David Goldblatt

David Goldblatt: Ubuntu langs breuklijnen 

Afgelopen september ontmoette ik de Grand Old Man van de Zuid Afrikaanse fotografie David Goldblatt aan de bovenpunt van Longstreet in Kaapstad. Zijn werk op de onlangs afgesloten 54ste Biënnale van Venetië was aanleiding voor deze ontmoeting. In Venetië was zijn werk geen onderdeel van het Zuid-Afrikaanse paviljoen. Hij was als zelfstandige kunstenaar uitgenodigd door curator Bice Curiger. Kort tevoren had hij de grootste fotografie- en filmboekenprijs in Groot Brittannië in ontvangst mogen nemen. TJ: Johannesburg Photographs 1948-2010 / Double Negative: A Novel, ontving afgelopen mei de Kraszna-Krausz-prijs. Het gaat hier om een dubbeluitgave van Goldblatt’s foto’s van Johannesburg en een roman van de Jo’burgse schrijver Ivan Vladislaviç, Double Negative. De prijs wordt dus gedeeld. Delen doet Goldblatt al zijn hele leven als actieve fotograaf, al zestig jaar lang. 

Door Carina van der Walt 

Bij onze ontmoeting is de handdruk van de 81-jarige Goldblatt ferm. Zijn stem is hartelijk. Zijn blik is onderzoekend en scherp zoals je van een wereldberoemde fotograaf denkt te moeten verwachten. Hij biedt me direct een stoel en een glaasje rode wijn aan. Alleen vanmiddag had hij tijd voor een interview. Zijn andere dagen in Kaapstad zijn volgepland, vertelde hij met een gereserveerde houding.  

Achtergrond


In Beelden 2#2011 beschrijft Astrid Tanis het werk van Goldblatt als een hoogtepunt op de Biënnale. De foto die erbij geplaatst is, heet Cosmo City, 14 Aug. 2009. Het is een beeld van een nieuwbouwwijk buiten Johannesburg. De naam van de serie waarin deze foto  gepresenteerd werd, is Something old, something new and some much the same. De foto straalt iets uit van een getto. Cosmo City toont rijen en rijen identieke huisjes, weinig bestrating en straatverlichting, geen openbaar vervoer met voorzieningen zoals bushaltes, geen telefonen, parken of speelplaatsen voor kinderen. Hoe het zit met sanitair en elektriciteitsvoorziening in die huisjes is onduidelijk. Cosmo City is een mooi voorbeeld van het gebrek aan creatieve stedenbouwkundige plannen van Johannesburg in het Post-Apartheidstijdperk. Het is ook een typische foto van Goldblatt.
 

CvdW: Is een foto zoals Cosmo City, 14 Aug. 2009 objectief bedoeld?

DG: Al mijn werk is politiek geëngageerd.

Geografische breuklijnen 

CvdW: Probeert u om een overzicht van Johannesburg te geven in uw foto’s.

DG: Nee. Mijn foto’s geven een fragmentarische blik. Het is onvolledig. Deels als gevolg van mijn interesse voor een bepaalde tijd. Maar ook omdat Johannesburg een stad is die zich langs breuklijnen ontwikkelt. Geografisch lopen de breuklijnen langs vervallen voorsteden zonder basisvoorzieningen. Snelle, ongestructureerde nieuwbouw komt erbij, maar dat maakt het niet beter. Hiervoor heb ik altijd oog. Mijn foto’s van Johannesburg volgen hoofdzakelijk de breuklijnen in klasse en in ras. Ik concentreer me op wat er ‘is’. 

De groeiende breuklijnen in een zich ontwikkelend Johannesburg zijn des te zichtbaarder naast een toename in het aantal ommuurde villa’s met geëlektrificeerde beveiliging. Voor de Nouveau riche, die bestaat uit een groeiend laagje zwarten en een meerderheid blanken, is toegang tot de villa’s slechts mogelijk via de afstandsbediening vanuit luxe auto’s. Het duidt op grote klassenverschillen. En klassenverschillen in Johannesburg en in de rest van Zuid-Afrika zijn nog steeds hoofdzakelijk ingebed in raciale verschillen. Vooral de zwarte jeugd is ongeschoold en werkeloos. Uit werkeloosheid komt vaak criminaliteit voort.    

Bekroonde publicatie

CvdW: Wat betekent ‘TJ’ in de titel van uw bekroonde fotoboek TJ: Johannesburg Photographs 1948-2010 / Double Negative: A Novel?

DG: Tijdens de apartheidsjaren was ‘TJ’ plus een eigen bijkomende cijfercode de nummerplaataanduiding van alle auto’s in Johannesburg. Het staat voor: Transvaal Johannesburg. 

CvdW: Hoe ontstond de samenwerking in een fotoboek en een roman tussen Vladislaviç en u?

DG: We wonen en werken allebei in Johannesburg. Ons werk gaat over Johannesburg. We ontmoetten elkaar regelmatig. Op een keer gaf ik hem een aantal prints. We praatten erover. Ivan wou een aantal essays schrijven, maar ik drong aan op een zelfstandige roman.  

Het boek wordt als een unieke samenwerking gezien tussen fotograaf en schrijver. Marlene van Niekerk beschreef tijdens de boekpresentatie bij de Goodman Gallery in Johannesburg de samenwerking als een ‘voorzichtig dialectisch proces waarin de twee elkaar voeden en versterken. Goldblatt en Vladislaviç … combineren twee kunstvormen zonder dat de ene de andere domineert...’ Het wordt al snel in Double Negative duidelijk dat fotograaf en schrijver eender denken: “The seductive mysteries of things as they are, the scent of the roses and the pale stain in the west ran together in my senses.” (p.16) In de roman leert een jongeman bij een oude fotograaf Auerbach hoe hij moet kijken. Toch voelt Goldblatt niet per se dat Auerbach als personage op hem zelf gemodelleerd is in de roman. De eerste druk van fotoboek en roman kwam uit in een oplage van slechts 1000 exemplaren. Toen deze uitverkocht was, zijn de twee boeken afzonderlijk uitgebracht. Het was een door de uitgever van tevoren gepland huwelijk en dito echtscheiding, volgens Goldblatt.   

Verontwaardiging in Venetië

Bij IllumiNATIONS, de Biënnale van Venetië dit jaar, was Goldblatt niet onder de indruk van de tentoonstellingsruimte. De Zweedse curator Curiger noemde de vier ruimtes, die door kunstenaars gedeeld moesten worden, ‘para-paviljoenen’. In de Padiglione Centrale deelde Goldblatt de ruimte met de Poolse kunstenaar Monika Sosnowska. Een reuze sterconstructie van ongeveer 20 x 25 meter ligt in het midden. De binnenwanden van de deze ster waren toegezegd voor zijn foto’s. 

CvdW: Wat dacht u van de tentoonstellingsruimte samen met Monika Sosnowska in Venetië?

DG: Niemand vertelde mij vooraf iets over het ontwerp van de ruimte die aan mij toegezegd was. Ik denk ook dat de ster van Sosnowska niet ontworpen was om te gebruiken. Het was hoogst onpraktisch. De ruimte voor mijn foto’s was uiterst beperkt. De ster deconstrueerde het meeste van de bruikbare tentoonstellingsruimte.  

Sociale breuklijnen


Zijn fotoserie Ex-Offenders and the scene of crime is ook zoals Cosmo City politiek geëngageerd. Zoals vele Zuid-Afrikanen was Goldblatt zelf ook eens slachtoffer van gewapende rovers. Zuid-Afrikanen kennen angst. Ze gebruiken veel van hun inkomen om hun leven en eigendom te beschermen. Toch blijft de Zuid-Afrikaanse samenleving extreem kwetsbaar voor aanvallen door mensen die hun eigendom willen kapot maken of hun levens willen beëindigen.  
 

CvdW: Welke vragen stelde u aan uzelf na die aanval?

DG: Wie zijn de mensen die zoiets doen? Zijn het monsters? Of gewone mensen? Zouden het mijn kinderen kunnen zijn? 

CvdW: U pakte uw trauma anders aan dan uw mede-Zuid-Afrikanen, die veel van hun geld stoppen in beveiliging. Kunt u iets hierover vertellen? 

DG: Ik wilde de statistieken induiken en sommige van deze misdadigers als individuele mensen ontmoeten. Ik wilde ze portretteren. En wel op de plaats van misdaad. Deze plekken hebben een geladen betekenis.     

Het was geen gemakkelijke taak om voormalige overtreders te vinden die bereid waren om als fotomodellen op te treden. Het zijn mensen die juist onzichtbaar willen blijven in een periode van rehabilitatie in de samenleving. De vragen die Goldblatt voor hen voor ogen had waren confronterend.


Mike Mackay at the crossing where he assaulted the man who was having an affair with his wife, St. James, Cape Town 

22 August 2010

Mike Mackay was born in 1967, in Tygervalley, one of 7 children. His father was away, working on ships. Mike was 8 when his uncle sent him and his brother to sell stolen copies of the Sunday Times in Woodstock. A young boy stabbed Mike’s brother with a screwdriver and took his money. Mike pulled out the screwdriver, stabbed the assailant with it and robbed him. Mike then started stealing lead off the roofs of suburban houses to sell for food money. He was caught by a householder, who offered him a job as a drug runner. Mike delivered dagga on the way to school and collected money on the way home. Aged 10 he moved up the dealer’s ladder and became a successful enforcer. At 16 he joined the army and dealt drugs to troops. Discharged at 17, he curried on drug running, driving drug-laden cars up to Beaufort West for R22,000 per trip. After a brief stint in the navy, Mike took work with a pimp to stay clear of the drug dealers. He chauffeured prostitutes and took care of problem clients. He married Tracy, his son’s mother. She was not faithful. Hitching home after a night out with his brother, a driver taunted them by stopping and then driving off just as they reached his car. When Mike realized this is Tracy’s lover he jumped on the car’s bonnet at this traffic light. Punched through its windscreen and beat up the driver. Sentences to 5 years for assault with intent to do grievous bodily harm he served 6 months and 9 under house arrest. Peter Smith, a builder whom Mike met while selling torches door- to-door, gave him a job. “First person that treated me like a human being.” Now 43, Mike works as a carpenter and is trying to straighten his son who has been in jail and allegedly steals and take drugs.

Lees het hele artikel in Beelden 4#2011. Neem een abonnement of vraag een proefnummer aan.

Comments