Cross-overs in de kunst: Johan Gelper


Cross-overs in de kunst: Johan Gelper
 

Kunstenaars die de gebaande paden verlaten en het avontuur aangaan, ontwikkelen vaak spannende cross-overs. Door zich op een totaal ander medium te richten dan waartoe ze zijn opgeleid of een bijzondere mix aan media toe te passen, krijgt hun werk een nieuwe dimensie. De Belgische kunstenaar Johan Gelper zou in eerste instantie graficus worden, maar de kunst trok te zeer. Hij switchte op Sint Lucas Hogeschool naar een opleiding schilderen en tekenen en stapte na een paar jaar over naar een vervolgopleiding Mixed Media aan het KASK in Gent. Nu werkt hij grotendeels driedimensionaal. Zijn fantasievolle assemblages en collages zijn van een ongekende schoonheid en verwijzen - ook al zijn ze abstract van vorm - vaak naar de natuur. 

Door Etienne Boileau

In een grote loods in Gent heeft Johan Gelper zijn atelier; daar spreken we elkaar. Overal om ons heen staan of hangen ‘objects trouvés’, die hij naar hartenlust gebruikt in zijn vrolijke installaties en assemblages. Daarin tref je bloem- en kelkvormen en af en toe een takje aan. Ook zie je soms een humorvolle knipoog naar de kunstgeschiedenis.

Wilde je altijd al kunstenaar worden?
Neen, ik ben in eerste instantie vanaf mijn twaalfde begonnen tekenlessen te volgen tijdens deeltijdonderwijs. Ik was wel geïnteresseerd in kunst, maar dat was alles. Daarna ging ik naar een middelbare school met kunstsecundair onderwijs, KSO geheten. Daar kreeg je allerlei kunstvakken waaronder architectuur.

En professioneel kunstonderwijs, dat heb je toch zeker ook gevolgd?
Jazeker. Na mijn middelbare school heb ik me aangemeld bij het Sint Lucas in Gent, en daar ben ik begonnen met grafische vormgeving. Er werd veel tijd besteed aan typografie en het maken van illustraties. Later kwam ik er achter dat dat niet echt was wat ik wilde. In mijn schetsboeken kwamen toen al vaak collages naar voren, dat deed ik veel liever. Ik was ook de enige die op het grafisch atelier met schildersspullen en verfborstels rondliep. Een docent raadde mij aan over te stappen naar de afdeling schilderkunst en daar heb ik nog vier jaar les gevolgd. Uiteindelijk heb ik daar ook mijn masters behaald. 

Toch was je niet helemaal tevreden?
Na die opleiding aan het KASK ben ik in de weekends begonnen aan een lerarenopleiding. Daar ging ik altijd bij de afdeling beeldhouwen kijken. Vond ik geweldig en ik realiseerde me dat ik iets wilde doen dat niet in een hokje te persen valt. Zo begon ik te zoeken naar een opleiding waarin ik driedimensionaal aan de slag kon. Ik ging op gesprek bij het KASK in Gent, afdeling Mixed Media, werd er aangenomen, en deed er een postgraduate opleiding van twee jaar. Er werd daar veel meer vanuit een conceptuele manier gewerkt. Ik heb er vooral de ruimtelijke en sculpturale aspecten van mijn werk kunnen onderzoeken, maar heb er ook veel getekend. Wat ik nu nog maak heeft daar zijn basis gekregen. 

Is de inspiratiebron voor je tekeningen en ruimtelijke objecten dezelfde?
Zeker, maar het is wel een andere concentratie van waarneming. Mijn tekeningen en collages zijn wel wat autonomer, ik werk daarin in reeksen en probeer naar een sterk tweedimensionaal beeld te komen. Een van mijn grote inspiraties daarin is Paul Klee. Mijn ruimtelijk werk is daarentegen veel organischer. Sculptuur staat direct in de ruimte, moet langs alle kanten goed zijn, is ook fysieker. Het worden bij mij vaak grote installaties, dus vooral veel opbouwen, afbreken en zo. De overblijfselen van die installaties kunnen later weer uitgangspunt zijn voor een sculptuur. Ik maak ook veel collages en van daaruit is het naar een assemblage slechts een kleine stap.

Je werkt veel met gevonden voorwerpen?
De meest banale voorwerpen kunnen gelinkt worden aan kunst zoals de avant-garde in het verleden heeft bewezen. Je vindt in mijn werk een zekere wisselwerking tussen cultuur en natuur. En je treft  er ook associaties en persoonlijke links naar bestaande kunstwerken uit de kunstgeschiedenis in aan. Het gaat dan meer om beeldassociaties, combinaties en inhoudelijke verwijzingen naar andere kunstenaars, vaak uit bewondering, maar ook vanuit een bepaalde (hedendaagse) context. Het eindresultaat moet wel een soort van verschuiving geven waardoor iets nieuws is ontstaan. Soms is dat bijna humoristisch. Op die manier put ik inspiratie uit het werk van diverse kunstenaars waaronder Alexander Calder, Auke de Vries, Georges Vantongerloo, en Michelangelo Pistoletto.  
Ook ben ik fan van het constructivisme en de objecten van Naum Gabo. In het constructivisme geldt de stelregel dat een sculptuur niet het ding zelf is, maar vooral de ruimte eromheen. Hoe presenteer je een beeld, hoe hoog staat het? Dat is allemaal heel belangrijk. Ik noem mijn sculpturen daarom ‘demonteerbare ruimtelijke tekeningen’. 

Wat bedoel je precies met demonteerbaar?
Mijn sculpturen en installaties bestaan allemaal uit losse onderdelen waarmee ik kan variëren afhankelijk van de ruimte waar ze komen te staan; dat is het onderliggende concept. Deze ruimtelijke sculptuur hier in mijn atelier, heb ik uit elkaar gehaald omdat ik niet tevreden was. Vervolgens heb ik een assemblage gemaakt met een paar afzonderlijke delen, die ik anders gerangschikt heb en op de muur heb geplaatst. Ik heb er later nog een complementaire kleur aan toegevoegd, en nu klopt het beeld wel! 

www.johangelper.com

Comments