BYTS

BYTS - Bosch Young Talent Show - wel jong niet vernieuwend

BYTS wordt dit jaar voor de tweede keer in het Stedelijk Museum Den Bosch georganiseerd. Scouts zijn op zoek gegaan naar internationaal talent onder jonge kunstenaars, afkomstig uit de ‘Bossche’ steden. BYTS brengt hen bij elkaar en fungeert zo als ontmoetingspunt en broedplaats voor veelbelovend talent. Een uniek concept ‘met een verrassend en vernieuwend resultaat’. Nou, dat viel wel mee.                                                                                             

Door Els Vegter

Voor veel van de 49 deelnemende kunstenaars is Den Bosch hun eerste internationale uitstapje. De jonge talenten staan aan het begin van een internationale carrière. Ze zijn gescout door een team van internationaal bekende kunstenaars en afkomstig uit de Bosch-steden: Berlijn, Brugge, Brussel, Frankfurt, Gent, Lissabon, Londen, Madrid, New Haven, New York, Parijs, Rotterdam, Venetië, Washington, Wenen en ‘s Hertogenbosch. Deze steden hebben gemeen dat ze allen een of meerdere werken van Jheronimus Bosch in een openbare museale collectie bezitten. De geselecteerde kunstenaars zijn onder de dertig jaar zijn en eveneens afkomstig uit de Bosch-steden. Alles bespreken lukt niet daarom een bloemlezing uit de kunstwerken die mij opvielen.

Veldbed en bierflessen

Het eerste ruimtelijke werk staat direct bij binnenkomst opgesteld achter de kassa. Een mixed-media installatie van Abigail DeVille (New Haven), gemaakt van verkoolde resten en kippengaas op een half verbrande Amerikaanse vlag. New York at Dawn doet me denken aan de ramp met de Twin Towers maar dat is zomaar een associatie. Haar werk van gevonden voorwerpen en huiselijke objecten zoals een lampenkap, reflecteert op de materialistische cultuur. Ze componeert haar beelden alsof ze in een laboratorium werkt: een beetje van dit, een scheutje van dat. Een intrigerend beeld door de vrouwenkop met opengesperde mond dat de ruimte zowel horizontaal als verticaal gebruikt. De vlag op de vloer loopt over in mixed-media op de muur er tegenover. De lampenkap staat erop gericht alsof het een grote schijnwerper is. De link met het werk van Jheronimus Bosch zie ik niet direct en ik besluit deze fixatie de rest van de tentoonstelling los te laten. 

Het tweede ruimtelijke werk waar ik bijna tegenaan loop is een ouderwets veldbed zoals wij dat vroeger thuis in de jaren zestig hadden. Een extra logeerbed. Als ik me goed herinner, kwamen die bedden bij het leger vandaan. Johannes Vogl (Wenen) doet een verrassende ingreep door het antieke object te voorzien van stalen armen waarin bierflessen geklemd zitten. De installatie Feldbett drukt iets uit van ‘alles bij de hand, wat wil je nog meer: een goed bed en een halve liter bier is alles wat een man nodig heeft’. Vogl valt op door humor in zijn beeldtaal en reageert in zijn werk op de alledaagse werkelijkheid maar geeft daar wel een eigen draai aan. Een ander ruimtelijk werk dat als tweedimensionaal kunstwerk aan de muur is bevestigd is Ein Richtigen Mann van Martino Genchi (Venetië). Het is gemaakt van 11.719 zwarte kruiskopschroeven. Mijn echtgenoot die in de bouw elke dag met dit materiaal werkt, bekijkt het hexagram met bewondering van dichtbij. De schroeven zijn een voor een met minutieuze precisie tegen de muur geplakt waardoor een ruimtelijk object ontstaat dat spannende schaduwen tegen de muur afwerpt. Een beeld waarin kracht en eenvoud samengaan.

Ankers van tijdloosheid

Tussen de schilderijen, beelden en ruimtelijke installaties zijn ook diverse videoprojecties te zien. Wat me opvalt, is de wederopstanding van de diaprojector. Compleet met projectiescherm en diacarrousel is dit attribuut door de jongere generatie weer van zolder gehaald. Hoezo vernieuwend. Zelfs het wiebelige klaptafeltje van formica krijgt een prominente plek. Ik laat het bewegende beeld aan mij voorbij gaan en focus op het ruimtelijke werk zoals de deur met glas van Sarah Deboosere en Charles Blondeel (Brussel). Hun installatie Glass Smash met een rechtop staande deur roept allerlei vragen op. Waarom is het onderste ruitje in de deur gebroken? Wie heeft dat gedaan? Waarom zijn de overige vijf ruitjes nog heel? Waarom ligt een nieuw stapeltje glazen plaatjes klaar? Mogen we die als bezoekers ook kapot slaan? Het duo Sarah & Charles speelt in hun installaties met fictie en realiteit. Tijd en geheugen spelen daarin een belangrijke rol. Meestal is het publiek onderdeel van hun werk. Nu zie ik dat niet maar wellicht is er bij de opening enige interactiviteit geweest.

Een ander ruimtelijk werk dat de aandacht trekt, zijn de vijf zwarte bunkers op zware zwarte sokkels van Renato Nicolodi (Brussel). Monument aux Mort verwijst naar onze geschiedenis en de dagelijkse realiteit die voortraast in vernieuwing en voortdurend vragen oproept. Vragen over identiteit, technologie, natuur en wetenschap. De bunkers zijn voor de kunstenaar archetypische architectuurvormen. Ankers van tijdloosheid. Wellicht geven ze ons houvast in roerige tijden. 

Nuria Guell (Madrid) gooit het over een andere boeg. Ze infiltreert in de politiekorpsen van Cuba en gebruikt daarvoor spionagetechnieken. Displaced Legal Application laat zien hoe zij als jonge, onschuldige studente aanpapt met heren in functie die al snel vallen voor haar charmes. De dialogen die zo ontstaan hangen uitgeprint op een groot bord aan de wand van de museumzaal. De teksten zijn soms ontluisterend om te lezen. Haar werk gaat over ethiek en moraal binnen het establishment.

Stefany Karghoti (Den Bosch) toont haar film Roses in Mouth. Op internet circuleren een aantal intrigerende filmpjes van haar. Zo is er eentje waarin ze haar mond dicht tapet met plakband waardoor de kin een heel eigen leven gaat leiden. Het filmpje met de rode watermeloen is te sappig voor woorden. Bij mij liep het water in de mond. Toch knap om dat te bereiken met een filmpje van nog geen twee minuten.

Een werk dat ik niet helemaal kon plaatsen was de badstof pyjamabroek van de Duitse kunstenaar Oliver Heinzenberger (Frankfurt) getiteld Die Hose vom Kunstwerk. Misschien ben ik hier te oud voor en heb ik het te vaak in het echt gezien: een bijna opengescheurd kruis van een oude pyjamabroek. Is het nog te verstellen of gooien we de broek weg? Sorry hoor, moet deze lulligheid in een museum? De scout Michael Krebber maakt het niet veel beter in zijn motivatie voor deze kunstenaar: “I did not select. These artists agreed to participate to the BYTS-program as I agreed to be a scout.” Over het hoe en waarom blijft het dus gissen.

Het sculpturale werk The sphere flattened van Serena Vestrucci (Venetië) is daarentegen schoonheid door soberheid. Verkreukelde A4-tjes van geschept papier hangen in een rechthoek aan de muur. Op de gekreukelde vellen papier zijn sporen van viltstiftstrepen en -stippen te zien die erop gekleurd zijn toen het A4 een prop was. Van een afstand lijkt het confetti, materiaal waar de kunstenaar graag mee werkt. Vestrucci beweegt zich tussen twee- en driedimensionaal werk in en speelt met vormen van schilderij en sculptuur.

Lees het hele artikel in Beelden 4#2011. Neem een abonnement of vraag een proefnummer aan.

BYTS, Stedelijk Museum ‘s Hertogenbosch, 17 september t/m 16 oktober 2011 www.bosch500.nl


 

Comments