Cradle to Cradle

Cradle to Cradle, een betere wereld van verspilling

Verslag van een themamiddag in Museum Boijmans op 9 september 2010

Michael Braungart: “De kannibalistische fantasieën in Van Lieshouts installaties zullen bescheiden zijn in vergelijking tot wat we in de toekomst zullen meemaken als we zo doorgaan. We zullen elkaar letterlijk van deze planeet afjagen.”

Ter gelegenheid van Atelier van Lieshouts tentoonstelling 
Infernopolis in de onderzeebootloods op het RDM terrein, vond afgelopen najaar een debat plaats in Museum Boijmans van beuningenover de principes vanCradle to Cradle, oftewel afval = voedsel. Sprekers waren de Duitse chemicus Michael Braungart, de filosoof Karim Benammar en kunstenaar Joep van Lieshout. Hun toekomstvisies verschilden nogal: Van Lieshout neemt een eventuele oorlog voor lief, als een soort noodzakelijk kwaad om tot een nieuw evenwicht te komen. Braungart mikt op een snelle verandering in de huidige productieprocessen, die gebaseerd zullen gaan worden op Cradle to Cradle principes. En Benammar gaat ondanks alle waarschuwingssignalen nog steeds uit van een uitbundige groei.

Door Etienne Boileau

Afval = voedsel

Cradle to Cradle is een begrip dat de chemicus Michael Braungart en de architect William McDonough introduceerden in het gelijknamige boek dat in 2002 verscheen. Met dit begrip wilden ze kenbaar maken dat met afval de meest fantastische dingen gedaan kunnen worden. Voorwaarde is dat je zodanig producten ontwerpt en fabriceert dat je daarmee de kringloop van grondstoffen volledig sluit, met behoud van kwaliteit.

Zij hebben het niet over het recyclen van oude afgewerkte producten -  downcycling - maar over het omzetten van afval in volwaardige, nieuwe producten waarbij geen enkel kwaliteitsverlies optreedt en er evenmin bij de productie schadelijke restproducten als CO2 ontstaan. Het gaat er hen vooral om dat producten zo worden ontwikkeld dat de grondstoffen die in  de afvalfase vrijkomen, als voedsel dienen voor een volgend product. In het gunstigste geval voegen ze dan ook nog waarde toe (upcycling). 

Op die manier zou de schade door consumptie aan onze leefomgeving beperkt kunnen blijven, zou de CO2 uitstoot sterk kunnen verminderen, en zouden we kunnen blijven consumeren.

Op de manier waarop we nu leven en consumeren is er volgens Braungart te weinig ruimte voor alle mensen op onze planeet. De komende tien jaar zijn daarom volgens hem cruciaal. Redden we het op korte termijn een overgang naar eenpositive footprint te bewerkstelligen, en kunnen we onze activiteiten CO2 neutraal maken? 

Slave City

Tijdens het debat in Museum Boijmans gaf Joep van Lieshout een ironisch bedoelde toelichting bij zijn project Slave City, onderdeel van Infernopolis dat op dat moment in de onderzeebootloods op het RDM terrein in Rotterdam te zien was.

Van Lieshout: “Het hele project heb ik milieuvriendelijk opgezet; zo krijgen de hard werkende slaven in Slave Cityorganisch voedsel en is de volledige installatie CO2 neutraal. Doelstelling van de installatie is zoveel mogelijk geld verdienen. Met dat geld kan veel goeds gedaan worden: sponsoring van wetenschappelijk onderzoek, van cultuur en natuurlijk ook kunst. Slave City is volledig zelfvoorzienend en bijna helemaal Cradle to Cradle. De slaven worden gebruikt als machines en gaan ongeveer drie jaar mee, daarna wordt een deel van hen hergebruikt voor orgaantransplantatie. Een ander deel gaat in de biogassdigester.”

Daarnaar gevraagd gaf van Lieshout aan dat zijn werk vaak over goed en kwaad gaat en de contradicties die daarbinnen plaatsvinden. Zo wil hij met 
Slave City aantonen dat het misschien niet zo’n slecht idee is om mensen te doden als dat de energie-efficiency van de planeet ten goede komt. Want anders loert het gevaar om de hoek dat er een totale oorlog om consumptie uitbreekt. Overigens gaf hij later in het debat nog eens duidelijk aan dat kunst er niet is om oplossingen of antwoorden te geven: “Kunst stelt slechts vragen aan de orde, het isFood for thoughts, meer niet.” En hij gaf de aanwezige wetenschappers ook nog een advies mee: “Houd je als wetenschapper niet alleen bezig met COuitstoot en Cradle to Cradle principes, maar stel ook vragen bij genetische manipulatie en bij de voortschrijdende informatietechnologie.”

De voorbeeldfunctie van mieren

Michael Braungart kwam als inleider met aansprekende voorbeelden die duidelijk moeten maken dat als we zouden kunnen consumeren op de manier waarop mieren dat doen, er in de toekomst geen problemen meer zullen zijn; “Mieren ruimen alles op, leven van organisch plantenmateriaal en recyclen ander natuurlijk afval tot fraaie behuizingen (upcycling). Bovendien zijn zij zelf ook weer onderdeel van de kringloop”. Volgens Braungart consumeren we niet te veel, maar consumeren we verkeerd: “We laten een enorme berg afval achter vol chemische afvalstoffen, die het milieu en onze gezondheid ernstig schaden. “Dat afval zouden we eigenlijk moeten kunnen hergebruiken voor nieuwe, hoogwaardige producten. Zonder dat daarbij sprake is van kwaliteitsverlies of restproducten. Maar dat kan nu niet omdat op zichzelf pure en schone producten in het eerdere productieproces vermengd zijn met allerlei chemicaliën en toxische stoffen. Die zijn er moeilijk en alleen tegen hoge kosten, of zelfs helemaal niet, uit te krijgen. Door recycling komen die toxische stoffen dus opnieuw in de kringloop. Daarom moeten we oplossingen in het ontwerp- en productieproces zelf zien te vinden, zodat we later weer nieuwe, volwaardige producten van afval kunnen maken”. (Waarmee hij het begrip eco-effectiveness introduceerde).

Oorlog of overvloed ?

Karim Benammar citeerde in zijn betoog veelvuldig de filosoof Bataille: “De economie is volgens Bataille geen strijd om schaarse grondstoffen. Er is een grote onuitputtelijke hoeveelheid aan zonne-energie. Het (menselijk) leven dat daaruit voortvloeit kan in overvloed aanwezig zijn. Word het surplus aan energie op positieve wijze toegepast, dan ontstaat groei. Een andere positieve aanwending is die in de richting van kunst, sex en rituelen. Is er echter geen mogelijkheid voor individuen om hun surplus aan energie op positieve wijze aan te wenden, dan bestaat er de kans dat het surplus in een ronduit catastrofale richting gaat, namelijk die van oorlog en geweld.” Benammar vervolgde met te stellen dat “In onze tijd waarin in de Westerse wereld praktisch aan alle eerste levensbehoeften is voldaan, gaat het surplus aan energie zoveel mogelijk naar de ‘homo creator’. We willen ons fysieke leven immers inrichten zoals we dat zelf willen. Daarbij gaat het kort gezegd om de keuze: kiezen we voor een catastrofale aanwending of voor een meer positieve invulling ? In plaats van eindeloos dom te consumeren kun je een work of art maken van je eigen leven, je buurt, je werk etc. Want schoonheid is toch het transcendente ideaal waar het voor ons allemaal om draait. Zorg er dus voor dat je eigen energieaanwending tot persoonlijke groei leidt.”

Braungart stemde weliswaar met deze theorie in, maar wel onder één belangrijke voorwaarde: “Je kunt alleen van overvloed uitgaan, mits in de toekomst tijdens ontwerp- en productieprocessen het Cradle to Cradle beginsel effectief wordt toegepast. Waarom zou je je footprint minimaliseren als er een surplus aan energie op onze planeet is, dat gratis is: denk aan zonne-energie, daar liggen geweldige mogelijkheden.”

Van Lieshout versus Braungart

Oorlog zag Jeop van Lieshout in tegenstelling tot Benammar niet als een catastrofale aanwending van energie. Van Lieshout: “Oorlog kan wel degelijk ook veel goeds brengen, zo heeft de Franse revolutie ons democratie gebracht ”. Braungart ging daar faliekant tegenin; hij weigerde te geloven dat een oorlog positieve gevolgen kan hebben en dat mensen daar zomaar aan beginnen. Braungart: “Mensen willen gewaardeerd worden en geaccepteerd. Ze willen de mogelijkheid krijgen om het goede te doen. Het kwaad is meer iets dat voortvloeit uit een lagere kwaliteit van leven en de afwezigheid van schoonheid. Ik zie ook weinig glorifiërends in geweld. Beter is het je aandacht te besteden aan de positive footprints die je hier op deze planeet wilt achterlaten. Daarvoor moet je wat teruggeven aan de planeet. Maak bijv een gebouw dat je later, als het niet meer gebruikt wordt, kunt overlaten aan andere (dier)soorten en gebruikers. Of pleeg landbouw waarmee je de aarde ook weer kunt voeden nadat je er eerst iets aan onttrokken hebt.” Braungart voegde daaraan toe dat de kannibalistische fantasieën in Van Lieshouts installaties bescheiden zullen zijn in vergelijking tot wat we in de toekomst zullen gaan meemaken als we zo doorgaan. We zullen elkaar letterlijk van deze planeet afjagen.

Ons staat dan ook volgens Braungart een revolutie te wachten die heel snel zal gaan. De ondernemingsgewijze productie zal gebaseerd worden op de designprincipes die je in de natuur terug vindt. De menselijke creativiteit wordt het belangrijkste middel om nieuwe wegen in te slaan, die gebaseerd zullen zijn op respect, fair play en goodwill. En de manier van denken van politici, technocraten en wetenschappers zal wezenlijk veranderen.

Kunstenaars en afval

Vraag is wel wat de diverse hiervoor besproken theorieën voor de kunst betekenen. Op macroniveau ligt kunst wel degelijk goed, ook al onderschat het nieuwe kabinet haar rol. De meeste wetenschappers, zoals MC Donough + Braungart, Richard Florida en anderen zijn het wel zo’n beetje met elkaar eens: kunst & cultuur kunnen tot een geluksgevoel aanzetten, mensen bij elkaar brengen, denkprocessen stimuleren, tot nieuwe inzichten en verdieping leiden. Daarnaast stimuleren kunst & cultuur economische processen en vormen ze een essentieel onderdeel van de 
Creative City. Stuk voor stuk belangrijke toegevoegde waarden die tot een positive footprint leiden.  

Maar hoe moeten we kunst op microniveau, dwz op productniveau beoordelen? Houden kunstenaars tijdens het ontwerp- en productieproces van hun werk wel voldoende rekening met hun eigen positive footprints ?Nog steeds werken veel kunstenaars met chemicaliën die moeilijk afbreekbaar zijn, en passen zij toxische (kunst)stoffen in hun werk toe. Daarbij komt dat niet al dat werk eeuwigheidswaarde heeft. Wat te doen als een dergelijk vervuild kunstwerk aan het eind van z’n lifecycle is? Voor kunstwerken die niet vervuild zijn door chemicaliën en toxische stoffen ligt de zaak wezenlijk anders. Mocht een installatie tijdelijk zijn, dan levert dat geen bezwaar op: je maakt van het afval iets heel anders of het materiaal gaat gewoon weer terug in de kringloop van moeder natuur. Het mooiste is natuurlijk als het materiaal tegen die tijd een proces van upcycling kan ondergaan; je bouwt er bijvoorbeeld een huis mee. Wordt het echter tot pulp vermalen in inferieure producten dan is er sprake van downcycling:Braungart noemt dit soort hergebruik ‘hooguit minder negatief’.

Conclusie is dan ook dat kunstenaars in de toekomst meer dan nu het geval is, bij gebruik en toepassing van materialen, de long-term gevolgen voor het milieu dienen te betrekken. Denkwijze en opleiding van kunstenaars zouden hieraan aangepast dienen te worden.

Einstein zei het al: “De wereld zal zich niet voorbij de huidige crisis kunnen ontwikkelen als ze dezelfde manier van denken blijft hanteren die de situatie waarin we ons nu bevinden, heeft veroorzaakt.”     

Live verslag

Voor een live beeldverslag van de discussie: http://www.vimeo.com/15056164

Zie ook http://www.boijmans.nl/nl/7/kalender/calendaritem/313/atelier-van-lieshout-in-de-onderzeebootloods

Meer lezen:

Cradle to Cradle - afval= voedsel, auteurs: Braungart en McDonough, uitgeverij Search Knowledge B.V. Heeswijk. ISBN 99789055945771

Creativiteit en de stad, Reflect # 05, Nai Uitgevers. ISBN 9056624601

 
Wilt u het artikel in Beelden lezen, neem dan een abonnement, of vraag een proefnummer aan.

Lees hier meer over deze bijeenkomst.

Comments