De Kracht van Heden

Aan kracht verliezen

In 1993 toonde Het Fonds voor Beeldende Kunst Vormgeving en Bouwkunst het werk van 45 kunstenaars die in de eerste vijf jaar van het bestaan van het Fonds een subsidie hadden gekregen. Een selectie uit 1.500 gelukkigen. Zo zou je ze nu noemen, nu het hele stelsel op instorten staat. Het bedrag hielp hen in het zadel, of stelde hen voor een poos vrij van marktgerichte activiteiten. Wat is er van hen geworden, en in hoeverre heeft de beurs die ze ontvingen daaraan bijgedragen? Een vraag die actueel is, nu velen vinden dat kunstenaars en kunstinstellingen rechtstreeks de markt op moeten. “Ze zijn nu lang genoeg gepamperd. Basta”, klinkt het alom. Wat gaat daarmee verloren?

Door Ans van Berkum

“De 45 presentaties zijn exemplarisch” zegt Fondsvoorzitter Cato Kramer in de catalogus. “Zij dragen de kracht, de energie van het heden in zich. Energie die gesteund en gestimuleerd wordt door het Fonds”. Zou die kracht zich ook zonder Fonds hebben gemanifesteerd? Op de tentoonstelling De Kracht van Heden, die op dit moment in De Paviljoens in Almere wordt getoond, kun je het boek nog eens inzien. Veel namen zijn inderdaad heel bekend geworden. Opvallend is dat dat in elk geval voor vrijwel alle architecten geldt. Anderen, vooral de vrije vormgevers, zijn blijven worstelen in de marge. Daarbij komt dat elke bekendheid uiteraard relatief is en zeker niet synoniem aan betekenis en kwaliteit. Er zijn voorbeelden te over van kunstenaars die volkomen onbekend bleven en uiteindelijk schokkend belangrijk bleken. Het is goed dat de kunstwereld daarvan doordrongen blijft, om niet in valse argumenten verstrikt te raken. Schuif de latere ‘bekendheid’ niet te veel naar voren, als het er om gaat om de verdediging van de stelling dat subsidiëring goed is. Misschien is het beter te bezien of de gesubsidieerden eerder ‘op eigen kracht’ - mentaal en economisch - verder konden, dan zij die geen beurzen kregen.

In het kader van de reeks ‘De Nederlandse Identiteit’ toont De Paviljoens nu een nieuwe selectie van kunstenaars die toen en ook later subsidie kregen. Een sprankelend verhaal, waarin werk figureert dat je graag nog eens terug ziet. De strandfoto’s van Rineke Dijkstra, waarop iedereen zo ongewoon zichzelf is. De installatie Non Stop Tokyo van Fransje Killaars, die je overweldigend laat ervaren dat kleur rechtstreeks met gevoel communiceert; en een project van Roy Villevoye in Papua Nieuw Guinea, dat zowel culturele verschillen uitlicht als deze overbrugt.

Blaka Watra Spiders

Interessant vond ik het project van Saskia Jansen waarin ze drugsverslaafde bezoekers van een Amsterdams centrum spinnenwebben laat tekenen. Ze had ontdekt dat in de jaren vijftig experimenten werden gedaan met gedrogeerde spinnen. De wonderlijk vervormde webben die deze weefden, waren exact te herleiden tot de verschillende soorten drugs die hen waren toegediend. Janssen drukt ze af in haar verslag van het project. Toch gebruikte ze de onder haar aansporing getekende webben van de drugverslaafden niet om verbanden te leggen tussen persoonlijkheidvervormingen en specifiek drugsgebruik. Ze zag de tekeningen louter als zelfportretten van de makers en interpreteerde niets. In dit geval vind ik de grens die de kunstenaar zich stelde best jammer. Mijn nieuwsgierigheid wordt gewekt maar niet bevredigd. Kan interdisciplinair werken niet ook veel voor de kunst betekenen?

Uitgebalanceerd

De tentoonstelling in de Paviljoens is afwisselend, maar toch uitgebalanceerd door de goede plaatsing van de werken in de ruimte. Dat is een verdienste als je werk van zoveel kunstenaars bijeenbrengt. Dat de afzonderlijke makers als individuen voor de mensen die hen nog niet kennen daarbij wat in het donker blijven, is niet te voorkomen. Het getoonde werk met papieren pijltjes van Navid Tuur bijvoorbeeld, kan alleen maar vragen oproepen naar zijn algemene bedoelingen en uitgangspunten, terwijl het werk van Guido van der Werve ook zonder de context van zijn oeuvre begrijpelijk en boeiend is. Ik kan me voorstelen dat het niet mogelijk was allemaal werken te kiezen die deze compleetheid in zich hebben. Mensen die de tentoonstelling als een begin van een verdere zoektocht beschouwen, een naam onthouden en er thuis op Internet nog eens naar zoeken, krijgen pas echt een beeld van De Kracht van Heden.

 

Comments