Henk Visch

Het parallelle universum van Henk Visch in KAdE  

Wanneer iemand het verdient een grote solotentoonstelling te krijgen in Nederland, dan is het wel Henk Visch. Hij heeft zich een prominente plaats verworven onder de Nederlandse beeldhouwers en zijn poëtische beeldtaal heeft velen van hen beïnvloed. Ondanks of juist dankzij zijn ongrijpbaarheid. Nog tot 6 mei biedt KAdE onderdak aan een groot aantal sculpturen en tekeningen uit een oeuvre, dat 35 jaar kunstenaarschap omspant.

Door Antonie den Ridder

Soms werkt het in een introductie verhelderend om exact te benoemen, wanneer en op welke wijze je een persoon of diens beelden ontmoet hebt. Aantrekkingskracht of magie voltrekt zich immers in verhevigde vorm bij een eerste ontmoeting. Het prille begin. Het was het jaar 1987 en het betrof een plaatje in een bekend kunsttijdschrift. Een werk zonder titel, een houten beeld van een menselijke gestalte die steunend op een tweetal twijgen zichzelf overeind hield. Het menselijk lichaam als brug, balancerend in de ruimte. In een vervallen fabriek vol geïmproviseerde ateliers behoorden we tot een nieuwe lichting kunstenaars, die zich gretig op de wereld richtten. En het venster op die wereld bestond voor een groot deel uit plaatjes in kunsttijdschriften. We snakten naar een nieuw begin, nadat de conceptuele kunstenaars de kunst voor de zoveelste keer dood verklaard hadden en de geometrisch-abstracte kunstenaars ons dreigden te wurgen met sluitende theorieën. Toen waren daar de Nieuwe Wilden en ook Henk Visch. We verlieten opgelucht de weg van de rationaliteit ten gunste van het kronkelpad van de poëtische introspectie. Omarmden de fantasie en de droom en lieten exactheid en ideologie voor wat het was. Er ontstonden in die tijd in diverse ateliers heel wat klonen van de werken van Visch. Maar dat waren stapstenen in de ontwikkeling van een eigen beeldtaal. De eerste confrontatie met het werk van Visch betrof dus een afbeelding. Kenmerkend voor het aanschouwen van een plaatje is het gebrek aan hiërarchie tussen de verschillende beeldelementen. Een door de tijd aangevreten muur achter de sculptuur van Visch fungeerde als decor, dat de theatrale verschijningsvorm van het beeld van extra contrast voorzag. Beeld en omgeving vormden een onverbrekelijke eenheid in het totaaltheater van het geheugen.
 
Vreemdeling in een vreemd land
De visuele kracht van de beelden van Visch is nauw verbonden met dit theatrale appèl aan de toeschouwer. Die moet zich dan wel gevoelig tonen en vooral niet de verkeerde vragen stellen over kunst en werkelijkheid. “Als iemand vraagt wat niet gevraagd kan worden, dan ligt zijn vraag buiten de redelijke grenzen” citeert Visch uit een niet nader genoemd Chinees boekwerk in een van zijn poëtische bespiegelingen. Nu is de voorraad oneigenlijke vragen onuitputtelijk in de opvatting van Visch. Zoals vragen naar een beginpunt in het maakproces van een beeld, naar de betekenis van een kunstwerk of de zin van het leven. En vooral de vragen waarop kunstkritiek, theorie en filosofie verzot lijken te zijn. Het beeld moet weten te ontsnappen aan die opgedrongen classificaties en kwalificaties om juist als onbegrepen fenomeen de aandacht van de kijker aan zich te binden. Die stellingname had het beschreven bevrijdende effect op een groep kunstenaars in de jaren tachtig, maar het gaf Visch als kunstenaar zelf ook een bijna ultieme vrijheid in zijn manier van werken. De vrijheid om geen stijl te hebben, om soms op klassieke wijze met volumes te werken en dan weer draadfiguren te vervaardigen. Om dicht bij een figuratieve beeldtaal uit te komen en even zo vrolijk weer de abstractie te omarmen. Maar ook de vrijheid om distantie te nemen van het gemaakte beeld. Visch zegt zich niet te hechten aan het voltooide beeld. In de presentatie ontdoet het kunstwerk zich van zijn ontstaansgeschiedenis en komt het los van de maker. Aan het eind van dit traject vol ontsnappingskunsten toont het beeld zich aan de toeschouwer. Als een vreemdeling in een vreemd land en zonder kenbare ontstaansgeschiedenis. Een buitenaards wezen dat enkel al door haar aanwezigheid erop wijst hoe ongekend en vreemd onze eigen werkelijkheid is. 

Choreografie rond zwarte gaten
Slechts een klein deel van de ons omringende werkelijkheid is gekend. Het ongekende deel krijgt in de beelden van Visch een zuigende kracht, die de aandacht van de toeschouwer gevangen weet te houden. Als zwarte gaten, die aandacht in plaats van materie opslokken. Visch maakt doelbewust gebruik van dit gegeven bij de vormgeving van zijn presentatie in KAdE. Aantrekkingskracht dwingt de objecten in een voortdurende rondgang, een dans rond de ongekende kern van de dingen. Argeloos laat de toeschouwer zich meevoeren in deze dans. De patronen zijn rationeel te duiden, maar dat maakt ze niet minder dwingend. Het is aan de toeschouwer om door middel van poëtische introspectie betekenis te ontlenen aan de afgelegde weg. Het beschrijven van het oeuvre van de kunstenaar op basis van chronologie en oorzaak met gevolg, is heilloos. Want waar ligt het begin van een cirkel? En waar het eind? De toeschouwer is gedoemd het grillige pad, dat Visch voor hem in KAdE heeft uitgestippeld, te volgen. Van object naar object, aangetrokken door de kracht van het ongekende, het magische en het gedroomde. 
Na afloop van het tentoonstellingsbezoek kun je enkel terugvallen op de zekerheid dat je ooit deze dans begonnen bent en haar nu tot een eind hebt gebracht. Het zes meter hoge beeld van Visch bij de ingang van KAdE geeft je dankzij de titel een cryptische aanwijzing. Noch einmal. En je vraagt je vertwijfeld af, waar de dwingende behoefte vandaan komt om het gebeurde te analyseren?
Om danspas na danspas het parcours opnieuw te reconstrueren en al doende grip te krijgen op het geheel?

Dingskulpturen
Naast de bewondering, die Visch toekomt voor zijn levendige en meeslepende oeuvre, is er ook een keerzijde te benoemen. Indien je de wereld vat in objecten, die zich richten tot de toeschouwer door middel van theatrale gebaren, fungeren die beelden als acteurs op een podium. Een parallelle en alternatieve wereld. Deze ‘Dingskulpturen’ van Visch, zoals Annett Reckert ze in haar verhandeling noemt, spiegelen zich niet aan de vertrouwde vormentaal, waarin het dagelijks leven gegoten wordt. Het gevaar is daardoor niet denkbeeldig, dat we ze ook als zodanig waarnemen als acteurs in een context, die bepaald wordt door poëtische zeggingschap en vervreemdende esthetiek. Binnen die context werken de poëtische wetten van Visch optimaal. Zoals ook in de door hem gekozen dichterlijke taal de eigen waarheden overeind blijven staan. Maar om helder te verbeelden hoezeer het ongekende deel van de werkelijkheid het wezen van de dingen bepaalt, zou die beeldtaal misschien effectiever aan kunnen sluiten bij het bekende. Het banale object, dat transformeert tot mysterie door het vervreemdende licht dat erop geworpen wordt. Door het acterende aspect van de sculpturen minder op de voorgrond te schuiven, zou de verbeelde werkelijkheid aan geloofwaardigheid winnen. Terugblikkend in de tijd zouden we ook kunnen constateren,dat bevrijding van de tirannie van de ratio in de jaren tachtig wellicht een voor de hand liggende noodzakelijkheid was voor kunstenaars. Maar wat moet een jonge kunstenaar anno nu met die bevrijding in een wereld die steeds meer dwingende eisen stelt aan het vermogen van de kunstenaar om zich functioneel te verhouden tot de werkelijkheid. Kunst moet immers zijn nut bewijzen in deze tijd? Zo komen er steeds meer onredelijke vragen en antwoorden boven drijven, die de beelden van Visch op gespannen voet brengen met de heersende tijdgeest. Het grote bronzen
been voor KAdE krijgt in dit perspectief een fascinerende symbolische betekenis.
  
De catalogus
Ter gelegenheid van de tentoonstelling van Henk Visch heeft Kunsthal KAdE Amersfoort een omvangrijke, geïllustreerde catalogus uitgebracht. Met onder meer een essay van de kunstcriticus Annelie Pohlen, een gedicht van Leo Vroman, een tekst van curator Annett Reckert, een bijdrage van beeldhouwer Richard Deacon, een briefwisseling met Joan Jonas en een interview met Henk Visch door Robbert Roos, de hoofdcurator van Kunsthal KAdE. Veel tekst maar bovenal een schatkamer vol betoverende plaatjes. Geheel in de geest van Visch zijn de teksten poëtisch en worden de inzichten van de kunstenaar bloemrijk verwoord. De afbeeldingen zijn over de pagina’s geordend zoals Visch zijn presentaties vormgeeft. Niet chronologisch en niet kunstmatig ingedeeld naar verwante thema’s. De lezer heeft het idee in woord en beeld een samenhangend, maar in zichzelf gekeerd alternatief universum te betreden. De monografie weet aldus meeslepend verslag te doen van het denken en handelen van Henk Visch en onthoudt zich van tegengeluiden. Dat is een beperking, maar een die geheel spoort met de terughoudendheid, waarmee Visch de kunstkritiek bejegent.

Wilt u meer lezen, neem dan een abonnement, of vraag een proefnummer aan voor 

Lees ook het artikel 'Ik was getrouwd met een aap' uit Beelden 4#2010


Henk Visch, div. auteurs, TAB, Timmer Art Books, Oosterhout, 2012, ISBN 9789490153144

Henk Visch, KadE, Amersfoort, 28 januari t/m 6 mei 2012, www.kunsthalkade.nl














Comments