Georg Kolbe Museum

Georg Kolbe Museum Berlijn. Centrum voor beeldhouwkunst

Georg Kolbe (1877-1947) behoort tot de belangrijkste Duitse beeldhouwers uit de eerste helft van de 20e eeuw. Zijn Berlijnse atelierwoning functioneert al vanaf 1950 als een bescheiden, maar inspirerend centrum voor de beeldhouwkunst, dat niet slechts achterom kijkt.

Door Geraart Westerink

Charlottenburg

Vanaf de Duitse eenwording in de 19de eeuw ontwikkelde Berlijn zich op stormachtige wijze. Georg Kolbe behoorde tot de grote groep kunstenaars die de lokroep van de stad niet kon weerstaan. In 1904 vestigde hij zich er. Vanaf de Eerste Wereldoorlog tot de opkomst van de Nazi’s in 1933 groeide hij uit tot een toonaangevende Duitse beeldhouwer. Hij ontwikkelde een markante eigen stijl, waarvan de enigszins verdroomde, monumentale figuurstukken van vrouwen de onmiskenbare kern vormen. Zijn status en succes maakten het mogelijk om in 1928-1929 een atelierwoning te laten bouwen in een groenstrook aan de rand van de statige wijk Charlottenburg. Het ontwerp van de Zwitserse architect Ernst Rentsch is in zijn eenvoud en hoekigheid een vooruitstrevend kind van zijn tijd. De strengheid ervan wordt op aangename wijze verzacht door het gebruik van kleurige baksteen, dat zich prettig voegt naar het omringende groen. Naast het huis werd later een bijpassende woning gebouwd voor Kolbes dochter. Na de dood van de beeldhouwer in 1947 werd zijn nalatenschap omgezet in een stichting. Vanaf 1950 kreeg het huis een museale functie, die geleidelijk werd verbreed en verdiept. Inmiddels is de atelierwoning het centrum van allerlei activiteiten waarbij de beeldhouwkunst centraal staat. In 1990 werd het museum op subtiele wijze uitgebreid met een ruim souterrain dat het aanzicht van het oorspronkelijke gebouw nauwelijks aantastte. De omringende (beelden) tuin bleef een substantieel onderdeel van het geheel.    

Kolbe centraal

Kern van het museum is Kolbes eigen verzameling, die uit honderden eigenhandige werken (schilderijen, sculpturen en tekeningen) en stukken van bevriende kunstenaars bestaat. Het wordt de laatste decennia doelgericht aangevuld met (figuratief) werk van tijdgenoten als Herman Blumenthal, Ernesto de Fiori, Gerhard Marcks, Manfred Sieber en Harald Isenstein. De opstelling ervan wordt regelmatig vernieuwd. Desondanks loopt een (grotendeels) monografische collectie als deze snel het risico te verstarren. Dat gevaar wordt met het huidige beleid kundig gepareerd. Niet alleen zijn er sociale activiteiten die reuring brengen, ook inhoudelijk wordt aan de weg getimmerd. In de zogenaamde Kunstkammer krijgen kunstenaars de ruimte te experimenteren. Ook de grotere exposities verraden visie en avontuur, zonder de uitgangspunten van het museum te verloochenen. Daarbij heeft het museum met de populariteit die figuratieve kunst de laatste decennia heeft verworven, de wind in de rug. Dat bleek vorig jaar zomer met een frisse tentoonstelling, waarbij uiteenlopende vormen van figuratie werden geëxposeerd die aantoonden dat deze beeldende benadering springlevend is. Dit jaar wordt de knuppel in het hoenderhok gegooid door abstracte kunst centraal te stellen. Non-figuratie in het hol van de leeuw! Want met al die ‘herkenbare’ uitingsvormen zou je bijna vergeten dat er nog steeds kunstenaars zijn die abstract werken.

Lees het hele artikel in Beelden 4#2011. Neem een abonnement of vraag een proefnummer aan.

Abstrakt////Skulptur, Georg Kolbe Museum, Berlijn, 26 juni t/m 4 september 2011, www.georg-kolbe-museum.de

Comments