Beelden 4#2018

Beeldenmagazine 4#2018, jaargang 21, nr. 84

 

Redactioneel

 

Nu de dagen korter worden, komen de velerleitijdelijke lichttentoonstellingen in de openbare ruimte goed tot hun recht. De afgelopen tijd waren er tentoonstellingen te zien in o.a. Arcen, Amsterdam, Eindhoven en Drachten. Reeds in oktober vond een nieuwe editie van Enchanted Gardens plaatsmet lichtkunstwerken van diverse internationale kunstenaars. In november kon u lichtkunstwerken in het Oosterpark in Amsterdam (Parklicht 2018), in Leeuwarden (Luna), in Drachten (Emptying the museum)en in Eindhoven (Glow) bekijken.Voor Glow 2018 was het thema ‘Shadows & Light’: Every picture has its shadows. And it has some source of light. Blindness, blindness and sight. Dit thema komt uit een tekst van Joni Mitchell.

Mocht u het jammer vinden dat u deze tentoonstellingen gemist heeft, dan is er nog een mogelijkheid om elders andere lichtkunstwerken te bekijken. In Gouda kunt u nog t/m 28 december van dit jaar langs 10 lichtkunstwerken tijdens LichtKunstGouda 2018 – Kosmoslopen. Lichtkunstwerken die onderdelen uit de kosmos, waaronder de maan, zon, planeten, sterren, een ruimtevaartuig of satelliet belichten.In Amsterdam kunt u wandelend, fietsend of per boot t/m 20 januari 2019 een tocht langs 30 lichtkunstwerken maken. Deze tentoonstelling staat dit jaar in het teken van het thema 'The Medium is The Message', de bekende uitspraak van de Canadees Marshall McLuhan. De rol van licht in het overbrengen van een boodschap en de stad Amsterdam als medium voor het vertellen van bijzondere verhalen staan in deze editie centraal. Ten slotte transformeert IJsselstein t/m 24 februari 2019 tot een bijzonder nachtlandschap, met de Gerbrandytoren als stralend baken. De ontsteking van de lichtjes in de 372 meter hoge zendmast vormt jaarlijks een feestelijk moment voor de stad. Voor Museum IJsselstein een aanleiding een tentoonstelling over licht in de moderne en hedendaagse kunst te organiseren. Lees meer...

 

Verborgen schatten: DSM Kunstcollectie

 

Vreemd, gek, theatraal, aanstootgevend of juist vrolijk en vol humor. Niet bij DSM passend of juist wel. De meningen waren verdeeld over de wonderbaarlijke sculpturen van de Maastrichtse kunstenaar Han van Wetering.Duidelijk was dat deze keramische beelden die te zien waren in de DSM-kantoren in Sittard en Geleen, de tongen losmaakten. En dat is volgens conservator Catharien Romijn ook precies de bedoeling. “Spraakmakende kunst brengt dialoog tot stand, zorgt voor discussie, opent ogen en verbindt. Allemaal elementen die passen bij ons bedrijf. De boodschap van Han van Wetering met zijn surrealistisch aandoende beelden is, dat we allemaal wonderlijke, diverse wezens zijn met onze eigenaardigheden. ‘Zie de mens’, lijkt zijn boodschap in vrolijke snoepkleuren te zijn, ‘en accepteer hem’. En dat sluit dan weer naadloos aan bij DSM-thema’s als inclusion en diversity.” De toon is gezet.

Catharien Romijn is sinds 2003 conservator van de kunstcollectie van DSM. Een gevarieerde collectie van zo’n 1.100 kunstwerken die inhoudelijke accenten legt op innovatie en duurzaamheid. Een uitgangspunt dat aansluit bij de activiteiten van het voormalige staatsmijnbouwbedrijf. Tegenwoordig is Koninklijke DSM een wereldwijd bedrijf dat vanuit wetenschappelijke basis actief is op het gebied van gezondheid, voeding en duurzaam leven. DSM stimuleert economische welvaart, milieuontwikkelingen en sociale vooruitgang om voor alle belanghebbenden duurzame waarde te creëren en levert innovatieve bedrijfsoplossingen op het vlak van voeding voor mens en dier, persoonlijke verzorging en aromaproducten, medische apparatuur, groene producten en toepassingen, en nieuwe mobiliteit en connectiviteit. Het bedrijf en de hieraan gelieerde ondernemingen genereren een netto jaaromzet van ca. € 10 miljard met ongeveer 23.000 werknemers. 

 

Cross-overs in de kunst: Patricia Kaersenhout

 

Kunstenaars die de gebaande paden verlaten en het avontuur aangaan, ontwikkelen vaak spannende cross-overs. Door zich op een totaal ander medium te richten dan waartoe ze zijn opgeleid of een bijzondere mix aan media toe te passen, krijgt hun werk een nieuwe dimensie. Patricia Kaersenhout houdt zich - als kind geboren uit Surinaamse ouders - vooral bezig met de geschiedenis van de Trans-Atlantische slavernij en het kolonialisme in relatie tot  haar eigen opgroeien binnen de West-Europese cultuur. In haar werk maakt zij gebruik van een veelheid aan beeldende middelen, variërend van video en schilderkunst tot aan installaties en performances. Haar presentatie tijdens Manifesta 12was van een indrukwekkend niveau.

In eerste instantie ben je begonnen aan een studie sociale wetenschappen?
“Klopt, maar die heb ik niet afgemaakt.Ik heb altijd wel de idee gehad dat ik de ander wildehelpen; ik wilde ook graag maatschappelijk werker worden. Maar uiteindelijk wrong die studie met de drang te creëren; als kind al was ik eindeloos aan het tekenen. Ik ben met de studie gestopt en heb een tijdje door de wereld gereisd.” 
Op welke plekken in de wereld kwam je terecht?

“Ik reisde voornamelijk door Azië en India. In Singapore ontmoette ik een groep locale kunstenaars. Eén van hen gaf mij de sleutel van de kunstacademie waar ik mocht werken. En in India heb ik een maand lang bij een kunstenaar in huis gewoond. Hij maakte sets en decors voor politieke films en ik hielp hem met de bouw ervan. Hij plantte bij mij het zaadje voor activisme en politiek bezig zijn als kunstenaar.” 
Na een jaar reizen meldde je je aan bij de Rietveld Academie. 
“Ik heb er de avondopleiding gedaan, afdeling schilderen. Ik wilde gewoon heel veel leren dus switchte ik op de Rietveld ook naar andere afdelingen: theatervormgeving, keramiek, grafiek, etc. Maar het schilderen bleef mijn grote liefde, daarin wilde ik technisch heel goed worden. ”

 

Witteveen+Bos-Prijs voor Kunst+Techniek 2018: Zoro Feigl

 

Jaarlijks wordt de Witteveen+Bos-Prijs voor Kunst+Techniek uitgereikt aan een beeldend kunstenaar, die op een bijzondere manier de disciplines kunst en techniek met elkaar weet te verbinden. In de afgelopen jaren waren dat onder andere Renzo Martens, Iris van Herpen en Floris Kaayk. Op basis van de doelstelling van de prijs lijkt de keuze voor de winnaar van 2018 bijna vanzelfsprekend. De kunstprijs lijkt op maat gesneden te zijn voor Zoro Feigl. Maar de bijbehorende presentatie in de Bergkerk te Deventer schuurt op onderdelen net zo zeer als een bewegend object van Feigl, dat nog onvoldoende is afgesteld. 

Voor de kunstprijs van Witteveen+Bos vormt Zoro Feigl dus een ideale kandidaat. Als geen ander weet hij materiaal en techniek aan elkaar te koppelen in kinetische installaties, die tot de verbeelding spreken. Voeg daarbij de beeldvorming rond een kunstenaar, die het plezier van speels experimenteren tot spil van zijn kunstenaarschap maakt en zichzelf de rol van tovenaar en dierentemmer toebedeelt en je begrijpt, waarom Feigl een publiekslieveling is geworden.De Witteveen+Bos-Prijs voor Kunst+Techniek behelst naast prijzengeld ook een presentatie in de Bergkerk te Deventer en een publicatie in boekvorm omtrent het oeuvre van de betreffende kunstenaar. Juist de gemaakte keuzes in de presentatie en de vorm en beperktheden van de gekozen publicatievorm blijven schuren en wringen. Natuurlijk doemt bij een overzicht van spectaculaire Feigle-installaties al te snel het beeld op van een dolgedraaide fabriek. Met zoveel visuele chaos en de bijbehorende  kakafonie van geluiden zou de aard en sfeer van het kerkgebouw wel erg onder druk komen te staan. In plaats van dit overzicht heeft Feigl gekozen voor een drietal werken, strak in lijn met het gebouw geplaatst en de indruk gevend van een samenhangend geheel. 


Amsterdam Light Festival: Spinnen en paardenbloempluizen

Het Amsterdam Light Festivalpresenteert deze winter een prachtige editie. Drieëntwintig werken zijn te zien vanaf het water. Zes andere kunnen bewonderd worden vanuit de wandel- en fietsroute door de stad. Veel werken zijn indrukwekkend en interessant. Dat is knap. Een lichtkunstwerk loopt namelijk het risico een oppervlakkig schouwspel te blijven. Het thema ‘The medium is the message’ kan voor de kunstenaars ook niet erg inspirerend zijn geweest. Deze versleten uitspraak van de Canadese media-theoreticus Marshall Mc Luhan kan nauwelijks meer prikkelen. De kunstenaars gingen dan ook gewoon hun eigen gang en daar kwamen juwelen uit voort.Zo’n route van lichtkunstwerken heeft het zwaar in een stad als Amsterdam, zou je denken. Boven de straten straalt de kerstverlichting. Overal lokken de rondvaartboten en de drijvende restaurants met licht, om van de winkels en de reclames nog maar niet te spreken. Toch kan de boottocht over het donkere water een bijzondere ervaring zijn. Telkens weer doemt een werk op uit de nacht. Een bundeling van lijnen bijvoorbeeld, die door de reflectie in het water worden omgetoverd in een alziend oog. Peter Vink heeft de constructies van bruggen naar het NEMO doorgetrokken, en daarmee voorzien van een skelet van spierwitte lichtlijnen die tot in de hemel reiken. 


De Nieuwe Kerk en het leven van Boeddha 

 

In de Amsterdamse Nieuwe Kerk wordt deze winter het leven van Boeddha breed geëtaleerd. Een compilatie van Boeddha-opvattingen is in de kerk uitgestrooid. De Dalai Lama reisde af naar dit van origine katholieke bolwerk om de tentoonstelling hoogstpersoonlijk open te stellen voor publiek. In de kerk die in haar architectuur het oprijzende, gotische karakter van het Christendom bezingt, is het Boeddhisme met haar meer aardse eenvoud een wat wezensvreemde gast. De weg van Jezus naast die van Boeddha: Het licht speelt in beide richtingen een belangrijke rol. Hoe echter in of tot dat licht te geraken betekent wel een wereld van verschil. De context van de kerk zorgt voor een visuele mengelmoes. Valt het ware Boeddhabeeld daaruit te destilleren?

Beide verlichte meesters gingen hun, met aardse ellende geplaveide weg. Dat bracht hen tot grote opofferingen, louteringen en inzichten. Daar houdt de overeenkomst op. Het Boeddhisme propageert een doe-het-zelf formule; in het hier en nu je eigen weg gaan, gemotiveerd en geïnspireerd door Boeddha’s stappen, inclusief tegenslag en weerstand. De praktijk van het katholicisme is heel anders. Via de doop bepalen je ouders dat je katholiek wordt en is jouw lot voortaan in handen van de kerk. Zaligheid kan worden nagestreefd door gehoorzaamheid aan katholieke geloofsregels. In de Nieuwe kerk is dat verschil in opvatting wel voelbaar als een soort tweespalt. Wezenlijke stadia in het leven van Boeddha, zijn verhalend verbeeld in velerlei kunstwerken; oude reliëfs, borduursels enbeelden. De historische Boeddhabeelden zijn zonder meer prachtig en wellicht informatief voor degenen die het Boeddhabeeld vooral kennen van het tuincentrum, waar deze de laatste decennia de authentieke tuinkabouter successievelijk van de schappen heeft verdrongen. De getoonde historische beelden in de Nieuwe Kerk vormden met hun specifieke houdingen ooit een belangrijk instructief voorbeeld voor ongeletterden bij hun meditatie.  

 

Balanceren in KAdE


In kunsthal KAdE in Amersfoort is de groepstentoonstelling A Balancing Actte zien: heel divers werk verdeeld over alle zalen van ruim twintig kunstenaars. Evenwichtskunstenaars beter gezegd, kunstenaars die een werk hebben gemaakt dat op de een of andere manier met balans, evenwicht te maken heeft. Er zijn prachtige bijdragen bij. Het spelen met zwaartekracht, zoeken naar balans of het vinden van evenwicht is duidelijk zichtbaar en soms zelfs voelbaar. Wat verder opvalt is dat kunst, design en vormgeving gelijkwaardig en door elkaar heen gepresenteerd worden. Een tendens die al wat langer aan de gang is en die mijns inziens de tentoonstelling ten goede komt. Alleen wordt het thema met de gekozen kunstwerken soms wel wat erg letterlijk geïllustreerd. Het resultaat is in ieder geval een tentoonstelling met goede kunstwerken maar met een wat dun concept; bij de bezoekers valt vaak het woord ‘leuk’.Het begint meteen goed. De eerste installatie bij binnenkomst, getiteld 50/50,is van ontwerpersgroep HeyHeydeHaas uit Eindhoven. Een gigantische knikkerbaan waar de bezoeker een muntje van 50 cent in kan gooien die dan vervolgens een lange weg moet afleggen om na 100 meter ergens beneden in een bak of op de vloer moet eindigen. Helaas blijven muntjes regelmatig ergens steken zodat een suppoost tegen de buizen moet tikken om het muntje weer los te krijgen. Ik maakte vroeger ook knikkerbanen op mijn kamertje waarbij het balletje altijd halverwege er uit viel. Maar wel leuk dus!

Verzet en verdriet: Herdenkingsculpturen van twee Wereldoorlogen

 

Een prachtig thema, waar ook educatief veel mee te doen valt. Bijvoorbeeld over het verschil tussen herdenking- en verzetsculpturen of over het verschil tussen beelden van overwinnaars en die van overwonnenen, los van de ellende die allen treft aan welke zijde van slagveld dan ook. Maar dan moeten de werken wel tegen een decor geplaatst zijn dat het beoogde dramatisch effect ondersteunt. Dat is helaas in deze expositie niet gelukt met als resultaat dat de expositie geen moment naar de keel grijpt. Zelfs de werken van Käthe Kollwitz – tekeningen (facsimile’s), litho’s, affiches, beelden en reliëfs – doen dat door de situering in een van de kale kamers van het Huis Doorn niet, terwijl die werken daar toch alle reden toe geven. 

Museum Huis Doorn is een plaats van herinnering aan de Eerste Wereldoorlog. Daarmee heeft dit Museum een belangrijke taak in het expliceren van de Europese- en wereldgeschiedenis voor, tijdens en na 1914-1918 en de ingrijpende gevolgen daarvan op de mondiale politieke verhoudingen, tot op heden. Beeldende kunst vervult daar een wezenlijke rol in. Het zou dan ook logisch zijn geweest als de organisatoren enkel sculpturen hadden getoond die verband houden met de Eerste Wereldoorlog, zeker nu het honderd jaar geleden is dat de vrede werd getekend. Het grootste deel van de veertig beelden is echter na afloop van de Tweede Wereldoorlog gemaakt. Daardoor ontbreekt het in de tentoonstelling aan een duidelijke oriëntatie, aan een ‘Schwerpunkt’, wat bij zo’n relatief kleine expositie des te meer nodig is. Bovendien zijn de begrippen ‘verzet’ en ‘verdriet’ behoorlijk opgerekt, wat onder andere blijkt uit het Hercules Magusanusachtig beeld van Franz von Stuck uit 1915 dat meer met de weergave van Duitse heldhaftigheid te maken heeft dan met verzet en verdriet: een gespierde naakte man heft zijn grote zwaard om de vijanden van het Duitse Keizerrijk te verpletteren, Feinde ringsum.

 

De charme van Zadkine

 

Ossip Zadkine die voor de Tweede Wereldoorlog al waardering kreeg in Nederland, werd voor een breed publiek een begrip met De verwoeste stad, het Rotterdamse gedenkteken aan de Leuvehaven. Museum Beelden aan Zee wijdt nu een groot overzicht aan zijn werk. Honderd beelden zijn er te bekijken; nog nooit heeft men zoveel bij elkaar kunnen zien. Zadkine ging alle kanten uit.

Het museum bezit zelf een mooie houten vrouwenkop, oorspronkelijk in het bezit van Charley Toorop. Een andere vroege bewonderaar van zijn werk was onder anderen de verffabrikant P.A. Regnault, wiens collectie feitelijk voor het Amsterdamse Stedelijk was bestemd. Dat museum leent nu onder meer een levensgroot gestileerd hert van verguld hout uit. Maar de beoogde plek in de zaal met uitzicht over het Scheveningse duin moest enige tijd leeg blijven. Het beeld bleek verwaarloosd en de restauratie duurde langer dan verwacht.

Misschien is Zadkine inmiddels iets uit het zicht geraakt. Dat, terwijl hij toch lange tijd van grote invloed was op de Nederlandse beeldhouwkunst. Samensteller Feico Hoekstra kreeg niet voor niets de ‘Turing Toekenning’ (€ 150.000,-) voor deze tentoonstelling. Was Zadkine voor de oorlog de meest gewaardeerde ‘modernist’ in Nederland, na de oorlog bezochten veel kunstenaars op zoek naar een ruimere blik zijn lessen. Zadkine was heel lang docent. Van Han Wezelaar tot Jan Snoeck zochten zij bij hem wat zij hier niet konden vinden. Ook Jan Wolkers ging naar Parijs voor Zadkine. Maar geleerd had hij daar niets, zoals hij later verklaarde. Toch maakte hij toen wel een figuur met een Zadkiniaanse opening in de torso.

 

Johan Polet: Omstreden, maar getalenteerd

 

Het getuigt van moed dat Museum MORE een expositie wijdt aan Johan Polet. De beeldhouwer was lange tijd persona non grata in de Nederlandse kunstwereld, ten gevolge van zijn foute keuzes tijdens de bezetting. Na de Tweede Wereldoorlog werd de in het interbellum gevierde kunstenaar hierdoor veroordeeld tot een verbitterd bestaan in de marge. De expositie brengt de ontwikkeling van zijn talent in beeld zonder hem te veroordelen.

Polet was de zoon van een Amsterdamse steenhouwer en voorbestemd om de werkplaats van zijn vader voort te zetten. Via de grote bouwprojecten van de Amsterdamse School leerde hij John Rädecker en Hildo Krop kennen en ontwikkelde hij zijn eigen artistieke ambities. 

Hij benaderde de beeldhouwkunst vanuit het materiaal steen en was aanvankelijk een groot voorstander van de ‘taille directe’. Al jong - in 1919 - maakte hij een bijzonder geslaagd zelfportret: een maskerachtig beeld in zandsteen, van een intrigerende intensiteit. In datzelfde jaar hakte hij een torso uit tufsteen. Een jonge vrouw getooid met een opmerkelijke bos gestileerde krullen; vermoedelijk ingegeven door het materiaal dat zich niet leent voor een fijne detaillering, vanwege de brokkelige structuur van de steen. Helene Kröller-Müller was er erg van gecharmeerd en kocht het beeld aan voor haar verzameling.

Ondanks het feit dat hij tweemaal werd afgewezen door de Rijksacademie, bracht Polet het tot docent beeldhouwkunst aan de Haarlemse School voor Kunstnijverheid. Daar onderwees hij met enthousiasme het echte hakken in steen, in plaats van modelleren in gips en klei.

 

Facing Fear: Dualistischedialoogtussen Chadwick en Giacometti


Dirk Hannema, de grondlegger van de Fundatie, was een gedreven verzamelaar die zichzelf weinig beperkingen oplegde wat betreft genre, tijdvak, geografische herkomst of materiaal. Hij liet zich overwegend leiden door zijn smaak, door wat hem esthetisch boeide. Dat kon een bord van Lanooy zijn, een middeleeuwse Maria, een dubieuze Vermeer, of een gouache van Appel. Daarmee legde hij een aantrekkelijke basis voor latere directeuren die zijn erfenis mochten bestieren. Door het heterogene karakter van de collectie zijn er namelijk talloze aanknopingspunten te verzinnen om een tentoonstelling op te baseren, waardoor een afwisselend programma mogelijk is, terwijl de schijn van willekeur gemakkelijk kan worden gepareerdOndanks Hannema’s grillige verzamelbeleid zijn er zwaartepunten, ‘eilanden’ in de collectie ontstaan. Twintigste-eeuwse (naoorlogse) beeldhouwkunst is er daar een van. Maar ook daar toont hij zijn afkeer van hekken en hokjes. Hannema verzamelde net zo goed Italianen als Pepe, Minguzzi en Marini als werken van de Nederlandse beeldhouwers Esser, Van Pallandt en Carasso. Vaak was hij met zijn aankopen een ‘early adaptor’ in Nederland verzamelland. Dit geldt bijvoorbeeld voor de verwerving van werk van de Britse beeldhouwers Reg Butler en (in 1956) Lynn Chadwick. Museum De Fundatie heeft in het verleden al regelmatig een of meerdere van deze beeldhouwers uitgelicht. Chadwick en Giacometti (van wie geen werk in de collectie is opgenomen) waren nog niet uitgebreid in het spotlicht gezet.

Actie <-> Reactie. 100 jaar kinetische kunst




Met Actie <-> Reactiepresenteert de Kunsthal een origineel en historisch overzicht van kinetische kunst. Licht en beweging staan daarin centraal. Er is werk te zien van veel bekende pioniers zoals Duchamp, Vasarely, Calder en Tinguely maar ook van minder bekende namen. De geëxposeerde kunstwerken komen uit belangrijke collecties van Europese musea en zijn bijeengebracht door twee Franse gastcuratoren. Actie <-> Reactieis een ongelooflijk leuke en speelse tentoonstelling, die alle zintuigen prikkelt en de kijker onderdeel laat zijn van de kunstwerken. 

Na een overzicht van het werk van Tinguely Jean Tinguely - Machinespektakeltwee jaar terug in het Stedelijk Museum Amsterdam, valt nu de eer te beurt aan de Kunsthal om een selectie kinetische kunst te brengen. Actie <-> Reactieomvat werk van veelal internationaal bekende pioniers, naast enkele jongere adepten. De geselecteerde werken waren vijf jaar terug ook onderdeel van de expositie Dynamoin het Grand Palais te Parijs; een expositie die het nu gebodene in de Kunsthal ruimschoots overtrof. Merkwaardig genoeg komt dat de tentoonstelling in Rotterdam juist ten goede: het gebouw van de Kunsthal leidt minder af dan dat van het Grand Palais en is daarnaast veel kleiner. Dat beperkte oppervlak dwong de curatoren tot een scherpe, meer representatieve selectie. Op een kleiner oppervlak valt daardoor relatief veel te zien. 
Zowel de tentoonstelling als de begeleidende catalogus zijn beide onderverdeeld in twaalf verschillende secties met bijbehorende thema’s die de verschillende aspecten van waarneming en fenomenale ervaring onder de aandacht brengen. Daaronder Licht, Beweging, Ritme, Structuur, Vibratie, Instabiliteit, Straling, Immaterialiteit, Krachtenveld, Ruimte, Werveling, en Kosmos. Omdat bij het maken van de expositie strak is vastgehouden aan die indeling kun je als bezoeker de werken beter met elkaar vergelijken en storen ze elkaar niet. Daarnaast zijn diverse installaties interactief zodat je ze in gang kunt zetten of invloed kunt uitoefenen op je eigen waarneming. 

 

Cultural Threads: Jurken met gewelddadige verhalen

 

Vlak na de toekenning van ‘The Best in Heritage 2018’ aan het Textielmuseum eind september is de groepstentoonstelling Cultural Threadsin Tilburg geopend. Het Textielmuseum was een van de 42 genomineerden uit vier continenten en won de prijs op basis van uitstekende tentoonstellingen, een gespecialiseerde werkplaats en educatieve programma’s. Cultural Threadskan zomaar tellen als viering van de internationale prijs. De deelnemende kunstenaars zijn uit Nederland, Indonesië, Zuid-Afrika, Nigeria, Kroatië, Brazilië en Japan. De Zuid-Afrikaanse Mary Sibande vertelt een familiegeschiedenis van onderdrukte vrouwen, maar ook het verhaal van zichzelf en haar lotgenoten in post-apartheid: verhalen verteld door middel van jurken. Zijn er nog jurken in deze groepstentoonstelling met verhalen over politiek-maatschappelijk geweld waarbij afkomst en identiteit een rol spelen?         

In A Reserve Retrogress: Scene 1staat ‘Sophie’ als alter ego van Mary Sibande in twee mannequins tegenover zichzelf. De mannequins zijn meer dan levensgrote sculpturale gietvormen van haar lichaam. Haar ogen zijn dicht alsof ze de werkelijkheid wil negeren. Elke mannequin staat met een opgeheven arm alsof ze in gevecht is, maar het kan ook zijn dat ze dansen. Is er misschien feest?

‘Sophie’ aan de rechterkant draagt een kobaltblauwe Victoriaanse jurk. Daartegen steken een wit schort en de hoofddoek van een dienstmeid sterk af. Dat zijn de pijnlijke herinneringen aan de sociaal-maatschappelijke positie van haar moeder, oma en overgrootmoeder. Sibande is geboren uit generaties dienstmeiden tijdens de apartheidsjaren.  

‘Sophie’ aan de linkerkant draagt een extravagante paarse jurk zonder de artefacten van een dienstmeid. Om haar heen bungelen ongevleugelde paarse wezentjes. Paars is politiek beladen. Het verwijst naar The Purple Rain Protest tegen apartheid op 2 september 1989 in Kaapstad. Sibande was toen zeven jaar oud. De politie bespoot destijds demonstranten met paarse chemicaliën uit waterkanonnen. De bedoeling was identificatie te vergemakkelijken voor arrestatie. Met een paarse jurk staat ‘Sophie’ strijdbaar in transformatie. 

 

Ann Veronica Janssens : Een talent om de tover in dingen te zien

 

De Duitse uomo universalis Johan Wolfgang von Goethe die naast zijn literaire werk een spraakmakend natuurwetenschappelijk werk schreef over kleurenleer zei over zijn eigen ogen dat hij wel geen scherp zicht had, maar dat hij het talent had ‘de tover in de dingen te zien’. Niet alleen in haar passie voor kleur is Ann Veronica Janssens verbonden met Goethe maar vooral omdat ook zij het talent heeft om de alledaagse tover te zien in de dingen die zich in de wereld voordoen. Het zijn verschijnselen als de schittering van het zonlicht in de natgeregende spoorrails, de op het oppervlak drijvende oliedruppels van de vinaigrette in wording of de ondoordringbare mist in het najaar die haar verleiden tot wat ze zelf noemt: ik probeer wat en laat zien wat ik probeer. 

De waarneming van het alerte oog dient als startpunt voor verwondering. Of zoals kinderen al spelend de wereld ontdekken: toevalligerwijs en zonder opzet. Voor Ann Veronica Janssens die licht, kleur en ruimte als materiaal gebruikt begon die ontdekkingstocht in haar kindertijd in Kinshasa. Het moet een wondere wereld zijn geweest waar ze als kind van ouders die zich met architectuur en kunst bezighielden, haar dagen vulde met knutselen en veel rondkijken. School was er nauwelijks bij en ze zwierf als een Alice in Wonderland rond door de straten van de stad waar ze als een ontdekkingsreiziger haar omgeving observeerde en waarmee een haast ideale voedingsbodem voor een experimenteel kunstenaarschap werd gelegd. De kunstwerken van Janssens zijn minimalistisch zonder tot het minimalisme als kunststroming te behoren, ze spelen een ernstig en soms hallucinerend spel met licht en donker, met materie die verandert bij de fysieke beweging van de toeschouwer. De kunstwerken spelen met de waarneming van het spectrum, met de kwetsbaarheid van materie, met de onbestemdheid ervan, met de breking van het licht: ze weten de wetten van de natuur in pure poëzie te vertalen. 

 

L’amour fou: Nieuwe relieken van Carolein Smit

 

Carolein Smit ken ik al heel lang als tekenaar. Begin jaren negentig maakte ze nog monumentale pasteltekeningen met voorstellingen van ineengestrengelde terriërs, slangen of katten. De tekeningen hadden iets decoratiefs doordat huid of vacht vaak leek opgebouwd uit zich herhalende patronen, alsof ze van top tot teen getatoeëerd waren. Voor haar tekenkunst kreeg ze nog een eervolle vermelding bij de uitreiking van de Prix de Rome. Het lijkt achteraf of de tekeningen een blauwdruk waren voor haar latere keramische beelden. Want vanaf 1995, na een werkperiode bij het Europees Keramisch Werkcentrum (EKWC) in Den Bosch, stortte ze zich helemaal op de klei. In het Drents Museum zijn nu ongeveer 30 beelden van haar te zien aangevuld met twee keramische wandreliëfs die ze speciaal voor het museum heeft ontworpen. Algemene indruk: imposant, onheilspellend, sacraal en soms met humor.

Imposant zijn haar beelden gebaseerd op mythen en sprookjes. Smit weet de huid van haar beelden zo te bewerken en gedetailleerd in te vullen, dat ze tot leven komen. Venus is over haar hele lichaam bedekt met op parels gelijkende luchtbellen. Het schuim van de zee vormt zo een laag waar haar naar laatmiddeleeuws voorbeeld lijdende gelaatsuitdrukking doorheen schemert. Die gekrenkte blik komt in meer beelden terug. Knap hoe Smit aanhurkt tegen het pathetische zonder dat de beelden kitsch worden. De rood doorlopen ogen, de schuin naar beneden gerichte blik en de attributen die veel van de beelden bij zich dragen doen denken aan omhulsels van relieken en heiligenbeelden uit het herfsttij der middeleeuwen. Dat katholicisme voel je in al haar werk. Beelden uit de laat-gotiek hebben hetzelfde geëxalteerde expressionisme. Dat komt nog sterker terug bij een aantal figuren waar leven en dood beiden zichtbaar zijn. Gedeeltelijk ontdaan van huid en vlees, zien we een vrouw met een schuin naar boven gerichte ‘dode’ blik. In haar armen, waarvan alleen de botten nog overgebleven zijn, heeft ze een Drents schaap krampachtig vast. Deze serie beelden heeft ze in opdracht van het Drents Museum gemaakt. Het zijn allegorische voorstellingen geworden van een lokaal schaap dat bedreigd wordt, en als we het in een groter verband zien, het verdwijnen van de soortenrijkdom in zijn algemeenheid. Het schaap zelf heeft ook niet bepaald een vrolijke blik. Gelukkig gaat het de laatste jaren beter met het Drents Heideschaap, op de heenweg langs de weilanden naar het museum kwam ik er nog een paar tegen.

 

Sonar: Signalen uit de tussentijd

Een tentoonstelling maken is een kunst. Hans Laban toont met Sonarin Genootschap Kunstlief in Utrecht dat hij het kan. Hij combineert zijn werk met dat van Anna van Suchtelen en Beatrijs Schweitzer rondom het thema van het meten met geluid. Sonar is immers een navigatiesysteem dat functioneert met behulp van geluidsignalen die de afstand tot objecten of obstakels tonen, en daarmee de stuurman aangeeft hoe het schip op koers te houden. De drie kunstenaars zijn elk op een eigen manier op zoek naar signalen, zichtbaar en onzichtbaar, die richting kunnen gevenDe ruimte van Kunstliefde bestaat uit een aantal bijzondere plekken. Hier is een hoge wand, daar een nis. Er is een entresol met een kleine overloop er voor, daarachter weer een grote ruimte die zich leent voor een verrassend arrangement. Het is bijna meesterlijk hoe Laban de mogelijkheden van deze ruimte benut en daarmee de bezoeker tot inkeer en reflectie brengt. Hij verleidt je de tijd te nemen, de talen van de drie kunstenaars te beluisteren en na te voelen en daarmee hun wereld te betreden. 


GLOW: Blauw als een toekomstsprookje

 

GLOWvond dit jaar voor de dertiende keer plaats in Eindhoven, thuisbasis van de familie Philips en tot voor kort nog van het bedrijf Philips. Vijfendertig lichtkunstenaars uit binnen- en buitenland namen deel aan het thema ‘Shadows and Ligh’t. GLOWis bezig met lichtkunst en met de toekomst. De nadruk ligt op talentontwikkeling en vernieuwing, nog altijd de modus operandi van Philips. Zoals elk voorafgaand jaar veranderden de straten en gebouwen in het centrum door magisch lichtspel en projecties. GLOWwas een multisensorische ervaring van licht ondersteund door geluid en beweging. Sprookjesachtig. We vertellen graag sprookjes aan onze kinderen om ze voor het slapen gerust te stellen. We staan open voor sprookjes. Daarom vergaapten duizenden mensen zich ook dit jaar aan het toekomstsprookje vanGLOW. De sfeer op straat wisselde van verontrustend tot betoverend. De nachthemel was niet het gebruikelijke zwart, maar indigoblauw. 

Een jongetje heeft ouderwets met een gong de tijd in gang gezet. Zo is GLOW geopend. Daarna ging hij op in de massa, meegevoerd in een looproute van 250 subtiele lichtbakentjes. Het was de wereldpremière van de Eindhovense lichtkunstenaar Gijs van Bon en Gu Yeliang uit Nanjing, China. PING ondersteunde een intentieverklaring van deze twee steden om de komende drie jaar samen te werken. De bedoeling is de internationale betrekkingen te versterken en kennis en ervaring uit te wisselen. PINGviel onder de categorie Nieuw Licht.

 

Robot Love 

 

In de Melkfabriek op het voormalige Campinaterrein in Eindhoven was dit najaar Robot Lovete zien, een tentoonstelling van de stichting Niet Normaal die nu zo’n kleine tien jaar manifestaties organiseert in Nederland op verschillende locaties. Met als doel, in hun eigen woorden, “dominante mythes relativeren, bewustzijn genereren en het publiek op een positieve manier uit de comfortzone lokken”. Bij Robot Lovewerd over drie verdiepingen in verschillende thema’s de mogelijkheden onderzocht voor de mens om liefde, intelligentie en bewustzijn te (gaan) delen met robots. Een nogal ambitieuze missie, maar een die alle recht wordt aangedaan met Robot Love

Nadat ik de laatste pagina van mijn eerste boek van Michel Houellebecq las, brak ik uit in tranen. De mensheid sterft uit, aldus Elementaire Deeltjes. Maar mijn tranen kwamen niet voort uit angst of droefenis maar uit een gevoel van enorme opluchting. De verschrikkingen inherent aan de natuur van de mens als die in deze roman voorbijkwamen, waren dermate tergend en immens dat uitsterven van het menselijke ras mij enorme troost bracht. Een heftig gevoel voor een jonge moeder van twee kleine kinderen destijds, eentje die ik nooit helemaal kwijt ben geraakt. De kans die het bood op een nieuw soort, die onmogelijk erger kon zijn dan die die wij als mensheid vertegenwoordigen, kwam in volle hevigheid terug bij het zien van Robot Lovedoor het werk van zo’n 50 internationale hedendaagse kunstenaars dat er te zien was. 

 

Het atelier: Gerhard Lentink  
                                        

Ondanks verscheidene grote opdrachten, exposities in vooraanstaande musea en het gegeven dat hij kan leven van zijn beeldhouwwerk noemt Gerhard Lentink zichzelf bij binnenkomst al meteen ‘maar een marginaal kunstenaar’. Een beetje valt dat te begrijpen vanuit zijn zelfgekozen positie met een zekere afstand tot ‘de kunstwereld’, wars van trends en vanaf zijn academiejaren al tegen de stroom in. Zijn meer dan manshoge houten beelden waren figuratief en verhalend in een tijd dat dit als ‘not done’beschouwd werd binnen het discours van de eigentijdse kunst. Ook de hoge ambachtelijke kwaliteit gold eerder als verdacht dan als iets positiefs. Lentink was zich er terdege van bewust, maar koos zijn eigen weg. Zijn eindexamenwerk aan de academie St. Joost in Breda bestond niet alleen uit een heftige performance, waarmee hij zijn vader verontwaardigd de zaal uit joeg maar ook uit een diepe spleet in de tuin van de academie, waarvan de wanden met baksteen bekleed waren. Een vergelijkbaar ontwerp, maar dan op veel grotere schaal en te betreden via twee lange trappen wacht als maquette al enige jaren op een kans om gerealiseerd te worden in beton. Daartussenin zit een wereld van indrukwekkende houten beelden vol verhalen.Het atelier bestaat uit twee grote, hoge klaslokalen met een schuifdeur ertussen in een oude school in het historische hart van Dordrecht. Het achterste lokaal is vooral de stofvrije ontwerpruimte, met grote tekentafels, archiefkasten en opslag van enkele beelden die nog op een nieuwe bestemming wachten. Hieronder het niet elders geëxposeerde Redites-moi des choses tendresdat met 24 strelende handen de liefde voor zijn vrouw bezingt. De ruimte daarvóór dient als werkplaats en is bij mijn bezoek keurig leeg en ordelijk opgeruimd. Alleen het gereedschap aan de wanden verraadt dat hier met hout gewerkt wordt, maar het materiaal zelf is nagenoeg afwezig, het ruikt er zelfs niet naar. 

Ayçe Erckmen en Ann Veronica Janssens sieren Gentse Korenmarkt

 

Kunst in de openbare ruimte: een ondankbare job voor de kunstenaar, naar ik vermoed. De man in de straat gaat er veelal achteloos aan voorbij en de kunstkenner bekijkt het té kritisch. Sowieso: er is áltijd kritiek. Zeker als het een opvallend werk betreft. Of als er over ‘mooi’ of ‘lelijk’ wordt gesproken. Want zo wordt in de gangbare wereld nog altijd over kunst gesproken.Wat met kunstwerken die weinig lijken los te maken, die nauwelijks reacties opleveren, negatief dan wel positief, die te onopvallend zijn, is er dan een meerwaarde voor de openbare ruimte of de voorbijganger of de stad? Ayçe Erckmen brak potten met haar sculptuur ON Waterop de Biënnale van Munster vorig jaar. Bezoekers konden van de ene naar de andere kant van de haven wandelen doorheen de rivier. Helaas scheert ze heel wat minder hoge toppen op de Gentse Korenmarkt. Misschien had ik hier ook liever een interactievere installatie gezien. Meestal werkt ze in situ, vertrekt ze van de plaats waar het werk komt te staan. Elke installatie die ze maakt, relateert aan de historische, culturele en sociale impact van een plaats. Vanaf het terras van de Hema, kan je niet naast een imposante kronkelbuis kijken die je ergens uit ziet piepen. We zien een stalen cilinder met goudkleurige cirkels en vierkanten er rond gedrapeerd. Vanaf dit Hema-terras lijkt hij nog hoger dan de klokkentoren van het oude 19eeeuwse postgebouw op de Korenmarkt. Nalezen leert me dat deze twintig meter hoge eyecatcher, zeven jaar na de heraanleg van deze bruisende plek, het kunstwerk Brochekreeg. Betekenis van het artefact: de kunstenares liet zich inspireren door de historische binnenstad. De gouden schakels stellen de raamprofielen voor van de gebouwen van de Korenmarkt. Inhoudelijk en vormelijk is dat een aspect waar ik me wel in kan vinden. 

Lees meer in Beelden 4#2018: Koop een los nummer voor € 9,95of neem/geef een (cadeau)abonnement: 4 nummers voor € 37,50. 

Zie voor boekwinkels en abonneren www.beeldenmagazine.nl/abonneren

S.P. Abonneeservice, Antwoordnummer 10016, 2400 VB Alphen a/d Rijn (een postzegel is niet nodig), bel 088-1102034, of mail info@spabonneeservice.nl 

Comments