Daan Roosegaarde

Daan Roosegaarde in het Groninger Museum


Sinds de opening van het gebouw van architect Mendini in 1994 heeft het Groninger Museum een reputatie opgebouwd met originele en gedurfde exposities. Een ideaal podium voor de eerste museale presentatie van Daan Roosegaarde zo lijkt het, die ook graag gebaande paden vermijdt of verlegd. 

Door Geraart Westerink

Al een aantal jaren geleden benaderde het Groninger Museum Daan Roosegaarde met het verzoek om een tentoonstelling met zijn werk te mogen maken. De kunstenaar reageerde enthousiast, maar met een slag om de arm. Het moest geen doorsnee presentatie worden. Hij “(…) griezelde van het idee van een klassieke tentoonstelling met strak opgestelde werkjes op sokkels, maquettes in hermetisch afgesloten vitrines en foto’s keurig in series op de wand”. Wie het oeuvre van Roosegaarde een beetje kent begrijpt dat voorbehoud. Hij is een echte buitenkunstenaar, die overwegend werk maakt in de openbare, publieke ruimte, meestal in opdracht. Daarbij bedient hij zich van onorthodoxe middelen die moeilijk lijken over te zetten naar een strak omkaderde binnenruimte. Als kind speelde hij al bij voorkeur buiten. Later raakte hij geïnspireerd door kunstenaars als Michael Heizer, Walter De Maria en Robert Smithson, die grote ingrepen deden in de dagelijkse omgeving en van wie ook werk relatief dicht bij huis te zien is of was (Sonsbeek-Emmen/Flevopolders). Zo werd de basis gelegd voor de tomeloze creativiteit, inventiviteit en onderzoeksdrang die zijn projecten kenmerkt. Het (Nederlandse) landschap is daarbij vaak zowel uitgangspunt als werkterrein. Met behulp van onder meer licht, water en energie gebruikt hij het als laboratorium voor zijn beeldende en technische experimenten, die zich vaak richten op actuele vraagstukken, met name op het gebied van de milieuproblematiek. In de rol van kunstenaar en uitvinder, die hij beide vloeiend en harmonieus vermengd, lukt het hem om originele technische oplossingen op een visueel aantrekkelijke manier te vertalen, die de toeschouwers verrast, verbaast en soms ook verbijsterd, die hen verrukt of boos maakt, maar die hen vrijwel altijd aan het denken zet, want de interactie tussen Roosegaarde en zijn publiek speelt een essentiële rol in zijn werk. Hij hoopt het publiek bewust te maken van allerlei actuele ontwikkelingen en problemen en van de mogelijke oplossingen daarvoor. Oplossingen waarvoor hijzelf graag een voorzet geeft. 

Actief

Publieksparticipatie was ook een belangrijk uitgangspunt voor het tentoonstellingsconcept dat hij en zijn team aan het museum presenteerden. Roosegaarde wil het publiek confronteren met de eigen aanwezigheid, wat moet leiden tot actieve deelname, waarbij de traditionele rol van passieve kijker wordt ondergraven. De wijze waarop de bezoeker reageert op het werk is er een integraal onderdeel van: is hij creatief of reflectief, impulsief of terughoudend, solistisch of sociaal, neemt hij deel of kijkt hij toe? De toeschouwer mag overal aanzitten en vrij reageren op wat er om hem heen gebeurt, samen of met anderen. Presence is een tentoonstelling die misschien wel net zoveel zegt over de bezoeker als over de vertegenwoordigde kunstenaar. Roosegaarde benadrukt op kritische wijze de rol van het brein (van het denken) bij het interpreteren en consumeren van beeldende kunst. Hij wil het publiek daarvan doorgronden, maar er tegelijkertijd van verlossen, door hun fysieke aanwezigheid te benadrukken, door duidelijk te maken dat een mens meer is dan een stel hersens met ogen. Hierdoor hoopt hij dat oude gewoontes en patronen worden doorbroken, alternatieve mogelijkheden worden verkend, frisse ideeën opborrelen en nieuwe inzichten rijpen. 

Om dit alles teweeg te brengen is een aantal ruimtes ingericht, al is inrichten een groot woord, omdat met marginale ingrepen een maximaal effect is nagestreefd en veel elementen verplaatsbaar zijn. Eigenlijk draait het hele concept om het spel tussen licht en donker. De gebruikte museumzalen zijn compleet verduisterd. Daarin bevinden zich allerlei lichtgevende of lichtgevoelige elementen die per zaal verschillen. In de eerste ruimte scant een grote lichtbron als een kopieerapparaat de bezoeker en laat nabeelden achter op de vloer. In een andere ruimte noden bollen van uiteenlopende grootte hem tot actie. Een bewegende lichtbron tekent silhouetten af tegen de bol, de vloer of de wanden, waardoor boeiende composities ontstaan waarop het publiek zelf invloed uit kan oefenen. In een andere ruimte liggen lichtgevoelige korrels op de vloer. Door er doorheen te lopen, mee te gooien of te schuiven kun je tekenen op de grond. Boeiender nog is het bijna kalligrafische effect van een aantal kleine bollen die een gerichte lichtstraal bevatten die bij het voortrollen grillige tekens achterlaten op de vloer. Hoe de toeschouwer ook handelt, geregisseerd of spontaan, hij heeft altijd invloed op de ruimte, met bedoelde en onbedoelde effecten. Dat concept blijkt te werken. Van de gewijde, eerbiedige stilte die een gemiddelde expositie kenmerkt is niets te merken. Bezoekers lachen, of zijn (aangenaam) verward en verbaasd. Kleine kinderen gaan compleet door het lint. Zij zullen een onuitwisbare indruk overhouden aan hun eerste museumbezoek. Alleen daarom al is Presence de moeite waard.

Daan Roosegaarde, Presence, Groninger Museum, 22 juni 2019 t/m 12 januari 2020, www.groningermuseum.nl

 

Comments