Façade

Façade in binnenstad Middelburg: anders kijken naar de omgeving

In de binnenstad van Middelburg is nog tot en met 18 november de buitenmanifestatie Façade 2012 te zien. Deze manifestatie bestaat uit een kunstroute met veertien ingrepen in het stadsgezicht door internationaal werkende kunstenaars. Hun op de architectuur geënte installaties zijn ingebed in een randprogramma dat ingaat op vragen hoe Middelburg als casus exemplarisch is voor de Nederlandse stad van de 21ste eeuw, waarin het begrip authenticiteit centraal staat. Daarnaast wordt ingegaan op de maakbaarheid van de stad en city branding.

Door Piet Augustijn

De installaties verwonderen, betoveren en verbeelden (volgens het persbericht), maar zetten ook aan tot nadenken over hoe Middelburg er werkelijk uitziet. Middelburg staat bij de meeste mensen te boek als een mooi oud stadje, een geliefde woonplek, goed voor een fijn dagje uit. Aan dit imago is decennia lang gebouwd. Maar zoals met veel imago's, wringt dit met de werkelijkheid. Veel toeristische publicaties roemen Middelburg als monumentenstad en gaan voorbij aan het feit dat veel van het beschermde stadsgezicht dateert uit de naoorlogse wederopbouw. Een echte stadsgeschiedenis – de beschieting van Middelburg in 1940 en de daaropvolgende brand die honderden panden verwoestte – wordt daarmee uitgewist. Het doel van Façade 2012 is te laten zien dat beeldende kunst mogelijkheden geeft om anders naar de omgeving te kijken, dat het de stad verlevendigt en een economische impuls kan zijn. Deelnemende kunstenaars zijn Marinus Boezem, Thorsten Brinkmann, Karin van Dam, Tamara Dees, Filip Dujardin, Olaf Holzapfel, Tadashi Kawamata, Krijn de Koning, Renato Nicolodi, Tobias Rehberger, Daan Roosegaarde, George Rousse, Sarah & Charles en Joost van den Toorn.


Observatorium

In de kruidentuin van de Abdij in het centrum van Middelburg is het weldadig stil. Een mix van geurtjes verwijst direct naar de functie en het gebruik van de tuin: een grote verzameling kruiden met elk een eigen geur. Het is wat vochtig, maar ook koel. Even weg uit de drukke stad. In het midden van de kleine tuin staat het witte beeld Observatorium van Karin van Dam (1959). Het verheft zich van de aarde, is op weg ergens heen en benadrukt de tijdelijkheid. De constructie van steigerpijpen, bekroond met een stalen koepel, heeft veel weg van een tent die opgepakt en meegenomen kan worden. De scheerlijnen die de vluchtige tent op zijn plaats houden, versterken dat idee van tijdelijkheid. Ze houden iets vast dat eigenlijk weg wil. Het beeld is opgebouwd uit stootwillen, cilindervormige kunststof kussens die gebruikt worden bij boten om beschadigingen bij het afmeren te voorkomen. Ze transformeren de tent tot een luchtschip dat tijdelijk aanmeert op de plaats van bestemming. De stootwillen zijn opvallend wit. Dat geeft die eigenzinnige vormen het aanzien van breekbaar porselein terwijl ze de weerstand hebben om een botsing van twee massa’s zacht te laten verlopen. De stootwillen zijn metaforen voor een bestaan van reizen en trekken; de rust is gevonden in de binnentuin van de abdij. Hoewel het een robuust beeld is, lijkt het ook kwetsbaar. Een tere witte bloem die in harmonie met de groene omgeving tot volle wasdom is gekomen. Karin van Dam heeft met Observatorium een meditatieve plek gecreëerd. “Ze maakt het idee van de migratie zichtbaar, die beweging tussen de beslotenheid van de aarde en de openheid van de lucht. Dat is de veranderlijke ruimte van de stad, een wereld die tegelijkertijd zichtbaar en onzichtbaar is, die zich beschermend sluit en zich energiek opent”, schrijft Frits de Coninck in de catalogus. Die extra uitleg gaat me net iets te ver; ik heb genoeg aan de tent en de bloem.

De ingrepen zijn over het algemeen fors en robuust. Gemaakt voor de buitenruimte en meestal verwijzend naar de geschiedenis van de plek waar het is geplaatst. De Profundis van Renato Nicolodi (1980) is zo’n beeld. De poort die hij heeft gebouwd op het bolwerk aan de Seissingel heeft vijf openingen op drie verschillende niveaus. Die gelaagdheid staat voor een afdaling en in meer spirituele zin voor Dantes beschrijving van de reis vanuit de hel via het vagevuur naar het paradijs. Het is een zwart, monumentaal beeld dat oprijst uit de aarde en daarmee de idee oproept van een verborgen ruimte. In die zin werkt het als een façade die toont en nog veel meer verbergt. Verborgen achter de struiken van het park (en dus ook achter het beeld) ligt de Joodse begraafplaats. Deze grond verbindt de akker waar de doden rusten met het herinneringsbeeld. De openingen zijn gericht op de singel. Alsof de blik van wie komt aanrijden gevangen en gekadreerd wordt om vervolgens gestuurd te worden naar wat onzichtbaar is: de dood en de tijd. Dit beeld wil een poort zijn tot de menselijke verbeelding die de doden levend houdt. De installaties van Nicolodi hebben de stijlkenmerken van het classicisme, een stijl die beladen is omdat ze favoriet was bij de bouwmeesters van het Derde Rijk. Een herinnering aan een nog altijd niet geheel verwerkt verleden. Zijn werken zijn een persoonlijke zoektocht naar die herinnering en voegen zich in Middelburg bij de herinneringen aan de Joodse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog.

Passage 2012                                                                                                                          

De ingreep van Marinus Boezem (1934) is wat subtieler. Hij vereeuwigde in het project Passage de namen van mensen die ooit Middelburg binnenkwamen op stenen in het plaveisel bij de Koepoort, een van de belangrijkste toegangspoorten tot de stad. Door deze poort, gebouwd in 1735, liepen vorsten, wetenschappers, politici, kunstenaars, markante bewoners en toevallige bezoekers de stad in. Ze hebben er niet alleen gelopen, ze hebben er vooral hun geestelijke voetafdruk achtergelaten. Nu lezen we de namen van Luciano Fabro, Piet Mondriaan, John Cage, Arend Rothuizen en vele anderen. Elke naam heeft met Middelburg van doen. De 25 stenen willen niet gedenken maar oproepen, niet vereeuwigen maar tot leven wekken in de stad van nu en morgen. De stenen spiegelen verleden en toekomst van Middelburg, een stad die een levend organisme is dat voortdurend verandert. Een stad moet nooit af willen zijn. Maar ze moet ook een vrijplaats durven zijn voor denkers, durvers, visionairen, mensen dus die de grenzen over durven gaan en daarmee de cultuur vormen en voeden. Bij de Koepoort zijn ze aanwezig als een tapijt van gebeitelde namen die ad random de stad in schuiven. Neergelegd door die andere markante Middelburger: Marinus Boezem.

Joost van den Toorn (1954) plaatste op diverse plekken in de stad , waaronder prominent op de St. Norbertus toren, porseleinen beelden van de Middelburgse stadsheilige Norbertus. Het is het verhaal van Tanchelm, één van de grootste ketters uit de Nederlandse geschiedenis. Een priester die de rijkdom en macht van de kerk aan de kaak stelde en in Zeeland en Vlaanderen een enorme aanhang had. Norbertus werd er in 1124 door Rome op uitgestuurd om korte metten te maken met zowel de volgers als de ideeën van Tanchelm, die in 1115 door een priester werd vermoord. Vanaf sokkels op Middelburgse gebouwen vertellen de diverse exemplaren van het beeld ons het uitgegumde verhaal.

Molen  

Een tot ieders verbeelding sprekend beeld is de Windmolen van Tadashi Kawamata (1953) op het bolwerk aan de Noordsingel. Voor Kawamata is de historische context van de plaats waar hij bouwt van groot belang. Het gaat hem vooral om de geest van een plek. Op deze locatie hebben altijd molens gestaan die door de eeuwen heen het leven van de Middelburgers mogelijk hebben gemaakt door de wind om te zetten in energie waarmee het graan kon worden gemalen. En nog steeds staan er twee stellingmolens. Deze molen is de realisatie van een idee, geen letterlijke kopie van een historische molen. Van een maalinstallatie is deze molen tot een beeld geworden, en is de kijker geen bezoeker maar een beschouwer van een idee. Het idee molen, een cliché van een molen bijna, maar aaibaar en dichtbij.

Wandelend door de sfeervolle straten van Middelburg kom je de ene verrassing na de andere tegen. De bloemkiosk van Tobias Rehberger (1966) op de Koningsbrug bijvoorbeeld, de uit afgedankte spullen opgebouwde Delights van Thorsten Brinkmann (1971) of de afgebakende ruimte van Krijn de Koning (1963) in stadspark Molenwater. Een tegenvaller is het als een beeld niet werkt, zoals het werk Soliton van Tamara Dees (1971). Ook na lang wachten was er geen golf in het water te bekennen. Een tekortkoming is het ontbreken van de catalogus als de tentoonstelling al is begonnen. De bordjes bij alle installaties maakten echter veel goed.

Façade 2012 is een interessante manifestatie met een mooie afwisseling van stedelijke bebouwing, beelden, natuur en historie. Waarbij het woordje spectaculair iets te veel voor in de mond is blijven steken. Hoewel… Georges Rousse (1947) komt dicht in de buurt.

Façade 2012, Middelburg, 18 augustus t/m 18 november 2012

www.facade2012.nl

 

Comments