleving: terug naar het eigene, terug naar het bekende, weg met andere buitenlucht locaties voor de tentoonstellingen. Ook het medium klei waarin alle kunstwerken in Luster uitgevoerd zijn, volgt deze tendens: terug naar de natuur, terug naar het aardse, weg uit de ivoren torens van galeries en musea. Het woord luster betekent glans en staat tegenover de natuurlijke matheid van klei. Luster verwijst dus naar de geglazuurde oppervlaktes van het merendeel van de elf sculpturen die speciaal voor deze tentoonstelling gemaakt zijn. Glanzend keramisch werk had in de jaren zestig van de vorige eeuw een connotatie met kitsch, frivoliteit en versiering: geen ‘echte’ kunst. Hier in de Oude Warande krijgt het in 2016 de uitstraling van fantasy - momenteel waarschijnlijk het snelst groeiende genre in de literatuur en ook in andere cultuuruitingen. Het authentieke van lusthof Oude Warande (waarbij de woordspeling Luster - lusthof niet mis te verstaan is) wordt ook daardoor benadrukt. Het sprookjesachtige is eigen aan dit park. Vele contrasten die zich ook voortzetten in elke afzonderlijke sculptuur en onderling tussen sommige sculpturen.

Sculpting Nature

Sculpting Nature: land art, eco art, bio art vond plaats in Antwerpen en Brussel van 29 september tot  1 oktober jl. Het was een geweldige bijeenkomst, waar 140 kunstenaars, bemiddelaars en verzamelaars uit 16 Europese landen elkaar ontmoetten. Ze kwamen uit Nederland, België, Groot-Brittannië, Spanje, IJsland, Kroatië, Polen, Zwitserland en Italië. Ze luisterden naar de lezingen, keken naar kunst, legden contacten en wisselden van gedachten over kunst en natuur. “Ik ben blij dat ik gekomen ben. Heerlijk, al die geestverwanten. Eindelijk ben ik geen buitenbeentje meer”, verzuchtte Marina Bauer uit Kroatië. Onderwerp van het symposium was het gebruik van natuur als materiaal in de kunst. Sinds de zestiger jaren werken kunstenaars met natuurlijke materialen in land art, eco art en recentelijk ook bio art. In plaats van de natuur af te beelden, gebruiken ze het materiaal van de natuur zelf, zoals aarde, planten, bomen en recentelijk ook dieren, variërend van koeien, vlinders en bijen tot levende organismen en genetisch materiaal. Het thema natuur spreekt tot de verbeelding.  Al in het voorjaar ontving de organisatie verzoeken van kunstenaars en curatoren - waaronder de New Yorkse eco-expert Linda Weintraub - of ze op de conferentie mochten spreken. Daarom werden er het hele jaar door zogenaamde ‘Dialogues’ over kunst en natuur georganiseerd. Er vonden 30 bijeenkomsten plaats in de verschillende landen. Lees meer…

SHARE Art in Free-Dom

Bij binnenkomst in de Utrechtse domkathedraal twijfel ik even of ik wel goed zit voor de tentoonstelling SHARE Art in Free-Dom. Het is druk en rommelig. Sinterklaaspubliek ontsnapt er even aan de kou te midden van voorbereidingen voor een opera en er zijn acties voor de voedselbank gaande die ik per ongeluk nog even voor een geëngageerd kunstwerk hou. Maar dan kruist mijn oog, hoog op een muur, een groot en flink gekreukeld stuk metaalplaat. Dat moet wel een beeld van Herbert Nouwens zijn, een van de deelnemers. Het stelt de mantel van Sint Martinus voor. Begrijpelijk, Sint Martinus, wiens 1700ste geboortedag in november met een reeks culturele activiteiten groots werd gevierd in Utrecht, is de aanleiding voor deze tentoonstelling. We kennen hem allemaal. Gezeten op zijn paard doorkliefde deze Romeins militair met zijn zwaard zijn eigen mantel om deze genereus te delen met een bedelaar. Toen hij nadien in een droom zag dat hij zijn halve mantel met Jezus had gedeeld, bekeerde hij zich tot het Christendom en werd later bisschop van Tours. Sint Martinus werd een symbool voor barmhartigheid en solidariteit. Hij werd de schutspatroon van de stad Utrecht en de Domkerk is dan ook aan hem gewijd. Wat een heerlijk thema.

Big Art

Van 19 tot en met 27 november waren in de oude Diamantbeurs van Amsterdam grote werken van hedendaagse kunstenaars en ontwerpers te zien. Althans, volgens de aankondigingen. Een groot deel van de werken behoorde echter tot de ‘normale’ kunstwerken die je op iedere kunstbeurs of in elke galerie tegen kan komen. Met een mix van bekende namen en jong talent, beeldend kunstenaars en designers, monumentale schilderijen, (grote) sculpturen, foto’s, videoprojecties en textiele werken was Big Art vooral een kunstbeurs en geen tentoonstelling van grote werken. Want bij BIG denk je toch aan werken in de buitenruimte, monumentale beelden die niet in een binnenruimte passen, schilderijen van grote afmetingen, overdonderende installaties. Het was wat gewoontjes, meer van hetzelfde, een nieuwe kunstbeurs? Curator Anne van der Zwaag had het gevoel dat er ruimte was voor een nieuwe manier van presenteren waarbij er plek is voor zowel galeries als zelfstandige kunstenaars en voor zowel kunst als design. “Ik hou van kunstenaars die grenzen opzoeken. Dat kunnen ruimtelijke grenzen zijn, maar kunstenaars kunnen ook over de grenzen van de eigen discipline heen gaan.”

Stefan Gritsch

De Zwitser Stefan Gritsch is een eigenzinnig en experimenteel kunstenaar. Dat zag je duidelijk op zijn tentoonstelling afgelopen najaar in Phoebus Rotterdam. In zijn beelden en schilderingen gaat hij uit van materie; die materie is vooral verf. Zijn Farbkörper (objecten opgebouwd uit verschillende gekleurde lagen acrylverf die langzaam indrogen) vormden ongetwijfeld het hoogtepunt op deze tentoonstelling. Na iedere expositie neemt hij een groot deel van de onverkochte Farbkörper mee terug naar zijn atelier, waarna hij ze in een tijdrovend proces herbewerkt door ze in stukken te snijden en met verf weer aan elkaar te hechten. Daarna moeten de objecten opnieuw maanden drogen. Zo treden herhaling en overdracht zijn werk binnen, als een soort geste aan de plek waar het object ooit heeft gestaan. Ook speelt de factor tijd een rol in zijn objecten; door ze na verloop van tijd opnieuw samen te stellen, kunnen er nieuwe inzichten meegenomen worden. Dit spel met materie, vorm en kleur is oneindig. Een andere variant die je in het werk van Gritsch tegenkomt, is de vermenging van natuurlijke en kunstmatige elementen. Zo legt Gritsch de ene keer diverse lagen acrylverf rondom oude soepbotten, een andere keer vult hij diezelfde botten op met allerlei gekleurde verflagen en laat die langzaam drogen. Een verzameling van dit soort Farbkörper en soepbotten op een tafel geplaatst - zoals in Phoebus te zien was – maakt dat het kind in je weer naar boven komt. Het is alsof je in een snoepwinkel staat waar je moeilijk een keuze kunt maken. Daarnaast stonden er in de grote ruimte van Phoebus vier hoge tafeltjes opgesteld - Gritsch gaf ze de titel Inner World - waar bovenop allerlei vreemde objecten lagen. Op een ervan lag een soepbot met bovenop een ingedroogde bol acrylverf naast een stapel geografische kaartjes uit kranten, waarop oorlogsgebieden uit het Midden-Oosten waren aangegeven. In het midden lag het geheel uit acrylverf gevormde boek Body of Memory. Dat laatste object werd tijdens de tentoonstelling ook als een originele uitgave in boekvorm gepresenteerd; de papieren pagina’s vertoonden hetzelfde fraaie kleurpatroon aan de zijkant als de pagina’s van het object. 

Ai Weiwei

Foam presenteert de solotentoonstelling #SafePassage van de Chinese kunstenaar en activist Ai Weiwei. Regelmatig stond Ai Weiwei onder huisarrest of werd hij gevangen gezet vaak zonder officiële aanklacht. De appel valt niet ver van de boom want ook zijn vader, de dichter Ai Qing, was tijdens het MAO-tijdperk politiek gevangene. Sinds 2012 kan Ai zich vrijer bewegen hoewel nog steeds geobserveerd. Pas in 2015 kreeg hij zijn paspoort terug en mocht hij naar het buitenland. Met zijn vrouw, de kunstenares Lu Qing, woont hij thans in Berlijn. Deze internationaal geroemde en veelzijdige kunstenaar deinst er niet voor terug zijn politieke boodschappen via de kunst uit te dragen en in #SafePassage gaat het over het lot van het individu ten opzichte van het maatschappelijke systeem. In Foam zijn slechts drie zalen aan het werk van Ai Weiwei gewijd. De eerste zaal lijkt rustig met hier een daar samengeklonterde foto’s rond zijn reactie op de constante bewaking die hij zich moet laten welgevallen gedurende de perioden van huisarrest. Deze foto’s zette Ai Weiwei online via zijn website Weibo, zodat de wereld er kennis van kon nemen. De foto’s zijn gedrukt op behang waarop Ai Weiwei als één grote tekening de gehele ruimte bedekt met herhalingen van armen met oren en opgestoken vingers. In deze tekening kon hij zijn uiting van woede kwijt.

Het atelier: Wim Delvoye

Normaliter wordt hier onder deze rubriek verstaan: de cocon, het hart, de creatieplaats van de kunstenaar. Maar kernbegrippen als ruimte, licht en werkmateriaal smaken hier in ‘het atelier van Wim Delvoye’ toch anders. Eigenlijk zitten we met een probleempje: kunstenaar Wim Delvoye heeft geen atelier. De productie wordt uit handen gegeven. En een deel van Delvoye’s kunstenaarschap is delegeren aka bedrijfsleider zijn. Een kunstenaar en zijn atelier: het blijft een magisch duo. Al kan je dat hier letterlijk nemen en zit het duo in een en dezelfde persoon, in de master himself: Wim Delvoye. Wim Delvoye is een merk. Uniek in zijn soort. Internationaal vermaard. ‘De kunstenaar van de strontmachine!’ Inderdaad, een machine waarmee het menselijk spijsverteringsstelsel werd nagebootst. ‘De zot die levende varkens tatoeëerde!’ Het ‘zwijn’ staat volgens Delvoye voor identiteit, multiculturalisme en de confrontatie tussen hoge en lage kunstvormen. De kunstenaar tatoeëerde het varken tot levende kunstvorm. Ambachtelijkheid in combinatie met volkse traditie: het levert soms bizarre werken op. Het samenbrengen van beelden en objecten die in oorsprong niets met elkaar te maken hebben, is zijn stokpaardje, evenals productieprocessen die niet direct met kunst verband houden.

Harald Vlugt

In vrijwel heel Europa heeft aan het begin van de 20e eeuw de komst van de auto ervoor gezorgd dat de regionale enkelbaans spoorlijnen van weleer zijn opgeheven. Diverse voormalige spoorlijntjes zijn omgevormd tot fietspaden. Anders dan in omringende andere Europese landen zijn er van deze ‘greenways’ in Nederland slechts een beperkt aantal. Befaamd is de Baronnenlijn (36 km) tussen Apeldoorn en Hattem en in Noord-Brabant het grensoverschrijdende BelsLijntje tussen Tilburg en Turnhout (33 km). De voormalige Halve Zolenlijn (20 km) in de Langstraat is tot in de jaren zeventig van de afgelopen eeuw in gebruik geweest als goederenspoor waarna het een fiets/wandelpad werd met de naam HalveZolenpad. In een tijd waarin de relatie stad en platteland steeds meer betekenis krijgt beginnen gemeentes in te zien dat met een beeldbepalende kwaliteitsimpuls deze recreatieve routes aan zowel cultuurhistorische als aan economische betekenis kunnen winnen. De gemeentes Geertruidenberg, Waalwijk en Heusden pakten zich samen en ontwikkelden samen met het bkkc (brabants kenniscentrum kunst en cultuur) een plan om de cultuurhistorische betekenis van het gebied rond een impuls te geven.

Anne Wenzel

Anne Wenzel heeft een beeld gemaakt voor de rechtbank in Zwolle, die een ingrijpende metamorfose heeft ondergaan. Het is een eigenzinnige verrijking geworden van de iconografische traditie rond de rechtspraak. In 1964 ontwerpt architect Jo Kruger een gebouw voor de Zwolse rechtbank, gesitueerd aan de Luttenbergstraat, niet ver van de historische binnenstad. Na een langdurig proces wordt het pas in 1977 opgeleverd: een streng, stoer en statig gebouw, dat voor die tijd als gedurfd en geslaagd kan worden omschreven, ondanks het gesloten karakter. Het is in de jaren tachtig echter al te klein. Er worden panden bij gehuurd elders in de stad. Een noodgreep. Een meer definitieve oplossing krijgt vanaf de millenniumwisseling vorm. Dit wordingsproces blijkt eveneens moeizaam en langdurig. Een spannend ontwerp van Gunnar Daan vindt geen genade. Het wordt (onder meer) te hoog gevonden voor de kwetsbare zichtlocatie. Na jarenlang protesteren, bijstellen en touwtrekken tussen verschillende instanties wordt er een ander ontwerp gekozen, van een andere architect: Rob Hootsmans. Zijn plannen omvatten de renovatie van het oude gebouw, aangevuld met een nieuw gedeelte, zodat de instelling weer op één locatie is geconcentreerd. De nieuwbouw wordt in 2013 in gebruik genomen. Vervolgens start de renovatie van de oudbouw. Een klus die in 2016 wordt voltooid.

Femke Schaap

Wat is er aan de hand met de kunst in de openbare ruimte in Amsterdam? Waarom zoveel trammelant? Waarom staan buurtbewoners vijandig tegenover het plaatsen van een kunstwerk in hun omgeving terwijl de inspraak al geweest was en alle vergunningen waren verleend? Amsterdam heeft bijzondere kunstwerken weten te vergaren maar de deskundigheid van destijds met betrekking tot het plaatsen van kunst in de openbare ruimte (en alles wat daarbij komt kijken) is thans flinterdun. Daarbij speelt de politiek ook een dubieuze rol, als dat haar uitkomt. De kwestie rondom WEstLAnd WElls getuigt van amateurisme richting kunstenaar, kunstwerk, het nut van inspraak en derde geldstromen? Femke Schaap heeft een indrukwekkende palmares als kunstenaar. Haar kunstwerk WEstLAnd WElls was klaar om in december 2014 geplaats te worden maar tijdens de funderingswerkzaamheden in de groenstrook aan de Theophile de Bockstraat in Amsterdam, na 8 jaar voorbereiding, werd dit plotseling gestopt. Hoe kan dat? Hoe kan het stadsdeel Zuid en de politiek zó laf zijn en zich laten manipuleren door een gefrustreerde minderheid die haar zin wenst door te drijven. Dit voorval is niet de eerste en het zal niet de laatste zijn.

 

 

Comments