Frank Meisler

Frank Meisler

Bijna driekwart eeuw na de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog blijven schrijvers en kunstenaars hiervoor aandacht vragen. Om niet te vergeten; en dat is maar goed ook. Onlangs verscheen er een boek van Guus Luijters, In Memoriam. Luijters achterhaalde veel gegevens van de uit Nederland gedeporteerde en vermoorde Joodse, Roma en Sinti kinderen en gaf hiermee hun naam en soms ook hun gezicht terug. Dit artikel gaat niet over deze kinderen en hun onfortuinlijk lot, maar over Joodse kinderen die ook wreed van hun ouders werden gescheiden maar de oorlog wél overleefden. Voor hen werd in november 2011 in Hoek van Holland een monument opgericht. Een bijzonder verhaal dat weer een onbekend facet van de oorlog belicht: reddingsoperatie Kindertransport. 

Door Judith van Beukering

Geen Adidas

Als je de oversteek naar Engeland gaat maken, tref je nadat je je een weg hebt gebaand door het uitgestrekte kassenlandschap van Hoek van Holland, aan de Koningin Emmaboulevard een bronzen beeldengroep aan. Een groep kinderen staat op een verhoging uit te kijken op zee. Het zijn duidelijk kinderen uit een andere tijd. Ze dragen geen Uggs of Vans aan hun voeten, maar hoge veterschoenen. Ze hebben geen Adidas sporttassen bij zich, maar grote koffers. Een jongetje zit afgewend van de groep met zijn gezicht in zijn hand te peinzen; vermoedelijk denkt hij aan wie hij heeft achtergelaten. Naast hem is een krantenpagina uitgespreid met een oproep: ‘Duizenden Joden moeten Duitschland verlaten. Voor hun transmigratie is zeer veel geld noodig. Vervult Uw menschelijke plicht en stort Uw bijdrage op postgiro Nr. 343000 van het Joodsche Vluchtelingenfonds 1938.’ Zonder deze tekst, zou deze realistische, in romantische stijl uitgevoerde beeldengroep een verbeelding van een willekeurige groep kinderen uit het verleden kunnen zijn.

Menschelijke plicht

Gelukkig vervulden sommige burgers inderdaad hun ‘menschelijke plicht’. Direct nadat Hitler aan de macht gekomen was in 1933, was het duidelijk dat Joodse burgers in Duitsland op zijn minst een ongunstig lot beschoren zou zijn. Het werd in de jaren daarna steeds moeilijker voor hen om aan visa te komen en steeds meer landen sloten hun grenzen. Zelfs de Kristallnacht in november 1938 veranderde daar weinig aan. Joodse burgers zaten gevangen in een vijandig land. Intussen vonden er wel allerlei onderhandelingen plaats en uiteindelijk besloten de Engelsen dat een onbepaald aantal Joodse kinderen (tot 17 jaar) naar Engeland mocht komen. De kinderen zouden op tijdelijke visa reizen, met de verwachting dat ze na de crisis weer met hun ouders herenigd zouden worden. Voor elk kind moest 50 Britse ponden worden betaald voor hun opvang en terugkeer.

Niet onberoerd

Het eerste transport vond plaats op 1 december 1938 en het laatste transport twee dagen voor het uitbreken van de oorlog in 1939, waarbij de bommen al om hun oren vlogen. In verzegelde treinen kwamen de kinderen uit Duitsland, maar ook uit Oostenrijk, Polen en Tsjecho-Slowakije. Vanuit Hoek van Holland werden ze per stoomschip naar Harwich gebracht en uiteindelijk naar Londen. Bijzonder van deze grootscheepse operatie was dat Joden, Quakers en Christenen eensgezind samenwerkten. De Kindertransporten redden het leven van ongeveer 10.000 kinderen. Kunstenaar Frank Meisler is een van de kinderen die gered is. Op zijn website vind je allerlei getuigenissen – van ‘de kinderen’ zelf of hun kinderen - die je onmogelijk onberoerd kunnen laten. De Nazi’s stonden niet toe dat de ouders mee mochten komen en zij mochten op het station zelfs geen afscheid nemen van hun familie. Wat een moed moeten die ouders gehad hebben om hun kinderen los te laten! In Engeland waren de kinderen overgeleverd aan de goedheid van anderen. De meesten werden goed opgevangen en vonden een fijn pleeggezin. Van sommigen werd echter misbruik gemaakt. Zij moesten hard werken in de bediening. Oudere kinderen werden ingezet in het Engelse leger. En vrijwel niemand zag ooit zijn of haar ouders terug.

Frank Meisler kwam goed terecht. Hij studeerde af in de architectuur aan de Universiteit van Manchester. Net als de meeste kinderen keerde hij niet terug naar zijn geboorteland - voor hem Polen. Meisler woont tegenwoordig in Jaffa, de oudste havenstad van Israël.

Judaica

Met het werk van Meisler ben ik niet bekend. Toen ik foto’s van zijn kunstwerken voor het eerst bekeek, schrok ik van het glimgehalte. Meisler maakt figuratieve objecten waarin hij verschillende edelmetalen combineert, zoals zilver en goud. De werken zijn technisch goed uitgevoerd, maar de betekenis ervan ontgaat mij grotendeels. Het zijn veelal Joodse thema’s die hij verbeeldt. Hij maakt ook Judaica, objecten die een rol spelen in de religieuze beleving. Meisler lijkt het uitgangspunt te hebben dat een waardevolle inhoud (Joodse achtergrond en geschiedenis) ook in waardevolle materialen uitgevoerd moet worden. Dit principe wordt in de eigentijdse kunst doorgaans niet meer gehanteerd. 

Frank Meisler maakte al eerder monumenten voor het Kindertransport. Op de stations van Gdansk, Berlijn, Liverpool en Londen – de plekken van vertrek en aankomst – staan al soortgelijke beeldengroepen. Anders aan deze eerdere formaties is dat er treinrails en ook donkergekleurde figuren zijn toegevoegd. Deze donkere figuren verbeelden de kinderen die de andere weg op zijn gegaan, naar de concentratiekampen. In Hoek van Holland heeft Meisler zich (gelukkig) beperkt tot het brons. De onschuld van de kinderen is mooi weergegeven, via hun gezichtsuitdrukking, vlechten en een knuffelbeer. Het monument in Hoek van Holland is het sluitstuk van deze reeks monumenten die herinneren aan de Kindertransporten. Het draagt de treffende titel Channel Crossing to Life: de oversteek naar Harwich was tenslotte de laatste stap die genomen moest worden om uit handen van de Nazi’s te raken.

www.frank-meisler.com

Comments