Bert Kreuk

Verzamelaars aan het woord

Bert Kreuk  

De Rotterdammer Bert Kreuk is als zakenman en verzamelaar vooral actief in de VS. Wereldwijd heeft hij tientallen bruiklenen bij gerenommeerde musea uitstaan. Ook het Haags Gemeentemuseum en Museum Boijmans van Beuningen hebben bruiklenen van Kreuk. Zo kreeg Boijmans een manshoog ei van Koons, waar het drie jaar lang zal blijven staan. In datzelfde museum zijn momenteel zes werken van de Deen Matias Faldbakken te zien: allemaal uit de Collectie Bert Kreuk.

Door Etienne Boileau

In een van de vitrines in het entreegebied van Boijmans hangt een ingelijste vuilniszak uit Faldbakken’s Garbage Bag serie. Er tegenover staat een serie gestapelde filmblikken die metaalkleurig gespoten is, en in een andere vitrine zie je enkele binnenstebuiten gekeerde jerrycans. Middenin de hal tref je een stel lockers aan, ingedeukt en bij elkaar gehouden door een paar sjorbanden. Wat bezielt Kreuk om dit soort ‘basic’ installaties aan te schaffen en die vervolgens wereldwijd uit te lenen?

Authentiek

Terwijl Kreuk antwoord geeft, lopen we naar een van de vitrines.

“Matias Faldbakken volg ik al vanaf het begin. In zijn werk stelt hij de consumptiemaatschappij ter discussie. Zo’n voorwerp als een vuilniszak, waarop met een marker een teken is gezet, hangt nu ingelijst in het Boijmans. Het wordt daardoor ontdaan van zijn primaire functie. Het pure feit dat Faldbakken met deze installatie bereikt dat er een discussie op gang komt over wat nu eigenlijk kunst is, maakt het onderwerp van die discussie - de vuilniszak - voor mij kunst.

Ik verzamel al zeker twintig jaar en heb inmiddels een kleine 750 kunstwerken in mijn collectie. Het merendeel is opgeslagen in drie depots, verspreid over Europa en Amerika. Veel schilderkunst met onder andere werk van Anselm Kiefer, Marlene Dumas, Luc Tuymans, Gert & Uwe Tobias en Michael Raedecker. Daarnaast ook werk van Christopher Wool, Peter Doig en Damien Hirst. Video of fotografie tref je niet in mijn collectie aan. Wel is het zwaartepunt de afgelopen zes jaar verschoven naar conceptuele kunst. Daarbij neig ik steeds vaker naar driedimensionaal werk; de spanning tussen het kunstwerk en de ruimte waarin het geplaatst is, vind ik interessant. Bij mijn keuze let ik ook op de authenticiteit van een kunstenaar. En dan heb ik het niet over iemand die met gerecyclede troep komt, iets wat al twintig keer eerder gedaan is. Ik probeer zo vroeg mogelijk bij een kunstenaar te zijn, nog voordat hij doorbreekt. Vaak zijn ze dan nog heel authentiek en betaalbaar.

Een paar jaar terug kon ik de hand leggen op The Tombe, een installatie van Mathew Day Jackson die ik vorig jaar voor een expositie aan het Haags Gemeentemuseum heb uitgeleend. The Tombe is een geweldig stuk met een fantastische thematiek. Het is gemaakt naar aanleiding van de tombe van Philippe Pot die in het Louvre staat. Een stenen grafmonument voor een Franse hofmaarschalk, die eind 15e eeuw overleed. Hij ligt in een harnas bovenop zijn grafsteen en wordt gedragen door getrouwen in monnikspij. Die getrouwen zijn in de installatie van Jackson vervangen door astronauten; ze dragen een kist met daarin de laatste mens. The Tombe handelt over de vernietiging van de aarde door de mens. Dat doen we tot op het moment dat er alleen nog astronauten over zijn die de laatste mens wegdragen en that’s it! In de kist liggen bodyparts en een loodafdruk van Jackson’s eigen schoenen.”

Sociaal protest

Betekent dit dat hij meer en meer geneigd is om protestkunst te kopen?

“De laatste tijd heb ik inderdaad wel meer belangstelling voor wat moeilijkere conceptuele kunst met een politieke of sociale lading. Maar het mag ook niet te simpel zijn: niet alleen maar schoppen. Zo heb ik een tijd terug een installatie van de Amerikaanse kunstenaar Kaari Upson gekocht. Upson woont en werkt in Los Angeles en laat zich inspireren door verlaten gebouwen en het sociale leven daaromheen. Ze trof een leeg huis aan van iemand die daar was gestorven en pas maanden later werd gevonden. Het huis heeft Upson gereproduceerd in latex, in de vorm zoals ze het aantrof. Het werk bestrijkt drie grote wanden en is iets tussen een sculptuur en een wandobject in. Ik heb het werk doelbewust aangekocht voor het Haags Gemeentemuseum. Toen Benno Tempel voor dit werk actief fondsen wilde gaan werven en ik bij hem de bevlogen passie zag, stelde ik hem voor het werk te schenken. Ik schenk wel vaker werken, en heb ook de nodige bruiklenen uitstaan. Maar met bruiklenen op de lange termijn ben ik wat terughoudender geworden want op termijn wil ik mijn collectie in een eigen ruimte tonen. Voor dat doel ben ik momenteel op zoek naar een gebouw in Rotterdam.” 

Comments