Fentener van Vlissingen Cultuurprijs

Ruud Kuijer wint Fentener van Vlissingen Cultuurprijs 2004

Op 1 september vorig jaar werd voor de eerste keer de Fentener van Vlissingen Cultuurprijs uitgereikt aan de Utrechtse beeld­houwer Ruud Kuijer. Deze kreeg de prijs voor de hoge kwaliteit van zijn beeldhouwwerken en voor de wijze waarop hij zich als kunstenaar manifes­teert. "Kuijer is een cultureel ondernemer pur sang. Het grootschalige project Sculpture at Land's End is daarvan een treffend voorbeeld", volgens het bestuur van het Fentener van Vlissingen Fonds. "Na langdurige en intensieve onderhandelingen met de gemeente Utrecht en Rijkswaterstaat kreeg hij toestemming voor een beeldenproject langs het Am­sterdam-Rijnkanaal op het industriegebied Lage Weide. 

Door Piet Augustijn

In 2002 plaatste Kuijer langs het Am­sterdam-Rijnkanaal Waterwerk I, de eerste van zeven grote betonnen sculpturen. Het tweede beeld, Waterwerk II, is in 2003 geplaatst, Waterwerk III werd eind vorig jaar onthuld. Kuijer weet zich steeds opnieuw te verzekeren van steun door bedrijven in raad en in natura. Het bestuur van het Fonds heeft grote waardering voor deze actieve, onafhanke­lijke opstelling."

Vlakbij het beeld Waterwerk II bouwde Kuijer een groot ate­lier, dat tegelijk met de uitreiking van de Cultuurprijs officieel in gebruik werd genomen. Het Fentener van Vlissingen Fonds heeft Ruud Kuijer tevens opdracht gegeven een drietal kleine sculp­turen te maken als materieel aandenken voor toe­komstige winnaars van de Cultuurprijs.

De Fentener van Vlissingen Cultuurprijs is vorig jaar inge­steld door het Fentener van Vlissingen Fonds, het Algemeen Cultuur Fonds van de SHV, de naam van een familiebedrijf dat in 1896 onder de naam Steenkolen Handels Vereniging in Neder­land ontstond uit een fusie van een aantal kolenhandelsbedrij­ven. SHV is momenteel via diverse dochterondernemingen wereld­wijd actief in de handel in vloeibaar gas, grondstoffen en consumptiegoederen. Het Fentener van Vlissingen Fonds werd in 1961 opgericht als Algemeen Cultuur Fonds met als doelstel­ling het ondersteunen van culturele activiteiten in de stad en provincie Utrecht en subsidieert initiatieven op het gebied van muziek, theater, beeldende kunst en erfgoed. De jaarlijkse Cultuur­prijs is bedoeld voor een kunstenaar die een bijzondere bij­drage levert aan het Utrechtse culturele leven. Het kan gaan om een scheppend of uitvoerend kunstenaar in de discipli­nes beelden­de kunst, muziek of theater. Het Fonds hoopt met de prijs een extra impuls te geven aan het Utrechtse kunstkli­maat. De prijs bestaat uit een geldbedrag van € 10.000 en een sculptuur.

Ruud Kuijer (1959) kreeg zijn opleiding aan de Koninklijke Academie voor Kunst en Vormgeving in 's-Hertogenbosch en de Jan van Eyck Academie in Maastricht. Hij maakt abstracte sculpturen, waarin herkenbare vormen worden verwerkt. Spelend en experimenterend met evenwicht, zwaartekracht en stapelingen komt hij tot verrassende beelden. Ruwe industriële materialen als staal, hout en beton hebben zijn voorkeur. Kuijer past in de traditie van de modernistische beeldhouwkunst, maar han­teert de abstracte beeldtaal op geheel eigen wijze. "De objec­tieve en historiserende wijze waarop Kuijer te werk gaat 'vol­gens het boekje' van de traditie van het modernisme, komt tot uiting in de opsommende manier waarop hij zijn materialen kiest. Hij gebruikt zowel grondstoffen (ruwe boomstam) en halffabrikaten (pijp, plaat, balk) als eindproducten (emmer, krat), die naast elkaar in de beelden worden gerangschikt zonder een onderlinge hiërarchie", schrijft Bert Jansen in de catalogus BEELDEN 1988-1989 van het Centraal Museum Utrecht. "Ondanks de opsommende reeks van constructieve principes zijn de beelden van Kuijer niet inert of dogmatisch. De verschij­ningsvorm ervan is tijdelijk, ze bestaat alleen tijdens de installatie."

"Dingen moeten een bepaalde complexiteit hebben die niet verzonnen is, die gewoon is, helder en die toch verrast. Ze moeten vitaal zijn, gemaakt zijn met een speciale intelligen­tie­ die alleen aan de beeldhouwer is voorbehouden. Uitein­delijk gaat het toch om het ding en de spanning die van het ding als sculptuur uitgaat", zegt Kuijer in diezelfde catalo­gus. "Het zijn toch allemaal dode stukken, het materiaal waar ik mee werk. Als je het uit elkaar gooit is het niets meer. Net zo dood als de stenen van Michelangelo voor hij erin begon te hakken." 

Info: www.fentenervanvlissingenfonds.nl

 

Comments