Cor Kraat

Cor Kraat veranderde het gezicht van Rotterdam

Op initiatief van het Centrum Beeldende Kunst (CBK) was van 28 september tot en met 9 december in LP2 (Rotterdam) de tentoonstelling Cor Kraat, Made in Rotterdam te zien. Een – in hoofdzaak – documentair overzicht van het oeuvre van beeldend kunstenaar Cor Kraat (1946) die de afgelopen decennia de openbare ruimte van de havenstad een uniek gezicht heeft gegeven. Zijn ingrepen in de openbare ruimte zijn zowel legendarisch en gedurfd als humoristisch en (bijna) platvloers. De Nieuwe Delftse Poort, de Kraatpaal en de glazen entree van De Kuip zijn Rotterdamse iconen geworden.

Door Piet Augustijn

De tentoonstelling was verdeeld over drie zalen. Iedere zaal gaf een tijdsbeeld van Rotterdam weer met als ijkpunt de kunst van de in Rotterdam geboren en getogen Cor Kraat. Ook het werk van het kunstenaarscollectief Kunst & Vaarwerk, dat Cor Kraat samen met Hans Citroen en Willem van Drunen oprichtte, maakte onderdeel uit van de expositie: een Nederlandse Pop Art variant die met ironie terugsloeg naar die harde stad. Sindsdien steekt er een rode BMW uit een parkeergarage van het Weena, werden industriële tanks in het Botlekgebied onder handen genomen, staat een matroos met zijn gezicht naar een blinde muur op de uitkijk en zien ronde zuilen onder viaducten eruit als een opgerold Vrije Volk. In de tentoonstelling waren deze en vele andere projecten te zien op opgeblazen foto’s, in films, in schaftketen waarin tekeningen, kantoormeubilair en foto’s waren aangebracht en in de vorm van maquettes. Eind jaren zestig begon Rotterdam een beetje bij te komen van de periode van de wederopbouw. In de kroeg discussieerde Kraat met vrienden en kennissen over wat er nou met die ‘rare’ stad moest gebeuren. Want dat het met Rotterdam anders moest, daar was iedereen het over eens. Te grauw, te onpersoonlijk en te veel beton. Er was behoefte aan een menselijke factor, aan meer kleur. Toen de Rotterdamse Kunststichting in 1971 dan ook een oproep deed aan kunstenaars om ideeën aan te leveren om de grauwheid (van vooral veel muren) aan te pakken, was Cor Kraat er snel bij. Hij diende vijftien voorstellen in, waarvan er in de loop der jaren diverse werden uitgevoerd, maar veel ook niet. Het beschilderen van zes lichtmasten bij het Centraal Station (1972) en de utiliteitsgebouwtjes op het Schouwburgplein (1972) waren er twee. Een enorme glasapplicatie in het Feyenoordstadion volgde in 1975 (bestaat nog steeds), een beschilderde tram (1975) en een muurschildering van een papegaai op het Ericaplein (1976) volgden.

Kunst & Vaarwerk

Van 1978 tot 1992 werkte Kraat met Hans Citroen en Willem van Drunen onder de naam Kunst & Vaarwerk aan meerdere projecten. Dobbelstenen voor de Noorderpier in Hoek van Holland (1983), een als een hoedendoos beschilderde olietank in de Laurenshaven (1983), de rode BMW die uit een parkeergarage lijkt te storten (1987), de hoed van Lou Bandy als een drijvend object in een vijver (1985), stukken van Dorische zuilen op het Beneluxplein (1990) en een enorme polaroid aan een pilaar van de trambaan aan de Schieweg (1981) behoren tot de uitgevoerde ontwerpen. Een kabelstructuur in de vorm van een enorm spinnenweb op het Marconiplein, het Shell-gebouw, aan het Hofplein, uitgevoerd als benzinepomp en een gastank als voetbal haalden het niet. Jammer, want die enorme sculpturen geven een stad smoel: je kunt niet zeggen ze niet gezien te hebben, want de schaal is enorm. Ondanks die tegenslagen bleef Kunst & Vaarwerk doorgaan. De stedelijke omgeving bleef voor Kraat en zijn kompanen bepalend voor de keuze van vorm en materiaal van de verschillende projecten. “Cor Kraat wil grauwe stad met verf te lijf”, kopte De Havenloods in 1972. “Rotterdam, die grijze stad heeft een kleurtje nodig”, riep een andere krant. “Er zou veel meer moeten gebeuren om de stad leefbaarder te maken. Dit hoeft niet alleen door middel van wandschilderingen, maar ook door kleur meer in de architectuur te integreren. Op eenvoudige wijze kan men met verf een gebouw optisch veranderen. Het aanbrengen van bijvoorbeeld een schuine lijn op een blok kan een andere vorm suggereren. Daarmee onderbreek je de eentonigheid van een omgeving waar vaak gebouwen met dezelfde vorm staan”, schreef De Havenloods wederom op 18 maart 1975.

Vooral de Stadspoorten waren van meet af aan een aandachtspunt voor de mannen van Kunst & Vaarwerk. Een fontein in de vorm van een grote koffiepot, een puzzelstuk in de vorm van een olifant, een bokaal met bloemen, een dierenpuzzel. Stuk voor stuk aandachttrekkende ontwerpen, maar tot uitvoering is het nooit gekomen. “Als het idee goed is, komt het vanzelf weer een keer tevoorschijn uit een bureaula”, zei de optimistische Kraat over zijn voorstellen. Of dat ooit gebeurt, zal de tijd leren. Vooralsnog lijkt die la enorm diep. Wel gerealiseerd is de Nieuwe Delftse Poort, een gigantische staalconstructie aan het Pompenburg, vlakbij de plaats waar voor de oorlog de Delftse Poort stond. Ten tijde van het bombardement in 1940 was de poort half afgebroken omdat hij verplaatst zou worden naar een plek waar de nieuwe verkeerswegen er geen hinder van zouden ondervinden. De poort werd echter niet herbouwd. De poort van Kraat is geen kopie van de oude, maar een bouwwerk dat de herinnering aan de oude poort levendig houdt, een driedimensionale tekening in staal. Maar ook een monument voor de wederopbouw. Als verwijzing naar het altijd maar doorgaande bouwen ziet de noordzijde eruit alsof die nog niet af is.

Het overzicht van het werk van Cor Kraat liet een aantal episodes van de naoorlogse geschiedenis van Rotterdam zien, waaronder de leegte van de wederopbouw, de grijze zakelijkheid van de architectuur en de fascinatie voor de haven. De tentoonstelling liet tevens zien dat de ingrepen van Kraat het gezicht van Rotterdam hebben veranderd. Hoewel veel projecten inmiddels zijn verdwenen, leeft de geest van de Rotterdamse Pop art voort.

Cor Kraat, Made in Rotterdam, LP2, Rotterdam, 28 september tot en met 9 december 2012. www.lp2.nl

 

 

 

 

Comments