Column 1#2011

(on)zin in de kunst

Door Astrid Tanis

Dit moet een grap zijn, zegt mijn vriend die een tekst op een vers in de brievenbus gevallen uitnodiging aan mij voorleest. De tekst luidt ‘de tentoonstelling presenteert een collectie werken die ingaat tegen de binaire oppositie van concept en vorm en probeert zo de hardnekkige dichotomie tussen praktijk en intellect te overbruggen’.  “Dat lijkt me geen grap”, antwoord ik als ik zie dat de uitnodiging van Witte de With in Rotterdam komt. Het blijft onzin; van de woorden ‘de binaire oppositie van concept en vorm’ kan 99,99 % van de Nederlandse bevolking naar mijn inschatting geen begrip vormen. Het begrip ‘binaire oppositie’ komt uit de filosofische stroming, het structuralisme. Het betekent twee termen die elkaar uitsluiten en tegelijkertijd in relatie tot elkaar betekenis krijgen. Het klinkt lekker filosofisch, maar of dat nu  van toepassing is op de begrippen ‘concept en vorm’, gaat er bij mij niet in. De begrippen hebben een eigen betekenis en sluiten elkaar zeker niet uit. Met betrekking tot kunstwerken durf ik zelfs te beweren dat concept en vorm geen tegenstellingen zijn. De beste kunstwerken hebben een sterk concept en een sterke daarbij passende vorm. Een concept zonder vorm in de kunst heet een ongerealiseerd werk. Vorm zonder concept zie je bij amateurkunst. Bij waardevolle kunst gaat het niet om oppositie, maar juist om samengaan van concept en vorm. 

In onze rubriek 'Extra artikelen' kunt u een langere tekst van deze column + een korte impressie over de tentoonstelling lezen.
Comments