BTW2

Kunst-btw gaat omhoog

De VVD houdt, ondanks alle protest, vast aan de door de PVV voorgestelde btw-verhoging op podiumkunsten en beeldende kunst van 6 naar 19 procent.

Door Pieter van Os
NRC Handelsblad, Den Haag, 17 november

Jammer. Maar ook: de werkelijkheid. Dit zei VVD-Kamerlid Helma Neppérus gisteren over de btw-verhoging op podiumkunsten en beeldende kunst van 6 naar 19 procent. In het debat over het belastingplan 2011 bleken de ondertekenaars van het gedoogakkoord VVD, CDA en PVV vast te houden aan die voorgestelde verhoging.
Alle hoop van de oppositie was op Neppérus gericht. Zij én staatssecretaris Frans Weekers (Financiën) van dezelfde partij hadden eerder laten weten wel te voelen voor de alternatieven van de oppositie. Maar gisteren bleek daar niets van. Ook het protest van oud-hoofdredacteur van tijdschrift Privé en huidig theaterproducent Henk van der Meyden („Als dit doorgaat stem ik nooit meer VVD”) mochten niet baten: de staatssecretaris en de VVD-fractie houden vast aan het gedoogakkoord met de PVV. Die partij, zo bleek gisteren, wil dat de voorgestelde btw-verhoging coûte que coûte doorgaat.
Deze verhoging, die de staatskas zo’n 90 miljoen euro moet opleveren, staat los van de aangekondigde bezuiniging van 200 miljoen euro op de cultuursector. En ook los van de 200 miljoen euro die het kabinet wil snijden in de omroepen - inclusief het opheffen van hun orkesten en koor. Over die voorgenomen bezuinigingen debatteert de Kamer over vier weken bij de behandeling van de cultuurbegroting. Voor komende zaterdag staan demonstraties gepland van het kunstpubliek. De sector gaat maandag de straat op.
De oppositie verwacht dat ook in dat debat de PVV een cruciale rol zal spelen. Want die partij „is de baas”, zo concludeerde Wouter Koolmees (D66) in het debat gisteren. Net als de Kamerleden van PvdA en GroenLinks wees hij daarin op de „willekeur” van de btw-verhoging. Waarom toneel, musical en concerten wel en circussen, kermissen en dierentuinen niet?
De verhoging is rechtvaardig, zo stelde Pieter Omtzigt (CDA), omdat kunst niet voorziet in „een eerste levensbehoefte”. Hij ontweek de vraag of dit voor kermissen en dergelijke niet even zo goed geldt. Zo ook Kamerlid Roland van Vliet (PVV). Die sprak van „een kwestie van keuzes maken”. En over deze keuze, zo onderstreepte hij, stond de handtekening van alle drie de coalitiepartijen. Geen reden dus om er van af te wijken.
Ed Groot (PvdA) wees op de „administratieve lastenverzwaring” die komt kijken bij het beoordelen van het verschil tussen amusement van het lage en het hoge tarief. „En dan heb ik het nog niet eens over de wenselijkheid van deze maatregel.” Groot concludeerde over cultuurpolitiek anno 2011: „Ouders die hun kinderen meenemen naar een derderangs Hollywoodfilm met geweld op straat, betalen het lage tarief. Als diezelfde ouders hun kinderen meenemen naar het jeugdtheater of naar een balletvoorstelling , krijgen zij met het hoge tarief te maken.”
Van Vliet meent dat de conclusie niet gerechtvaardigd is dat „Henk en Ingrid” voortaan meer moeten betalen voor hun kaartjes. Van Vliet: „Zo’n btw-verhoging kun je op twee manieren vertalen: de prijs gaat omhoog of de kosten moeten omlaag. Die keuze laten wij graag aan de sector.”
Het kabinet heroverweegt alleen serieus het voornemen om de heffingskorting van 1,2% op investeringen in groene en culturele projecten te schrappen.

Comments