Hans Bellmer - Louise Bourgeois

Double Sexus

Deze herfst brengt het Gemeentemuseum in Den Haag het werk van twee verwante kunstenaars bijeen: Louise Bourgeois en Hans Bellmer. Verwant, niet omdat ze elkaar hebben gekend, maar wel omdat ze dezelfde fascinaties, om niet te zeggen obsessies, deelden: erotiek, wellust, geweld, angst en macht. Is die koppeling van Bourgeois en Bellmer wel een logische?

Door Sya van ’t Vlie

Man/vrouw relaties

De in Polen geboren Hans Bellmer (1902-1975) kwam in de jaren dertig naar Parijs. Zijn verminkte poppen, en de ensceneringen die hij daarmee vastlegde op foto, vielen zeer goed bij de surrealisten, bij wie hij zich in 1936 aansloot. De onlangs overleden Louise Bourgeois (1911-2010) is minder gemakkelijk in een hokje te plaatsen. Eind jaren dertig verhuisde ze van Parijs naar New York, waar ze begin jaren vijftig doorbrak met abstracte stapelingen en totemachtige sculpturen. Later werden haar beelden figuratiever. Echt bekend werd Bourgeois met haar Spinnen en Cell getitelde installaties. Van de eerste staat er één in de museumvijver en van de laatste heeft het Gemeentemuseum Cell XXVI (2003) aangekocht .
Een overeenkomst tussen Bourgeois en Bellmer is hun voortdurend onderzoeken van man/vrouw relaties als gevolg van traumatische ervaringen in hun jeugd. Bij Bellmer ligt daarbij het accent op de oppositie identificatie/distantie en gek genoeg ook op het spel, bij Bourgeois op het uiting geven aan zielenpijn, woede en angst. Het door beiden gedeelde motief ‘poppen en prothesen’, slechts één van de vijf door de tentoonstellingsmakers geselecteerde invalshoeken, laat die verschillen in accent duidelijk zien.

Wilt u het hele artikel lezen, neem dan een abonnement, of vraag een proefnummer aan.

Lees hier een langer verslag van deze tentoonstelling waarbij van Sya van 't Vlie het gedachtegoed van Bataille er bij betrekt.
Comments