Column 4#2011

Gek van kunst

Door Astrid Tanis

In 1996 kreeg een schriftelijk bewijs dat ik kunsthistorica was. Gevoelsmatig had ik echter steken laten vallen. Ik had eerder de kunstacademie gedaan en dat eigentijdse kunst mijn afstudeerrichting werd, stond van te voren vast. De klassieke en renaissancekunst nam ik er als verplichte kost bij. Zij stond bij mij slechts in dienst om de huidige tijd te doorgronden. Een beetje kunstgeschiedenisstudent bezoekt nog tijdens de studie met veel oh’s en ah’s de grote klassieke kunstcentra in Italië en Griekenland. Ik niet, ik ging naar de Biënnale in Venetië en de Documenta in Kassel. Ik bezocht de eigentijdse tentoonstellingen in Europa en meer kon ik me qua tijdsinvestering en financiële draagkracht niet permitteren. Een beetje knagen deed dit altijd, zodat ik besloot dit najaar maar eens een start te maken met achterstallig studietekort, door af te reizen naar Florence. Alleen oude kunst gingen we bekijken en niets nieuws.

Ons liftloze appartement in Florence met uitzicht op de toren van Palazzo Vecchio bereikte ik hijgend. Een steile trap met tachtig treden maakt dit centraal gelegen appartement betaalbaar, maar met koffers naar boven zeulen viel tegen. Het Palazzo Vecchio valt trouwens ook niet mee; een gigantische zaal met geen stukje onbeschilderde muur of plafond is overweldigend. De oudheid had haar eigen horror; vechtende mannen, hoofden, speren door lichamen, stervende kinderen en maagden. Voor de vol geschilderde muren staan beelden met weer andere heroïsche horrorscenes. De techniek druipt van de werken af en de perfectie is groot. Helaas door de bomen is het bos bij wijze van spreken nauwelijks waarneembaar. In de vertrekken van de vroegere bediendes vind ik wat rust, eenvoudige tafels en witte muren. De volgende dagen bekijken we nog meer, met de Dom (Duomo S. Maria del Fiore) en Galleria Degli Uffizi als hoogtepunten. De schoonheid van de werken is veelal formidabel door de technische perfectie. Maar het is teveel; veel te veel voor een mens om te bevatten. Ik merk dat ik zo rond drie uur in de middag kunstmoe wordt en niet alleen in mijn benen. Tijd om te stoppen, verder gaan kan gevaarlijk zijn, vertellen de geschiedenisboeken.

In 1817 bezocht de Franse auteur Stendhal Florence. Hij was waarschijnlijk een stuk gemotiveerder dan ik en stelde zich volledig open voor de schone kunsten, met desastreuze gevolgen. Hij beschrijft hoe hij psychotisch werd van alle schoonheid en tijd nodig had hiervan te bekomen. In 1979 benoemde de Italiaanse psychiater Graziella Magherini 100 vergelijkbare gevallen en noemde dit het Stendhal- syndrome. Vooral de Uffizi staat bekend vanwege dit syndroom, met als symptomen snellere hartslag, duizeligheid, verwardheid, flauwvallen en hallucinaties. Ik kan me hier iets bij voorstellen, kunst onder je, kunst boven je, en aan weerszijden totdat je er gek van wordt. Ik probeer zo oppervlakkig mogelijk te kijken en alleen dat wat me raakt op te nemen. Dan nog is het veel; ik moet toegeven de Venus van Botticelli is prachtig, de David van Michelangelo ook, de Hellenistische Laocoöngroep is fenomenaal en ik zie meer onbeschrijfelijks waar ik door geraakt wordt. Plekken om tot rust te komen zijn schaars maar ze bestaan. Het Battisterio San Giovanni is heerlijk rustig ingericht met muren die bijna eigentijds minimalistisch aandoen. Hier besef ik de voordelen van moderne kunst; het imponeert minder en geeft ruimte voor contemplatie. Zelfs op een hedendaagse megatentoonstelling als de Documenta heb ik nog nooit iemand gek zien worden.

 

 

Comments