Boeken 3#2011

In Beelden worden per nummer tussen de 10 en 15 boeken over ruimtelijke kunst besproken. Hieronder vindt u een selectie van de besproken boeken.

Uit Beelden 3#2011


Wild Park. Het onverwachte als opdracht

Wild Park. Het onverwachte als opdracht is een klein groen boekje met een essay van Jeroen Boomgaard over de verschijningsvormen en sociale betekenis van kunst in de openbare ruimte en de verwachtingspatronen omtrent deze kunstvorm. Jeroen Boomgaard is sinds 1983 werkzaam bij de Leerstoel Kunstgeschiedenis van de Nieuwste Tijd van de Universiteit van Amsterdam. Tevens werkt hij vanaf 2003 bij de Gerrit Rietveld Academie als lector kunst en de publieke ruimte. In het boekje geeft hij aandacht aan de postmoderne varianten van kunstwerken die zich te pas en te onpas op plekken in de openbare ruimte bevinden. Regelmatig zie je in de tekst hoe Boomgaard te veel woorden gebruikt om betekenis te geven doordat hij het gebrek aan betekenis van kunstwerken verheft tot kwaliteit. Een zin als “Om het verschil in kwaliteit van de kunst in de openbare ruimte te vatten moeten we echter niet alleen letten op vorm en iconografie van een bepaald kunstwerk, maar op de functies en betekenissen die het tracht te ontvluchten”, doet mij bijna dit boekje ontvluchten. In het volgende hoofdstuk lees ik “De wereld van de kunst is er een die met argwaan wordt bekeken omdat kunstwerken hun betekenis vaak niet gemakkelijk prijsgeven, terwijl kunstenaars en kunstbeschouwers zichzelf vaak lijken te verliezen in onbegrijpelijke vaagheden.” Ik vraag mij hierbij af in hoeverre Boomgaard beseft dat hij zichzelf een spiegel voorhoudt. Het boekje is een soort amalgaam van wazige aannames, verpakt in bijna ondoorgrondelijk taalgebruik, vermengt met haarscherpe observaties. Dat kunstwerken verbonden zijn met een ideologie en altijd een representatie van macht zijn, zelfs als zij zich daaraan lijken te onttrekken, ben ik met Boomgaard eens. Ondanks dat zij de macht vertegenwoordigen laten zij paradoxaal ook een andere kant zien. “Van Hedendaagse kunstwerken wordt verwacht dat zij het onverwachte introduceren en het ongeziene een gezicht geven.” aldus Boomgaard. Ik denk dan ‘wie verwacht wat?’. Boomgaard is een academicus die een beeld betekenis wil geven vanuit een kunsttheoretisch standpunt.  Hij wil het ongeziene zien en dit zichtbaar maken in tekstuele hoogstandjes aan mede-intellectuelen. De politicus of machthebber (in Nederland helaas zelden een intellectueel) daarentegen wil het beeld er waarschijnlijk juist niet hebben om het ongeziene zichtbaar te maken, maar eerder om te verhullen en te imponeren. De langs wandelende kunstleek daarentegen verwacht waarschijnlijk weer iets heel anders van een kunstwerk. Zij willen gewoon een leuk beest zien of een aardige vorm die niet teveel stoort. Dat maakt ook gelijk het probleem van de hedendaagse kunst duidelijk in een democratische setting met diverse belangen; er is de maker en er zijn diverse consumentengroepen. Wie bedien je als kunstenaar? Is dat de kunsttheoreticus, dan moet jouw beeld diverse ondoorgrondelijke vluchtlijnen bezitten die zich onttrekken aan het alledaagse. Lukt dat niet, dan haakt de theoreticus af omdat hij dan niet kan imponeren bij zijn eigen “inner cirkel” met een vakjargon dat duidelijk maakt dat hij toch echt op zijn minst Foucault en Deleuze heeft gelezen. Wil je de machthebber tevreden stellen dan moet jouw beeld imponeren en wil je het ‘alledaagse publiek’ (de grootse groep) tevreden stellen dan zal jouw beeld op zijn minst een toegankelijke laag moeten hebben. Met ondoorgrondelijk vakjargon heeft het grootste deel van het publiek niets. De huidige populistische politiek wil publiek tevreden houden en tegelijkertijd imponeren als machthebber bij de kiezer. Die kleine groep theoretici, zoals Boomgaard, is kolen op het vuur voor hen. Lees je tussen de regels het vele vakjargon dan heeft Boomgaard weldegelijk iets te zeggen en veel scherpe observaties. In de huidige tijd waarin politiek populisme aan de macht is lijkt het echter handiger je woorden te formuleren in grootschalige begrijpelijkheid zodat het tegenargument voor ‘kunst onderworpen aan populistische democratie’ zich niet onttrekt aan breedschalige communicatie. Op de laatste bladzijde van het boek vat Boomgaard het een en ander samen; “Kunst in de openbare ruimte in Nederland toont zowel de goede als slechte kanten van de democratie. Een slecht functionerende democratie brengt bloedeloze beelden voort in opdracht van machthebbers die geen verantwoordelijkheid willen nemen en die hun ideeën afwentelen op burgers in een halfslachtige inspraak zonder kans op verandering.”  Kijk, dat is nu het stukje klare taal waar ik me graag achter schaar en waardoor ik dit boek niet voortijdig terzijde schoof. 

Wild Park. Het onverwachte als opdracht, Jeroen Boomgaard, Fonds BKVB, Amsterdam, 2011, ISBN 978-90-7693936-00-0

Prix de Rome 2011; Beeldende Kunst

Prix de Rome 2011; Beeldende Kunst is een verslag van misschien wel de laatste Prix de Rome. In het boek staan tien portretten met extra aandacht voor de vier finalisten: Priscilla Fernandes, Ben Pointecker, Pilvi Takala en Vincent Vulsma. De kunstenaars zijn allemaal onder de 35 jaar. De uitgave zelf heeft de uitstraling van een zeer dik, goed verzorgd tijdschrift. Je kunt je afvragen in hoeverre je hier nog kan spreken van een Nederlandse Staatsprijs. Van de longlist van tien waren slechts vier kunstenaars afkomstig uit ons land; Gwennet Boelens, Petra Stavast, Vincent Vulsma en Guido van Der Werve. Van de vier genomineerde was alleen Vulsma uit ons land afkomstig, hij werd tweede. Pilvi Takala uit Finland kreeg de eerste prijs. Ondanks dat er binnen de kunst een globalisering plaatsvindt, blijft het voor een land toch altijd noodzaak het eigen product te promoten. Hoe kun je dat slechter doen dan in een staatsprijs de gaststudenten van de postacademies te laten domineren. Het lijkt bijna een statement alsof we zelf niet voldoende talent hebben. De Zomerexpo 2011 Anoniem gekozen (zie boekbespreking hiernaast) maakte duidelijk dat er voldoende talent is. Als ik kijk naar de longlist dan springt het werk van Guido van de Werve er voor mij echt uit als de beste. In de shortlist werd hij verdrongen door kunstenaars die mij minder raken.

Prix de Rome 2011; Beeldende Kunst, Nicoline Timmer, NAi Uitgevers, Rotterdam 2011, ISBN 978-90-5662-812-3

Zomerexpo 2011. Anoniem gekozen

Zomerexpo 2011. Anoniem gekozen is een catalogus waarin 250 kunstwerken staan. Het is het resultaat van een nieuwe traditie die voortkomt uit een samenwerking tussen stichting ArtWorlds en het Gemeentemuseum Den Haag. In navolging van de Summer Exhibition van de Royal Academy in London en de Canvas Collectie in België krijgt ook Nederland haar eigen zomertentoonstelling. De deelnemers konden in drie genres, stilleven, portretten en landschappen, hun werken anoniem inzenden. Een jury koos 250 werken uit 4.700 inzendingen. In de eerste ronde kreeg de jury 15 seconden om een werk te bekijken en vervolgens zonder discussie te stemmen door een hand op te steken. De AVRO deed in het tv-programma Kunstuur verslag van de hele gebeurtenis. In het boek staat het resultaat. Als ik bij Uitzending gemist zie hoeveel mooie werken weggestemd zijn bij de lopende bandselectie van 15 seconde per werk, is het verbazend hoeveel mooie werken er nog in de catalogus staan. Deze catalogus toont aan dat het gebrek aan respect waarmee momenteel vaak over beeldende kunst wordt gesproken, onterecht is. In Nederland wordt bijzonder veel mooie kunst gemaakt. Wat mij zeer bevalt aan dit initiatief is de anonimiteit. Ik heb zelf ervaring in commissies en wat mij opvalt is dat veel commissieleden hun oordeel eerder ophangen aan namen en CV’s dan aan werk. Nu heeft het werk moeten overtuigen en dan blijkt dit heel goed te gaan. Aan de tentoonstellingen waren ook prijzen verbonden, de publieksprijs ging naar Lonneke Gordijn en Ralph Nauta. Zij maakten een installatie van paardenbloempluisjes, fosforbrons en led-lampjes. De professionele jury koos voor een werk van Annemieke Alberts, een tot nu toe vrij onbekend kunstenaar. Het is een werk uit een serie waarin zij aan de hand van foto’s van spiegelde oppervlakten zoals winkelruiten, zeer verdienstelijke schilderijen maakt. Een ander leuk aspect aan deze mega-happening is dat het bestaat uit een televisieverslaglegging, een catalogus en een tentoonstelling. Dit maakt het een levendig en openbaar geheel dat navolging verdient.

Zomerexpo 2011. Anoniem gekozen, Benno Tempel, Uitgeverij de Jonge Hond 2011, ISBN 978 90 8910 263 8

Dutch Heights 2

Dutch Heights 2 is het vervolg op Dutch Heights 1, een initiatief van ‘Stichting Dutch Heights en de Grafische Cultuurstichting’. In het boek staan ruim honderd personen uit de kunst en cultuursector die het afgelopen jaar een prijs ontvingen. Bijzonder is dat Dutch Heights 1 zelf ook een prijs kreeg van AIGA (The American Institute of Graphic Arts) die de uitgave heeft uitgeroepen tot een van de vijftig best verzorgde boeken ter wereld van 2010. De boeken zijn heerlijk om naast je bed te hebben of op je tafel. Je kijkt naar de foto’s en leest de korte teksten die erbij staan. Wie is de met een cultuurprijs gezegende persoon, wat maakt hij of zij en waarvoor kreeg de persoon de prijs. Er komen illustere namen in voor, maar ook voor mij minder bekende personen. Er zijn vele cultuur prijzen maar ook vele sectoren waarin het boek is opgedeeld. Ik tel er tien: Architectuur, Beeldende Kunst, Cultuur, Film, Fotografie, Illustratie, Literatuur, Muziek,  Ontwerp en Podiumkunsten. Ontwerp spant de kroon met 17 prijzen. Illustratie daarentegen kent er maar drie. Voor Beeldende Kunst zijn dit jaar maar zes kunstprijzen in het boek opgenomen. Echt interessant vind ik de beeldende kunst niet, met alweer Mark Manders die een prijs krijgt en werk van David Bade waarvan alleen de installatie die ik zie me wel boeit. Bij de cultuurprijzen valt mij op dat Alex van Warmerdam die ik vooral ken van films en theaterstukken ook niet onverdienstelijk schildert. Joke van Leeuwen die een prijs krijgt voor haar bijdragen aan het geschreven woord, plaatst monumentale gedichten in de openbare ruimte, ze werken daar echt als kunst in de openbare ruimte. Zo zie je dat disciplines eigenlijk niet meer in hokjes passen. Hetzelfde geldt voor design, ik zie er veel werken die ik als beeldende kunst ervaar. De poging om te rubriceren lukt eigenlijk niet meer, maar dat doet niets af aan het boek dat een heerlijk naslagwerk blijkt.

Dutch Heights 2, Robbert Dijkgraaf en Arnon Grunberg e.a., Stichting Dutch Heights, Heemstede, ISBN 978-94-90529-03-1

Lees alle boekbesprekingen in Beelden 3#2011. Neem een abonnement of vraag een proefnummer aan.

 

 
Comments