Non-crossovers als 'Zeitgeist'

Non-crossovers als ‘Zeitgeist’

De tentoonstelling ‘Non-crossovers’ is een initiatief van het beeldhouwerscollectief ABK in Pulchri Studio, Den Haag. 29 Kunstenaars exposeren samen een grote verscheidenheid aan werken. Daardoor, maar ook door het concept, waar veel spanning in besloten ligt, is het een weerspiegeling van de Zeitgeist.

Door Carina van der Walt

Het is eigen aan alle kunstvormen om grensoverschrijdend en verkennend te zijn. Wim Bossema citeert bijvoorbeeld in de Volkskrant van 13 augustus jl. een Iraanse Nederlander over het LiteSide Festival: “Cross-over is het leven”. Op dit groeiproces in de beeldhouwkunst legt curator Sya van’t Vlie tijdelijk een deksel. Ze legt een abstract raam om haar selectie voor deze tentoonstelling door te kiezen voor “beelden die de grenzen van de sculptuur verkennen, maar niet overschrijden…” Zo’n concept sluit aan bij de ‘Zeitgeist’. Alles roept vandaag om herbezinning, terug naar de traditie en bescherming van het eigene. Dat geldt niet alleen op politieke en economische niveau, maar dringt zich hier ook voorzichtig op aan de beeldhouwkunst.

Terug naar het herkenbare

Ik ben zelf een cross-over en was daardoor iets van slag door het concept van Non-crossovers. Daarom zocht ik in deze tentoonstelling naar iets herkenbaars. Ik vond dat in de figuratieve beelden. Dat is mijn perspectief, mijn invalshoek bij een concept dat al moeilijker en ongrijpbaarder wordt. Met de figuratieve beelden kon ik beginnen aan een verkenningsproces naar ‘materiaalkeuze, kleur, wijze van presenteren, snuffelend aan andere (kunst) disciplines zonder daarmee samen te gaan, …’ 

Tegen iets anders

Wie naar de tentoonstelling gaat om beelden op sokkels in traditionele materialen van brons, steen of marmer te zien, zal teleurgesteld worden. De materialen van de beelden zijn soms kwetsbaarder dan de beeldhouwerstraditie gewend is. Hoe overdrachtelijk en duurzaam zijn vissenhuiden, medisch materiaal en nylon voor het maken van beelden? De sokkel wordt hoofdzakelijk vervangen door vloerbeelden, wandinstallaties of hangende beelden. De abstracte beelden voeren bij verre de boventoon in deze tentoonstelling en staan op scherp tegen mijn gekozen perspectief.

Zoeken naar identiteit

Claus-Pierre Leinenbach erkent dat hij geobserdeerd is door de kleuren van nylons. Zijn beeld No other man is met veel geduld en naaigaren laag voor laag opgebouwd. De drie stukken, Leg, Lips en Behind the face, vertellen samen een ogenschijnlijk fetisjistisch verhaal van een zoektocht naar een eigen (seksuele) identiteit. “Hoe ga je om met een leven zonder seks?”, vraagt Leinenbach zich af nadat allebei zijn oma’s weduwes geworden waren. Leg is een vrijstaand deel en ontwikkelt zich spontaan uit zijn eigen sokkel. Leinenbach had de sokkel al eerder gemaakt en gebruikte hem als een eigen podium. Lips hangt horizontaal tegen een wand, maar verticaal opgesteld zouden deze rode lippen ook een vagina kunnen zijn. Op de vloer ligt een hoofd met de naam Behind the face.  Met verdrietige ogen kijkt het hoofd naar de lippen en het been met zijn piemeltje. Samen vertolken ze een sterk gevoel van heimwee. 

Spel, angst en inwisselbaarheid  

Een ander beeld dat seksualiteit oppakt, is Spiderwoman van Else Ringnalda. In haar betoog verwijst Ringnalda naar het boek Homo ludens van de historicus Johan Huizinga. Hij introduceerde spel als fantasie van de ideale samenleving. Maar Ringnalda legt in twee verschillende kunstwerken de nadruk op de paradox tussen het ideaal van de man en de realiteit van de vrouw. Haar drieluik muurpanelen Misverstanden beeldt de vrouw uit als lijdende figuur in het spel met de man. In Spiderwoman veroordeelt ze cliterectomie door een bronzen spinvrouwtje op een enorm ei te plaatsen. Het ei of de sokkel bestaat uit iets zoals spinrag. Dit kleine spinnetje op de reuze sculptuur vraagt aan de kijker: “Waarom ben je zo bang voor de vrouw dat je haar wil verminken?” Door de vrouw zo uit te beelden, maakt Ringnalda een verwijzing naar de ‘black widow’-angst. Het is de angst voor het gedrag van sommige spinwijfjes om na paring hun partners te doden. Deze angst wordt vertaald naar de mens in een poging om de onmenselijke praktijk van de clitorectomie te verklaren. Het spinvrouwtje is op traditionele wijze in brons gemodelleerd, maar als een installatie opgesteld.

Ditzelfde proces van traditionele modellering – dit keer in terracotta, maar in een vernieuwende installatieachtige opstelling – wordt duidelijk in de
26 m lopende mannen van Marina van der Kooi. Het werk herinnert me aan de woorden van Ivan Vladislavić: “If you had one of anything, it was simply an object; if you had three, it was a design; if you had threehundred, it was a work of art”.  Die uitspraak is waar als je de lopende mannen ziet, maar (non-crossover) ondermijnt Van der Kooi dit effect door haar werk per strekkende meter te verkopen. Kunstenares Stephanie Rhode zei hetzelfde: “Als je minimaliseert, zien mensen het vaak niet.” En dat past perfect in de ‘Zeitgeist’. Van der Kooi legt een verband tussen haar werk en bijvoorbeeld de notenbalken in een muziekstuk van Eric Satie. De naast elkaar geplaatste losse stukken van de wandinstallatie vormen samen een aantoonbare melodie. De mannetjes zijn inwisselbaar. Het unieke, het individuele van de mens wordt sterk gerelativeerd. In de titel, 26 m lopende mannen, “breek ik zowel met de klassieke benadering als met de heroïek van het individu”, aldus van der Kooi.

Gejaagdheid en verstilde herinnering

Het reliëf neemt als een soort driedimensionaal schilderij de plaats in tussen sculptuur en schilderij. De enige twee figuratieve reliëfs op de tentoonstelling zijn Ratrace van Marianne van der Kooij en Wandelen van Carla Rump.

Ratrace is en reliëf en wandobject. Het is een gipsen afdruk van de binnenkant van een autoband waarin twee poppetjes op kinderschaatsjes zijn gemonteerd. Het werk roept tegenstrijdige herinneringen op: het aangename, maar ook het angstaanjagende van de routine van alledag.

Wandelen is tegelijkertijd reliëf, wandobject en installatie. Het is een soort ruimtelijke collage, bestaand uit een levensgrote gemodelleerde figuur in gips, vijf armen van keramiek en schaaltjes die foto’s, schetsjes en zelfs een plattegrond van Barcelona bevatten. De armen wijzen naar beneden en proberen die momenten in de schaaltjes op te vangen. De kwetsbare, serene objecten tegen de wand stellen volgens Rump geheugen en herinnering voor. 

Fragmentatie

Van Carla Rump is ook een totaal andersoortig kunstwerk uit hout te zien: Wereld. Het werk bestaat uit vijf enorme, gefragmenteerde zuilen, geïnspireerd door een tijdperk in Bologna. Aan de bovenste punten zijn er reuze, jonge gezichten in de jaarringen zichtbaar. Ze kijken allemaal, met uitzondering van eentje, naar boven. Hun adamsappels zijn heel prominent. Ze worden weergegeven als de kwetsbare punten van elke zuil. Deze zuilen blijven echter deel van deze Wereld, want ze zijn niet hemelbestormend. Ze zijn hooguit zachte stempels tegen de hemel.

In contrast met het grote aantal mannetjes in
26 m lopende mannen ligt direct daarvoor het enorme uit graniet gehakte werk Tegenvoeters van Gertjan Evenhuis. Het zijn twee liggende figuren, met hun voeten rakend aan elkaar. Een figuur kijkt naar de lucht, de andere naar de grond. Er is een draaiing zichtbaar over een afstand van ongeveer vier meter van het ene uiteinde naar het andere. De figuren zijn in stukken gehakt, gefragmenteerd. De gefragmenteerde stukken zijn elk afzonderlijk op een glazen onderplaatje bevestigd. Dat schept een illusie van beweging in contrast tot de massa van het graniet. Als ik het moet vertalen: een illusie van een cross-over.

Geen grote sprongen

Sprong van Alice Bakker is het enige figuratieve werk dat aan het plafond hangt. Het  weegt 16 kilogram, is gemaakt van cortenstaal en roept het menselijke lichaam in beweging op. “De figuratie dwingt mij om tot de grenzen van het materiaal te gaan. Vanuit mijn ervaring als amateurdanser kies ik voor het menselijke lichaam”, zegt Bakker. Het metaal is gebogen in de ledematen en roept een spiraalbeweging op. In contrast met de kortstondige actie ervan, ontstond Sprong over een lang tijdperk in twee fasen. De romp en het bovenste deel werden op het laatste moment bevestigd en aan stalen kabels opgehangen.    

Een zuiplap, ‘a table!’

Het publiek glimlacht bijna zonder uitzondering als herkenning op Hanging around en Barfly van Tom Wagenaar. Het zijn misschien de sterkste geabstraheerde figuratieve beelden op deze tentoonstelling. Ze drukken gestolde beweging uit en tonen heel letterlijk een hang naar beneden of naar balans. Wagenaar maakt bochten waar je ze niet verwacht. Ze verbinden wand en vloer of bar en vloer aan uitlopers, steeds een ferme drie-tenige stabiliteit. Barfly en Hanging around zijn uit kunststof vervaardigd en, volgens Wagenaar, geïnspireerd door het dagelijkse leven.  

Misschien is De reis van de gezegende vlinder van Anna Mul het beste symbool van deze tentoonstelling. De kunstwerken worden gedragen door een conflicterend concept. De kunsttraditie lijkt te vereisen dat alles kan vliegen. De samenleving waarin de kunst zich presenteert lijkt verkrampt door angst voor enige vlucht, behalve voor terug. Toch is de tentoonstelling een groot genoegen: er is veel visueel genot en zelfs een gevoel van hebberigheid die bij een galerie past. Ik wil ook een stukje van de 26 m lopende mannen, een van het drieluik Misverstanden of zo’n knalrode Barfly.

 

 

 

 

Comments