Boeken 2#2011

In Beelden worden per nummer tussen de 10 en 15 boeken over ruimtelijke kunst besproken. Hieronder vindt u een selectie van de besproken boeken.

Uit Beelden 2#2011

Locating the Producers

Locating the Producers. Durational Approaches to Public Art is een lijvige academische studie. Je hebt doorzettingsvermogen nodig om je er doorheen te worstelen. De nadruk van het boek ligt niet bij de kunstenaars of de kunstwerken maar eerder bij de rol die de producent speelt. De producent is de kunstcommissie of de curerende en begeleidende instantie. Soms is het zelfs de kunstenaar die mogelijkheden schept voor andere kunstenaars als kunstact.

In het museum spreek je van een curator als je de persoon bedoelt die een tentoonstelling samenstelt, of een keuze van kunstenaars maakt. In de openbare ruimte zijn dit overheidsinstituten of lokale kunstcommissies die de wethouder adviseren. Deze commissies en stichtingen nemen de rol van de producent op zich. In Locating the Producers gaan de onderzoekers Paul O’Neill en Claire Doherty in op diverse gemeenschappelijke aspecten die grote locatiegebonden kunstprojecten hebben. O’Neill is onderzoeker aan de University of the West of England en daarnaast is hij curator van meer dat vijftig tentoonstellingen. Doherty is de oprichter van Situations. Situations schept mogelijkheden voor kunstenaars buiten het reguliere kunstcircuit. De onderzoekers proberen aan de hand van het volgen van diverse grote projecten in Europa te achterhalen welke criteria te distilleren zijn uit de verschillende projecten en zo tot een canon aan beoordelingscriteria te komen waaraan kunstadviseurs en projecten kunnen voldoen. Behalve het onderzoeken van de diverse projecten zijn er ook interviews en diverse gespreksronden. Verder heeft het onderzoek als doel een vocabulaire te ontwikkelen die passend is bij deze kunstvorm. Lees meer...

Locating the Producers. Durational Approaches to Public Art, Paul O’Neill en Claire Doherty, Valiz, Amsterdam, 2011, ISBN 978-90-78088-51-6

Komrij, Fuchs en Zwagerman

Drie essayboeken van gerenommeerde auteurs vonden recentelijk hun weg naar de boekwinkel. Gerrit Komrij, Rudi Fuchs en Joost Zwagerman geven hun visie op eigentijdse kunst. In
 
Kunstwonderen gaat Gerrit Komrij op zoek gaat naar de drijfveren in de kunstwereld, althans naar hij beweert. In werkelijkheid is het een boek over zijn persoonlijke weerstand tegen contemporaine kunst en design. In het eerste stukje over For the Love of God van Damien Hirst komt niet het kunstwerk tot leven, maar een bejaarde nostalgische brombeer die vol onbegrip naar de schedel met diamanten kijkt. 

De eerste zin van het boek zet de toon “Ik zou niet zomaar kunnen zeggen wat kunst is, maar ik weet zeker dat het te maken heeft met kijken. Met kijken en nog iets, vanzelfsprekend, anders was iedere brildrager kampioen kunstkenner." Verder in het boek lees ik: “Alleen als mooi en lelijk als duidelijke categorieën blijven bestaan, kunnen we nog het verschrikkelijke van de schoonheid ervaren en de schoonheid van het banale." Er valt geen speld tussen te krijgen aan deze stelling behalve dat je je wel open moet kunnen stellen om schoonheid en lelijkheid in al haar facetten toe te laten. Daar ontbreekt het bij Komrij aan. Het is eerder de schoonheid van zijn schrijfstijl in dit boek die mij regelmatig laat glimlachen. De scherpe en vinnige woorden waarmee hij zijn onvermogen om van kunst en design te genieten neerzet, maken dit boek een juweeltje waar je van kan genieten zonder zijn oordelen serieus te nemen.


Rudi Fuchs is een kunstliefhebber, vooral de conceptuele kunst van de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw vormde zijn blik op de kunst. In zijn boek zie je nog al die namen van zijn grote idolen, Donald Judd, Jan Dibbits, Sol LeWitt, Gerhard Richter en meer. Hij bezingt ze met waardering en beroering. Er was een tijd waarin ik dacht dat Fuchs in de tijd bleef steken en niet vooruit kon. Toch zie ik in zijn nieuwste boek 
Kijken. Een Leesboek over kunst, ook namen staan van meer recente kunstenaars zoals Tracey Emin, Rob Birza en Damien Hirst. Vergelijk je het stuk van Komrij over Hirst met dat van Fuchs, dan valt op dat Fuchs minder oppervlakkig blijft. Hij beschrijft een schilderwerk van Hirst uit 2009 en analyseert het binnen het oeuvre van de kunstenaar en van andere kunstenaars zoals Francis Bacon en Samuel Becket. Ook al beschrijft Fuchs een recent werk van hem, hij blijft een romanticus die een werk graag verbonden ziet met een kunsthistorische context. Hij noemt de periode waarin Hirst de kunstwereld veroverde met kadavers, drijvend in aquariums met formaldehyde, ‘een soort overweldigende poppenkast’. De beroemde diamanten schedel noemt hij een slotakkoord. Ik krijg het gevoel dat Fuchs blij is met de keuze van Hirst om terug te keren naar het schilderij. Fuchs is kunsthistoricus en zijn liefde voor de geschiedenis van de kunst hangt samen met zijn liefde voor kunstenaars. Een kunstenaar die zich in zijn werk verhoudt met dat wat achter hem ligt, is beter te plaatsen dan een kunstenaar die er alles aan doet met de traditie te breken. 

Alles is gekleurd. Omzwervingen in de kunst
, staat op het boek van Joost Zwagerman. Net als de andere twee essayboeken prima om in te vertoeven. De stukken zijn goed geschreven en gekleurd vanuit de beleving van de schrijver zoals ook de ander essaybundels zijn. Ik zoek in het boek of ook hij over Hirst schrijft en ja, als essayist kun je deze controversiële kunstenaar niet overslaan. Hij noemt Hirst een winstpakker, als hij beschrijft hoe de prijzen voor zijn werk door de kunsthandelaar/verzamelaar Saatchi vakkundig werden opgedreven. Zwagerman is van de generatie Rob Scholte, een generatie kunstenaars die in navolging van Andy Warhol besloten dat je de geldstromen in de kunst kunt manipuleren. Hirst is daar de eigentijdse grootmeester in en het werk For the Love of God de ultieme kunstact. Zwagerman kan het ding niet los zien van zijn waarde en van Hirst’s inkomensstatus. Zwagerman voert zijn zoon van 10 ten tonele. Het kind weet niets van de waarde van de kunstenaar en de diamanten. Zijn perceptie is onbevangen en onbevooroordeeld en hij raakt niet uitgepraat over ‘het ding’. Misschien denk ik, na het lezen van de boeken van deze drie schrijvers, is onze volwassenheid en onze professionele vooringenomenheid wel de mist die een open blik op kunstwerken belemmerd. Hoe meer we weten over kunst hoe gemankeerder we zijn.

Kunstwonderen, Gerrit Komrij, De Bezige Bij, Amsterdam, 2011, ISBN 978 90 23 459347

Kijken Een leesboek over kunst, Rudi Fuchs, Ludion, Amsterdam, 2011, ISBN 978 90 55 448500

Alles is gekleurd. Omzwervingen in de kunstJoost Zwagermans, Arbeiderspers, Amsterdam, 2011, ISBN 978 90 295 7382 5

Lees alle boekbesprekingen in Beelden 2#2011. Neem een abonnement of vraag een proefnummer aan.
Comments