Het atelier: Marinus Boezem

Het atelier: Marinus Boezem

De in Middelburg wonende en werkende ideeënkunstenaar Marinus Boezem heeft er al een oeuvre van meer dan zestig jaar opzitten. Zijn werk gaat niet over stijl, wél over ideeën uitdragen. Hij biedt ons als kunstenaar een deur aan waar de ander wordt geacht door te lopen en het daarachter als het ware zelf uit te zoeken. Zo eigent Boezem zich delen toe van een gebouw, een landschap of zelfs de lucht om ongrijpbare elementen in een andere vorm aan ons terug te geven. Met ‘de wereld’ als basis voor kunst, draait zijn oeuvre rond de tegenstellingen verschijnen/verdwijnen, aanwezig/afwezig, hoog/laag, ernst/humor, ja/nee, etc ... Zo stelde de kunstenaar in de jaren ’60 al ‘het zicht op het polderlandschap’ als kunstwerk voor. Of ging hij in driedelig pak met een attachékoffer langs galeries en musea om ‘ideeën’ aan de man te brengen. Of stuurde hij per post aan mensen uit de kunstwereld, het weerbericht van 26 september 1968 plus de internationale windschaal van Beaufort, om te laten zien dat je een landschap niet alleen kan schilderen, maar het klimaat ook zijn eigen tekening kent. En hij slaagde er zelfs in de lucht te handtekenen met de uitlaatgassen van een vliegtuigje.

Door Hilde VanCanneyt


In de jaren ’80 had Boezem het idee om een groene kathedraal met populieren aan te planten met als basistekening de plattegrond van de kathedraal van Reims. Recenter, in 2010, tekende hij op het dak van zijn atelier de plattegrond van de basiliek van Franciscus van Assisi in - jawel - vogelzaad. Zoals voorzien werd het zaad door vogels opgegeten, maar niet zonder dat dit kunstwerk A Volo d’Uccello (In Vogelvlucht), 24/24 uur werd geregistreerd en over de hele wereld via de webcam kon worden gevolgd. Het transcendente van de gotiek - de energie van het voer werd hier omgezet in het vliegen van de vogels - keert steeds terug in Boezems kunstenaarsverhaal. Hij ziet de kathedraal als een metafoor voor het menselijke verlangen naar spiritualiteit. Kortom: Boezem heeft een oeuvre dat niet in één hand te vangen is en dat zich nestelt tussen en over termen als avant-garde, readymade en land art, ...

Elke dag is een werkdag

Wat Boezems laatste werk zal zijn? Een spiegel die zwart wordt geschilderd. Op dat momentum zal hij zijn carrière afslaan. Maar zover is het nog lang niet: Marinus en zijn vrouw Maria-Rosa zijn nog elke dag in de weer met de creatie van het Boezem-universum. Zijn carrière is levendiger dan ooit tevoren. Van heinde en verre wordt de kunstenaar gevraagd om werken tentoon te stellen. Onlangs heeft hij nog de Oude Kerk van Amsterdam op eigenwijze manier met nieuwe werken ‘bekunstigd’.

Staan- en hangplekken

Achter de brede gevel van het voormalige weeshuis, bevinden zich de woon- en vooral werkvertrekken van het Boezem-duo. Nog elke dag gaat het koppel, dat in een prachtig ingericht appartement naast de ateliervertrekken woont, op een vast tijdstip naar het atelier, om daar pas de deur terug achter zich dicht te trekken voor het avondmaal, hoewel het idee om ‘te gaan werken’ eigenlijk nooit in Boezems woordenboek stond. “Of het aan de ontbijttafel al gaat over ‘what to do’ de komende dag?”, vraag ik Maria-Rosa. “Dat begint en eindigt nooit”, repliceert ze. Een ontwerp ontstaat altijd eerst in het hoofd. Pas als het in Boezems hoofd helemaal af is, gaat de kunstenaar het werk maken. Met schetsen werkt hij niet, wel met notitieboekjes. Zo heeft hij er meters van liggen. Hij heeft altijd drie boekjes klaarliggen: twee voor ideeën en één boekje waar hij recepten in schrijft, want Marinus is ook een verwoed koker. De kunstenaar slaat een boekje uit 2005 op een willekeurige pagina open en leest luidop voor: “Cartoon. Moslima in burka duwt kinderwagentje voort voorzien van een plastic hoes tegen de regen, met voorin, in de kap van dat wagentje, een ronde opening.” ”Ik vond dat een prachtig idee om een cartoon te maken.”, becommentarieert Marinus zelf. Of uit een bladzijde van een boekje uit 2016 : “Geen vorm zonder licht”.


Exporuimtes

We komen binnen via een imposante gang met marmeren vloer, hoog plafond en witte muren, waartegen ingepakte werken staan te wachten op een volgende halte. Wat volgt is een overzicht van meer dan vijftig jaar kunstenaarschap. In een eerste ruimte hangen allerlei werken uit verschillende periodes. Zo zien we foto’s en stills hangen van gedane performances en opdrachten, tot foto’s van zijn bekende kathedraalplattegronden, zijn weerkaarten, maquettes, etc. Ideaal om bij rondleidingen van groepen of studenten zijn oeuvre uit te leggen aan de hand van beeldmateriaal. De kunstenaar praat graag over zijn werk en is er niet enkel gedreven, maar ook bedreven in. Hij wijst ons een tekening aan van een werk uit ’75: Sculpture Panoramique. “Zie hier de omkering van het kunstwerk ten opzichte van een omgeving. Hier wordt de consument het kunstwerk. Je kan het zien als verschuiving van context: zo gauw de passant op een sokkel gaat staan, hoor je uit de vier omringende luidsprekers mijn stem waar ik alle bomen en struiken bij hun Latijnse naam opnoem. Het is een werk dat ik in het Parc Tête d’Or in Lyon realiseerde, aanvankelijk gerealiseerd tegenover het park Het Valkenberg in Breda. Binnenkort wordt dit weer in ere hersteld. 

In het midden van de eerste ruimte staat een fysiek groot kunstwerk waar we niet aan voorbij kunnen lopen. We zien een staande opgerolde spiegelcirkel met daar omheen de plattegrond van een 19e eeuws fort, uitgevoerd in staal . “Dat fort kende allerlei soldatenkamers. Waar ik nu sta - hij wijst naar een plek op de plattegrond - is een van de soldatenkamers. Het was het enige fort in Europa dat een lichtsluis in het midden had. Bij alle forten kwam het licht van buiten naar binnen, maar bij dit fort kwam het licht van binnenuit naar de soldatenkamers. Tevens is de vorm van de plattegrond het teken van het universum: de twaalf sterrentekens die in vroeger tijden bekend waren bij de Arabieren. Al die tegenstellingen vond ik heel symbolisch.” De kunstenaar wijst ons nog op een hangend zijden tapijt. “Gemaakt vanuit een kosmisch gegeven”, merkt hij op. “Van de Franse staat kreeg ik de opdracht een handmatig gobelin te ontwerpen. Zo heb ik alle schijngestalten van de maan tegenover de aarde gepositioneerd, wat dan helemaal in zijde is uitgevoerd: zes bij zes meter groot. Die gobelins worden gebruikt als geschenk bij staatsbezoeken. Veel van mijn werken hebben als achtergrond de gotiek. Daar ben ik in de jaren ‘80 mee begonnen: de gotiek - met als logo de kathedraal - als transcendente spiritualiteit en haar verticaliteit, is écht een hoogstandje in de architectuur. En dat allemaal ter ere van een religie. Mensen die honderd jaar geduld hadden om dit te realiseren: ik vind dat echt ongelooflijk. Dat inspireerde me wel.” 
De kunstenaar weet over elk werk honderduit te vertellen. “Hier zie je een soort filmisch verslag van l’Uomo Volante (de vliegende mens) naar een citaat van Leonardo da Vinci. Hier sta ik in een soort vogelpak beplakt met wat veren en ansichtkaarten - met een touw in evenwicht met een hele grote spiegel, tot dat het gewicht me te zwaar wordt. Dan laat ik de spiegel vallen en valt tegelijkertijd ook het gotische  gewelf uiteen. Wat blijft is het nabeeld van de spiegel die gebroken is. Het is laatst in Amsterdam in de Oude Kerk uitgevoerd als re-enactment . Ik heb ook een werk gemaakt waar ik dat doe met geluid: het vol-roepen van zo’n gotische ruimte met na-klanken. De akoestiek is dan het beeld.” Bij een groot werk dat een tweede ruimte overheerst, valt een kunstwerk met twee grote schuine spiegelwanden op. Tussen de spiegels staat een houten stoel zonder zitting.  Over de hoge rugleuning  hangt een met zilverbeslag  versierd Argentijns paradezadel, waaruit een lans steekt met een scherpe spiegelende punt. “Dit werk Untitled uit 1992 heb ik gemaakt voor de Corcoran Gallery of Art in Washington.” Wat verder liggen drie levensgrote  gevlochten eieren van pitriet. “Hier zijn de eieren als meest architectonische ruimte  verbeeld, zoals Vitruvius beschreef. Uit het ei komt haast alles voort. Ik heb ze op mensengrootte gemaakt, als zou een mens erin kunnen wonen. Dit werk gaat over het doorbrengen van ‘tijd’ tijdens het manueel vlechten van die eieren. Het is een soort meditatieve arbeid ... van dat element maak ik wel meer gebruik. Op dit moment is het een onderdeel van de tentoonstelling die ik in de Oude Kerk van Amsterdam had en waar zestig dames onder de noemer van een langdurige performance Gothic Gestures, de plattegrond van de kerk borduren op een grote lap linnen. Al maanden zijn de dames bezig met op een ambachtelijke, haast mediterende manier, kruissteekjes te borduren. Ik vind het prachtig dat dat geduld er is, hetzelfde als bij het bouwen van een kathedraal.” 

We bezoeken verder ruimtes waar oud en nieuw werk staat tentoongesteld. Presentabel voor henzelf en de bezoekers. Ik vraag hem welk gevoel het geeft om tussen het eigen werk te lopen. “Het voelt als thuis natuurlijk. Het is een soort eigen geschiedenis in beeld. Elk beeld brengt die hele ideeënwereld eromheen terug. Dat wind-tafeltje dat hier staat, maakte ik in ‘68. Ik had er een aantal in een galerie neergezet met ventilatoren erbij, om te laten zien dat er steeds  andere vormen ontstaan. Voor mij is het een beeld met cinematografische eigenschappen, waarin de tijd zichtbaar en hoorbaar wordt.”

We zien drie eieren op een hoed liggen. “Dit werk met eieren stamt uit ’64. In die tijd was het voor mij belangrijk dingen te onderzoeken. Wat is een gewicht? Wat is materiaal? Met het werk Leunende balk, experimenteer ik met de eigenschappen van een spiegel, waar het eigenlijke fysieke beeld leunt tegen zijn spiegelbeeld, wat immaterieel is. Maar visueel zijn ze gelijkwaardig. Dat is de waarheid van de spiegel. Een gelijkwaardig werk is Hommage aan Yves Klein. Toen ik jong was, was ik een enorme bewonderaar van hem. Hij was een van de eerste kunstenaars die zich als regisseur van zijn eigen werk opstelde. Dat was voorheen eigenlijk zeldzaam. Yves Klein met zijn immateriële werken en tijd-werken, was buitengewoon interessant. In dit werk heb ik er vogels bij betrokken - het vliegen - en het Yves Klein Blue mocht niet ontbreken natuurlijk!” 
Er staat een klassieke buste van een sculptuur waar ik me de wenkbrauwen over frons. Langsheen de voet van de sokkel lezen we in blauw neonlicht: ‘How deep is the ocean, how high is the sky?‘ “Dat werk heeft te maken met het populisme van de afgelopen twintig jaar. Ik gebruik het beeld als een gestileerd beeld zoals de beeldhouwer van Adolf Hitler dat graag deed: het ‘overstileren’ van de superman. Dat combineer ik quasi filosofisch met een bekende tekst van een bekend liedje. De tekst beslaat eigenlijk de hele ruimte waarbinnen kunst tot kunst kan worden gemaakt.”  

Werkruimte en aangrenzende binnentuin

We wandelen een nieuwe deur door en voor het eerst zien we werkbanken, alsook een zaagmachine en allerhande werkmateriaal. Kortom: een ruimte waar werken kunnen worden gemaakt. Er staat een installatie, enfin, een work in progress: op schildersezels zien we houten schilderijframes met ertussen kussens, getiteld Dutch Painting. Er wordt me verteld dat het een werk is over Mondriaan, Doesburg, Van der Leck en Rietveld, die begin vorige eeuw De Stijl hebben opgeleverd. “Ik maak daar een commentaar op in deze tijd: ik laat zien dat het schilderij eigenlijk een venster op de wereld is. Je kijkt er dwars doorheen en het accumuleert naar boven. Het roept daarnaast ook de geschiedenis van De Stijl in Holland opnieuw op. Die witte kussens tussen de frames gaan over lucht en de wolken natuurlijk ... “ 

In deze grote ruimte met grote ramen, uitkijkend op de binnentuin, zien we verder ook maquettes liggen voor de projecten die zijn uitgevoerd of nog moeten-worden-uitgevoerd. 
De binnenkoer met aangrenzende tuin van het voormalige weeshuis is werkelijk prachtig! Op het stuk gras staan enkele eigen kunstwerken. Voor het werk
Observatorium - een plaats van waaruit men hemellichamen bestudeert - uit ‘92, haalde Boezem inspiratie bij de ‘chaise longue’ van Le Corbusier. Het is uitgevoerd in zwart graniet en zodra je erin gaat liggen, schieten er speakertjes aan en hoor je kosmische ruis. Het werk is een allusie op het nieuwe fenomeen dat tegenwoordig een panorama ontelbare keren per avond kan worden verwisseld. Ook zien we twee in grijze graniet gemaakte Balloons, geïnspireerd op onze Belgische striptekenaar Hergé, met terug de tekst: ‘How deep is the ocean? How high is the sky?’ Want het is het universum waar we het mee moeten doen.” Verder in de tuin zien we ook nog Boezems sterrenvanger staan.

Eerste verdieping van het weeshuis

We gaan een brede trap op en we komen in de eerste bureauruimte aan, daar waar de administratie wordt verwerkt en waar Maria-Rosa baas is. We zien twee bureaus waar de paperassen in stapels op elkaar liggen, maar ook de vele bijtafels en rekken liggen en staan vol paperassen en kleurrijke klasseermappen. Marinus noemt het  gekscherend een ‘Italiaanse administratie’. Het koppel werkt al zoveel jaren samen dat ze samen een hele organisatievorm hebben ontwikkeld. In een kleine tussenruimte wordt het archief wel heel netjes volgens een classificatiesysteem bewaard.

Hierna komen we in een tweede grote ruimte: Marinus werk- en denkplek. Het is geen klassiek atelier volgestouwd met plastisch materiaal, nee. Buiten cleane werktafels, is het vooral een ruimte waar wordt gelezen en muziek beluisterd. “Hier maak ik wel nog inkttekeningen, maar hier wordt vooral alles bedacht, zoals ik het altijd heb gedaan.” 
Eigenlijk heeft de kunstenaar nooit iets te maken willen hebben met de eenzame romantiek van het atelier, waar er gewroet moet worden, integendeel: de hele wereld kon voor hem zijn atelier zijn. En het praktische werk werd liefst door anderen uitgevoerd. We zien verder een heel lange tafel staat tegen de wand. Een wand die volhangt met memorabilia zoals foto’s, schetsen, tekeningen, portretten en documenten, als ook expo-uitnodigingen. Er is een ruime zithoek, met een grote salontafel met stapels boeken - ook fictie - waar de gasten worden ontvangen. Want samenwerken met anderen en jongeren inspireren, dat vinden ze belangrijk. Maria-Rosa en Marinus hebben in de loop der jaren wel honderden kunstenaars uitgenodigd voor projecten, omdat ze het interessant vinden de grensgebieden op te zoeken tussen beeldende kunst, architectuur, dans en muziek. Op zich is het wat contradictorisch dat juist iemand die specifiek als kunstenaar geen atelier wilde hebben, zo’n supergrote atelierruimte heeft. Maar wat een oeuvre! En het laatste woord - de laatste kunstige daad - is hier nog niet gepleegd. De kunstenaar geeft toe dat je als kunstenaar toch behoorlijk arrogant en eigenwijs moet zijn. “Kunst moet emotie en conflict oproepen, anders is het geen kunst!” Een boutade om even over na te denken ... 
Comments