Galerie Reuten


‘Non-objective art’ bij Reuten

Dit voorjaar toonden elf kunstenaars recente ontwikkelingen in ‘non-objective art’ bij Reuten Galerie in Amsterdam.

Door Sya van ’t Vlie

‘Non-objective art’

De tentoonstelling bij Reuten Galerie overziend lijkt non-objective art een ongelukkige omschrijving voor de werken die juist hun status van object zo uitdrukkelijk benadrukken. De figuratie is uitgebannen. Het gaat om de vorm van het schilderij, de materialiteit van de drager en de verf, en om de kleur als element. Het benadrukken van die ‘objecthood’ leidt tot experimenteren met de vorm, het vervangen van de verf door andere materialen, en het onderzoeken van de verschillende eigenschappen van kleur. Bij de presentatie gaat de onderlinge samenhang een rol spelen, waardoor het geheel iets krijgt van een installatie. Ook zoekt de presentatie naar andere mogelijkheden dan ‘hangen’.

Vorm en presentatie

Guido Winkler speelt met vorm door voor zijn schilderijen geen rechthoekige of vierkante canvassen te gebruiken, maar canvassen met schuine zijden die hij dan weer te niet doet met de beschildering, zodat je als kijker toch naar een rechthoek staat te kijken. Richard van der Aa doet iets vergelijkbaars. In plaats van vormen te schilderen op een doek, schildert hij op canvassen of panelen met een vorm, bijvoorbeeld een zeshoek. Met zijn Easy Pieces gaat hij nog een stapje verder. Hiervoor heeft hij gevonden planken, deurpanelen en dergelijke gebruikt als drager, waarvan de vorm enigszins doet denken aan een houten paneel. Die beschildert hij in een kleur. Bij Reuten toont hij er drie, roze, zachtgeel en grijsbruin. Hij benadrukt hun status van object door ze niet op te hangen maar tegen de muur te zetten, wel in onderlinge samenhang zodat ze samen een wandinstallatie vormen. Kevin Finklea’s A List of Things We Said We’d Do Tomorrow lijkt verwant met de Easy Pieces. Het is een klein reliëf, gevormd door een stapeling van een oranje geschilderd blokje op een ongeverfd bruin plankje. Anders dan Van der Aa heeft Finklea zijn plankje en blokje zelf uitgezaagd. Vaak presenteert hij dergelijke reliëfs van verschillende formaten als een wandinstallatie. Bij Reuten toont hij er maar één die als een soort kleine eindnoot in dialoog gaat met de wandinstallatie van Van der Aa.

Materiaal en transparantie

Clary Stolte beperkt zich tot een vierkant oppervlak en de kleur wit. Het gaat haar om het opbouwen, wat ze noemt ‘het vormen’ van haar schilderij. Het materiaal waarmee ze het schilderijoppervlak bedekt is daarbij essentieel, en niet te vergeten de lichtval. Zo zorgt polymeer emulsie op acryl voor diepte en opbouwen met kunststofpapier – zonder gebruik te maken van een frame – voor volume. Heel spannend is Transparantiedichtheid 3 # 1 dat is opgebouwd door transparante folie te wikkelen om het canvas, wat zorgt voor diepte en volume. Als je goed kijkt, zie je jezelf erin gespiegeld. Een andere kunstenaar voor wie diepte en transparantie ook een rol spelen is Thierry Thomen. Hij gebruikt wel kleur. Door twee met acryl beschilderde vlakken te bedekken met een verschillend aantal lagen pvc ontstaat er verschil in de mate waarin de kleur tot de oppervlakte doordringt. Zo maakt Thomen een soort colourfields met acryl en pvc.

 

Meer dan beschilderde objecten

Geschetste ontwikkelingen zijn op te vatten als verkenningen in de richting van de sculptuur. Henriëtte van ’t Hoog is de enige van de exposanten die zich echt op het terrein van de sculptuur begeeft, zonder de schilderkunst helemaal achter zich te laten. Ze is begonnen als schilder. Al gauw verving ze het doek als drager door muren, plafonds, vloeren en hoeken in gebouwen. Door haar kleurvlakken van de muur te laten doorlopen op het plafond, de vloer of de hoek om, en door ze perspectivisch verkort toe te passen, ontstond een boeiend spel tussen 2- en 3- dimensies. De logische volgende stap was om die illusionistische werking te versterken door die hoeken zelf te gaan maken en in de beschilderde ruimte op te nemen. Voor kijkers was niet meteen duidelijk wat muur, plafond of vloer was en wat object. Zo zette Van ‘t Hoog de kijker op het verkeerde been. Deze installatieachtige werken waren locatiegebonden. Bij Reuten toont Van ’t Hoog geometrische objecten die niet voor een bepaalde locatie zijn gemaakt. Van de objecten met de titel Innerglow zijn geen kubussen maar convexe hoeken, waarvan de vlakken verschillende kleuren hebben. Doordat Van ‘t Hoog aan de achterkant fluorescerende verf heeft gebruikt ontstaat een spannende reflectie van oplichtende kleur op de wand, waardoor ze van de wand los komen. Nieuw is de serie Contour I-III. De vlakken zijn nu uniform van kleur, maar hebben wel een randje – contour – in een lichtere of donkerder tint gekregen.

Kortom, in deze rustig ogende expositie gebeurt van alles. Maar niets daarvan is verhalend of illusionair. Vandaar de term ‘non-objective art’. Juist omdat alles is wat het is, ‘echt’ is, geef ik de voorkeur aan de Franse term ‘art concret’, concrete kunst.


Lees meer in Beelden 2#2011. Neem een abonnement of vraag een proefnummer aan.

www.galeries.nl/reuten

 

Comments