Constantin Brancusi

Brancusi, de ijdele modernist die zijn eigen mythe beeldhouwde 

 

Wie aan moderne kunst denkt, zal ongetwijfeld ook de sculpturen van Constantin Brancusi (1876-1957) in het brein zien verschijnen. De Parijse kunstenaar met Roemeense oorsprong, krijgt dezer dagen een heus podium in de Brusselse Bozar onder de vleugels van het culturele festival Europalia. Maar liefst tien zalen worden gewijd aan deze eigenzinnige meester en zijn entourage. 

 

Door Hilde Van Canneyt

 

De legende dat Brancusi op 27 jarige leeftijd te voet vanuit Boekarest in Parijs belandde, geloof ik met graagte. Hij kreeg in de hoofdstad der kunsten al snel een warm onthaal van de surrealisten en dadaïsten. De kunstenaar werd een populair figuur en zijn atelier werd niet alleen gebruikt om er te tekenen, boetseren of om te hakken in hout, steen of marmer, maar ook als sociaal kunstenaarsoord. 

Eens in de midlife crisis, omarmt hij zijn atelier – dat nu vlakbij het Centre Pompidou in Parijs is nagebouwd – als kunstwerk. In welke ensembles zijn sokkels en sculpturen staan, wordt met precisie uitgewerkt onder de noemer ‘mobiele groepen’. Dit niet zonder alles op de gevoelige plaat vast te leggen. Zijn atelier diende tevens als fotografiestudio. Foto’s waren even waardevol als voorbereiding, als schetsen. Een fijne roddel: hij was zich zo bewust van zijn imago - dat hij ook na zijn dood wilde in stand houden – dat hij zijn selfies als een ijdeltuit voorbereidde. Dat bij de meeste kunstenaars een vormgegeven kop een zelfportret is, is een understatement. Hoe het werk werd afgebeeld, vond hij even belangrijk als het werk zelf. 

Maar wat was zijn betrachting als kunstenaar? Hij wilde af van het ‘werken naar model’ – lees: alsof de uitkomst lijken in klei waren. Hij wilde liefst van al zijn te ontginnen beeldhouwwerken direct te lijf gaan. Doel: door reductie en vereenvoudiging tot klare vormen komen, zodat de toeschouwer er onmiddellijk in wordt meegenomen. 

 

De expositie an sich


De expositie is opgevat in thema’s, omdat de sculpturen elkaar overlappen in tijd en de meester in series werkte in materialen allerhande. We worden in de beginzalen ontvangen door zowel kleine bronzen koppen van Medardo Rosso en Brancusi. In opeenvolgende ruimtes stelen ook Rodin en Lehmbruck de show met hun stenen sculpturen. Treffend is dat zowel de sculptuur De slaap van Rodin als Brancusi zo gelijkend is. Nochtans stond Brancusi maar kort in zijn schaduw. En dan val je plots op De kus, een sculptuur waar ik al op jonge leeftijd door werd getroffen. Een zaal verder stelen kinderkoppen de show, die beroeren door hun eenvoud. Hoe enkele eenvoudige insneden in een simpele liggende eivorm zo kunnen spreken! We wandelen verder en geven onze ogen de kost. De Muze en Slapende Muze – deze laatste is zelfs al jaren mijn WhatsApp-afbeelding – blijven voor ontroering zorgen. Maar! De sculpturen – bedekt met glazen stolp – verdrinken in de massa memorabilia aan de muur. Ik wil me zo graag overgeven aan die beeldhouwwerken, maar het is door de opstelling moeilijk om een dialoog aan te gaan met die wereldberoemde sculpturen die al zolang op het netvlies staan gebrand.

Naast de mens vormden ook vissen en vogels een aandrift in zijn onderzoek naar het vatten van beweging, én naar de ziel. Maar zelfs als je oog en oog staat met de Gouden Vogel, lijkt het moeilijk om te vatten wat de sculptuur uitstraalt, omdat je verzinkt in de kakafonie van tekeningen, foto’s en infoborden die de zalen rijk zijn. Al is het ongetwijfeld de intentie van de expo om net ook de sleutels van het mysterie aan te reiken aan de bezoekers. Al die foto’s en archiefstukken bijeen, is een unicum, daar bestaat geen discussie over. Interessant voor de Sherlock Holmes in de kunsten, maar ik denk voor het grote publiek toch een hele opdracht om zijn oeuvre te vatten. Less is more, declameerde het minimalisme enkele jaren later. En wilde Brancusi in zijn oeuvre niet de werkelijkheid sublimeren tot alleen de poëtische essentie overbleef om zo beter de ziel van zijn onderwerpen te exploiteren? De zalen van de Bozar zijn (te) overweldigend om daaraan te voldoen. Als we denken aan de sterke sculpturen van deze meester, worden we net geraakt door de stilte, eenvoud en kracht die deze sculpturen uitstralen. Krachtige stiltes horen niet in luidruchtige ruimtes. 

Natuurlijk, dertig topstukken, dat is niet niks. Maar dan verdienen ze ook een topplaats. Nu lijken het bijna diamanten die in een helverlichte supermarkt liggen. 

Eindigen doen we de eindeloze tentoonstelling met De Zuil zonder einde. Een beetje ontredderd door de overload verlaten we de zaal. Een aanrader? Zéker! Zelfs ondergetekende wil nog eens terugkeren: om te proberen de ruis te elimineren en te genieten van de kunstwerken: van de eenvoudige schetsen tot de sublieme meesterwerken. 

 

Brancusi, Bozar, Brussel (B), 3 oktober 2019 t/m 12 januari 2020, www.bozar.be

Comments