Eja Siepman van den Berg

De inspiratiebronnen van Eja Siepman van den Berg


In de 19e-eeuwse villa Hinkeloord, een van de tentoonstellingslocaties van Beeldengalerij Het Depot in Wageningen, is een permanente collectie te zien van het werk van Eja Siepman van den Berg. Siepman maakt abstracte beelden met het menselijk lichaam als uitgangspunt. Onderin de villa is nu een tentoonstelling met werk van kunstenaars door wie zij zich heeft laten inspireren, onder wie George Minne en Charles Despiau. Dat is opmerkelijk. Een symbolistische beeldhouwer van door emoties gekwelde jongelingen en een klassiek-moderne beeldhouwer die enkele iconische standbeelden maakte maar nog beroemder werd als portrettist, blijken kunstenaars te zijn bij wie Eja Siepman zich thuis voelt. Dit terwijl zij zelf zegt niets met emoties te hebben en terwijl zij bijna nooit portretten maakt en van abstracte kunst houdt. Wat zouden dan de raakvlakken kunnen zijn?

Door Judith van Beukering

De Franse beeldhouwer Charles Despiau (1874-1946) vroeg veel van zijn modellen. Er waren namelijk eindeloze poseersessies nodig om een portret te maken want Despiau wilde een perfecte balans creëren tussen de individuele trekken van de geportretteerde en een ‘ideale’ sculptuur. Om tot deze synthese te komen moest hij tijdens het modelleren steeds weer alle vormen, vlakken en lijnen samenbrengen. Net als Despiau dat deed, modelleert Eja Siepman haar beelden. En ook bij haar kost het doorwerken van de beelden die zij maakt in was, heel veel tijd. Siepman werkt echter niet met een levend model voor ogen, maar met het idee van een beeld dat zij in haar hoofd heeft. Die ideeën kunnen door van alles getriggerd worden, van een televisiereclame tot een meubelstuk. De zigzagstoel van Rietveld bracht haar bijvoorbeeld op het idee van een knielende vorm voor een beeld.

Vormsculpturen

Charles Despiau maakte overigens geen portretten in de strikte zin van het woord. Hij beschouwde zijn portretbustes allereerst als volledige sculpturen en daarnaast als portretten. Het oppervlak van zijn werk was doorgaans vrij glad, hij wilde niet dat er zoals bij de impressionisten van alles aan het oppervlak gebeurde. Het ging hem erom om een vormsculptuur te maken, een ruimtelijke ordening van volumes, lijnen en vlakken. De torsen en fragmenten van Siepman zijn ook bedoeld als volledige sculpturen en zijn bij uitstek vormsculpturen. Aan welk onderdeel van het menselijk lichaam zij refereert, is bepalend voor de vorm. Zien we bijvoorbeeld alleen een deel van de romp, een stuk van de buik met bovenbenen, dan is de vorm heel compact en gesloten. Is het beeld bijna ten voeten uit, met een houding in contrapost dan is de vorm langgerekt en open. Net als Despiau onderwerpt Siepman de anatomie van haar beelden aan een strenge ordening. Ze zegt hierover: “ik probeer telkens tot een formele oplossing te komen binnen het krachtenveld dat begrensd wordt door organische en mathematische componenten. De architectuur van het lichaam is daarbij alleen het vertrekpunt. In die zin zijn mijn beelden abstract te noemen.”

Emotie versus vormemotie

Bij Eja Siepman lijkt het gladde lichaam van een jonge man of vrouw vaak het idee voor een beeld te hebben gevoed. De Belgische George Minne (1866-1941) maakte ook beelden van juveniele figuren. Maar daar waar de jongelingen van Minne overstromen van emotie en enorm kwetsbaar ogen, zijn de beelden van Siepman hoogstens fragiel te noemen. Eja Siepman: “Ik wil helemaal geen emoties uitdrukken of oproepen. Hoofd en armen laat ik weg, want die hebben een psychologische lading die ik er niet in wil. Wel het sensuele. Maar dat is iets anders, dat zijn vormemoties. Een oppervlak vormgeven, dat vind ik op zichzelf al een heel warm iets.” De tentoongestelde figuur van Minne Geknielde Jongeling dateert uit 1925 en tegen die tijd waren de heftige emoties in zijn beelden al wat gekalmeerd. De knielende vorm van het werk is waarschijnlijk ook iets waar Siepman zich in herkent. 

Andere tentoongestelde ‘inspiratiebronnen’ zijn Eva Mendlik en Charlotte van Pallandt. Van Eva Mendlik kreeg Eja Siepman haar eerste beeldhouwlessen. En uit handen van Charlotte van Pallandt, de ‘grande dame’ van de Nederlandse beeldhouwkunst, ontving zij als eerste de Charlotte van Pallandtprijs, de aanmoedigingsprijs voor jonge beeldhouwers. 

Het verzamelen van kunstwerken is niet iets wat hoog op de agenda staat van Beeldengalerij Het Depot. Bijzonder is daarom dat drie van de tentoongestelde werken zijn aangekocht: de genoemde Geknielde Jongeling van George Minne, Grote Tors van Charlotte van Pallandt en de Bacchus ou Dionysos van Charles Despiau. Wat jammer is, is dat dit laatste beeld, een voorstudie van diens Apollo, binnen zijn oeuvre nu net een standbeeld is dat minder goed is doorgewerkt. De Grote Tors van Van Pallandt is daarentegen een krachtig beeld, een overtuigende sculptuur waaraan Eja Siepman zich heeft kunnen spiegelen. 

De inspiratiebronnen van Eja Siepman van den Berg, Het Depot, Wageningen, 16 juni 2019 t/m 26 januari 2020, www.hetdepot.nl

Comments