Cover Beelden 4#2011

Beelden is een tijdschrift dat sinds 1998 aandacht besteedt aan ruimtelijk georiënteerde kunst. Het verschijnt vier keer per jaar. Beelden reflecteert kritisch en met persoonlijke verhalen op tentoonstellingen, kunst in de openbare ruimte, debatten/symposia en boeken die in gaan op het specifieke deelgebied van de ruimtelijk georiënteerde kunst. Beelden is geen blad dat persberichten klakkeloos overneemt, maar stuurt haar auteurs op pad om de tentoonstellingen of de kunst in de openbare ruimte met eigen ogen te bekijken. Iedereen mist het nodige aan goede tentoonstellingen omdat je nu eenmaal niet iedere tentoonstelling kunt bezoeken. In Beelden leest u reviews van tentoonstellingen die u gemist heeft. Onze onafhankelijke kritische ondertoon onderscheidt ons van veel andere kunstbladen en vergroot de pluriformiteit in kunstbladenland. Met een abonnement krijgt u vier keer per jaar interessante informatie in uw brievenbus.

All reasonable efforts have been made to obtain copyright permission for images used in films in this website. If we have committed an oversight we will be pleased to rectify this in subsequent editions. The author reserves the right not to be responsible for the topicality, correctness, completeness or quality of the information provided. Liability claims regarding damage caused by the use of any information provided, including any kind of information which is incomplete or incorrect,will therefore be rejected.


Boeken

In Beelden worden per nummer tussen de 10 en 15 boeken over ruimtelijke kunst besproken. Hieronder vindt u een selectie van de besproken boeken.

Uit Beelden 4#2011


Water en Vuur

Bij de uitreiking van de Wilhelmina-ring, de oeuvreprijs voor beeldhouwers, op 29 augustus jl. op Paleis Het Loo, vond ook de presentatie plaats van de dichtbundel Water en Vuur VIIGedichten bij beelden. In de zesde uitgave werden beelden in Amsterdam bezongen. Deze ronde trekken de dichters door Apeldoorn. De bekende Wilhelmina van Mari Andriesse staat daar met opgeheven hoofd; Eric Mengveld heeft de eer haar tekstueel te mogen bejubelen. Ik zoek naar gedichten en beelden die mij raken. Ik zie en lees veel; sommige gedichten zijn een ode aan het beeld en raken verweest als je ze daarvan loskoppelt. Dat geldt niet voor de beelden, zij stonden er al voordat een dichter er aandacht aan gaf. Met gedichten heb ik nog sterker dat je je er open voor moet kunnen stellen. Je moet in de juiste stemming zijn om je ermee te kunnen verbinden. Ik kan een paar keer een gedicht lezen zonder dat het me raakt. Terwijl dan ineens op een zonnige dag, of juist een regenachtige, de klik tussen mij en het gedicht er is. Daarom zal ik niet snel een gedicht negatief beoordelen. Met kunst ligt dat anders en zeker met beeldhouwkunst. Ik zie de kwaliteiten van veel werken, zelfs als ik een rotbui heb. De kathedraal van boomstronken van Marinus Boezem is prachtig. Van Nicolaas Dings staat er een vorm die verwijst naar een gebouwtje, ook dit beeld is fascinerend in haar eenvoud. De twee dieren Toon en Toon van Tom Claassen raken mij zoals zijn beelden vaak doen. Het gedicht erbij lijkt een passende beschrijving. Ik wil een gedicht in deze recensie zetten; maar twijfel welke. Ik wil een gedicht dat staat als een beeld zonder dat het een beeld als sokkel nodig heeft. Dat heb ik alleen bij het gedicht Beeldspraak van Ed Leeflang, bij het werk Versmelting van Joop Beljon.

Beeldspraak

Ik denk al niet meer te verwijzen

maar ik kom voort uit een grammatica

die wil dat verticalen stijgen,

een oud verlangen achterna.

 

Zij zouden uit het zicht verdwijnen

als niet hun klim werd onderbroken

zodat ik opgaand tussen bomen

de vreemde en hun vriend kan blijven.

Het mooie aan dit gedicht vind ik dat het perfect het beeld van Beljon spiegelt; zonder ervoor onder te doen. Het zijn twee grootheden die zich tot elkaar verhouden maar ook autonome kracht bezitten. Twee op zichzelf staande kunstwerken met een hechte band.

Water en Vuur VII, Karla de Boer-Gilberg, Uitgeverij Phidias, 2011, ISBN 978-90-805811-0-4, www.stichtingphidias.nl

See it Again, Say it Again

See it Again, Say it Again is een boek dat onder redactie van Janneke Wesseling tot stand kwam. Kunst maken kun je niet los zien van het verhaal en onderzoek van de kunstenaar. De kunstenaar als ‘researcher’ staat in dit boek in de schijnwerpers. Volgens Wesseling is het idee ‘kunstenaar als onderzoeker’ niet nieuw en is het rechtstreeks afgeleid van de conceptuele kunst in de jaren zestig. Tijdens het postmodernisme is het onderzoek in sommige gevallen het kunstwerk geworden. Het zijn polemische werken die open staan voor kritiek en tegelijkertijd zelfreflectief zijn; dat wil zeggen dat de kunstenaar bereid is zijn eigen positie te bevragen en ook de positie van zijn kunstwerk in de kunstwereld. In principe durf ik te stellen dat deze traditie –want dat is het inmiddels - begon met Marcel Duchamp; de vraag ‘wat is kunst’ werd daar voor het eerst gesteld. In het voorwoord schrijft Wesseling een boeiend relaas over de geschiedenis van dit begrip. Ze schuwt het niet diverse filosofische theorieën hierbij te benoemen ter ondersteuning. In het boek staan bijdragen van Jeroen Boomgaard, Jeremiah Day, Siebren de Haan, Stephan Dillemuth, Irene Fortuyn, Gijs Frieling, Hadley+Maxwell, Henri Jacobs, WJM Kok, Aglaia Konrad, Frank Mandersloot, Aernout Mik, Ruchama Noorda, Vanessa Ohlraun, Graeme Sullivan, Moniek Toebosch, Lonnie van Brummelen, Hilde van Gelder, Philippe van Snick, Barbara Visser, Janneke Wesseling, Kitty Zijlmans en Italo Zuffi. Dit is een interessante mix van theoretici pur sang, naast theoretiserende kunstenaars; wat zij gemeen hebben is de postmodernistische invalshoek waar vanuit ze naar kunst kijken. Voor de kunstenaar is doorgaans zijn eigen werk en de eigen positie een onderdeel van het research. Henri Jacobs bijvoorbeeld onderzoekt oppervlakten in zijn ‘Surface Research project’. Tijdens het project was Jacobs zichtbaar voor het publiek omdat hij werkte vanuit een glazen kubus in de Rietveld academie. Een plat oppervlak van een schilderij heeft in de regel toch de illusie van ruimte. Het onderzoek van een kunstenaar leidt vaak tot een kunstwerk. Het onderzoek van de theoreticus leidt tot een tekst met hypothese en/of conclusie. De theoreticus daarentegen zet zichzelf zelden centraal in een researchproject en bevraagt niet de eigen positie. Vanuit bronnenonderzoek komt een tekst tot stand. Onder of boven de tekst staat zijn of haar naam. Het verschil tussen de disciplines voel je in de diverse teksten.

See it Again, Say it AgainJanneke Wesseling e.a., Valiz, Amsterdam, 2011, ISBN 9789078088516

Per ongeluk expres

Bianca Stigter combineert kennis over kunst met een gezond portie relativeringsvermogen. Kunst is kwetsbaar en dat merk je als mensen erover praten. Je bent er voor of er tegen en onder het huidige politieke bewind lijkt dat legitiem. Dat drijft mensen die ervoor zijn in de verdediging. Als je een bundel schrijft van ongeveer 250 pagina’s, dan heb je iets met kunst ook al schrijf je het volgende; “Soms heb ik helemaal geen zin in kunst. Soms denk ik zelfs dat ik helemaal niet van kunst houd”. Ik moet zeggen dat ik mijzelf hier in herken; ik heb ook van die dagen dat kunst me werkelijk de oren uitkomt. Op dezelfde pagina stelt ze “Soms houd ik zelfs meer van kitsch”. Toch is zij beslist niet tegen kunst, maar liever wordt zij bij toeval geraakt dan dat zij gedwongen geniet. “Verleid worden is bevredigender als het spontaan gebeurt; liever verliefd worden in de disco dan via een datingsite”. Dit vind ik mooie associaties. Op de afgelopen Biënnale in Venetië constateerden mijn partner en ik dat als je naar zo’n megatentoonstelling gaat met te hoge verwachtingen je behoorlijk teleurgesteld kan worden., terwijl je juist geraakt wordt door kunst op plekken waar je geen interessante kunst verwacht. Het boek is samengesteld uit columns die Stigter schreef en waarin diverse cultuuruitingen een rol spelen. Ik lees dat de oorsprong van de kunst misschien wel gelegen is in menstruatiebloed. Zij verwijst in een artikel naar een opvatting van de Britse antropoloog Chris Knight. Deze beweert dat in de prehistorie de meest gebruikte kleurstof rode oker was, dit was volgens hem duidelijk een vervanging van menstruatiebloed. In dit artikel koppelt ze kunst aan magie en met name aan menstruatiemagie. In een ander artikel beschrijft zij lyrisch het werk van Monet. Het kan verschillen; soms heb je van die dagen dat je je passie ontmoet en andere dagen zit je passie je zwaar in de weg. Noem het de geijkte haat-liefdeverhouding die vaak samengaat met passionele relaties. Dit is een boek dat lekker leest en dat je tegelijkertijd makkelijk weg kunt leggen omdat het geen doorlopend betoog is. Het doet pretentieloos aan, en dat spreek mij in ieder geval bijzonder aan.

Per ongeluk expres. Over kunst, Bianca Stigter, Uitgeverij Contact, Amsterdam/Antwerpen, 2011, ISBN 9789025435998

Venezia

Iedere twee jaar trekken we naar Venetië om er de contemporaine kunst te bekijken. Maar Venetië biedt meer dan dat. Een rijke cultuurgeschiedenis vult deze historische plek. Luc Verhuyck schreef een anekdotische reisgids over deze stad. De reisgids telt 456 pagina’s en is gevuld met kleine letters en maar enkele foto’s. Op pagina 399 zie ik een intrigerende tekening. Als ik de tekst lees die erbij staat, blijkt het een in steen gegraveerde afbeelding van een Turk te zijn met het hart van zijn moeder in zijn hand. Het werk doet bijna eigentijds aan maar stamt uit de 15de eeuw. In een vlaag van woede sneed deze Turk het hart uit de borst van zijn moeder. In paniek vluchtte hij na zijn daad, maar viel op een van de vele trappen bij het water waardoor het hart in zee viel. De Turk sprong het achterna en verdronk. Een zwerver die in het portiek zat van de Scuola di San Marco, kraste het tafereel in steen. De zwerver was eens een gevierd beeldhouwer die nog aan de Scuola had meegebouwd, maar na het vroege overlijden van zijn vrouw had verdriet hem overmand en aan lager wal gebracht. Uit heimwee naar zijn vroegere bestaan kraste hij met scherpe voorwerpen dat wat hij zag in het steen. De volgende keer dat ik de Biënnale bezoek neem ik dit boek mee en ga ik enkele van deze plekken bezoeken. Met de anekdotes in je achterhoofd bekijk je een locatie anders.

Venezia. Een anekdotische reisgids, Luc Verhuyck, Uitgeverij Atheneum-Polak & Van Gennep, Amsterdam, 2011, ISBN 9789025368159

Uit Beelden 3#2011


Wild Park. Het onverwachte als opdracht

Wild Park. Het onverwachte als opdracht is een klein groen boekje met een essay van Jeroen Boomgaard over de verschijningsvormen en sociale betekenis van kunst in de openbare ruimte en de verwachtingspatronen omtrent deze kunstvorm. Jeroen Boomgaard is sinds 1983 werkzaam bij de Leerstoel Kunstgeschiedenis van de Nieuwste Tijd van de Universiteit van Amsterdam. Tevens werkt hij vanaf 2003 bij de Gerrit Rietveld Academie als lector kunst en de publieke ruimte. In het boekje geeft hij aandacht aan de postmoderne varianten van kunstwerken die zich te pas en te onpas op plekken in de openbare ruimte bevinden. Regelmatig zie je in de tekst hoe Boomgaard te veel woorden gebruikt om betekenis te geven doordat hij het gebrek aan betekenis van kunstwerken verheft tot kwaliteit. Een zin als “Om het verschil in kwaliteit van de kunst in de openbare ruimte te vatten moeten we echter niet alleen letten op vorm en iconografie van een bepaald kunstwerk, maar op de functies en betekenissen die het tracht te ontvluchten”, doet mij bijna dit boekje ontvluchten. In het volgende hoofdstuk lees ik “De wereld van de kunst is er een die met argwaan wordt bekeken omdat kunstwerken hun betekenis vaak niet gemakkelijk prijsgeven, terwijl kunstenaars en kunstbeschouwers zichzelf vaak lijken te verliezen in onbegrijpelijke vaagheden.” Ik vraag mij hierbij af in hoeverre Boomgaard beseft dat hij zichzelf een spiegel voorhoudt. Het boekje is een soort amalgaam van wazige aannames, verpakt in bijna ondoorgrondelijk taalgebruik, vermengt met haarscherpe observaties. Dat kunstwerken verbonden zijn met een ideologie en altijd een representatie van macht zijn, zelfs als zij zich daaraan lijken te onttrekken, ben ik met Boomgaard eens. Ondanks dat zij de macht vertegenwoordigen laten zij paradoxaal ook een andere kant zien. “Van Hedendaagse kunstwerken wordt verwacht dat zij het onverwachte introduceren en het ongeziene een gezicht geven.” aldus Boomgaard. Ik denk dan ‘wie verwacht wat?’. Boomgaard is een academicus die een beeld betekenis wil geven vanuit een kunsttheoretisch standpunt.  Hij wil het ongeziene zien en dit zichtbaar maken in tekstuele hoogstandjes aan mede-intellectuelen. De politicus of machthebber (in Nederland helaas zelden een intellectueel) daarentegen wil het beeld er waarschijnlijk juist niet hebben om het ongeziene zichtbaar te maken, maar eerder om te verhullen en te imponeren. De langs wandelende kunstleek daarentegen verwacht waarschijnlijk weer iets heel anders van een kunstwerk. Zij willen gewoon een leuk beest zien of een aardige vorm die niet teveel stoort. Dat maakt ook gelijk het probleem van de hedendaagse kunst duidelijk in een democratische setting met diverse belangen; er is de maker en er zijn diverse consumentengroepen. Wie bedien je als kunstenaar? Is dat de kunsttheoreticus, dan moet jouw beeld diverse ondoorgrondelijke vluchtlijnen bezitten die zich onttrekken aan het alledaagse. Lukt dat niet, dan haakt de theoreticus af omdat hij dan niet kan imponeren bij zijn eigen “inner cirkel” met een vakjargon dat duidelijk maakt dat hij toch echt op zijn minst Foucault en Deleuze heeft gelezen. Wil je de machthebber tevreden stellen dan moet jouw beeld imponeren en wil je het ‘alledaagse publiek’ (de grootse groep) tevreden stellen dan zal jouw beeld op zijn minst een toegankelijke laag moeten hebben. Met ondoorgrondelijk vakjargon heeft het grootste deel van het publiek niets. De huidige populistische politiek wil publiek tevreden houden en tegelijkertijd imponeren als machthebber bij de kiezer. Die kleine groep theoretici, zoals Boomgaard, is kolen op het vuur voor hen. Lees je tussen de regels het vele vakjargon dan heeft Boomgaard weldegelijk iets te zeggen en veel scherpe observaties. In de huidige tijd waarin politiek populisme aan de macht is lijkt het echter handiger je woorden te formuleren in grootschalige begrijpelijkheid zodat het tegenargument voor ‘kunst onderworpen aan populistische democratie’ zich niet onttrekt aan breedschalige communicatie. Op de laatste bladzijde van het boek vat Boomgaard het een en ander samen; “Kunst in de openbare ruimte in Nederland toont zowel de goede als slechte kanten van de democratie. Een slecht functionerende democratie brengt bloedeloze beelden voort in opdracht van machthebbers die geen verantwoordelijkheid willen nemen en die hun ideeën afwentelen op burgers in een halfslachtige inspraak zonder kans op verandering.”  Kijk, dat is nu het stukje klare taal waar ik me graag achter schaar en waardoor ik dit boek niet voortijdig terzijde schoof. 

Wild Park. Het onverwachte als opdracht, Jeroen Boomgaard, Fonds BKVB, Amsterdam, 2011, ISBN 978-90-7693936-00-0

Prix de Rome 2011; Beeldende Kunst

Prix de Rome 2011; Beeldende Kunst is een verslag van misschien wel de laatste Prix de Rome. In het boek staan tien portretten met extra aandacht voor de vier finalisten: Priscilla Fernandes, Ben Pointecker, Pilvi Takala en Vincent Vulsma. De kunstenaars zijn allemaal onder de 35 jaar. De uitgave zelf heeft de uitstraling van een zeer dik, goed verzorgd tijdschrift. Je kunt je afvragen in hoeverre je hier nog kan spreken van een Nederlandse Staatsprijs. Van de longlist van tien waren slechts vier kunstenaars afkomstig uit ons land; Gwennet Boelens, Petra Stavast, Vincent Vulsma en Guido van Der Werve. Van de vier genomineerde was alleen Vulsma uit ons land afkomstig, hij werd tweede. Pilvi Takala uit Finland kreeg de eerste prijs. Ondanks dat er binnen de kunst een globalisering plaatsvindt, blijft het voor een land toch altijd noodzaak het eigen product te promoten. Hoe kun je dat slechter doen dan in een staatsprijs de gaststudenten van de postacademies te laten domineren. Het lijkt bijna een statement alsof we zelf niet voldoende talent hebben. De Zomerexpo 2011 Anoniem gekozen (zie boekbespreking hiernaast) maakte duidelijk dat er voldoende talent is. Als ik kijk naar de longlist dan springt het werk van Guido van de Werve er voor mij echt uit als de beste. In de shortlist werd hij verdrongen door kunstenaars die mij minder raken.

Prix de Rome 2011; Beeldende Kunst, Nicoline Timmer, NAi Uitgevers, Rotterdam 2011, ISBN 978-90-5662-812-3

Zomerexpo 2011. Anoniem gekozen

Zomerexpo 2011. Anoniem gekozen is een catalogus waarin 250 kunstwerken staan. Het is het resultaat van een nieuwe traditie die voortkomt uit een samenwerking tussen stichting ArtWorlds en het Gemeentemuseum Den Haag. In navolging van de Summer Exhibition van de Royal Academy in London en de Canvas Collectie in België krijgt ook Nederland haar eigen zomertentoonstelling. De deelnemers konden in drie genres, stilleven, portretten en landschappen, hun werken anoniem inzenden. Een jury koos 250 werken uit 4.700 inzendingen. In de eerste ronde kreeg de jury 15 seconden om een werk te bekijken en vervolgens zonder discussie te stemmen door een hand op te steken. De AVRO deed in het tv-programma Kunstuur verslag van de hele gebeurtenis. In het boek staat het resultaat. Als ik bij Uitzending gemist zie hoeveel mooie werken weggestemd zijn bij de lopende bandselectie van 15 seconde per werk, is het verbazend hoeveel mooie werken er nog in de catalogus staan. Deze catalogus toont aan dat het gebrek aan respect waarmee momenteel vaak over beeldende kunst wordt gesproken, onterecht is. In Nederland wordt bijzonder veel mooie kunst gemaakt. Wat mij zeer bevalt aan dit initiatief is de anonimiteit. Ik heb zelf ervaring in commissies en wat mij opvalt is dat veel commissieleden hun oordeel eerder ophangen aan namen en CV’s dan aan werk. Nu heeft het werk moeten overtuigen en dan blijkt dit heel goed te gaan. Aan de tentoonstellingen waren ook prijzen verbonden, de publieksprijs ging naar Lonneke Gordijn en Ralph Nauta. Zij maakten een installatie van paardenbloempluisjes, fosforbrons en led-lampjes. De professionele jury koos voor een werk van Annemieke Alberts, een tot nu toe vrij onbekend kunstenaar. Het is een werk uit een serie waarin zij aan de hand van foto’s van spiegelde oppervlakten zoals winkelruiten, zeer verdienstelijke schilderijen maakt. Een ander leuk aspect aan deze mega-happening is dat het bestaat uit een televisieverslaglegging, een catalogus en een tentoonstelling. Dit maakt het een levendig en openbaar geheel dat navolging verdient.

Zomerexpo 2011. Anoniem gekozenBenno Tempel, Uitgeverij de Jonge Hond 2011, ISBN 978 90 8910 263 8

Dutch Heights 2

Dutch Heights 2 is het vervolg op Dutch Heights 1, een initiatief van ‘Stichting Dutch Heights en de Grafische Cultuurstichting’. In het boek staan ruim honderd personen uit de kunst en cultuursector die het afgelopen jaar een prijs ontvingen. Bijzonder is dat Dutch Heights 1 zelf ook een prijs kreeg van AIGA (The American Institute of Graphic Arts) die de uitgave heeft uitgeroepen tot een van de vijftig best verzorgde boeken ter wereld van 2010. De boeken zijn heerlijk om naast je bed te hebben of op je tafel. Je kijkt naar de foto’s en leest de korte teksten die erbij staan. Wie is de met een cultuurprijs gezegende persoon, wat maakt hij of zij en waarvoor kreeg de persoon de prijs. Er komen illustere namen in voor, maar ook voor mij minder bekende personen. Er zijn vele cultuur prijzen maar ook vele sectoren waarin het boek is opgedeeld. Ik tel er tien: Architectuur, Beeldende Kunst, Cultuur, Film, Fotografie, Illustratie, Literatuur, Muziek,  Ontwerp en Podiumkunsten. Ontwerp spant de kroon met 17 prijzen. Illustratie daarentegen kent er maar drie. Voor Beeldende Kunst zijn dit jaar maar zes kunstprijzen in het boek opgenomen. Echt interessant vind ik de beeldende kunst niet, met alweer Mark Manders die een prijs krijgt en werk van David Bade waarvan alleen de installatie die ik zie me wel boeit. Bij de cultuurprijzen valt mij op dat Alex van Warmerdam die ik vooral ken van films en theaterstukken ook niet onverdienstelijk schildert. Joke van Leeuwen die een prijs krijgt voor haar bijdragen aan het geschreven woord, plaatst monumentale gedichten in de openbare ruimte, ze werken daar echt als kunst in de openbare ruimte. Zo zie je dat disciplines eigenlijk niet meer in hokjes passen. Hetzelfde geldt voor design, ik zie er veel werken die ik als beeldende kunst ervaar. De poging om te rubriceren lukt eigenlijk niet meer, maar dat doet niets af aan het boek dat een heerlijk naslagwerk blijkt.

Dutch Heights 2Robbert Dijkgraaf en Arnon Grunberg e.a., Stichting Dutch Heights, Heemstede, ISBN 978-94-90529-03-1

Uit Beelden 2#2011

Locating the Producers

Locating the Producers. Durational Approaches to Public Art is een lijvige academische studie. Je hebt doorzettingsvermogen nodig om je er doorheen te worstelen. De nadruk van het boek ligt niet bij de kunstenaars of de kunstwerken maar eerder bij de rol die de producent speelt. De producent is de kunstcommissie of de curerende en begeleidende instantie. Soms is het zelfs de kunstenaar die mogelijkheden schept voor andere kunstenaars als kunstact.

In het museum spreek je van een curator als je de persoon bedoelt die een tentoonstelling samenstelt, of een keuze van kunstenaars maakt. In de openbare ruimte zijn dit overheidsinstituten of lokale kunstcommissies die de wethouder adviseren. Deze commissies en stichtingen nemen de rol van de producent op zich. In Locating the Producers gaan de onderzoekers Paul O’Neill en Claire Doherty in op diverse gemeenschappelijke aspecten die grote locatiegebonden kunstprojecten hebben. O’Neill is onderzoeker aan de University of the West of England en daarnaast is hij curator van meer dat vijftig tentoonstellingen. Doherty is de oprichter van Situations. Situations schept mogelijkheden voor kunstenaars buiten het reguliere kunstcircuit. De onderzoekers proberen aan de hand van het volgen van diverse grote projecten in Europa te achterhalen welke criteria te distilleren zijn uit de verschillende projecten en zo tot een canon aan beoordelingscriteria te komen waaraan kunstadviseurs en projecten kunnen voldoen. Behalve het onderzoeken van de diverse projecten zijn er ook interviews en diverse gespreksronden. Verder heeft het onderzoek als doel een vocabulaire te ontwikkelen die passend is bij deze kunstvorm. Lees meer...

Locating the Producers. Durational Approaches to Public Art, Paul O’Neill en Claire Doherty, Valiz, Amsterdam, 2011, ISBN 978-90-78088-51-6

Komrij, Fuchs en Zwagerman

Drie essayboeken van gerenommeerde auteurs vonden recentelijk hun weg naar de boekwinkel. Gerrit Komrij, Rudi Fuchs en Joost Zwagerman geven hun visie op eigentijdse kunst. In
Kunstwonderen gaat Gerrit Komrij op zoek gaat naar de drijfveren in de kunstwereld, althans naar hij beweert. In werkelijkheid is het een boek over zijn persoonlijke weerstand tegen contemporaine kunst en design. In het eerste stukje over For the Love of God van Damien Hirst komt niet het kunstwerk tot leven, maar een bejaarde nostalgische brombeer die vol onbegrip naar de schedel met diamanten kijkt. 

De eerste zin van het boek zet de toon “Ik zou niet zomaar kunnen zeggen wat kunst is, maar ik weet zeker dat het te maken heeft met kijken. Met kijken en nog iets, vanzelfsprekend, anders was iedere brildrager kampioen kunstkenner." Verder in het boek lees ik: “Alleen als mooi en lelijk als duidelijke categorieën blijven bestaan, kunnen we nog het verschrikkelijke van de schoonheid ervaren en de schoonheid van het banale." Er valt geen speld tussen te krijgen aan deze stelling behalve dat je je wel open moet kunnen stellen om schoonheid en lelijkheid in al haar facetten toe te laten. Daar ontbreekt het bij Komrij aan. Het is eerder de schoonheid van zijn schrijfstijl in dit boek die mij regelmatig laat glimlachen. De scherpe en vinnige woorden waarmee hij zijn onvermogen om van kunst en design te genieten neerzet, maken dit boek een juweeltje waar je van kan genieten zonder zijn oordelen serieus te nemen.


Rudi Fuchs is een kunstliefhebber, vooral de conceptuele kunst van de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw vormde zijn blik op de kunst. In zijn boek zie je nog al die namen van zijn grote idolen, Donald Judd, Jan Dibbits, Sol LeWitt, Gerhard Richter en meer. Hij bezingt ze met waardering en beroering. Er was een tijd waarin ik dacht dat Fuchs in de tijd bleef steken en niet vooruit kon. Toch zie ik in zijn nieuwste boek
Kijken. Een Leesboek over kunst, ook namen staan van meer recente kunstenaars zoals Tracey Emin, Rob Birza en Damien Hirst. Vergelijk je het stuk van Komrij over Hirst met dat van Fuchs, dan valt op dat Fuchs minder oppervlakkig blijft. Hij beschrijft een schilderwerk van Hirst uit 2009 en analyseert het binnen het oeuvre van de kunstenaar en van andere kunstenaars zoals Francis Bacon en Samuel Becket. Ook al beschrijft Fuchs een recent werk van hem, hij blijft een romanticus die een werk graag verbonden ziet met een kunsthistorische context. Hij noemt de periode waarin Hirst de kunstwereld veroverde met kadavers, drijvend in aquariums met formaldehyde, ‘een soort overweldigende poppenkast’. De beroemde diamanten schedel noemt hij een slotakkoord. Ik krijg het gevoel dat Fuchs blij is met de keuze van Hirst om terug te keren naar het schilderij. Fuchs is kunsthistoricus en zijn liefde voor de geschiedenis van de kunst hangt samen met zijn liefde voor kunstenaars. Een kunstenaar die zich in zijn werk verhoudt met dat wat achter hem ligt, is beter te plaatsen dan een kunstenaar die er alles aan doet met de traditie te breken. 

Alles is gekleurd. Omzwervingen in de kunst
, staat op het boek van Joost Zwagerman. Net als de andere twee essayboeken prima om in te vertoeven. De stukken zijn goed geschreven en gekleurd vanuit de beleving van de schrijver zoals ook de ander essaybundels zijn. Ik zoek in het boek of ook hij over Hirst schrijft en ja, als essayist kun je deze controversiële kunstenaar niet overslaan. Hij noemt Hirst een winstpakker, als hij beschrijft hoe de prijzen voor zijn werk door de kunsthandelaar/verzamelaar Saatchi vakkundig werden opgedreven. Zwagerman is van de generatie Rob Scholte, een generatie kunstenaars die in navolging van Andy Warhol besloten dat je de geldstromen in de kunst kunt manipuleren. Hirst is daar de eigentijdse grootmeester in en het werk For the Love of God de ultieme kunstact. Zwagerman kan het ding niet los zien van zijn waarde en van Hirst’s inkomensstatus. Zwagerman voert zijn zoon van 10 ten tonele. Het kind weet niets van de waarde van de kunstenaar en de diamanten. Zijn perceptie is onbevangen en onbevooroordeeld en hij raakt niet uitgepraat over ‘het ding’. Misschien denk ik, na het lezen van de boeken van deze drie schrijvers, is onze volwassenheid en onze professionele vooringenomenheid wel de mist die een open blik op kunstwerken belemmerd. Hoe meer we weten over kunst hoe gemankeerder we zijn.

Kunstwonderen, Gerrit Komrij, De Bezige Bij, Amsterdam, 2011, ISBN 978 90 23 459347

Kijken Een leesboek over kunst, Rudi Fuchs, Ludion, Amsterdam, 2011, ISBN 978 90 55 448500

Alles is gekleurd. Omzwervingen in de kunst, Joost Zwagermans, Arbeiderspers, Amsterdam, 2011, ISBN 978 90 295 7382 5

Uit Beelden 1#2011

Craigie Horsfield

Wandtapijten behoren tot de textiele kunsten. De oudste Europese kleden dateren uit de 13
de eeuw. In de jaren zestig van de vorige eeuw ondervond de textielkunst een opleving. Abstracte monumentale wandkleden gaven kleur aan veel overheidsgebouwen. Inmiddels is het omtrent deze kunstvorm weer rustiger geworden. Momenteel beheersen digitale beelden in de vorm van video, fotografie en digitale beeldbewerking de hedendaagse kunst. Textielkunst en fotografie kun je ook combineren, zoals blijkt uit de werken van de Britse fotograaf Craigie Horsfield. Hij gebruikt fotografische beelden om deze later om te zetten in monumentale wandtapijten. Kort geleden waren deze werken in het MUHKA in Antwerpen te zien. Bij deze tentoonstelling kwam een catalogus uit waarin veel van zijn weefsels te bewonderen zijn. Het gaat vaak om massa’s mensen die over straat lopen, bij treinstations van het ene naar het andere perron gaan, of deelnemen aan massale gebeurtenissen. Het zijn intense massaportretten waarin emoties van de gezichten stralen. Ook zijn er tapijten waarin de kunstenaar dieren portretteert. De vorm van presenteren als wandtapijt lijkt de fotografische beelden te intensiveren en dramatiseren. Het gebruik van donkere tonen vergroot de dramatische impact. In het boek wisselen totaalfoto’s detailfoto’s af. Het is een mooi gebonden boek vol kijkplezier. De essays die erin staan zijn zeer lezenswaardig en maken dit boek in zijn geheel een naslagwerk dat de moeite van de aanschaf waard is.

Craigie HorsfieldSchering en inslagBart De Baere en Carol Armstrong, Ludion Antwerpen, 2010, ISBN 9789055448326

De Ja-sprong


De kunstcritica Anna Tilroe schreef vorig jaar het pamflet 
De Ja-sprong. Naar een nieuwe vitaliteit in de kunst. Dit 72 pagina tellende boekje leest als een reddingsactie voor de kunst, musea, kunstkritiek en andere participanten. Zij ziet de democratische kunstwereld zoals wij die vijfentwintig jaar geleden kende, verzuipen in een modderpoel van economische krachten en machten. De laatste jaren ben ik diverse interessante boeken tegengekomen met een kritische toon ten opzichte van de toenemende manipulatie van de kunstmarkt. De tendens dat overheden verantwoordelijkheden afschuiven naar de vrije markt vergroot alleen maar de macht van marktmanipulatie. Het is niet de kunst die het voor het zeggen heeft in de kunst en cultuursector maar het geld. 

Ik ben net als Tilroe van de generatie waarin idealisme een grotere rol speelde dan economische belangen, macht en prestige. De generatie die angstvallig vermeed om over geld te praten als het om kunst ging, want de intrinsieke waarde mocht niet door een prijskaartje besmuikt worden. 

De drie vragen die Tilroe stelt zijn; Hoe wordt waarde aan kunst toegekend? Door wie? En waartoe? Ze beschrijft de scene waarin jaarlijks het Amerikaanse Megajacht de SeaFair’s Gran Luxe uitvaart met aan boord vele multimiljonairs en –miljardairs. In een luxueuze besloten sfeer kunnen zij zich overgeven aan het opbieden tegen elkaar om de duurste kunst te bemachtigen. Het veilen en verhandelen van kunst krijgt vaak het elan van een decadent theaterstuk. Volgens Tilroe heeft kunst door de eeuwen heen gefunctioneerd in de context van macht, status en geld. Een groot deel van de  20e eeuw is hierop een uitzondering. De democratiseringsgolf zorgde er voor dat er meer evenwicht ontstond tussen kunstenaars, galeries, museumdirecteuren en critici. “Dat evenwicht is de laatste vijfentwintig jaar verstoord door de spectaculaire groei van de kunstmarkt” stelt Tilroe. Lees meer...

De Ja-sprong. Naar een nieuwe vitaliteit in de kunstAnna Tilroe, Uitgeverij Querido, Amsterdam 2010, ISBN 978 90 214 57350

Welk Werk Waar

Welk Werk Waar. Kunst en gebiedsontwikkeling in Rotterdam
 is uitgave 004 in de serie CBK-dossiers. De eerste twee zinnen in het boek luiden: “de kunstenaar moet net zo serieus worden genomen als andere coalitiepartners in de gebiedsontwikkeling. Die positie moet de kunst niet alleen worden gegund, de kunst moet de positie ook willen claimen”. Het is een citaat van de conceptuele gebiedsontwikkelaar Pieter Kuster. In de uitgave analyseert Gepke Bouma hoe een kunstwerk tot stand komt in de openbare ruimte en welke rol de kunstenaar speelt bij gebiedsontwikkeling. Vragen die zij stelt zijn, waarop is de keuze van een werk gebaseerd, wie stelt vast welk kunstwerk aan een gebied wordt toegevoegd, aan welk profiel voldoet de kunstenaar en over welke kwaliteiten moet hij beschikken. Sommige projecten zijn al eerder beschreven vanuit een ander perspectief, maar hier staat voor het eerst de gebiedsanalyse van de verkenner centraal. Deze verkenner is een kunstenaar of conceptualist die het gebied in kaart brengt vanuit de locatie waarin historische-, bebouwde- en sociale context en lokale mobiliteitsaspecten een rol spelen. Vanuit deze inventarisatie ontstaat een analytisch locatieverhaal dat vervolgens als aanzet dient voor volgende stappen van het gebiedsgericht werken. Meerdere gesprekspartners toetsen het verhaal aan hun ervaringen en overtuigingen. De bewoners of gebruikers van een locatie spelen als gesprekspartner een niet onbelangrijke rol. Op deze wijze stem je culturele vraag en  culturele aanbod van de stad op elkaar af. In de publicatie staan naast 15 projecten en een boeiende inleiding die je kunt lezen als een verantwoording van de Rotterdamse werkwijze, twee theoretische essays. Veel van de projecten zoals het Motorschip MS Noordereiland van Joe Cillen en het Muizengaatje onder de A20 zijn al velen malen beschreven. Het blijven geslaagde projecten, net als de meeste werken in dit boek. Deze uitgave geeft de werken een nieuw kader. Het geeft inzicht in de ontstaanswijze van werken en dat verschaft de werken een persoonlijke geschiedenis.

Welk Werk Waar. Kunst en gebiedsontwikkeling in Rotterdam, CBK Rotterdam, 2010


Uit
 Beelden 4#2010

Niet alles is kunst 

Niet alles is kunst
 is een boek met drie essays van Diederik Kraaijpoel, Willem L. Meijer en Lennaart Allan. De teksten sluiten goed bij elkaar aan. De drie schrijvers trekken ten strijde tegen de kunst die voor de geest werd gemaakt en minder voor de zintuigen, zoals conceptuele kunst.
Kraaijpoel vindt dat er door de eeuwen heen veel zinnigs over kunst is gezegd en komt met goede voorbeelden aanzetten. Maar tijdens het postmodernisme, roepen onbegrijpelijke kunstwerken onbegrijpelijke teksten op. In de huidige teksten worden lezers niet geïnformeerd maar geïntimideerd, zegt hij.  
Willem L. Meijer kiest duidelijk voor de mimese in de kunst als een eerbetoon aan de schepper. Wie de mimese de rug toekeert doet geen eer aan de schepping. Een duidelijke religieuze gedrevenheid kenmerkt zijn schrijven. Lennaart Allan daarentegen komt met leuke anekdotes die aantonen dat de kunst zo elitair is geworden dat de gewone man het niet meer begrijpt. Een anekdote is die van een man die zelfmoord pleegde in een beeldentuin door zich aan een boom op te hangen. Voorbijgangers sloegen geen alarm omdat ze dachten dat het een kunstwerk was. Dit broodje aap-verhaal, ziet hij als teken aan de wand. De schrijftrant in het boek is duidelijk conservatief opiniërend. Dat maakt dit boek zeer lezenswaardig. Het scherpt de geest en laat je beseffen dat de ervaring van ‘waarheid’ in de kunst samenhangt met oordelen, vooroordelen, specifieke kennis en persoonlijke smaak. Dit alles leidt tot een passie die tot schrijven aanzet. Ondanks dat ik het op veel punten niet eens ben met de schrijver, waardeer ik hun passie. (Lees hier een langere versie van deze boekbespreking).

Niet alles is kunst, Diederik Kraaijpoel, Willem L. Meijer en Lennaart Allan, Uitgeverij Aspect, Soesterberg, 2010, ISBN 9059118669

Shock Art 

Dat kunst en handel nauw verweven zijn als het om de zogenaamde ‘topkunst’ gaat, werd in de laatste decennia in verschillende uitgave blootgelegd. In 
Shock Art legt de econoom en kunstverzamelaar Don Thompson nog eens haarfijn uit hoe dat werkt. Het onderschrift van het boek luidt Handel en hebzucht in de hedendaagse kunst. De veilinghuizen Christies en Sotheby zijn meesters in het manipuleren van deze handel. Natuurlijk doet in dit boek Charles Saatchi ook mee als ‘kunstmoneymaker’. Bij de gedachte aan kunstenaars en geld duiken al snel de namen Damien Hirsch en Jeff Koons op. Zij ontbreken dan ook niet in dit boek. Zoals Duchamp de Godfather van de conceptuele kunst is, zo staat Andy Warhol aan de wieg van de geldkunst. Ook hij blijft niet onvermeld. Daarnaast lees je over praktijken die in de achterkamers van de veilinghuizen plaatsvinden, zoals de zogenaamde sealed-bid-veilingen;  veilingen gehouden in besloten kring van kunstkopers met veel geld. Iedere bieder plaatst een schriftelijk bod zonder van de ander te weten wat deze geboden heeft. Vanuit de kunsthandel is hier kritiek op omdat de prijs zo onevenredig opgedreven wordt. Verder komt in het boek uitgebreid aan de orde wat de waarde van hedendaagse kunst bepaalt. Gaat het om de intentie of om het originele materiaal. Het laatste woord is hierover nog niet gezegd maar het blijft boeiend dat bijvoorbeeld de haai van Damien Hirsch gewoon vervangen kan worden als die begint te rotten en dat daarentegen de door vandalen verminkte denker van Rodin niet opnieuw gegoten kan worden zonder aan waarde in te boeten. Shock Art is zeer leesbaar en zet aan tot
nadenken over kunst. 

Shock Art. Handel en hebzucht in de hedendaagse kunst, Don Thompson, Uitgeverij Walewein, Amsterdam, 2010, ISBN 978 90 77969 08 3

Daan Roosegaarde

Interactive Landscapes. Daan Roosegaarde
, is een catalogus van deze kunstenaar die High Tech kunstwerken maakt. De kunstenaar speelt een belangrijke rol in de kunststroming New Dutch Digital Design. Het betreft hier kunstenaars die de grens tussen mens en computer onderzoeken. Die grens lijkt bij Roosegaarde eerder een overgang te zijn. Zijn werken reageren op de toeschouwers. Kort geleden werd het kunstwerk Dune 4.2 langs de Maas bij het Waterwerk in Rotterdam geplaatst. Dune 4.2 is een soort elektronische riethaag langs een pad dat reageert op voorbijgangers door een lichtshow te geven. Roosegaarde maakte meerdere van dit soort werken, zoals een sculptuur dat hij op het Oerolfestival toonde en dat groter of kleiner wordt als een toeschouwer zich er via beweging mee verbindt. Ook maakte hij een dansvloer die energie produceert als je erop danst. In de catalogus zie je veel projecten die opvallen door het technische vernuft en daarnaast zeker ook een interessante vormgeving bezitten. De catalogus is mooi vormgegeven en bevat naast veel tekst ook mooie foto’s. Dat hij volledig Engelstalig is, vind ik een minpunt nu er vaker kunstwerken van hem in de wijk te zien zijn. Het lijkt mij naar de  wijkbewoners toe aardig dat zij in een toegankelijke catalogus de bedoeling van de kunstenaar kunnen doorgronden. Roosegaarde wordt internationaal steeds meer gewaardeerd dus tweetaligheid was een prima optie geweest. Als tip aan de lezer wil ik meegeven: zoek eens op Vimeo en YouTube. Er zijn veel filmpjes over zijn werk te vinden. Dat geeft zijn bewegende beelden beter weer dan de mooie maar statische foto’s in de catalogus. 

Interactive Landscapes. Daan Roosegaarde, Adele Chong en Timo de Rijk, NAi uitgevers, Rotterdam 2010, ISBN 978 90 5662 754 6

Uit Beelden 3#2010

Duurzaam denken. Duurzaam doen

Duurzaam denken. Duurzaam doen is een project van Kunstenaarsinitiatief Stichting Het Raam uit Venlo. Kunstenaarsinitiatief Stichting Het Raam stelt zich ten doel kunst te tonen op plaatsen in de openbare- en semi-openbare ruimte en het publieke domein. In een dun blauw boekje presenteren zij zes kunstenaars die utopische projecten bedachten vanuit het concept ‘Duurzaam denken. Duurzaam doen’. Kunst en nuttig zijn is verdacht staat in het voorwoord te lezen. “Klopt”, denk ik, ik kreeg al een onaangenaam gevoel bij deze titel. Als de kunst in het geding komt door bezuinigingsronde na bezuinigingsronde, probeert de kunstwereld haar nut te bewijzen door bijvoorbeeld sociaal geëngageerd te zijn of mee te denken over zingeving op een openbare plek. Kortom de autonomie van de kunstenaar heeft het zwaar te verduren. Gelukkig blijkt het nut van de meeste inzendingen niet veel meer te zijn dan zuiver kunstnut. Het nut om utopische concepten te genereren die duurzaam zijn voor de kunstgenieter. Heel mooi is het beeld van Reinier Lagendijk die van een kluwen vijgenwortels een stoel en een tafel maakte door deze in een mal te laten groeien. Er staan verhelderende tekeningen bij. Aangezien de plant nog steeds groeit is de tafel een tijdelijk object dat uit haar voegen zal groeien. De plant en de wortels hebben een bepaalde duurzaamheid, de vorm niet. Dit beeld is het meest visuele en concrete in de catalogus. De andere ideeën zijn meer conceptueel.

Duurzaam denken. Duurzaam doen, Ruud Linssen, Kunstenaarsinitiatief Stichting Het Raam, Venlo, 2010.

Olaf Mooij

Dat Olaf Mooij een speciale band met auto’s heeft blijkt duidelijk uit de catalogus van hem.  Op de kaft staat Olaf Mooij 1189.81.230. Ik vermoed dat het nummer iets met auto’s te maken heeft, maar het blijkt zijn Burgerservicenummer. Achterin de catalogus staan enkele teksten over de kunstenaar en/of over auto’s. Sommige mensen identificeren zich sterk met een auto, ‘Een kras op de auto zien ze als een kras op de ziel’. Mijn zwager hoorde ik ooit zeggen, “Je ziet mij toch niet in een Hyundai rijden”. Waarom niet, vroeg ik mij af. Later besefte ik dat een auto niet voor iedereen een object is om van A naar B te komen, maar eerder een verlengstuk van de identiteit. In de catalogus van Mooij zie je dat hij dit al veel langer doorheeft. Sterker nog auto’s lijken voor hem een eigen identiteit te hebben. Je ziet vierwielers met hersenen, met verschillende haardrachten en met vervormingen. Je ziet de gestripte huid van een auto maar ook vreemde vervormingen. Het lijkt een beetje of Mooij’s oeuvre een zoektocht is naar de verschillende identificaties van dit geliefde vervoermiddel. Daarnaast ervaar ik deze werken op de eerste plaats als kunstobjecten. Sommige auto’s kunnen op de weg waar ze opzien baren. Maar op een tentoonstelling of in een catalogus waar meerdere werken bij elkaar zijn versterken ze elkaar in hun uitstraling.  Door zijn burgerservicenummer voorop de catalogus te zetten ontstaat de vreemde omkering van de mens als nummer tegenover de auto als individu.

Olaf Mooij, 1189.81.237, Anne Berk e.a., Post Editions, Rotterdam 2010, ISBN 978 94 6083 022 8

Frank Halmans

Hier/Here. Frank Halmans staat op de kaft van een mooi gebonden boek. Onder deze tekst zie ik een interieur met een uitzicht op zee en een horizon, schat ik in. ‘Helemaal fout’ kom ik later achter. Het is geen zee, maar een grauwgrijze vloer van een atelier met een lichtblauwe muur erachter. Veel beelden van Halmans lijken maquettes van woningen. Op pagina 41 zie ik het hele beeld van de kaft staan. Een huis met drie puntdaken op wielen met een stofzuigerslang eraan. Dat komt op mij over als een vreemde associatie, een stofzuigerwoning. Het huis is het stofreservoir. In de catalogus staan ook kruimeldiefwoningen. De woningen kunnen stof uit de omgeving wegzuigen en zichzelf van stof voorzien. In de catalogus lees ik dat de kunstenaar het stof uit zijn atelier zo opzuigt zodat er niets verloren gaat. Dat Halmans er niet van houdt dat dingen verloren gaan zie je aan een bepaalde verzameldrift. Het verzamelen van bijvoorbeeld gevonden handschoenen op de weg of insecten die geprepareerd met vinddatum en vindplek bewaard blijven. Verder zie je bijvoorbeeld beelden die bestaan uit oude wekkers die zo bij elkaar gezet zijn met de achterkant naar voren waardoor het treurige emoticons lijken. Een verzameling oude tafels lijkt zich te verschuilen onder de grootste tafel, zoals verlegen kinderen onder en achter moeders rok verdwijnen. Dit boek geeft een goed beeld van Halmans werk dat op mij nogal nostalgisch overkomt. Deze nostalgie ervaar ik overigens als verbindende kwaliteit van het oeuvre.

Hier/Here. Frank Halmans , Jap Sam Books, Heijningen 2010, ISBN 978 94 90322 13 7

Uit Beelden 2#2010

Joost Zwagerman

Beeld verplaatst bevat een selectie uit de gedichten, plus twee prozateksten van Joost Zwagerman, die hij de afgelopen jaren maakte bij kunstwerken van beeldend kunstenaars. Het leuke aan gedichten is dat het meestal van die irrationele opborrelingen zijn; associaties bij belevingen. In een kunsthistorische of kunstjournalistieke tekst kan je een werk dood analyseren. Een kunstwerk zelf is daarentegen levenskracht voor mij.  Zet je daarnaast een gedicht dan ontstaat er naast het kunstwerk een parallelle levenskracht; een verdubbeling van creatieve energie. Niet ieder kunstwerk is volledig tekstueel te doorgronden, hetzelfde geldt voor gedichten. Je vermoedt er soms iets in, maar zekerheid heb je nooit. Voor hetzelfde geld haal je eruit wat je er zelf instopte. Verloor Zwagermans een geliefde toen hij het gedicht de mooiste vrouw bij een werk van Rob Scholte schreef, werd hij bloedgeil van een schilderij van Marlene Dumas toen hij dat bijna pornografische gedicht schreef. Probeer ik Zwagermans door zijn gedichten te duiden, terwijl hij de kunstenaars duidt die weer iets heel anders duidden. Hier ontstaat een interessante kettingreactie, doordat ik met mijn cultuurfilosofische brein toch naar betekenis zoek. Door de complexiteit van de gedichten/beeldcombinatie is dit een langzaam boek. Met langzaam boek bedoel ik dat je het bijvoorbeeld naast je bed legt om er voor het slapen gaan even een combinatie van tot je te nemen.  

Beeld Verplaatst, Joost Zwagerman, BV uitgeverij de Arbeiderspers, ISBN 978-90-295-7239-2 

Jan Rothuizen

Jan Rothuizen Tekeningen. De zachte atlas van Amsterdam is een boek dat vol staat met tekeningen van deze kunstenaar. Ik ken het fenomeen dat als je met een camera in je hand in een omgeving loopt je meer aanwezig bent in die omgeving. Je hebt meer aandacht voor details en je gedachten dwalen niet af naar andere plekken en tijden. ‘Gerichte aandacht in het nu’ noemen ze dat in het boeddhisme en het is een vorm van zenmeditatie waar je rustig van wordt. Alleen zenmonniken gebruiken daar geen camera bij. Ik denk dat Rothuizen met zijn manier van tekenen ook deze aandacht zoekt. Het volledig op een plek zijn in het nu. In de zachte atlas van Amsterdam zet hij aandachtig deze stad op papier in tekening met tekst. Het gaat niet om de grote lijnen maar om de details en de persoonlijke blik van de kunstenaar. Soms wordt deze persoonlijke blik verruimd met die van een ander, zoals bijvoorbeeld in de tekening van de wandeling met de voormalig burgemeester van Amsterdam Job Cohen. De tekening is een beeldverhaal met teksten die voortkomen uit waarnemingen en ontmoetingen van de ander. Rothuizen neemt waar hoe Cohen waarneemt; boeiend perspectief vind ik. Bij de eerste ontmoeting met het werk van deze kunstenaar was mijn positieve attentie gewekt. In deze catalogus wordt het bevestigd. Dit werk raakt mij. 

Jan Rothuizen Tekeningen. De zachte atlas van Amsterdam, Nieuw Amsterdam Uitgevers, Amsterdam, 2009, ISBN 978904680689 

Paul McCarthy

In ons land is Paul McCarthy een omstreden kunstenaar vanwege het gesleep van zijn beeld Santa With Butt Plug (de Rotterdamse bijnaam luidt Kabouter Butt Plug) in Rotterdam. Mooi beeld wat mij betreft, maar de aankoop was natuurlijk wel vragen om gezeur. In de botanische tuinen in Utrecht waren in de zomer van 2009 veel van McCarthy’s opblaaskunstwerken te zien. Enorme opblaasbeelden van de Santa With Butt Plug. Maar ook gigantische opblaasvarianten van hopen stront en meer Butt Plug’s. De fascinatie met het anale lijkt me bij deze kunstenaar duidelijk aanwezig. Voor wie deze imposante tentoonstelling niet heeft gezien is er nu de catalogus Air Pressure, Paul McCarthy die zeer de moeite waard is. Naast een tekst met de duiding van het belang van zijn werk; staan er veel prachtige foto’s in. De beelden rijzen hoog boven de bomen uit. Naast de shit en Butt Plug beelden zie je het opgeblazen hoofd van voormalig president van Amerika Georges Bush, en Pop-art-achtige beelden die een ode lijken aan Andy Warhol en Claes Oldenburg en twee roze spelende varkens. Ik heb zelf de tentoonstelling gemist en dat betreur ik zeer bij het bekijken en lezen van deze catalogus. 

Air Pressure. Paul McCarthy, Jan van Adrichem, Gemeente Utrecht DMO/Afdeling Culturele Zaken, 2009, ISBN 978-90-804807-4-2

Uit Beelden 1#2010

Op Zuid

Op Zuid. De kunst van Rotterdam-Zuid is een lijvig, mooi uitgegeven boek over de kunst op de zuidelijke kant van de Maas. Als ik het boek ter hand neem, blijkt dat ik mij er snel in verlies. Van de foto’s van Otto Snoek ben ik al langer een fan, hij portretteert bewoners van dit stadsdeel treffend. Een verrassing vind ik fotograaf Max Dereta. Op de voorkant staat een mooie luchtfoto van zijn hand en als je het boek openslaat ze je Rotterdam op veel foto’s vanuit de lucht geportretteerd. De fotograaf weet goed gebruik te maken van de fotogenieke kwaliteiten van de stad, dit is Rotterdam op haar mooist. De foto’s van Dereta zetten wat mij betreft de toon voor dit boek.  Het is Rotterdam Zuid in vogelvluchtperspectief. Je kijkt ernaar, geniet ervan en ontdekt kwaliteiten van dit gebied die je vanaf de grond niet ziet. Je kijkt mee door de ogen van anderen, kunstenaars en schrijvers. Al snel raak ik ook gegrepen door de korte verhalen, ontwerpen, ideeën en diverse kunstprojecten in de stad. Dit is een boek dat je niet gemakkelijk weglegt als je het eenmaal openslaat. Ik heb nooit op Zuid willen wonen, maar Zuid wordt door dit boek ineens een stuk aantrekkelijker.

Op Zuid. De kunst van Rotterdam-Zuid, Marjolijn van der Meijden e.a. (red.), NAi Uitgevers, Rotterdam, 2009. ISBN 978-90-5662-719-5.

Sculptuur Studies

Het in 1994 gestichte museum Beelden aan Zee in Den Haag werd in 2003 uitgebreid met een instituut voor studie en onderzoek op het terrein van de moderne en hedendaagse internationale beeldhouwkunst. Jaarlijks geeft dit instituut een publicatie uit onder de naam Sculptuur Studies. Zojuist is de vijfde editie verschenen. In Sculptuur Studies wordt de beeldhouwkunst met een brede blik bekeken. Door de zeer gevarieerde artikelen, maar ook achtergronden zoals in memoriams, onderzoeksprojecten en een sculptuuragenda is deze jaarlijkse uitgave van het Sculptuur Instituut een waardevol document voor geïnteresseerden in de beeldhouwkunst. Omdat het om de uitgave van kunst als object van studie gaat, richt het tijdschrift zich niet alleen op eigentijdse kunst. In dit nummer staat een artikel over beelden van glorie en verval waarin glorieuze monumenten en hun veranderende betekenis beschreven worden. Ook staat er een artikel in over Cornelis Rogge met eigentijdse kunstwerken. Sympathiek vind ik altijd het in memoriam waarin recent overleden beeldhouwers nog een laatste eer wordt bewezen in korte teksten. Als ik de publicatie doorlees krijg ik toch altijd het gevoel dat het voornamelijk waardevol is voor kunstgeschiedenisstudenten en onderzoekers. Voor hen denk ik dat een reeks als deze na jaren een waardevol naslagwerk oplevert.

Sculptuur Studies 2009, Nelleke van Zeeland e.a. (red.) Uitgeverij Waanders, Zwolle, 2009, ISBN 978-90-40076893

Idols of the Market

Sven Lütticken’s Idols of the Market is een Engelstalig kunsttheoretisch boek. Lütticken schrijft voor insiders, dat wil zeggen voor theoretisch en filosofisch geschoolde lezers. Het is daarom geen boek dat je gemakkelijk wegleest. In dit boek gaat hij in op het iconoclasme en de standpunten van de religieus fundamentalisten tegenover de aanhangers van ideologische politieke opvattingen. Het iconoclasme is de kerkelijke stroming die afbeeldingen vanuit een religieus standpunt verbood. Het boek heeft kunst als aanleiding, maar tegelijkertijd theoretiseert Lütticken over maatschappelijke, politiek religieuze tegenstellingen in deze tijd.  Hoofdzaken in het boek zijn de fundamentalistische Islam en het democratische westerse standpunt dat voortkomt uit het verlichtingsdenken. Hierover zijn al verschillende boeken geschreven waarin moderne kunst omarmt werd als bewijs van vrijheid. Maar oude standpunten zijn aan herziening toe sinds de aanval op de Twin Towers in New York door radicale moslims. Tegenstellingen tussen moslimfundamentalisten en aanhangers van het verlichtingsdenken waarvan democratie een onderdeel is, lijken groot. De islam en het iconoclasme zijn monotheïstische godsdiensten, maar sommige politieke stromingen, zoals bijvoorbeeld het Marxisme en soms zelf westerse verlichtingsaanhangers, zijn in sommige opzichten even dogmatisch in hun overtuigingen. Zij verheffen politieke ideologie tot religie. De auteur beschrijft verder de veranderende betekenis van kunst en beeldtaal door de laatste eeuwen heen in een religieus- en ideologisch-politiek krachtenveld.

Idols of the Market, Sven Lütticken, Sternberg Press, Berlijn, 2009, ISBN 978-1-933128-26-9